Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2014:10358

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
02-12-2014
Datum publicatie
02-12-2014
Zaaknummer
03/702509-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Tijdens een drugsdeal heeft verdachte de dealer, [slachtoffer], in diens appartement met een vuurwapen van het leven beroofd en vervolgens een plastic zak met daarin vermoedelijk een grote hoeveelheid cocaïne en/of heroïne van het slachtoffer [slachtoffer] gestolen. Door het plegen van dit feit heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan een gekwalificeerde doodslag, één van de ernstigste misdrijven in het Wetboek van Strafrecht.

Gelet op de ernst van het bewezenverklaarde, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijke strafmaximum (levenslange gevangenisstraf of tijdelijke gevangenisstraf van maximaal 30 jaren) en gelet op de straffen die doorgaans voor soortgelijke feiten worden opgelegd, is de rechtbank van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor lange duur de enig passende straf is.

De rechtbank acht de door de officier van justitie gevorderde gevangenisstraf van 12 jaren passend.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummer: 03/702509-13

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 2 december 2014

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

Gedetineerd in de P.I. Zuid Oost, HvB Roermond.

Raadsvrouwe is mr. G.L.P. Biesmans, advocaat te Maastricht.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 18 november 2014, waarbij de officier van justitie, de verdediging en de verdachte hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

primair: [slachtoffer] heeft vermoord door na kalm beraad en rustig overleg met een vuurwapen een of meer kogels af te vuren in het lichaam van voornoemde [slachtoffer];

subsidiair: zich schuldig heeft gemaakt aan een gekwalificeerde doodslag door [slachtoffer] van het leven te beroven, door middel van het met een vuurwapen afvuren van een of meer kogels in het lichaam van voornoemde [slachtoffer], en vervolgens een hoeveelheid drugs van voornoemde [slachtoffer] te stelen;

meer subsidiair: met geweld een hoeveelheid drugs van [slachtoffer] heeft gestolen, welk geweld bestond uit het met een vuurwapen afvuren van een of meer kogels in het lichaam van voornoemde [slachtoffer] ten gevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie is van mening dat het subsidiair tenlastegelegde, de gekwalificeerde doodslag, bewezen is.

3.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouwe heeft volledige vrijspraak bepleit. Zij heeft naar voren gebracht dat verdachte na een drugstransactie het appartement van [slachtoffer] heeft verlaten, waarna hij, nog in het trappenhuis van het appartementencomplex, schoten heeft gehoord. Verdachte heeft van meet af aan ontkend dat hij degene is geweest die met een vuurwapen op het slachtoffer [slachtoffer] heeft geschoten. Naast verdachte, het slachtoffer [slachtoffer] en de getuigen [getuige 1], [getuige 2] en [getuige 3] moet er dus een zesde (onbekend gebleven) persoon in het appartement van [slachtoffer] aanwezig zijn geweest, welke onbekend gebleven zesde persoon [slachtoffer] heeft doodgeschoten. Dat die zesde persoon in de woning was volgt uit de verklaring van de verdachte dat hij, toen hij in de woning van [slachtoffer] was, vanuit een aangrenzende kamer geluiden van een persoon heeft gehoord.

3.3

Het oordeel van de rechtbank1

Op 2 augustus 2012 omstreeks 15.45 uur zijn ambtenaren van politie naar aanleiding van een melding van een schietpartij naar het adres [adres 1] te Geleen gegaan. Omstreeks 15.55 uur waren zij ter plaatste. In de flatwoning op genoemd adres troffen zij het levenloze lichaam van een man aan. De politieambtenaren constateerden dat, naast de op de grond liggende levenloze persoon, niemand anders in de woning aanwezig was.2

Omstreeks 17.10 uur zag een politieambtenaar, die naar aanleiding van de schietpartij op de [adres 1] te Geleen stond, dat een vrouw onder het aangebrachte afzetlint doorliep. Hij hield de vrouw tegen en hij hoorde dat de vrouw zei dat ze samen met haar vriend, [slachtoffer], en hun kind woonachtig was op het adres [adres 1].3

In de portemonnee, die zich bevond in de linker achterzak van de jeansbroek die het slachtoffer droeg, zijn door politieambtenaren onder meer een rijbewijs en een identiteitskaart ten name van [slachtoffer], geboren op [geboortedatum slachtoffer], aangetroffen.4

Het ontzielde lichaam dat de politie die tweede augustus 2012 in het pand [adres 1] in Geleen aantrof, was – zo stelt de rechtbank vast – het lichaam van de bewoner van dat pand, [slachtoffer].

