Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2014:11197

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
23-12-2014
Datum publicatie
11-02-2015
Zaaknummer
C/03/198650 / KG ZA 14-643
Rechtsgebieden
Burgerlijk procesrecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

---

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: C/03/198650 / KG ZA 14-643

Vonnis in kort geding van 23 december 2014

in de zaak van

[eiser in conventie, verweerder in reconventie],

wonend te Maastricht,

eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie,

advocaat mr. H.A.J. Stollenwerck,

tegen

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie],

wonend Geleenstraat 38,

6411 HS Heerlen,

gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie,

gemachtigde mr. O.M.B.J. Volgenant.

Partijen zullen hierna [eiser in conventie, verweerder in reconventie] en [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] genoemd worden.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    de aanvullende producties van [eiser in conventie, verweerder in reconventie]

  • -

    de producties van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] en de eis in reconventie

  • -

    de fax van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] van 9 december 2014 (verzoek behandeling achter gesloten deuren)

  • -

    de fax van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] van 12 december 2014 (reactie op verzoek [gedaagde in conventie, eiser in reconventie])

  • -

    de fax van de voorzieningenrechter aan partijen van 12 december 2014 (afwijzing verzoek [gedaagde in conventie, eiser in reconventie])

  • -

    de mondelinge behandeling van 15 december 2014 waarvan door de griffier schriftelijk aantekening is gehouden

  • -

    de schriftelijke toelichting op de dagvaarding van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] en de conclusie van antwoord in reconventie

  • -

    de pleitnota van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie].

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

in conventie en in reconventie

2.1.

De voorzieningenrechter van de rechtbank Maastricht heeft op 6 december 2010 vonnis gewezen in een kort geding tussen [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] als eiser en [eiser in conventie, verweerder in reconventie] als gedaagde in de zaak met nummer 155248 / KG ZA 10-454.

2.2.

In bedoeld vonnis zijn onder meer de volgende rechtsoverwegingen opgenomen:

- rechtsoverweging 4.2.:

Uit de stellingen van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] begrijpt de voorzieningenrechter dat hij met “onheus en/of diskwalificerend en/of onrechtmatig” doelt op uitlatingen van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] waarin hij [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] afschildert als een onbetrouwbaar dan wel bedrieglijk persoon in de context van enerzijds diens (mogelijke) betrokkenheid als kroongetuige van het Openbaar Ministerie in het strafrechtelijk onderzoek tegen “J” en de door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] in dat kader (mogelijk) afgelegde zogenoemde kluisverklaringen en anderzijds de (mogelijke) dubbelrol die [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] vervolgens zou spelen of zou hebben willen spelen, toen hij op 5 september 2009 samen met “J“ op het kantoor van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] zou zijn verschenen, om “J” bij te staan in diens strafzaak. De voorzieningenrechter begrijpt uit het samenstel van de woorden “onheus en/of diskwalificerend en/of onrechtmatig” dat het gevorderde verbod betrekking dient te hebben op uitlatingen waarin woorden worden gebezigd met een uitdrukkelijk negatieve betekenis dan wel lading (“sujet”,“addergebroed”), maar ook op uitingen over de hiervoor aangeduide kwestie waarin de woordkeuze een meer neutraal karakter heeft. De voorzieningenrechter begrijpt verder dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] geen verschil wil maken tussen enerzijds “onheuse” en “diskwalificerende” en anderzijds “onrechtmatige” uitlatingen, dat het gebruik van deze verschillende woorden uitsluitend verband houdt met de dubbele grondslag van de vordering en dat in alle gevallen wordt gedoeld op uitlatingen door [eiser in conventie, verweerder in reconventie] in verband met [gedaagde in conventie, eiser in reconventie]’s persoon, verband houdend met diens (mogelijke) betrokkenheid bij de strafzaak jegens “J”, een en ander zoals hiervoor aangeduid.

- rechtsoverweging 4.5.:

In het kader van zijn contractuele relatie met [eiser in conventie, verweerder in reconventie] mocht [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] verwachten dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] zich zou richten naar de voor hem geldende Gedragsregels (voor zover van toepassing op de relatie advocaat-cliënt), en niet dan op zwaarwegende gronden daarvan zou afwijken. Dit betekent dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] mocht verwachten dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] geheimhouding zou betrachten en dat hij zou zwijgen “over bijzonderheden van door hem behandelde zaken, de persoon van zijn cliënt en de aard en omvang van diens belangen” (Gedragsregel 6.1) en dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie], indien een juiste uitvoering van de hem opgedragen taak naar zijn oordeel het gebruik van zijn verkregen kennis naar buiten zou eisen, die kennis alleen zou gebruiken “voor zover de cliënt daartegen geen bezwaar (…) (zou hebben) en voor zover dit in overeenstemming (…) (zou zijn) met een goede beroepsuitoefening(Gedragsregel 6.2).

