Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2013:BZ6767

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
09-04-2013
Datum publicatie
10-04-2013
Zaaknummer
03/700702-10 en 03/810336-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Op grond van de beschikbare informatie valt de achtervolging van de bromfietsers door twee auto's onder bedreiging met zware mishandeling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

parketnummers: 03/700702-10 en 03/810336-10 (ter terechtzitting gevoegd)

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 9 april 2013

in de strafzaak tegen

[naam verdachte],

geboren te [geboortegegevens verdachte],

wonende te [adresgegevens verdachte].

Raadsman is mr. S.T. van Berge Henegouwen, advocaat te Maastricht.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 15 november 2011, waarbij de officier van justitie, de verdediging en de verdachte hun standpunten kenbaar hebben gemaakt en de zitting van 26 maart 2013. Tijdens laatstgenoemde zitting is verdachte niet verschenen. Zijn raadsman is niet bepaaldelijk gemachtigd. De officier van justitie heeft zijn standpunt kenbaar gemaakt.

2 De tenlastelegging

De ter terechtzitting van 26 maart 2013 gewijzigde tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

03/700702-10

Feit 1: op 26 december 2010 heeft geprobeerd zijn partner [slachtoffer 1] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, dan wel dat hij haar heeft mishandeld;

Feit 2: [slachtoffer 1] heeft bedreigd;

Feit 3: heeft geprobeerd [slachtoffer 2], [slachtoffer 3]en/of [slachtoffer 4] te doden en/of heeft geprobeerd hen zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, dan wel dat hij genoemde personen heeft bedreigd.

03/810336-10

Feit 1: op 16 oktober 2010 [slachtoffer 1] heeft bedreigd;

Feit 2: heeft geprobeerd zijn partner [slachtoffer 1] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, dan wel dat hij haar heeft mishandeld.

Voor zover in de tenlastelegging kennelijke schrijffouten of misslagen voorkomen, zijn die door de rechtbank verbeterd. De verdachte is door deze verbetering niet in de verdediging geschaad.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het in de zaak met parketnummer 03/700702-10 onder 1 subsidiair en 2 tenlastegelegde heeft gepleegd. Bij feit 3 acht hij ten aanzien van [slachtoffer 4] en [slachtoffer 2] het subsidiaire feit wettig en overtuigend bewezen en ten aanzien van [slachtoffer 3]het meer subsidiaire. Ten aanzien van het onder 1 primair en 3 primair tenlastegelegde heeft hij vrijspraak gevorderd. Met betrekking tot het onder 3 tenlastegelegde heeft de officier van justitie naar voren gebracht dat de aangiftes direct na het voorval zijn gedaan en dat de aangevers ook later aan deze verklaring hebben vastgehouden. De verklaring van verdachte dat hij en zijn medeverdachte alleen met de slachtoffers wilden praten, acht de officier van justitie onaannemelijk. Verdachte en zijn medeverdachte hebben een wildwest achtervolging veroorzaakt. [slachtoffer 2], [slachtoffer 3]en [slachtoffer 4] reden op brommers en werden door de verdachte en zijn mededader met auto’s opgejaagd. Daarbij was, gelet op de snelheid en korte afstand tussen de voertuigen, de kans groot dat de auto’s de brommers zouden aantikken. Hierdoor zouden de brommerrijders ten val kunnen komen en daarbij zwaar lichamelijk letsel kunnen oplopen. De officier van justitie acht daarom medeplegen van poging zware mishandeling en bedreiging wettig en overtuigend bewezen.

In de zaak met parketnummer 03/810336-10 acht de officier van justitie het onder 1 en 2 subsidiair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen. Ten aanzien van het onder 2 primair tenlastegelegde heeft hij vrijspraak gevorderd.

3.2 Het oordeel van de rechtbank

03/700702-10

Feiten 1 en 2

Op 26 december 2010 heeft [slachtoffer 1] aangifte gedaan van mishandeling door verdachte in haar woning te Maastricht. Zij heeft verklaard dat verdachte die dag haar keel dichtkneep en schreeuwde dat hij haar kapot zou maken. Vervolgens tilde verdachte haar op en gooide haar midden in de kamer op de grond. Aangeefster kwam op haar rug terecht, hetgeen pijn deed. Aangeefster heeft verder verklaard dat verdachte haar, toen zij op de grond lag, meermalen sloeg, waarbij hij schreeuwde: “Ik maak je kapot!”. Op een gegeven moment trapte verdachte tegen haar gezicht. Aangeefster heeft verklaard dat zij overal vreselijke pijn heeft. De verbalisant heeft waargenomen dat aangeefster bloeduitstortingen aan de gehele linkerzijde van het gelaat heeft en een pijnlijke rechterschouder. Uit de medische verklaring komt naar voren dat de rechterschouder pijnlijk en beperkt beweeglijk is en dat in de hals drukplekken aanwezig zijn.