Door een patholoog, verbonden aan het NFI, is op het stoffelijk overschot van [slachtoffer] sectie verricht. Bij deze sectie waren er voor aan de onderbuik meerdere oppervlakkige perforaties met in relatie daarmee kleine metalen fragmentjes met begeleidende bloeduitstortingen in de onderhuidse weke delen zonder perforatie van de buikholte of van vitale structuren. De letsels zijn veroorzaakt door bij leven opgelopen schotverwondingen met een hagelpatroon. Het oplopen van deze letsels was voor het intreden van de dood niet van betekenis geweest, aldus de patholoog.

Er was daarnaast, dwars door de borstkas van achter naar voor, een doorschotverwonding. De inschotopening zat daarbij linksboven aan de rug en de uitschotopening rechtsboven aan de borst. In het schotkanaal waren onder andere het linkerschouderblad, de bovenkwab van de linkerlong, het hart ter hoogte van de vaatsteel (aorta en longslagader) en in de beide boezems en de bovenkwab van de rechterlong geperforeerd. Mogelijk was deze doorschotverwonding gecombineerd met een inschot in de rechteronderarm naar een projectiel dat in de onderarm aanwezig was. Er was veel bloed verloren in de borstholte en er waren bleke bloedarme inwendige organen. Het overlijden is het gevolg van functieverlies van het hart en van massale inwendige verbloeding door het schotletsel.

De conclusie van de patholoog luidt op basis van het bovenstaande dat [slachtoffer] is overleden als gevolg van bij leven opgelopen uitwendig inwerkend perforerend geweld (schotverwonding) op het lichaam.5

Bij de sectie is in de rechter onderarm een projectiel aangetroffen en zijn er dus metaaldeeltjes aangetroffen in de buik boven de schaamstreek.6

Er is onderzoek aan het projectiel verricht en de afvuursporen in de kogel pasten onder andere bij een revolver van het merk Manurhin MR73 van het kaliber .357 Magnum.7

De rechtbank acht het een feit van algemene bekendheid dat een revolver geen hulzen uitwerpt en in de woning aan de [adres 1] te Geleen zijn ook geen hulzen gevonden. Wel zijn drie “dopjes” aangetroffen. Dit zijn mogelijk zogenoemde cups of props. Een cup of een prop (en ook dat acht de rechtbank een feit van algemene bekendheid nu dit via open bronnen eenvoudig kan worden nagegaan) maakt deel uit van een hagelpatroon en is aangebracht tussen de voortdrijvende kruitlading en de hagelprojectielen en komt bij het verschieten van een hagelpatroon uit de loop.

In de woning werden drie van die props aangetroffen, waarvan een op de vloer in de woonkamer. Er werden op de vloer van de woonkamer ook perforaties gezien in de laminaatlaag en beschadigingen die pasten bij een hagelschot van een klein kaliber, van relatief korte afstand. Een tweede prop werd aangetroffen in de naad tussen de vloerplanken van de woonkamer en de dorpel in de hal. Een derde prop werd aangetroffen op de eetkamertafel. In de eetkamertafel zat een beschadiging die past bij een hagelschot van een klein kaliber van relatief korte afstand, soortgelijk als aangetroffen in de vloer bij de dorpel naar de gang.8

Op 6 februari 2013 is [getuige 1] in Frankrijk gehoord door het onderzoeksteam.

