Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2014:1362

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
12-02-2014
Datum publicatie
19-02-2014
Zaaknummer
341949 - CV EXPL 12-1733
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Dexia-zaak. Effectenlease. Het hofmodel is niet bedoeld als een algemeen verbindende collectieve afwikkeling van restgevallen na de Duisenberg-regeling en behoort ook niet op die manier gehanteerd te worden. Afwijking van het Hofmodel op grond van individuele omstandigheden. Fouten van de afnemer vallen in het niet bij de fouten van Dexia en van SpaarSelect, die Dexia worden toegerekend. Volledige vergoedingsplicht Dexia.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NTHR 2014, afl. 3, p. 149

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond

Burgerlijk recht

Zaaknummer: 341949 \ CV EXPL 12-1733

Vonnis van de kantonrechter te Roermond d.d. 12 februari 2014

in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Dexia Nederland B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres in conventie, gedaagde in reconventie,

gemachtigde: EDR Incasso,

tegen:

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie],

wonende te [woonplaats] aan het adres [adres],

gedaagde in conventie, eiser in reconventie,

gemachtigde: Leaseproces.

Partijen zullen hierna Dexia en [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] worden genoemd.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

Dit blijkt uit het navolgende:

  • -

    de inleidende dagvaarding met producties;

  • -

    de conclusie van antwoord met producties;

  • -

    de conclusie van repliek met producties;

  • -

    de conclusie van dupliek met producties.

1.2.

Vervolgens is vonnis bepaald. Van de zijde van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] is hierna een akte genomen, houdende verzoek comparitie dan wel (subsidiair) pleidooi. Daarna is de uitspraak van het vonnis nog meerdere malen uitgesteld om organisatorische redenen en uiteindelijk bepaald op heden.

2 De vaststaande feiten

2.1.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft met een rechtsvoorganger van Dexia (hierna eveneens: Dexia) een tweetal overeenkomst van effectenlease gesloten met contractnummers 28000528 en 21400556.

2.2.

Dexia nam in dat verband op zich, voor rekening en risico van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] effecten te kopen, zonder dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] de aankoopsom van die effecten bij het aangaan van de overeenkomst voldeed. Er werd dus door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] belegd met geleend geld. De overeenkomst behelsde voor de [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] de verplichting om maandelijks, dan wel aan het einde van de looptijd, dan wel bij tussentijdse beëindiging op dat moment, de geleende aankoopsom af te lossen.

2.3.

De overeenkomst met contractnummer 28000528 is geëindigd met een winst van

€ 15.069,42. Op advies van een medewerker van Spaar Select heeft [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] die opbrengst van die overeenkomst aangewend om de vooruitbetaling van overeenkomst 214005566 te voldoen.

2.4.

De overeenkomst met contractnummer 214005566 is tussentijds beëindigd in verband met een achterstand in de door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] te betalen maandelijkse termijnen. Dexia is vervolgens overgegaan tot verkoop van de voor [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] gehouden effecten en heeft de eindafrekening opgemaakt. De hoogte van de eindafrekening bedroeg € 19.074,22 welk bedrag [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] niet heeft betaald.

2.5.

Het Gerechtshof te Amsterdam heeft bij beschikking van 25 januari 2007 de WCAM-overeenkomst van 8 mei 2006 (inclusief haar Bijlage A) verbindend verklaard voor de "gerechtigden" als bedoeld in art. 2 van die overeenkomst. Het hof heeft voorts bepaald binnen welke termijn de "gerechtigden" kunnen laten weten niet gebonden te willen zijn aan de verbindendverklaring (de opt-out-periode) zoals bedoeld in art. 7:908 lid 2 BW. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft tijdig een zogenoemde opt-out-verklaring bij de daartoe aangewezen notaris afgelegd.

3 Het geschil

3.1.

Dexia vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] te veroordelen tot betaling aan Dexia van € 16.404,22 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 26 april 2005 en tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten van € 952,00 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van de dagvaarding, een en ander met veroordeling van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] in de proceskosten.

3.2.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling van het geschil

Ten aanzien van het procesverloop

4.1.