De dochter van aangeefster, [A.L.], is op 26 december 2010 als getuige gehoord. Zij heeft verklaard dat verdachte haar moeder optilde en op de grond gooide. Vervolgens sloeg hij met een gebalde vuist op haar in en schopte hij haar, terwijl zij nog op de grond lag. Verder heeft zij verklaard dat verdachte zei dat hij haar moeder kapot zou maken. Ook heeft hij haar moeder bij de keel gegrepen en deze dichtgeknepen.

Verdachte heeft verklaard dat het hem op 26 december 2010 allemaal teveel werd en dat hij is doorgeslagen. Hij heeft toen [slachtoffer 1] opgetild en op de grond laten vallen, waarna hij haar een trap heeft gegeven. Hij heeft verklaard dat hij haar in een soort van verwurging heeft genomen. Ook heeft hij tegen haar gescholden.

Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat onvoldoende bewijs voorhanden is om tot een bewezenverklaring te komen van de onder 1 primair tenlastegelegde poging tot zware mishandeling. Zij zal verdachte dan ook van dit feit vrijspreken.

Wel acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zijn partner [slachtoffer 1] heeft mishandeld en dat hij haar heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht. Verdachte geeft zelf toe dat hij aangeefster in ieder geval heeft geschopt en in een soort van verwurging heeft genomen. De rechtbank heeft geen reden aan de verklaringen van [slachtoffer 1] en haar dochter [A.L.] te twijfelen waaruit blijkt dat er nog meer is gebeurd.

Feit 3

[slachtoffer 2]heeft op 5 februari 2011 aangifte gedaan bij de politie. Hij heeft verklaard dat hij die dag rond 19:00 uur met zijn brommer op de Lage Frontweg te Maastricht reed. Achterop zat zijn vriendin [slachtoffer 4]. [slachtoffer 3]was er ook bij, zij reed met een eigen brommer. Hij zag [mede verdachte], met een rode Fiat Punto, en [verdachte], met een blauw/groene Peugeot, stilstaan langs de weg. Als ze het drietal zien roept [verdachte] “Snel, er achter aan”. [verdachte] en [mede verdachte] springen in hun auto’s en komen achter [slachtoffer 2], [slachtoffer 4] en [slachtoffer 3]aan.

Er ontstaat een achtervolging waarbij [mede verdachte] met zijn auto inrijdt op [slachtoffer 3], die hem kan ontwijken door hard te remmen. [mede verdachte] heeft ook meerdere keren geprobeerd op [slachtoffer 2]en [slachtoffer 4] in te rijden, maar [slachtoffer 2]kan hem steeds ontwijken. [verdachte] is eveneens met zijn auto meerdere keren op [slachtoffer 2]en [slachtoffer 4] ingereden, maar ook dat heeft hij kunnen ontwijken. [slachtoffer 2]was echt bang en vreesde voor zijn leven. Als hij niet een zodanig goede motorcrosser was geweest, had hij [verdachte] en [mede verdachte] niet kunnen ontwijken.

Gehoord als getuige op de terechtzitting van 15 november 2011 heeft [slachtoffer 2]in essentie een gelijkluidende verklaring afgelegd.

[slachtoffer 4] heeft op 5 februari 2011 ook aangifte gedaan bij de politie. Zij heeft verklaard dat zij die dag bij [slachtoffer 2] achterop de brommer zat. Achter hen reed [slachtoffer 3]. Opeens komen een blauw/groene auto en een rode auto met hoge snelheid op hen af. [slachtoffer 2]zegt dat het [mede verdachte] en [verdachte] zijn. In de rode auto ziet zij [mede verdachte], die ze kent. Ze ziet vervolgens hoe [mede verdachte] [slachtoffer 3]de weg afsnijdt en met piepende banden remt. [mede verdachte] stapt uit en loopt op [slachtoffer 3]af, die gestopt is.