[getuige 1] heeft verklaard dat hij begin augustus 2012 samen met [verdachte] (de rechtbank begrijpt: verdachte), die in hetzelfde pand in Fontaine woont als hij, en [getuige 2] naar Nederland was gereden. Ze hadden een zwarte Clio van verdachte gebruikt. In Nederland werd er op de autosnelweg door de bestuurder van een grijze Audi naar hen een gebaar gemaakt of ze verdovende middelen wilden hebben. Ze zijn toen achter de Audi aangereden en hebben de Clio ergens geparkeerd. Ze zijn alle drie ([getuige 1], verdachte en [getuige 2]) bij de bestuurder van de Audi ingestapt. Ze gingen naar een pand met vier à vijf verdiepingen en gingen een appartement in. Na een tijdje zijn [getuige 2], verdachte en de bestuurder van de Audi weer uit de woning vertrokken en hebben ze hem, [getuige 1], daar achtergelaten. Even daarna kwam een andere man de woning binnen. Een tijdje later kwamen de anderen weer terug. De bestuurder had toen een volle boodschappentas bij zich. Even later vroeg verdachte aan de dealer waar het toilet is, hij liep de kamer uit en kwam na dertig seconden terug met een wapen in zijn hand. Hij richtte het wapen op de dealer en zei: “Hier is de douane.” [getuige 2] en [getuige 1] zijn toen meteen de woning uit gevlucht. Toen zij in het trappenhuis liepen, hoorde [getuige 1] drie schoten. Ze zijn naar de Clio gerend, maar verdwaalden. Omdat [getuige 1] buiten adem was van het rennen, hebben ze even op een kruispunt gewacht. Daarna zijn ze in normaal tempo verder gelopen. Verdachte kwam toen achter hen aan. Hij had een capuchon over zijn hoofd en de plastic zak van de dealer in zijn hand. Het wapen zat zichtbaar achter zijn riem. Verdachte zei tegen de andere twee: “Waar denken jullie zo naar toe te gaan, jullie hebben de sleutels van de auto niet. Waarom zijn jullie vertrokken?” Verdachte schreeuwde dat; hij was in paniek volgens [getuige 1]. [getuige 1] vroeg hem wat hij gedaan had. Bij de Clio zei verdachte: “Ik schoot op hem, ik denk dat hij dood is.”. Onderweg zei verdachte dat de dealer op hem was gesprongen en dat hij wel had moeten schieten.

Het wapen, een donkere revolver, een .357 werd op de terugweg ergens in een bosje verstopt/begraven door verdachte. Dat was nog in Nederland. Verdachte had twee of drie kilo cocaïne meegenomen. Dat zat in zakken van doorzichtig plastic.9

Op verzoek van de verdediging is [getuige 1] op 15 juli 2014 in Frankrijk nogmaals gehoord. [getuige 1] heeft verklaard dat ze met zijn vijven in de woning waren: hij, [getuige 2], verdachte en twee Marokkanen. Hij heeft geen stemmen van anderen gehoord.10

[getuige 2] is op 22 en 23 april 2013 in Frankrijk als getuige gehoord.

Hij heeft verklaard dat hij in augustus 2012 met verdachte en [getuige 1] naar Nederland is gegaan in een Clio. In Nederland, op de autosnelweg bij Maastricht, trok een bestuurder van een grijze Audi hun aandacht. De bestuurder maakte gebaren of ze verdovende middelen wilden. Ze zijn achter de grijze auto aangereden en hebben ergens hun Clio geparkeerd en zijn overgestapt in de grijze auto. Ze reden naar een appartement en zijn daar naar binnen gegaan. Ze zeiden dat ze verdovende middelen wilden hebben. De bestuurder van de grijze auto pakte een grote zak waar diverse soorten verdovende middelen in zaten. Verdachte zei vervolgens dat ze het geld moesten gaan halen. [getuige 1] bleef alleen achter. De bestuurder van de auto is samen met hem en verdachte uit het appartement vertrokken en is naar de Clio gereden. Onderweg sprak de bestuurder nog even met een man die later ook in het appartement aanwezig was. Bij de Clio zijn [getuige 2] en verdachte uitgestapt en in de Clio gestapt. In de Clio moest hij van verdachte onder de stoel geld pakken. Hij vond een dubbelgevouwen stapeltje geld met daaromheen doorzichtig plastic. Later hoorde [getuige 2] van verdachte dat het geld vals was. Op dat moment was verdachte ook wat onder de bestuurdersstoel aan het zoeken. Hij denkt nu dat verdachte toen het wapen gepakt heeft. Ze gingen vervolgens samen met de bestuurder van de grijze auto terug naar het appartement. Toen ze in het appartement kwamen was de man, die even eerder met de bestuurder gesproken had, ook in het appartement aanwezig. In het appartement hebben ze nog even gesproken en na een tijdje stond verdachte op en liep naar de gang. Op dat moment hoorde [getuige 2] een klik. Meteen daarna kwam verdachte terug met een revolver in zijn hand. Verdachte richtte de revolver op de bestuurder van de auto en zei “Franse Douane, beweeg niet” en hij liep langzaam op hem af.

