Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2014:10000

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
20-11-2014
Datum publicatie
20-11-2014
Zaaknummer
03/203603-13, 03/700614-13, 03/165045-13, 03/159864-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK LIMBURG

Locatie Maastricht

Sector Strafrecht

Parketnummers: 03-203603-13, 03-700614-13, 165045-13, 03-159864-14

Datum uitspraak: 20 november 2014

Vonnis van de politierechter Maastricht, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te [adres verdachte].

Raadsman is mr. A.A.T.X. Vonken, advocaat te Maastricht.

De benadeelde partij [slachtoffer 4] is ter terechtzitting verschenen.

1 Onderzoek van de zaak.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 6 november 2014.

De politierechter heeft op de terechtzitting de officier van justitie en de raadsman van verdachte gehoord. De verdachte is ter terechtzitting verschenen.

2 De tenlastelegging.

De zaken met de parketnummers 03-203603-13, 03-700614-13, 165045-13, 03-159864-14 zijn ter terechtzitting gevoegd.

Ten aanzien van de zaak met parketnummer 03-203603-13

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

Feit 1:

hij, in of omstreeks de periode van 1 juli 2011 t/m 15 juli 2011, in de gemeente Maastricht, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] te dwingen tot afgifte van een hoeveelheid geld, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, opzettelijk die [slachtoffer 1] meermalen althans eenmaal heeft bedreigd met de woorden “ik maak je af, ik schiet iedereen dood” en/of “flikker, ik maak je helemaal f” en/of “ik haal andere mensen en een Kalashnikov als je geen geld geeft” en/of aan die [slachtoffer 1] meermalen, althans eenmaal, opzettelijk een sms heeft verzonden met de tekst: “ik ga nu naar u ouders ik zet t op zijn kop” en/of “Breng mijn geld beter. Ik dit gaat slecht aflopen. Breng mijn geld en ik laat dit. Geeft gewoon mijn geld” en of “ik ga je neuken a hoere kind. Wacht maar. Ik hoop dat je goed slaapt daar. Als je denkt dat ik slaap dan ben je mis. Ik kon alles te weten. Vuile hoer. Jij zult geen euro meer verdienen. Kijk maar.” en/of “Geef gewoon die geld teru ik ga me er echt niet bij neerleggen al moet ik er geld voor uit geen Echt rare actie van je Geef mijn geld ik laat je met rust.” en/of “Voor u best wil bellen voor dit uit de hand loopt!”, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

hij, subsidiair, in of omstreeks de periode van 1 juli 2011 tot en met 15 juli 2011, in Maastricht, [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, althans met enig misdrijf waardoor gevaar door de algemene veiligheid van personen en/of goederen ontstaat, immers heeft hij, verdachte, opzettelijk dreigen (via gsm) de woorden toegevoegd: “ik maak je af, ik schiet iedereen dood, ik ga bij je ouders langs en zet daar dan de boel op de kop als je het geld niet betaalt” en/of “flikker, ik maak je helemaal af” en/of “ik haal andere mensen en een Kalasjnikov als je geen geld geeft”;

Feit 2:

hij, op of omstreeks 4 juli 2011, in de gemeente Maastricht, opzettelijk en wederrechtelijk een of meerdere ramen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

Feit 3:

hij, op of omstreeks 4 juli 2011, in de gemeente Maastricht, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk mishandelend (een) perso(o)n(en), te weten:

- [slachtoffer 1], een of meerdere malen met een helm, althans enig voorwerp, op het achterhoofd en/of schouderblad, althans tegen het lichaam heeft geslagen en/of

- [slachtoffer 3], een of meerdere malen, al dan niet met een vuist, in het gelaat en/of tegen het lichaam heeft geslagen waardoor voornoemde perso(o)n(en) letsel heeft/hebben bekomen en/of pijn heeft/hebben ondervonden;

Ten aanzien van de zaak met parketnummer 03-1655045-13

Feit 1:

hij, op of omstreeks 20 februari 2012, in de gemeente Maastricht, opzettelijk en wederrechtelijk een televisie en/of een aquarium, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

Feit 2:

hij, op of omstreeks 20 februari 2012, in de gemeente Maastricht, [slachtoffer 4] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend een vleesmes ter hand genomen en (vervolgens) met dit mes zwaaiende bewegingen boven zijn hoofd gemaakt;

Ten aanzien van de zaak met parketnummer 03-700614-13

Feit 1:

hij op of omstreeks 8 juli 2013 in de gemeente Maastricht, op de Peter Gielenstraat, althans op de openbare weg, met het oogmerk van wederrechtelijk toe-eigening heeft weggenomen een tas met inhoud (o.a.) een gsm en/of geld en/of een zonnebril en/of een ID-kaart en/of een huissleutel), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging van geweld tegen die [slachtoffer 4], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij verdachte, (onverhoeds)(met kracht) voornoemde tas van de schouder van die [slachtoffer 4] heeft gerukt en/of getrokken en/of gegrist (ten gevolge waarvan die [slachtoffer 4] letsel aan een hand heeft bekomen);

Feit 2:

hij op of omstreeks 27 september 2013 in de gemeente Maastricht meermalen, althans eenmaal, (telkens) [slachtoffer 4] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 4] (telefonisch) dreigend de woorden toegevoegd: “ik snij je open, vieze kut, ik maak je kapot” en/of “Ik stamp zo dadelijk de deur in en dan schiet ik jullie allemaal dood” en/of “ik sla je de tanden uit je mond, ik maak je kapot”, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

Ten aanzien van de zaak met parketnummer 03-159864-14

Feit 1:

hij, op of omstreeks 28 januari 2014, in de gemeente Maastricht, [slachtoffer 4] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 4] dreigend de woorden toegevoegd :"(...) Ik kom aan je deur en steek je een 9mm pistool in je mond en schiet je overhoop, neem [naam 1] mee en breng hem naar Marokko" en/of "Ik schiet je kapot", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

Feit 2:

hij, op of omstreeks 30 januari 2014, in de gemeente Maastricht, [slachtoffer 4] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 4] dreigend de woorden toegevoegd :"Ik maak jullie kapot, ik weet jullie altijd te vinden. Ook je moeder schiet ik een kogel door het hoofd" en/of "Dan weet ik haar te vinden en zal ik voor [naam 2] staan met een 9 millimeter en dan kan ze de kogel krijgen door de kop en [naam 3] ook", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

3 De beoordeling van het bewijs.

3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht alle tenlastegelegde feiten wettig en overtuigend bewezen.

Ten aanzien van de zaak met parketnummer 03-203603-13

De officier van justitie acht inzake het eerste feit het primair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen op grond van het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1], de verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 6 november 2014, het proces-verbaal van bevindingen, de verklaringen van de getuigen en het proces-verbaal van verhoor van de verdachte. Daarmee is volgens de officier van justitie sprake van poging tot afpersing door bedreiging met geweld.

Het tweede tenlastegelegde feit acht de officier van justitie ook wettig en overtuigend bewezen op grond van het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1], de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 6 november 2014, het proces-verbaal van bevindingen, de verklaringen van de getuigen en het proces-verbaal van verhoor van de verdachte.

