Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2014:11400

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
03-12-2014
Datum publicatie
09-01-2020
Zaaknummer
C-03-106396 - HA ZA 05-1191
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHSHE:2019:500
Hoger beroep: ECLI:NL:GHSHE:2019:1690
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Eindvonnis met beoordeling van hetgeen vennootschap en voormalig interim-directeur over en weer nog verschuldigd zijn.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

zaaknummer: C/03/106396 / HA ZA 05-1191

Vonnis van 3 december 2014

in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiseres in conventie, verweerster in reconventie sub 1] ,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiseres in conventie, verweerster in reconventie sub 1] ,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

eiseressen in conventie, verweersters in reconventie,

advocaat mr. G.J.J.A. van Zeijl;

tegen:

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] ,

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde in conventie, eiser in reconventie,

advocaat mr. P.J.M. Brouwers.

Partijen zullen hierna [eiseressen in conventie, verweersters in reconventie] en [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] genoemd worden.

1 Het verdere verloop van de procedure

1.1.

Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de rolbeschikking van 13 augustus 2014;

  • -

    het rolbericht B2 (Stellen/wijzigen/onttrekken advocaat en niet in staat) van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] van 10 september 2014;

  • -

    het rolbericht B2 (Stellen/wijzigen/onttrekken advocaat en niet in staat) van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] van 8 oktober 2014;

  • -

    het rolbericht B16 (Niet geregeld verzoek) van 8 oktober 2014.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De verdere beoordeling

in conventie

2.1.

Nadat de advocaat van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] zich ter rolle van 10 september 2014 had onttrokken, heeft deze zich ter rolle van 8 oktober 2014 weer voor [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] gesteld. Op het daarop betrekking hebbende rolbericht van 8 oktober 2014 heeft hij vervolgens vermeld dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] niet in staat is de kosten van het bij vonnis van 18 juni 2014 gelaste deskundigenbericht voor te schieten. Naar aanleiding daarvan verzoekt hij dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] in de gelegenheid wordt gesteld om op een andere wijze bewijs te leveren van zijn stellingen.

2.2.

Anders dan [eiseressen in conventie, verweersters in reconventie] stelt, is [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] niet verplicht om de kosten van de deskundige te voldoen, indien hij, zoals hij stelt, wegens geldgebrek wenst af te zien van het laten uitbrengen van een deskundigenbericht. Wel dient [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] de consequentie van het uitblijven van een deskundigenbericht voor zijn rekening te nemen.

2.3.

De consequentie is dat, nu [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft afgezien van het deskundigenbericht, hij niet geslaagd moet worden geoordeeld in het bewijs dat eventueel met behulp van dat deskundigenbericht zou kunnen worden geleverd. Het deskundigenbericht diende om inzicht te krijgen in de vraag op welke bonussen [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] over de periode van 1 januari 2003 tot 1 april 2004 aanspraak zou kunnen maken, waarbij de hoogte van die eventueel verschuldigde bonus zou moeten worden berekend overeenkomstig de in de daaraan voorafgaande jaren gehanteerde systematiek. Daaruit volgt dat de rechtbank uitgaat van de juistheid van de door [eiseressen in conventie, verweersters in reconventie] geponeerde stellingen over de hoogte van de volgens haar over die periode verschuldigde bonussen. De gevorderde verklaring voor recht van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] dat de over 2003 verschuldigde bonus € 150.000,-- bedraagt, en dat de totaal over 2004 verschuldigde bonus € 135.000,-- bedraagt, dient derhalve als onvoldoende onderbouwd te worden afgewezen.

2.4.

Thans zal de rechtbank overgaan tot het wijzen van een eindvonnis. Ter bevordering van de duidelijkheid zal de rechtbank alle individuele schadeposten in conventie en in reconventie nalopen, ook al is daarover in eerdere vonnissen reeds beslist.

2.5.

In algemene zin overweegt de rechtbank het volgende. Ter zake diverse posten maakt [eiseressen in conventie, verweersters in reconventie] aanspraak op vergoeding van zogenaamde belastingschade. Dat is belasting die is nageheven bij [eiseressen in conventie, verweersters in reconventie] over vergoedingen die door [eiseressen in conventie, verweersters in reconventie] aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] zijn uitgekeerd en welke door de fiscus zijn aangemerkt als uitbetaling van nettoloon waarover volgens de fiscus ten onrechte geen loonbelasting is ingehouden.

De belastingschade in verband met de vergoede vliegtickets

2.6.

Uit het overwogene in het tussenvonnis van 6 september 2006 (onder 17) volgt dat [eiseressen in conventie, verweersters in reconventie] ten onrechte betaling vordert van een bedrag van € 8.384,-- dat zij heeft betaald wegens door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] gedeclareerde vliegtickets. Daaruit volgt dat ook de belastingschade in verband met die beweerdelijk ten onrechte gedeclareerde vliegtickets moet worden afgewezen. Ten aanzien van de belastingschade in verband met de vergoede kosten van een vliegreis naar de Verenigde Staten, ten bedrage van € 1.200,33, overweegt de rechtbank het volgende.

2.7.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft betwist dat de vergoeding van de kosten van de vliegreis naar de Verenigde Staten als loon moet worden beschouwd, nu het een zakenreis betrof. In het tussenvonnis van 6 september 2006 heeft de rechtbank [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] in de gelegenheid gesteld nadere informatie daaromtrent te verstrekken. Vervolgens heeft [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] bij conclusie na enquête aangevoerd dat, zo [eiseressen in conventie, verweersters in reconventie] doelt op een factuur van 27 januari 2005 (productie 11 bij de dagvaarding), er inderdaad sprake is van een privé-uitgave tot een totaal van € 398,17, nu het in dat geval betreft privé-uitgaven ten behoeve van een zoon van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] die in verband met die reis zijn gemaakt. Voor het overige betrof het volgens [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] werkgerelateerde uitgaven. Nu [eiseressen in conventie, verweersters in reconventie] die laatste verklaring niet meer heeft betwist, ligt ten aanzien van de vergoede vliegtickets slechts een bedrag van € 398,17 voor toewijzing gereed.

Teveel ontvangen bonussen

2.8.

Tussen partijen staat vast dat de bonus over 2001 € 78.000,-- bedroeg. Partijen verschillen alleen van mening over de vraag of dit een bruto of nettobedrag is. Uit het overwogene in het tussenvonnis van 28 november 2012 onder 2.8. volgt dat de bonussen moeten worden beschouwd als brutobonussen, ten aanzien waarvan nog loonbelasting moet worden afgedragen. Dat betekent dat ten aanzien van de bonus van € 78.000,-- een bedrag van € 37.440,-- moet worden beschouwd als nettoloon. [eiseressen in conventie, verweersters in reconventie] stelt onbetwist dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] in totaal € 89.802,-- aan bonussen heeft ontvangen, dan wel zich heeft laten uitbetalen. Nu [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] slechts recht had op de uitkering van een nettobonusbedrag van € 37.440,-- betekent dat, dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] € 52.362,-- teveel aan bonus heeft ontvangen. Daarnaast heeft [eiseressen in conventie, verweersters in reconventie] recht om een bedrag van € 41.600,-- te verhalen op [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] , welk bedrag [eiseressen in conventie, verweersters in reconventie] aan de belastingdienst heeft moeten betalen als verschuldigde loonbelasting over – naar de rechtbank begrijpt – het bruto verschuldigde loon van € 78.000,--.

2.9.

Uit het vorenstaande volgt dat [eiseressen in conventie, verweersters in reconventie] recht heeft op terugbetaling van een bedrag van € 52.362,-- wegens ten onrechte door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] ontvangen bonus over 2011, alsmede een bedrag van € 41.600,-- wegens loonbelasting die [eiseressen in conventie, verweersters in reconventie] bij wijze van naheffing aan de belastingdienst heeft moeten betalen en ter zake waarvan [eiseressen in conventie, verweersters in reconventie] een verhaalsrecht heeft op [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] .

2.10.

Ten aanzien van de over 2002 verschuldigde bonus overweegt de rechtbank het volgende. Tussen partijen staat vast dat die bonus € 132.000,-- bedroeg. Ook ten aanzien van deze bonus verschillen partijen van mening of dit een bruto of nettobedrag is, doch ook ten aanzien van deze bonus geldt op grond van het in het tussenvonnis van 28 november 2012 onder het 2.8. overwogene dat deze bonus als brutobonus moet worden aangemerkt. Nu [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] niet heeft betwist dat [eiseressen in conventie, verweersters in reconventie] over de bonus verschuldigde loonbelasting deels niet had afgedragen, hetgeen inmiddels wel is gebeurd, ligt de vordering tot verhaal van die nageheven belasting, ten bedrage van € 11.964,39, voor toewijzing gereed.

2.11.

[eiseressen in conventie, verweersters in reconventie] stelt dat zij over dat jaar nog een nettobedrag aan bonus is verschuldigd van € 11.044,--, welk bedrag zij echter stelt niet aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] te hoeven betalen, omdat deze tekort is geschoten jegens [eiseressen in conventie, verweersters in reconventie] in de nakoming van zijn verplichtingen als bestuurder van deze. De rechtbank is van oordeel dat dat standpunt moet worden verworpen, nu [eiseressen in conventie, verweersters in reconventie] niet, dan wel onvoldoende heeft gesteld wat zou rechtvaardigen dat zij voormeld bedrag niet zou hoeven te betalen.

Naheffing belasting over de bonussen

2.12.

Uit het feit dat de rechtbank heeft geoordeeld dat de bonussen als brutobonussen moeten worden beschouwd, volgt dat over die bonussen loonbelasting zal moeten worden betaald. De verschuldigde loonbelasting moest door [eiseressen in conventie, verweersters in reconventie] als werkgever worden ingehouden op het loon van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] en is door [eiseressen in conventie, verweersters in reconventie] na een vordering van de belastingdienst alsnog afgedragen aan deze. Op grond daarvan heeft [eiseressen in conventie, verweersters in reconventie] ter zake een verhaalsrecht op [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] , nu [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] uiteindelijk de schuldenaar is van de bedoelde belasting.

Ten onrechte betaalde telefoonkosten

2.13.

Uit het overwogene in het tussenvonnis van 28 november 2012 (onder 2.11.) volgt dat dit deel van de vordering, ten bedrage van € 13.853,--, voor toewijzing gereed ligt.

Belastingschade in verband met gebruik van mobiele telefoon

2.14.

Uit het feit dat de vordering met betrekking tot betaalde telefoonkosten is toegewezen volgt dat de vordering tot vergoeding van de belastingschade ter zake diezelfde kosten, ten bedrage van € 7.203,46, voor toewijzing gereed ligt.

Belastingschade in verband met betaalde ziektekosten

2.15.

Uit het overwogene in het tussenvonnis van 6 september 2006 (onder 23.) volgt dat dit deel van de vordering, ten bedrage van € 6.240,--, moet worden afgewezen.

Onttrekkingen door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie]

2.16.

Uit het overwogene in het tussenvonnis van 28 november 2012 (onder 2.14.) volgt dat dit deel van de vordering, voor een bedrag van € 48.904,--, voor toewijzing gereed ligt.

Belastingschade in verband met onttrekkingen

2.17.

Nu vordering ter zake de onttrekkingen voor toewijzing gereed ligt, volgt daaruit dat de daarmee samenhangende vordering wegens belastingschade ter zake diezelfde onttrekkingen voor toewijzing gereed. De bedoelde schade bedraagt 52% x € 48.904,-- = € 25.430,08.

Niet-geretourneerde computer

2.18.

Zoals in het tussenvonnis van 6 september 2006 (onder 27.) reeds is overwogen, ligt dit deel van de vordering tot het gevorderde bedrag van € 1.131,33 voor toewijzing gereed.

Bevoordeling schoonmoeder

2.19.

Zoals in het tussenvonnis van 6 september 2006 (onder 28.) reeds is overwogen, moet dit deel van de vordering worden afgewezen.

Privéopnames door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie]

2.20.

Overeenkomstig hetgeen de rechtbank in haar tussenvonnis van 28 november 2012 (onder 2.29.) reeds had overwogen, dient [eiseressen in conventie, verweersters in reconventie] zelf op te komen voor de gevolgen van de betreffende naheffingsaanslag, zodat dit deel van de vordering moet worden afgewezen.

2.21.

Dat laat echter onverlet dat de hoogte van de creditcarduitgaven wel van belang is in verband met de terugvordering daarvan door [eiseressen in conventie, verweersters in reconventie] als privéuitgaven van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] .

2.22.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] erkent met creditcards privéopnames te hebben verricht, maar stelt dat dit slechts voor een bedrag van € 3.048,-- was. Dat bedrag is volgens hem verrekend met de bonus waarop hij recht had, zodat over die privéopnames geen belasting is verschuldigd.

2.23.

De rechtbank gaat uit van de juistheid van het rapport van de belastingdienst, volgens welke de privéopnames niet met het nettoloon van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] zijn verrekend, noch door hem op enige andere wijze aan de werkgever zijn terugbetaald, dan wel met deze zijn verrekend. Volgens de berekeningen van die dienst bedraagt de na te heffen loonbelasting over de jaren 2002 tot en met 2004 ten aanzien van de uitgaven van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] met een tweetal creditcards (de omstreden privéopnames) € 7.032,26 (zie pagina 31 van het door [eiseressen in conventie, verweersters in reconventie] als productie 5 bij de dagvaarding in het geding gebrachte rapport van de belastingdienst). Wel merkt de rechtbank daarbij op dat de privéopnames in het jaar 2003 kennelijk abusievelijk zijn opgevoerd als bedragende € 2.555,54, in plaats van € 12.555,54. Dit volgt uit het feit dat de over dat jaar berekende na te heffen loonbelasting is becijferd op € 6.528,88, zijnde 52% van € 12.555,54.

2.24.

Uit de hierboven overwogene volgt dat in ieder geval een bedrag van € 3.048,-- ter zake privéuitgaven voor toewijzing gereed ligt. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft de omstreden uitgaven bij conclusie van antwoord in conventie post per post betwist. [eiseressen in conventie, verweersters in reconventie] heeft op haar beurt die betwisting niet weersproken, doch zich bij conclusie van antwoord in reconventie onder 48 en 49 beperkt tot het verweer dat de belastingdienst de uitgaven heeft aangemerkt als privéuitgaven en dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] niet eerder verweer heeft gevoerd, welk verweer bij pleidooi is herhaald. Op grond daarvan oordeelt de rechtbank dat de vordering van [eiseressen in conventie, verweersters in reconventie] ter zake de uitgaven met de creditcards door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] , voor zover het bedrag van € 3.048,-- te boven gaand, moet worden afgewezen.

Totale naheffingstoeslag

2.25.

De boete, van 25%, in verband met de opgelegde naheffingsaanslagen, ligt eveneens voor toewijzing gereed. Deze boete bedraagt: € 41.600,-- + € 11.964,39 + € 7.203,46 + € 25.430,08 = € 86.197,93 x 25% = € 21.549,48.

Interne kosten

2.26.

De rechtbank begrijpt dat met deze kosten worden gedoeld op de kosten bedoeld in artikel 6:96 lid 2 onder b BW. De rechtbank wijst dit deel van de vordering af, nu deze kosten door [eiseressen in conventie, verweersters in reconventie] , ondanks een daartoe strekkend verweer van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] , niet zijn onderbouwd door [eiseressen in conventie, verweersters in reconventie] .

Buitengerechtelijke incassokosten

2.27.

Zoals in het tussenvonnis van 6 september 2006 (onder 33.) reeds is overwogen, moet dit deel van de vordering worden afgewezen.

in reconventie

Afrekening

2.28.

Nu, zoals hierna zal blijken, [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] nog recht heeft op vergoeding van niet-genoten vakantiedagen, heeft er geen volledige en dus geen correcte afrekening tussen partijen plaatsgevonden, zodat kan worden geconcludeerd dat geen afrekening heeft plaatsgevonden. Dit onderdeel van de vordering ligt derhalve voor toewijzing gereed.

Niet-genoten vakantiedagen

2.29.

Uit het tussenvonnis van 28 november 2012 (onder 2.35.) overwogene volgt dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] nog recht heeft op betaling van 58 niet-genoten vakantiedagen, zodat de vordering tot dit aantal vakantiedagen dient te worden toegewezen.

Nog niet gedeclareerde vliegtickets

2.30.

Uit het tussenvonnis van 28 november 2006 (onder 20.) overwogene volgt dat dit deel van de vordering moet worden afgewezen.

Bonussen

2.31.

Nu er geen deskundigenbericht zal worden bevolen, is [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] , zoals overwogen, niet geslaagd in het bewijs omtrent de hoogte van de bonussen over de jaren 2003 en 2004 waarop hij stelt aanspraak te kunnen maken. Dit deel van de vordering dient derhalve te worden afgewezen.

Vakantiebijslag over de bonussen

2.32.

Uit het tussenvonnis van 6 september 2006 (onder 35.) overwogene volgt dat dit deel van de vordering moet worden afgewezen.

Eenmalige uitkering en indexering

2.33.

Uit het tussenvonnis van 6 september 2006 (onder 37.) overwogene volgt dat dit deel van de vordering moet worden toegewezen.

Vertragingsrente over de vakantiebijslag over de bonussen

2.34.

Nu uit het onder 2.33. overwogene volgt dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] geen recht heeft op vakantiebijslag over de bonussen, heeft [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] bij gevolg ook geen recht op vertragingsrente over die bewuste vakantiebijslag. Dit deel van de vordering moet derhalve worden afgewezen.

Vertragingsrente over de vakantiedagen

2.35.

Omdat uit het overwogene in het tussenvonnis van 28 november 2012 volgt dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] recht heeft op de uitbetaling van 58 niet-genoten vakantiedagen, heeft hij ook recht op vertragingsrente over deze nog niet betaalde vakantiedagen. Dit deel van de vordering dient derhalve te worden toegewezen.

Vertragingsrente over de eenmalige uitkering/indexering

2.36.

Omdat de vordering ter zake de eenmalige uitkering en indexering wordt toegewezen, moet ook de vordering ter zake vertragingsrente wegens de niet-betaling daarvan worden toegewezen.

Buitengerechtelijke incassokosten

2.37.

Zoals in het tussenvonnis van 6 september 2006 (onder 33.) reeds is overwogen moet dit deel van de vordering worden afgewezen.

Immateriële schade

2.38.

Zoals de rechtbank in haar tussenvonnis van 6 september 2006 (onder 41.) reeds heeft overwogen, ligt dit onderdeel van de vordering voor een bedrag van € 750,-- voor toewijzing gereed.

Wettelijke rente

2.39.

De gevorderde wettelijke rente ligt voor toewijzing gereed.

2.40.

Ten aanzien van het gevorderde overweegt de rechtbank nog het volgende. De sub A in het petitum gevorderde verklaringen voor recht zullen worden afgewezen. Voor zover de daarbij gevorderde verklaringen voor recht op zich toewijsbaar zijn, zal de rechtbank die vorderingen wegens gebrek aan belang afwijzen, omdat de rechtbank de daarmee corresponderende verklaringen tot betaling van geldsommen zal toewijzen. De sub B gevorderde dwangsom moet worden afgewezen, omdat artikel 611a lid 1, tweede volzin, Rv in de weg staat aan het opleggen van een dwangsom in geval van een veroordeling tot het betalen van een geldsom.

Recapitulatie

2.41.

Recapitulerend heeft [eiseressen in conventie, verweersters in reconventie] recht op de volgende bedragen ter zake de volgende posten:

ten onrechte ontvangen bonus over 2001

€ 52.362,--

belastingschade over 2001

€ 41.600,--

belastingschade over 2002

€ 11.964,39

ten onrechte betaalde telefoonkosten

€ 13.853,--

belastingschade in verband met gebruik mobiele telefoon

€ 7.203,46

kosten van vliegtickets

€ 398,17

onttrekkingen door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie]

€ 48.904,--

belastingschade in verband met onttrekkingen

€ 25.430,08

vorderingen met betrekking privéopnames met de creditcards

€ 3.048,--

niet-geretourneerde computer

€ 1.131,33

boete over naheffingsaanslag

€ 21.549,48

2.42.

Recapitulerend moeten de volgende vorderingen van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] worden toegewezen:

  • -

    de vordering tot afrekening;

  • -

    de vordering betreffende 58 niet-genoten vakantiedagen;

  • -

    de vordering betreffende eenmalige uitkering en indexering;

  • -

    de vordering betreffende vertragingsrente over niet-betaalde vakantiedagen;

  • -

    de vordering betreffende vertragingsrente wegens niet-betaling van eenmalige uitkering/indexering;

  • -

    de vordering betreffende immateriële schade: € 750,--.

2.43.

[eiseressen in conventie, verweersters in reconventie] vordert [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] te veroordelen tot betaling van de beslagkosten. Deze vordering is gelet op het bepaalde in artikel 706 Rv toewijsbaar. De beslagkosten worden begroot op € 4.804,01 voor verschotten en € 2.000,00 voor salaris advocaat (1 rekest x € 2.000,00).

in conventie

2.44.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Omdat een aanzienlijk deel van het gevorderde bedrag wordt afgewezen, begroot de rechtbank de proceskosten aan de zijde van [eiseressen in conventie, verweersters in reconventie] op basis van het toegewezen bedrag op:

- dagvaarding € 71,93;

- overige explootkosten € 220,01;

- griffierecht € 4.584,00;

- getuigenkosten € 1.320,80;

- salaris advocaat € 16.000,00 (8,0 punten × tarief € 2.000,00);

Totaal € 22.196,74.

in reconventie

2.45.

[eiseressen in conventie, verweersters in reconventie] zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Omdat een aanzienlijk deel van het gevorderde bedrag wordt afgewezen, begroot de rechtbank de proceskosten aan de zijde van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] op basis van het toegewezen bedrag op:

- getuigenkosten € 562,25;

- salaris advocaat € 289,50 (1,0 punt × factor 0,5 × tarief € 579,00);

Totaal € 851,75.

3 De beslissing

De rechtbank:

in conventie

3.1.

veroordeelt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] om aan [eiseressen in conventie, verweersters in reconventie] te betalen een bedrag van:

€ 52.362,--

€ 41.600,--

€ 11.964,39

€ 13.853,--

€ 7.203,46

€ 398,17

€ 48.904,--

€ 25.430,08

€ 3.048,--

€ 1.131,33

€ 21.549,48

Totaal

€ 227.443,91

het totaalbedrag van € 227.443,91 te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van 26 april 2005 tot de dag van volledige betaling;

3.2.

veroordeelt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] in de proceskosten, aan de zijde van [eiseressen in conventie, verweersters in reconventie] tot op heden begroot op € 22.196,74;

3.3.

verklaart dit vonnis in conventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

3.4.

wijst het meer of anders gevorderde af;

in reconventie

3.5.

verklaart voor recht dat [eiseressen in conventie, verweersters in reconventie] aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] verschuldigd is de volgende, reeds door [eiseressen in conventie, verweersters in reconventie] aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] uitgekeerde, brutobonussen:

  • -

    € 78.000,-- over 2001;

  • -

    € 132.000,-- over 2002;

3.6.

veroordeelt [eiseressen in conventie, verweersters in reconventie] om binnen dertig dagen na dit vonnis af te rekenen overeenkomstig de wet;

3.7.

veroordeelt [eiseressen in conventie, verweersters in reconventie] om aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] te betalen:

  1. de verhogingen en eenmalige uitkeringen krachtens de toepasselijke CAO sedert 1 januari 2003;

  2. de vergoeding voor 58 niet-opgenomen vakantiedagen;

  3. de nog niet betaalde vakantiebijslag;

  4. een verhoging van 50% over de 58 niet-opgenomen vakantiedagen en de nog niet betaalde vakantiebijslag;

  5. een bedrag van € 750,--;

  6. de bedrag sub 1 tot en met 5 te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van 11 januari 2006 tot de dag van volledige betaling;

3.8.

veroordeelt [eiseressen in conventie, verweersters in reconventie] in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] tot op heden begroot op € 851,75;

3.9.

verklaart dit vonnis in reconventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

3.10.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. T.A.J.M. Provaas, rechter, en in het openbaar uitgesproken.1

1 type: MT coll: