Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2014:11151

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
19-12-2014
Datum publicatie
22-12-2014
Zaaknummer
03/659309-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een winkeldiefstal, waarbij hij na betrapping op heterdaad tegen twee personen geweld heeft gebruikt in een poging te vluchten voordat de politie ter plaatse was. Ook heeft hij samen met een ander geprobeerd vanaf een leegstaande sporthal een hoeveelheid koperen regenpijpen te stelen. Door het plegen van deze strafbare feiten heeft verdachte, zoals hij in het recente verleden al herhaaldelijk heeft gedaan, veel overlast veroorzaakt.

Rekening houdend met de ernst van de gepleegde feiten, het strafblad van verdachte en zijn weigering enige vorm van hulpverlening te accepteren, is de rechtbank, anders dan de raadsvrouw, van oordeel dat alleen een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van lange duur passend is. Zij ziet geen reden af te wijken van de door de officier van justitie gevorderde gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummer: 03/659309-14

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 19 december 2014

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats en -datum],

gedetineerd in de PI Limburg Zuid - De Geerhorst te Sittard.

Raadsvrouw is mr. C.A.M.J.M. Joosten, advocaat te Venlo.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 5 december 2014, waarbij de officier van justitie, de verdediging en de verdachte hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: een paar schoenen heeft gestolen uit een winkel en daarna geweld heeft gebruikt (primair), dan wel die schoenen heeft gestolen en iemand heeft mishandeld (subsidiair), dan wel dat hij alleen iemand heeft mishandeld (meer subsidiair);

feit 2: samen met iemand anders heeft geprobeerd koperen regenpijpen te stelen, nadat hij daarvoor over een hek was geklommen.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat zowel feit 1 primair als feit 2, met uitzondering van de tenlastegelegde inklimming, bewezen is.

3.2

Het standpunt van de verdediging

Met betrekking tot het onder feit 1 primair tenlastegelegde geweld en de onder feit 2 tenlastegelegde inklimming heeft de raadsvrouw vrijspraak bepleit. Voor het overige heeft zij zich met betrekking tot feit 1 primair en feit 2 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

3.3

Het oordeel van de rechtbank

Feit 1 primair1

Op 26 augustus 2014 is namens [betrokkene] aangifte gedaan van een diefstal met geweld, gepleegd op eerdergenoemde dag in de vestiging van [betrokkene] te Venlo. Bij deze diefstal is een paar schoenen van het merk Le Coq Sportif weggenomen.2

De getuige [getuige 1], bij [betrokkene] in Venlo werkzaam als bedrijfsleider, heeft bij verhoor door de politie verklaard dat hij op 26 augustus 2014 naar de kantine van de winkel was gegaan, nadat hij had gehoord dat een door een collega aangehouden winkeldief daar zat. Toen hij samen met een andere collega, [getuige 2], en de winkeldief in de kantine was, sloot hij de deur af zodat de winkeldief niet weg kon gaan. Op enig moment zag [getuige 1] dat de winkeldief op zijn collega [getuige 2] afliep. De winkeldief pakte haar vast en begon met kracht aan haar kleding te trekken. De broek die zij droeg, ging kapot op het moment dat de winkeldief aan haar kleding begon te trekken. [getuige 1] sprong er vervolgens tussen en wist de winkeldief naar de grond te werken. Toen hij met de winkeldief op de grond lag, arriveerde de politie. Na het incident voelde [getuige 1] een hevige pijn aan zijn buik. Een arts heeft daarna geconstateerd dat een aantal van zijn ribben gekneusd was.3

De getuige [getuige 2], werkzaam bij [betrokkene] in Venlo, heeft bij verhoor door de politie verklaard dat zij op 26 augustus 2014 in genoemde winkel als klant aanwezig was. Zij was met twee mannelijke klanten, die een winkeldief in bedwang hielden, meegelopen naar de kantine van de winkel. De klanten gingen weg toen de bedrijfsleider, [getuige 1], in de kantine arriveerde. [getuige 2] deed vervolgens de deur van de kantine dicht. Plotseling zag zij dat de winkeldief op haar afrende en om zich heen begon te slaan. Zij zag en voelde dat de winkeldief met kracht aan haar kleding en armen begon te trekken. Op enig moment zag zij dat [getuige 1] de winkeldief van haar af had getrokken en dat er tussen [getuige 1] en de winkeldief een worsteling ontstond. Uiteindelijk hield [getuige 1] de winkeldief tegen de grond, waarna de politie arriveerde. Ten gevolge van het incident is in de broek van [getuige 2] een scheur ontstaan.4