De blauw/groene auto komt achter haar en [slachtoffer 2]aan. Daarbij probeert de bestuurder meerdere keren op hen in te rijden, waarbij ze bijna geraakt worden. Na enige tijd ziet ze ook [mede verdachte] weer, die eveneens met zijn auto op hen in probeert te rijden. Het komt echter niet tot een botsing. Tijdens deze achtervolging is zij heel erg bang geweest.

Gehoord als getuige op de terechtzitting van 15 november 2011 heeft [slachtoffer 4] in essentie een gelijkluidende verklaring afgelegd.

[slachtoffer 3]heeft eveneens op 5 februari 2011 aangifte gedaan. Zij reed op haar brommer op de Lage Frontenweg te Maastricht. [slachtoffer 2] en [slachtoffer 4] reden voor haar op de bromfiets van [slachtoffer 2]. Op een gegeven moment ziet zij de rode auto van haar ex-vriend [mede verdachte] achter zich, die haar vervolgens de weg afsnijdt. Dan ziet ze ook nog een auto waarin ze [verdachte] ziet zitten. Ze hoort dat [mede verdachte] naar [verdachte] roept: “Ga daar achteraan, dat is hem, pak hem”. [verdachte] gaat vervolgens achter [slachtoffer 2]aan. Als ze haar weg vervolgt, komt [mede verdachte] weer achter haar aan en snijdt haar nog een keer de weg af. Ze moet weer hard remmen. In de Limburgstraat ziet ze hoe [mede verdachte] ook de weg afsnijdt voor [slachtoffer 2]en [slachtoffer 4]. Ze is heel erg bang geweest.

Gehoord als getuige op de terechtzitting van 15 november 2011 heeft [slachtoffer 3]in essentie een gelijkluidende verklaring afgelegd.

[verdachte] is op 24 februari 2011 gehoord. Op 5 februari 2011 was hij op de Lage Frontweg te Maastricht met zijn auto. [mede verdachte] was daar ook met diens auto. Op een gegeven moment zagen ze [slachtoffer 2], [slachtoffer 4] en [slachtoffer 3]op twee brommers rijden. [slachtoffer 4] en [slachtoffer 3]zijn ex-vriendinnen van [mede verdachte]. [slachtoffer 2]had [mede verdachte] een foto gestuurd waarop hij stond te zoenen met [slachtoffer 4]. Hij was [mede verdachte] aan het klieren. [mede verdachte] ging er met zijn auto achter aan en [verdachte] volgde. [mede verdachte] reed weg als een gek, met slippende banden. Het was [verdachte] duidelijk dat hij [slachtoffer 2]wilde pakken. Hij heeft achter [mede verdachte] gereden en alleen [slachtoffer 3]nog gezien. Bij [slachtoffer 2]en [slachtoffer 4] is hij niet in de buurt geweest.

[mede verdachte] is op 11 maart 2011 gehoord. Op 5 februari 2011 was hij ook op de Lage Frontweg te Maastricht met zijn rode auto. [verdachte] was daar met diens groene auto. Op een gegeven moment zagen ze [slachtoffer 2], [slachtoffer 4] en [slachtoffer 3]op twee brommers rijden. Ze zetten de achtervolging in waarbij [mede verdachte] voorop reed. Hij reed [slachtoffer 3]klem en op dat moment is [verdachte] hem voorbij gereden. Daarna is [mede verdachte] achter [slachtoffer 2]aangegaan, omdat hij hem ter verantwoording wilde roepen. Hij heeft geprobeerd hem klem te rijden, maar er is geen contact geweest tussen zijn auto en de brommer van [slachtoffer 2].

Gehoord als getuige op de terechtzitting van 15 november 2011 heeft hij nog verklaard dat hij aanvankelijk voorop reed, maar dat [verdachte] hem passeerde toen hij [slachtoffer 3]had klem gereden. [verdachte] is toen achter [slachtoffer 2]aangegaan.

De vraag waarvoor de rechtbank zich geplaatst ziet is hoe dit feitenrelaas geduid moet worden. Door de officier van justitie en de verdediging is betoogd dat de hiervoor genoemde handelingen niet gezien kunnen worden als een poging om [slachtoffer 2], [slachtoffer 4] en [slachtoffer 3]van het leven te beroven. De rechtbank deelt die opvatting zodat verdachte van het primair ten laste gelegde zal worden vrijgesproken.

Is wel sprake van een poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel?

[slachtoffer 3]is door [mede verdachte] tot stoppen gedwongen. [slachtoffer 3]heeft verklaard dat zij krachtig moest remmen om een botsing te voorkomen. Dat is echter onvoldoende om te kunnen vaststellen dat er een aanmerkelijke kans op het ontstaan van zwaar lichamelijk letsel heeft bestaan. Meer informatie blijkt niet uit het dossier. Zo is bijvoorbeeld niet bekend hoe hard de brommer reed en op welke afstand van de brommer [mede verdachte] zijn auto tot stilstand heeft gebracht. De rechtbank komt dan ook niet toe aan de vaststelling dat er sprake is geweest van een poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel ten aanzien van [slachtoffer 3].

[slachtoffer 2]en [slachtoffer 4] verklaren dat zowel [verdachte] als [mede verdachte] meerdere keren hebben getracht op hen in te rijden. [mede verdachte] heeft verklaard dat hij hen klem heeft willen rijden. [verdachte] ontkent feitelijk, maar op grond van de verklaringen van [slachtoffer 2], [slachtoffer 4], en [mede verdachte] - die zegt dat [verdachte] achter [slachtoffer 2]en [slachtoffer 4] is aangegaan - acht de rechtbank wel bewezen dat ook [verdachte] heeft deelgenomen aan de achtervolging.

Vervolgens doet zich echter in de ogen van de rechtbank hetzelfde probleem voor als hiervoor bij [slachtoffer 3], namelijk dat er te weinig concrete informatie met betrekking tot de rijstijl voorhanden is. Het enkele feit dat men elkaar achtervolgt met een auto en brommer maakt immers nog niet dat de aanmerkelijke kans op het ontstaan van zwaar lichamelijk letsel een feit is. Daarvoor is meer informatie nodig, bijvoorbeeld met betrekking tot de snelheid van de voertuigen. Die informatie ontbreekt in dit dossier.

De conclusie is dan ook dat de rechtbank verdachte zal vrijspreken van de poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel wegens het ontbreken van voldoende bewijs.

Rest de vraag of er dan sprake is van bedreiging met een misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling.

De rechtbank acht hiervan in ieder geval sprake ten aanzien van [slachtoffer 2]en [slachtoffer 4]. [verdachte] en [mede verdachte] hebben hen beiden achtervolgd en zijn meerdere keren op hen ingereden. Daarvan gaat dreiging uit, wat ook door [slachtoffer 2]en [slachtoffer 4] aldus is ervaren, zo blijkt uit hun verklaringen. De rechtbank beschouwt dit als een bedreiging met zware mishandeling.

[slachtoffer 3]is door [mede verdachte] klem gereden en tot stoppen gedwongen. Ook dat is een handeling waarvan, in de context van de overige handelingen die plaatsvonden, bedreiging met zware mishandeling uitging. Dat een en ander als bedreigend werd ervaren is ook door [slachtoffer 3]verklaard. Echter, [verdachte] heeft [slachtoffer 3]feitelijk niet bedreigd. Hij reed achter [mede verdachte] toen die [slachtoffer 3]achtervolgde – zodat er op dat moment van hem geen dreiging naar [slachtoffer 3]kon uitgaan – en hij is doorgereden toen [mede verdachte] bij [slachtoffer 3]is gestopt.

De rechtbank heeft echter niet alleen gekeken naar de individuele handelingen van [verdachte] en [mede verdachte] bij de gebeurtenissen die hier aan de orde zijn, maar ook naar een eventuele rolverdeling en samenwerking. Vast staat dat [verdachte] en [mede verdachte] ieder in hun eigen auto achter [slachtoffer 2], [slachtoffer 4] en [slachtoffer 3]zijn aangereden. Van te voren duidelijk uitgesproken of niet, ze hebben kennelijk samen besloten de achtervolging in te zetten. Dat de een of de ander vervolgens afstand zou hebben genomen van dat besluit tot achtervolging – en zou zijn afgehaakt – blijkt niet uit de feiten. Daarom is de rechtbank van oordeel dat er tussen [verdachte] en [mede verdachte] een vorm van nauwe en directe samenwerking heeft bestaan, zodat er sprake is van medeplegen. Dat betekent dat aan [verdachte] en [mede verdachte] alle handelingen kunnen worden toegerekend die tijdens de achtervolging zijn gepleegd, ook als die door de ander zijn begaan en niet door hem zelf. Het vorenstaande betekend dat [verdachte] ook verantwoordelijk is voor de bedreiging die door [mede verdachte] is uitgeoefend tegen [slachtoffer 3].

