Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2014:10640

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
09-12-2014
Datum publicatie
10-02-2015
Zaaknummer
3495330 CV EXPL 14-10954
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

---

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2015-0141
AR 2015/221

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: 3495330 CV EXPL 14-10954

MD

Vonnis van de kantonrechter in kort geding van 9 december 2014

in de zaak van:

[eiseres] ,

wonend op een geheim adres,

eisende partij,

gemachtigde mr. E.P. Koevoets, advocaat te Almere

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

GAME PALACE B.V.,

(statutair) gevestigd te Valkenburg aan de Geul,

gedaagde partij,

aanvankelijk vertegenwoordigd door haar directeur dhr. [naam directeur], thans bijgestaan door mr. H.A.M.J. Loeffen, advocaat te Geldrop

Partijen zullen hierna [eiseres] en Game Palace genoemd worden.

1 Het procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- een exploot van dagvaarding met producties;

- de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling op 27 oktober 2014, waarbij de zaak is aangehouden teneinde partijen in de gelegenheid te stellen een minnelijke regeling te treffen;

- een brief met producties van 13 november 2014 van de gemachtigde van [eiseres];

- een brief van 14 november 2014 waarin mr. Loeffen – onder meer – zich als gemachtigde van Game Palace heeft gesteld;

- een brief van de griffier van 17 november 2014;

- een brief van de gemachtigde van Game Palace van 28 november 2014 waaruit volgt dat geen minnelijke regeling tussen partijen is bereikt en waarin Game Palace zich refereert aan het oordeel van de kantonrechter.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald, waarvan de uitspraak op vandaag gesteld is.

2 De feiten

2.1.

Tussen partijen staat, als enerzijds gesteld en anderzijds niet althans onvoldoende gemotiveerd weersproken, het volgende vast.

2.2.

[eiseres], geboren op [geboortedatum], is op 1 april 2006 krachtens arbeidsovereenkomst bij Game Palace in dienst getreden als algemeen medewerkster, tegen een loon van laatstelijk € 3.301,41 bruto per maand, exclusief vakantiebijslag.

2.3.

Per 1 februari 2013 is [eiseres] wegens ziekte arbeidsongeschikt geworden, in welke situatie sedertdien geen wijziging gekomen is.

2.4.

[eiseres] en dhr. [naam directeur], directeur van Game Palace, hebben een affectieve relatie gehad. Deze relatie is inmiddels beëindigd.

3 Het geschil

3.1.

[eiseres] vordert, mede tegen de achtergrond van de hiervoor weergegeven feiten, om Game Palace – bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad – te veroordelen:

I. tot betaling van het achterstallige loon van € 2.310,99 bruto per maand (zijnde 70%

van € 3.301,41 bruto per maand) over de maanden juli, augustus en september 2014;

II. tot betaling van een bedrag van € 3.169,35 aan onbetaald gelaten vakantiebijslag over de periode 1 juni 2013 tot 1 juni 2014;

III. tot tijdige betaling van het loon voor elke maand dat de arbeidsovereenkomst voortduurt;

IV. tot betaling van de maximale wettelijke verhoging ex art. 7:625 BW over de hiervoor onder I. en II. genoemde bedragen vanaf het moment dat deze bedragen opeisbaar zijn;

V. tot betaling van de wettelijke rente over de hiervoor onder I. tot en met III. genoemde bedragen vanaf de dag dat die bedragen verschuldigd zijn;

VI. tot verstrekking aan [eiseres] van alle loonspecificaties en jaaropgaven sinds 1 april 2006 binnen een week na betekening van het in dezen te wijzen vonnis, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 250,00 per dag of dagdeel dat Game Palace hiermee in gebreke blijft;

VII. tot betaling van de kosten van dit geding en de nakosten.

3.2.

De grondslagen van de vorderingen van [eiseres] vloeien voort uit de hiervoor onder rechtsoverweging 3.1. weergegeven vorderingen.

3.3.

Voor zover Game Palace verweer heeft gevoerd zal daarop hierna, voor zover nodig, nader worden ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

De vorderingen van [eiseres] tot betaling van het achterstallige loon (inclusief de daarmee samenhangende nevenvorderingen) zijn naar hun aard spoedeisend.