Toen zijn [getuige 1] en [getuige 2] meteen opgestaan en de gang ingelopen en weggerend. Toen ze in het trappenhuis waren, op de derde verdieping, hoorde hij een schot. Op de eerste verdieping aangekomen hoorde hij een tweede schot. Vervolgens hoorde hij nog twee of drie schoten. Ze zijn weggerend. Ze wisten niet meer waar de auto stond. Opeens kwam verdachte achter hen aangerend. Hij droeg een grote plastic tas in zijn linkerhand en met zijn rechterhand haalde hij een wapen uit zijn broek. Verdachte gaf vervolgens de revolver aan [getuige 2] en vroeg hem de revolver even te bewaren. Verdachte was kwaad. Hij verweet hem en [getuige 1] dat ze waren gevlucht. Later bleek in de zak een grote hoeveelheid heroïne en cocaïne te zitten. Verdachte zei deze meegenomen te hebben. Ze zijn alle drie in de Clio gestapt en hard weggereden. Na een tijdje werden de hulzen door verdachte uit het wapen gehaald. De hulzen en het valse geld werden ergens in een wei uit het raam gegooid. Weer een stukje verder, bij een bosrand en een industrieterrein, werd het wapen door verdachte verstopt. Daarna zijn ze naar Frankrijk gereden. Onderweg vertelde verdachte dat de dealer hem had vastgepakt en dat er toen schoten zijn afgegaan. Dit was per ongeluk. Het slachtoffer had bloed op zich. Verdachte had met hagel geschoten.

Net nadat de feiten zich hadden afgespeeld en ze nog in Nederland waren, zei verdachte: “Ik heb op hem geschoten, hij wilde me niet loslaten.” Hij zei tegen hen dat de drugsdealer zijn armen had beetgepakt en dat de schoten per ongeluk waren afgegaan. Daarna zei hij tegen hen dat de drugsdealer hem had losgelaten na het tweede schot. Hij zei tegen hen dat het slachtoffer bloed op zijn arm had. Hij zei dat het hagel was. Eigenlijk zei hij: “Ik heb geschoten en ik denk dat hij dood is.” Verdachte had de tas van tafel meegenomen en is weggegaan. Later in Fontaine heeft verdachte nog eens gezegd dat de dealer nog leefde. Verdachte had ook nog verteld dat de getuige achter de bank was gesprongen en zich daar had verstopt. Verder vertelde verdachte dat het wapen een revolver 357 was, een Magnum. Op getoonde foto’s herkende [getuige 2] [getuige 3] als de getuige en het slachtoffer [slachtoffer] als de bestuurder van de grijze auto.1112

[getuige 3] is viermaal, voor het eerst op 2 augustus 2012, door de politie als getuige gehoord. Hij heeft verklaard dat hij die donderdagmiddag omstreeks 15.10-15.21 uur was gebeld door zijn neef [slachtoffer] met het verzoek om naar zijn woning aan de [adres 1] te Geleen te komen. Op de [adres 2] in Geleen, in de buurt van de woning van [slachtoffer], trof [getuige 3] [slachtoffer] en kreeg hij de huissleutel van hem. [slachtoffer] verzocht hem naar zijn woning te gaan, omdat daar een man binnen zou zijn. [slachtoffer] was op dat moment in gezelschap van twee mannen die bij [slachtoffer] in zijn grijze Audi zaten.

[getuige 3] ging vervolgens naar de woning van [slachtoffer] aan de [adres 1] en trof daar een man aan die uit een slaapkamer kwam en kennelijk schrok van de komst van [getuige 3]. Korte tijd later verscheen [slachtoffer] samen met de twee andere mannen, die eerder in de Audi zaten, in de woning aan de [adres 1] te Geleen. In de woning ontstond een discussie tussen [slachtoffer] en de latere schutter over de prijs van marihuana. Even later riep [slachtoffer] “nee, nee” en toen zag [getuige 3] dat [slachtoffer] als het ware op die andere man sprong.

Nadat [getuige 3] had gezien dat de latere schutter een pistool in zijn hand had, zag hij dat [slachtoffer] met versnelde pas naar de schutter toeliep en met beide handen zijn beide bovenarmen vastpakte. Vlak voordat [slachtoffer] de schutter daadwerkelijk vastpakte, hoorde [getuige 3] al een schot. Het eerste schot kwam terecht in de vloer. Vrij kort na het eerste schot volgde een tweede. Het was dit schot of een daaropvolgend schot dat ervoor zorgde dat [slachtoffer] ging bloeden bij zijn been/lies. Op een gegeven moment hoorde hij weer een knal. Daarna zakte [slachtoffer] naar de grond. [slachtoffer] lag op zijn buik en toen zei de schutter: “Hoerenzoon wat ben jij in je zakken aan het zoeken, heb je geld?”. De schutter schoot vervolgens in de rug van [slachtoffer]. De andere twee mannen waren op dat moment al weg. Zij waren als eersten uit de woning gevlucht, al bij het eerste schot. Bij het horen van de schoten, was [getuige 3] achter de bank (waarop hij lag) gesprongen en vervolgens probeerde hij naar het balkon te vluchten. Van de schutter moest hij blijven staan. Hij zou anders ook neergeschoten worden. [getuige 3] zat toen eigenlijk gehurkt achter de bank. Hij had gehurkt geprobeerd de balkondeur open te maken.13 De schutter nam vanaf de eettafel een plastic zak mee waarin twee blokken leken te zitten. Die zak was daar door [slachtoffer] neergelegd.14 [getuige 3] heeft ook nog verklaard dat er, tijdens zijn verblijf in de woning aan de [adres 1] op 2 augustus 2012, behalve hijzelf, [slachtoffer], en de drie mannen niemand anders in de woning aanwezig is geweest.15