De rechtbank komt dan ook tot een veroordeling van verdachte voor een bedreiging met zware mishandeling van [slachtoffer 2], [slachtoffer 4] en [slachtoffer 3]. Naar het oordeel van de rechtbank dient wel vrijspraak te volgen van het onderdeel: “Ga daar achteraan, dat is hem, pak hem”. Deze woorden zijn enkel gehoord door [slachtoffer 3], tegen wie ze niet waren gericht. Uit het dossier blijkt niet dat deze woorden [slachtoffer 2], voor wie ze kennelijk bedoeld waren, hebben bereikt. Derhalve is bedreiging met deze woorden niet te bewijzen.

De rechtbank merkt nog op dat de raadsman van [verdachte] op 4 november 2011 heeft verzocht technisch onderzoek te verrichten aan de auto van verdachte in verband met de aanwezigheid van een startonderbreker. Dit verzoek wordt door de rechtbank afgewezen, nu ieder belang daartoe ontbreekt. Het feit dat [verdachte] wellicht eerst een code moest intoetsen alvorens hij zijn auto kon starten, zegt immers niets over de vraag of hij vervolgens dicht op de bromfietsen heeft/kan hebben gereden, zoals uit meerdere verklaringen naar voren komt.

03/810336-10

Feit 1

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] [slachtoffer 1] op 16 oktober 2012 heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, gelet op:

- de aangifte van [slachtoffer 1];

- de verklaring van getuige [A.L.];

- de bekennende verklaring van verdachte.

Feit 2

Op 16 oktober 2010 heeft [slachtoffer 1] aangifte gedaan van een mishandeling die diezelfde dag in haar woning te Maastricht door [verdachte] zou zijn gepleegd. Zij heeft verklaard dat hij haar bij de keel vastpakte, aan haar haren trok en haar hoofd tegen de muur sloeg. Door een verbalisant is waargenomen dat aangeefster een aantal wondjes in haar gezicht had.

De getuige [A.L.] is op 16 oktober 2010 gehoord en heeft verklaard dat [verdachte] haar moeder meermalen met het hoofd tegen de muur sloeg, aan haar haren trok en haar bij de keel vastpakte.

Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat onvoldoende bewijs voorhanden is om tot een bewezenverklaring te komen van de primair tenlastegelegde poging tot zware mishandeling. Zij zal [verdachte] dan ook van dit feit vrijspreken.

Wel acht de rechtbank, gelet op bovenstaande bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] zijn partner [slachtoffer 1] heeft mishandeld. Hij heeft verklaard dat zij ruzie hadden, waarbij ook sprake was van fysiek contact. Aangeefster en de getuige hebben hieromtrent een zeer gedetailleerde verklaring afgelegd. De rechtbank heeft geen reden om aan deze verklaringen te twijfelen.

3.3 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

03/700702-10

1. subsidiair

op 26 december 2010 te Maastricht opzettelijk [slachtoffer 1], zijnde verdachtes partner heeft mishandeld, immers heeft hij, verdachte, die [slachtoffer 1] opzettelijk en met kracht op de grond gegooid en meermalen, terwijl die [slachtoffer 1] op de grond lag, geslagen en eenmaal met kracht geschopt en de keel dichtgeknepen, waardoor deze letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden;

2.

op 26 december 2010 in de gemeente Maastricht [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 1] dreigend de woorden toegevoegd:"Ik maak je kapot!”;

3. subsidiair

op 05 februari 2011 te Maastricht tezamen en in vereniging met een ander [slachtoffer 2]en [slachtoffer 3]en [slachtoffer 4] heeft bedreigd met zware mishandeling, immers hebben verdachte en zijn mededader opzettelijk dreigend met een door verdachte bestuurde auto, en een door die mededader bestuurde auto, achter die bromfietsen aangereden, in een achtervolging over wegen in de gemeente Maastricht afwisselend kort achter, naast en/of voor die bromfietsen rijdend meermalen op die [slachtoffer 2]en [slachtoffer 3]en [slachtoffer 4], die allen op soms stilstaande en soms rijdende bromfietsen zaten, ingereden en van achteren op die bromfietsen toegereden en doende is geweest naast die bromfietsen rijdend die bromfietsen te raken en [slachtoffer 3]de weg heeft afgesneden.

