Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2014:10897

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
16-12-2014
Datum publicatie
16-12-2014
Zaaknummer
03/659074-14, 03/659339-14 (t.t.z. gevoegd) en 04/850350-11 (VTVV)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vrijspraak van verkrachting; veroordeling voor diefstal met geweld; geen toepassing van het jeugdrecht; gevangenisstraf van 12 maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

parketnummers: 03/659074-14, 03/659339-14 (t.t.z. gevoegd) en 04/850350-11 (VTVV)

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 16 december 2014

in de strafzaak tegen

[naam verdachte],

geboren te [geboortegegevens verdachte],

thans gedetineerd in de PI Limburg Zuid - De Geerhorst te Sittard.

Raadslieden zijn mr. F.A. Dronkers en mr. G.G.J. Geerlings, advocaten te Roermond.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zittingen van 5 juni 2014, 27 augustus 2014, 30 september 2014 en 2 december 2014, waarbij de officier van justitie, de verdediging en de verdachte hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De op 30 september 2014 ter terechtzitting gewijzigde tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

03/659074-14

Feit 1: [naam slachtoffer 1] heeft verkracht;

Feit 2: [naam slachtoffer 1] op straat heeft beroofd en daarbij geweld heeft gebruikt;

03/659339-14

Feit 3: een fiets heeft geheeld.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft ten aanzien van de in de zaak met parketnummer 03/659074-14 onder 1 tenlastegelegde verkrachting vrijspraak gevorderd. Zij heeft daartoe aangevoerd dat uit de verklaring van slachtoffer [naam slachtoffer 1] niet is af te leiden of en zo ja welk geweld tegen haar is gebruikt. Verdachte ontkent iedere vorm van geweld. Ten aanzien van de onder 2 tenlastegelegde diefstal met geweld heeft de officier van justitie een bewezenverklaring gevorderd gelet op de aangifte en de bekennende verklaring van de verdachte.

Ten aanzien van de in de zaak met parketnummer 03/659339-14 tenlastegelegde heling van een fiets heeft zij eveneens een bewezenverklaring gevorderd, nu verdachte de fiets voor een (te) laag bedrag van een onbekende verkoper heeft gekocht en de fiets geen slot had.

3.2

Het standpunt van de verdediging

In de zaak met parketnummer 03/659074-14 hebben de raadslieden ten aanzien van de onder 1 tenlastegelegde verkrachting vrijspraak bepleit. Zij hebben daartoe gewezen op de verklaring van de verdachte, inhoudende dat er met wederzijdse instemming en tegen beloning seks is geweest tussen verdachte en [naam slachtoffer 1] en dat daarbij geen sprake is geweest van geweld of bedreiging met geweld. Dat er sprake zou zijn geweest van geweld of bedreiging met geweld blijkt evenmin uit de aangifte van [naam slachtoffer 1]. Die verklaring is voor het overige onbetrouwbaar, nu [naam slachtoffer 1] sterk onder invloed van alcohol en drugs was en zich niet kan herinneren hoe en onder welke omstandigheden de beweerdelijke verkrachting heeft plaatsgevonden. Er is derhalve onvoldoende wettig bewijs, dat bovendien overtuigingskracht ontbeert, aldus de raadslieden. Ten aanzien van de onder 2 tenlastegelegde diefstal met geweld hebben de raadslieden zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

In de zaak met parketnummer 03/659339-14 hebben zij vrijspraak bepleit. Zij hebben daartoe aangevoerd dat onvoldoende onderzoek is verricht naar factoren die voor verdachte ontlastend zouden kunnen zijn, dat de door verdachte betaalde prijs alleszins redelijk was en dat verdachte enkel uit paniek is weggerend voor de politie.

3.3

Het oordeel van de rechtbank

03/659074-14

Feit 1

Op 24 februari 2014 heeft [naam slachtoffer 1] aangifte gedaan van verkrachting gepleegd in Roermond. Verdachte heeft verklaard dat er wel seksueel contact is geweest tussen hem en [naam slachtoffer 1], maar hij ontkent dat hij haar heeft verkracht. Hij heeft dienaangaande verklaard dat [naam slachtoffer 1] een escortdame is en dat hij met haar heeft afgesproken om tegen betaling van € 50,- seks te hebben. De rechtbank overweegt dat enkel de verklaring van [naam slachtoffer 1] en de verklaring van verdachte voorhanden zijn. Sporen van tegen [naam slachtoffer 1] gepleegd geweld ontbreken en de resultaten van de zedenkits bevestigen enkel dat er seksueel contact is geweest tussen beiden zonder verder enig uitsluitsel te geven over de toedracht. De verklaring van [naam slachtoffer 1] over de wijze waarop de verkrachting zou hebben plaatsgevonden is bovendien niet eenduidig.