Verdachte heeft erkend dat hij op 2 augustus 2012 samen met [getuige 1] en [getuige 2] aanwezig is geweest in de woning van [slachtoffer] te Geleen om daar verdovende middelen te kopen.16

Overwegingen omtrent het bewijs

De rechtbank stelt vast dat de verklaring van de getuige [getuige 3], inhoudende dat verdachte degene is geweest die op 2 augustus 2012 in de woning van [slachtoffer] met een vuurwapen op die [slachtoffer] kogels heeft afgevuurd, wordt ondersteund door de verklaringen die zijn afgelegd door [getuige 1] en [getuige 2]. De rechtbank overweegt dat de verklaringen die zowel door een relatie van het slachtoffer als door relaties van verdachte zijn afgelegd – enerzijds [getuige 3], een neef van het slachtoffer [slachtoffer], en anderzijds [getuige 1] en [getuige 2], degenen met wie verdachte vanuit Frankrijk naar het appartement van [slachtoffer] was gekomen – vele overeenkomsten vertonen.

De conclusie van de deskundige wapens en munitie van het NFI, inhoudende dat het projectiel en de afvuursporen in de kogel (aangetroffen in het lichaam van het slachtoffer [slachtoffer]) onder andere passen bij een revolver van het merk Manurhin MR73 van het kaliber .357 Magnum, sluit aan bij hetgeen [getuige 1] en [getuige 2] hebben verklaard. Zij hebben namelijk beiden verklaard dat verdachte tegen hen had gezegd dat het wapen waarmee hij op de dealer had geschoten een 357 was.

De patholoog, die op het lichaam van [slachtoffer] sectie heeft verricht, heeft letsels geconstateerd die zijn veroorzaakt door bij leven opgelopen schotverwondingen met een hagelpatroon. [getuige 1] en [getuige 2] hebben beiden verklaard dat verdachte tegen hen had gezegd dat hij met hagel had geschoten.

Tevens stelt de rechtbank vast dat het letsel, dat de patholoog bij de sectie bij [slachtoffer] heeft waargenomen, past bij de verklaring die [getuige 3] heeft afgelegd. Zo heeft de patholoog, kort gezegd, waargenomen: “vooraan de onderbuik meerdere oppervlakkige perforaties met in relatie daarmee kleine metalen fragmentjes met begeleidende bloeduitstortingen in de onderhuidse weke delen zonder perforatie van de buikholte of van vitale structuren en daarnaast dwars door de borstkas van achter naar voor een doorschotverwonding. De inschotopening zat daarbij linksboven aan de rug en de uitschotopening rechtsboven aan de borst.” [getuige 3] heeft verklaard dat het tweede of derde schot ervoor zorgde dat [slachtoffer] ging bloeden bij zijn been/lies. Nadat [getuige 3] wederom een knal had gehoord, zag hij dat [slachtoffer] naar de grond zakte en op zijn buik lag, waarna de schutter in de rug van [slachtoffer] schoot.

Gelet op het bovenstaande en nu de rechtbank niets is gebleken dat aanleiding geeft tot twijfel aan de betrouwbaarheid van de getuige [getuige 3], acht de rechtbank, anders dan de raadsvrouwe, de verklaringen van de getuige [getuige 3] betrouwbaar en dus bruikbaar voor de bewijsvoering. Hetzelfde geldt voor de verklaringen afgelegd door [getuige 1]. Dat [getuige 1] zijn verklaringen onder druk heeft afgelegd en daardoor een onbetrouwbare getuige is, zoals gesteld door de raadsvrouwe, is naar het oordeel van de rechtbank niet aannemelijk geworden.

