Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2014:10872

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
17-12-2014
Datum publicatie
31-12-2014
Zaaknummer
3179649 CV EXPL 14-7166
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vordering van netbeheerder Enexis. Hennepkwekerij. Veelvoorkomende verweren worden gepasseerd.

In woning die gedaagde huurde is een hennepkwekerij aangetroffen. De afgenomen elektriciteit werd niet op de kWh-meter in de woning geregistreerd. Vast is komen te staan dat de elektriciteitsaansluiting ten tijde van het ontdekken van de hennepkwekerij op naam van gedaagde stond. De kantonrechter is van oordeel dat er een aansluit- en transportovereenkomst tussen netbeheerder Enexis en gedaagde tot stand is gekomen. Door onvoldoende invulling te geven aan zijn zorgplicht is gedaagde toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit die overeenkomst. “Cascadeverweer” van gedaagde wordt gepasseerd. Enexis kan in casu volstaan met het leveren van bewijs van feiten en/of omstandigheden die de afgenomen hoeveelheid elektriciteit voldoende aannemelijk maken. Voldoende aannemelijk is dat er (minimaal) één eerdere oogst is geweest. De verweren van gedaagde ten aanzien van de post werkzaamheden fraude-inspecteur en van de post administratiekosten worden eveneens gepasseerd. Vordering van Enexis wordt geheel toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: 3179649 CV EXPL 14-7166

MD

Vonnis van de kantonrechter van 17 december 2014

in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ENEXIS B.V.,

gevestigd en kantoorhoudend te ’s-Hertogenbosch,

eisende partij,
gemachtigde mr. G.E.M.C. Reinartz, advocaat te Eindhoven

tegen:

[gedaagde],

wonend [adres 1],

[woonplaats 1],

gedaagde partij,

gemachtigde mr. E.J.L. van de Glind, advocaat te Heerlen

Partijen zullen hierna Enexis respectievelijk [gedaagde] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- een exploot van dagvaarding met producties;

- een conclusie van antwoord;

- een conclusie van repliek met producties;

- een conclusie van dupliek.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald, waarvan de uitspraak nader op vandaag gesteld is.

2 De feiten

2.1.

Tussen partijen staat, als enerzijds gesteld en anderzijds niet althans onvoldoende gemotiveerd weersproken en voor zover voor de beoordeling van belang, het volgende vast.

2.2.

Op 23 november 2011 is in een woning aan de [adres 2] te [woonplaats 2] (hierna: de woning) een hennepkwekerij aangetroffen. De hennepkwekerij was op dat moment nog in gebruik. In de woning waren drie ruimtes voor het telen van hennepplanten ingericht.

2.3.

[gedaagde] huurde de woning krachtens op 17 maart 2011 ingegane huurovereenkomst van [naam].

2.4.

In de meterkast van de woning was een aftakking op de aansluitkabel vóór de kWh-meter gemaakt, waardoor de afgenomen elektriciteit niet op de teller van de kWh-meter werd geregistreerd.

2.5.

De politierechter te Maastricht heeft [gedaagde] op 16 april 2014 – bij vonnis op tegenspraak – veroordeeld voor betrokkenheid (medeplichtigheid) bij hennepteelt op het adres [adres 2] te [woonplaats 2]. Voor de ten laste gelegde diefstal van elektriciteit is [gedaagde] vrijgesproken. Het vonnis van de politierechter is inmiddels onherroepelijk.

3 Het geschil

3.1.

Enexis vordert, mede tegen de achtergrond van de hiervoor weergeven feiten, om [gedaagde] – bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad – te veroordelen tot betaling aan haar van een bedrag van € 5.166,16, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 23 november 2011 tot aan de datum van algehele voldoening en met veroordeling van [gedaagde] tot betaling van de kosten van dit geding.

3.1.1.

Het bedrag van € 5.166,16 is als volgt door Enexis gespecificeerd:

- berekend verbruik: € 3.981,17;

- capaciteitstarief: € 187,14;

- administratiekosten: € 337,25;

- kosten afsluiting (binnen): € 45,60;

- kosten werkzaamheden monteur: € 291,00;

- kosten werkzaamheden fraude-inspecteur: € 324,00.

3.2.

Enexis heeft haar vordering primair gegrond op een met [gedaagde] gesloten (aansluit- en transport)overeenkomst. Nu gebleken is dat met de elektriciteitsaansluiting van de woning is gefraudeerd, is [gedaagde] toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van de verplichtingen uit de bestaande overeenkomst, aldus Enexis. Subsidiair legt Enexis aan haar vordering ten grondslag dat er sprake is van een jegens haar door [gedaagde] gepleegde onrechtmatige daad.

3.3.

[gedaagde] voert verweer.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

[gedaagde] heeft als verweer aangevoerd dat hij “geen overeenkomst heeft gesloten”. In zijn conclusie van antwoord lijkt [gedaagde] zowel te willen betogen dat hij geen overeenkomst met Enexis (de netbeheerder) is aangegaan als dat hij geen overeenkomst met een leverancier van elektriciteit heeft gesloten. Uit punt 2 van de conclusie van dupliek (waarin [gedaagde] het standpunt “hanteert” dat er tussen partijen geen sprake is van een overeenkomst) in samenhang bezien met het verweer onder punt 3 van de conclusie van dupliek (waarin [gedaagde] betwist dat er sprake is van een overeenkomst tussen hem en Enexis), begrijpt de kantonrechter dat [gedaagde] als verweer heeft gehandhaafd dat hij geen overeenkomst met Enexis als netbeheerder is aangegaan. Ter onderbouwing van dit verweer heeft [gedaagde] verwezen naar een vonnis van de rechtbank Maastricht, sector civiel recht, van 25 mei 2011 (vindplaats: ECLI:NL:RBMAA:2011:BR0200).

4.1.1.

De kantonrechter is van oordeel dat het feitelijk afnemen van elektriciteit in de woning bij Enexis het gerechtvaardigde vertrouwen heeft gewekt dat [gedaagde] een aansluit- en transportovereenkomst met Enexis heeft willen aangaan. [gedaagde] kon immers slechts elektriciteit afnemen door gebruik te maken van een aansluiting op het door Enexis beheerde elektriciteitsnet, terwijl ook de (niet langer voldoende gemotiveerd betwiste) levering van elektriciteit door de energieleverancier slechts mogelijk is door middel van transport door Enexis als netbeheerder. Als enerzijds gesteld en anderzijds niet weersproken staat tussen partijen vast dat Enexis de enige netbeheerder is in het gebied waarin de woning is gelegen.

Door het feitelijk afnemen van elektriciteit via de door Enexis ter beschikking gestelde aansluiting is derhalve – al dan niet impliciet – een aansluit- en transportovereenkomst tussen Enexis en [gedaagde] tot stand gekomen. De verwijzing naar het vonnis van 25 mei 2011 kan [gedaagde] niet baten, nu het gerechtshof ’s-Hertogenbosch in zijn arrest van 5 augustus 2014 eerstgenoemd vonnis heeft vernietigd. Evenmin zijn door [gedaagde] bijzondere omstandigheden aangevoerd die afwijking van dit arrest van het gerechtshof en de daaraan ten grondslag liggende motivering op dit punt rechtvaardigen.

4.2.

