Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2013:CA0950

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
24-04-2013
Datum publicatie
24-05-2013
Zaaknummer
517194 CV EXPL 13-1019
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Partijen hebben een arbeidsovereenkomst gesloten voor bepaalde tijd. Kort na aanvang van het dienstverband doet werkgever aan werknemer een aanbod tot wijziging van de functie, salaris en het aantal te werken uren per week, welk aanbod door werknemer wordt aanvaard. Werknemer stelt zich op het standpunt dat daarmee een nieuwe arbeidsovereenkomst tot stand is gekomen, die, omdat er geen tijdsduur is afgesproken, dient te gelden als voor onbepaalde tijd. Werkgever heeft dit gemotiveerd betwist. Vordering tot doorbetaling loon afgewezen, omdat gelet op de gemotiveerde betwisting door werkgever, thans niet zonder meer kan worden vastgesteld dat in grote althans voldoende mate van waarschijnlijkheid te verwachten is dat de betreffende vordering in een eventuele bodemprocedure door de kantonrechter zal worden gehonoreerd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2013-0414
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Burgerlijk recht

Zaaknummer: 517194 CV EXPL 13-1019

typ: AodK

Vonnis van de kantonrechter ex art. 254 Rv d.d. 24 april 2013

in de zaak

[NAAM EISENDE PARTIJ],

wonend te [woonplaats eisende partij],

eisende partij,

hierna aan te duiden als: [naam eisende partij],

gemachtigde: mr. R.J. van der Heijden te Maastricht;

tegen

de besloten vennootschap EXPLOITATIEMAATSCHAPPIJ B.Z.L. B.V.,

gevestigd te 2984 CE Ridderkerk, Wolweverstraat 23,

gedaagde partij,

hierna aan te duiden als: Tamoil,

gemachtigde: mr. M. Lathouwers te Rotterdam.

1. VERLOOP VAN DE PROCEDURE

1.1. Het procesverloop blijkt uit het volgende:

- het exploot van dagvaarding d.d. 21 maart 2013 met producties;

- de door Tamoil op 17 april 2013 ingediende pleitaantekeningen, tevens conclusie van antwoord met producties;

- de mondelinge behandeling van 22 april 2013 en de daarvan opgemaakte aantekeningen.

1.2. Vervolgens is vonnis bepaald, waarvan de uitspraak op vandaag vastgesteld is.

2. DE VASTSTAANDE FEITEN

2.1. Partijen hebben op 13 januari 2012 een overeenkomst ondertekend. Zij zijn daarbij overeengekomen dat [naam eisende partij] ingaande 10 januari 2012 bij Tamoil in dienst treedt voor een bepaalde tijd van zes maanden in de functie van servicemedewerker, zulks tegen een

bruto-salaris van € 10,35 per uur exclusief vakantietoeslag bij een werkweek van 20 uur.

2.2. Tamoil heeft [naam eisende partij] per e-mail van 28 februari 2012 de functie van Station Manager Maastricht aangeboden en wel per 1 april 2012 op full-time basis met een bruto maandsalaris van € 2.000,00, welk bedrag bij gebleken geschiktheid per 1 juli 2012 verhoogd zou worden tot € 2.200,00 per maand. [naam eisende partij] heeft deze functie aanvaard en het bijbehorende salaris inclusief verhoging ontvangen.

2.3. [naam eisende partij] heeft zich op 3 januari 2013 ziek gemeld.

2.4. Tamoil heeft [naam eisende partij] per brief van 7 januari 2013 laten weten de voortgezette arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd niet te verlengen. "Dit houdt in dat deze aldus van rechstwege afloopt op 9 januari 2013", zo heeft Tamoil aan [naam eisende partij] in diezelfde brief laten weten.

3. HET GESCHIL

3.1. [naam eisende partij] stelt – kort en voor zover van belang – het volgende.

Door aanbod en aanvaarding van het aan [naam eisende partij] per e-mail van 28 februari 2012 zijdens Tamoil gedane voorstel is een nieuwe arbeidsovereenkomst ontstaan. Omdat daaraan geen tijdsduur verbonden is, heeft deze te gelden als een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.

Onmiddellijk na de beeïndiging van het dienstverband per 9 januari 2013 door Tamoil heeft [naam eisende partij] de nietigheid van deze beëindiging ingeroepen met vermelding van zijn gronden en hij heeft zich bereid verklaard de bedongen arbeid te verrichten zodra hij hersteld is van zijn ziekte.

3.2. [naam eisende partij] vordert thans dat de kantonrechter bij wege van onmiddellijke voorziening bij voorraad en bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad Tamoil zal veroordelen om ten titel van voorschot het aan [naam eisende partij] vanaf 9 januari 2013 toekomende netto loon en vakantiegeld, uitgaande van een bruto maandloon van € 2.200,00 voor wat betreft de nog niet verschenen termijnen telkens voor het eind van de maand te voldoen en voor wat betreft de reeds verschenen termijnen te vermeerderen met de in artikel 7:625 BW bepaalde verhoging en met de wettelijke rente, onder verwijzing van Tamoil in de kosten van deze procedure.

3.3. Tamoil heeft verweer gevoerd, waarop hieronder – voor zover nodig – nader zal worden ingegaan.

4. DE BEOORDELING

4.1. Het door [naam eisende partij] onweersproken gestelde spoedeisend belang wordt – mede gelet op de aard van de vordering – aannemelijk geacht.

4.2. De vraag of een voorziening als bedoeld in artikel 254 Rv toewijsbaar is, dient beoordeeld te worden aan de hand van het criterium of het naar grote, althans voldoende mate van waarschijnlijkheid te verwachten is dat de betreffende vordering in een eventuele bodemprocedure door de kantonrechter zal worden gehonoreerd. Bij deze beoordeling kan dus slechts een voorlopig oordeel worden gegeven en die beoordeling moet geschieden op basis van hetgeen in deze korte procedure naar voren gebracht is.

Anders dan een bodemprocedure leent de procedure in kort geding zich in beginsel niet voor uitgebreid onderzoek naar de feiten door middel van bijvoorbeeld getuigenverhoren.

De kantonrechter overweegt in dit kader als volgt.

4.3. [naam eisende partij] stelt zich op het standpunt dat door aanbod en aanvaarding van het hem per e-mail van 28 februari 2012 gedane voorstel een nieuwe arbeidsovereenkomst is ontstaan. Immers de voorwaarden van de eerdere overeenkomst zijn ingrijpend gewijzigd: de functie is een geheel andere en ook de omvang van het dienstverband en het bijbehorende salaris zijn totaal afwijkend van de eerder gemaakte afspraken. Omdat er geen tijdsduur is afgesproken heeft deze tweede arbeidsovereenkomst te gelden voor onbepaalde tijd. Nu deze niet rechtsgeldig is opgezegd, dient Tamoil het aan [naam eisende partij] toekomend loon door te betalen.

4.4. Tamoil betwist gemotiveerd dat er sprake is van een nieuwe arbeidsovereenkomst, die te gelden heeft voor onbepaalde tijd. "De e-mail van 28 februari 2012 was geen schriftelijke weergave van de inhoud van een nieuw contract en de wijzigingen in functie en arbeidsvoorwaarden laten geen nieuw arbeidsovereenkomst ontstaan", zo stelt Tamoil. Haar standpunt is dat er slechts sprake is geweest van een aanbod (en aanvaarding) tot wijziging van de functie en dat de arbeidsovereenkomst die gesloten is op 13 januari 2012 (en in juli 2012 stilzwijgend is verlengd voor eenzelfde periode van zes maanden) is blijven gelden en rechtsgeldig is geëindigd op 9 januari 2013.

4.5. Tussen partijen staat vast dat de bijzonderheden van het op 28 februari 2012 per e-mail gedane aanbod nadien niet schriftelijk zijn vastgelegd.

De vraag is of aanvaarding van dit aanbod een nieuwe arbeidsovereenkomst heeft doen ontstaan. Tamoil stelt dat het aanbod slechts bedoeld was als wijziging; [naam eisende partij] daarentegen vindt dat hij dat mocht opvatten als een nieuwe arbeidovereenkomst.

Wat in elk geval vóór het standpunt van Tamoil spreekt is het gegeven, dat de inhoud van de

e-mail van 28 februari 2012 niet voldoet aan de in artikel 12 van de cao opgenomen voorwaarden voor de totstandkoming van een arbeidsovereenkomst en dat nadien ook geen stuk is opgemaakt dat daar wel aan voldoet.

4.6. [naam eisende partij] zal zijn standpunt dus dienen te bewijzen. Gelet op hetgeen is overwogen

onder 4.2. is voor een uitgebreid onderzoek naar de feiten en het leveren van (getuigen)bewijs in deze kort-geding procedure echter geen ruimte.

Omdat thans dus niet kan worden vastgesteld of de arbeidsovereenkomst tussen partijen nog bestaat en is blijven doorlopen na 9 januari 2013, dient de vordering van [naam eisende partij] tot doorbetaling van loon vanaf 9 januari 2013 te worden afgewezen.

4.7. [naam eisende partij] dient als de in het ongelijk gestelde partij te worden verwezen in de kosten van deze procedure.

5. DE BESLISSING

De kantonrechter:

5.1. Wijst de vordering af.

5.2. Veroordeelt [naam eisende partij] tot betaling van de kosten van deze procedure, aan de zijde van Tamoil tot op heden begroot op € 250,00 salaris gemachtigde.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.J. Henzen, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken.