Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2013:CA0214

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
15-05-2013
Datum publicatie
15-05-2013
Zaaknummer
03/703300-10 en 03/702959-11 (ttg)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Promis vonnis, verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan poging tot afpersing, belaging en beschadiging. De rechtbank acht de feiten bewezen gelet op de aangiften, de gedeeltelijke erkenning van verdachte en de modus operandi van verdachte. Verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 9 maanden waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. Wetsverwijzing: 285b, 317 en 350 Sr.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

parketnummer: 03/703300-10, 03/702959-11 (ter terechtzitting gevoegd)

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 15 mei 2013

in de strafzaak tegen

[naam verdachte],

geboren te [geboortegegevens verdachte],

wonende te [adresgegevens verdachte],

en zonder bekende vaste woon- of verblijfplaats in Nederland.

Raadsman is mr. R.J.H. Corten, advocaat te Sittard.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak onder parketnummer 03/703300-10 is inhoudelijk behandeld op de zittingen van 30 november 2010 en 1 mei 2013. De zaak onder parketnummer 03/702959-11 is inhoudelijk behandeld op de zitting van 1 mei 2013. Ter terechtzitting van 1 mei 2013 zijn de zaken gevoegd. De officier van justitie, de verdachte en zijn raadsman hebben hun standpunten kenbaar gemaakt. De verdachte is ter terechtzitting van 1 mei 2013 niet verschenen.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

03/703300-10

Feit 1: heeft geprobeerd om [slachtoffer 1] af te persen dan wel deze te belagen;

Feit 2: een auto in brand heeft gestolen terwijl daardoor algemeen gevaar voor goederen is ontstaan;

Feit 3: een bestelbus van [slachtoffer 2] heeft beschadigd;

Feit 4: een belinstallatie en een raam heeft beschadigd;

Feit 5: [slachtoffer 3] heeft belaagd;

Feit 6: heeft geprobeerd om [slachtoffer 3] af te persen dan wel deze te belagen;

Feit 7: heeft geprobeerd om [slachtoffer 4] af te persen dan wel deze te belagen;

03/702959-11

Feit 1: [slachtoffer 5] heeft bedreigd met brandstichting;

Feit 2: [slachtoffer 6] heeft bedreigd met brandstichting;

Feit 3: medewerkers van politie heeft bedreigd met brandstichting.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht de onder parketnummer 03/703300-10 ten laste gelegde feiten alle bewezen, met uitzondering van feit 2. De onder parketnummer 03/702959-11 ten laste gelegde feiten acht de officier van justitie alle drie bewezen.

3.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft ten aanzien van de bij parketnummer 03/703300-10 ten laste gelegde feiten onder 1 primair, 2, 3 en 4 vrijspraak bepleit. Ten aanzien van de overige feiten heeft hij zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. De raadsman heeft ten aanzien van de ten laste gelegde feiten onder 1, 2 en 3 in de gevoegde zaak onder parketnummer 03/702959-11 eveneens vrijspraak bepleit.

3.3 Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft in deze zaak de ten laste gelegde feiten in overwegende mate ontkend te hebben gepleegd. Dit heeft tot gevolg dat niet voor alle ten laste gelegde feiten meer dan één rechtstreeks bewijsmiddel voorhanden is. Het dossier bevat echter diverse bewijsmiddelen, zoals camerabeelden en stemherkenning door verbalisanten, op grond waarvan een modus operandi van verdachte kan worden vastgesteld. De rechtbank kent aan deze modus operandi veel waarde toe bij de beoordeling van de ten laste gelegde feiten. De rechtbank zal daarom, voorafgaand aan de bespreking van de individuele feiten, aan de hand van deze bewijsmiddelen de modus operandi bespreken. Daarbij zal de rechtbank de door verdachte afgelegde bekennende verklaringen betrekken.

Modus operandi

Uit het dossier komt naar voren dat verdachte een relatie heeft gehad met [slachtoffer 3]. Deze relatie is op 26 juni 2010 definitief stukgelopen. Verdachte is er van overtuigd dat [slachtoffer 3] een geslachtsziekte op hem heeft overgebracht. Hij heeft zijn woede hierover

-naar eigen zeggen - onder meer geuit door een auto van [slachtoffer 3] met een white board marker te beschrijven met de teksten ‘druiper’ en ‘clamydia’. Daarnaast heeft hij een penis op die auto getekend.

Ook geeft hij aan dat [slachtoffer 3] in zijn kennissenkring ‘soa slet’ en ‘casinojunkie’ genoemd wordt.

Door ambtenaren van de politie zijn door [slachtoffer 3] vervaardigde videobeelden bekeken. Op deze beelden is volgens deze ambtenaren te zien dat de verdachte met een zwarte viltstift verschillende teksten op het portier van de auto van [slachtoffer 3] schrijft en daarop ook een tekening maakt. Vervolgens loopt verdachte naar de toegangsdeur van de woning van [slachtoffer 3] en loopt daarna terug naar de auto en schrijft opnieuw iets op deze auto, deze keer op het dak. Na vertrek ter plaatste van de verdachte is door [slachtoffer 3] de auto en de toegangsdeur gefilmd. Op de toegangsdeur staat: “Hier woont [slachtoffer 3] druiper” en “druiper aids”. Op de deur van de auto is een penis getekend met drie druppels en het woord “druiper”. Uit de foto’s, gevoegd bij het proces-verbaal, blijkt dat op het dak van de auto staat geschreven “mijn sleutels druiper”. In het proces-verbaal van bevindingen staat ook vermeld dat de stift die de verdachte gebruikte, soortgelijk is aan de stift die later bij zijn aanhouding in de bij de verdachte in gebruik zijnde auto is aangetroffen.

In de auto van verdachte werd op 17 augustus 2010 na zijn aanhouding een zogenoemde permanent marker en een zwarte en witte paint marker aangetroffen, beide van het merk Edding.

Ambtenaren van politie hebben de stem van de verdachte herkend toen hij met [slachtoffer 3] telefoneerde, respectievelijk toen hij op een aanluiting van [slachtoffer 4] telefoneerde. Eerst genoemd telefoongesprek vond plaats toen [slachtoffer 3] op 8 juli 2010 bij de politie tegen verdachte een klacht indiende. Het tweede genoemde contact heeft betrekking op een voicemailbericht op het telefoonnummer van [slachtoffer 4]. Ook hier hebben ambtenaren van de politie de stem van de verdachte herkend in het ingesproken bericht, dat luidt: “Meisjes van 12 verkrachten kun je wel. Jij gaat eraan. Vlucht maar naar de politie. Jij gaat eraan dit weekend. Jij bent een dode.”

Verdachte heeft voorts verklaard dat [slachtoffer 3] een bedrag van tenminste € 15.000 van hem heeft gestolen en dat hij aan [slachtoffer 3] en haar naasten sms-berichten heeft verstuurd met onder meer de bedoeling om dit geld terug te krijgen.

Ten overstaan van ambtenaren van de politie heeft verdachte bekend dat hij op 8 juli 2010 in Vaals de volgende sms-berichten aan [slachtoffer 4] heeft verstuurd: “Ik weet dat je een dief met SOA bent. Niet lang meer. Mn poen en Mn sleutels vanavond nog. Denk maar niet dat je het weekeinde." en "Ik heb je begin mei gewaarschuwd! Ik heb je netjes gevraagd om mijn poen terug te geven. Je verdwijnt van de aardbodem, dit weekend.”

Op grond van de bekentenis van verdachte, de herkenning van de stem van verdachte en de aangifte betreffende voormelde poging tot afpersing, is de rechtbank overtuigd van het feit dat verdachte deze bedreigingen heeft geuit.

Bij het opnemen van de klacht en aangifte van [slachtoffer 3] op 8 juli 2010 werden haar verschillende sms-berichten gestuurd: “Mijn vrienden uit Italië zijn hier en maken vanavond [slachtoffer 4] en [slachtoffer 3] af” en “je kunt beter emigreren of zelfmoord plegen. Jij overleeft dit niet en [slachtoffer 4] ook niet. Bij je vader gaat vanavond nog een molotov cocktail naar binnen”.

Gelet op het taalgebruik in deze sms-jes, dat geen enkele aanleiding geeft om aan te nemen dat deze berichten door een derde zijn verzonden, en het feit dat verdachte op het moment dat [slachtoffer 3] klacht deed ook telefonisch contact had met [slachtoffer 3], waarbij hij aan zijn stem door ambtenaren van de politie is herkend als andere deelnemer aan de telefoonconversatie, is de rechtbank overtuigd van het feit dat de verdachte ook deze sms-jes heeft verstuurd.

Uit het vorenstaande blijkt dat verdachte niet schroomt om zijn woede jegens [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] op agressieve wijze te uiten.

Bij verhoor door ambtenaren van de politie heeft de verdachte - hoewel hij daar later op terug is gekomen - bekend dat hij in de periode van 11 tot en met 16 augustus 2010 de volgende sms-jes aan [slachtoffer 1] heeft verstuurd:

"Ja, knettergek. En die gek gaat ergens voor zorgen. Je weet waarom het draait. Mn Italiaanse vriendjes lossen dit op. [slachtoffer 3] weet waarover ik praat. Tenzij..."

“ Komende week valt er minimaal een dooie dankzij [slachtoffer 3]!! Wie t is zeg niet niet. Je kan het voorkomen, je weet mn voorwaarden! [naam verdachte]" (op 14 augustus 20120 door aangever ontvangen)

“"Tot aan je dood zal je geen rust meer hebben als mn eisen niet worden ingewilligd. dood ligt op de loer" (op 16 augustus door aangever ontvangen).

Door de verschillende sms-berichten voelt aangever zich angstig en is bang dat de verdachte de daad bij het woord voegt.

Door ambtenaren van de politie is het geheugen van het telefoontoestel, merk Nokia en voorzien van de SIM-kaart met aansluitnummer [06nummer] uitgelezen. Daarop zijn eveneens de bovenstaande berichten aangetroffen. Het toestel is onder de verdachte in beslag genomen.

De verdachte heeft bij zijn verhoor aangegeven dat hij gebruik maakt van een telefoon van het merk Nokia en het telefoonnummer: [06nummer]. Dit nummer staat ook vermeld op het visitekaartje van het ‘bed en breakfast’ dat de verdachte heeft geëxploiteerd.

Verdachte heeft verklaard dat sommige van de in de tenlastelegging genoemde bedreigende berichten door personeelsleden en bekenden van hem zijn verzonden. Door de rechter-commissaris is een tweetal getuigen gehoord die zich volgens verdachte hier schuldig aan hebben gemaakt. Zij hebben ontkend dergelijke sms-berichten verzonden te hebben. De rechtbank vindt deze stelling van de verdachte dan ook onaannemelijk. De gebruikte bewoordingen zijn specifiek en de strekking van deze berichten is steeds zeer persoonlijk van aard, waardoor het niet aannemelijk is dat deze berichten door derden verstuurd zijn.

De rechtbank heeft op grond van het vorenstaande geen reden om aan de juistheid van de aanvankelijke bekentenis van de verdachte te twijfelen. Daarbij betrekt de rechtbank ook het feit dat de verdachte, zoals hierboven weergegeven, niet schroomt om anderen, in casu [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4], agressief te bejegenen en het feit dat is vastgesteld dat de sms-jes met zijn telefoontoestel zijn verzonden. Tot slot speelt bij de beoordeling een rol het feit dat ter zitting de raadsman voor wat betreft de feiten 5 tot en met 7 bij het pleidooi geen verweer heeft gevoerd, maar zich aan het oordeel van de rechtbank heeft gerefereerd.

De rechtbank leidt uit het voorgaande af dat de verdachte zijn woede over een door hem opgelopen geslachtsziekte en over het feit dat [slachtoffer 3] hem zou hebben bestolen uit volgens een bepaalde modus operandi. Deze modus operandi komt er kort gezegd op neer dat verdachte [slachtoffer 3] en haar naasten telefonisch bedreigt, dat hij deze dreigementen regelmatig koppelt aan zijn eis dat het, naar zijn zeggen gestolen, geld aan hem wordt terugbetaald en dat hij hen toebehorende eigendommen bekladt met beledigende woorden.

Daarbij bedient verdachte zich vaker van typische begrippen, zoals ‘soa slet’ en ‘casinojunkie’ wanneer hij aan [slachtoffer 3] refereert.

Bespreking van de feiten:

Parketnummer 03/703300-10

Feit 1

Bij de bespreking hiervoor van de modus operandi van de verdachte heeft rechtbank geconcludeerd dat bewezen is dat de verdachte in de periode van 11 tot en met 16 augustus 2010 een aantal bedreigende sms-berichten aan [slachtoffer 1], de vader van [slachtoffer 3], heeft gezonden. Gezien de inhoud van deze berichten hebben deze kennelijk de strekking van afpersing.

[slachtoffer 1] heeft op 17 juli 2010 opnieuw aangifte gedaan. Hij heeft toen verklaard dat hij zich op 17 juli 2010 te Nuth bevond en toen en een telefoontje kreeg. Het nummer was afgeschermd. Toen hij opnam, herkende hij de stem van de verdachte. De verdachte zei tegen hem: “Als ik voor het einde van het weekend geen 15.000 euro van u heb gekregen dan zal het boem zeggen bij u. Dan heeft u geen bedrijf meer en zal het leven van [zoon slachtoffer 1] ook in gevaar zijn.”. Hierna kreeg aangever een sms-bericht binnen met de volgende tekst: “Je had mij donderdag beloofd 15700 euro te brengen en die Franciacorta. Ik w8 nog steeds op je. Als ik het vanavond niet heb dan hoef je volgende week niet meer te werken.” Dit bericht is eveneens door de verhorend ambtenaar van de politie op het toestel van de aangever gelezen. De sms-berichten werden verstuurd vanaf het nummer: [06nummer]. Dit nummer is bij aangever bekend als het nummer in gebruik bij de verdachte. Aangever is vervolgens naar zijn zoon gegaan en heeft hem verteld wat hem is overkomen.

Deze zoon van [slachtoffer 1] heeft vervolgens naar verdachte gebeld en aan hem gevraagd waarom verdachte de bedreigingen uitte. Verdachte zei toen dat het hem geen ‘fuck’ interesseerde en dat hij nog 15.000 euro van [slachtoffer 3] tegoed heeft en dat hij meent dat zij dat geld aan haar vader heeft gegeven. De verdachte zei dat hij de adressen weet en dat, als hij het geld niet diezelfde avond nog zal krijgen, er doden zullen vallen.

Daarna heeft [slachtoffer 1] nog een sms-bericht van de verdachte ontvangen met de volgende tekst: “over anderhalf uur ga ik rente vorderen”.

De verdachte heeft bij zijn verhoor erkend dat hij gebruik maakt van een telefoon van het merk Nokia en van het telefoonnummer: [06nummer]. De verdachte heeft, geconfronteerd met bovenstaande beweringen en sms-berichten, ontkend dat hij zich op een dergelijke manier heeft uitgelaten tegen de aangever en zijn zoon. Verdachte erkent vervolgens dat hij het sms-bericht met betrekking tot de wijn gestuurd heeft.. Ter terechtzitting verklaart verdachte vervolgens dat hij een deel van de onder feit 1 vermelde sms-berichten wel heeft verstuurd en dat een deel wellicht door zijn personeel is verstuurd. De rechtbank vindt deze verklaring van verdachte ter terechtzitting –voor zover ze ziet op het versturen van sms-berichten door personeel- ongeloofwaardig. De rechtbank komt tot dit oordeel gelet op de hiervoor geschetste modus operandi en de omstandigheid dat uit het dossier geen enkele bevestiging voor de stelling van verdachte valt af te leiden. Integendeel, de personen die door de rechter-commissaris zijn gehoord hieromtrent ontkennen ook maar enig sms-bericht te hebben verstuurd. Op basis daarvan kan het niet anders zijn dan dat verdachte de sms-berichten heeft verstuurd.

Gelet op de aangifte, de verklaring van de zoon van aangever, de gedeeltelijke erkenning van verdachte met betrekking tot de gang van zaken , vindt de rechtbank bewezen dat de verdachte de berichten, zoals opgegeven door de aangever, heeft verstuurd. Daarmee heeft hij zich naar het oordeel van de rechtbank schuldig gemaakt aan het misdrijf van afpersing.

Feit 2

Door [slachtoffer 7] wordt op 13 juli 2010 aangifte gedaan van brandstichting. Op 12 juli 2010 heeft hij zijn auto, Opel Astra, geparkeerd aan de [straatnaam]te Vaals. Op 13 juli 2010 werd hij door omwonenden en de brandweer erop geattendeerd dat zijn auto in brand stond. Eerder waren op de auto met een zwarte viltstift schunnige teksten geschreven, waaronder ‘pedofiel’. Aangever vermoedt dat de teksten eigenlijk bedoeld waren voor de auto van [slachtoffer 4]. [slachtoffer 4] heeft een qua carrosserie en kleur gelijkende auto en het is de aangever bekend dat [slachtoffer 4] ook problemen heeft met bekladding van eigendommen.

De verdachte heeft verklaard dat hij dit feit niet gepleegd kan hebben omdat hij ten tijde dat de brandstichting werd begaan, zich in Italië bevond.

Op grond van de zich in het dossier bevindende telefoongegevens is de rechtbank van oordeel dat niet is uit te sluiten dat de verdachte zich inderdaad in het buitenland bevond toen de auto van [slachtoffer 7] in brand werd gestoken. De twijfel op dit punt, dient in het voordeel van de verdachte uit te vallen. De verdachte zal daarom van feit 2 worden vrijgesproken.

Feit 3

Op 9 juli 2010 doet [slachtoffer 2] aangifte van vernieling van zijn bedrijfsbus gekentekend [KENTEKEN]. Er zat een deuk in de schuifdeur aan de passagierszijde. De bedrijfsbus stond op 9 juli 2010 aan het [E.plein] te Hulsberg geparkeerd, naast een andere bedrijfsbus, gekentekend [kenteken]. Deze andere bedrijfsbus was met een dikke zwarte viltstift besmeurd met beledigende woorden zoals ‘Soa slet [slachtoffer 3]’.

De verdachte ontkent dat hij iets met de vernieling van deze bedrijfsbussen te maken heeft.

De rechtbank gaat er vanuit dat de opsteller van de tenlastelegging met beschadiging het oog heeft gehad op de deuk in de schuifdeur van de bedrijfsbus, aangezien deze bus het in de tenlastelegging bedoelde kenteken [KENTEKEN] draagt. Uit de aangifte blijkt niet dat deze bedrijfsbus eveneens besmeurd werd met (al dan niet schunnige) teksten.

Er is geen rechtstreeks bewijs dat de verdachte deze beschadiging aan die bedrijfsbus heeft veroorzaakt. Bovendien ontkent de verdachte dit feit te hebben gepleegd. Uit de verklaring van de verdachte ten aanzien van feit 7 blijkt dat hij wel eens enige vorm van geweld gebruikt – hij heeft toegegeven tegen de voordeur van [slachtoffer 4] te hebben getrapt - maar daaruit blijkt niet dat hij dat met zoveel kracht doet dat dit schade veroorzaakt. Een bepaald patroon is daar naar het oordeel van de rechtbank ook niet uit af te leiden. Er is dus geen bewijs voorhanden dat de verdachte de bedrijfsbus gekentekend [KENTEKEN] heeft beschadigd. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Feit 4

Op 13 juli 2010 doet [aangever 8] aangifte namens Woningstichting Vaals. Hij verklaart dat in de periode van 8 juli 2010 tot en met 9 juli 2010 een witte deur, een bel-bouw/installatiemateriaal en een raam met een merkstift zijn beschreven. Uit de foto’s gevoegd bij deze aangifte blijkt dat er beledigende woorden zijn opgeschreven, zoals bijvoorbeeld: ‘pedofiel’ en ‘drugsdealer’.

De verdachte heeft bij zijn verhoor ontkend dat hij deze voorwerpen heeft besmeurd.

Uit het dossier komt naar voren dat in het betreffende gebouw de woning van [slachtoffer 4], een vriend van [slachtoffer 3], is gevestigd. Uit het dossier komt eveneens naar voren dat de verdachte veelvuldig contact heeft gezocht met [slachtoffer 4]. Gelet op de modus operandi van verdachte en de aangifte van [aangever 8] is de rechtbank van mening dat dit feit niet alleen wettig is bewezen, maar is de rechtbank bovendien overtuigd van het feit dat de verdachte deze teksten op die voorwerpen heeft aangebracht.

Feit 5

Op 8 juli 2010 verklaarde [slachtoffer 3] dat zij een relatie heeft gehad met de verdachte, maar dat deze relatie op 26 juni 2010 op de klippen is gelopen. Dat sindsdien zij door de verdachte wordt bestookt met sms-berichten en voicemails. Aangeefster is bang geworden voor de verdachte door een aantal bedreigingen die hij via de sms aan haar heeft gestuurd. Zij is bang dat hij deze bedreigingen zal waarmaken.

Blijkens haar aangifte ontving de aangeefster op 30 juni 2010 de volgende sms-berichten op haar telefoontoestel: “Door wie wordt [persoon 1] morgen opgehaald, de boze heks? Of speelt ze liever met [persoon 2]" en "Er zal wel iets eens iets onder een auto ergens zijn geplaatst, je vader [slachtoffer 1], [slachtoffer 4], de jouwe?" en "Er gaat iets gebeuren je kan je voorstellen wat eerst jou persoonlijk spreken" en "Ik heb net je vader nog gesproken. Je ligt eruit, hoer, bel me of... Ik denk dat ik langer leef. Jij en [slachtoffer 4] allebei muerte".

Door de politie is het telefoontoestel van het merk Nokia met telefoonnummer [06nummer], dat bij de verdachte in gebruik is, uitgelezen. In het geheugen van dat toestel zijn eveneens de bovenstaande berichten aangetroffen.

Verdachte heeft bij de politie bekend een deel van de sms-berichten zoals vermeld in de tenlastelegging te hebben verstuurd. Verdachte heeft gezegd dat de bedreigende sms-berichten niet door hem zijn verstuurd, maar wellicht door zijn personeel.

Bij de bespreking van de modus operandi heeft de rechtbank geconcludeerd dat vast is komen te staan dat verdachte tijdens het opnemen van de aangifte en de klacht, die [slachtoffer 3] op 8 juli 2010 op het politiebureau tegen hem indiende, verschillende sms-berichten heeft verstuurd met als tekst “Mijn vrienden uit Italië zijn hier en maken vanavond [slachtoffer 4] en [slachtoffer 3] af” en “je kunt beter emigreren of zelfmoord plegen. Jij overleeft dit niet en [slachtoffer 4] ook niet. Bij je vader gaat vanavond nog een molotov cocktail naar binnen”.

Hieruit blijkt dat verdachte geen schroom had om op 8 juli 2010 [slachtoffer 3] – wetende dat zij op dat moment bij de politie was - te bedreigen

Aangezien de berichten, zoals genoemd in de tenlastelegging, in het geheugen van het telefoontoestel van de verdachte zijn aangetroffen, deze bedreigingen bovendien ook passen in de modus operandi van verdachte, de verdachte [slachtoffer 3] ook op 8 juli 2010 heeft bedreigd - wetende dat zij op dat moment bij de politie is –, verdachte bekend heeft een deel van de berichten te hebben verstuurd en de op verzoek van de verdachte gehoorde getuigen bij de rechter-commissaris hebben verklaard nooit sms-berichten met de telefoon van verdachte te hebben verstuurd, is de rechtbank overtuigd van het feit dat de verdachte alle in de tenlastelegging vermelde sms-jes heeft verstuurd.

Uit het onderzoek door de politie is onder andere komen vast te staan dat tussen de telefoonaansluiting van de verdachte en die van [slachtoffer 3] 364 keer contact is geweest.

Op grond van het vorenstaande acht de rechtbank bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan belaging ten aanzien van [slachtoffer 3].

Feit 6

Op 11 augustus 2010 doet [slachtoffer 3] aangifte en verklaart dat, zoals zij eerder heeft verklaard bij de politie, haar relatie met de verdachte is verbroken en de verdachte verschillende bedreigingen aan haar adres heeft geuit, kennelijk met als oogmerk om een geldbedrag van 15.000 euro van haar te verkrijgen. Op 3 augustus 2010 ontving zij in Nuth de volgende berichten: “[slachtoffer 3]. Binnen nu en 2 weken overhandig ik je persoonlijk de lul van [slachtoffer 4], z'n ballen kun je ook krijgen. Hij zal er niets aan hebben want hij leeft dan niet meer. Kom woensdagmiddag naar mij thuis, neem m'n sleutels en geld mee, anders wordt er iets vakkundig uitgevoerd en hij verdwijnt 4 ever" en "Je hebt nog een kleine 2 uur de tijd om e.e.a. te voorkomen. Dit is geen bluf. Ga naar de politie en je tekent je doodvonnis." en "Volgende week heb je een onvergetelijke verjaardag, nog traumatischer dan vorig jaar. Daar zorg ik voor als ik je niet spreek hier bij mij. Ik weet elk moment van de dag waar je auto staat, een drukje op een knop. [slachtoffer 4] is een lopend lijk? Boem! Je weet wat ik je vorige week gezegd heb! SLEUTELS & GELD". De verhorend ambtenaar van de politie heeft de betreffende sms-berichten letterlijk overgenomen in het proces-verbaal van aangifte. Door deze berichten voelt de aangeefster zich angstig. Zij is bang dat verdachte uitvoering gaat geven aan zijn bedreigingen.

Op 11 augustus 2010 doet [slachtoffer 3] andermaal aangifte en verklaart dat zij op 3 augustus 2010 van verdachte in Nuth de volgende sms-berichten ontving: “Wat zal er vannacht gaan gebeuren. Bij de zaak, jullie thuis, bij [ZOON SLACHTOFFER 1], Landgraaf of Vaals? Je weet mijn eisen. Volgende maand is geen BV over" en "je weet wat je te doen staat om dit te stoppen en erger te voorkomen, alles om je gaat..."

De verdachte heeft bij zijn verhoor erkend dat hij sms-berichten heeft verstuurd naar [slachtoffer 3], maar hij ontkent dat de inhoud daarvan bedreigend was. De verdachte verklaarde dat hij meent dat berichten met een bedreigende inhoud door leden van zijn personeel, dan wel door vrienden van hem zijn verstuurd.

De rechtbank acht die lezing van verdachte, om redenen hiervoor al overwogen, ongeloofwaardig. De rechtbank is, gelet op de aangifte, de bevindingen van de ambtenaren van de politie en de modus operandi van de verdachte door wettige bewijsmiddelen overtuigd dat de verdachte alle tenlastegelegde sms-berichten heeft gestuurd en op die manier heeft geprobeerd om [slachtoffer 3] af te persen.

Feit 7

Voor het gemak zal de rechtbank de in de tenlastelegging vermelde sms-berichten nummeren van 7.1 tot en met 7.5.

Op 9 juli 2010 heeft [slachtoffer 4] aangifte gedaan van de ontvangst van de volgende bedreigende berichten: Ïk weet dat je een dief met een soa bent. Niet lang meer. M’n poen een mn sleutels vanavond nog. Denk maar niet dat je het weekeinde” (7.2) en Ik heb je begein mei gewaarschuwd ! Ik heb je netjes gevraagd om Mijn poen terug te geven. Je verdwijnt van de aardbodem, uit weekeinde” (7.3) en "Vuile homofiel met een SOA. Totale gokschuld van [slachtoffer 3] bedraagt 235.000 EURO!!! Dit overleven jullie niet!!!" (7.4 ) [slachtoffer 4] geeft aan te vrezen dan [naam verdachte] zijn bedreiging zal uitvoeren.

[slachtoffer 4] heeft al eerder aangifte gedaan, namelijk op 11 juni 2010, en toen verklaard dat hij al een enige tijd telefonisch werd bedreigd door de verdachte. Voorts verklaarde [slachtoffer 4] dat de verdachte zojuist aan de deur van het door hem bewoonde appartement in Vaals had gestaan, dreigende taal had gebruikt en ook tegen deze deur had getrapt. Tijdens het opnemen van de aangifte kwam een sms-bericht op het telefoontoestel van [slachtoffer 4] binnen, volgens opgave verzonden via de aansluiting onder nummer; [06nummer]. De tekst van het bericht luidt: “"Ik heb [slachtoffer 3] beloofd een uur weg te blijven uit Hulsberg om haar spullen terug te brengen. Ik wil mijn poen hebben voor middernacht dan wordt de jacht geopend." (7.1)

De aangever verklaart dat dit bericht hem aangst aanjaagt omdat hij niet uitsluit dat de verdachte hem daadwerkelijk “te grazen zal nemen”.

Verdachte heeft ter ter terechtzitting van 30 november 2010 bekend de sms-berichten onder 7.1, 7.2 en 7.3 te hebben verstuurd. Bij zijn verhoor bij de politie op 19 augustus 2010 heeft verdachte aangegeven dat het mogelijk is dat hij het bericht onder 7.4 heeft verstuurd, maar dat dit wellicht ook door een personeelslid kan zijn verstuurd.. Ter terechtzitting van 30 november 2010 heeft verdachte ontkend dit bericht te hebben verstuurd.

Ondanks de ontkenning ten aanzien van het bericht onder 7.4 acht de rechtbank bewezen dat de verdachte alle in de tenlastelegging genoemde bedreigingen heeft geuit. De rechtbank heeft daarbij gelet op de aangiftes, de verklaring van de ambtenaar van de politie, de modus operandi van de verdachte en de deels bekennende verklaringen van verdachte. De verklaringen die verdachte vervolgens op de zitting geeft voor een aantal van deze berichten acht de rechtbank ongeloofwaardig.

Gelet op de inhoud van de bedreigende berichten acht de rechtbank bewezen dat verdachte met het verzenden van deze berichten het oogmerk heeft gehad [slachtoffer 4] een geldbedrag af te persen.

De rechtbank zal verdachte vrijspreken voor wat betreft het versturen van het bericht nr. 7.5, aangezien de aangever verklaart dat hij dit sms-bericht heeft ontvangen toen hij in Maastricht was waar ook de verdachte aanwezig was. Immers de tenlastelegging ziet op feiten die zijn gepleegd in de gemeente Vaals.

De feiten onder parketnummer 03/703300-10.

Feit 1

[slachtoffer 5] heeft op 11 april 2011 het volgende verklaard. Zij heeft een relatie gehad met de verdachte, maar deze relatie is verbroken. Volgens [slachtoffer 5] kan de verdachte zich daar moeilijk bij neerleggen. Op 10 april 2011 heeft, volgens [slachtoffer 5], de verdachte via telecommunicatie tegenover haar onder meer verklaard zichzelf in brand te zullen gaan steken. [slachtoffer 5] verklaarde dat de verdachte aanvankelijk dreigde dit te zullen doen voor de deur van haar woning, later dreigde hij dat te zullen doen onder de carport naast haar woning.

De verdachte erkent dat hij tegen aangeefster heeft gezegd dat hij zichzelf voor haar ogen in brand zou steken. Dat dit door de verdachte aan [slachtoffer 5] kenbaar is gemaakt blijkt ook uit de chat-conversaties via Microsoft Network tussen [slachtoffer 5] en de verdachte.

De vraag die de rechtbank moet beantwoorden is of dit door de verdachte aan [slachtoffer 5] kenbaar gemaakt voornemen een bedreiging in de zin van artikel 285 van het Wetboek van Strafrecht vormde met – zoals is ten laste gelegd - een misdrijf tegen het leven gericht, zware mishandeling of brandstichting. Bij een misdrijf tegen het leven gericht of bij zware mishandeling moet het gaan om het leven of de gezondheid van de bedreigde of een derde. Zonder bijzondere omstandigheden, waarvan het bestaan in dit geval niet is gebleken, valt niet in te zien hoe met de suïcide van de verdachte het leven of de gezondheid van [slachtoffer 5] of een derde op het spel wordt gezet. Naar het oordeel van de rechtbank is denkbaar dat de door [slachtoffer 5] opgegeven wijze van zelfdoding door de verdachte, namelijk door zichzelf voor de deur of onder de carport van haar woning in brand te steken, een geval van brandstichting kan opleveren, waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van personen of goederen zou kunnen optreden. Nog daargelaten het feit dat [slachtoffer 5] in de MSN-conversatie op 11 april 2011 laat weten niet te geloven dat de verdachte het aangekondigde geweld ten uitvoer zal brengen en de verdachte tegenover een ambtenaar van de politie op 20 april 2011 heeft verklaard dat [slachtoffer 5] zijn vriendin blijft en dat hij haar nooit zou bedreigen, uitsluitend uit de verklaring van [slachtoffer 5] volgt dat de verdachte dreigde de zelfdoding ten uitvoer te brengen bij de voordeur van de woning van [slachtoffer 5] of daar onder de carport. Naar het oordeel van de rechtbank is er ook voor de ten laste gelegde bedreiging met brandstichting onvoldoende bewijs, zodat de verdachte ook daarvan moet worden vrijgesproken.

Feit 2 en 3

De verdachte heeft in MSN-gesprekken met aangeefster een aantal bedreigingen geuit, inhoudende dat hij bepaalde personen om het leven ging brengen. Verdachte heeft deze bedreigingen in een vertrouwelijk gesprek met aangeefster gedaan. De rechtbank is niet gebleken dat verdachte die opmerkingen heeft gemaakt met het opzet, in welke vorm ook, dat aangeefster deze bedreigingen aan de personen die het betreft, zou overbrengen.

Verdachte moet daarom ook worden vrijgesproken van de bedreiging van deze derden.

3.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1.

in de periode van 17 juli 2010 tot en met 16 augustus 2010, in de gemeente Nuth ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer 1] te dwingen tot de afgifte van 15.000 euro toebehorende aan [slachtoffer 1] met genoemd oogmerk aan die [slachtoffer 1] telefonisch heeft toegevoegd:

"Als ik voor het eind van het weekend geen 15.000 euro van u heb gekregen dan zal het boem zeggen bij u. Dan heeft u geen bedrijf meer en zal het leven van [zoon slachtoffer 1] ook in gevaar zijn" en

"Je had me donderdag beloofd 15700 EURO te brengen en die Franciacorta. Ik w8 nog steeds op je. Als ik het vanavond niet heb dan hoef je volgende week niet meer te werken" en

"over anderhalf uur ga ik rente vorderen" en

"komende week valt er minimaal een dooie dankzij [slachtoffer 3]!! Wie t is zeg niet niet. Je kan het voorkomen, je weet mn voorwaarden! [naam verdachte]" en

"ja, knettergek. en die gek gaat ergens voor zorgen. Je weet waarom het draait. Mn italiaanse vriendjes lossen dit op. [slachtoffer 3] weet waarover ik praat. Tenzij..." en

"tot aan je dood zal je geen rust meer hebben als mn eisen niet worden ingewilligd. dood ligt op de loer",

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

4.

in de periode van 8 juli 2010 tot en met 9 juli 2010 in de gemeente Vaals opzettelijk en wederrechtelijk een deur en een belinstallatie en een raam toebehorende aan Woningstichting Vaals heeft beschadigd;

5.

in de periode van 28 juni 2010 tot en met 8 juli 2010 in Nederland wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer 3] met het oogmerk die [slachtoffer 3] te dwingen iets te doen en vrees aan te jagen, immers heeft hij veelvuldig (dreigende) sms-berichten verstuurd aan die [slachtoffer 3] met daarin onder meer de volgende teksten:

"Door wie wordt [persoon 1] morgen opgehaald, de boze heks? Of speelt ze liever met [persoon 2]" en

"Er zal wel iets eens iets onder een auto ergens zijn geplaatst, ja vader [slachtoffer 1], [slachtoffer 4], de jouwe?" en

"Er gaat iets gebeuren je kan je voorstellen wat eerst jou persoonlijk spreken" en

"Ik heb net je vader nog gesproken. Je ligt eruit, hoer, bel me of... Ik denk dat ik langer leef. Jij en [slachtoffer 4] allebei muerte" en

meermalen de voicemail ingesproken van die [slachtoffer 3].

6.

in de periode van 3 augustus 2010 tot en met 16 augustus 2010 in de gemeente Nuth ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer 3] te dwingen tot de afgifte van 15000 euro toebehorende aan die [slachtoffer 3], met voornoemd oogmerk, aan die [slachtoffer 3] middels sms heeft toegevoegd:

"[slachtoffer 3]. Binnen nu en 2 weken overhandig ik je persoonlijk de lul van [slachtoffer 4], z'n ballen kun je ook krijgen. Hij zal er niets aan hebben want hij leeft dan niet meer. Kom woensdagmiddag naar mij thuis, neem m'n sleutels en geld mee, anders wordt er iets vakkundig uitgevoerd en hij verdwijnt 4 ever" en

"Je hebt nog een kleine 2 uur de tijd om e.e.a. te voorkomen. Dit is geen bluf. Ga naar de politie en je tekent je doodvonnis." en

"Volgende week heb je een onvergetelijke verjaardag, nog traumatischer dan

vorig jaar. Daar zorg ik voor als ik je niet spreek hier bij mij. Ik weet elk

moment van de dag waar je auto staat, een drukje op een knop.[slachtoffer 4] is een

lopend lijk? Boem! Je weet wat ik je vorige week gezegd heb! SLEUTELS & GELD"

en

"Wat zal er vannacht gaan gebeuren. Bij de zaak, jullie thuis, bij [ZOON SLACHTOFFER 1],

Landgraaf of Vaals? Je weet mijn eisen. Volgende maand is geen BV over" en

"je weet wat je te doen staat om dit te stoppen en erger te voorkomen, alles

om je gaat..."

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

7.

in de periode van 11 juni 2010 tot en met 16 augustus 2010 2010, in de gemeente Vaals ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer 4] te dwingen tot de afgifte van 15000 EURO toebehorende aan die [slachtoffer 4], met voornoemd oogmerk aan die [slachtoffer 4] heeft toegevoegd:

"Ik heb [slachtoffer 3] beloofd een uur weg te blijven uit Hulsberg om haar spullen terug te brengen. Ik wil mijn poen hebben voor middernacht dan wordt de jacht geopend." en

"Ik weet dat je een dief met SOA bent. Niet lang meer. Mn poen en Mn sleutels vanavond nog. Denk maar niet dat je het weekeinde." en

"Ik heb je begin mei gewaarschuwd! Ik heb je netjes gevraagd om mijn poen terug te geven. Je verdwijnt van de aardbodem, ut weekeinde" en

"Vuile homofiel met een SOA. Totale gokschuld van [slachtoffer 3] bedraagt 235.000 EURO!!! Dit overleven jullie niet!!!"

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

T.a.v. 03/703300-10 feit 1 primair:

voortgezette handeling van poging tot afpersing

T.a.v. 03/703300-10 feit 4:

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen

T.a.v. 03/703300-10 feit 5:

belaging

T.a.v. 03/703300-10 feit 6 primair:

voortgezette handeling van poging tot afpersing

T.a.v. 03/703300-10 feit 7 primair:

voortgezette handeling van poging tot afpersing

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

5 De strafoplegging

5.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft wegens de feiten die hij bewezen acht, gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 16 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, onder aftrek van voorarrest en met als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht bestaande uit een meldingsgebod, behandelverplichting en een contactverbod met de slachtoffers.

5.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest met een voorwaardelijke deel van 3 maanden bepleit. De raadsman heeft naar voren gebracht dat verdachte sinds de ten laste gelegde feiten niet meer met politie of justitie in aanraking is gekomen. Daarnaast verkeert de verdachte financieel in ‘zwaar weer’. Hij verblijft momenteel in het buitenland, waardoor een eventueel reclasseringstoezicht niet geëffectueerd kan worden.

5.3 Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is ge¬komen.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte door het plegen van deze pogingen tot afpersing en door de belaging en de beschadiging heeft getoond geen respect te hebben voor de slachtoffers, de eigendommen van anderen en geen respect te hebben voor hun lichamelijke integriteit. De rechtbank rekent verdachte ernstig aan dat hij deze feiten heeft gepleegd vanwege het algemeen bekende feit dat slachtoffers van dergelijke misdrijven nog lange tijd nadien gevoelens van angst en onveiligheid kunnen ervaren. Ook zorgen dit soort feiten voor gevoelens van onveiligheid en onrust in de maatschappij. Weliswaar is er door de verdachte geen fysiek geweld jegens de slachtoffers gebruikt, maar dat doet aan niet af aan het feit dat dergelijke feiten een gevoel van onvrijheid bij de slachtoffers oplevert. Verdachte heeft kennelijk in het geheel niet stilgestaan bij de gevolgen die zijn actie voor de slachtoffers zou kunnen hebben.

In beginsel is een onvoorwaardelijke detentie op zijn plaats voor dergelijke feiten.

De rechtbank overweegt verder dat de verdachte na het laatste strafbare feit niet meer in aanraking is gekomen met politie of justitie en de behandeling van de zaak een lange tijd op zich heeft laten wachten.

De rechtbank heeft bij het bepalen van de hoogte van de strafmaat verder rekening gehouden met hetgeen omtrent de persoonlijke omstandigheden van verdachte is gebleken uit de rapportages van drs. P Brookhuis, GZ-psycholoog en H.E.M. van Beek, psychiater. Uit deze rapportages komt –samengevat weergegeven- naar voren dat bij verdachte sprake is van een gebrekkige ontwikkeling van de geestesvermogens. In het onderzoek is een persoonlijkheidsstoornis ‘niet anders omschreven’ naar voren gekomen met narcistische kenmerken en borderlinekenmerken. De persoonlijkheidsproblematiek van verdachte komt op alle levensterreinen naar voren en heeft ervoor gezorgd dat hij keer op keer op allerlei gebieden vastloopt. Er wordt een ambulante behandeling geadviseerd bij een forensische psychiatrische kliniek.

De rechtbank overweegt dat nu verdachte in het buitenland verblijft, reclasseringstoezicht en een daaraan gekoppelde ambulante behandeling niet uitvoerbaar is. Mede daarop en gelet op het feit dat verdachte sinds het plegen van de bewezen te verklaren feiten niet meer met politie en justitie in aanraking is gekomen, acht de rechtbank een reclasseringstoezicht niet geïndiceerd.

Alles overwegende is de rechtbank van oordeel dat aan verdachte een duidelijk signaal gegeven moet worden dat feiten als de onderhavige absoluut niet getolereerd worden.

Daarom zal de rechtbank aan de verdachte een gevangenisstraf van 9 maanden opleggen, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren onder aftrek van voorarrest.

Een voorwaardelijke gevangenisstraf heeft de functie van ‘stok achter de deur’, waardoor de verdachte –naar de rechtbank hoopt- wordt gemotiveerd zich te onthouden van het plegen van strafbare feiten.

6 De benadeelde partij

De benadeelde partij [slachtoffer 5] vordert een schadevergoeding van € 309,92 ter zake van feit 1 onder parketnummer 03/702959-11. Nu verdachte voor dat feit wordt vrijgesproken wordt de benadeelde partij niet ontvankelijk in haar vordering verklaard.

De benadeelde partij [slachtoffer 4] vordert een schadevergoeding van € 125.000,00 ter zake van feit 7 onder parketnummer 03/703300-10. De rechtbank is van oordeel dat de behandeling van deze vordering een te grote belasting zal vormen voor de strafprocedure. Dien ten gevolge wordt de benadeelde partij niet ontvankelijk in haar vordering verklaard.

De benadeelde partij [slachtoffer 3] vordert een schadevergoeding van € 1.000,00 ter zake van feit 5 en 6 onder parketnummer 03/703300-10. Evenals de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat de vordering noch onrechtmatig, noch ongegrond voorkomt. De rechtbank stelt de schade vast op € 1000,00 en wijst het gevorderde bedrag van € 1000 00 toe inclusief wettelijke rente.

Voorts wijst de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel toe voor een bedrag van € 1000,00, inclusief wettelijke rente, nu verdachte jegens het slachtoffer [slachtoffer 3] naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door de strafbare feiten is toegebracht.

7 Het beslag

De op de beslaglijst, als bijlage II bijgevoegd, genoemde in beslag genomen voorwerpen kunnen worden geretourneerd aan de rechthebbende(n).

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 24c, 27, 36f, 45, 56, 57, 285b, 317 en 350 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van de onder 1, 2 en 3 onder parketnummer 03/702959-11 en van de onder 2 en 3 onder parketnummer 03/703300-10 ten laste gelegde feiten;

Bewezenverklaring

- verklaart het onder 1, 4, 5, 6 en 7 onder parketnummer 03/703300-10 ten laste gelegde bewezen, zoals als hierboven onder 3.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat daarbij meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;

- verklaart verdachte strafbaar;

Straffen

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 9 maanden waarvan 3 maanden voorwaardelijk;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast omdat verdachte voor het einde van een proeftijd van twee jaar de algemene voorwaarde, dat de verdachte geen strafbare feiten pleegt, heeft overtreden;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijke deel van de opgelegde gevangenisstraf;

- heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden;

Beslag

- gelast de teruggave van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, aan de rechthebbende(n);

Benadeelde partijen

- verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 5], in haar vordering niet-ontvankelijk;

- veroordeelt de benadeelde partij [slachtoffer 5] in de kosten, door verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, begroot tot op heden op nihil;

- verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 4], in haar vordering niet-ontvankelijk;

- veroordeelt de benadeelde partij [slachtoffer 4] in de kosten, door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 3], van een bedrag van EUR 1000,00, vermeerderd met de wettelijke rente te rekenen over de periode van 28 juni 2010 tot aan de dag van volledige voldoening;

- veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij [slachtoffer 3] tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 3] voornoemd bedrag te betalen, bij niet betaling te vervangen door 20 dagen hechtenis, met dien verstande dat de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 28 juni 2010;

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij [slachtoffer 3] vervalt en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.P.C. Dijkshoorn-Sleebe, voorzitter,

mr. F.M. van Maanen Winters en mr. M.E. Kramer, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.P.E. Mullers, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 15 mei 2013.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

1.

hij in of omstreeks de periode van 17 juli 2010 tot en met 16 augustus 2010, in de gemeente Nuth, meermalen, althans eenmaal, (telkens) ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] te dwingen tot de afgifte van 15.000 euro, in elk geval een hoeveelheid geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, met genoemd oogmerk aan die [slachtoffer 1] (telefonisch) heeft toegevoegd:

"Als ik voor het eind van het weekend geen 15.000 euro van u heb gekregen dan zal het boem zeggen bij u. Dan heeft u geen bedrijf meer en zal het leven van [zoon slachtoffer 1] ook in gevaar zijn" en/of

"Je had me donderdag beloofd 15700 EURO te brengen en die Franciacorta. Ik w8 nog steeds op je. Als ik het vanavond niet heb dan hoef je volgende week niet meer te werken" en/of

"over anderhalf uur ga ik rente vorderen" en/of

"komende week valt er minimaal een dooie dankzij [slachtoffer 3]!! Wie t is zeg niet niet. Je kan het voorkomen, je weet mn voorwaarden! [naam verdachte]" en/of

"ja, knettergek. en die gek gaat ergens voor zorgen. Je weet waarom het draait. Mn italiaanse vriendjes lossen dit op. [slachtoffer 3] weet waarover ik praat. Tenzij..." en/of

"tot aan je dood zal je geen rust meer hebben als mn eisen niet worden ingewilligd. dood ligt op de loer",

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

hij in of omstreeks de periode van 17 juli 2010 tot en met 16 augustus 2010 in de gemeente Nuth, meermalen, althans eenmaal, (telkens) [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 1] dreigend de woorden toegevoegd:

"als ik voor het eind van het weekend geen 15.000 euro van u heb gekregen dan zal het boem zeggen bij u. Dan heeft u geen bedrijf meer en zal het leven van [zoon slachtoffer 1] ook in gevaar zijn" en/of

"komende week valt er minimaal een dooie dankzij [slachtoffer 3]!! Wie t is zeg niet niet. Je kan het voorkomen, je weet mn voorwaarden! [naam verdachte]" en/of

"tot aan je dood zal je geen rust meer hebben als mn eisen niet worden ingewilligd. dood ligt op de loer",

althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;(zaken 8,14)

2.

hij in of omstreeks de periode van 12 juli 2010 tot en met 13 juli 2010 in de gemeente Vaals opzettelijk brand heeft gesticht in een auto, merk Opel Astra kenteken [kenteken], immers heeft verdachte toen aldaar opzettelijk (open) vuur in aanraking gebracht met de achterzitting van voornoemde auto, in elk geval met het interieur van voornoemde auto, althans met (een) brandbare stof(fen), ten gevolge waarvan die auto geheel of gedeeltelijk is verbrand, in elk geval brand is ontstaan, terwijl daarvan gemeen gevaar voor andere personenauto's, welke naast die Opel Astra geparkeerd waren en/of voor een aangrenzende flatgebouw gelegen aan [straatnaam], in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor zich in het flatgebouw bevindende personen, in elk geval levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen, te duchten was;

3.

hij in of omstreeks de periode van 8 juli 2010 tot en met 9 juli 2010 te Hulsberg, in de gemeente Nuth, opzettelijk en wederrechtelijk een bestelbus merk Iveco kenteken [KENTEKEN], in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] en/of [naam bedrijf], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

4.

hij in of omstreeks de periode van 8 juli 2010 tot en met 9 juli 2010 in de gemeente Vaals opzettelijk en wederrechtelijk een deur en/of een bel-bouw/installatiemateriaal en/of een raam, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Woningstichting Vaals, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of

onbruikbaar gemaakt;

5.

hij in of omstreeks de periode van 6 juni 2010 tot en met 8 juli 2010, in de gemeente Nuth, in elk geval in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer 3], in elk geval van een ander, met het oogmerk die [slachtoffer 3], in elk geval die ander te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen, immers heeft hij, verdachte, veelvuldig (dreigende) sms-berichten verstuurd aan die [slachtoffer 3] met daarin onder meer de volgende teksten:

"Door wie wordt [persoon 1] morgen opgehaald, de boze heks? Of speelt ze liever met [persoon 2]" en/of

"Er zal wel iets eens iets onder een auto ergens zijn geplaatst, ja vader [slachtoffer 1], [slachtoffer 4], de jouwe?" en/of

"Er gaat iets gebeuren je kan je voorstellen wat eerst jou persoonlijk spreken" en/of

"Ik heb net je vader nog gesproken. Je ligt eruit, hoer, bel me of... Ik denk dat ik langer leef. Jij en [slachtoffer 4] allebei muerte" en/of

meermalen de voicemail ingesproken van die [slachtoffer 3].

6.

hij in of omstreeks de periode van 3 augustus 2010 tot en met 16 augustus 2010 in de gemeente Nuth, meermalen, althans eenmaal, (telkens) ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 3] te dwingen tot de afgifte van 15000 euro, in elk geval van een hoeveelheid geld, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, met voornoemd oogmerk, aan die [slachtoffer 3] (middels sms) heeft toegevoegd:

"[slachtoffer 3]. Binnen nu en 2 weken overhandig ik je persoonlijk de lul van [slachtoffer 4], z'n ballen kun je ook krijgen. Hij zal er niets aan hebben want hij leeft dan niet meer. Kom woensdagmiddag naar mij thuis, neem m'n sleutels en geld mee, anders wordt er iets vakkundig uitgevoerd en hij verdijnt 4 ever" en/of

"Je hebt nog een kleine 2 uur de tijd om e.e.a. te voorkomen. Dit is geen bluf. Ga naar de politie en je tekent je doodvonnis." en/of

"Volgende week heb je een onvergetelijke verjaardag, nog traumatischer dan

vorig jaar. Daar zorg ik voor als ik je niet spreek hier bij mij. Ik weet elk

moment van de dag waar je auto staat, een drukje op een knop.[slachtoffer 4] is een

lopend lijk? Boem! Je weet wat ik je vorige week gezegd heb! SLEUTELS & GELD"

en/of

"Wat zal er vannacht gaan gebeuren. Bij de zaak, jullie thuis, bij [ZOON SLACHTOFFER 1],

Landgraaf of Vaals? Je weet mijn eisen. Volgende maand is geen BV over" en/of

"je weet wat je te doen staat om dit te stoppen en erger te voorkomen, alles

om je gaat..."

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(zaken 9,12)

Subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden, dat:

hij in of omstreeks de periode van 4 augustus 2010 tot en met 11 augustus

2010, in de gemeente Nuth, meermalen, althans eenmaal, [slachtoffer 3] heeft

bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware

mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 3] dreigend

toegevoegd:

"Je hebt nog een kleine 2 uur de tijd om e.e.a. te voorkomen. Dit is geen

bluf. Ga naar de politie en je tekent je doodvonnis." en/of

"Volgende week heb je een onvergetelijke verjaardag, nog traumatischer dan

vorig jaar. Daar zorg ik voor als ik je niet spreek hier bij mij. Ik weet elk

moment van de dag waar je auto staat, een drukje op een knop.[slachtoffer 4] is een

lopend lijk? Boem! Je weet wat ik je vorige week gezegd heb! SLEUTELS & GELD.",

althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;(zaak 9)

7.

hij in of omstreeks de periode van 11 juni 2010 tot en met 16 augustus 2010 2010, in de gemeente Vaals, meermalen, althans eenmaal, (telkens) ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 4] te dwingen tot de afgifte van 15000 EURO, in elk geval van een hoeveelheid geld, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, met voornoemd oogmerk aan die [slachtoffer 4] heeft toegevoegd:

"Ik heb [slachtoffer 3] beloofd een uur weg te blijven uit Hulsberg om haar spullen terug te brengen. Ik wil mijn poen hebben voor middernacht dan wordt de jacht geopend." en/of

"Ik weet dat je een dief met SOA bent. Niet lang meer. Mn poen en Mn sleutels vanavond nog. Denk maar niet dat je het weekeinde." en/of

"Ik heb je begin mei gewaarschuwd! Ik heb je netjes gevraagd om mijn poen terug te geven. Je verdwijnt van de aardbodem, ut weekeinde" en/of

"Vuile homofiel met een SOA. Totale gokschuld van [slachtoffer 3] bedraagt 235.000 EURO!!! Dit overleven jullie niet!!!" en/of

"Waat zal er vannacht wat gaan gebeuren. Bij de zaak, jullie thuis, bij [ZOON SLACHTOFFER 1], Landgraaf of Vaals? Je weet mijn eisen. Volgende maand is er geen bv meer over!!!"

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

hij op of omstreeks 8 juli 2010 in de gemeente Vaals, [slachtoffer 4] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 4] dreigend de woorden toegevoegd :

"Ik heb je begin mei gewaarschuwd! Ik heb je netjes gevraagd om mijn poen terug te geven. Je verdwijnt van de aardbodem, ut weekeinde" en/of

"Vuile homofiel met een SOA. Totale gokschuld van [slachtoffer 3] bedraagt 235.000 EURO!!! Dit overleven jullie niet!!!",

althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

Tenlastelegging bij gevoegde verdachte met parketnummer: 702959-11

1.

hij op of omstreeks 11 april 2011 te Oirsbeek, althans in het arrondissement Maastricht en/of in België [slachtoffer 5] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling en/of met brandstichting, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 5] dreigend via MSN en/of SMS en/of telefoon toegevoegd - zakelijk weergegeven - dat hij, verdachte, zichzelf voor de ogen van die [slachtoffer 5] en/of onder de carport/voor de deur bijhorende bij de woning van die [slachtoffer 5] in brand zou steken, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

2.

hij op of omstreeks 11 april 2011 te Landgraaf, althans in het arrondissement Maastricht en/of in België [slachtoffer 6] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling en/of met brandstichting, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend gezegd:

"Fuck maar ja als het aan mij ligt gaat er vandaag bij in Landgraaf een brandbom bij iemand naar binnen vallen er meteen twee doden dat is [slachtoffer 6]en [persoon 1] dochterlief want ik heb schijt aan die hele familie. Hoe meer er uitgeroeid worden hoe beter", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

3.

hij op of omstreeks 11 april 2011 in het arrondissement Maastricht en/of in België inwoners van Limbricht en/of Hulsberg en/of Landgraaf en/of medewerkers van politie heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling en/of met brandstichting, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend via MSN en/of SMS en/of telefoon [slachtoffer 5], in elk geval een ander, toegevoegd- zakelijk weergegeven - dat hij molotovcoctails heeft klaarliggen voor Limbricht, Hulsberg en Landgraaf en/of dat er zeker 10 doden zouden vallen zoals in Alphen aan de Rijn en/of dat hij, wanneer de politie zou komen, er een paar mee zou nemen de dood in.

BIJLAGE II: De Beslaglijst

De volgende voorwerpen zijn in beslaggenomen:

by politie 7 2.00 STK Briefpost Kl:wit

-

1826563, wit gele poedersubstantie in brief met tk

20300248295 1 1.00 STK Schrijfschijf Kl:zwart

EDDING 800

1826623, permanent marker

20300248295 2 2.00 STK Schrijfschijf Kl:zwart

EDDING 750

1826624, 1x witte + 1x zwarte paint marker

20300248295 3 1.00 STK GSM Kl:grijs

NOKIA E71

1826622

bij beslagkamer 5 1.00 STK Cd-Rom

-

1814290

zie beslagportal 1 1.00 STK Computer

PACKARD BELL Ms2266

2176897

zie beslagportal 2 1.00 STK GSM

NOKIA E72

2176903 incl.oplaadkabel

zie beslagportal 3 1.00 STK GSM

SAMSUNG klapmodel

2176905

zie beslagportal 4 1.00 STK GSM

NOKIA 1616

2176907