Doordat [gedaagde] met Enexis een overeenkomst is aangegaan, staan zij ten opzichte van elkaar in een verhouding die wordt beheerst door de beginselen van redelijkheid en billijkheid. Deze beginselen brengen in de gegeven omstandigheden mee dat een afnemer van energie een zorgplicht in acht dient te nemen met betrekking tot de op zijn naam geregistreerd staande elektriciteitsvoorziening. Bij conclusie van antwoord heeft [gedaagde] betwist dat de elektriciteitsaansluiting ten tijde van het ontdekken van de hennepkwekerij op zijn naam stond. Dit verweer wordt gepasseerd. Aangezien Enexis dit verweer bij repliek onder verwijzing naar relevante producties gemotiveerd heeft weersproken, had van [gedaagde] mogen worden gevergd zijn verweer bij dupliek nader te concretiseren en te onderbouwen. Nu [gedaagde] dit evenwel heeft nagelaten, staat daarmee tussen partijen vast dat de elektriciteitsaansluiting op 23 november 2011 op naam van [gedaagde] stond. Door [gedaagde] is niet weersproken dat hij tekort is geschoten in de nakoming van uit de aansluit- en transportovereenkomst voortvloeiende verplichtingen, zodat ook dit tussen partijen vaststaat. Die tekortkoming kan ook aan [gedaagde] worden toegerekend. Meer in het bijzonder is niet door [gedaagde] betwist dat in de meterkast van de woning een aftakking op de aansluitkabel vóór de kWh-meter was gemaakt, waardoor de afgenomen elektriciteit niet op de teller van de kWh-meter werd geregistreerd (zie rechtsoverweging 2.4.). Gesteld noch gebleken is dat [gedaagde] voldoende toezicht heeft gehouden (of doen houden) op de elektriciteitsvoorziening in de woning om illegale handelingen aan de kWh-meter te voorkomen dan wel de illegale situatie te beëindigen, terwijl dit wel op zijn weg had gelegen gezien zijn uit de aansluit- en transportovereenkomst voortvloeiende zorgplicht jegens Enexis.

4.2.1.

Nu [gedaagde] door onvoldoende invulling te geven aan zijn zorgplicht toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit de tussen partijen bestaande aansluit- en transportovereenkomst, is [gedaagde] op die grond aansprakelijk voor de door Enexis als gevolg van de elektriciteitsfraude in de woning geleden schade. Dat de hiervoor in rechtsoverweging 2.5. weergegeven veroordeling van [gedaagde] door de politierechter op 16 april 2014 tot een ander oordeel zou moeten of kunnen leiden, is niet door [gedaagde] aangevoerd.

4.3.

Volgens [gedaagde] is er helemaal geen sprake van schade, althans kan de omvang daarvan niet worden bepaald. Ter onderbouwing daarvan heeft hij verwezen naar het zogenoemde “cascademodel”. Kort gezegd komt dit model erop neer dat netbeheerders (waaronder Enexis) in hun aan de leveranciers van elektriciteit in rekening te brengen prijzen een component opnemen voor – op grond van hun ervaring in voorgaande jaren te verwachten – netverliezen, die onder andere door fraudes als de onderhavige worden veroorzaakt. Hierdoor is schade waarvan de vergoeding wordt gevorderd, reeds vergoed of bestaat deze niet, aldus [gedaagde].

4.3.1.

Vooropgesteld wordt dat dit verweer van [gedaagde] is gegrond op de aanname dat er sprake moet zijn van een onrechtmatige daad (in welk geval volgens [gedaagde] alleen de daadwerkelijke schade hoeft te worden vergoed). Nu in dit geval sprake is van een toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de zijde van [gedaagde], wordt aan de beoordeling van de subsidiaire grondslag van de vordering van Enexis (de onrechtmatige daad) niet toegekomen. In zoverre kan aan de beoordeling van dit “cascadeverweer” van [gedaagde] dan ook niet worden toegekomen. Zelfs indien in deze zaak geoordeeld zou zijn dat er sprake was van een onrechtmatige daad van [gedaagde] jegens Enexis, zou de redenering van [gedaagde] niet worden gevolgd. Consequentie van aanvaarding van zijn “cascadeverweer” zou zijn dat iemand die jegens een derde onrechtmatig handelt en daardoor schade veroorzaakt, niet de verplichting zou hebben om het bij die derde veroorzaakte nadeel te vergoeden indien die derde het risico van dat nadeel – in zijn algemeenheid – heeft “afgedekt”. Dit zou meebrengen dat het in dat geval vrijstaat om in concreto nadeel te veroorzaken waarvan in abstracto een vergoeding is ingecalculeerd, in een prijs die nota bene niet tussen deze partijen maar tussen de benadeelde en een derde is overeengekomen. De kantonrechter is – evenals het vonnis van zijn ambtgenoot van 1 februari 2012 waarnaar Enexis bij repliek heeft verwezen – van oordeel dat deze absurde consequentie niet in rechte kan worden aanvaard. Zelfs indien aan de beoordeling van het “cascadeverweer” zou zijn toegekomen, zou dit verweer dus zonder meer door de kantonrechter zijn verworpen.

4.4.

De kantonrechter komt toe aan de beoordeling van de omvang van de schade. Enexis is voor haar berekening van de schade uitgegaan van één eerdere oogst. [gedaagde] betwist dat er sprake is geweest van één eerdere oogst. De overgebleven stekjes en plantenresten werden volgens hem niet gebruikt in de aangetroffen plantage.

4.4.1.

De bewijslast ter zake van de omvang van de illegaal afgenomen elektriciteit rust volgens de hoofdregel van art. 150 Rv in beginsel op Enexis. Aan het bewijs van de omvang van de energieafname mogen in een geval als dit, waarin het enige controlemiddel van Enexis, de kWh-meter, (mede) door toedoen van [gedaagde] buiten werking is gesteld, geen al te zware eisen worden gesteld. Enexis kan volstaan met het leveren van bewijs van feiten en/of omstandigheden die de afgenomen hoeveelheid elektriciteit voldoende aannemelijk maken.

4.4.2.

In het als productie 2 bij exploot van dagvaarding overlegde politierapport (berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij) staat onder meer:

Potgrond/wortelresten

In ruimte 8, zijnde een gang aan de rechterzijde van het pand, was een aantal (vuilnis)zakken met potgrond aangetroffen. In deze potgrond bevonden zich gebruikte stekblokjes/rondjes en wortelresten. Verder hadden diverse stukken samengeperste potgrond dezelfde vorm en inhoud als de lege potten die in de kwekerij waren aangetroffen. Aannemelijk is dat deze potgrond zich in een eerder stadium in deze potten had bevonden”.

Voorts heeft Enexis bij repliek voldoende gemotiveerd toegelicht waarom zij op basis van de ervaringen van de fraude-inspecteur en de politie tot de conclusie is gekomen dat er sprake is geweest van minimaal één eerdere oogst van de hennepplantage in de woning. Hetgeen [gedaagde] daartegenover heeft gesteld, is te algemeen en te onvoldoende onderbouwd om aan de juistheid van de ervaringen van de fraude-inspecteur en de politie te gaan twijfelen, zeker als dat in samenhang wordt bezien met het hiervoor geciteerde deel uit het politierapport. De conclusie is dan ook dat er zonder meer van uitgegaan kan worden dat er (minimaal) één eerdere oogst van de hennepplantage in de woning is geweest.

4.4.3.

[gedaagde] heeft de in het exploot van dagvaarding weergeven gespecifieerde berekening van het verbruik voor het overige niet weersproken, zodat het hiervoor door Enexis becijferde bedrag van € 3.981,17 (exclusief btw en exclusief energiebelasting) toewijsbaar is. De posten capaciteitstarief ad € 187,14, kosten afsluiting (binnen) ad € 45,60 en kosten werkzaamheden monteur ad € 291,00 zijn niet door [gedaagde] weersproken en behoren mitsdien te worden toegewezen.

4.4.4.

Wat resteert, is de beoordeling van de post werkzaamheden fraude-inspecteur (ad

€ 324,00) en van de post administratiekosten (ad € 337,25).