De kantonrechter stelt vast dat zijdens [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] ter rolle van 28 november 2012 is verzocht om een comparitie van partijen dan wel (subsidiair) om pleidooi, nadat de zaak reeds op 5 september 2012 naar de rol van 3 oktober 2012 was verwezen voor vonnis.

De kantonrechter heeft het verzoek van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] afgewezen als zijnde in strijd met de goede procesorde. Immers, indien de uitspraak van het onderhavige vonnis niet om redenen van organisatorische aard meermaals was uitgesteld, dan was reeds op 3 oktober 2012 in deze zaak vonnis gewezen. De kantonrechter mag er dan ook op vertrouwen dat op dat moment het partijdebat was voltooid. Het gaat niet aan om dan alsnog, nadat de uitspraak van het vonnis is uitgesteld, om comparitie dan wel pleidooi te vragen. De kantonrechter handhaaft dan ook haar oordeel dat het door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] - bij herhaling - gedane verzoek om comparitie dan wel pleidooi in strijd is met de goede procesorde en dus op goede gronden is afgewezen.

Ten principale

4.2.

Dexia legt aan haar vordering ten grondslag de nakoming van de uit de effectenleaseovereenkomsten voortvloeiende betalingsverplichtingen. Dexia erkent daarbij dat zij jegens [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] haar zorgplicht heeft geschonden en wenst de met hem gesloten overeenkomsten af te wikkelen conform de jurisprudentie van de Hoge Raad van 5 juni 2009 (LJN BH2815, BH2811 en BH2822) en het Gerechtshof Amsterdam van 1 december 2009 (LJN BK4978, BK4981, BK4982 en BK4983). Daarbij heeft volgens Dexia als uitgangspunt te gelden dat op de restschuld uit de eindafrekening van overeenkomst 21400556 in mindering strekt tweederde van die restschuld minus het batig saldo uit de overeenkomst 28000528. Dit resulteert in een vordering van € 16.404,22 welk bedrag volgens de stellingen van Dexia vermeerderd dient te worden met de wettelijk rente vanaf 26 april 2005, zijnde de datum gelegen twee weken na de datum van de eindafrekening.

4.3.

Uitgangspunt in het debat – gelet op de stellingen van partijen – is dat Dexia haar zorgplicht ten opzichte van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft geschonden en daarmee onrechtmatig jegens [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft gehandeld. Daardoor dienen de nadelige financiële gevolgen voor [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] van het aangaan van de effectenleaseovereenkomsten in beginsel voor rekening van Dexia te komen behoudens de door Dexia veronderstelde vermindering van de vergoedingsplicht op grond van artikel 6:101 BW zoals die wordt toegepast in de door haar aangehaalde jurisprudentie. Per saldo vordert Dexia dus betaling van dat deel van de door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] geleden schade dat volgens Dexia voor zijn ([gedaagde in conventie, eiser in reconventie]) rekening dient te komen op grond van eigen schuld.

4.4.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] verzet zich ten aanzien van de beoordeling van de factor eigen schuld en ten aanzien van de beoordeling of sprake was van een onaanvaardbaar zware financiële last tegen (onverkorte) toepassing van het in de hiervoor genoemde jurisprudentie ontwikkelde Hofmodel, onder meer omdat daarin volgens hem geen rekening is gehouden met het exceptionele risico van effectenleaseproducten en de verdere gebreken die daaraan kleven. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] stelt dat er in het onderhavige geval bijzondere omstandigheden zijn op grond waarvan het Hofmodel niet moet worden toegepast en een volledige schadevergoeding gerechtvaardigd is, zodat de vorderingen van Dexia moeten worden afgewezen.

4.5.

