Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2013:CA2726

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
24-04-2013
Datum publicatie
19-06-2013
Zaaknummer
C/03/173892 / FA RK 12-917, C/03/169721 / FA RK 12-279 en C/03/179848 / JE RK 13-464
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank heeft ambtshalve een bijzonder curator benoemd nadat het kind middels een informele rechtsingang eerst om vaststelling van het hoofdverblijf bij de vader had gevraagd en daarna om vaststelling van het hoofdverblijf bij de moeder. Het kind werd dermate belast met de strijd tussen ouders dat het, gezien het loyaliteitsconflict waar zij zich in bevond, moeilijk was te achterhalen wat de mening van het kind ten aanzien van het hoofdverblijf was. De bijzonder curator heeft aangedrongen op een ondertoezichtstelling van de minderjarige waarna de Raad voor de Kinderbescherming ter zitting een verzoek tot ondertoezichtstelling heeft gedaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Opleidingen Legal 2014/49
FJR 2014/41.19

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Familie en jeugd

Datum uitspraak: 24 april 2013

Zaaknummers: C/03/173892 / FA RK 12-917

C/03/169721 / FA RK 12-279

C/03/179848 / JE RK 13-464

De enkelvoudige kamer, belast met de behandeling van burgerlijke zaken, heeft de navolgende beschikking gegeven in de navolgende zaken:

zaaknummer C/03/169721 / FA RK 12-279 (wijziging van het hoofdverblijf)

[Naam minderjarige],

verder te noemen [de minderjarige],

wonende te [woonplaats], gemeente [X],

kind van:

[Naam moeder],

verder te noemen: de moeder,

wonende te [woonplaats], gemeente [X],

en:

[Naam vader],

verder te noemen: de vader,

wonende te [woonplaats],

zaaknummer C/03/ C/03/173892 / FA RK 12-917 (wijziging van het gezag)

[Naam moeder],

verzoekster, verder te noemen: de moeder,

wonende te [woonplaats], gemeente [X],

advocaat mr. M.E.Th. Hogervorst, kantoorhoudende te Maastricht,

en:

[Naam vader],

wederpartij, verder te noemen: de vader,

wonende te [woonplaats],

geen advocaat,

zaaknummer 03/179848 / JE RK 13-464 (ondertoezichtstelling)

DE RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING,

gevestigd te Maastricht,

verzoeker,

Als belanghebbenden worden aangemerkt:

[Naam moeder],

verder te noemen: de moeder,

wonende te [woonplaats], gemeente [X],

advocaat mr. M.E.Th. Hogervorst, kantoorhoudende te Maastricht,

[Naam vader],

verder te noemen: de vader,

wonende te [woonplaats],

geen advocaat.

Wederom gezien de stukken, waaronder de beschikking van de rechtbank Maastricht van 27 september 2012 in zaaknummers.

1. Het verdere verloop van de procedure

Zaaknummers 169721 / FA RK 12-279 en 173892 / FA RK 12-917

De bijzonder curator heeft op 20 december 2012 een verslag uitgebracht.

De vader heeft op voormeld verslag van de bijzonder curator gereageerd bij brief, gedateerd 22 december 2012.

De Raad voor de Kinderbescherming te Maastricht, verder te noemen: de raad, heeft op 28 december 2012 een rapport uitgebracht.

De raad heeft bij brief van 28 december 2012 een reactie van de moeder overgelegd.

De minderjarige heeft een brief gestuurd, ingekomen bij de rechtbank op 21 maart 2013.

De behandeling is voortgezet ter zitting van 27 maart 2013.