Het derde tenlastegelegde feit, vernieling, acht de officier van justitie eveneens wettig en overtuigend bewezen op grond van de aangifte van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3], de getuigenverklaringen van [slachtoffer 2] en [getuige 1]. Zij neemt ook mee als bewijs de verklaring van de verdachte tijdens het verhoor van de politie en op de terechtzitting van 6 november 2014. Verdachte geeft aan dat hij niet heeft geslagen echter acht de officier van justitie dit ongeloofwaardig nu verdachte verklaard dat hij daar aanwezig is geweest en dat er een ruzieachtige sfeer hing. Verdachte is daar heen gegaan met twee anderen. Tevens spreekt al het andere bewijs tegen hem. Daarmee staat volgens de officier van justitie vast dat verdachte samen met wat anderen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3] heeft mishandeld.

Ten aanzien van de zaak met parketnummer 03-1655045-13

De officier van justitie acht het eerste tenlastegelegde feit, de vernieling, wettig en overtuigend bewezen op basis van de aangifte en de bekennende verklaring van verdachte. Aangeefster zegt dat de goederen van haar zijn, in ieder geval ten dele. Verdachte geeft dit ook toe. De officier van justitie acht ook het tweede tenlastegelegde feit, bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht althans mishandeling met zware mishandeling, wettig en overtuigend bewezen nu verdachte aangeeft dat hij daar aanwezig was en het vleesmes in handen heeft gehad. Tevens stoelt de officier haar mening op de aangifte van [slachtoffer 4] en de verklaring van getuige [getuige 2].

Ten aanzien van de zaak met parketnummer 03-700614-13

Ten aanzien van het eerste tenlastegelegde feit, voert de officier van justitie aan dat het onduidelijk is waar de diefstal heeft plaatsgevonden. Zij geeft wel aan dat de diefstal met geweld wettig en overtuigend bewezen is op grond van de aangifte van [slachtoffer 4]. Aangeefster geeft aan dat de handtas met kracht van haar arm of schouder is getrokken en dat zij hiervan letsel heeft ondervonden. Dit is ook geconstateerd door de politie. Er is dus een beweging gemaakt die enige kracht had, waardoor de tas is mee gegrist. De officier van justitie stoelt haar mening tevens op de verklaring van de getuige, die aangeeft het incident goed te hebben gezien en daarbij aangeeft dat verdachte de handtas wegpakt en wegrijdt met de auto.

Het tweede tenlastegelegde feit in zijn primaire variant, de bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, acht de officier tevens wettig en overtuigend bewezen op grond van de aangifte en de verklaring van de verdachte die aangeeft dat het best zo zou kunnen zijn gegaan.

Ten aanzien van de zaak met parketnummer 03-159864-14

De officier van justitie acht beide tenlastegelegde feiten in zijn primaire variant, de bedreigingen met enig misdrijf tegen het leven gericht, wettig en overtuigend bewezen op grond van de aangifte en de getuigenverklaring.

3.2

Het standpunt van de verdediging.

Ten aanzien van de zaak met parketnummer 03-203603-13

De raadsman heeft vrijspraak bepleit ten aanzien van het eerste tenlastegelegde feit. Hij heeft hiertoe aangevoerd dat slechts drie sms-berichten direct gekoppeld kunnen worden aan de verdachte en zijn telefoonnummer, te weten:

Ik ga nu naar u ouders ik zet t op zijn kop.

Breng mijn geld beter. Ik dit gaat slecht aflopen. Breng mijn geld en ik laat dit. Geef gewoon mijn geld.

Ik ga je neuken a hoere kind. Wacht maar. Ik hoop dat je goed slaapt daar. Als je denkt dat

ik slaap dan ben je mis. Ik kon alles te weten. Vuile hoer. Jij zult geen euro meer verdienen. Kijk maar.

De raadsman bepleit dat de andere sms-berichten niet aan cliënt toe te rekenen zijn. Tevens stelt hij dat bovenstaande sms-berichten niet gekwalificeerd kunnen worden als een bedreiging. De raadsman bepleit primair vrijspraak nu er geen sprake is van een strafbaar feit. Subsidiair bepleit de raadsman dat de verklaringen van aangever [slachtoffer 1] en aangeefster [slachtoffer 3] niet overeenkomen en op grond daarvan als onbetrouwbaar dienen te worden aangemerkt. De raadsman verzoekt deze verklaringen niet te gebruiken voor het bewijs.

De raadsman refereert zich aan het oordeel van de politierechter ten aanzien van het tweede tenlastegelegde feit nu verdachte dit feit erkent.

De raadsman bepleit dat er onvoldoende duidelijk bewijs is ten aanzien van het derde tenlastegelegde feit. Hoewel er letsel is, is het onduidelijk wie dit letsel heeft veroorzaakt. De aangever geeft daarover twee tegenstrijdige verklaringen. Daarnaast kan niet worden gesproken van medeplegen, gelet op het ad hoc-karakter van de handelingen. De raadsman bepleit vrijspraak.

Ten aanzien van de zaak met parketnummer 03-1655045-13

De raadsman refereert zich ten aanzien van het eerste tenlastegelegde feit aan het oordeel van de politierechter. De raadsman vindt dat er twijfel blijft over de vraag wie de eigenaar is van de televisie. De raadsman bepleit ten aanzien van het tweede tenlastegelegde feit dat er onvoldoende bewijs aanwezig is om verdachte te veroordelen en dat op grond daarvan vrijspraak dient te volgen.

Ten aanzien van de zaak met parketnummer 03-700614-13

De raadsman bepleit ten aanzien van het eerste tenlastegelegde feit dat cliënt geen geweld heeft gebruikt. Tevens bepleit de raadsman, dat onduidelijk is op welke manier het letsel is ontstaan nu er sprake is van twee versies, te weten: het trekken aan de tas zelf of het ten val komen na het trekken aan de tas. Het laatste staat overigens slechts in het schadeopgaveformulier genoemd. De raadsman pleit dat slechts overblijft: het weggenemen van een tas met inhoud.

De raadsman bepleit ten aanzien van het tweede tenlastegelegde feit dat cliënt dit feit heeft toegegeven maar dit slechts heeft gedaan in een overspannen toestand. De raadsman benoemt twee uitspraken van het Hof ’s Hertogenbosch en het Hof Arnhem die aangeven dat deze situatie geen bedreiging oplevert. De raadsman bepleit dat er niet tot een bewezenverklaring kan worden gekomen. Mocht de politierechter wel tot een bewezenverklaring komen verzoekt de raadsman deze omstandigheid mee te nemen in de strafmaat.

Ten aanzien van de zaak met parketnummer 03-159864-14

De raadsman refereert zich aan het oordeel van de politierechter ten aanzien van het tenlastegelegde.

3.3.

Het oordeel van de politierechter.1

De overtuiging van de politierechter dat de verdachte de tenlastegelegde feiten heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de volgende bewijsmiddelen.

Ten aanzien van de zaak met parketnummer 03-203603-13

Feit 1.

Uit de aangifte van [slachtoffer 1] komt naar voren dat verdachte hem, op 1 juni 2011, belde waarbij hij schold door de telefoon. Aangever hoorde onder andere dat hij riep: “ik maak je af, ik schiet iedereen dood, ik ga bij je ouders langs, zet daar de boel op de kop, als je het geld niet betaald.”2 Verdachte bekent dit tijdens zijn verhoor bij de politie.3

Aangever [slachtoffer 1] verklaart in zijn aangifte dat verdachte op maandag 4 juli 2011 bij het huis van de schoonouders van aangever schreeuwde tegen aangever: “Flikker, ik maak je af”.4 Aangeefster [slachtoffer 3] verklaart dat [slachtoffer 1] op diezelfde dag nogmaals telefonisch werd bedreigd door verdachte. Verdachte zou daarbij hebben gezegd dat hij andere mensen ging halen en een Kalasjnikov.5 Verdachte bekent tijdens zijn verhoor bij de politie dat hij aangever diverse keren (telefonisch) heeft bedreigd.6

Aangever [slachtoffer 1] verklaart tevens dat verdachte hem een sms-bericht heeft verstuurd waarin stond: “ik ga nu naar u ouders ik zet t op zijn kop”.7 Aangever heeft in het daarop volgende verhoor verscheidene telefoonnummers overgelegd, waarmee de sms-berichten zijn gestuurd. Verdachte is in het bezit van het volgende nummer: 06-86411927.8 Uit het proces-verbaal inzake het uitlezen van telecommunicatie blijkt dat drie sms-berichten direct gekoppeld kunnen worden aan verdachte en zijn telefoonnummer, te weten:

Verstuurd op 02-07-2011, 22:00 uur: Ik ga nu naar u ouders ik zet t op zijn kop.

Verstuurd op 04-07-2011, 18:21 uur: Breng mijn geld beter. Ik dit gaat slecht aflopen. Breng mijn geld en ik laat dit. Geef gewoon mijn geld.

Verstuurd op 15-07-2011, 02:58 uur: Ik ga je neuken a hoere kind. Wacht maar. Ik hoop dat je goed slaapt daar. Als je denkt dat ik slaap dan ben je mis. Ik kon alles te weten. Vuile hoer. Jij zult geen euro meer verdienen. Kijk maar.

De andere twee sms-berichten uit het tenlastegelegde feit zijn verstuurd met twee andere nummer die niet te koppelen zijn aan verdachte.9

Het sms-bericht verstuurd op 9 juli 2011, om 18:16 uur, met de tekst “Geef gewoon die geld teru ik ga me er echt niet bij neer leggen al moet ik er geld voor uit geen Echt rare actie van je Geef mijn geld ik laat je met rust” kan gekoppeld worden aan een persoon met de naam [naam 4].10 [slachtoffer 1] noemt deze naam in combinatie met het telefoonnummer ook in zijn verhoor.11

Het sms-bericht verstuurd op 5 juli 2011, om 20:23 uur, met de tekst “Voor u best wil ik bellen voor dit uit de hand loopt!” kan gekoppeld worden aan het telefoonnummer van een persoon genaamd [naam 5].12 [slachtoffer 1] noemt deze naam in combinatie met het telefoonnummer ook in zijn verhoor.13

Tijdens het onderzoek ter terechtzitting bekent verdachte nogmaals dat hij [slachtoffer 1] heeft bedreigd omdat hij het geld terug wilde dat hij aan [slachtoffer 1] had gegeven.

De politierechter is van oordeel dat de afpersing wettig en overtuigend is bewezen. Het merendeel van de bedreiging kan gekoppeld worden aan verdachte. Als verdachte wordt geconfronteerd met de tekst van deze bedreigingen, bekent hij dit ook. Dat de gebruikte telefoonnummers niet direct aan verdachte kunnen worden gekoppeld doet hier niet aan af.

Feit 2.

De verbalisanten beschrijven in het proces-verbaal van bevindingen dat zij op 4 juli 2011 zagen dat beide ramen van de woning op [adres 1] te Maastricht geheel vernield waren.14 Tevens zagen zij dat de gehele vloer van de woonkamer bezaaid was met glasresten. De verbalisanten hoorden dat de personen in de woning hen mededeelden dat met de steen het kleine woonkamerraam was ingegooid.15 [slachtoffer 1] verklaarde tijdens zijn aangifte dat hij hoorde dat de voorruit van de woonkamer werd ingegooid.16 Dit wordt bevestigd door [slachtoffer 3]17 en [slachtoffer 2]18. Verdachte bekent tijdens zijn eerste en tweede verhoor dat hij de ramen van de woning heeft vernield.19 Verdachte bekent dit nogmaals tijdens het onderzoek ter terechtzitting.

De politierechter overweegt als volgt.

Uit meerdere aangiftes komt naar voren dat de ramen kapot zijn gegooid. De verbalisanten zien ook dat de ruiten zijn ingegooid. Niemand heeft weliswaar aangegeven dat zij hebben gezien wie het heeft gedaan. Verdachte geeft echter meermalen toe dat hij deze ruiten vernield heeft. De politierechter is daarmee van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte meerdere ramen toebehorend aan [slachtoffer 2] heeft vernield.

Feit 3.

T.o.v. [slachtoffer 1]

De verbalisanten bevinden zich op 4 juli 2011 in de woning op [adres 1] te Maastricht. Zij beschrijven in het proces-verbaal van bevindingen dat een van de mannen, de later te noemen aangever [slachtoffer 1], hen mededeelde dat hij zojuist geslagen was met helmen. [slachtoffer 1] gaf aan dat hij meerdere malen geslagen was met een helm op het moment dat met zijn rug naar de deuropening van de woonkamer stond.20 Dit verklaart [slachtoffer 1] ook in zijn aangifte. Hij zou hard zijn geslagen met een helm op zijn achterhoofd en op zijn rechterschouderblad. Aangever geeft aan dat hij hier pijn van voelde. Aangever geeft aan dat hij 3 á 4 keer is geslagen. [slachtoffer 1] verklaart in zijn aangifte dat hij niet heeft gezien wie van de mannen hem heeft geslagen met de helm. Hij verklaart ook niet te weten wie van de mannen de helm mee de woning in heeft genomen.21

Bij het verhoor van [slachtoffer 1] geeft aangever echter een andere verklaring. Zo geeft hij aan dat hij weet dat alleen ‘die Belg’ een helm bij zich had. Met deze helm zou aangever diverse malen door de Belg hard zijn geslagen. Tevens deelt aangever mede dat verdachte en ‘de Belg’ handschoenen droegen met harde kunststoffen knobbeltjes. Terwijl ze deze handschoenen droegen hebben zij mij geslagen. 22 Dit is door aangever niet verteld bij zijn aangifte.