4.2.

Om een voorziening te kunnen treffen als gevorderd, moet van tevoren worden vastgesteld of er een reële kans bestaat dat [eiseres] het gelijk aan haar zijde zal krijgen als één van de partijen een bodemprocedure begint. Daarvoor is deze kortgedingprocedure bedoeld. Daarbij dient de kantonrechter uit te gaan van de feiten met de beperkte onderzoeksmogelijkheden die het kort geding hem biedt, aangezien formele bewijslevering in deze procedure in beginsel niet plaatsvindt.

4.3.

Ter zitting heeft Game Palace aangevoerd dat zij het loon van [eiseres] niet heeft betaald omdat [eiseres] niet aan haar re-integratieverplichtingen heeft voldaan.

4.3.1.

Bij brief van 13 november 2014 heeft de gemachtigde van [eiseres] nog een aantal nadere producties ingediend. De gemachtigde van Game Palace is daar in zijn brief van 28 november 2014 niet meer op ingegaan. Uit die brief van 13 november 2014 met producties blijkt dat [eiseres] sinds 1 februari 2013 tot en met 5 november 2014 (de datum waarop de bedrijfsarts van ArboVitale naar aanleiding van een verzoek van de gemachtigde van [eiseres] per e-mailbericht heeft gereageerd) vier spreekuurafspraken heeft gemist. Op elf afspraken met de bedrijfsarts gedurende die periode is zij wel verschenen.

4.3.2.

In art. 7:629 lid 6 BW is bepaald dat de werkgever het loon mag opschorten wanneer hij niet in de gelegenheid wordt gesteld te (doen) controleren of de werknemer wel recht heeft op loon. Dit opschortingsrecht is bedoeld als drukmiddel om de werknemer ertoe te bewegen om de controlevoorschriften van de werkgever na te leven (wanneer de werkgever van mening is dat de werknemer de controlevoorschriften niet of onvoldoende opvolgt). Voor zover het verweer van Game Palace al moet worden opgevat als een beroep op dit zesde lid van art. 7:629 BW, kan dat verweer geen stand houden. Nu zulks niet is weersproken, is voldoende aannemelijk dat [eiseres] in de periode van 1 februari 2013 tot en met 5 november 2014 vier afspraken bij de bedrijfsarts heeft gemist, maar dat zij in die periode op elf spreekuren wel is verschenen. Zonder nadere toelichting, die evenwel niet is gegeven, is niet aannemelijk dat Game Palace gerechtigd was om het loon van [eiseres] op te schorten wegens het missen van die vier afspraken bij de bedrijfsarts. Bovendien is de werkgever op grond van lid 7 van art. 7:629 BW verplicht om de werknemer de reden van de opschorting van het loon binnen een redelijke termijn mee te delen onder gelijktijdige aankondiging van de maatregel als zodanig. Van een dergelijke mededeling is evenwel niet gebleken.

4.3.3.

In art. 7:629 BW lid 1 is het recht op loon bij ziekte geregeld. In art. 7:629 lid 3 staan de gevallen opgesomd waarin er géén loonbetalingsverplichting voor de werkgever bestaat. Voor zover het verweer van Game Palace moet worden begrepen als een beroep op het bepaalde in art. 7:629 lid 3 BW, kan ook dat verweer niet slagen. Game Palace heeft namelijk in het geheel niet toegelicht en onderbouwd dat [eiseres] geen recht op doorbetaling van het loon heeft omdat er sprake zou zijn van een situatie die in lid 3 van art. 7:629 BW is beschreven. Ook hier geldt dat een mededeling van Game Palace aan [eiseres] over de reden van niet-betalen van het loon ontbreekt (art. 7:629 lid 7 BW.

4.3.4.

De conclusie uit het vorenstaande is dat het verweer van Game Palace faalt.

4.4.

Verder heeft Game Palace nog aangevoerd dat zij niet aan de vorderingen van [eiseres] kan voldoen wegens betalingsonmacht. Deze betalingsonmacht kan niet aan [eiseres] worden tegengeworpen en ontslaat Game Palace niet van haar (betalings)verplichtingen jegens [eiseres] uit de arbeidsovereenkomst.

4.5.

Geconcludeerd wordt dan ook dat de onder I. weergegeven vordering toewijsbaar is. De vordering onder II. ligt als niet weersproken eveneens voor toewijzing gereed. De vordering ziet op toekomstige loonbetalingen, zodat deze niet voor toewijzing in kort geding in aanmerking komt. Wel wordt opgemerkt dat Game Palace natuurlijk loon c.a. verschuldigd blijft. Ingevolge art. 7:629 lid 1 BW beslaat de verplichting tot doorbetaling van 70% van het naar tijdruimte vastgestelde loon van de zieke werknemer – in beginsel – een tijdvak van 104 weken. Uiteraard bestaat die verplichting alleen voor zover de risicoverdeling ten aanzien van niet-verrichten van de arbeid blijft zoals deze op dit moment ingeschat wordt. De vordering onder IV. (wettelijke verhoging ex art. 7:625 BW) is niet weersproken en zal op hierna in het dictum te bepalen wijze worden toegewezen over de achterstallige loonbetalingen. Ook de wettelijke verhoging over de vakantiebijslag is toewijsbaar. De onder V. gevorderde wettelijke rente is niet weersproken en zal op hierna in het dictum te bepalen wijze worden toegewezen. De kantonrechter merkt daarbij op dat de wettelijke rente niet over de wettelijke verhoging gevorderd is en dus ook niet toegewezen wordt.

4.6.

De vordering onder VI. zal worden afgewezen, nu [eiseres] niet heeft geconcretiseerd en gespecifieerd welke loonspecificaties (en jaaropgaven) niet aan haar zouden zijn verstrekt. [eiseres] heeft bij exploot van dagvaarding namelijk diverse loonspecificaties overgelegd, zodat van haar had mogen worden gevergd concreet te duiden welke specificaties en/of opgaven niet aan haar zouden zijn verstrekt. Evenmin kan zonder nadere toelichting, die ontbreekt, worden ingezien welk spoedeisend belang zij heeft bij afgifte van alle loonspecificaties en jaaropgaven vanaf 1 april 2006.

4.7.

Game Palace zal, als de overwegend in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld tot betaling van de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van [eiseres] worden begroot op:

exploot van dagvaarding: € 93,80

griffierecht: € 219,00

salaris gemachtigde: € 400,00

totaal: € 712,80

4.7.1.

De gevorderde nakosten zullen op hierna in het dictum weer te geven wijze worden toegewezen.

5 De beslissing

De kantonrechter als voorzieningenrechter in kort geding,

5.1.

veroordeelt Game Palace tot betaling aan [eiseres] van het achterstallige loon over de maanden juli 2014, augustus 2014 en september 2014 naar € 2.310,99 bruto per maand, te vermeerderen met de maximale wettelijke verhoging ex art. 7:625 BW en de wettelijke rente ex art. 6:119 BW over dit achterstallige loon (zonder de wettelijke verhoging) vanaf de dag van opeisbaarheid tot aan de dag van algehele voldoening;

5.2.

veroordeelt Game Palace tot betaling aan [eiseres] van een bedrag van € 3.169,35 bruto aan onbetaald gelaten vakantiebijslag over de periode 1 juni 2013 tot 1 juni 2014, te vermeerderen met de maximale wettelijke verhoging ex art. 7:625 BW en de wettelijke rente ex art. 6:119 BW over deze vakantiebijslag (zonder de wettelijke verhoging) vanaf de dag van opeisbaarheid tot aan de dag van algehele voldoening;

5.3.

veroordeelt Game Palace tot betaling van de proceskosten aan de zijde van [eiseres] tot op heden begroot op een bedrag van € 712,80;

5.4.

veroordeelt Game Palace, indien niet binnen twee weken na heden vrijwillig volledig aan dit vonnis wordt voldaan, tot betaling van kosten die na dit vonnis eventueel ontstaan en die begroot worden op:
- € 100,00 aan salaris gemachtigde;

- te vermeerderen, indien Game Palace niet binnen twee weken na aanschrijving door [eiseres] aan dit vonnis heeft voldaan en vervolgens betekening van dit vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van dit vonnis;

5.5.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

5.6.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.W.M.A. Staal en is in het openbaar uitgesproken.