Het verweer van de raadsvrouwe, inhoudende dat er een zesde (onbekend gebleven) persoon in het appartement van [slachtoffer] aanwezig moet zijn geweest, welke onbekend gebleven zesde persoon [slachtoffer] heeft doodgeschoten, is naar het oordeel van de rechtbank evenmin aannemelijk geworden. Geen van de in deze zaak gehoorde getuigen heeft immers over een zesde persoon in de woning verklaard en ook anderszins zijn er geen aanwijzingen voor een zesde, onbekend gebleven persoon aangetroffen.

Voorbedachte raad; vrijspraak van het primair tenlastegelegde

Met de officier van justitie en de raadsvrouwe is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden bewezen dat verdachte [slachtoffer] van het leven heeft beroofd na kalm beraad en rustig overleg. Daarvoor is geen enkel bewijs in het dossier te vinden. De voor een bewezenverklaring van moord noodzakelijke voorbedachte raad kan dus niet worden vastgesteld, om welke reden verdachte zal worden vrijgesproken van de primair tenlastegelegde moord.

De subsidiair tenlastegelegde gekwalificeerde doodslag

Op grond van de hierboven omschreven wettige bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang bezien, en gelet op het hiervoor overwogene, acht de rechtbank bewezen dat verdachte opzettelijk met een vuurwapen [slachtoffer] van het leven heeft beroofd en vervolgens een plastic zak met inhoud toebehorende aan [slachtoffer] heeft weggenomen. Derhalve acht zij de subsidiair tenlastegelegde gekwalificeerde doodslag bewezen. Dat de weggenomen plastic zak daadwerkelijk cocaïne/(hard)drugs bevatte kan niet worden bewezen, omdat deze plastic zak met inhoud nooit is aangetroffen, de inhoud dus nooit is onderzocht en ook anderszins niet met voldoende zekerheid valt vast te stellen of de plastic zak daadwerkelijk verdovende middelen bevatte. Om die reden acht de rechtbank alleen bewezen dat verdachte na het plegen van de doodslag ‘enig goed’ heeft weggenomen.

Verzoek van de raadsvrouwe tot het als getuige horen van [getuige 4] en [getuige 5]

De rechtbank is bij beraad in raadkamer niet de noodzaak gebleken tot het als getuige horen van [getuige 4] en [getuige 5]. Zij wijst het getuigenverzoek van de raadsvrouwe dan ook af.

3.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat verdachte

op 2 augustus 2012 te Geleen, in de gemeente Sittard-Geleen, opzettelijk [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte met dat opzet met een vuurwapen een kogel afgevuurd in het lichaam van die [slachtoffer], ten gevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden, welke voren omschreven doodslag werd gevolgd van enig strafbaar feit, te weten diefstal van enig goed en welke doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is tenlastegelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid

Het bewezenverklaarde levert het volgende strafbare feit op:

subsidiair:

doodslag, gevolgd van een strafbaar feit en gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit voor te bereiden of gemakkelijk te maken.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

5 De strafoplegging

5.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan verdachte een gevangenisstraf van 12 jaar op te leggen.

5.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouwe heeft bepleit om bij strafoplegging de door de officier van justitie gevorderde straf te matigen, gelet op de overschrijding van de redelijke termijn en de omstandigheid dat verdachte het in detentie bovengemiddeld zwaar heeft, aangezien hij de Nederlandse taal niet spreekt en hij vanwege zijn detentie zijn jongste zoon nog nooit heeft kunnen zien.

5.3

Het oordeel van de rechtbank

Tijdens een drugsdeal heeft verdachte de dealer, [slachtoffer], in diens appartement met een vuurwapen van het leven beroofd en vervolgens een plastic zak met daarin vermoedelijk een grote hoeveelheid cocaïne en/of heroïne van het slachtoffer [slachtoffer] gestolen. Door het plegen van dit feit heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan een gekwalificeerde doodslag, één van de ernstigste misdrijven in het Wetboek van Strafrecht.

Vanwege de drang naar eenvoudig geldelijk gewin heeft verdachte een ander het leven, het meest waardevolle bezit, ontnomen. Hij heeft daarmee blijk gegeven van een zeer ernstig en verontrustend gebrek aan respect voor het leven van zijn medemens. Ook heeft verdachte de nabestaanden van het slachtoffer onherstelbaar leed aangedaan. De enorme impact van de gewelddadige dood van het slachtoffer zal bij hen nog dagelijks voelbaar zijn, hetgeen ook is gebleken uit de ter zitting door zijn levenspartner voorgelezen schriftelijke slachtofferverklaring. Het ernstige gevolg van het bewezenverklaarde en de wijze waarop het bewezenverklaarde handelen is uitgevoerd brengen onmiskenbaar gevoelens van angst en onveiligheid teweeg, zowel in de onmiddellijke omgeving van het slachtoffer als in de samenleving. Dat de rechtsorde door dit feit ernstig is geschokt behoeft geen betoog.

Gelet op de ernst van het bewezenverklaarde, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijke strafmaximum (levenslange gevangenisstraf of tijdelijke gevangenisstraf van maximaal 30 jaren) en gelet op de straffen die doorgaans voor soortgelijke feiten worden opgelegd, is de rechtbank van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor lange duur de enig passende straf is.

Met betrekking tot de relatief beperkte overschrijding van de redelijke termijn, is de rechtbank van oordeel dat deze overschrijding onvermijdelijk was en dus niet kan worden toegeschreven aan onvoldoende voortvarend optreden van het Openbaar Ministerie. De oorzaak van de overschrijding is namelijk gelegen in de omstandigheid dat de op verzoek van de verdediging gehoorde getuigen zich in het buitenland bevonden en nog opgespoord dienden te worden. Ook overigens zijn de rechtbank geen omstandigheden gebleken die aanleiding zouden kunnen vormen voor matiging van de op te leggen straf.

Alles in ogenschouw nemend acht de rechtbank de door de officier van justitie gevorderde straf passend. Zij zal derhalve een gevangenisstraf voor de duur van 12 jaren opleggen, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.

6 De benadeelde partij

De benadeelde partij [benadeelde partij] vordert een schadevergoeding van € 8.190,00.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering geheel dient te worden toegewezen en dat tevens voor het gehele bedrag de schadevergoedingsmaatregel dient te worden opgelegd.

De raadsvrouwe heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij

[benadeelde partij] door het bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade is toegebracht.

De schadepost ‘Kosten transport’ ad € 4.190,00 is onderbouwd en komt naar het oordeel van de rechtbank voor volledige toewijzing in aanmerking.

Hoewel de gevorderde schade ter zake van de post ‘Kosten vervoer, afscheid, begrafenis’ ad € 4.000,00 niet door middel van bescheiden is onderbouwd, is de rechtbank van oordeel dat de materiële schade die de benadeelde partij [benadeelde partij] in verband met de genoemde schadepost heeft geleden naar redelijkheid en billijkheid dient te worden vastgesteld op het gevorderde bedrag van € 4.000,00.

Nu aan de verdachte ter zake van het bewezenverklaarde een straf zal worden opgelegd, zal de vordering derhalve geheel worden toegewezen tot het bedrag van € 8.190,00.

De rechtbank veroordeelt verdachte tevens tot betaling van de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken. Uitgaande van het ‘liquidatietarief in strafzaken’ bedragen deze kosten tot op heden € 768,00 euro ter zake van kosten voor rechtsbijstand.

Nu de verdachte ter zake van het bewezenverklaarde strafbare feit zal worden veroordeeld en hij naar burgerlijk recht jegens nabestaande [benadeelde partij] aansprakelijk is voor de schade die door dat strafbare feit is toegebracht, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen, omdat zij het wenselijk acht dat de Staat de schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert.

7 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 24c, 36f, 287 en 288 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

8 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van het primair tenlastegelegde;

Bewezenverklaring

  • -

    verklaart het tenlastegelegde bewezen, zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;

  • -

    spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is tenlastegelegd;

Strafbaarheid

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;

  • -

    verklaart verdachte strafbaar;

Straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 12 jaren;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

Benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde partij], [woonplaats]

[woonplaats], [adres 3], van een bedrag van 8.190,00 euro vermeerderd

met de wettelijke rente vanaf 21 augustus 2012 tot aan de dag van volledige voldoening,

  • -

    veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op 768,00 euro ter zake van kosten voor rechtsbijstand;

  • -

    legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van nabestaande [benadeelde partij], [woonplaats], [adres 3], 8.190,00 euro te betalen, bij niet-betaling te vervangen door 75 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 21 augustus 2012 tot aan de dag van algehele voldoening;

  • -

    bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.B. Bax, voorzitter, mr. M.C.A.E. van Binnebeke en

mr. C.M.J. van den Acker, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R.C. Smeets, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 2 december 2014.

Buiten staat

Mr. M.C.A.E. van Binnebeke is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat

hij op of omstreeks 2 augustus 2012 te Geleen, in de gemeente Sittard-Geleen,

opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer] van het leven heeft beroofd,

immers heeft verdachte met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, met

een vuurwapen een of meer kogels afgevuurd in het lichaam van die [slachtoffer],

tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden;

Subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden, dat:

hij op of omstreeks 2 augustus 2012 te Geleen, in de gemeente Sittard-Geleen,

opzettelijk [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte met

dat opzet met een vuurwapen een of meer kogels afgevuurd in het lichaam van

die [slachtoffer], tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden, welke

vorenomschreven doodslag werd gevolgd en/of vergezeld en/of voorafgegaan van

enig strafbaar feit, te weten diefstal van een (grote) hoeveelheid cocaïne, in

elk geval een (grote) hoeveelheid (hard)drugs, in elk geval enig goed en welke

doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit voor te

bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan

zichzelf straffeloosheid en/of het bezit van het wederrechtelijk verkregene te

verzekeren;

meer subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling

mocht of zou kunnen leiden, dat:

hij op of omstreeks 2 augustus 2012 te Geleen, in de gemeente Sittard-Geleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een (grote)

hoeveelheid cocaïne, in elk geval een (grote) hoeveelheid (hard)drugs, in elk

geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval

aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan

en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld tegen die [slachtoffer], gepleegd met het

oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om

bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken,

hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld hierin bestond

dat hij, verdachte, met een vuurwapen een of meer kogels heeft afgevuurd in

het lichaam van die [slachtoffer], terwijl dat feit de dood van die [slachtoffer]

tengevolge heeft gehad; art 312 lid 3 Wetboek van Strafrecht

1 De vindplaatsvermeldingen, voorkomend in de hierna opgenomen bewijsmiddelen en de motivering van de bewezenverklaring, verwijzen naar de doorlopende paginanummering in de voor eensluidend afschrift gewaarmerkte kopie van het in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde verbalisanten van de politie Limburg-Zuid opgemaakte proces-verbaal, genummerd 2012088739 d.d. 10 juni 2013 en de als bijlagen daarbij gevoegde schriftelijke bescheiden, welke alle wettige bewijsmiddelen zijn als bedoeld in artikel 344, eerste lid jo artikel 339, eerste lid onder 5º van het Wetboek van Strafvordering.

2 Proces-verbaal van bevindingen van Puijnen en Liebregts d.d. 2 augustus 2012, bladzijde 247, 248.

3 Proces-verbaal van bevindingen van Puijnen d.d. 2 augustus 2012, bladzijde 374.

4 Proces-verbaal relaterende het bergen en onderzoek aan het stoffelijk overschot van het slachtoffer [slachtoffer] van [naam 1], [naam 2], [naam 3] en [naam 4] d.d. 13 augustus 2012, bladzijde 1084.

5 Het rapport ‘Pathologie onderzoek naar aanleiding van een mogelijk niet natuurlijke dood’ d.d. 9 augustus 2012 van A. Maes, als deskundige forensische pathologie verbonden aan het NFI, bladzijde 996, 997, 998.

6 Proces-verbaal relaterende de gerechtelijke sectie op het slachtoffer [slachtoffer] van [naam 2] en [naam 3] d.d. 27 augustus 2012, bladzijde 1162.

7 Het rapport ‘Munitieonderzoek naar aanleiding van een schietincident in Geleen op 2 augustus 2012’ d.d. 25 september 2012 van W. Kerkhoff, als deskundige wapens en munitie verbonden aan het NFI, bladzijde 968.

8 Proces-verbaal relaterende het sporenonderzoek op de plaats delict [adres 1] te Geleen d.d. 9 augustus 2012 van [naam 4], [naam 2], [naam 1] en [naam 3], bladzijde 1133 tot en met 1135.

9 Proces-verbaal van verhoor van [getuige 1] d.d. 6 februari 2013, bladzijde 1955 tot en met 1964.

10 Proces-verbaal van verhoor van de getuige [getuige 1] d.d. 15 juli 2014, parketnummer B330-2012-945, ongenummerd.

11 Proces-verbaal van verhoor van de getuige [getuige 2] d.d. 22 april 2013, bladzijde 2053 tot en met 2063.

12 Proces-verbaal van verhoor van de getuige [getuige 2] d.d. 23 april 2013, bladzijde 2066 tot en met 2070.

13 Proces-verbaal van verhoor van de getuige [getuige 3] d.d. 2 augustus 2012, bladzijde 296 tot en met 306.

14 Proces-verbaal van verhoor van de getuige [getuige 3] d.d. 16 april 2013, bladzijde 346.

15 Proces-verbaal van verhoor van de getuige [getuige 3] d.d. 15 augustus 2012, bladzijde 322.

16 Verklaring van verdachte [verdachte] afgelegd ter terechtzitting d.d. 18 november 2014.