Aangeefster [slachtoffer 3] verklaart dat zij heeft gezien dat de drie mannen [slachtoffer 1] aan het slaan waren. Zij zag tevens dat de blanke kale man een helm in zijn handen had en hiermee naar [slachtoffer 1] sloeg. Tevens zag zij dat verdachte [slachtoffer 1] aan het slaan was.23 Dit wordt ondersteund door het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] waarin zij verklaart dat zij ‘de Belg’ [slachtoffer 1] zag slaan met een helm.24 De getuige [getuige 1] verklaart eveneens dat hij heeft gezien dat [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3] zijn geslagen.25

Uit de geneeskundige verklaring volgt dat [slachtoffer 1] letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden.26

T.o.v. [slachtoffer 3]

De verbalisanten bevinden zich op 4 juli 2011 in de woning op [adres 1] te Maastricht. Zij beschrijven in het proces-verbaal van bevindingen dat een van de mannen, de later te noemen aangever [slachtoffer 1], hen mededeelde dat zijn vrouw in de deuropening van de woonkamer was geslagen door de mannen.27 [slachtoffer 3] verklaarde ook zelf aan de verbalisanten dat zij door een onbekende kale man twee vuistslagen in haar gezicht, aan de rechter en linkerzijde, heeft gekregen. Zij kreeg tevens een vuistslag van deze man op haar rechter sleutelbeen.28 Aangever [slachtoffer 1] verklaart in zijn aangifte dat hij, op 4 juli 2011, zag dat [slachtoffer 3] werd geslagen en dat zij door de klappen werd geraakt. Hij kon niet zien wie haar sloeg.29 Uit het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] komt naar voren dat zij zag dat een persoon genaamd [betrokkene], [slachtoffer 3] enkele malen heeft geslagen. Zij zag dat hij twee keer met kracht met geblade vuist in haar gezicht sloeg. Ook zag zij dat [betrokkene] met kracht met gebalde vuist [slachtoffer 3] tegen haar borsten sloeg. De getuige [getuige 1] verklaart ook dat hij heeft gezien dat [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3] zijn geslagen.30

Uit de geneeskundige verklaring volgt dat [slachtoffer 3] letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden.31

De politierechter overweegt als volgt.

De verklaringen van de aangever [slachtoffer 1] komen niet overeen. Aangever weet in zijn tweede verhoor wel wie hem heeft geslagen met de helm, namelijk de Belg. Dit is niet verdachte. [slachtoffer 3] stelt verder dat de blanke kale man [slachtoffer 1] heeft geslagen. Ook dit is niet verdachte. Het zal chaos zijn geweest in de woning. Uit de aangiftes wordt wel duidelijk dat ook verdachte [slachtoffer 1] heeft geslagen.

Er is echter geen direct bewijs dat verdachte [slachtoffer 3] heeft geslagen. Wel kan worden vastgesteld dat de drie mannen niet binnen stormden voor de gezelligheid. In een beperkte ruimte is door alle drie de mannen geslagen. Daarmee is naar het oordeel van de politierechter wettig en overtuigend bewezen dat verdachte tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk zowel [slachtoffer 1] als [slachtoffer 3] heeft mishandelend, waardoor beiden letsel hebben bekomen en pijn hebben ondervonden.

Ten aanzien van de zaak met parketnummer 03-165045-13

Feit 1.

Door [slachtoffer 4] is aangifte gedaan tegen verdachte. Zij geeft aan dat verdachte op 20 februari 2012, in de gemeente Maastricht, de televisie in haar woning omgooide en dat hierdoor de televisie kapot ging. Zij zag tevens dat verdachte vervolgens het aquarium vernielde.32 De getuige [getuige 2] verklaart in het proces-verbaal van verhoor dat zij zag dat verdachte in de woonkamer van [slachtoffer 4] stond. Zij zag vervolgens dat de breedbeeldtelevisie op de grond lag en dat het aquarium kapot was geslagen waardoor de grond van de woonkamer bezaaid was met glas en stenen afkomstig uit het aquarium.33 Verdachte bekent deze vernieling in zijn verhoor bij de politie. 34 De verdachte bekent dit nogmaals ter terechtzitting. In het verhoor bij de politie verklaart verdachte echter dat de televisie en het aquarium van hem zijn. Ter terechtzitting deelde hij echter mede dat deze toch van [slachtoffer 4] is. Aangeefster verklaart nogmaals in het proces-verbaal van verhoor dat zij de eigenaar is van beide goederen.35

Feit 2.

Door [slachtoffer 4] is aangifte gedaan tegen verdachte. Zij deelt mede gezien te hebben dat verdachte op 20 februari 2012, in de gemeente Maastricht, een mes uit de keukenlade pakte. Zij zag dat verdachte met het mes boven zijn hoofd zwaaide en daarbij iets riep maar zich dit niet kan herinneren. Zij voelde zich bedreigd door verdachte nu hij slechts op enkele meters van haar vandaan stond. Vervolgens stak verdachte het mes in het aanrecht en vertrok.36 De getuige [getuige 2] verklaart in het proces-verbaal van verhoor dat verdachte tegen [slachtoffer 4] aan het schreeuwen was. Zij hoorde onder andere dat hij schreeuwde: “ik maak je kapot.” Zij zag dat verdachte naar de keuken liep en daar een vleesmes met zwart handvat pakte en dit vasthield in zijn rechterhand. Zij zag dat verdachte met het mes in zijn hand zwaaiende bewegingen maakte boven zijn hoofd. Zij zag vervolgens dat verdachte het mes met kracht in het keukenblad stak. De getuige geeft aan dat zij voor verdachte is gaan staan omdat hij de hele tijd de confrontatie zocht met [slachtoffer 4]. 37 Verdachte ontkent dit tijdens zijn verhoor bij de politie. 38

De politierechter overweegt als volgt.

Het eerste tenlastegelegde feit is wettig en overtuigend bewezen op grond van de aangifte, de verklaring van de getuige en de bekennende verklaring van verdachte.

Het tweede tenlastegelegde feit is wettig en overtuigend bewezen: de aangifte wordt ondersteund door de getuige die verdachte hoort roepen dat hij aangeefster kapot zal maken en zwaait daarbij met een mes boven zijn hoofd op enkele meters van aangeefster. De politierechter is van oordeel dat hier sprake is van een bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend een vleesmes ter hand genomen en met dit mes zwaaiende bewegingen boven zijn hoofd gemaakt.

Ten aanzien van de zaak met parketnummer 03-700614-13

Feit 1.

De verbalisanten krijgen op 8 juli 2013 een melding om te rijden naar de [adres 2] te Maastricht omdat de bewoonster, [slachtoffer 4], van haar tas zou zijn beroofd door haar ex-vriend genaamd [verdachte].39 De straat waarin het incident heeft plaatsgevonden dient te worden aangemerkt als openbare weg.40 [slachtoffer 4] verklaart dat zij voor haar woning is beroofd van haar zalmkleurige handtas met de inhoud: mobiele telefoon, identiteitskaart, zonnebril, €50,00, en de huissleutel van haar woning. Zij gaf aan dat ze letsel had opgelopen waarop de verbalisanten constateerden dat er op de linkerhand van [slachtoffer 4] diverse rode striemen zaten.41 [slachtoffer 4] doet vervolgens aangifte tegen verdachte. Zij verklaart dat zij voor de deur van haar woning stond en zag dat er een auto, van het merk BMW, naderde met gierende banden. Zij herkende de bestuurder als [verdachte]. Zij verklaart dat hij haar handtas van haar schouder afgriste waarbij zij letsel heeft bekomen aan haar linkerhand. Verdachte zou met de tas zijn weggereden. De getuige [getuige 3] verklaart dat hij [slachtoffer 4] en verdachte op de stoep zag staan. Hij zag vervolgens dat verdachte wegliep met een roze handtas die hij herkende als de handtas van [slachtoffer 4].42 De getuige verklaart dat hij verdachte zag wegrijden in een auto met het merk BMW. Een tweede getuige, [getuige 4], gaf aan dat zij aan verdachte de auto met het merk BMW had uitgeleend.43 Verdacht verklaart dat hij bij [slachtoffer 4] aan de deur is geweest op 8 juli 2013 omdat hij zijn I-Phone terug wilde. Hij is met een auto, van het merk BMW, naar haar woning gegaan. Hij verklaart dat hij zijn telefoon niet terug kreeg en dat hij daaropvolgend haar handtas, die zij in haar handen had, van haar afpakte. Hij zegt dat hij niet hard moest trekken om deze uit haar handen te krijgen. Verdachte verklaart geen geweld te hebben gebruikt.44

Feit 2.

[slachtoffer 4] doet aangifte tegen verdachte. Zij verklaart dat zij op 27 september 2013 gebeld werd door verdacht, haar ex-vriend. Zij geeft aan dat hij schold en zei: “ik snij je open, vieze kut, ik maak je kapot. Ik stamp zo dadelijk de deur in en dan schiet ik jullie allemaal dood.” Vervolgens gaf aangeefster aan dat hij haar diverse malen die dag belde en dat zij hem hoorde zeggen: “Ik sla je de tanden uit je mond, ik maak je kapot. Je bent een kutwijf.” Aangeefster had haar mobiele telefoon op luidspreker staan zodat de andere personen, die bij haar waren ook hebben kunnen horen wat verdachte door de telefoon zei tegen haar.45 De getuige [getuige 5] verklaart dat aangeefster op 27 september 2013 bij haar was. Zij zag dat aangeefster haar telefoon op luidspreker zette. Zij hoorde de stem van verdachte die zei: “Ik sla alle tanden uit je bek. Ik schiet je kapot en ik maak je af.” Getuige geeft aan dat aangeefster bang voor verdachte is.46 Verdachte geeft dit ook aan bij haar aangifte.47 Dit wordt tevens geconstateerd door de verbalisanten in het proces-verbaal van bevindingen.48 Verdachte verklaart in zijn verhoor bij de politie dat hij woorden heeft gezegd die een gevolg van zijn boosheid waren en dat het mogelijk is dat hij haar heeft bedreigd. Hij verklaart dat de mogelijkheid aanwezig is dat hij tegen haar heeft gezegd dat hij haar open zou snijden en kapot zou maken. Hij geeft hierbij aan dat dit slechts uit pure frustratie was.

De politierechte overweegt als volgt.

Het eerste tenlastegelegde feit is naar het oordeel van de politierechter wettig en overtuigend bewezen op grond van de aangifte van verdachte, het proces-verbaal van bevindingen waarbij het letsel van aangeefster wordt gezien en de getuigenverklaring van [getuige 3]. Verdachte geeft aan geen geweld te hebben gebruikt, er is echter toch letsel te zien bij aangeefster dat anders indiceert. Tevens verklaren aangeefster, de getuige [getuige 3] en de getuige [getuige 4] dat verdachte reed in een BMW, en dat deze is gezien op de plek van het incident.

Het tweede tenlastegelegde feit is wettig en overtuigend bewezen op basis van de aangifte, de verklaring van getuige en de bekennende verklaring van verdachte.

Ten aanzien van de zaak met parketnummer 03-159864-14

Feit 1 en 2.

[slachtoffer 4] doet aangifte tegen verdachte. Zij geeft aan dat verdachte haar op 28 januari en 30 januari 2014 heeft gebeld en bedreigd. Op 28 januari werd aangeefster gebeld door een voor haar onbekend nummer. Zij herkende de stem van verdachte en hoorde hem zeggen: “Ik kom aan je deur en steek een 9mm pistool in je mond en schiet je overhoop, neem [naam 1] mee en breng hem naar Marokko.” Op 30 januari wordt zij gebeld door hetzelfde nummer. Haar vriend [getuige 6] nam de telefoon op en zette deze op luidspreker. Aangeefster hoorde verdachte zeggen: “Ik maak jullie kapot, ik weet jullie altijd te vinden. Ook je moeder schiet ik een kogel door haar hoofd.”49 De getuige [getuige 6] geeft aan dat aangeefster meerdere keren is bedreigd door verdachte. Zij is ook telefonisch bedreigd op de dag van de verjaardag van haar zoon, dinsdag 28 september (lees januari50) 2014. De getuige verklaart dat verdachte haar telefonisch had bedreigd en dat zij doodsbang was voor verdachte. Op donderdag 30 januari 2014 werd aangeefster nogmaals gebeld en zij nam de telefoon op. De getuige geeft aan dat hij heeft gehoord dat verdachte zei: “Ik maak jullie kapot, ik weet jullie altijd te vinden. Ook je moeder schiet ik een kogel door het hoofd”. Even later heeft de getuige het gesprek op de speaker gezet en hoorde hij dat verdachte riep dat als zijn moeder stervende zou zijn en zou sterven zonder haar kleinzoon gezien te hebben, dat hij dan voor [naam 2] zou gaan staan en hij zei “dan weet ik haar te vinden en zal ik voor [naam 2] staan met een 9 millimeter en dan kan ze de kogel krijgen door de kop en [naam 3] ook.” Getuige geeft aan dat [naam 3] de naam van de moeder is van aangeefster.51 Verdachte bekent dat hij aangeefster heeft bedreigd op 28 januari 2014. Hij mocht zijn zoontje niet zien en was daardoor enorm gefrustreerd. Hij geeft aan haar via de telefoon bedreigd te hebben. Hij zegt haar bedreigd te hebben met de dood. Waarschijnlijk had dit de strekking van: “ik schiet je kapot.” Dit komt overeen met hetgeen verdachte de verbalisanten verteld.52

De politierechter overweegt als volgt.

Beide feiten zijn naar het oordeel van de politierechter wettig en overtuigend bewezen op grond van de aangifte van bedreiging met de dood en getuige [getuige 6] die dit verhaal bevestigd. Verdachte bekent het eerste feit bij het verhoor van de politie. Over het tweede feit wordt verdachte niet verhoord, maar daarover heeft hij wel gesproken.

4 De bewezenverklaring.

De politierechter acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

Ten aanzien van de zaak met parketnummer 03.203603-13

Feit 1:

Hij, in de periode van 1 juli 2011 t/m 15 juli 2011, in de gemeente Maastricht, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer 1] te dwingen tot afgifte van een hoeveelheid geld, toebehorende aan [slachtoffer 1], opzettelijk die [slachtoffer 1] meermalen heeft bedreigd met de woorden “ik maak je af, ik schiet iedereen dood” en/of “flikker, ik maak je helemaal f” en/of “ik haal andere mensen en een Kalashnikov als je geen geld geeft” en/of aan die [slachtoffer 1] meermalen opzettelijk een sms heeft verzonden met de tekst: “ik ga nu naar u ouders ik zet t op zijn kop” en/of “Breng mijn geld beter. Ik dit gaat slecht aflopen. Breng mijn geld en ik laat dit. Geeft gewoon mijn geld” en of “ik ga je neuken a hoere kind. Wacht maar. Ik hoop dat je goed slaapt daar. Als je denkt dat ik slaap dan ben je mis. Ik kon alles te weten. Vuile hoer. Jij zult geen euro meer verdienen. Kijk maar.” en/of “Geef gewoon die geld teru ik ga me er echt niet bij neerleggen al moet ik er geld voor uit geen Echt rare actie van je Geef mijn geld ik laat je met rust.” en/of “Voor u best wil bellen voor dit uit de hand loopt!”, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Feit 2:

hij, op of omstreeks 4 juli 2011, in de gemeente Maastricht, opzettelijk en wederrechtelijk meerdere ramen, toebehorende aan [slachtoffer 2], heeft vernield.

Feit 3:

hij, op 4 juli 2011, in de gemeente Maastricht, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk mishandelend personen, te weten:

- [slachtoffer 1], met een helm op het achterhoofd en op het schouderblad heeft geslagen en

- [slachtoffer 3], met een vuist in het gelaat en/of tegen het lichaam heeft geslagen

waardoor voornoemde personen letsel hebben bekomen en pijn hebben ondervonden.

Ten aanzien van de zaak met parketnummer 03-1655045-13

Feit 1:

hij, op 20 februari 2012, in de gemeente Maastricht, opzettelijk en wederrechtelijk

- een televisie, toebehorende aan [slachtoffer 4], heeft beschadigd en

- een aquarium , toebehorende aan [slachtoffer 4], heeft vernield.

Feit 2:

hij, op 20 februari 2012, in de gemeente Maastricht, [slachtoffer 4] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend een vleesmes ter hand genomen en (vervolgens) met dit mes zwaaiende bewegingen boven zijn hoofd gemaakt.

Ten aanzien van de zaak met parketnummer 03-700614-13

Feit 1:

Hij op 8 juli 2013 in de gemeente Maastricht, op de [adres 2], met het oogmerk van wederrechtelijk toe-eigening heeft weggenomen een tas met inhoud (o.a. een gsm en/of geld en/of een zonnebril en/of een ID-kaart en/of een huissleutel), toebehorende aan [slachtoffer 4], welke diefstal werd voorafgegaan van geweld tegen die [slachtoffer 4], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, welk geweld hierin bestond dat hij verdachte, met kracht voornoemde tas van de schouder van die [slachtoffer 4] heeft gerukt, ten gevolge waarvan die [slachtoffer 4] letsel aan een hand heeft bekomen.

Feit 2:

Hij op 27 september 2013 in de gemeente Maastricht, meermalen [slachtoffer 4] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 4] (telefonisch) dreigend de woorden toegevoegd: “ik snij je open, vieze kut, ik maak je kapot” en “Ik stamp zo dadelijk de deur in en dan schiet ik jullie allemaal dood” en “ik sla je de tanden uit je mond, ik maak je kapot”.

Ten aanzien van de zaak met parketnummer 03-159864-14

Feit 1:

hij, op 28 januari 2014, in de gemeente Maastricht, [slachtoffer 4] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 4] dreigend de woorden toegevoegd: "(...) Ik kom aan je deur en steek je een 9mm pistool in je mond en schiet je overhoop, neem [naam 1] mee en breng hem naar Marokko" en/of "Ik schiet je kapot".

Feit 2:

hij, op 30 januari 2014, in de gemeente Maastricht, [slachtoffer 4] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 4] dreigend de woorden toegevoegd: "Ik maak jullie kapot, ik weet jullie altijd te vinden. […]" en/of "Dan weet ik haar te vinden en zal ik voor [naam 2] staan met een 9 millimeter en dan kan ze de kogel krijgen door de kop […]".

De politierechter acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde en de kwalificatie.

5.1.

De strafbaarheid.

De bewezenverklaarde feiten zijn strafbaar.

5.2.

De kwalificatie.

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare misdrijven op:

Ten aanzien van de zaak met parketnummer 03-203603-13

Feit 1:

primair

poging tot afpersing

Het misdrijf is strafbaar gesteld bij artikel 45 en 317 van het wetboek van strafrecht.

Feit 2:

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen, meermalen gepleegd

Het misdrijf is strafbaar gesteld bij artikel 350 van het wetboek van strafrecht.

Feit 3:

Mishandeling, meermalen gepleegd

Het misdrijf is strafbaar gesteld bij artikel 300 van het wetboek van strafrecht.

Ten aanzien van de zaak met parketnummer 03-1655045-13

Feit 1:

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen, meermalen gepleegd

Het misdrijf is strafbaar gesteld bij artikel 350 van het wetboek van strafrecht.

Feit 2:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht

Het misdrijf is strafbaar gesteld bij artikel 285 van het wetboek van strafrecht.

Ten aanzien van de zaak met parketnummer 03-700614-13

Feit 1:

Diefstal vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd op de openbare weg

Het misdrijf is strafbaar gesteld bij artikel 312 van het wetboek van strafrecht.

Feit 2:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht

Het misdrijf is strafbaar gesteld bij artikel 285 van het wetboek van strafrecht.

Ten aanzien van de zaak met parketnummer 03-159864-14

Feit 1:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht

Het misdrijf is strafbaar gesteld bij artikel 285 van het wetboek van strafrecht.

Feit 2:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht

Het misdrijf is strafbaar gesteld bij artikel 285 van het wetboek van strafrecht.

6 De strafbaarheid van verdachte.

De verdachte is strafbaar voor het bewezenverklaarde nu, zoals hiervoor door de politierechter besproken, geen omstandigheid aannemelijk is geworden die verdachtes strafbaarheid opheft.

7 De oplegging van straf en/of maatregel.

7.1

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft ter terechtzitting aangevoerd dat zowel het feit als de verdachte strafbaar zijn. Het betreft drie woordelijke bedreigingen, één bedreiging met een mes, twee vernielingen, één diefstal met geweld, één poging tot afpersing en het medeplegen van een mishandeling van personen. De officier van justitie houdt rekening met het feit dat verdachte meerdere strafbare feiten in korte tijd heeft gepleegd en in deze situatie lijkt te verharden. Tevens neemt de officier van justitie mee in haar eis dat een deel van de feiten speelt in de sfeer van huiselijk geweld. De officier van justitie vordert, dat verdachte zal worden veroordeeld tot 9 maanden gevangenisstraf waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren met aftrek van de tijd van de verdachte in verzekering heeft gezeten. Aan de proeftijd wordt door de officier van justitie als bijzondere voorwaarde gevorderd een straat- en contactverbod ten aanzien van mevrouw [slachtoffer 4]. Tevens vordert de officier van justitie aan verdachte een taakstraf in de vorm van een werkstraf op te leggen voor de duur van 160 uren subsidiair 80 dagen vervangende hechtenis.

7.2

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman van verdacht heeft bepleit dat de eis van de officier van justitie te hoog is en dat het opleggen van de taakstraf geen gepasseerd station is. Verdachte is bereid een taakstraf uit te voeren. De raadsman pleit dat rekening dient te worden gehouden in de straf met het feit dat verdachte bekent op zitting en tijdens het verhoor bij de politie.

7.3

Het oordeel van de politierechter.

De politierechter heeft bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

De politierechter overweegt in het bijzonder dat de feiten deels tegen zijn ex-echtgenote zijn gericht en deels tegen anderen. Ter zake de feiten die verdachte tegen deze anderen heeft gepleegd stelt de politierechter vast dat deze al van oudere datum zijn. De politierechter zal in matigende zin rekening houden met het tijdsverloop.

Van deze feiten, gepleegd tegen anderen, moeten nadrukkelijk de overige feiten worden onderscheiden. Verdachte pleegt misdrijven als bewezenverklaard tegen zijn ex-echtgenote en volhardt daarin vanaf 2012 tot in 2014. De oorzaak voor het gedrag van verdachte lijkt voor een belangrijk deel te zijn gelegen in zijn frustraties over de mogelijkheden om zijn zoontje te zien. Dit zoontje verblijft bij de moeder i.c. het slachtoffer van de bewezenverklaarde feiten. De politierechter stelt daarbij vast dat de problemen voor een belangrijk deel aan verdachte zelf zijn te wijten, nu hij in alles een direct contact met overheden en hulpverleners vermijdt. Hoewel niet wordt bestreden dat het zoontje inderdaad zijn eigen kind is, weigert hij hem als zijn kind te erkennen. Ook weigert hij met behulp van officiële instanties tot een omgangsregeling te komen; een regeling waar de moeder in beginsel niet afwijzend tegenover staat. Het is de politierechter niet gebleken waar deze houding uit voortvloeit.

Het gevolg hiervan is dat verdachte zichzelf in een neerwaartse spiraal van frustraties heeft begeven, die uiteindelijk tot toenemende agressie heeft geleid. De politierechter heeft ter terechtzitting echter ook vastgesteld dat deze agressie deels ook het gevolg van pure onmacht lijkt te zijn.

Gelet op dit alles is de politierechter van oordeel dat een onvoorwaardelijke werkstraf in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf als hierna te bepalen op hun plaats zijn. De politierechter zal aan de voorwaardelijke gevangenisstraf de bijzondere voorwaarde verbinden dat verdachte op geen enkele wijze in contact mag treden met het slachtoffer en haar zoontje, tenzij dit contact plaatsvindt onder begeleiding van hulpverlenende instanties als jeugdzorg.

De politierechter zal daarbij rekening houden met het bepaalde in artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht.

8 De vordering van de benadeelde partij.

Ten aanzien van de zaak met parketnummer 03-1655045-13

Ter terechtzitting is het formulier, als bedoeld in artikel 51b, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, behandeld, waarbij de benadeelde partij [slachtoffer 4] zich ter zake van haar vordering tot schadevergoeding als benadeelde partij in het strafproces heeft gevoegd. Deze partij vordert een bedrag van €3.132,95, met de wettelijke rente en de schadevergoedingsmaatregel, ter zake van het ten laste gelegde.

Ten aanzien van de zaak met parketnummer 03-700614-13

Ter terechtzitting is het formulier, als bedoeld in artikel 51b, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, behandeld, waarbij de benadeelde partij [slachtoffer 4] zich ter zake van haar vordering tot schadevergoeding als benadeelde partij in het strafproces heeft gevoegd. Deze partij vordert een bedrag van € 1.050,00, met de wettelijke rente en de schadevergoedingsmaatregel, ter zake van het ten laste gelegde.

8.1

Het standpunt van de officier van justitie.

Ten aanzien van de zaak met parketnummer 03-1655045-13

De officier van justitie heeft gevorderd de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4] toe te wijzen voor een bedrag van €450,00 subsidiair 9 dagen vervangende hechtenis, met de wettelijke rente en de schade vergoedingsmaatregel, gelet op de aard en ernst van de feiten en de omstandigheden van het geval. De rest dient niet-ontvankelijk te worden verklaard.

Ten aanzien van de zaak met parketnummer 03-700614-13

De officier van justitie heeft gevorderd de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4] toe te wijzen voor een bedrag van €241,45 subsidiair 4 dagen vervangende hechtenis, wet de wettelijke rente en de schade vergoedingsmaatregel, gelet op de aard en ernst van de feiten en de omstandigheden van het geval. De rest dient niet-ontvankelijk te worden verklaard.

8.2

Het standpunt van de verdediging.

Ten aanzien van de zaak met parketnummer 03-1655045-13

De verdediging heeft bepleit de vordering gedeeltelijk af te wijzen, nu onduidelijk is hoe het laminaat en het dressoir zijn beschadigd. Tevens is niet duidelijk gebleken van wie de goederen zijn nu verdachte stelt dat deze van hemzelf zijn.

Ten aanzien van de zaak met parketnummer 03-700614-13

De verdediging heeft bepleit de vordering af te wijzen, omdat van immateriële schade in de vorm van psychisch leed niet is gebleken. Er is geen psychische schade door een specialist vastgesteld en ook blijkt niet van behandeling van psychische problematiek. Tevens is onduidelijk wat het letsel van de benadeelde partij precies is.

8.3

Het oordeel van de politierechter.

De politierechter zal de vordering onder parketnummer 03-1655045-13 toewijzen, voor zover deze betrekking heeft op het aquarium. Ten aanzien van de overige goederen kan de hoogte van de schade niet worden vastgesteld zonder nader onderzoek dan wel is er - vooralsnog - geen rechtstreeks verband tussen het betreffende bewezenverklaarde feit en de gestelde schade.

De politierechter zal de benadeelde partij dan ook voor het overige niet-ontvankelijk verklaren in haar vorderingen, nu de behandeling hiervan naar het oordeel van de politierechter een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De benadeelde partij kan de vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Ten aanzien van de gevorderde immateriële schade overweegt de politierechter daarbij in het bijzonder dat de vordering in sterke mate zijn grondslag vindt in de relatie tussen verdachte en zijn ex-echtgenote. De politierechter spreekt in deze procedure weliswaar een oordeel uit over het niet goed te keuren gedrag van verdachte, maar voelt zich tevens beperkt in zijn mogelijkheden om een afgewogen oordeel te kunnen geven over de rol van zowel verdachte als diens ex-echtgenote i.c. de benadeelde partij.

9 De wettelijke voorschriften.

De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 24c, 36f, 45, 57, 63, 285, 300, 312, 317, 350 van het Wetboek van Strafrecht.

10 De beslissing.

De politierechter:

Bewezenverklaring

  • -

    verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde, zoals hiervoor is omschreven, heeft begaan;

  • -

    spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

  • -

    verklaart dat het bewezen verklaarde strafbare feiten oplevert zoals hierboven is omschreven;

  • -

    verklaart verdachte strafbaar;

Straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 4 maanden;

- bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast omdat verdachte voor het einde van een proeftijd van twee jaar de algemene voorwaarden of de bijzondere voorwaarden heeft overtreden;

  • -

    stelt als algemene voorwaarden dat de verdachte

  • -

    zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

  • -

    ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

  • -

    medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

- stelt als bijzondere voorwaarden dat de verdachte

- zich gedurende de proeftijd van twee jaren op geen enkele wijze zelf contact zal opnemen of zoeken met [slachtoffer 4];

  • -

    veroordeelt de verdachte tevens tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van 160 uren subsidiair 80 dagen vervangende hechtenis;

  • -

    bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde taakstraf naar de maatstaf van twee uren taakstraf per dag ondergane inverzekeringstelling;

Benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel

Ten aanzien van de zaak met parketnummer 03-1655045-13

  • -

    veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 4], [adres 2], van € 91,95 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 februari 2012 tot aan de dag der algehele voldoening;

  • -

    verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering;

  • -

    veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 4], € 91,95 te betalen, bij niet-betaling te vervangen door 1 dag hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

  • -

    bepaalt dat bij voldoening van de schademaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd.

Ten aanzien van de zaak met parketnummer 03-700614-13

- bepaalt de benadeelde partij [slachtoffer 4] niet-ontvankelijk in haar vordering.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.A.G.M. Vluggen, politierechter, in tegenwoordigheid van M.K. Klompe, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 20 november 2014.

1 De vindplaatsvermeldingen, voorkomend in de hierna opgenomen bewijsmiddelen en de motivering van de bewezenverklaring, verwijzen naar de doorlopende paginanummering in de voor eensluidend afschrift gewaarmerkte kopie van het in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde verbalisanten van de politie Limburg-Zuid opgemaakte processen-verbaal van de vier zaken met de parketnummers 03-203603-13, 03-700614-13, 165045-13, 03-159864-14, en de als bijlagen daarbij gevoegde schriftelijke bescheiden, welke alle wettige bewijsmiddelen zijn als bedoeld in artikel 344, eerste lid jo. Artikel 339, eerste lid onder 5° van het Wetboek van Strafvordering.

2 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 1] d.d. 4 juli 2011 (bladzijde 42).

3 Proces-verbaal verhoor van verdachte d.d. 5 maart 2013 (bladzijde 28).

4 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 1] d.d. 4 juli 2011 (bladzijde 43).

5 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 3] d.d. 4 juli 2011 (bladzijde 120).

6 Proces-verbaal verhoor van verdachte d.d. 5 maart 2013 (bladzijde 28).

7 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 1], d.d. 4 juli 2011 (bladzijde 42).

8 Proces-verbaal verhoor van aangever d.d. 20 juli 2011 (bladzijde 49).

9 Proces-verbaal inzake data gsm aangever [slachtoffer 1] (bladzijde 115).

10 Proces-verbaal inzake data gsm aangever [slachtoffer 1] (bladzijde 115).

11 Proces-verbaal verhoor aangever d.d. 20 juli 2011 (bladzijde 49).

12 Proces-verbaal inzake data gsm aangever [slachtoffer 1] (bladzijde 115).

13 Proces-verbaal verhoor aangever [slachtoffer 1] d.d. 20 juli 2011 (bladzijde 49).

14 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 4 juli 2011 (bladzijde 31).

15 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 4 juli 2011 (bladzijde 32).

16 Proces-verbaal aangifte [slachtoffer 1] d.d. 4 juli 2011 (bladzijde 44).

17 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 3] d.d. 4 juli 2011 (bladzijde 121).

18 Proces-verbaal aangifte [slachtoffer 2] d.d. 18 juli 2011 (bladzijde 130).

19 Proces-verbaal verhoor van verdachte d.d. 4 maart 2013 (bladzijde 21). Proces-verbaal verhoor van verdachte d.d. 5 maart 2013 (bladzijde 28).

20 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 4 juli 2011 (bladzijde 32).

21 Proces-verbaal aangifte [slachtoffer 1] d.d. 4 juli 2011 (bladzijde 44).

22 Proces-verbaal verhoor aangever [slachtoffer 1] d.d. 20 juli 2011 (bladzijde 50).

23 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 3] d.d. 4 juli 2011 (bladzijde 121).

24 Proces-verbaal aangifte [slachtoffer 2] d.d. 18 juli 2011 (bladzijde 129).

25 Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 1], d.d. 4 juli 2011 (bladzijde 137).

26 Geneeskundige verklaring (bladzijde 53).

27 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 4 juli 2011 (bladzijde 32).

28 Proces-verbaal van aangifte d.d. 4 juli 2011 (bladzijde 121).

29 Proces-verbaal aangifte [slachtoffer 1] d.d. 4 juli 2011 (bladzijde 44).

30 Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 1], d.d. 4 juli 2011 (bladzijde 137).

31 Geneeskundige verklaring (bladzijde 126).

32 Proces-verbaal aangifte [slachtoffer 4] d.d. 20 februari 2013 (paginanummering ontbreekt).

33 Proces-verbaal verhoor getuige d.d. 20 februari 2013 (paginanummering ontbreekt).

34 Proces-verbaal verhoor verdachte d.d. 30 april 2013 (paginanummering ontbreekt).

35 Proces-verbaal verhoor aangeefster d.d. 1 september 2013 (paginanummering ontbreekt).

36 Proces-verbaal aangifte [slachtoffer 4] d.d. 20 februari 2013 (paginanummering ontbreekt).

37 Proces-verbaal verhoor getuige d.d. 20 februari 2013 (paginanummering ontbreekt).

38 Proces-verbaal verhoor verdachte d.d. 30 april 2013 (paginanummering ontbreekt).

39 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 8 juli 2013 (bladzijde 10).

40 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 11 oktober 2013(bladzijde 17).

41 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 8 juli 2013 (bladzijde 10).

42 Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 3] d.d. 9 juli 2013 (bladzijde 25).

43 Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 4] d.d. 9 juli 2013 (bladzijde 26).

44 Proces-verbaal verhoor verdachte d.d. 11 oktober 2013 (bladzijde 44 en 45).

45 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 4] d.d. 28 september 2013 (bladzijde 30).

46 Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 5] d.d. 28 september 2013 (bladzijde 32).

47 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 4] d.d. 28 september 2013 (bladzijde 30).

48 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 27 september 2013 (bladzijde 34).

49 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 4] d.d. 3 februari 2014 (bladzijde 26).

50 Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 6] d.d. 16 maart 2014 (bladzijde 29). Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 6] d.d. 29 juli 2014 (bladzijde 31).

51 Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 6] d.d. 29 juli 2014 (bladzijde 29 en 30).

52 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 24 juli 2014 (bladzijde 41).