Op grond van het vorenstaande kan de rechtbank geen uitspraak doen over de vraag of er door verdachte bij het seksueel contact met [naam slachtoffer 1] op enige wijze geweld is gebruikt. De rechtbank zal de verdachte derhalve vrijspreken van het onder 1 tenlastegelegde.

Feit 21

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte een diefstal met geweld heeft gepleegd, gelet op:

- de aangifte van [naam slachtoffer 1]2;

- de camerabeelden3;

- de bekennende verklaring van de verdachte4.

03/659339-14

Feit 3

Op 18 december 2013 is door [naam benadeelde partij 1] aangifte gedaan van diefstal van een fiets Gazelle Chamonie, bouwjaar 2007, met framenummer GZ7601328, waarde € 500,-.

Op 3 september 2014 wordt de verdachte aangehouden terwijl hij in het bezit is van deze fiets. Verdachte heeft verklaard dat hij niet wist dat de fiets gestolen was en dat hij deze gekocht heeft van een Srilankeese jongen voor € 120,-. De jongen is de fiets bij verdachte thuis komen brengen. De fiets had geen beugelslot, maar wel een kettingslot.

Gelet op het bovenstaande staat vast dat verdachte een gestolen fiets in zijn bezit heeft gehad. De vraag die de rechtbank dient te beantwoorden is of verdachte wist of kon vermoeden dat deze fiets gestolen was. Verdachte heeft verklaard dat hij de fiets voor € 120,- heeft gekocht. Dat vindt de rechtbank voor een fiets van het betreffende type van zeven jaar oud niet een dermate lage prijs dat verdachte daaruit had moeten afleiden dat de fiets gestolen was. Dat de fiets geen beugelslot had, maar een kettingslot en dat verdachte de verkoper van de fiets niet goed kende, maakt dat niet anders. De rechtbank zal verdachte dan ook vrijspreken van het tenlastegelegde.

3.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte in de zaak met parketnummer 03/659074-14

2.

op 23 februari 2014 in de gemeente Roermond met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een jas, een handtas (met inhoud) en een GSM toebehorende aan [naam slachtoffer 1], welke diefstal werd vergezeld van geweld tegen genoemde [naam slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, welk geweld hierin heeft bestaan, dat verdachte:

- deze [naam slachtoffer 1] heeft opgetild en vervolgens op de grond laten vallen en

- genoemde [naam slachtoffer 1] meermalen heeft geschopt en

- de GSM van voornoemde [naam slachtoffer 1] uit haar handen heeft gegrist

zulks terwijl dit feit werd gepleegd op de Oranjelaan, in elk geval op de openbare weg.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid

4.1

De strafbaarheid van de feiten

Het bewezenverklaarde levert het volgende strafbare feit op:

03/659074-14 feit 2:

diefstal, vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd op de openbare weg.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

4.2

De strafbaarheid van de verdachte

Ten aanzien van de verdachte is door drs. [naam psycholoog], GZ-psycholoog een onderzoek naar de geestesvermogens van verdachte ingesteld. Van dit onderzoek heeft genoemde psycholoog een rapport opgemaakt, gedateerd 5 juli 2014. Dit rapport vermeldt als conclusie dat onderzochte ten tijde van het plegen van de aan hem in de zaak met parketnummer 03/659074-14 ten laste gelegde feiten lijdende was aan een gebrekkige ontwikkeling in de zin van een ernstige gedragsstoornis en een bedreigde persoonlijkheidsontwikkeling met narcistische en antisociale trekken. Betrokkene is erg zelfgericht en eerder berekenend dan impulsief. Hij heeft een zekere kalmte waarbij hij minder rekening houdt met de risico’s van zijn handelen. Betrokkene is en was op de hoogte van de ongeoorloofdheid van zijn handelen. De tenlastegelegde feiten kunnen hem - indien bewezen - volledig worden toegerekend.

De rechtbank verenigt zich, gelet op de daarvoor gegeven gronden, geheel met de in het rapport gegeven conclusies en maakt deze mitsdien tot de hare.

