Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2013:BZ9987

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
17-04-2013
Datum publicatie
13-05-2013
Zaaknummer
498873 CV EXPL 12-4462
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Een gerechtsdeurwaarder verricht in opdracht van een rechtsbijstandsverlener ambtshandelingen ten behoeve van de executie van een vonnis (betekening vonnis, executoriaal (derden)beslag) en brengt daarvoor een bedrag aan "incassoprovisie" in rekening, verwijzend naar haar algemene voorwaarden.

De kantonrechter oordeelt dat in het onderhavige geval deze handelwijze, gelet op het Besluit tarieven ambtshandelingen gerechtsdeurwaarders (Btag) op grond waarvan voor ambtshandelingen van een gerechtsdeurwaarder vaste tarieven gelden, ontoelaatbaar moet worden geacht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2013/164
NJF 2013/281

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Burgerlijk recht

Zaaknummer: 498873 CV EXPL 12-4462

Vonnis van 17 april 2013

in de zaak van

STICHTING METAALUNIE DIENSTEN, tevens handelend onder de naam METAALUNIE RECHTBIJSTAND,

zetelend te Nieuwegein,

eisende partij,

verder te noemen: Metaalunie,

gemachtigde: mr. J.R.R.C.L. Borest,

tegen

FLANDERIJN EN BOERS GERECHTSDEURWAARDERS B.V.,

gevestigd te Maastricht,

gedaagde partij,

verder te noemen: Flanderijn,

gemachtigde: Z. da Luz Almeida.

1. VERLOOP VAN DE PROCEDURE

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:

- het exploot van dagvaarding, uitgebracht op 11 oktober 2012,

- de conclusie van antwoord,

- de conclusie van repliek,

- de conclusie van dupliek.

1.2. Vervolgens is vonnis bepaald, waarvan de uitspraakdatum nader is gesteld op heden.

2. DE FEITEN EN HET GESCHIL

2.1. Op 18 juli 2012 heeft de kantonrechter te Maastricht een vonnis gewezen tussen de heer [persoon X] en de heer [persoon Y], waarin de heer [persoon Y] (hierna: [persoon Y]) veroordeeld werd tot betaling aan [persoon X] van aan bedrag van € 13.425,29, te vermeerderen met de contractuele rente over € 12.180,82 vanaf de respectieve vervaldata van de facturen en een bedrag van € 1.056,81 aan proceskosten.

2.2. Mr. Borest van Metaalunie was in genoemde procedure de gemachtigde van de heer [persoon X]. Mr. Borest heeft, nadat hij op 19 juli 2012 tevergeefs [persoon Y] tot vrijwillige voldoening aan het vonnis had gesommeerd, op 30 juli 2012 het originele vonnis aan Flanderijn gestuurd met het verzoek dit aan [persoon Y] te betekenen. Voorts heeft mr. Borest in diezelfde brief aan Flanderijn geschreven: “Indien de wederpartij door u in uw exploot gestelde termijn niet alsnog voldoet aan het bepaalde in het vonnis, verzoek ik u – alvorens over te gaan tot het treffen van executiemaatregelen – eerst even contact met mij op te nemen.”

2.3. Flanderijn heeft eerst per e-mail op 31 juli 2012 een nadere vraag gesteld over de door haar berekende rente, die door mr. Borest op 1 augustus 2012 is beantwoord. Vervolgens heeft Flanderijn bij e-mail van 1 augustus 2012 aan mr. Borest geschreven:

“Uw opdracht inzake [persoon Y] (…) ontvingen wij in goede orde. (…) Voor zover met u geen andere voorwaarden zijn overeengekomen, zijn op deze opdracht van toepassing onze algemene voorwaarden. U kunt deze vinden op onze website www.flanderijn.nl.”

2.4. Op 8 augustus 2012 heeft Flanderijn aan mr. Borest gemaild dat [persoon Y] uitstel van betaling had verzocht en dat het de voorkeur van Flanderijn had om tot een vrijwillige betalingsafspraak te komen. mr. Borest heeft daarop bij e-mail van 9 augustus 2012 gereageerd met de mededeling dat hij niet instemde met betalingsuitstel en met het verzoek om per ommegaande tot executie over te gaan. In deze e-mail schrijft mr. Borest voorts:

“In dat kader is cliënte bekend dat de heer [persoon Y] beschikt over een rekeningnummer. Dit rekeningnummer moet cliënte nog opzoeken, welke ik dan aan u zal doorgeven. Daarnaast beschikt de heer [persoon Y] over een aantal onroerende goederen, zoals blijkt uit bijgaande opgave uit het kadaster. Ik verzoek u in het vervolg iedere stap, ook het verlenen van uitstel aan de wederpartij, even met ondergetekende af te stemmen.”