03/810336-10

1.

op 16 oktober 2010 te Maastricht [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 1] dreigend de woorden toegevoegd :"Ik maak je nu kapot";

2. subsidiair

op 16 oktober 2010 te Maastricht opzettelijk [slachtoffer 1], zijnde verdachtes partner, heeft mishandeld, immers heeft hij, verdachte, met kracht de keel van die [slachtoffer 1] vastgepakt en met kracht aan haar haren getrokken en meermalen met kracht haar hoofd tegen een muur geslagen, waardoor deze letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

03/700702-10

feit 1 subsidiair:

mishandeling, begaan tegen zijn levensgezel;

feit 2:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;

feit 3 subsidiair:

bedreiging met zware mishandeling, meermalen gepleegd;

03/810336-10

feit 1:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;

feit 2 subsidiair:

mishandeling, begaan tegen zijn levensgezel.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

5 De strafoplegging

5.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van een jaar, met aftrek van het voorarrest, en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 18 maanden.

5.2 Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is ge¬komen.

Verdachte heeft twee keer zijn partner mishandeld en bedreigd. Tevens heeft hij samen met de medeverdachte [slachtoffer 2], [slachtoffer 3]en [slachtoffer 4] bedreigd door, terwijl zij zich op rijdende brommers bevonden, met hun auto’s vlak achter deze brommers te gaan rijden en hun als het ware op te jagen. Het is evident dat de bestuurders en de bijrijder van de brommers bijzonder angstige momenten moeten hebben doorgemaakt toen verdachte en de medeverdachte met de auto op hen afkwam en achter hen aan bleef rijden. Het inzetten van een auto als wapen tegen kwetsbare weggebruikers getuigt van weinig respect voor het welzijn en het leven van anderen.

De rechtbank heeft bij het bepalen van de straf rekening gehouden met de omstandigheid dat verdachte reeds eerder met politie en justitie in aanraking is geweest. Tevens heeft de rechtbank meegewogen dat de feiten enigszins gedateerd zijn.

Bij het bepalen van de strafmaat heeft de rechtbank aansluiting gezocht bij de landelijke oriëntatiepunten van het LOVS. Voor een enkele verbale bedreiging geldt als uitgangspunt oplegging van een geldboete van € 250,-. Voor een enkele eenvoudige mishandeling met enig letsel geldt als uitgangspunt een geldboete van € 750,-. In de omstandigheid dat verdachte meerdere bedreigingen en mishandelingen heeft gepleegd en deze tegen zijn partner zijn gericht ziet de rechtbank echter aanleiding om in de plaats van een geldboete een taakstraf op te leggen. De rechtbank acht een taakstraf van 60 uur passend voor dit deel van de bewezen feiten.

De bedreiging van de brommerrijders met twee auto’s acht de rechtbank voorts van een ander kaliber dan de bedreigingen die in de oriëntatiepunten zijn opgenomen. Hiervoor is een geldboete zeker niet meer passend. Voor dit feit acht de rechtbank een taakstraf van 100 uur op zijn plaats.

Alles overwegende acht de rechtbank voor de gezamenlijke feiten een taakstraf van 160 uur, bij niet verrichten te vervangen door 80 dagen hechtenis, met aftrek van het voorarrest, een passende straf. Daarnaast acht de rechtbank een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van zes maanden op zijn plaats.

6 De benadeelde partij

De benadeelde partij [slachtoffer 4] vordert een schadevergoeding van € 550,- ter zake van feit 3 in de zaak met parketnummer 03/700702-10.

De officier van justitie acht toewijzing van een bedrag van € 250,- redelijk en billijk en heeft gevorderd tevens de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

De rechtbank zal de benadeelde partij [slachtoffer 4] niet-ontvankelijk verklaren. Zij overweegt hiertoe dat in gevallen waarbij geen sprake is van fysiek letsel, slechts in een beperkt aantal gevallen immateriële schade kan worden toegekend. Deze gevallen zijn limitatief in de wet opgesomd (artikel 6:106, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek). Uit het voegingsformulier blijkt niet van enig fysiek letsel. Wel blijkt dat de benadeelde partij behoorlijk aangeslagen is door de achtervolging. De rechtbank begrijpt dat de benadeelde partij deze negatieve gevoelens graag op de dader zou willen verhalen. De wet stelt echter strenge eisen aan het verhalen (op daders) van deze negatieve gevoelens. Verhaal is alleen dan mogelijk als er sprake is van dusdanig geestelijk letsel dat dit kan worden aangemerkt als een aantasting van de persoon. Hiervan is slechts sprake indien het geestelijk letsel een voldoende ernstig karakter heeft. Gevoelens van angst, schrik, onzekerheid en nervositeit vallen niet onder het bereik van het wetsartikel. Eventuele ernstigere psychische schade is op basis van de door genoemde benadeelde partij aangevoerde gegevens onvoldoende aangevoerd.

7 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 57, 63, 285 en 300 van het Wetboek van Strafrecht en artikel 179a van de Wegenverkeerswet, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

8 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van de in de zaak met parketnummer 03/700702-10 onder 1 primair en 3 primair tenlastegelegde feiten en in de zaak met parketnummer 03/810336-10 van het onder 2 primair tenlastegelegde feit;

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 3.3 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;

- verklaart verdachte strafbaar;

Straffen

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf voor de duur van 160 uren;

- beveelt dat indien verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 80 dagen;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde taakstraf, naar rato van twee uur per dag;

Rijontzegging

- veroordeelt verdachte tot een ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen van 6 maanden;

Benadeelde partij

- verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 4] in haar vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat zij deze vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

- veroordeelt de benadeelde partij [slachtoffer 4] in de kosten, door verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.A.J. van Leeuwen, voorzitter, mr. J.M.E. Kessels en

mr. S.V. Pelsser, rechters, in tegenwoordigheid van mr. K. Mahovic, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 9 april 2013.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is in de zaak met parketnummer 03/700702-10 ten laste gelegd dat

1.

hij op of omstreeks 26 december 2010 te Maastricht, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer 1], zijnde verdachtes partner, opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet die [H.] opzettelijk en met kracht op de grond heeft gegooid, althans op de grond laten vallen en/of (vervolgens) (meermalen), terwijl die [slachtoffer 1] op de grond lag, met kracht geschopt en/of geslagen en/of de keel dicht geknepen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

hij op of omstreeks 26 december 2010 te Maastricht opzettelijk [slachtoffer 1], zijnde verdachtes partner heeft mishandeld, immers heeft hij, verdachte, die [H.] opzettelijk en met kracht op de grond gegooid, althans op de grond laten vallen en/of (vervolgens) (meermalen), terwijl die [slachtoffer 1] op de grond lag, met kracht geschopt en/of geslagen en/of de keel dichtgeknepen, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

2.

hij op of omstreeks 26 december 2010 in de gemeente Maastricht [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 1] dreigend de woorden toegevoegd :"Ik maak je kapot! Ik vermoord je! Ga niet weg want ik maak je af! Bel geen politie want ik kom weer vrij, kom terug en vermoord je!", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

3.

hij meermalen, althans eenmaal, op of omstreeks 5 februari 2011 in de gemeente Maastricht ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, opzettelijk slachtoffer 2]en/of [slachtoffer 3]en/of [slachtoffer 4], die allen op soms stilstaande en soms rijdende bromfietsen en/of snorfietsen zaten, van het leven te beroven, met dat opzet tezamen en in vereniging met zijn, verdachtes, mededader, althans alleen, met een door hem verdachte, bestuurde auto, terwijl zijn, verdachtes, mededader in een andere door die mededader bestuurde auto (ook) achter die bromfietsen en/of snorfietsen aanreed (met hoge snelheid, althans met zodanige snelheid dat die gevaarlijk was ter plaatse), in een achtervolging over wegen in de gemeente Maastricht afwisselend kort achter, naast en/of voor die bromfietsen en/of snorfietsen rijdend) (meermalen, althans eenmaal) op die [slachtoffer 2]en/of [slachtoffer 3]en/of [slachtoffer 4], die allen op soms stilstaande en soms rijdende bromfietsen en/of snorfietsen zaten, is ingereden en/of van achteren op die bromfietsen en/of snorfietsen is toegereden en/of doende is geweest naast die bromfietsen en/of snorfietsen rijdend die bromfietsen en/of snorfietsen te raken en/of die [slachtoffer 2]en/of [slachtoffer 3]en/of [slachtoffer 4] de weg heeft afgesneden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