Er is ook anderszins geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid uitsluit. De verdachte is derhalve strafbaar.

5 De strafoplegging

5.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 18 maanden met aftrek van het voorarrest. Toepassing van het adolescentenstrafrecht is niet aan de orde, nu de feiten voor invoering van dat recht op 1 april 2014 zijn gepleegd.

5.2

Het standpunt van de verdediging

De raadslieden hebben verzocht om, conform het advies van de psycholoog, het jeugdstrafrecht toe te passen. Daarnaast hebben zij verzocht om een gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest op te leggen met daarbij een deels voorwaardelijke taakstraf met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarde van behandeling in de forensische polikliniek De Horst, gecombineerd met een ITB-jongvolwassenen traject onder toezicht van de jeugdreclassering, met een proeftijd van drie jaar.

5.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een diefstal met geweld. Deze diefstal is voor het slachtoffer zeer beangstigend geweest. Daarbij heeft onder andere een rol gespeeld dat een en ander zich midden in de nacht in een verlaten tunnel afspeelde. Verdachte heeft het vrouwelijke slachtoffer op de grond gegooid en tegen het hoofd geschopt. Dat is een ernstige vorm van geweld, dat al snel zeer ernstig letsel kan veroorzaken. Verdachte heeft door zijn handelen een grove inbreuk gemaakt op de lichamelijke en geestelijke integriteit van het slachtoffer. Dit soort misdrijven roept niet alleen bij het slachtoffer, maar ook in de samenleving gevoelens van afschuw, angst en onveiligheid op.

Voor het bepalen van de strafmaat heeft de rechtbank aansluiting gezocht bij de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het LOVS. Hieruit blijkt dat bij een straatroof met slechts licht geweld als uitgangspunt een gevangenisstraf van 6 maanden geldt. Gelet op het strafblad van de verdachte is er sprake van recidive ten aanzien van geweldsdelicten. Het uitgangspunt is dan een gevangenisstraf van 8 maanden. In het feit dat de verdachte tijdens de straatroof geen licht, maar zwaar geweld heeft gebruikt (schoppen tegen het hoofd van het slachtoffer) ziet de rechtbank aanleiding om van dit uitgangspunt af te wijken en een zwaardere straf op te leggen.

De raadsman heeft verzocht om overeenkomstig het advies van de psycholoog het jeugdstrafrecht toe te passen. De rechtbank overweegt dat toepassing van het adolescentenstrafrecht in casu niet aan de orde kan zijn, nu het feit vóór de inwerkingtreding van de hierop betrekking hebbende wetgeving (1 april 2014) heeft plaatsgevonden.

Omdat verdachte ten tijde van het plegen van het misdrijf 19 jaar oud was zou de rechtbank op basis van het bepaalde in artikel 77c van het Wetboek van Strafrecht wel het jeugdstrafrecht kunnen toepassen. Bij de in dat kader aan de orde zijnde ambtshalve afweging heeft de rechtbank gelet op het beeld dat zij naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van de verdachte heeft gekregen. Tevens heeft zij acht geslagen op het omtrent de persoon van verdachte opgemaakt reclasseringsadvies, waaruit naar voren komt dat er thans nog een maatregel hulp en steun loopt vanuit de Jeugdreclassering en de verklaring van jeugdreclasseerder Klinkenberg, afgelegd ter terechtzitting van 2 december 2014, inhoudende dat verdachte vóór zijn aanhouding terzake onderhavig feit goed bezig was.

Toch heeft de rechtbank na afweging van alle relevante feiten en omstandigheden omtrent de persoon van verdachte besloten om verdachte niet volgens het strafrecht voor jeugdigen te berechten. Met name de ernst van het feit en de indruk die de rechtbank van verdachte gekregen heeft vormen daartoe de aanleiding.

Alles overwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf van 12 maanden, met aftrek van voorarrest, een passende straf.

6 De benadeelde partij

De benadeelde partij [naam slachtoffer 1] vordert een schadevergoeding van € 2.431,25 als voorschot ter zake van de in de zaak met parketnummer 03/659074-14 onder 2 tenlastegelegde diefstal met geweld. Het gevorderde bedrag bestaat uit € 539,95 aan materiële schade, € 1.250,- aan immateriële schade en € 641,30 aan kosten voor rechtsbijstand.

