Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2013:BZ9220

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
01-05-2013
Datum publicatie
02-05-2013
Zaaknummer
03/700041-13 en 03/700553-11 (VTVV)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bewijs voor diefstal van auto en caravan; ontkennende verdachten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

parketnummers: 03/700041-13 en 03/700553-11 (VTVV)

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 1 mei 2013

in de strafzaak tegen

Verdachte,

geboren te Geboortegegevens,

wonende te adresgegevens,

thans gedetineerd in de PI Limburg Zuid - De Geerhorst te Sittard.

Raadsvrouw is mr. S.G.E. Koumans, advocaat te Maastricht.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 23 april 2013, waarbij de officier van justitie, de verdediging en de verdachte hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Feit 1: samen met (een) ander(en) een auto heeft gestolen, dan wel heeft geheeld;

Feit 2: samen met (een) ander(en) een caravan heeft gestolen.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het onder 1 primair en 2 tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen. Ten aanzien van het onder 1 primair tenlastegelegde heeft hij aangevoerd dat verdachte, samen met de medeverdachte TN en de vriendin van verdachte, D, in een auto van het merk Ford is aangetroffen, die een paar uur eerder gestolen blijkt te zijn. In de auto wordt inbrekerswerktuig aangetroffen. Achter deze auto is een caravan aangekoppeld, die eveneens van diefstal afkomstig is. Op de plaats waar de caravan ontvreemd is, ligt een embleem van het merk Ford. Dit embleem is niet meer aanwezig op de gestolen auto. Rond de plaats waar de caravan is weggenomen worden tevens schoenafdrukken aangetroffen, die gelijkenis vertonen met de zolen van de schoenen van beide verdachten. Daarbij komt dat in de auto een mobiele telefoon wordt aangetroffen die van verdachte lijkt te zijn. In deze telefoon blijken na het uitlezen berichten te staan die afkomstig zijn van een persoon genaamd T, inhoudende “dat hij een mooie kar heeft zien staan en de vraag of hij die trekker nog heeft”.

D heeft verklaard dat de auto van verdachte stuk was en olie lekte. Ze hebben deze auto toen laten staan. Op haar aanwijzen wordt inderdaad een Mercedes aangetroffen met daaronder een plas olie en met in het dashboardkastje papieren op naam van verdachte. D heeft verder verklaard dat voordat ze de auto lieten staan N toen ergens is afgezet en dat N toen in een andere auto is gestapt. Dit betreft de auto waarin ze allen zijn aangehouden. Verdachte heeft geen enkele verklaring willen afleggen.

3.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft voor wat betreft het onder 1 primair en subsidiair tenlastegelegde vrijspraak bepleit. Zij heeft daartoe aangevoerd dat uit het dossier niet naar voren komt van wie de in de auto aangetroffen telefoon is zodat de daarin aangetroffen berichten niets zeggen over de betrokkenheid van verdachte bij de diefstal van de auto. Verdachte ontkent iedere betrokkenheid. Zij heeft geconcludeerd dat er onvoldoende bewijs voorhanden is om tot een veroordeling te kunnen komen.

Ten aanzien van het subsidiair tenlastegelegde blijkt nergens uit dat verdachte wist dat de auto gestolen was, aldus de raadsvrouw.

Ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde heeft de raadsvrouw zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

3.3 Het oordeel van de rechtbank

Op zaterdag 19 januari 2013 omstreeks 02:55 uur reden verbalisanten N. en J. in een onopvallend dienstvoertuig te Beek toen zij een donkergrijze Ford Sierra, voorzien van Nederlandse kentekenplaten (NUMMER) met daarachter een grote witte caravan, merk Tabbert, zonder verlichting en met Duitse kentekenplaten (NUMMER2) zagen. Voorin de Ford zaten twee mannen en achterin zat een vrouw. Verbalisanten zagen dat de poten aan de achterzijde van de caravan slechts gedeeltelijk omhoog gedraaid waren en dat van deze poten bij het indraaien in een straat vonken afkwamen. Als verbalisanten een stopteken geven, wordt dit genegeerd en gaat de bestuurder er vandoor. Uiteindelijk lukt het de bestuurder niet met de combinatie een helling op te komen en glijden de Ford en de caravan zelfs terug. De bestuurder, die was uitgestapt, werd door het openstaand bestuurdersportier geraakt, kwam ten val en werd enkele meters naar onder meegesleept. De bestuurder weet op dat moment toch te ontkomen en de beide andere personen, medeverdachte N en D, worden aangehouden. De Ford en caravan worden in beslag genomen. Twee andere verbalisanten volgen het spoor in de sneeuw en houden een persoon staande. Verbalisanten N. en J. herkenden de staande gehouden persoon als de bestuurder, zijnde verdachte Verdachte.

Verbalisanten R. en M. hebben verklaard dat in de Ford aan de voorzijde bij de bijrijder op de bodem onder meer een slotentrekker en een hamer lagen.

Aangever B. heeft verklaard dat zijn Ford Sierra met kenteken NUMMER na 18 januari 2013 vanaf 16:00 uur moet zijn gestolen in Schinnen en dat de Ford was afgesloten met zowel een stuurslot als een stuurklem.

Aangever M en de eigenaar van het terrein in de gemeente Maasgouw waar de caravan met kenteken NUMMER2 stond gestald, hebben verklaard dat de caravan is gestolen . Volgens de eigenaar van het terrein moet dit na zaterdag 18 januari 2013 vanaf 16:00 uur zijn gebeurd. Op de plaats delict van de gestolen caravan is verder een embleem van een Ford gevonden, dat ontbreekt op de gestolen Ford Sierra en daar precies op past.

D heeft verklaard dat zij op 18 januari 2013 rond een uur of 16:30-16:45 is opgehaald door verdachte en dat zij vervolgens samen medeverdachte N hebben opgehaald. Samen hebben ze een tijd rondgereden en nog wat gegeten. Op een gegeven moment bleek dat de auto van verdachte kapot was. Er zou iets met de olie zijn. Verdachte en D zijn toen richting Genhout gereden om de auto daar ergens neer te zetten. Onderweg hebben ze medeverdachte N afgezet die vervolgens in een andere auto is gestapt en achter hen aan is gereden. Met deze auto zijn ze uiteindelijk gedrieën verder gereden en hebben verdachte en medeverdachte Nergens een caravan opgehaald waarmee ze weer richting Beek zijn gereden alwaar ze uiteindelijk zijn aangehouden.

Verbalisanten hebben op 19 januari 2013 omstreeks 16:30 uur op een parkeerplaats in Genhout een Mercedes aangetroffen. Onder de auto lag een plas olie en in de auto, in het handschoenvakje, lag een mapje met papieren op naam van verdachte.

De rechtbank stelt op basis van de bevindingen van verbalisanten N., J., R. en M., de verklaringen van beide aangevers, de verklaring van de eigenaar van de stalling en de vondst van het Ford embleem, vast dat de Ford is gestolen te Schinnen in de periode 18 januari 2013 vanaf 16:00 uur tot en met 19 januari 2013 om 02:55 uur. In diezelfde tijdsspanne, maar wel ná het stelen van de Ford, is de caravan gestolen in de gemeente Maasgouw. Verdachte en medeverdachte N worden vervolgens op 19 januari 2013 om 02:55 uur in de Ford met daarachter de caravan aangetroffen te Beek .

D heeft verklaard dat medeverdachte N met de Ford aan kwam rijden en dat zij vervolgens die nacht met z’n drieën de caravan zijn gaan ophalen. Uit het feit dat het embleem van de Ford waarin de verdachten zijn aangehouden is aangetroffen op de plaats waar de caravan is gestolen leidt de rechtbank af dat dit “ophalen” ook aldaar heeft plaats gevonden en dat het verdachten waren die aldaar zelf de caravan hebben gestolen. De rechtbank is gelet op deze bewijsmiddelen van oordeel dat verdachte en medeverdachte N zich tezamen en in vereniging schuldig hebben gemaakt aan de diefstal van de caravan.

Dat ligt anders ten aanzien van de gestolen Ford. Volgens D hebben zij en verdachte de medeverdachte Nergens na 16:45 opgehaald en daarna heeft men de avond samen doorgebracht. Toen de auto van verdachte kapot ging heeft N de Ford gepakt. De rechtbank kan niet vaststellen of de Ford daadwerkelijk op dat moment is gestolen of al eerder, namelijk ergens tussen 16:00 uur en het moment dat N door D en verdachte werd opgehaald. Gelet op het feit dat D geen bijzonder tijdsverloop beschrijft en de auto volgens aangever was afgesloten met een deurslot en een stuurslot acht de rechtbank het minder waarschijnlijk dat de auto pas op dat moment is gestolen.

De rechtbank acht het dan ook het meest aannemelijk dat N de auto ergens tussen 16:00 uur en het moment dat hij door verdachte en D werd opgehaald heeft gestolen. Daarbij acht de rechtbank die tijdsspanne zodanig kort dat zij N niet in staat acht deze auto nog te hebben kunnen verwerven van een ander. Zij beschouwt hem in ieder geval als de steler van deze auto.

De rechtbank beschikt vervolgens over onvoldoende aanwijzingen om te kunnen vaststellen dat N de auto heeft gestolen als onderdeel van een plan om samen met verdachte een caravan te stelen. Met andere woorden, medeplegen kan niet bewezen worden. Daarom zal de rechtbank verdachte vrijspreken van de diefstal van de Ford.

3.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

2.

in de periode van 9 januari 2013 tot en met 19 januari 2013 in de gemeente Maasgouw tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een caravan van het merk Tabbert toebehorende aan W. M, waarbij verdachte en zijn mededader het weg te nemen goed onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid

Het bewezenverklaarde levert het volgende strafbare feit op:

feit 2:

diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak of verbreking.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

5 De strafoplegging

5.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van vijf maanden.

5.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft verzocht een straf op te leggen die gelijk is aan het voorarrest.

5.3 Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is ge¬komen.

Verdachte heeft samen met zijn mededader een caravan gestolen.

Voor het bepalen van de strafmaat heeft de rechtbank aansluiting gezocht bij de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het LOVS. Voor diefstal van een auto met recidive, waarvan in casu sprake is, wordt als uitgangspunt een gevangenisstraf van drie maanden genomen. De diefstal van de caravan kan daar min of meer gelijk aan worden gesteld.

Alles overwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf van drie maanden, met aftrek van voorarrest, een passende straf.

6 De benadeelde partij

De benadeelde partij W.B. vordert een schadevergoeding van € 538,80 ter zake van feit 1 primair.

De officier van justitie heeft gevorderd deze vordering geheel toe te wijzen en tevens de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

De raadsvrouw heeft verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in zijn vordering, nu zij vrijspraak heeft bepleit. Subsidiair heeft zij zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in zijn vordering, nu verdachte van het onder 1 primair tenlastegelegde wordt vrijgesproken.

7 De vordering tenuitvoerlegging

De officier van justitie vordert de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de meervoudige kamer te Maastricht d.d. 6 maart 2012 aan verdachte opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf van negen maanden.

De raadsvrouw heeft opgemerkt dat de vordering ziet op een heel ander feitencomplex dan nu aan de orde is. Zij heeft verzocht de proeftijd te verlengen, ook omdat verdachte na zijn detentie vervalt in de (nog lopende) ISD maatregel.

De rechtbank stelt vast dat verdachte bij vonnis van de meervoudige kamer te Maastricht d.d. 6 maart 2012 met parketnummer 03/700553-11 is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van negen maanden met een proeftijd van twee jaar.

Nu verdachte in deze proeftijd wederom strafbare feiten heeft gepleegd, heeft hij zich niet gehouden aan een van de voorwaarden die bij voornoemd vonnis werden bepaald. De rechtbank heeft acht geslagen op het omtrent de persoon van verdachte opgemaakte reclasseringsrapport. De rechtbank ziet in de persoonlijke omstandigheden van verdachte aanleiding om af te zien van tenuitvoerlegging. Verdachte is meer gebaat bij reclasseringstoezicht. Als dit er dan toe leidt dat verdachte niet meer recidiveert is ook de maatschappij hier meer mee gebaat dan met een tenuitvoerlegging. De rechtbank zal dan ook de proeftijd met een jaar verlengen.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van het onder 1 primair en subsidiair tenlastegelegde;

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 3.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;

- verklaart verdachte strafbaar;

Straffen

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van drie maanden;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

- heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden;

Benadeelde partij

- verklaart de benadeelde partij W.B. niet-ontvankelijk in de vordering;

- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van verdachte, tot op heden begroot op nihil;

De vordering tenuitvoerlegging

- verlengt de proeftijd met een jaar.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.V. Pelsser, voorzitter, mr. R.A.J. van Leeuwen en

mr. J.M.E. Kessels, rechters, in tegenwoordigheid van mr. K. Mahovic, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 1 mei 2013.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

1.

hij in of omstreeks de periode van 18 januari 2013 tot en met 19 januari 2013 in de gemeente Schinnen tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een personenauto van het merk Ford, type Sierra, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan W.B., in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;

subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

hij in of omstreeks de periode van 18 januari 2013 tot en met 19 januari 2013 in de gemeente Schinnen en/of de gemeente Beek, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een personenauto (Ford Sierra) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voornoemde personenauto wist(en) dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

2.

hij in of omstreeks de periode van 9 januari 2013 tot en met 19 januari 2013 in de gemeente Heel, gemeente Maasgouw, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een caravan van het merk Tabbert, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan W. M, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking.

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

parketnummers: 03/700041-13 en 03/700553-11 (VTVV)

proces-verbaal van het voorgevallene ter openbare zitting van de enkelvoudige kamer van de rechtbank voornoemd van 1 mei 2013 in de zaak tegen:

Verdachte,

geboren te Geboortegegevens,

wonende te adresgegevens,

thans gedetineerd in de PI Limburg Zuid - De Geerhorst te Sittard.

Tegenwoordig:

mr. , rechter,

mr. , officier van justitie,

dhr./mevr. , griffier.

De rechter doet de zaak uitroepen.

De verdachte is niet in de zaal van de zitting aanwezig. Ter terechtzitting van 23 april 2013 heeft hij afstand gedaan van zijn recht in persoon bij de uitspraak aanwezig te zijn.

De rechter spreekt het vonnis uit.

Waarvan proces-verbaal, vastgesteld en getekend door de rechter en de griffier.

Raadsvrouw mr. S.G.E. Koumans, advocaat te Maastricht.