Het betoog van [gedaagde] dat ook de werkzaamheden van de fraude-inspecteur onder de post administratiekosten moeten worden geschaard, kan niet worden gevolgd. De opgevoerde werkzaamheden van de fraude-inspecteur moeten immers worden aangemerkt als kosten in de zin van art. 6:96 lid 2 aanhef en onder b BW. De vraag is derhalve of deze kosten als redelijke kosten in de zin van dit artikellid voor vergoeding in aanmerking komen. Bij repliek heeft Enexis nader toegelicht dat de fraude-inspecteur in totaal drie uur werkzaamheden heeft verricht tegen een uurtarief van € 108,00. Dit tarief volgt uit het tarievenboek (waarvan één pagina als productie 21 is overgelegd), zodat de stelling van [gedaagde] dat dit bedrag nergens op gebaseerd is, geen hout snijdt. Uit de overgelegde uitdraai van het tarievenboek blijkt dat in de periode waarin de hennepkwekerij werd aangetroffen, een uurtarief voor een inspecteur (avond) werd gehanteerd van € 108,00. Voorts heeft Enexis bij repliek nader toegelicht welke werkzaamheden de fraude-inspecteur gedurende die drie uur heeft verricht. Naar het oordeel van de kantonrechter zijn de aldus bij [gedaagde] in rekening gebrachte kosten redelijk te noemen, zodat het bedrag van € 324,00 toewijsbaar is.

Anders dan [gedaagde] heeft gesteld, is het bedrag van € 337,25 aan administratiekosten wel degelijk nader door Enexis gespecifieerd. Daartoe wordt kortheidshalve verwezen naar randnummer 14 in het exploot van dagvaarding. [gedaagde] miskent met zijn verweer dat de hier opgevoerde administratieve werkzaamheden en daaruit voortvloeiende kosten als gevolg van de geconstateerde elektriciteitsfraude in de woning noodzakelijk zijn geworden. Dat de kosten van de door Enexis opgerichte fraudeafdeling naar rato van de geconstateerde fraude worden omgeslagen over de fraudeurs, komt de kantonrechter niet onredelijk voor. De hoogte van de administratiekosten acht de kantonrechter eveneens redelijk, nu met de administratieve werkzaamheden ten gevolge van de geconstateerde fraude geruime tijd gemoeid zal zijn geweest. Het bedrag van € 337,25 wordt toegewezen.

4.4.5.

De conclusie uit het vorenstaande is dat wordt toegewezen:

- berekend verbruik: € 3.981,17;

- capaciteitstarief: € 187,14;

- kosten afsluiting (binnen): € 45,60;

- kosten werkzaamheden monteur: € 291,00;

- kosten werkzaamheden fraude-inspecteur: € 324,00;

- administratiekosten: € 337,25;

Totaal: € 5.166,16.

4.5.

Dat de wettelijke rente met ingang van 23 november 2011 toewijsbaar is, is niet door [gedaagde] weersproken. Vanaf die datum zal de wettelijke rente dan ook worden toegewezen.

4.6.

[gedaagde] dient als de geheel in het ongelijk gestelde partij tevens te worden verwezen in de proceskosten. De kosten voor bevraging GBA zijn slechts toewijsbaar tot een bedrag van

€ 1,63 (zonder btw) per uittreksel, nu niet gesteld en onderbouwd is dat hiervoor hogere kosten dan voornoemd bedrag zijn gemaakt. De kosten aan de zijde van Enexis worden begroot op:
- exploot van dagvaarding: € 77,52

- kosten GBA-bevraging: € 1,63

- griffierecht: € 462,00
- salaris gemachtigde: € 500,00 (2 x € 250,00)

Totaal: € 1.041,15

5 De beslissing

De kantonrechter,

5.1.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Enexis van de somma van € 5.166,16, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 23 november 2011 tot aan de datum van algehele voldoening;

5.2.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten, die aan de zijde van Enexis begroot zijn op € 1.041,15;

5.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

5.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.W.M.A. Staal en is in het openbaar uitgesproken.