De officier van justitie heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

De raadslieden hebben bepleit dat de barst in het telefoonscherm al aanwezig was voordat verdachte deze wegnam. Tevens hebben zij verzocht de immateriële schade te bepalen op een bedrag van € 800,-, conform vergelijkbare jurisprudentie. Voor het overige hebben zij de vordering niet betwist.

De rechtbank overweegt dienaangaande als volgt.

De vordering is voor wat betreft de materiële schade ad € 539,95 naar het oordeel van de rechtbank toewijsbaar. De benadeelde partij heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat zij door de diefstal met geweld die verdachte heeft gepleegd schade heeft geleden in de zin van schade aan jas, handtas, telefoon, sieraden en panty en dat zij make-upspullen en een telefoonhoesje is kwijtgeraakt. De raadslieden hebben de vordering enkel betwist ten aanzien van de schade aan telefoon ad € 209,95. Nu echter uit de reparatiefactuur blijkt dat [naam slachtoffer 1] de telefoon op 25 februari 2014 heeft laten repareren, twee dagen nadat het feit heeft plaatsgevonden, is de rechtbank van oordeel dat voldoende aannemelijk is dat zij haar telefoon heeft laten repareren naar aanleiding van schade, opgelopen door het onderhavige strafbare feit.

De gevorderde immateriële schade ad € 1.250,- acht de rechtbank deels toewijsbaar.

De rechtbank overweegt, gelet op het verhandelde ter terechtzitting en het dossier, dat voldoende vast staat dat [naam slachtoffer 1] immateriële schade heeft geleden. Verdachte heeft haar immers op de grond gegooid en meerdere malen geschopt. De rechtbank zal de vordering tot vergoeding van de immateriële schade echter matigen en naar billijkheid toewijzen tot een bedrag van € 800,-. De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering.

De rechtbank wijst de vordering van de benadeelde partij [naam slachtoffer 1] derhalve als voorschot toe tot een totaalbedrag van € 1.339,95 en zal voor dat bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen. Daarnaast moet verdachte tevens de kosten van rechtsbijstand betalen ad € 641,30. Voor het overige is de benadeelde partij in haar vordering niet-ontvankelijk.

7 De vordering tot tenuitvoerlegging

De officier van justitie heeft de tenuitvoerlegging gevorderd van de bij vonnis van de kinderrechter te Roermond d.d. 7 november 2011 aan verdachte opgelegde voorwaardelijke jeugddetentie van 3 weken. Ter terechtzitting van 2 december 2014 heeft de officier van justitie echter verzocht de vordering af te wijzen, nu niet duidelijk is of en zo ja in hoeverre deze voorwaardelijke straf reeds middels een eerdere vordering tot tenuitvoerlegging ten uitvoer is gelegd. De raadsman heeft eveneens verzocht de vordering af te wijzen.

De rechtbank stelt vast dat verdachte bij vonnis van de kinderrechter te Roermond d.d. 7 november 2011 met parketnummer 04/850350-11 is veroordeeld tot een voorwaardelijke jeugddetentie van drie weken met een proeftijd van twee jaar. Nu verdachte in deze proeftijd wederom strafbare feiten heeft gepleegd, heeft hij zich niet gehouden aan de voorwaarde die bij voornoemd vonnis werd bepaald. In het feit dat uit de justitiële documentatie van de verdachte lijkt te volgen dat deze voorwaardelijke straf reeds deels ten uitvoer is gelegd, en de officier van justitie hierover geen duidelijkheid kan verschaffen, ziet de rechtbank echter aanleiding om af te zien van tenuitvoerlegging. Zij zal de vordering tot tenuitvoerlegging dan ook afwijzen.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 24c, 36f, 310 en 312 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van het in de zaak met parketnummer 03/659074-14 onder 1 tenlastegelegde en het in de zaak met parketnummer 03/659339-14 tenlastegelegde;

Bewezenverklaring

  • -

    verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 3.4 is omschreven;

  • -

    spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

  • -

    verklaart dat het bewezen verklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4.1 is omschreven;

  • -

    verklaart verdachte strafbaar;

Straffen

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 12 maanden;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

Benadeelde partij

  • -

    veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [naam slachtoffer 1], p/a Kapellenlaan 40, 6041 JD Roermond als voorschot te betalen een bedrag van € 1.339,95 (dertienhonderdnegenendertig euro en vijfennegentig cent), bestaande uit € 539,95 materiële schade en € 800,- immateriële schade;

  • -

    verklaart de benadeelde partij [naam slachtoffer 1] voor het overige in haar vordering niet-ontvankelijk;