Met [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] is de kantonrechter van oordeel dat het in de jurisprudentie ontwikkelde Hofmodel niet onder alle omstandigheden gevolgd kan of moet worden. Het hof heeft immers slechts een handreiking willen doen voor de afdoening van soortgelijke gevallen in en buiten rechte. Daarbij is een richting aangegeven met enkele vuistregels. Niet kan worden afgezien van de individuele omstandigheden van elk bijzonder geval. Wie, zoals [gedaagde in conventie, eiser in reconventie], niet gebonden wil zijn aan de collectieve schadeafwikkeling van de Duisenberg-regeling heeft recht op een individuele beoordeling van zijn zaak. Het in de jurisprudentie ontwikkelde hofmodel is niet bedoeld als een algemeen verbindende collectieve afwikkeling van restgevallen na de Duisenberg-regeling en behoort ook niet op die manier gehanteerd te worden. (Zie in deze zin onder meer de kantonrechter te Middelburg, 29 april 2013, ECLI:NL:RBZWB:2013:3338)

4.6.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft gesteld dat Dexia hem het aangaan van de overeenkomsten had moeten ontraden primair vanwege zijn beleggingsdoelstelling, subsidiair omdat het contract hem een onaanvaardbare zware financiële last oplegde. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft voorts betoogd dat hij nauwelijks tot geen eigen schuld heeft. De feiten die [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] hiertoe heeft aangevoerd heeft Dexia niet, althans onvoldoende weersproken. In het bijzonder heeft Dexia onvoldoende weersproken dat SpaarSelect een cliëntenremisier is en opereerde met volledig medeweten en instemming van Dexia. Daarom wordt het volgende vastgesteld.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] had in 1991 en 1992 leningen bij zijn ouders afgesloten die net hun woning hadden verkocht om zo in hun oude dag te kunnen voorzien. De lening die zij aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] verstrekten betrof een bedachte constructie om zo voor beide partijen een extra inkomen te genereren. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] zette het geleende bedrag op een depositorekening en van de rente die hij daarop ontving zou hij het verschuldigde rentebedrag aan zijn ouders kunnen voldoen. Uiteindelijk zou hij het geleende bedrag aanwenden voor de verbouwing van zijn woning. De rente op de depositierekening was uiteindelijk lager dan de rente die [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] aan zijn ouders moest betalen waardoor hij maandelijks geld toe moest leggen. In 1997 kwam [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] middels agressieve wervingsmethodes in aanraking met SpaarSelect. Nadat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] de tussenpersoon van SpaarSelect had verteld over de lening die hij bij zijn ouders had afgesloten en dat het rendement op de depositierekening tegenviel, adviseerde SpaarSelect [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] het geleende bedrag in te leggen in een ‘Capital Effect’ contract en verzekerde [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] dat het een hoog rendement ging opleveren. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] ging op dat advies af en sloot de eerste overeenkomst af. Na anderhalf jaar looptijd werd [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] door SpaarSelect benaderd en geadviseerd de overeenkomst voortijdig te beëindigen en de opbrengst aan te wenden voor een nieuwe overeenkomst waarbij een hoger bedrag ingelegd werd en de opbrengst ook hoger zou zijn. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] ging wederom op dat advies af en sloot de overeenkomst met nummer 214005566 af. Het door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] aan Dexia in totaal betaalde bedrag van € 29.898,48 dat hij dacht te sparen, is geheel verloren gegaan. Voorts is hij met een restschuld aan Dexia blijven zitten

en heeft hij de schuld aan zijn ouders uit hoofde van de twee geldleningen niet afgelost.

Het product ‘Capital Effect’ vertoonde essentiële gebreken: een te geringe spreiding, te hoge rente en kosten, geen mogelijkheid tot kosteloze tussentijdse beëindiging en geen mogelijkheid om verliezen af te dekken. De voor de contracten in rekening gebrachte rente en kosten waren zo hoog, dat een redelijk rendement in een normale markt bij voorbaat uitgesloten was. De effecten moesten bij een volledige looptijd van 15 jaar met 5% per jaar stijgen om alleen maar quitte te spelen.

SpaarSelect presenteerde zich hierbij als een onafhankelijk en deskundig adviseur. In werkelijkheid echter was zij niet onafhankelijk en ook niet deskundig. Als een zogenaamde cliëntenremisier was het Spaar Select wettelijk verboden om aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] de overeenkomsten tot effectenlease aan te prijzen en te adviseren. SpaarSelect opereerde met volledig medeweten en instemming van Dexia. Dexia wist dat SpaarSelect illegaal en in strijd met de waarheid als adviseur optrad en daarbij adviezen verstrekte die lijnrecht tegen het belang van de beoogde afnemer ingingen. Bovendien heeft Dexia in strijd met de wet gehandeld door de orders te accepteren.