en/of

hij meermalen, althans eenmaal, op of omstreeks 5 februari 2011 in de gemeente Maastricht ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 2]en/of [slachtoffer 3]en/of [slachtoffer 4], die allen op soms stilstaande en soms rijdende bromfietsen en/of snorfietsen zaten, zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet tezamen en in vereniging met zijn, verdachtes, mededader, althans alleen, met een door hem verdachte, bestuurde auto, terwijl zijn, verdachtes, mededader in een andere door die mededader bestuurde auto (ook) achter die bromfietsen en/of snorfietsen aanreed (met hoge snelheid, althans met zodanige snelheid dat die gevaarlijk was ter plaatse), in een achtervolging over wegen in de gemeente Maastricht afwisselend kort achter, naast en/of voor die bromfietsen en/of snorfietsen rijdend (meermalen, althans eenmaal) op die [slachtoffer 2]en/of [slachtoffer 3]en/of [slachtoffer 4], die allen op soms stilstaande en soms rijdende bromfietsen en/of snorfietsen zaten, is ingereden en/of van achteren op die bromfietsen en/of snorfietsen is toegereden en/of doende is geweest naast die bromfietsen en/of snorfietsen rijdend die bromfietsen en/of snorfietsen te raken en/of die [slachtoffer 2]en/of [slachtoffer 3]en/of [slachtoffer 4] de weg heeft afgesneden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

hij op of omstreeks 05 februari 2011 te Maastricht tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, [slachtoffer 2]en/of [slachtoffer 3]en/of [slachtoffer 4] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte en/of zijn mededader(s) opzettelijk dreigend met een door hem verdachte, bestuurde auto, terwijl zijn, verdachtes, mededader in een andere door die mededader bestuurde auto (ook) achter die bromfietsen en/of snorfietsen aanreed (met hoge snelheid, althans met zodanige snelheid dat die gevaarlijk was ter plaatse), in een achtervolging over wegen in de gemeente Maastricht afwisselend kort achter, naast en/of voor die bromfietsen en/of snorfietsen rijdend) (meermalen, althans eenmaal) op die [slachtoffer 2]en/of [slachtoffer 3]en/of [slachtoffer 4], die allen op soms stilstaande en soms rijdende bromfietsen en/of snorfietsen zaten, is ingereden en/of van achteren op die bromfietsen en/of snorfietsen is toegereden en/of doende is geweest naast die bromfietsen en/of snorfietsen rijdend die bromfietsen en/of snorfietsen te raken en/of die [slachtoffer 2]en/of [slachtoffer 3]en/of [slachtoffer 4] de weg heeft afgesneden en/of (daarbij) deze dreigend de woorden toegevoegd : "ga daar achteraan, dat is hem, pak hem", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

Aan de verdachte is in de zaak met parketnummer 03/810336-10 ten laste gelegd dat

1.

hij op of omstreeks 16 oktober 2010 te Maastricht [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 1] dreigend de woorden toegevoegd :"Jij pakt nu mijn spullen en daarna ga ik je vermoorden. Ik maak je nu kapot", althans woorden van gelijke

dreigende aard of strekking;

2.

hij op of omstreeks 16 oktober 2010 te Maastricht ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer 1], zijnde de partner van [slachtoffer 1], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet met kracht de keel van die [slachtoffer 1] heeft vastgepakt en/of trok met kracht aan haar haren getrokken en/of een of meermalen met kracht haar hoofd tegen een muur geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

hij op of omstreeks 16 oktober 2010 te Maastricht opzettelijk [slachtoffer 1], zijnde verdachtes partner, heeft mishandelend, immers heeft hij, verdachte, met kracht de keel van die [slachtoffer 1] heeft vastgepakt en/of trok met kracht aan haar haren getrokken en/of een of meermalen met kracht haar hoofd tegen een muur geslagen, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

parketnummers: 03/700702-10 en 03/810336-10 (t.t.z. gev.)

proces-verbaal van het voorgevallene ter openbare zitting van de enkelvoudige kamer van de rechtbank voornoemd van 9 april 2013 in de zaak tegen:

[naam verdachte],

geboren te [geboortegegevens verdachte],

wonende te [adresgegevens verdachte].

Tegenwoordig:

mr. , rechter,

mr. , officier van justitie,

dhr./mevr. , griffier.

De rechter doet de zaak uitroepen.

De verdachte is in de zaal van de zitting aanwezig.

De rechter spreekt het vonnis uit en geeft de verdachte kennis dat hij daartegen binnen 14 dagen hoger beroep kan instellen.

Waarvan proces-verbaal, vastgesteld en getekend door de rechter en de griffier.

Raadsman is mr. S.T. van Berge Henegouwen, advocaat te Maastricht.