2.5. Op 9 augustus 2012 heeft Flanderijn aan mr. Borest een specificatie verstrekt van de executiekosten van een bankbeslag en een beslag op onroerende zaken. Mr. Borest heeft bij e-mailbericht van 14 augustus 2012 geschreven:

“In aansluiting op ons telefoongesprek van zojuist hierbij het akkoord voor het bankbeslag en beslag OZ, zoals hieronder weergegeven.

Wilt u mij berichten zodra de beslagen zijn gelegd?”

2.6. Op 23 augustus 2012 heeft Flanderijn aan mr. Borest een eindafrekening verzonden, waarin staat:

“Vordering is voldaan, wij wikkelen met u af.

Totaal ontvangen: € 17.098,63

Onder aftrek van:

Kosten volgens specificatie: € 2.303,19

Btw 19% € 424,69

€ 2.727,88

Totaal: € 14.370,75

Laatstgenoemd bedrag zullen wij overmaken naar uw bankrekening (…)”

2.7. Blijkens de bij deze afrekening gevoegde specificatie heeft Flanderijn onder de kosten bedrag in rekening gebracht van € 1.500,00 met als omschrijving “incassoprovisie”.

2.8. Bij e-mail van 24 augustus 2012 heeft Metaalunie – samengevat - aangevoerd dat Flanderijn geen aanspraak heeft op een incassovergoeding en een bedrag van € 16.192,41 diende over te maken. Flanderijn heeft daarop gereageerd en – samengevat – aangevoerd dat de vergoeding van 10% ingevolge de algemene voorwaarden verschuldigd was, maar dat zij die coulancehalve zou matigen tot 5%.

2.9. Metaalunie vordert, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van Flanderijn tot betaling aan haar van een bedrag van € 929,16, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente ex artikel 6:119a BW vanaf 7 september 2012 tot de dag der algehele voldoening, alsmede een bedrag van € 139,37 terzake buitengerechtelijke kosten, met veroordeling van Flanderijn in de proceskosten.

2.10. Metaalunie legt aan deze vordering – samengevat – ten grondslag dat zij aan Flanderijn slechts opdracht heeft gegeven tot betekening van voornoemd vonnis aan [persoon Y] en vervolgens om executoriaal beslag te leggen op een bankrekening en onroerende zaak. Na deze beslaglegging heeft de heer [persoon Y] aan het vonnis voldaan, door aan Flanderijn een bedrag te betalen van € 17.098,63 inclusief rente en kosten. Volgens Metaalunie diende Flanderijn daarvan een bedrag van € 16.192,41 aan haar te betalen. De door Flanderijn ingehouden incassoprovisie van thans nog € 929,16 ontbeert iedere contractuele grondslag en dient door Flanderijn, die dit ondanks herhaalde sommaties door Metaalunie nog steeds nalaat, aan haar te voldoen, zo stelt Metaalunie.

2.11. Ter nadere onderbouwing van haar standpunt stelt Metaalunie dat tussen partijen nimmer is overeengekomen dat zij een incassoprovisie aan Flanderijn verschuldigd zou zijn. Zij heeft aan Flanderijn, in haar hoedanigheid van gerechtsdeurwaarder en niet van incassobureau, opdracht gegeven een vonnis te betekenen en vervolgens om tot executie over te gaan. Dat zijn ambthandelingen waarvoor door de wetgever vastgestelde tarieven (die zijn vastgelegd in het Besluit tarieven ambtshandelingen gerechtsdeurwaarders) gelden. Voor andere werkzaamheden heeft Metaalunie nimmer opdracht gegeven en Flanderijn heeft niet te kennen gegeven dat zij aanvullende kosten in rekening zou brengen. Voor het inhouden van enige incassovergoeding was dan ook geen grond en Flanderijn dient het gehele bedrag van € 16.192,63 dan ook aan Metaalunie te voldoen.

2.12. Flanderijn heeft verweer gevoerd tegen de vordering en gesteld dat zij in opdracht en voor rekening van Metaalunie “minnelijke executiewerkzaamheden” heeft verricht, die bestonden uit het onderhouden van contact met de heer [persoon Y] en Metaalunie, het onderzoeken van verhaalsmogelijkheden en het bewaken van betalingstermijnen. Flanderijn stelt dat zij op grond van het bepaalde in artikel 3.2.6. van haar algemene voorwaarden voor deze werkzaamheden een tarief hanteert van 10% van het geïncasseerde bedrag. Deze voorwaarden zijn volgens Flanderijn van toepassing, nu zij deze in haar e-mail van

1 augustus 2012 van toepassing heeft verklaard en ter kennisneming daarvan naar haar website heeft verwezen.

3. DE BEOORDELING

3.1. De kantonrechter stelt voorop dat Flanderijn niet heeft betwist dat aan Metaalunie een bedrag toe kwam van € 16.192,41. Haar verweer komt erop neer dat zij het bedrag van

€ 929,16 met dit bedrag heeft verrekend, omdat zij met Metaalunie een overeenkomst had die inhield dat zij “minnelijke executiewerkzaamheden” zou verrichten en op grond waarvan zij ingevolge haar algemene voorwaarden gerechtigd was op 10% van het door haar geïncasseerde bedrag. De aard van dit verweer brengt met zich dat de stelplicht en bewijslast van het bestaan van deze overeenkomst tot het verrichten van “minnelijke executiewerkzaamheden” op Flanderijn rust.

3.2. Flanderijn heeft de door haar gehanteerde algemene voorwaarden niet in het geding gebracht. De kantonrechter heeft van deze voorwaarden dan ook geen kennis kunnen nemen. Pas bij conclusie van dupliek stelt Flanderijn dat in artikel 2.4.4. van deze algemene voorwaarden is opgenomen wat onder “minnelijke executiewerkzaamheden” moet worden verstaan, namelijk:

- beoordelen van de vordering op financiële en praktische haalbaarheid,

- aanmanen van de schuldenaar,

- corresponderen met de schuldenaar of diens gemachtigde,

- overleggen met de opdrachtgever,

- plegen van verhaalsonderzoek,

- beoordelen van betalingsvoorstellen,

- administreren en bewaken van betalingsregelingen,

- verrichten van incassowerkzaamheden.

In de conclusie van antwoord heeft Flanderijn zeer uitgebreid uiteengezet welke werkzaamheden zij in het onderhavige dossier heeft verricht. In randnummer 23 van de conclusie van antwoord concludeert zij vervolgens dat deze werkzaamheden zijn te beschouwen als “minnelijke executiewerkzaamheden” omdat zij contact heeft onderhouden met Metaalunie en [persoon Y], verhaalsmogelijkheden heeft onderzocht en betalingstermijnen heeft bewaakt.

3.3. De kantonrechter merkt in de eerste plaats op dat op die laatste stelling van Flanderijn het een en ander af te dingen is, nu blijkens de stellingen van Metaalunie, Metaalunie zelf het bankrekening heeft verstrekt waarop beslag moest worden gelegd en ook de kadastrale gegevens betreffende de onroerende zaken zelf aan Flanderijn heeft gemaild. Daarnaast ziet de kantonrechter niet in welke betalingstermijnen Flanderijn heeft moeten “bewaken”, nu er geen sprake is geweest van een betalingsregeling.

3.4. Meer van belang is echter dat uit de opsomming van de door Flanderijn verrichte werkzaamheden nog niet volgt dat Flanderijn en Metaalunie zijn overeengekomen dat Flanderijn voor Metaalunie “minnelijke executiewerkzaamheden” zou verrichten. Voor de beoordeling van de vraag of een dergelijke overeenkomst tot stand is gekomen, komt het aan op de zin die partijen over en weer redelijkerwijs aan de door hen gebezigde bewoordingen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten.

3.5. Zoals Metaalunie in het exploot van dagvaarding terecht stelt, is Flanderijn een gerechtsdeurwaarder die tevens incassowerkzaamheden verricht. Voor de ambtshandelingen die Flanderijn als gerechtsdeurwaarder verricht, zijn de in het Besluit tarieven ambtshandelingen gerechtsdeurwaarders (Btag) door de wetgever vastgestelde tarieven verschuldigd. In artikel 1 van het Btag is bepaald dat “de schuldenaarstarieven, vastgesteld bij of krachtens dit besluit mede dienen tot dekking van de rechtstreeks met de ambtshandeling samenhangende voorbereidende, uitvoerende en afrondende werkzaamheden die voor een goede verrichting van die ambtshandeling noodzakelijk zijn”.

3.6. De kantonrechter stelt voorop dat het niet zo kan zijn dat een gerechtsdeurwaarder, die opdracht krijgt een in het Btag genoemde ambtshandeling te verrichten, de in dit besluit vastgestelde tarieven kan omzeilen door in zijn algemene voorwaarden een aanvullende vergoeding te bedingen, zonder hier bij het aangaan van de overeenkomst uitdrukkelijk op te wijzen en duidelijk te maken welke (niet onder de ambtshandeling vallende) extra werkzaamheden hij voor deze aanvullende vergoeding zal verrichten.

3.7. In het onderhavige geval heeft Metaalunie in eerste instantie expliciet opdracht gegeven om een vonnis te betekenen. Nergens blijkt uit dat de opdracht meer heeft omvat dan dat. Sterker nog, Metaalunie heeft uitdrukkelijk vermeld dat voor iedere handeling vooraf met haar contact moest worden opgenomen (rechtsoverweging 2.2.) Daarnaast heeft Metaalunie, toen Flanderijn zonder overleg met haar betalingsuitstel had verleend aan [persoon Y], Flanderijn in niet mis te verstane bewoordingen teruggefloten (rechtsoverweging 2.4.). Vervolgens heeft Metaalunie aan Flanderijn opdracht gegeven om beslag te leggen op een door haar genoemde bankrekening en door haar genoemde onroerende zaken. Zij heeft daarbij zelf het bankrekeningnummer waarop beslag gelegd moest worden doorgegeven en ook zelf de kadastrale gegevens van de betreffende onroerende zaken verschaft.

3.8. Uit de houding van Metaalunie en de door haar gebezigde bewoordingen bij en na het tot stand komen van de overeenkomst heeft Flanderijn naar het oordeel van de kantonrechter op geen enkele wijze kunnen afleiden dat de opdracht meer inhield dan het verrichten van enkele ambtshandelingen, waarvoor de in het Btag vastgestelde tarieven gelden. Metaalunie heeft die bedoeling kennelijk niet gehad en Flanderijn heeft dat ook niet zo mogen begrijpen. Het had op de weg van Flanderijn gelegen om, indien zij wel van mening was dat haar werkzaamheden meer omvatten dan de werkzaamheden waarvoor het Btag een vergoeding pleegt toe te kennen, dit expliciet aan Metaalunie duidelijk te maken en voor deze werkzaamheden een aanvullende vergoeding te bedingen. Het enkele verwijzen naar algemene voorwaarden is daartoe volstrekt onvoldoende. Dit leidt tot de conclusie dat er geen overeenkomst bestond op grond waarvan Flanderijn voor Metaalunie “minnelijke executiewerkzaamheden” zou verrichten. Nu er geen overeenkomst is, is er ook geen grondslag op grond waarvan Flanderijn gerechtigd zou zijn om een bedrag van € 929,16 op het door haar aan Metaalunie verschuldigde bedrag in te houden. Flanderijn dient dit bedrag dan ook Metaalunie te betalen. De vraag of de algemene voorwaarden van Flanderijn op de overeenkomst van toepassing zijn en of deze al dan niet vernietigbaar zijn, behoeft in het licht van bovenstaande geen nadere beoordeling.

3.9. Uit het voorgaande volgt dat de gevorderde hoofdsom toewijsbaar is. Metaalunie maakt aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is nu het verzuim na 1 juli 2012 is ingetreden. De kantonrechter

stelt vast dat Metaalunie voldoende heeft gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten is conform het in het Besluit bepaalde tarief en zal worden toegewezen.

3.10. Flanderijn zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure, aan de zijde van Metaalunie gevallen.

4. BESLISSING

De kantonrechter

4.1. veroordeelt Flanderijn tot betaling aan Metaalunie van een bedrag van € 1.068,53, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over € 929,16, vanaf 7 september 2012 tot de dag der algehele voldoening,

4.2. veroordeelt Flanderijn in de kosten van deze procedure, aan de zijde van Metaalunie gevallen en tot heden begroot op een bedrag van € 729,17, waarvan € 92,17 explootkosten,

€ 437,00 griffierecht en € 200,00 aan salaris gemachtigde,

4.3. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.P.A. Bisscheroux, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken.

AB