Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2013:CA0248

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
16-04-2013
Datum publicatie
16-05-2013
Zaaknummer
518662 CV EXPL 13-1203
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Arbeidsovereenkomst voor 20-40 uur per week. Overeenkomst is na een maand door werkgever opgezegd. Werknemer heeft de nietigheid van dat ontslag ingeroepen. Twee maanden later heeft werkgever werknemer weer te werk gesteld voor "passende werkzaamheden". Vordering strekkend tot doorbetaling loon over de niet-gewerkte periode voor 40 uur per week, wordt toegewezen. Vermoeden van arbeidsomvang is niet gebaseerd op wettelijk vermoeden van artikel 7:610b BW, maar op het in de eerste maand daadwerkelijk aantal gewerkte uren én het feit dat passende werkzaamheden "voor circa 40 uur per week" zijn aangeboden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2013-0390

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Burgerlijk recht

Zaaknummer: 518662 CV EXPL 13-1203

typ: AodK

Vonnis van de kantonrechter ex art. 254 Rv d.d. 16 april 2013

in de zaak

[NAAM EISENDE PARTIJ],

wonend te Maastricht,

eisende partij,

hierna aan te duiden als [naam eisende partij],

gemachtigde: mr. A.L.M. van Uden

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid DISTRO TRANSPORT BV,

statutair gevestigd te Maastricht, kantoorhoudend aan de Fregatweg 52 B te Maastricht,

gedaagde partij,

hierna aan te duiden als Distro,

niet in rechte verschenen.

1. Het verloop van de procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit het volgende:

- het exploot van dagvaarding van 27 maart 2013 met producties;

- de mondelinge behandeling die gehouden is op 11 april 2013 en waarvan de griffier schriftelijk aantekening heeft gehouden.

1.2. Distro is, hoewel bij dagvaarding de voorgeschreven termijnen en formaliteiten in acht zijn genomen, niet verschenen. Tegen haar is verstek verleend.

1.3. Vervolgens is vonnis bepaald, waarvan de uitspraak op vandaag vastgesteld is.

2. Het geschil

2.1. [naam eisende partij] legt – kort en zakelijk – het volgende aan zijn vordering ten grondslag.

[naam eisende partij] is op 2 januari 2013 op basis van een schriftelijke arbeidsovereenkomst bij Distro in dienst getreden als (inter)nationaal chauffeur voor 20 tot 40 uur per week tegen een bruto uurloon van € 12,37 voor de duur van zes maanden.

Distro heeft in eerste instantie het dienstverband met [naam eisende partij] beëindigd per 2 februari 2013. Omdat dit ná de overeengekomen proeftijd van één maand is gebeurd en er geen ontslagvergunning door het UWV of een ontbindingsbeschikking door de kantonrechter was afgegeven, heeft [naam eisende partij] de nietigheid van deze opzegging ingeroepen, waarna Distro de opzegging heeft ingetrokken. Ondanks een daartoe strekkend verzoek heeft Distro [naam eisende partij] echter tot 4 april 2013 niet toegelaten tot zijn werk.

[naam eisende partij] heeft vanaf de aanvang van het dienstverband geen loon ontvangen. Hij heeft over de periode van 2 januari 2013 tot en met 2 februari 2013 in totaal 236,5 uren gewerkt. Hij maakt thans aanspraak op betaling van het daarmee gepaard gaande loonbedrag.

Voornoemd urenaantal rechtvaardigt het vermoeden dat de omvang van de arbeidsduur 40 uur per week is. [naam eisende partij] vordert vanaf 3 februari 2013 een loonbedrag dat met dat urenaantal overeenkomt, zijnde een bedrag van € 494,80 bruto per week.

Voorts maakt [naam eisende partij] op vergoeding van € 43,11 telefoonkosten.

2.2. [naam eisende partij] vordert veroordeling van Distro, bij wege van onmiddellijke voorziening bij voorraad, tot betaling van:

- het loon over 236,5 gewerkte uren á € 12,37 (bruto) per uur over de periode van 2 januari 2013 tot en met 2 februari 2013;

- het loon voor 40 uur per week á € 12,37 (bruto) per uur vanaf 3 februari 2013 tot 2 juli 2013 althans tot de datum waarop de arbeidsovereenkomst alsnog rechtsgeldig eindigt;

- de wettelijke rente over het vorenbedoelde vanaf de reguliere loonbetaaldata tot de dag van voldoening;

- de maximale wettelijke verhoging conform artikel 7:625 BW,

- de kosten van deze procedure inclusief de kosten van de eigen bijdrage van [naam eisende partij] nu een toevoeging is aangevraagd.

2.3. Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling van 11 april 2013 heeft [naam eisende partij] (dan wel diens gemachtigde) zijn standpunt nader toegelicht.

Voorts is zijdens [naam eisende partij] een brief overgelegd gedateerd 3 april 2013, die door mr. P.H.A. Jacobs van DAS Rechtsbijstand namens Distro aan de gemachtigde van [naam eisende partij] is gestuurd.

3. De beoordeling

3.1. De kantonrechter acht het spoedeisend belang, gelet op de aard van de vordering en de door [naam eisende partij] gestelde feiten, gebleken.

3.2. Nu Distro niet verschenen is, staat als onbetwist vast dat:

- [naam eisende partij] in de periode 2 januari 2013 tot en met 2 februari 2013 236,5 uur gewerkt heeft;

- het bruto uurloon € 12,37 bedraagt;

- Distro het loon over de periode 2 januari 2013 tot en met 2 februari 2013 niet heeft voldaan.

Op grond hiervan is de vordering tot betaling van loon over voornoemde periode ad

€ 2.925,50 bruto, die overigens ook niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt, toewijsbaar.

3.3. Op basis van de overgelegde en niet betwiste arbeidsovereenkomst staat verder vast dat [naam eisende partij] in dienst is getreden voor 20 tot 40 uur per week.

Over de periode 3 februari 2013 tot het moment waarop de arbeidsovereenkomst op rechtsgeldige wijze wordt beëindigd, vordert [naam eisende partij] echter loon uitgaande van een arbeidsomvang van 40 uur per week. Gezien het aantal uren dat hij in de periode 2 januari 2013 tot en met 2 februari 2013 heeft gewerkt, acht hij het vermoeden gerechtvaardigd dat zijn arbeidsovereenkomst deze omvang arbeid per week heeft.

Op basis van uitsluitend deze periode kan geen wettelijk vermoeden ontleend worden aan artikel 7:610 b BW, omdat dit artikel voor het vermoeden drie maanden als uitgangspunt neemt. De daadwerkelijk gewerkte uren in januari 2013 gecombineerd met het feit dat Distro via mr. Jacobs aan [naam eisende partij] bij brief van 3 april 2013 - waarvan de inhoud niet betwist is door Distro - heeft laten weten "passende werkzaamheden" voor [naam eisende partij] te hebben gevonden "voor circa 40 uur per week" rechtvaardigen naar het oordeel van de kantonrechter dat vermoeden wél. Er zal daarom worden uitgegaan van een arbeidsomvang van 40 uur per week.

Nu [naam eisende partij] onbetwist gesteld heeft dat hij zich steeds beschikbaar heeft gehouden voor zijn werk, is het loon over de periode 3 februari 2013 tot 4 april 2013, uitgaande van een arbeidsomvang van 40 uur per week en een bruto uurloon van € 12,37, eveneens toewijsbaar.

3.4. Blijkens voornoemde de brief van 3 april 2013 heeft Distro [naam eisende partij] per 4 april 2013 weer te werk gesteld en hebben partijen opnieuw invulling gegeven aan de arbeidsrelatie. Per 4 april 2013 herleven voor partijen de verplichtingen die daaruit voortvloeien. Het vanaf die datum gevorderde loonbedrag zal niet worden toegewezen, omdat er geen omstandigheden gesteld zijn waaruit afgeleid kan worden dat Distro de betalingsverplichting per 4 april 2013 niet zal nakomen. Dit geldt te meer nu [naam eisende partij] ter zitting heeft verklaard op 18 maart 2013 een bedrag van € 3.000,00 netto van Distro te hebben ontvangen.

3.5. Met betrekking tot de gevorderde telefoonkosten heeft [naam eisende partij] aangevoerd dat Distro hem ten behoeve van het werk geen gsm ter beschikking heeft gesteld en dat partijen de afspraak gemaakt hebben dat hij de telefoonkosten die hij maakt in het kader van zijn werk bij Distro mag declareren. [naam eisende partij] stelt onder verwijzing naar productie 4 in de dagvaarding in het buitenland een bedrag aan € 43,11 aan telefoonkosten gemaakt te hebben ten behoeve van Distro. Bij gebrek aan betwisting is deze vordering, die overigens niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt, toewijsbaar evenals de daarover vanaf de dagvaarding gevorderde wettelijke rente.

3.6. Het op 18 maart 2013 door Distro betaalde bedrag van € 3.000,00 netto strekt in mindering op de hieronder toe te wijzen bedragen.

3.7. Distro zal als de in het ongelijk gestelde partij verwezen worden in de kosten van deze procedure. De wet biedt geen grondslag voor een aparte veroordeling tot betaling van de kosten van de eigen bijdrage.

4. De beslissing

De kantonrechter:

4.1. veroordeelt Distro om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [naam eisende partij] te betalen:

a) - een bedrag van € 2.925,50 bruto aan loon over de periode 2 januari 2013 tot en met

2 februari 2013;

b) - het brutoloon vanaf 3 februari 2013 tot 4 april 2013 gebaseerd op een loon van € 494,80 bruto per week;

c) - de wettelijke rente over a) en b) vanaf de reguliere loonbetaaldata tot de dag der voldoening;

d) - de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW over de onder a) en b) toegewezen bedragen.

4.2. veroordeelt Distro om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [naam eisende partij] te betalen een bedrag van € 43,11 aan telefoonkosten, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 27 maart 2013.

4.3. verstaat dat Distro op 18 maart 2013 een bedrag van € 3.000,00 netto voldaan heeft aan [naam eisende partij] dat in mindering strekt op de veroordelingen onder 4.1 en 4.2.

4.4. veroordeelt Distro tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van [naam eisende partij] tot de datum van dit vonnis begroot op € 578,82, waarvan € 103,82 explootkosten, € 75,00 vastrecht en € 400,00 aan salaris gemachtigde.

4.5. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

4.6. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gegeven door mr. I.M. Etman, kantonrechter, en is in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.