Verdachte heeft ter terechtzitting bekend dat hij op 26 augustus 2014 bij [betrokkene] in Venlo een paar schoenen van het merk Le Coq Sportif heeft weggenomen.5 Dat hij volgend op deze diefstal geweld heeft gebruikt, heeft hij zowel bij verhoor door de politie als ter terechtzitting ontkend. Anders dan de raadsvrouw is de rechtbank echter van oordeel dat deze ontkennende verklaring met betrekking tot het gebruik van geweld wordt weerlegd door de verklaringen afgelegd door de getuigen [getuige 1] en [getuige 2]. Het standpunt van de raadsvrouw dat deze verklaringen onderlinge tegenstrijdigheden bevatten en daarom niet voor het bewijs kunnen worden gebruikt, wordt verworpen, nu deze verklaringen juist op hoofdlijnen overeenkomen en slechts op ondergeschikte punten (kleine) afwijkingen vertonen.

Op grond van de aangifte en de verklaringen afgelegd door de getuigen [getuige 1] en [getuige 2], in onderlinge samenhang bezien, acht de rechtbank feit 1 primair bewezen.

Feit 26

Met de officier van justitie en de raadsvrouw acht de rechtbank feit 2, met uitzondering van de tenlastegelegde inklimming, bewezen, gelet op:

- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting;7

- de aangifte.8

3.4

De bewezenverklaring,

De rechtbank acht bewezen dat verdachte

1.

primair

op 26 augustus 2014 in de gemeente Venlo met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een paar schoenen (merk: Le Coq Sportif), toebehorende aan

[betrokkene], welke diefstal werd gevolgd van geweld tegen [getuige 2] en [getuige 1],

gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf de vlucht mogelijk te maken, welk geweld heeft bestaan uit het slaan en trekken aan en duwen en rukken aan genoemde [getuige 2] en [getuige 1];

2.

op 17 augustus 2014 in de gemeente Weert ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen vanaf een omheind terrein, gelegen aan de [adres], koperen regenpijpen toebehorende aan de gemeente Weert, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is tenlastegelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

feit 1 primair:

diefstal, gevolgd van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heter daad aan zichzelf de vlucht mogelijk te maken;

feit 2:

poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

5 De strafoplegging

5.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan verdachte een gevangenisstraf van 18 maanden op te leggen.

5.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft bepleit een deels voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, waarvan het onvoorwaardelijke deel gelijk is aan het voorarrest.

5.3

Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een winkeldiefstal, waarbij hij na betrapping op heterdaad tegen twee personen geweld heeft gebruikt in een poging te vluchten voordat de politie ter plaatse was. Ook heeft hij samen met een ander geprobeerd vanaf een leegstaande sporthal een hoeveelheid koperen regenpijpen te stelen. Door het plegen van deze strafbare feiten heeft verdachte, zoals hij in het recente verleden al herhaaldelijk heeft gedaan, veel overlast veroorzaakt.

De rechtbank neemt het verdachte in het bijzonder kwalijk dat hij geweld heeft gebruikt tegen de twee personen die hem, naar aanleiding van de diefstal, in de winkel wilden ophouden in afwachting van de politie. Een van deze beide personen heeft door toedoen van verdachte een aantal gekneusde ribben opgelopen. Het behoeft geen uitleg dat het gewelddadige gedrag van verdachte voor beiden bijzonder onaangenaam en beangstigend moet zijn geweest. Met name de winkeldiefstal gevolgd van geweld beschouwt de rechtbank dan ook als een zeer ernstig feit.

Uit het omvangrijke strafblad van verdachte blijkt dat hij in de afgelopen vijf jaar (en daarvoor) vele malen is veroordeeld voor het plegen van soortgelijke strafbare feiten en dat het ondergaan van gevangenisstraffen van lange duur en zelfs het tweemaal ondergaan van een ISD-maatregel (plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van twee jaar, opgelegd bij vonnis van 29 januari 2010 en bij vonnis van 3 augustus 2007) niet heeft geleid tot beëindiging van het patroon van recidive. Verdachte blijft volharden in het plegen van strafbare feiten om in zijn verslaving aan harddrugs te kunnen voorzien. Ondanks deze verslaving wijst verdachte elke vorm van hulpverlening resoluut af, onder meer omdat hij niet tussen verslaafden in een kliniek wil zitten. De verdachte heeft ter terechtzitting te kennen gegeven nu wel in te zien dat hij zijn levenswijze moet veranderen en met het gebruik van verdovende middelen moet stoppen. Hij verwacht dat te kunnen bereiken zonder hulp, als hij maar naar het Domus-huis terug kan keren. Dat hij ook daar temidden van verslaafden zal verblijven, zal hem, naar zijn zeggen, niet van zijn voornemen om drugsvrij te blijven, afhouden. De rechtbank heeft gezien het strafblad van de verdachte geen enkel vertrouwen in deze voornemens.

Rekening houdend met de ernst van de gepleegde feiten, het strafblad van verdachte en zijn weigering enige vorm van hulpverlening te accepteren, is de rechtbank, anders dan de raadsvrouw, van oordeel dat alleen een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van lange duur passend is. Zij ziet geen reden af te wijken van de door de officier van justitie gevorderde gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden. Deze straf zal zij dan ook aan verdachte opleggen.

6 De benadeelde partij

De benadeelde partij [getuige 1] vordert een schadevergoeding van € 442,56 ter zake van feit 1.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering volledig dient te worden toegewezen met daarbij oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De raadsvrouw is van mening dat de vordering dient te worden afgewezen wegens het ontbreken van een causaal verband tussen de schade en het tenlastegelegde geweld.

De rechtbank is van oordeel dat uit het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij, [getuige 1], door het onder 1 primair bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade is toegebracht tot het bedrag van € 442,56. De vordering is dan ook toewijsbaar.

Zoals door de benadeelde partij gevorderd, zal de rechtbank het toe te wijzen bedrag vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment van het ontstaan van de schade, te weten 26 augustus 2014.

Nu de verdachte onder meer ter zake van het onder 1 primair bewezenverklaarde strafbare feit zal worden veroordeeld en hij naar burgerlijk recht jegens het slachtoffer [getuige 1] aansprakelijk is voor de schade die door dat strafbare feit is toegebracht, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu zij het wenselijk acht dat de Staat de schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert.

7 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 24c, 36f, 45, 57, 310, 311 en 312 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

8 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

  • -

    verklaart het tenlastegelegde bewezen, zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;

  • -

    spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is tenlastegelegd;

Strafbaarheid

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;

  • -

    verklaart verdachte strafbaar;

Straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 18 maanden;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

Benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel

  • -

    veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [getuige 1], [adres getuige] van € 442,56 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 26 augustus 2014 tot aan de dag van volledige voldoening;

  • -

    veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer

[getuige 1], [adres getuige] € 442,56 te betalen, bij niet-betaling te vervangen door 8 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft, vermeerderd met de

wettelijke rente vanaf 26 augustus 2014 tot aan de dag van volledige voldoening;

- bepaalt dat bij voldoening van de schademaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.H.M. Kuster, voorzitter, mr. A.P.A. Bisscheroux en

mr. C.C.W.M. Aretz, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R.C. Smeets, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 19 december 2014.

Buiten staat

Mr. C.C.W.M. Aretz is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat

1.

hij op of omstreeks 26 augustus 2014 in de gemeente Venlo met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een paar schoenen (merk: Le Coq

Sportief), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

[betrokkene], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke

diefstal werd gevolgd van geweld tegen [getuige 2] en/of [getuige 1],

gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de

vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld heeft bestaan uit het slaan en/of trekken aan en/of duwen en/of

rukken aan genoemde [getuige 2] en/of [getuige 1];

Subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden, dat:

hij op of omstreeks 26 augustus 2014 in de gemeente Venlo met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een paar schoenen (merk: Le Coq

Sportif), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [betrokkene],

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

en

hij op of omstreeks 26 augustus 2014 in de gemeente Venlo opzettelijk

mishandelend een persoon (te weten [getuige 1]), heeft geslagen en/of

geduwd en/of ten val heeft gebracht, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of

pijn heeft ondervonden;

meer subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling

mocht of zou kunnen leiden, dat:

hij op of omstreeks 26 augustus 2014 in de gemeen=te Venlo opzettelijk

mishandelend een persoon (te weten [getuige 1]), heeft geslagen en/of

geduwd en/of ten val heeft gebracht, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of

pijn heeft ondervonden;

2.

hij op of omstreeks 17 augustus 2014 in de gemeente Weert ter uitvoering van

het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening weg te nemen vanaf een omheind terrein gelegen aan de [adres]

(nr. 5) een of meer (koperen) regenpijp(en), geheel of ten dele toebehorende

aan de gemeente Weert, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte

en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot dat omheind terrein te

verschaffen en/of die weg te nemen regenpijp(en) onder zijn/hun bereik te

brengen door middel van inklimming, met een of meer van zijn mededader(s),

althans alleen met dat oogmerk, over de omheining van dat terrein te klimmen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummer: 03/659309-14

Proces-verbaal van het voorgevallene ter openbare zitting van de enkelvoudige kamer van de rechtbank voornoemd van 19 december 2014 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats en -datum],

gedetineerd in de PI Limburg Zuid - De Geerhorst te Sittard.

Tegenwoordig:

mr. , rechter,

mr. , officier van justitie,

dhr./mevr. , griffier.

De rechter doet de zaak uitroepen.

De verdachte is niet in de zaal van de zitting aanwezig. Ter terechtzitting van 5 december 2014 heeft hij afstand gedaan van zijn recht in persoon bij de uitspraak aanwezig te zijn.

De rechter spreekt het vonnis uit.

Waarvan proces-verbaal, vastgesteld en getekend door de rechter en de griffier.

Raadsvrouw mr. C.A.M.J.M. Joosten, advocaat te Venlo.

1 De vindplaatsvermeldingen, voorkomend in de hierna opgenomen bewijsmiddelen en de motivering van de bewezenverklaring, verwijzen naar de doorlopende paginanummering in de voor eensluidend afschrift gewaarmerkte kopie van het in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde verbalisanten van Politie Eenheid Limburg opgemaakte proces-verbaal, genummerd 2014074279 d.d. 27 augustus 2014 en de als bijlagen daarbij gevoegde schriftelijke bescheiden, welke alle wettige bewijsmiddelen zijn als bedoeld in artikel 344, eerste lid jo artikel 339, eerste lid onder 5º van het Wetboek van Strafvordering.

2 Proces-verbaal van aangifte namens [betrokkene] d.d. 27 augustus 2014, bladzijde 4, 5.

3 Proces-verbaal van verhoor van de getuige [getuige 1] d.d. 27 augustus 2014, bladzijde 13, 14.

4 Proces-verbaal van verhoor van de getuige [getuige 2] d.d. 27 augustus 2014, bladzijde 15, 16.

5 De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 5 december 2014.

6 De vindplaatsvermeldingen, voorkomend in de hierna opgenomen bewijsmiddelen en de motivering van de bewezenverklaring, verwijzen naar de doorlopende paginanummering in de voor eensluidend afschrift gewaarmerkte kopie van het in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde verbalisanten van Politie Eenheid Limburg opgemaakte proces-verbaal, genummerd 2014071620-2014071805 d.d. 18 augustus 2014 en de als bijlagen daarbij gevoegde schriftelijke bescheiden, welke alle wettige bewijsmiddelen zijn als bedoeld in artikel 344, eerste lid jo artikel 339, eerste lid onder 5º van het Wetboek van Strafvordering.

7 De bekennende verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 5 december 2014.

8 De aangifte namens de gemeente Weert d.d. 18 maart 2014, bladzijde 35, 36.