Spaar Select was volledig op de hoogte van de beleggingsdoelstelling van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie]. Zijn doelstelling was om te sparen.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] stelt tenslotte dat het evident is dat iemand met een gezin met twee kleine kinderen met een gezinsinkomen van € 2.645,19 per maand en zonder beschikbaar vermogen nimmer een maximale restschuld van € 52.290,80 zou kunnen voldoen.

4.7.

Gelet op de voormelde feiten had Dexia naar het oordeel van de kantonrechter de overeenkomsten tot effectenlease aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] moeten ontraden op de grond, dat die overeenkomsten niet geschikt waren voor de beleggingsdoelstelling van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie]. Deze doelstelling alsook het gegeven dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] juist wilde sparen, wist Dexia of had Dexia behoren te weten.

4.8.

Dexia heeft bestreden dat de overeenkomst een onaanvaardbare zware financiële last legde op [gedaagde in conventie, eiser in reconventie]. Dat neemt niet weg dat het aangaan van de contracten gelet op de financiële positie van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] zeer onverstandig is geweest. Dit ondersteunt het oordeel van de kantonrechter dat Dexia het aangaan van de overeenkomst tot effectenlease aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] had moeten ontraden.

4.9.

Gelet op de voormelde feiten mag [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] nauwelijks tot geen eigen schuld worden verweten. Weliswaar is uit de overeenkomst tot effectenlease wel op te maken dat met geleend geld wordt belegd in slechts vier beursfondsen, maar [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] beschikte niet over de kennis, het inzicht en de ervaring om de specifieke risico’s en nadelen van deze overeenkomst tot effectenlease met Dexia te kunnen onderkennen. Van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] mocht worden verwacht dat hij zich redelijke inspanning getroostte om die overeenkomsten te begrijpen. Daarvoor had hij gezien zijn volledige gebrek aan kennis en ervaring, alsmede de complexiteit van de contracten onafhankelijk en deskundig advies nodig. Maar hier is [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] misleid door SpaarSelect. Hij dacht dat SpaarSelect onafhankelijk was, maar dat was niet het geval. SpaarSelect was een cliëntenremisier van Dexia, aan wie het wettelijke verboden was om te adviseren. Hij is door SpaarSelect voorts misleid met een onjuist advies en onjuiste informatie. Een en ander komt geheel voor rekening van Dexia, nu dit alles met medeweten en instemming van Dexia plaats vond.

4.10.

Dexia heeft haar zorgplicht geschonden, zoals zij erkend heeft. Wanneer zij haar onderzoeksplicht jegens [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] was nagekomen dan had zij het aangaan van de overeenkomst tot effectenlease aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] moeten ontraden. Daar komt bij dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] nauwelijks tot geen eigen schuld verweten mag worden. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] is wellicht te naïef geweest en dat is dan zijn fout. Maar die valt in het niet bij de fouten van Dexia en van SpaarSelect, die Dexia worden toegerekend. Vanwege de uiteenlopende ernst van de gemaakte fouten dient de vergoedingsplicht van Dexia geheel in stand te blijven.

4.11.

Hieruit volgt dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] niet gehouden is een deel van de restschuld aan Dexia te betalen wegens eigen schuld. De vordering van Dexia zal derhalve worden afgewezen.

4.12.

Gelet op het voorgaande behoeven de overige stellingen van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] geen bespreking, nu hij heeft afgezien van het instellen van een eis in reconventie.

4.13.

Dexia dient, als de in het ongelijk gestelde partij, te worden veroordeeld in de kosten van deze procedure.

4.14.

De kantonrechter zal dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaren.

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

Wijst de vorderingen van Dexia af.

5.2.

Veroordeelt Dexia in de proceskosten aan de zijde van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] gevallen en tot aan dit vonnis begroot op € 600,00 als salaris voor de gemachtigde.

5.3.

Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J. Schreurs-van de Langemheen, kantonrechter, en ter openbare civiele terechtzitting op 12 februari 2014 uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.

typ: JSL

mlzr: