Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2014:11519

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
02-09-2014
Datum publicatie
05-01-2016
Zaaknummer
03/703421-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

veroordeling tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden in combinatie met een taakstraf van 120 uren en een gelboete van € 5.000,00 wegens het meerdere malen wederrechtelijk in voorraad hebben van geneesmiddelen en het aanwezig hebben van een kleine hoeveelheid harddrugs.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK Limburg

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummer : 03/703421-11

Datum uitspraak : 2 september 2014

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Limburg, meervoudige kamer voor strafzaken,

in de zaak tegen:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboortegegevens verdachte] ,

wonende te [adresgegevens verdachte] .

Raadsvrouw is mr. G.J.J.G. Stevens-Waltmans, advocaat te Roermond.

1 Het onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 19 augustus 2014.

De rechtbank heeft op 19 augustus 2014 gehoord: de officier van justitie en de verdachte, bijgestaan door zijn raadsman, mr. J. Heemskerk, advocaat te Roermond. De raadsman heeft waargenomen voor zijn kantoorgenote mr. G.J.J.G. Stevens-Waltmans.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er na wijziging van de tenlastelegging, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Feit 1: op 2 augustus 2011 te Linne een zeer grote hoeveelheid Kamagratabletten wederrechtelijk in voorraad heeft gehad;

Feit 2: op 22 mei 2013 te Linne een hoeveelheid MDMA en een hoeveelheid cocaïne aanwezig heeft gehad;

Feit 3: op 22 mei 2013 te Linne een hoeveelheid potentie verhogende middelen wederrechtelijk in voorraad heeft gehad.

3 De voorvragen

Bij het onderzoek ter terechtzitting:

  • -

    is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke eisen voldoet en dus geldig is;

  • -

    is gebleken dat de rechtbank krachtens de wettelijke bepalingen bevoegd is van het ten laste gelegde kennis te nemen;

  • -

    zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. De officier van justitie kan dus in de vervolging worden ontvangen;

  • -

    zijn geen gronden voor schorsing der vervolging gebleken.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat, na wijziging van de tenlastelegging, alle drie tenlastegelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden.

De officier van justitie komt tot een bewezenverklaring van het onder feit 1 tenlastegelegde, in die zin dat zij de opzetvariant bewezen acht. Zij baseert dit op het aantreffen van de pillen in de garage van de woning waar ook de verdachte woonde, op zijn verklaring dat hij wel eens in die garage kwam en op het rapport van het NFI waaruit blijkt dat de aangetroffen pillen Sildenafil bevatten. Uit het proces-verbaal van de Inspectie voor de Gezondheidszorg blijkt voorts dat de pillen voldoen aan de definitie van een geneesmiddel in de zin van de Geneesmiddelenwet en dat er geen vergunning voor het geneesmiddel geldt. De verklaring van de verdachte over de betrokkenheid van derden acht de officier van justitie niet geloofwaardig. Het invoeren dan wel het binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen, acht de officier van justitie niet bewezen.

Ten aanzien van feit 2 heeft de officier van justitie verwezen naar het aantreffen van de middelen tijdens de doorzoeking in de club, waarvan de verdachte eigenaar is. Uit het NFI-rapport volgt dat de inbeslaggenomen verdovende middelen inderdaad MDMA en cocaïne bevatten. Voorts heeft zij verwezen naar de verklaring van de getuige [naam getuige 1] , die een belastende verklaring over verdachte heeft afgelegd en naar het proces-verbaal van bevindingen, waaruit blijkt dat de verdachte tijdens de doorzoeking heeft getracht twee seals met resten van verdovende middelen te verbergen.

Ook ten aanzien van feit 3 acht de officier van justitie de opzet-variant wettig en overtuigend bewezen. Zij baseert dit op het aantreffen van de pillen tijdens de doorzoeking in de club waar de verdachte eigenaar van is en het rapport van het NFI waaruit afgeleid kan worden dat 518 pillen Sildenafil bevatten. Daarnaast heeft de officier van justitie wederom gewezen op de passage van het rapport van het NFI op pagina 139, waaruit blijkt dat de aangetroffen pillen voldoen aan de definitie van een geneesmiddel in de zin van de Geneesmiddelenwet en dat hiervoor geen vergunning geldt. Ten aanzien van de pillen, die niet door het NFI onderzocht zijn, heeft de officier van justitie verwezen naar een vonnis van de rechtbank te ’s-Gravenhage d.d. 8 november 2012 ECLI:NL:RBSGR:2012:BY3412. Hieruit volgt dat ook de uiterlijke verschijningsvorm van de middelen voldoende kan zijn om aan te nemen dat een product onder de definitie van een geneesmiddel in de zin van de Geneesmiddelenwet valt. Tenslotte heeft zij verwezen naar de verklaring van de getuige [naam getuige 2] . Het invoeren dan wel het binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen, acht de officier van justitie niet bewezen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat vrijspraak moet volgen voor de ten laste gelegde feiten onder 1 en 2.

Ten aanzien van het ten laste gelegde onder feit 1 heeft de raadsman primair aangevoerd dat zijn cliënt heeft ontkend dat de aangetroffen pillen van hem zijn. Hij had geen wetenschap van de levering van deze pillen en voorts bevonden de dozen zich niet in zijn machtssfeer. De raadsman pleit aldus primair voor vrijspraak.

Subsidiair heeft de raadsman aangevoerd dat er een schakel ontbreekt in de bewijsketen, namelijk de koppeling tussen de in beslag genomen pillen en de monsters die aan het NFI zijn aangeboden. Hierdoor staat niet onomstotelijk vast dat de in de garage aangetroffen pillen daadwerkelijk Sildenafil bevatten. Ook om deze reden dient vrijspraak te volgen.

Ook aangaande het ten laste gelegde onder feit 2 heeft de raadsman vrijspraak bepleit om de reden dat de verdachte geen wetenschap had van de aanwezigheid van de verdovende middelen, welke zich bovendien niet binnen zijn machtssfeer bevonden.

Ten aanzien van het ten laste gelegde onder feit 3 heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, met dien verstande dat slechts het in voorraad hebben van een hoeveelheid pillen wettig en overtuigend kan worden bewezen. Nu niet vast staat op welke manier de pillen verpakt waren, dient er partieel vrijgesproken te worden van de hoeveelheid pillen die niet door het NFI zijn onderzocht.

4.3

Het oordeel van de rechtbank
Feit 11

In het kader van een groot onderzoek naar mensenhandel heeft er op 2 augustus 2011 in een woning aan de [adresgegevens] , waar ook de verdachte woonde, een doorzoeking plaatsgevonden onder leiding van de rechter-commissaris. In de garage worden 7 dozen aangetroffen, met daarin ten minste 50.000 tabletten met de merknaam Kamagra.2

Deze dozen worden in beslag genomen3 en blijkens het procesdossier worden 7 monsters aan het Nederlands Forensisch Instituut (hierna te noemen: NFI) gezonden voor nader onderzoek4. Deze testten allen positief op Sildenafil, zijnde de werkzame stof in Kamagra- en Viagratabletten.5 Op basis van het dossiernummer, dat zowel in de processen-verbaal van inbeslagneming met betrekking tot de woning aan de [adresgegevens] alsmede op de aanvraag tot onderzoek door het NFI staat, stelt de rechtbank vast dat de monsters die aan het NFI zijn gezonden de aangetroffen tabletten betreffen.

Uit het proces-verbaal van de Inspectie voor de Gezondheidszorg blijkt dat Sildenafil een verwijdend effect heeft op de bloedvaten. Er is aldus sprake van een farmacologisch effect dat een fysiologische functie bij de mens wijzigt. Daarmee is er sprake van een geneesmiddel in de zin van de Geneesmiddelenwet. Uit voornoemd proces-verbaal blijkt voorts dat Kamagratabletten uitsluitend op recept ter hand mogen worden gesteld. Handel of bezit is zonder de benodigde vergunningen verboden. Verdachte beschikte niet over deze vereiste vergunningen.6

Ten aanzien van verdachtes betrokkenheid bij de aangetroffen tabletten

De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat de garage waar de dozen zijn aangetroffen onderdeel uitmaakt van de woning van zijn ex-vrouw. Hij huurt hier een kamer en staat hier ook ingeschreven. Hij komt ook in de garage, want hij heeft wel eens zogenaamde “gelly’s” laten afleveren in die garage.7 Van de 7 dozen Kamagratabletten stelt verdachte echter geen weet te hebben gehad. Die zijn volgens verdachte mogelijk door onbekende derden in de garage gezet.

De rechtbank is van oordeel dat het verhaal dat die 7 dozen Kamagratabletten zonder medeweten van verdachte door onbekende derden in de garage van de woning waar verdachte woont zijn gezet, hoogst onaannemelijk is. De dozen vertegenwoordigen een behoorlijke economische waarde, die door derden niet zomaar ergens worden neergezet met het grote risico dat ze ontdekt worden door de nietsvermoedende bewoners/eigenaren van de woning/garage en/of verdwijnen. De rechtbank is, gelet op het feit dat verdachte een seksclub exploiteert (waar zoals uit de bewijsmiddelen behorende bij feit 3 blijkt Kamagratabletten worden uitgedeeld aan klanten), verdachte naar eigen zeggen wel eens in de garage komt en verdachte (andere) aan zijn seksclub gerelateerde goederen (“gelly’s) in de garage laat leveren, van oordeel dat verdachte zich bewust moet zijn geweest van de aanwezigheid van die 7 dozen Kamagratabletten in de garage.

Gelet op het aantreffen van de pillen, de inbeslagname ervan, het onderzoek van het NFI en het proces-verbaal van de Inspectie van de Gezondheidsdienst, in onderlinge samenhang beschouwd, acht de rechtbank daarom wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte op 2 augustus 2011 opzettelijk 50.000 Kamagratabletten in voorraad heeft gehad. De rechtbank acht niet bewezen dat de verdachte ook enige vorm van handel heeft gedreven met deze tabletten, omdat het bewijs dienaangaande ontbreekt.

Feit 2 en feit 38

Naar aanleiding van diverse politiemutaties en als betrouwbaar aangemerkte informatie van de CIE omtrent de aanwezigheid van verdovende middelen en handel daarin in club [naam club] te [plaatsnaam]9, wordt er op 22 mei 2013 in voornoemde seksclub binnengetreden teneinde het pand te doorzoeken onder leiding van de rechter-commissaris.

Tijdens de doorzoeking worden verdovende middelen aangetroffen alsmede Kamagra-tabletten.10 Deze worden in beslaggenomen11 en na onderzoek door het NFI blijkt dat het gaat om 23,39 gram MDMA, 1,45 gram cocaïne en een hoeveelheid pillen dan wel tabletten die Sildenafil bevatten.12 Het exacte aantal pillen dat is aangetroffen kan de rechtbank niet vaststellen gelet op het feit dat verschillende processen-verbaal verschillende hoeveelheden vermelden, maar duidelijk is wel dat het om enkele honderden pillen gaat.

Uit voornoemd rapport van het NFI en het proces-verbaal van de Inspectie voor de Gezondheidszorg volgt dat Sildenafil een verwijdend effect heeft op de bloedvaten. Er is aldus sprake van een farmacologisch effect dat een fysiologische functie bij de mens wijzigt. Er is dus sprake van een geneesmiddel in de zin van de Geneesmiddelenwet. Uit voornoemd proces-verbaal blijkt voorts dat Kamagratabletten uitsluitend op recept ter hand mogen worden gesteld. Handel of bezit is zonder de benodigde vergunningen verboden. Verdachte beschikte niet over deze vereiste vergunningen.13

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij op de hoogte was van het feit dat er verdovende middelen gebruikt werden in zijn club, zowel door klanten, als door de aldaar werkzame meisjes. Met betrekking tot de Kamagratabletten heeft verdachte ter terechtzitting verklaard dat hij wist dat de Kamagratabletten in de club lagen. Verdachte gaf die desgewenst aan klanten.

Ten aanzien van verdachtes strafrechtelijke betrokkenheid bij de aangetroffen verdovende middelen

Gelet op het feit dat verdachte sealtjes met poederresten (cocaïne14) probeerde te verbergen tijdens de doorzoeking, verdachte naar eigen zeggen dagelijks in de club aanwezig was en het feit dat verdachte heeft verklaard dat hij wist dat zowel klanten als ‘meisjes’ in de club verdovende middelen gebruikten, is de rechtbank van oordeel dat verdachte de aangetroffen cocaïne en MDMA opzettelijk aanwezig heeft gehad. Dat verdachte heeft verklaard dat die verdovende middelen niet van hem waren en dat hij niet wilde dat er in zijn club werd gebruikt en daartoe, naar eigen zeggen, posters had opgehangen waarop stond dat er niet gebruikt mocht worden, doet niet af aan het feit dat het wel degelijk gebeurde en dat verdachte daar kennelijk niets concreets tegen deed. Verdachte heeft met andere woorden willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard dat er verdovende middelen in zijn club aanwezig waren.

De rechtbank acht gelet op het proces-verbaal met betrekking tot het aantreffen van de verdovende middelen, de verklaring van verdachte ter terechtzitting en het NFI-onderzoek derhalve wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte op 22 mei 2013 te Linne 23,39 gram MDMA en 1,45 gram cocaïne opzettelijk aanwezig heeft gehad. De rechtbank acht niet bewezen dat de verdachte heeft gehandeld in de verdovende middelen, aangezien enkel de getuige [naam getuige 1] hierover spreekt. De rechtbank mist de overtuiging dat de verdachte zich daadwerkelijk aan handel heeft schuldig gemaakt.

Ten aanzien van verdachtes strafrechtelijke betrokkenheid bij de aangetroffen Kamagra-, Viagra-, en /of Lovegratabletten

Uit de verklaring van de verdachte die hij heeft afgelegd ter terechtzitting blijkt dat hij wetenschap had van de aanwezigheid van potentie verhogende tabletten in zijn seksclub en dat hij deze weggaf aan klanten. De rechtbank acht op grond van deze verklaring, het aantreffen van de Kamagratabletten en het NFI-onderzoek, wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte op 22 mei 2013 te Linne een hoeveelheid pillen of tabletten, die de stof Sildenafil bevatten, opzettelijk voorhanden heeft gehad. Datzelfde geldt voor de aangetroffen Viagra- en Lovegratabletten, nu het hier om soortgelijke (soortgelijk verpakte) tabletten gaat. De rechtbank acht niet bewezen dat de verdachte heeft gehandeld in deze geneesmiddelen wegens een gebrek aan bewijs hieromtrent. Op grond van de eigen verklaring van verdachte zou nog gesteld kunnen worden dat hij ook Kamagratabletten heeft afgeleverd (aan de klanten van zijn seksclub), maar er is geen bewijs voorhanden dat hij dit ook op de tenlastegelegde datum heeft gedaan, zodat ook voor dit onderdeel van de tenlastelegging vrijspraak moet volgen.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

T.a.v. feit 1:

op 2 augustus 2011 te Linne , opzettelijk heeft gehandeld in strijd met het verbod als genoemd in artikel 40 lid 2 van de Geneesmiddelenwet, immers heeft verdachte opzettelijk een geneesmiddel, waarvoor geen handelsvergunning geldt, te weten 50.000 pillen, van het merk Kamagra, bevattende de (werkzame) stof Sildenafil en welk geneesmiddel niet valt onder de uitzonderingsbepalingen zoals benoemd in artikel 40 lid 3, onder a tot en met h, van de Geneesmiddelenwet, in voorraad gehad;

T.a.v. feit 2:

op 22 mei 2013 in Linne , opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 23,39 gram van een materiaal bevattende MDMA en 1,45 gram van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde MDMA en cocaïne telkens een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I;

T.a.v. feit 3:

op 22 mei 2013 te Linne , opzettelijk heeft gehandeld in strijd met het verbod als genoemd in artikel 40 lid 2 van de Geneesmiddelenwet, immers heeft verdachte opzettelijk geneesmiddelen, waarvoor geen handelsvergunning geldt, te weten een hoeveelheid pillen en/of tabletten, met als opschrift: “Viagra” en/of “Tadagra” en/of “Kamagra”en/of “Vega”en/of “Lovegra”, die de werkzame stof sildenafil bevatten althans welke pillen en/of tabletten door de farmaceutische vorm en de teksten op de verpakkingen werden gepresenteerd als zijnde geschikt voor het op farmacologische wijze wijzigen van fysiologische functies bij de mens, met name vermindering van erectiestoornissen, zijnde geneesmiddelen waarvoor geen handelsvergunning geldt en welke geneesmiddelen niet vallen onder de uitzonderingsbepalingen zoals benoemd in artikel 40 lid 3, onder a tot en met h, van de Geneesmiddelenwet, in voorraad gehad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde en de kwalificatie

5.1

De strafbaarheid

Het bewezenverklaarde is strafbaar.

5.2

De kwalificatie

Het bewezenverklaarde levert op de navolgende strafbare misdrijven:

T.a.v. feit 1:

overtreding van het voorschrift, gesteld bij of krachtens artikel 40 tweede

lid van de Geneesmiddelenwet

T.a.v. feit 2:

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder C, van de Opiumwet

gegeven verbod, meermalen gepleegd;

T.a.v. feit 3:

overtreding van het voorschrift, gesteld bij of krachtens artikel 40 tweede

lid van de Geneesmiddelenwet.

6 De strafbaarheid van verdachte

De verdachte is strafbaar voor het bewezenverklaarde nu geen omstandigheid aannemelijk is geworden die verdachtes strafbaarheid opheft.

7 De oplegging van straf

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 14 maanden waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Zij heeft aangevoerd dat hoewel de verdachte op leeftijd is en slechts een strafblad van beperkte omvang heeft, er signalen uit het dossier naar voren komen die wijzen op jarenlange betrokkenheid bij prostitutie en drugshandel.

7.2

Het standpunt van de verdediging

Indien en voor zover de rechtbank tot een bewezenverklaring van de tenlastegelegde feiten komt, heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat sec moet worden gekeken naar de feiten die thans aan de verdachte worden verweten.

De raadsman heeft gewezen op het feit dat verdachte niet eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld en dat slechts het in voorraad hebben van de middelen bewezen kan worden, in plaats van de handel daarin, waarbij tevens van belang is dat het maar om zeer geringe hoeveelheden harddrugs gaat. Gelet hierop pleit de raadsman voor een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf, eventueel gecombineerd met een taakstraf.

7.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

De verdachte heeft in 2011 een zeer grote hoeveelheid Kamagratabletten wederrechtelijk in voorraad gehad. In 2013 wordt opnieuw een hoeveelheid potentie verhogende tabletten aangetroffen. Bij die doorzoeking blijkt tevens van het aanwezig hebben van een geringe hoeveelheid verdovende middelen.

Ten aanzien van de ernst van het bewezen verklaarde heeft de rechtbank mede gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

Meer in het bijzonder heeft de rechtbank gelet op het navolgende. Bij verdachte zijn harddrugs aangetroffen. Bij verdachte zijn daarnaast grote hoeveelheden geneesmiddelen aangetroffen, terwijl verdachte geen arts is en er ook geen vergunning voor deze geneesmiddelen voorhanden was. Het onoordeelkundig gebruik van geneesmiddelen kan grote gevaren voor de volksgezondheid met zich mee brengen. Zo kan het gebruik van Kamagra bijvoorbeeld de effecten van bepaalde (andere) geneesmiddelen te niet doen. Desalniettemin komt de rechtbank tot een lagere straf dan door de officier van justitie is geëist en wel om de volgende redenen.

Bij de aangetroffen harddrugs ging het om een relatief geringe hoeveelheid, terwijl bovendien geen bewijs voor handel is aangetroffen. Bij de aangetroffen geneesmiddelen ging het wel om een grote hoeveelheid, maar het betrof hier geen middelen die voorkomen op één van de bij de Opiumwet behorende lijsten. De door verdachte gepleegde feiten 1 en 3 zijn dan ook niet strafbaar op grond van de Opiumwet, maar vallen onder de Geneesmiddelenwet en zijn strafbaar gesteld op grond van die wet en de Wet op de economische delicten. De rechtbank acht het dan ook passend om aansluiting te zoeken bij de straffen die voor dergelijke feiten gewoonlijk worden opgelegd. De rechtbank merkt hierbij op dat de strafbaarstelling op grond van beide laatstgenoemde wetten ziet op het overtreden van de vergunningplicht die voor de betreffende geneesmiddelen geldt. Alhoewel deze vergunningplicht uiteraard ook tot doel heeft de bescherming van de volksgezondheid is een strafmaat die geënt is op de Opiumwet hier dus niet aan de orde.

Voorts zal de rechtbank rekening houden met het feit dat de seksclub van verdachte al voor een jaar werd gesloten na het aantreffen van de harddrugs aldaar, met het feit dat de verdachte blijkens een uittreksel uit zijn strafblad d.d. 17 juli 2014, niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten, en met het feit dat het bewezenverklaarde onder feit 1 reeds in 2011 heeft plaatsgevonden, hetgeen een overschrijding van de redelijke termijn betekent.

Mede gelet op voornoemde omstandigheden, in het bijzonder het feit dat de kern van dit dossier gevormd wordt door een overtreding van de Geneesmiddelenwet, acht de rechtbank in beginsel een geldboete van € 5000,00 in combinatie met een taakstraf van 120 uur een passende straf. Gelet op het feit dat het om grote hoeveelheden geneesmiddelen gaat en verdachte bovendien ook na 2011 kennelijk gewoon is doorgegaan met het in voorraad hebben van deze tabletten en deze naar eigen zeggen ook aan mensen verstrekte, acht de rechtbank tevens een voorwaardelijk gevangenisstraf passend en geboden en wel voor de duur van 3 maanden.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 23, 24c en 57 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet en de artikelen 1,2 en 6 van de Wet op de economische delicten in samenhang bezien met artikel 40 van de Geneesmiddelenwet, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

  • -

    verklaart het ten laste gelegde bewezen, zoals hierboven onder 4.4 is omschreven;

  • -

    spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 5.2 is omschreven;

  • -

    verklaart verdachte strafbaar;

Straffen

  • -

    veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 3 maanden geheel voorwaardelijk;

  • -

    bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van twee jaar opnieuw schuldig maakt aan een strafbaar feit;

  • -

    veroordeelt verdachte tot taakstraf voor de duur van 120 uren;

  • -

    beveelt dat indien verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 60 dagen;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde taakstraf, naar rato van twee uur per dag;

- veroordeelt verdachte tevens tot een geldboete van € 5.000,00 bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 60 dagen.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.M.E. Kessels, voorzitter, mr. R.A.J. van Leeuwen en

mr. S.V. Pelsser, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R.E.J. Maas, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 2 september 2014.

BIJLAGE 1: De tenlastelegging

Aan de verdachte is –na wijziging van de tenlastelegging– ten laste gelegd dat

1.

hij op of omstreeks 2 augustus 2011 te Linne, in de gemeente Maasgouw, althans (elders) in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

al dan niet opzettelijk heeft gehandeld in strijd met het verbod als genoemd in artikel 40 lid 2 van de Geneesmiddelenwet, immers heeft verdachte en/of zijn mededader(s) (opzettelijk) een of meer geneesmiddelen, waarvoor geen handelsvergunning geldt, te weten 50.000 althans 50.400 en/althans een (grote) hoeveelheid pillen en/of tabletten, van het merk Kamagra, bevattende de (werkzame) stof Sildenafil en welke geneesmiddelen niet vallen onder de uitzonderingsbepalingen zoals benoemd in artikel 40 lid 3, onder a tot en met h, van de Geneesmiddelenwet, heeft/hebben verkocht en/althans heeft/hebben afgeleverd en/althans heeft/hebben ter hand gesteld in elk geval in voorraad heeft/hebben gehad en/of (anderszins) heeft/hebben ingevoerd althans binnen of buiten het Nederlands grondgebied heeft/hebben gebracht;

2.

hij op of omstreeks 22 mei 2013 in de gemeente Linne, gemeente Maasgouw, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 23,39 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA en/of ongeveer 1,45 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde MDMA en/of cocaïne (telkens) een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I;

3.

hij op of omstreeks 22 mei 2013 te Linne, in de gemeente Maasgouw, althans in (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, al dan niet opzettelijk, heeft gehandeld in strijd met het verbod als genoemd in artikel 40 lid 2 van de Geneesmiddelenwet, immers heeft verdachte en/of zijn mededader(s) (opzettelijk) een of meer geneesmiddelen, waarvoor geen handelsvergunning geldt, te weten 479 althans 542 althans 524 althans 518 in ieder geval een hoeveelheid pillen en/of tabletten, met als opschrift: “Viagra” en/of “Tadagra” en/of “Kamagra”en/of “Vega”en/of “Lovegra”, die de (werkzame) stof(fen) sildenafil en/althans tadalafil bevatten en/althans welke pillen en/of tabletten door de farmaceutische vorm en de teksten op de verpakkingen werden gepresenteerd als zijnde geschikt voor het op farmacologische wijze wijzigen van fysiologische functies bij de mens, met name vermindering van erectiestoornissen, zijnde geneesmiddelen waarvoor geen handelsvergunning geldt en welke geneesmiddelen niet vallen onder de uitzonderingsbepalingen zoals benoemd in artikel 40 lid 3, onder a tot en met h, van de Geneesmiddelenwet, heeft/hebben verkocht en althans heeft/hebben afgeleverd en/althans heeft/hebben ter hand gesteld in elk geval in voorraad heeft/hebben gehad en/of (anderszins) heeft/hebben ingevoerd althans binnen of buiten het Nederlands grondgebied heeft/hebben gebracht”.

1 De vindplaatsvermeldingen, voorkomend in de hierna opgenomen bewijsmiddelen en de motivering van de bewezenverklaring, verwijzen naar de doorlopende paginanummering van 1 tot en met 110 in het in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde verbalisanten van de politie Limburg-Zuid opgemaakte proces-verbaal, genummerd 2011057511 d.d. 10 juli 2013 en de als bijlagen daarbij gevoegde schriftelijke bescheiden, welke alle wettige bewijsmiddelen zijn als bedoeld in artikel 344, eerste lid jo artikel 339, eerste lid onder 5º van het Wetboek van Strafvordering.

2 Proces-verbaal van doorzoeking door de rechter-commissaris d.d. 5 augustus 2011 met als bijlage proces-verbaal 2011057511-47. Deze bescheiden maken deel uit van het gerechtelijk vooronderzoek, maar niet van de doornummering.

3 Kennisgevingen van inbeslagneming, pagina 11 tot en met 29.

4 Aanvraag onderzoek NFI, pagina 36.

5 Het rapport van het NFI door ing. [naam 1] d.d. 25 augustus 2011, pagina 41 tot en met 43.

6 Proces-verbaal van de Inspectie voor de Gezondheidszorg d.d. 15 september 2011, pagina 44.

7 De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting op 19 augustus 2014.

8 De vindplaatsvermeldingen, voorkomend in de hierna opgenomen bewijsmiddelen en de motivering van de bewezenverklaring, verwijzen naar de doorlopende paginanummering van 1 tot en met 144 in het in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde verbalisanten van de politie Limburg-Zuid opgemaakte proces-verbaal, genummerd 2013041313 d.d. 23 juli 2013 en de als bijlagen daarbij gevoegde schriftelijke bescheiden, welke alle wettige bewijsmiddelen zijn als bedoeld in artikel 344, eerste lid jo artikel 339, eerste lid onder 5º van het Wetboek van Strafvordering.

9 Proces-verbaal ‘relaas’ d.d. 23 juli 2013, pagina 4 tot en met 7.

10 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 7 juni 2013, pagina 46 tot en met 62.

11 Proces-verbaal Opiumwet d.d. 5 juni 2013, pagina 111 tot en met 136.

12 Het rapport van het NFI van onderzoek aan opiumwetmiddelen en geneesmiddelen door dr. [naam 2] d.d. 6 september 2013, pagina 139 tot en met 144.

13 Het proces-verbaal van de Inspectie voor de Gezondheidszorg d.d. 18 augustus 2014.

14 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 4 juni 2013, pagina 138.