Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2014:11386

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
17-12-2014
Datum publicatie
31-12-2014
Zaaknummer
04/860613-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Handelingen met een minderjarige die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam alsmede het plegen van ontucht. Vrijspraak bezit van kinderporno: geen opzet op het bezit van de foto’s omdat er niet bewezen kan worden dat sprake is van bewuste vastlegging van het materiaal. Oplegging van een gevangenisstraf van 9 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK Limburg

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummer : 04/860613-12

Datum uitspraak : 17 december 2014

Tegenspraak

Vonnis van Rechtbank Limburg, meervoudige kamer voor strafzaken,

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te [woonplaats], [adres].

Raadsman is mr. J.B.J.G.M. Schyns, advocaat kantoorhoudende te Venlo.

1 Het onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting

van 3 december 2014.

De rechtbank heeft op 3 december 2014 gehoord: de officier van justitie en de verdachte, bijgestaan door zijn raadsman.

2 De tenlastelegging

De verdachte staat terecht ter zake dat:

1.

hij (meermalen) in of omstreeks de periode van 01 juli 2011 tot en met 19 oktober 2011 in de gemeente Venlo en/of in de gemeente Peel en Maas en/of elders in Nederland, (telkens) met [minderjarige] (geboren op [geboortedatum minderjarige]), die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, die (telkens) bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen

van het lichaam van die [minderjarige];

2.

hij (meermalen) in of omstreeks de periode van 1 juli 2011 tot en met 19 oktober 2011 te Velden, gemeente Venlo, en/of in de gemeente Peel en Maas, in elk geval in Nederland met [minderjarige], geboren op [geboortedatum minderjarige], die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande in het (telkens) ontuchtig:

- door hem, verdachte, strelen en/of likken van de vagina van die [minderjarige], en/of

- door hem, verdachte, strelen van de borst(en) van die [minderjarige] en/of

- door hem, verdachte, kussen op/aan het lichaam van die [minderjarige], en/of

- door die [minderjarige] aan zijn, verdachtes, penis laten trekken en/of likken, in

elk geval laten vastpakken van zijn, verdachtes penis;

3.

hij op of omstreeks 12 december 2012 te Velden, gemeente Venlo, in elk geval in Nederland, een of meer afbeelding(en) en/of een gegevensdrager, te weten een computer, bevattende één of meer afbeeldingen in bezit heeft gehad en/of zich door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang tot die afbeelding(en) heeft verschaft, terwijl op die afbeelding(en) (een) seksuele gedraging(en) zichtbaar is/zijn, waarbij (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, welke voornoemde seksuele gedraging(en) -zakelijk weergegeven- bestonden uit

- [naam bestand 1], op de afbeelding staat een geheel naakt meisje die de kennelijke leeftijd heeft tussen de 14 en de 16 jaar oud. Het meisje zit op een bed. Het meisje heeft haar benen gebogen en opgetrokken haar handen voor haar vagina hierdoor is haar blote vagina niet zichtbaar. Haar blote borsten zijn goed zichtbaar in beeld;

- [naam bestand 2], op de afbeelding staan twee geheel naakte meisjes die de kennelijke leeftijd hebben tussen de 14 en 16 jaar oud. De beide meisjes staan in een doucheruimte. Een meisje staat schuin tegen een muur aan. Van dit meisje is een blote borst en bil zichtbaar in beeld. Het andere meisje staat met haar rug naar de muur. Van haar is de blote vagina zichtbaar. Zij heeft haar armen gebogen en omhoog voor haar borsten waardoor haar borsten niet zichtbaar zijn;

- [naam bestand 3], [naam bestand 4], op de afbeelding staat een meisje die de kennelijke leeftijd heeft tussen de 12 en de 14 jaar oud. Het naakte bovenlichaam van het meisje is zichtbaar. Haar blote borsten zijn goed zichtbaar in beeld;

- [naam bestand 5], [naam bestand 6], op de afbeelding staat een meisje die de kennelijke leeftijd heeft tussen de 14 en 16 jaar oud. Het naakte bovenlichaam van het meisje is zichtbaar. Haar blote borsten zijn goed zichtbaar in beeld;;

Voor zover in de tenlastelegging kennelijke schrijffouten of misslagen voorkomen, zijn die in deze weergave van de tenlastelegging door de rechtbank verbeterd. De verdachte is door deze verbetering, zoals uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, niet in de verdediging geschaad.

3 De voorvragen

Bij het onderzoek ter terechtzitting:

  • -

    is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke eisen voldoet en dus geldig is;

  • -

    is gebleken dat de rechtbank krachtens de wettelijke bepalingen bevoegd is van het ten laste gelegde kennis te nemen;

  • -

    zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan; de officier van justitie kan dus in de vervolging worden ontvangen;

  • -

    is niet gebleken van het bestaan van gronden voor een schorsing van de vervolging.

4. De beoordeling van het bewijs1

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de feiten 1 en 2 bewezen kunnen worden. Ten aanzien van deze feiten wijst de officier van justitie op de verklaring van het slachtoffer [minderjarige], de chats en het emailverkeer tussen de verdachte en het slachtoffer, en op de verklaring van de moeder van het slachtoffer.

Ten aanzien van feit 3 heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat verdachte van dit feit moet worden vrijgesproken, nu onvoldoende bewijs voorhanden is dat de verdachte bewust kinderporno in zijn bezit heeft gehad. De officier van justitie wijst in dit verband op vaste jurisprudentie waaruit blijkt dat wanneer de afbeeldingen zogenaamde ‘lost files’ betreffen, dit onvoldoende is voor een bewezenverklaring inzake artikel 240b lid 1 van het Wetboek van Strafrecht.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat verdachte voor de feiten 1, 2 en 3 wordt vrijgesproken. Daartoe heeft hij inzake de feiten 1 en 2 aangevoerd dat er onvoldoende bewijs is dat de seksuele handelingen tussen verdachte en het slachtoffer hebben plaatsgevonden. Inzake

feit 3 heeft de raadsman aangevoerd dat de afbeeldingen ‘lost files’ betreffen en dat niet voldoende is voor een bewezenverklaring. Volgens de raadsman wist de verdachte niet dat deze afbeeldingen op zijn computer werden opgeslagen. Voor een bewezenverklaring moet er sprake zijn van opzet. De raadsman wijst in dit verband tevens op een uitspraak van de rechtbank Noord-Holland d.d. 22 januari 2014 (ELCI:NL:RBNHO:2014:397).

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Ten aanzien van de feiten 1 en 2

Op 10 oktober 2012 heeft [moeder minderjarige] aangifte gedaan ter zake van mogelijk seksueel misbruik van haar op dat moment 16-jarige dochter [minderjarige] (hierna: [minderjarige]).2

Op 11 oktober 2012 is [minderjarige] als getuige door de politie gehoord.3 [minderjarige] kent de verdachte via een Joekskapel te Venlo en via een drumband in Velden. De verdachte was bij de drumband in Velden de contactpersoon van [minderjarige]. Het contact tussen [minderjarige] en verdachte werd steeds persoonlijker.4

Op 2 november 2012 is [minderjarige] opnieuw als benadeelde door de politie gehoord.5 In dit verhoor heeft [minderjarige] verklaard dat zij al anderhalf jaar seksueel contact heeft gehad met de verdachte.6 Begin 2011 was [minderjarige] samen met verdachte in de slaapkamer van verdachte. Verdachte zei steeds tegen haar dat hij met haar wilde kussen. [minderjarige] heeft daarop gezegd dat zij dat niet wilde. Verdachte kuste [minderjarige] toen voor de eerste keer, eerst op de mond zonder tong. Daarna deed hij het met tong.7 Daarna spraken verdachte en [minderjarige] vaker met elkaar af. Tijdens deze afspraken werd er volgens [minderjarige] iedere keer getongzoend waarbij verdachte [minderjarige] overal op haar lichaam streelde, zoals op haar benen, armen, borsten en haar billen.8 Verdachte probeerde volgens [minderjarige] iedere keer meer seksuele handelen bij haar te verrichten, haar aan te raken en te strelen. Verdachte vroeg telkens via MSN en SMS of [minderjarige] met hem wilde afspreken.9 Volgens [minderjarige] nam verdachte steeds het initiatief om af te spreken. Wanneer [minderjarige] met verdachte wilde praten over haar persoonlijke problemen betreffende haar thuissituatie, dan zei verdachte dat het praten beter ging als ze elkaar daadwerkelijk zagen.10 Volgens [minderjarige] voelde het alsof verdachte haar volledig in zijn macht had en hij wist het altijd weer zo te praten dat zij het niet kon stoppen. Hij deed alsof hij het allemaal voor haar deed. Ook was zij bang dat verdachte naar de politie zou gaan om daar aan te gegeven wat haar vader en moeder volgens haar verklaringen hadden gedaan.11

Het tongzoenen gebeurde meestal in de auto, bij de Maas in Baarlo. Volgens [minderjarige] heeft de verdachte kort na de eerste tongzoen haar vagina gestreeld en gevingerd, waarbij hij met zijn vingers in haar vagina heeft gezeten.12 Verdachte pakte dan ook de hand van [minderjarige] en legde deze dan op zijn geslachtsdeel en zei dan tegen [minderjarige] dat zij zijn geslachtsdeel vast moest pakken en met haar hand op en neer moest bewegen.13

In juli 2011 heeft er volgens [minderjarige] voor de eerste keer geslachtsgemeenschap plaatsgevonden tussen verdachte en [minderjarige]. In elk geval had zij voor haar 16de verjaardag al verschillende keren seks gehad met verdachte.14 De eerste keer was bij verdachte thuis op de bank. Hierna heeft er meerdere malen geslachtgemeenschap plaatsgevonden tussen verdachte en [minderjarige], onder andere in Kessel en bij de Maas in Baarlo. Naast geslachtsgemeenschap en de eerdergenoemde seksuele handelingen vond ook orale seks plaats, waarbij verdachte aan de vagina van [minderjarige] likte.15 [minderjarige] is geboren op [geboortedatum minderjarige] en was in de periode van 1 juli 2011 tot en met 19 oktober 2011 15 jaar oud.16

In het verhoor d.d. 2 november 2012 heeft [minderjarige] aangegeven dat zij en verdachte ongeveer twee maanden geleden voor de laatste keer seks hadden gehad.17

De rechtbank constateert dat tussen verdachte en [minderjarige] op 28 juli 2011 en 29 juli 2011 emailverkeer heeft plaatsgevonden.18 De inhoud van deze emailberichten is seksueel getint. Dit blijkt onder andere uit de volgende zinsneden die door verdachte naar [minderjarige] zijn gestuurd: ‘ich heb zoevuul zin… det wilse gaar neet weite’, ‘hesse auk las van nattigheid beej ut idee??’, ‘Oeehh [minderjarige].. lekkre geile meid.. de maks mich noow wal steeds mier zin.. hihihi’, ‘Ik veul iets greuije..hihihi’ en ‘(…) we goan iers vreeje.. dan proate.. en dan weer vreeje… Veural neet iers proate…’. De volgende zinsneden zijn door [minderjarige] naar verdachte gestuurd: ‘Heb zin in dich hihi grr’, ‘om dich op te werme en op te winde!’ en ‘Ja wat doan we dr aan he lieve naughty [verdachte]! Grrr want you!!’.

Gelet op de seksuele aard en inhoud van deze emailberichten acht de rechtbank deze emailberichten ondersteunend voor de verklaring van [minderjarige]. De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting dat deze emailberichten werden gestuurd met een therapeutisch karakter, acht de rechtbank niet aannemelijk nu deze opvatting over het karakter van deze berichten in geen enkel ander bewijsmiddel steun vindt.

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte meermalen in de periode van 1 juli 2011 tot en met 19 oktober 2011 handelingen met [minderjarige] heeft gepleegd, onder meer bestaande uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [minderjarige].

Ten aanzien van feit 3

Voor een bewezenverklaring van het ten laste gelegde is noodzakelijk dat kan worden vastgesteld dat verdachte op de ten laste gelegde datum het opzet heeft gehad op het bezit van de in de dagvaarding genoemde bestanden met kinderpornografisch materiaal.

Daartoe overweegt de rechtbank het volgende.

Door een verbalisant van de Regionale Recherche van de Regio Limburg Noord, afdeling jeugd-/slachtofferzorg en zedenzaken is geconstateerd dat er 44 bestanden op de harde schijf van de onder verdachte in beslag genomen computer stonden, inhoudende afbeeldingen van seksuele gedragingen, waarvan vermoed wordt dat daarbij iemand is betrokken die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt. Van het aantal van 44 afbeeldingen waren 34 afbeeldingen origineel. Van de aangetroffen afbeeldingen zijn 4 afbeeldingen door de verbalisant omschreven.

De in de dagvaarding genoemde afbeeldingen zijn aangetroffen in de ‘lost files’ en ‘temporary internet files’. Daargelaten of het voormelde vermoeden van minderjarigheid van de personen op de afbeeldingen correct is, geldt als uitgangspunt dat daarmee niet kan worden vastgesteld dat sprake is van het opzettelijke bezit als bedoeld in artikel 240b van het Wetboek van Strafrecht. Dat kan anders zijn indien vastgesteld kan worden dat verdachte beschikte over bijzondere kennis omtrent de tijdelijke mappen of over software waarmee verwijderde bestanden of mappen kunnen worden teruggehaald. Tot die vaststelling komt de rechtbank niet. Daarenboven overweegt de rechtbank dat niet kan worden aangenomen dat de gemiddelde computergebruiker over voldoende kennis van tijdelijke mappen beschikt, dat kan worden aangenomen dat het aantreffen van bepaalde bestanden in de tijdelijke mappen het bezit daarvan impliceert. Nu verdachte heeft verklaard dat wanneer hij een afbeelding zag met daarop iemand die de kennelijke de leeftijd van 18 jaren nog niet had bereikt, hij deze afbeelding meteen weg klikte, zal verdachte van het onder feit 3. ten laste gelegde worden vrijgesproken.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

1.

meermalen in de periode van 1 juli 2011 tot en met 19 oktober 2011 in de gemeente Venlo of in de gemeente Peel en Maas of elders in Nederland, met [minderjarige], geboren op [geboortedatum minderjarige], die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [minderjarige];

2.

meermalen in de periode van 1 juli 2011 tot en met 19 oktober 2011 te Velden, gemeente Venlo, of in de gemeente Peel en Maas, in elk geval in Nederland met [minderjarige], geboren op [geboortedatum minderjarige], die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande in het ontuchtig:

- strelen en likken van de vagina van [minderjarige], en

- strelen van de borsten van [minderjarige] en

- kussen op het lichaam van [minderjarige], en

- door [minderjarige] aan zijn penis te laten trekken.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde en de kwalificatie

5.1

De strafbaarheid

Het bewezenverklaarde is strafbaar.

5.2

De kwalificatie

Het bewezenverklaarde levert op de navolgende strafbare misdrijven:

feit 1:

met iemand die de leeftijd van twaalf jaren, maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd

feit 2:

met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd

Het misdrijf onder feit 1 is strafbaar gesteld bij artikel 245 van het Wetboek van Strafrecht.

Het misdrijf onder feit 2 is strafbaar gesteld bij artikel 247 van het Wetboek van Strafrecht.

6 De strafbaarheid van verdachte

De verdachte is strafbaar voor het bewezenverklaarde nu geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid opheft.

7 De oplegging van straf

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht, gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden waarvan

6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Verdachte moet zich tijdens deze proeftijd houden aan de aanwijzingen van de reclassering, ook als dit inhoudt toeleiding naar, en het ondergaan van een behandeling op het gebied van seksuele problematiek. De officier van justitie verklaarde dat zij bij het formuleren van de strafeis rekening heeft gehouden met het tijdverloop tussen de aanvang van de strafvervolging en deze berechting.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de verdachte van de feiten 1, 2 en 3 moet worden vrijgesproken. Subsidiair heeft de raadsman de oplegging van een geheel voorwaardelijke straf bepleit, rekening houdend met het tijdverloop in de zaak en het ontbreken van justitiële documentatie (‘strafblad’) ten name van de verdachte.

7.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

De verdachte heeft bij een 15-jarig meisje handelingen gepleegd die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam. Verder heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het plegen van ontucht. Binnen een korte tijd heeft hij dit verschillende keren gedaan. Verdachte was de begeleider van het slachtoffer bij de drumband in Velden. De rechtbank rekent het de verdachte aan dat hij het vertrouwen dat het slachtoffer in hem stelde heeft misbruikt door haar te manipuleren. Deze manipulatie bestond mede uit het dreigen de persoonlijke problemen van het slachtoffer openbaar te maken als zij niet meer met hem wilde afspreken. De verdachte heeft verklaard dat hij het slachtoffer probeerde te steunen tijdens een moeilijke periode in haar leven. Wat ook zij van de problemen van het slachtoffer, verdachte heeft met zijn gedrag een grens overschreden. Door zijn handelen heeft de verdachte niet alleen de lichamelijke integriteit van het slachtoffer geschonden, maar ook de impliciet bestaande gezagsverhouding tot het slachtoffer niet in acht genomen. Er was geen sprake van een gelijkwaardige relatie, temeer gelet op de leeftijd van de verdachte en de leeftijd van het slachtoffer. Naar algemene ervaringsregels kan dergelijk misbruik grote en langdurige (psychische) gevolgen veroorzaken, voor zowel de slachtoffers, als ook voor hun omgeving. Dit had de verdachte zich tevoren moeten realiseren.

De rechtbank houdt bij de straftoemeting rekening met de verstrekkende gevolgen die onderhavige strafzaak heeft gehad voor het privéleven van de verdachte. De verdachte is geschorst bij de drumband in Velden, waardoor hij zijn hobby niet meer kan uitoefenen. Daarnaast heeft onderhavige strafzaak een negatieve invloed op de positie van de verdachte en zijn gezin in de gemeenschap.

Voorts houdt de rechtbank bij de straftoemeting rekening met het verloop van tijd tussen het moment dat aangifte werd gedaan en het moment dat de zaak ter terechtzitting is behandeld. Voorts houdt de rechtbank rekening met de documentatie van de verdachte, waaruit blijkt dat hij niet eerder met justitie in Nederland in aanraking is geweest.

De rechtbank heeft ook gekeken naar de straffen die in zaken met vergelijkbare omstandigheden worden opgelegd. De aard en de ernst van de feiten brengt met zich dat aan de verdachte een gevangenisstraf moet worden opgelegd. Alle omstandigheden tegen elkaar afwegend acht zij echter de door de officier van justitie gevorderde gevangenisstraf te hoog. De rechtbank acht het aangewezen om te bepalen dat een deel van de opgelegde gevangenisstraf vooralsnog niet ten uitvoer zal worden gelegd. Deze voorwaardelijke straf zal dienen als ‘stok achter de deur’. De rechtbank acht de oplegging van een bijzondere voorwaarde niet passend, nu verdachte de tenlastegelegde feiten ontkent en geen verantwoordelijkheid voor zijn daden heeft genomen.

Alles overwegende acht de rechtbank de oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met aftrek van de in voorlopige hechtenis doorgebrachte tijd, met een proeftijd van twee jaren passend.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 57, 245 en 247 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt de verdachte vrij van het de onder 3. tenlastegelegde feit;

Bewezenverklaring

  • -

    verklaart het ten laste gelegde onder 1. en onder 2. bewezen, zoals hierboven onder 4.4 is omschreven;

  • -

    spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert, zoals hierboven onder 5.2 is omschreven;

  • -

    verklaart de verdachte deswege strafbaar;

Straffen

- veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden;

- bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte van zes maanden niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter alsnog de tenuitvoerlegging daarvan gelast omdat de verdachte voor het einde van een proeftijd, welke wordt gesteld op een periode van twee jaren, de algemene voorwaarde dat de verdachte zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit heeft overtreden;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.M. van Maanen Winters, voorzitter, mr. E.B.A. Ferwerda en mr. P. Hoekstra, rechters, in tegenwoordigheid van mr. K.J.M. Voncken, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 17 december 2014.

1 De vindplaatsvermeldingen, voorkomend in de hierna opgenomen bewijsmiddelen en de motivering van de bewezenverklaring, verwijzen naar de doorlopende paginanummering in de voor eensluidend afschrift gewaarmerkte kopie van het in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde verbalisanten van de politie Limburg-Noord opgemaakte proces-verbaal, genummerd PL2379-2012012381 d.d. 18 november 2013 en de als bijlagen daarbij gevoegde schriftelijke bescheiden, welke alle wettige bewijsmiddelen zijn als bedoeld in artikel 344, eerste lid jo artikel 339, eerste lid onder 5º van het Wetboek van Strafvordering.

2 Proces-verbaal aangifte d.d. 10 oktober 2012, p. 81 t/m 87.

3 Proces-verbaal verhoor getuige d.d. 11 oktober 2012, p. 92 t/m 98.

4 Proces-verbaal verhoor benadeelde d.d. 11 oktober 2012, p. 94.

5 Proces-verbaal verhoor benadeelde d.d. 2 november 2012, p. 99 t/m 116.

6 Proces-verbaal verhoor benadeelde d.d. 2 november 2012, p. 100.

7 Proces-verbaal verhoor benadeelde d.d. 2 november 2012, p. 102.

8 Proces-verbaal verhoor benadeelde d.d. 2 november 2012, p. 103.

9 Proces-verbaal verhoor benadeelde d.d. 2 november 2012, p. 102.

10 Proces-verbaal verhoor benadeelde d.d. 2 november 2012, p. 104.

11 Proces-verbaal verhoor benadeelde d.d. 2 november 2012, p. 111

12 Proces-verbaal verhoor benadeelde d.d. 2 november 2012, p. 104.

13 Proces-verbaal verhoor benadeelde d.d. 2 november 2012, p. 105.

14 Proces-verbaal verhoor benadeelde d.d. 2 november 2012, p. 109.

15 Proces-verbaal verhoor benadeelde d.d. 2 november 2012, p. 111.

16 Proces-verbaal aangifte d.d. 10 oktober 2012, p. 81.

17 Proces-verbaal verhoor benadeelde d.d. 2 november 2012, p. 111.

18 Bijlage I bij verhoor verdachte d.d. 13 december 2012, p. 42 en 43.