3. Het standpunt van de bijzonder curator

Zaaknummers 169721 / FA RK 12-279 en 173892 / FA RK 12-917

De bijzonder curator is van mening dat het hoofdverblijf van [de minderjarige] bij de moeder gecontinueerd dient te blijven. [de minderjarige] is gebaat bij rust en duidelijkheid. De moeder heeft hard aan zichzelf gewerkt, maar er blijven zorgen over haar problematiek. Bij [de minderjarige] is duidelijk sprake van een ernstig loyaliteitsconflict door de strijd die de ouders voeren sinds de scheiding. [de minderjarige] heeft het gevoel te moeten kiezen en zij wil graag beide ouders tevreden stellen. De ouders echter dienen hierin hun verantwoordelijkheid te nemen en te starten met communicatie op een aanvaardbare wijze. De bijzonder curator is van mening dat een ondertoezichtstelling van [de minderjarige] uitkomst zou bieden, nu er sprake is van een bedreigde ontwikkeling van [de minderjarige]. Een gezinsvoogd kan de communicatie op gang brengen en coördineren, kan optreden als buffer tussen de ouders en ingrijpen op het moment dat het in de opvoedsituatie bij de moeder mis zou gaan.

Een wijziging in het gezag is niet op zijn plaats. Het risico bestaat dat ouders dan niet meer met elkaar gaan communiceren, terwijl het juist in het belang van [de minderjarige] is als dit wel gebeurt.

De contacten tussen de vader en [de minderjarige] dienen op kort termijn weer te worden opgestart. [de minderjarige] wil, onder voorwaarde dat de vader niet meer zal praten over datgene wat er gespeeld heeft en hij niet boos zal zijn, een keer per veertien dagen van vrijdag tot zondag en de helft van de vakantie- en feestdagen naar de vader toe.

Ter zitting heeft de bijzondere curator nog aangevuld dat de situatie voor [de minderjarige] zorgelijk blijft. Zij is blij contact met de vader te hebben en wil dat ook behouden, maar zij is bang dit contact te verliezen door de financiële situatie bij beide ouders. [de minderjarige] heeft er veel last van dat de ouders niet met elkaar praten. Ook blijft [de minderjarige] zich zorgen maken over het alcoholgebruik van de moeder en zij is bang dat de moeder terugvalt zoals in het verleden is gebeurd. [de minderjarige] is een bang en verdrietig meisje dat heel loyaal is aan beide ouders.

Voor [de minderjarige] is het belangrijk dat er communicatie plaatsvindt tussen haar de ouders. Een wijziging in het gezag lost de situatie niet op.

4. Het advies van de raad

Zaaknummers 169721 / FA RK 12-279 en 173892 / FA RK 12-917

De raad adviseert het hoofdverblijf van [de minderjarige] bij de moeder te continueren, het gezamenlijk gezag in stand te houden en een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken vast te stellen. De ouders hebben afspraken gemaakt en conform deze afspraken gehandeld zoals opgenomen in het ouderschapsplan van 16 november 2010.

Voor de sociaal-emotionele ontwikkeling van [de minderjarige] is het nodig dat zij de KIES-training volgt, die binnen afzienbare tijd zal starten. Beide ouders krijgen individuele hulpverlening die doorgezet moet worden. De raad is van mening dat ouders hulp dienen te zoeken bij ouderschaps¬reorganisatie die vanuit AmaCura of het algemeen maatschappelijk werk gegeven wordt.

Zaaknummer 179848 / JE RK 13-464

Ter zitting heeft de raad alsnog mondeling verzocht om [de minderjarige] onder toezicht te stellen, nu de door de raad geadviseerde hulp nog niet is gestart en de gang van zaken rondom de terugval van de moeder zorgelijk is. Er is sprake van een bedreigde ontwikkeling van [de minderjarige] die enerzijds te maken met de strijd tussen de ouders en anderzijds met de onstabiele opvoedingssituatie van de moeder. De hulpverlening in het vrijwillige kader is ontoereikend omdat de ouders niet uit hun onderlinge strijd komen en onvoldoende inzet tonen in het zoeken van hulp.

5. De standpunten van de belanghebbenden

Alle zaken

De advocaat heeft namens de moeder ter zitting naar voren gebracht dat de moeder open staat voor een goede communicatie met de vader, maar dat zij verwacht dat door de houding en het standpunt van de vader, hierin geen openingen zijn. Hierdoor loopt [de minderjarige] het gevaar dat zij verloren dreigt te raken tussen haar ouders. De verwachting is niet dat hier binnen afzienbare tijd verbetering in komt. De moeder blijft bij haar verzoek om haar met het eenhoofdig gezag te belasten nu de vader tot twee keer toe [de minderjarige] bij zich heeft gehouden en contact met de moeder niet toestond. Zij heeft geen vertrouwen in de vader.

De moeder heeft ter zitting nog aangevuld dat de contacten tussen de vader en [de minderjarige] een keer per veertien dagen gedurende het weekend plaatsvinden. [de minderjarige] wordt tijdens die contacten belast met volwassenproblematiek. Dat is niet in haar belang. [de minderjarige] heeft bij de moeder al vaker aangegeven dat zij niet meer wil leven; dan is er ook geen ruzie meer.

Desgevraagd geeft de moeder aan dat zij in november 2012 voor de eerste keer in drie jaar een terugval heeft gehad in haar alcoholgebruik. [de minderjarige] heeft toen haar tante gebeld en zij is een paar dagen bij haar gebleven. De moeder heeft over dit voorval met de vader willen praten, maar hij heeft de boot afgehouden en haar enkel verwijten gemaakt.

De moeder staat achter een voortzetting van de contacten tussen de vader en [de minderjarige], maar zij heeft niet de mogelijkheid financieel bij te dragen in de vervoerskosten van [de minderjarige], hoe graag zij dat ook zou willen.

De moeder legt zich neer bij een ondertoezichtstelling.

Alle zaken

De vader heeft ter zitting aangegeven zich te kunnen vinden in de rapportage van de bijzonder curator. Hij is het eens met het voorstel van de bijzonder curator om een voogd te benoemen, maar kan zich niet vinden in het voorstel van de raad om een zwager van de moeder tot contactpersoon aan te wijzen. De vader blijft zorgen houden over een mogelijk alcoholgebruik door de moeder, nu [de minderjarige] heeft laten weten dat een voorval heeft plaatsgevonden. Hij vindt het ongehoord dat [de minderjarige] daar niet vrij met hem over kan praten en dat de moeder dit verzwijgt. De vader heeft geen vertrouwen meer in de moeder en hij is blij dat de raad alsnog heeft verzocht om een ondertoezichtstelling.

Volgens de vader verlopen de contacten met [de minderjarige] goed, maar zit hij financieel aan de grond vanwege een faillissement waardoor hij niet meer in staat is de vervoerskosten voor [de minderjarige] volledig voor zijn rekening te nemen. Doordat de advocaat van de moeder beslag heeft laten leggen, wordt ook [de minderjarige] veelal met deze problemen belast als zij bij de vader is en dat is niet in haar belang. De vader wil het gezag behouden.

6. De (verdere) beoordeling

Op 1 januari 2013 is in werking getreden de Wet van 12 juli 2012 tot wijziging van de Wet op de rechterlijke indeling, de Wet op de rechterlijke organisatie en diverse andere wetten in verband met de vermindering van het aantal arrondissementen en ressorten (Wet herziening gerechtelijke kaart).

Ingevolge artikel CII, eerste lid, van de Wet herziening gerechtelijke kaart gaan zaken die op 31 december 2012 bij de rechtbank Maastricht aanhangig waren op 1 januari 2013 van rechtswege over naar de rechtbank Limburg. Ingevolge artikel CIVA, eerste lid, van de Wet herziening gerechtelijke kaart worden, voor zover hier van belang, verzoekschriften en andere processtukken in aanhangige of aanhangig te maken zaken, tot kennisneming waarvan op 31 december 2012 de rechtbank Maastricht bevoegd was, met ingang van 1 januari 2013 aangemerkt als processtukken in zaken tot kennisneming waarvan de rechtbank Limburg bevoegd is.