  • -

    veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij [naam slachtoffer 1] in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op € 641,30;

  • -

    legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [naam slachtoffer 1] € 1.339,95 te betalen, bij niet betaling te vervangen door 23 dagen hechtenis, met dien verstande dat de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

  • -

    bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij [naam slachtoffer 1] vervalt en omgekeerd;

Vordering tenuitvoerlegging

- wijst de vordering af.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.V. Pelsser, voorzitter, mr. R.A.J. van Leeuwen en

mr. J.M.E. Kessels, rechters, in tegenwoordigheid van mr. K. Mahovic, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 16 december 2014.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is in de zaak met parketnummer 03/659074-14 ten laste gelegd dat

1.

hij op of omstreeks 23 februari 2014 in de gemeente Roermond door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [naam slachtoffer 1] heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [naam slachtoffer 1] en bestaande dat geweld en/of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte

  • -

    de telefoon van die [naam slachtoffer 1] uit haar handen heeft gegrist/gepakt, die telefoon onder zich heeft genomen en/of

  • -

    de tas en/of de laarzen van [naam slachtoffer 1] onder zich heeft genomen en/of

  • -

    met de spullen van die [naam slachtoffer 1] is weggerend en/of

  • -

    nadat die [naam slachtoffer 1] vervolgens verdachte heeft gevraagd wat hij voor de spullen wilde/moest hebben

  • -

    (vervolgens) om geld heeft gevraagd en/of

  • -

    (vervolgens) tegen haar heeft gezegd “dan wil ik seks, dan moet jij nu jouw kleren uitdoen” en/of

  • -

    haar kleren heeft uitgedaan en/of

  • -

    aldus voor die [naam slachtoffer 1] een dwingende situatie heeft doen ontstaan.

2.

hij op of omstreeks 23 februari 2014 in de gemeente Roermond met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een jas, een handtas (met inhoud) en/of een GSM, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen genoemde [naam slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin heeft bestaan, dat genoemde verdachte:

- deze [naam slachtoffer 1] heeft opgetild en (vervolgens) op de grond laten vallen en/of

- genoemde [naam slachtoffer 1] (meermalen) heeft geschopt en/of

- de GSM van voornoemde [naam slachtoffer 1] uit haar handen heeft gegrist

zulks terwijl dit feit werd gepleegd op de Oranjelaan, in elk geval op de openbare weg.

Aan de verdachte is in de zaak met parketnummer 03/659339-14 ten laste gelegd dat

hij in of omstreeks de periode van 18 december 2013 tot en met 3 september 2014 te Roermond, althans in Nederland, een fiets (merk Gazelle) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van deze fiets wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

parketnummers: 03/659074-14, 03/659339-14 (t.t.z. gevoegd) en 04/850350-11 (VTVV)

proces-verbaal van het voorgevallene ter openbare zitting van de enkelvoudige kamer van de rechtbank voornoemd van 16 december 2014 in de zaak tegen:

[naam verdachte],

geboren te [geboortegegevens verdachte],

thans gedetineerd in de PI Limburg Zuid - De Geerhorst te Sittard.

Tegenwoordig:

mr. , rechter,

mr. , officier van justitie,

dhr./mevr. , griffier.

De rechter doet de zaak uitroepen.

De verdachte is in de zaal van de zitting aanwezig.

De rechter spreekt het vonnis uit en geeft de verdachte kennis dat hij daartegen binnen 14 dagen hoger beroep kan instellen.

Waarvan proces-verbaal, vastgesteld en getekend door de rechter en de griffier.

Raadslieden zijn mr. F.A. Dronkers en mr. G.G.J. Geerlings, advocaten te Roermond.

1 Voor zover de in het vonnis vermelde feiten en omstandigheden door de rechtbank redengevend worden geacht voor de bewezenverklaring van het tenlastegelegde, wordt hierna in de voetnoten verwezen naar de wettige bewijsmiddelen waaraan de rechtbank deze feiten en omstandigheden ontleent. Tenzij anders aangegeven, maken deze bewijsmiddelen deel uit van het proces-verbaal met registratienummer PL 2379-2014016326 van de politie Eenheid Limburg, regionale recherche, dat is doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 170 en in de wettelijke vorm is opgemaakt.

2 Het proces-verbaal aangifte van [naam slachtoffer 1], pagina 97 en 101-103.

3 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 61.

4 De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 30 september 2014.