- rechtsoverweging 4.7.:

Gelet op de aangehaalde gedragsregels en hun belang in het kader van de contractuele relatie tussen [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] en [eiser in conventie, verweerder in reconventie] was het [eiser in conventie, verweerder in reconventie] (ook) in de periode na 16 juni 2009 niet toegestaan om zich jegens derden uit te laten over [gedaagde in conventie, eiser in reconventie]’s persoon. De in die periode gedane uitlatingen “onbetrouwbaar sujet” en “addergebroed” hebben niet alleen betrekking op de persoon van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie], maar zijn daarnaast gelet op de woordkeuze negatief tot zeer negatief geladen. (…) Uitlatingen als deze zijn in de relatie tussen advocaat en (ex)cliënt ongepast en leveren - in elk geval als uitgangspunt - een tekortkoming in de nakoming van de op [eiser in conventie, verweerder in reconventie] rustende contractuele verplichting tot geheimhouding op.

2.3.

Het is [eiser in conventie, verweerder in reconventie] op grond van de beslissing onder randnummer 5.1. van bedoeld vonnis verboden:

om vanaf de betekening van dit vonnis zich publiekelijk en/of in de media onheus en/of diskwalificerend uit te laten over [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] op de wijze en in de context als aangeduid in rechtsoverweging 4.2. van dit vonnis, zulks op straffe van verbeurte van een onmiddellijk opeisbare dwangsom van € 5.000,- per overtreding van bovenstaand verbod, met een maximum van € 50.000,-.

2.4.

Tegen bedoeld vonnis in kort geding is geen hoger beroep ingesteld en geen der partijen heeft ter zake van het geschil dat daarvan onderwerp was, een bodemprocedure opgestart.

2.5.

Op 26 september 2014 is een boek in de handel verschenen met de titel
“[titel boek]”. Dit boek - geschreven door [naam schrijver] en uitgegeven door Meulenhoff - bevat een biografie van [eiser in conventie, verweerder in reconventie]. Onder verwijzing naar de door hem gevolgde werkwijze, die heeft geresulteerd in een grote en rechtstreekse invloed van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] op de uiteindelijk gepubliceerde tekst, merkt de auteur op pagina 11 op: Het boek dat u nu in handen heeft, vertoont dan ook meer de trekken van een autobiografie dan van een biografie.

Onder “verantwoording en dankwoord” op pagina 297 stelt de auteur nog: Hoewel we er geen harde afspraken over hadden gemaakt, legde ik het manuscript van dit boek voor aan [eiser in conventie, verweerder in reconventie], hetgeen leidde tot een aantal correcties, aanvullingen en (taalkundige) aanpassingen.

2.6.

Op de pagina’s 162 tot en met 167 heeft de auteur een beschrijving gegeven van gebeurtenissen die zich in 2009 tussen [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] en [eiser in conventie, verweerder in reconventie] hebben afgespeeld. Daarin is onder meer opgenomen:

- op pagina 162:

Een schoolvoorbeeld van de geniepige klager die mij uit rancune het leven zuur maakte, diende zich vele jaren later aan: [gedaagde in conventie, eiser in reconventie].

- op pagina 163 laatste alinea en 164 eerste en tweede alinea:

Op 5 september 2009 stond [naam] op de stoep met iemand die zich voorstelde als [gedaagde in conventie, eiser in reconventie]. Ik dacht: verrek, is dat niet de vent die ik gezegd heb dat hij een andere advocaat moest nemen omdat hij een deal met justitie wilde sluiten? Inderdaad, dat was hem. Ik vroeg hem wat hij kwam doen. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie]. legde een dossier op tafel en in een split second zag ik passages waarin duidelijk werd dat hij had geprobeerd kroongetuige te worden. In een flits schoot door mijn hoofd: hij heeft natuurlijk [naam]. proberen te verraden.

Vermoedelijk was de deal met justitie niet doorgegaan en probeerde hij nu maatjes te worden met [naam]. om te kijken of hij daar een slaatje uit kon slaan. [naam]. had niets in de gaten. Onmiddellijk gooide ik die vent de deur uit en zei tegen J.: “Je snapt het niet, maar de man die jij als reddende engel hebt meegenomen, heb je als een stuk addergebroed aan je borst gekoesterd”. (…) Kennelijk was [gedaagde in conventie, eiser in reconventie]. zo beledigd dat ik hem de deur had gewezen, dat hij ging stoken in de pers met de beschuldiging dat ik tegenstrijdige belangen diende. (…..)

- op pagina 164 laatste alinea en het vervolg daarvan op pagina 165:

Vervolgens diende H. een klacht in tegen mij bij de Maastrichtse deken. Hierop heb ik een brief aan de deken gestuurd, die ik tevens verzond aan de media. Daarin schreef ik dat [naam]. een stuk addergebroed aan de borst had gekoesterd en dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie]. een onbetrouwbaar sujet was.

2.7.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft op 3 november 2014 de grosse van voormeld kortgedingvonnis van
6 december 2010 betekend aan [eiser in conventie, verweerder in reconventie] en bevel gedaan om binnen twee dagen € 15.000,00 aan verbeurde dwangsommen te voldoen wegens drie overtredingen van het verbod in voormeld vonnis, te weten een drietal uitlatingen in het boek “[titel boek]”.

3 Het geschil

in conventie

3.1.

[eiser in conventie, verweerder in reconventie] vordert veroordeling van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] - bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad - om de op 3 november 2014 ingezette executie te staken en gestaakt te houden op verbeurte van een dwangsom van € 10.000,00 per dag, met veroordeling van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] in de kosten van dit geding.

3.2.

[eiser in conventie, verweerder in reconventie] legt aan deze vordering - kort en voor zover van belang - het volgende ten grondslag.

Primair betwist [eiser in conventie, verweerder in reconventie] dat er dwangsommen verbeurd zijn. Hij stelt dat de passages uit het boek slechts een historische beschrijving van de gebeurtenissen uit zijn leven zijn. Deze beschrijving valt niet onder de reikwijdte van het verbod in het vonnis van 6 december 2010. Verder wijst [eiser in conventie, verweerder in reconventie] op een arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 8 april 2014 (hoger beroep van het vonnis van de voorzieningenrechter van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 19 juni 2013 in de zaak met nummer C/03/180397/KG ZA 13-179 gewezen tussen partijen) en de beslissing van het Hof van Discipline van 23 mei 2014 eveneens gewezen tussen partijen. Onderwerp van geschil bij het gerechtshof was de vermeende uitlating van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] een vuile lasteraar is. Het gerechtshof heeft geoordeeld dat een dergelijke uitlating, als die al gedaan zou zijn, niet valt onder de context van het vonnis van 6 december 2010. Gelet op de ernstige beschuldigingen van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] ten aanzien van de persoon van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] in een tweetal processen-verbaal van 8 juli 2009 mocht hij zich publiekelijk verweren. Het Hof van Discipline heeft op 23 mei 2014 geoordeeld dat er vanaf aanvang geen sprake is geweest van een normale advocaat-cliënt-relatie tussen [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] en [eiser in conventie, verweerder in reconventie]. De vordering tot staking van de executie dient beoordeeld te worden tegen de achtergrond van deze twee uitspraken.

Subsidiair betoogt [eiser in conventie, verweerder in reconventie] dat de betreffende citaten in de biografie dienen te worden beschouwd als één overtreding en hij slechts eenmaal € 5.000,00 verbeurt.

3.3.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] stelt zich op het standpunt dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] het hem opgelegde verbod bewust drie keer heeft overtreden door de volgende uitlatingen in het boek “[titel boek]”:

  • -

    “hij heeft natuurlijk [naam]. proberen te verraden” (p. 164, eerste alinea)

  • -

    “stuk adergebroed” (p. 164, tweede alinea)

  • -

    “dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie]. een onbetrouwbaar sujet was” (p. 165, eerste alinea).

[eiser in conventie, verweerder in reconventie] heeft hierdoor als advocaat de vertrouwelijkheid van de relatie met zijn ex-cliënt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] (voor de zoveelste keer) geschonden, waarmee [eiser in conventie, verweerder in reconventie] dwangsommen heeft verbeurd.

in reconventie

3.4.

Nu [eiser in conventie, verweerder in reconventie] zich (wederom) niet heeft gehouden aan het verbod dat in het vonnis van 6 december 2010 is uitgesproken, is de opgelegde dwangsom van € 5.000,00 per overtreding van het verbod blijkbaar onvoldoende prikkel om [eiser in conventie, verweerder in reconventie] te bewegen zich daaraan wel te houden, aldus [gedaagde in conventie, eiser in reconventie].

3.5.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] vordert daarom om de dwangsom die is opgelegd in bedoeld vonnis te verhogen tot € 100.000,00 voor iedere keer dat het in bedoeld vonnis gegeven verbod door [eiser in conventie, verweerder in reconventie] wordt overtreden met een maximum van € 1.000.000,00.

3.6.

[eiser in conventie, verweerder in reconventie] heeft verweer gevoerd.

4 De beoordeling

in conventie

4.1.

De voorzieningenrechter stelt voorop dat het kortgedingvonnis van 6 december 2010 gewezen is op basis van de toen bekende feiten en omstandigheden. De onderhavige vordering tot staking van de executie kan niet los gezien worden van het vonnis van
6 december 2010 en de feiten en omstandigheden waarop het is gebaseerd, maar dient tevens gebaseerd te worden op de thans bekende feiten en omstandigheden na latere datum van
6 december 2010 waaronder de uitspraak van het Hof van Discipline van 23 mei 2014.

4.2.

Het Hof van Discipline heeft in voormelde uitspraak als volgt geoordeeld.

- Na de laatste tuchtrechtelijke beslissing tegen [eiser in conventie, verweerder in reconventie] (op een klacht van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie]) is bekend geworden dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] in 2009 bij de politie ernstige beschuldigingen aan het adres van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] heeft gemaakt. [eiser in conventie, verweerder in reconventie] heeft de juistheid van die beschuldigingen weersproken en het Openbaar Ministerie heeft er nooit enig vervolg aan gegeven. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft in een e-mail van 3 december 2012 aan een journalist van De Telegraaf - herhaald bij brief van 5 december 2012 aan de Deken - betwist dat hij op 8 juli 2009 een verklaring heeft afgelegd. Dit is echter evident onwaar gebleken, waardoor de geloofwaardigheid van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] in de onderhavige tuchtzaak is aangetast.

- Op grond van de thans bekende feiten lijkt het erop dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] het gelijk aan zijn zijde had toen tijdens het gesprek met [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] van 5 september 2009 bij hem het vermoeden rees dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] niet recht door zee was. Hetzelfde geldt voor het vermoeden van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] in de afloop van dat gesprek aanleiding heeft gezien om vervolgens campagne tegen hem te gaan voeren door de pers te gaan voeden met beschadigende informatie en door tuchtrechtelijke, civielrechtelijke en strafrechtelijke initiatieven tegen [eiser in conventie, verweerder in reconventie] te gaan ontplooien.

- De verhouding tussen [eiser in conventie, verweerder in reconventie] en [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft van meet af aan niet aan de normale verhouding raadsman-cliënt in strafzaken beantwoord. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft [eiser in conventie, verweerder in reconventie] weliswaar zelf benaderd in zijn eigen strafzaak, maar hij heeft [eiser in conventie, verweerder in reconventie] vanaf het begin gewantrouwd, terwijl van een goede grond daarvoor niet is gebleken.

4.3.

De voorzieningenrechter heeft in het vonnis van 6 december 2010 bij de beoordeling van de toen voorliggende vordering (impliciet maar onmiskenbaar) de normale verhouding raadsman-cliënt voorop gesteld. Het Hof van Discipline heeft inmiddels geoordeeld dat er vanaf aanvang aan geen normale verhouding raadsman-cliënt is geweest tussen partijen door toedoen van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] zelf. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft de deugdelijkheid van de motivering van het Hof van Discipline niet ter discussie gesteld. Indien de bodemrechter tot dezelfde bevindingen komt als het Hof van Discipline, kan niet worden uitgesloten dat de bodemrechter zal oordelen dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] door het opnemen van de bewuste passages in het boek geen dwangsom(men) verbeurd heeft.

4.4.

Gelet daarop zal [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] veroordeeld worden om de op 3 november 2014 ingezette executie te staken en gestaakt te houden. Aan dit gebod zal een dwangsom gekoppeld worden van € 5.000,00 per dag met een maximum van € 50.000,00.

4.5.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] zal - als de in het ongelijk gestelde partij - veroordeeld worden tot betaling van de kosten van deze procedure, aan de zijde van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] tot op heden begroot op

- dagvaarding € 79,15

- griffierecht € 282,00

- salaris advocaat € 816,00

-------------

totaal € 1.177,15

in reconventie

4.6.

De vordering in reconventie dient - met inachtneming van hetgeen in conventie reeds is overwogen - te worden afgewezen.

4.7.

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] zal veroordeeld worden tot betaling van de kosten van deze procedure, aan de zijde van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] tot op heden begroot op € 408,00.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter:

5.1.

veroordeelt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] om de op 3 november 2014 ingezette executie te staken en gestaakt te houden op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,00 per dag met een maximum van € 50.000,00;

5.2.

veroordeelt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] tot betaling van de kosten van deze procedure, aan de zijde van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] tot op heden begroot op € 1.177,15;

5.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

5.4.

wijst het meer of anders gevorderde af;

in reconventie

5.5.

wijst de vordering af;

5.6.

veroordeelt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] tot betaling van de kosten van deze procedure, aan de zijde van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] tot op heden begroot op € 408,00.

Dit vonnis is gegeven door mr. I.M. Etman en is in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

AodK