Zaaknummer 179848 / JERK 13-464 (ondertoezichtstelling)

De rechtbank is met de raad en op de daartoe door de raad ter zitting aangegeven gronden, die de rechtbank overneemt en tot de hare maakt, van oordeel dat [de minderjarige] zodanig opgroeit, dat haar zedelijke of geestelijke belangen of haar gezondheid ernstig worden bedreigd, en andere middelen ter afwending van deze bedreiging hebben gefaald of, naar is te voorzien, zullen falen. De moeder kampt met persoonlijke problematiek en heeft onlangs een terugval gehad waar [de minderjarige] erg van geschrokken is en waar zij – in eerste instantie – niets over mocht zeggen. Er is eerst sinds kort pas weer contact met de vader en dat contact staat alweer onder druk. De ouders blijven met elkaar strijden waar [de minderjarige] veel last van heeft. Het is aan de ouders om die strijd te staken en de door de raad geadviseerde hulp te aanvaarden, zodat zij in overleg met bureau jeugdzorg een gezamenlijke weg kunnen bewandelen in het belang van [de minderjarige].

De rechtbank zal dit mondeling ter zitting gedane verzoek (ingeboekt onder zaaknummer C/03/179848 / JE RK 130-464) dan ook toewijzen.

Zaaknummer 173892 / FA RK 12-917 (gezag)

De rechtbank is van oordeel dat de moeder onvoldoende heeft gesteld om aan te kunnen tonen dat er een onaanvaardbaar risico is dat [de minderjarige] klem of verloren zal raken tussen de ouders. Weliswaar stelt de moeder verder nog dat er sprake is van een slechte communicatie tussen partijen, doch voor de rechtbank is niet komen vast te staan dat er communicatieproblemen van zodanige aard zijn dat deze met zich moeten brengen dat het gezag alleen door de moeder zou moeten worden uitgeoefend. Van partijen mag, in hun hoedanigheid als ouders van [de minderjarige], worden verwacht dat zij zich inspannen om in het belang van [de minderjarige], een goede onderlinge communicatie te bewerkstelligen en deze ook in stand te houden. Nu een ondertoezichtstelling is uitgesproken kan de gezinsvoogd een coördinerende rol spelen in het op gang brengen van de communicatie.

Zaaknummer 169721 / FA RK 12-279 (hoofdverblijf)

Nu [de minderjarige] duidelijk te kennen heeft gegeven bij de moeder te willen blijven wonen, de vader dit besluit respecteert en niet is gebleken dat dit verblijf niet in het belang van [de minderjarige] is, zal de rechtbank het eerste verzoek van [de minderjarige] tot wijziging van het hoofdverblijf afwijzen.

De rechtbank overweegt voorts ten overvloede dat de contacten die de ouders bij het ouderschapsplan van 16 november 2010 zijn overeengekomen en opgenomen in de echtscheidingsbeschikking van 13 juli 2011, voortgezet dienen te worden, nu deze contacten in het belang van [de minderjarige] zijn. Nu beide ouders blijkbaar kampen met financiële problemen zullen zij beide hun verantwoordelijkheid moeten nemen voor het dragen van de kosten van het halen en brengen van [de minderjarige]. De kosten van de contactregeling mogen geen reden zijn de contacten niet te laten plaatsvinden.

7. De beslissing

De rechtbank:

zaaknummer 179848 / JE RK 13-464

stelt [de minderjarige], geboren te [geboorteplaats] op [2002] met ingang van 27 maart 2013 onder toezicht van de stichting “Stichting Bureau Jeugdzorg Limburg” voor de duur van één jaar;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

zaaknummer 169721 / FA RK 12-279

wijst af het verzoek van [de minderjarige] tot het vaststellen van het hoofdverblijf bij de vader;

zaaknummer 173892 / FA RK 12-917

wijst het verzoek tot eenhoofdig gezag af.

Deze beschikking is gegeven door mr. P. van Blaricum, rechter, tevens kinderrechter en in het openbaar uitgesproken op 24 april 2013 in tegenwoordigheid van de griffier.

LF

Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch:

a. door de verzoekende partij en degenen aan wie een afschrift van de beschikking (vanwege de griffier) is verstrekt of verzonden, binnen 3 maanden na de dag van de uitspraak;

b. door andere belanghebbenden binnen 3 maanden na betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.