Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2013:BZ6715

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
09-04-2013
Datum publicatie
09-04-2013
Zaaknummer
03/700121-11 03/044987-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Op grond van de beschikbare informatie valt de achtervolging van de bromfietsers door twee auto's onder bedreiging met zware mishandeling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

parketnummers: 03/700121-11 en 03/044987-10 (VTVV)

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 9 april 2013

in de strafzaak tegen

[naam verdachte],

geboren te [geboortegegevens verdachte],

wonende te [adresgegevens verdachte].

Raadsman is mr. D. Nieuwenhuis, advocaat te Maastricht.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 15 november 2011, waarbij de officier van justitie, de verdediging en de verdachte hun standpunten kenbaar hebben gemaakt en op de zitting van 26 maart 2013. Verdachte is niet verschenen. Wel is verschenen zijn gemachtigde raadsman. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2 De tenlastelegging

De ter terechtzitting van 26 maart 2013 gewijzigde tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte heeft geprobeerd [naam slachtoffer 1], [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] te doden en/of heeft geprobeerd hen zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, dan wel dat hij genoemde personen heeft bedreigd.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht ten aanzien van [naam slachtoffer 3] en [naam slachtoffer 1] het subsidiaire feit wettig en overtuigend bewezen en ten aanzien van [naam slachtoffer 2] het meer subsidiaire. Hij heeft naar voren gebracht dat de aangiftes direct na het voorval zijn gedaan en dat de aangevers ook later aan deze verklaring hebben vastgehouden. De verklaring van verdachte dat hij en zijn medeverdachte alleen met de slachtoffers wilden praten, acht de officier van justitie onaannemelijk. Verdachte en zijn medeverdachte hebben een wildwest achtervolging veroorzaakt. [naam slachtoffer 1], [naam slachtoffer 2] en [naam slachtoffer 3] reden op brommers en werden door de verdachte en zijn mededader met auto’s opgejaagd. Daarbij was, gelet op de snelheid en korte afstand tussen de voertuigen, de kans groot dat de auto’s de brommers zouden aantikken. Hierdoor zouden de brommerrijders ten val kunnen komen en daarbij zwaar lichamelijk letsel kunnen oplopen. De officier van justitie acht daarom medeplegen van poging zware mishandeling en bedreiging dan ook wettig en overtuigend bewezen.

3.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht verdachte vrij te spreken van het primair tenlastegelegde nu er geen sprake is van opzet, ook niet in voorwaardelijke zin, op de dood of op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel van de aangevers.

Ten aanzien van het subsidiair tenlastegelegde dient verdachte naar het oordeel van de raadsman te worden vrijgesproken van de verbale bedreiging. Hij heeft daartoe aangevoerd dat de gebruikte bewoordingen geen bedreiging opleveren in de zin van artikel 285 van het Wetboek van Strafrecht. Voor het overige heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

3.3 Het oordeel van de rechtbank

[naam slachtoffer 1] heeft op 5 februari 2011 aangifte gedaan bij de politie. Hij heeft verklaard dat hij die dag rond 19:00 uur met zijn brommer op de Lage Frontweg te Maastricht reed. Achterop zat zijn vriendin [naam slachtoffer 3]. [naam slachtoffer 2] was er ook bij, zij reed met een eigen brommer. Hij zag [naam verdachte], met een rode Fiat Punto, en [naam medeverdachte], met een blauw/groene Peugeot, stilstaan langs de weg. Als ze het drietal zien roept [naam medeverdachte] “Snel, er achter aan”. [naam medeverdachte] en [naam verdachte] springen in hun auto’s en komen achter [naam slachtoffer 1], [naam slachtoffer 3] en [naam slachtoffer 2] aan.

Er ontstaat een achtervolging waarbij [naam verdachte] met zijn auto inrijdt op [naam slachtoffer 2], die hem kan ontwijken door hard te remmen. [naam verdachte] heeft ook meerdere keren geprobeerd op [naam slachtoffer 1] en [naam slachtoffer 3] in te rijden, maar [naam slachtoffer 1] kan hem steeds ontwijken. [naam medeverdachte] is eveneens met zijn auto meerdere keren op [naam slachtoffer 1] en [naam slachtoffer 3] ingereden, maar ook dat heeft hij kunnen ontwijken. [naam slachtoffer 1] was echt bang en vreesde voor zijn leven. Als hij niet een zodanig goede motorcrosser was geweest, had hij [naam medeverdachte] en [naam verdachte] niet kunnen ontwijken.

Gehoord als getuige op de terechtzitting van 15 november 2011 heeft [naam slachtoffer 1] in essentie een gelijkluidende verklaring afgelegd.

[naam slachtoffer 3] heeft op 5 februari 2011 ook aangifte gedaan bij de politie. Zij heeft verklaard dat zij die dag bij [naam slachtoffer 1] achterop de brommer zat. Achter hen reed [naam slachtoffer 2]. Opeens komen een blauw/groene auto en een rode auto met hoge snelheid op hen af. [naam slachtoffer 1] zegt dat het [naam verdachte] en [naam medeverdachte] zijn. In de rode auto ziet zij [naam verdachte], die ze kent. Ze ziet vervolgens hoe [naam verdachte] [naam slachtoffer 2] de weg afsnijdt en met piepende banden remt. [naam verdachte] stapt uit en loopt op [naam slachtoffer 2] af, die gestopt is.

De blauw/groene auto komt achter haar en [naam slachtoffer 1] aan. Daarbij probeert de bestuurder meerdere keren op hen in te rijden, waarbij ze bijna geraakt worden. Na enige tijd ziet ze ook [naam verdachte] weer, die eveneens met zijn auto op hen in probeert te rijden. Het komt echter niet tot een botsing. Tijdens deze achtervolging is zij heel erg bang geweest.

Gehoord als getuige op de terechtzitting van 15 november 2011 heeft [naam slachtoffer 3] in essentie een gelijkluidende verklaring afgelegd.

[naam slachtoffer 2] heeft eveneens op 5 februari 2011 aangifte gedaan. Zij reed op haar brommer op de Lage Frontenweg te Maastricht. [naam slachtoffer 1] en [naam slachtoffer 3] reden voor haar op de bromfiets van [naam slachtoffer 1]. Op een gegeven moment ziet zij de rode auto van haar ex-vriend [naam verdachte] achter zich, die haar vervolgens de weg afsnijdt. Dan ziet ze ook nog een auto waarin ze [naam medeverdachte] ziet zitten. Ze hoort dat [naam verdachte] naar [naam medeverdachte] roept: “Ga daar achteraan, dat is hem, pak hem”. [naam medeverdachte] gaat vervolgens achter [naam slachtoffer 1] aan. Als ze haar weg vervolgt, komt [naam verdachte] weer achter haar aan en snijdt haar nog een keer de weg af. Ze moet weer hard remmen. In de Limburgstraat ziet ze hoe [naam verdachte] ook de weg afsnijdt voor [naam slachtoffer 1] en [naam slachtoffer 3]. Ze is heel erg bang geweest.

Gehoord als getuige op de terechtzitting van 15 november 2011 heeft [naam slachtoffer 2] in essentie een gelijkluidende verklaring afgelegd.

[naam medeverdachte] is op 24 februari 2011 gehoord. Op 5 februari 2011 was hij op de Lage Frontweg te Maastricht met zijn auto. [naam verdachte] was daar ook met diens auto. Op een gegeven moment zagen ze [naam slachtoffer 1], [naam slachtoffer 3] en [naam slachtoffer 2] op twee brommers rijden. [naam slachtoffer 3] en [naam slachtoffer 2] zijn ex-vriendinnen van [naam verdachte]. [naam slachtoffer 1] had [naam verdachte] een foto gestuurd waarop hij stond te zoenen met [naam slachtoffer 3]. Hij was [naam verdachte] aan het klieren. [naam verdachte] ging er met zijn auto achter aan en [naam medeverdachte] volgde. [naam verdachte] reed weg als een gek, met slippende banden. Het was [naam medeverdachte] duidelijk dat hij [naam slachtoffer 1] wilde pakken. Hij heeft achter [naam verdachte] gereden en alleen [naam slachtoffer 2] nog gezien. Bij [naam slachtoffer 1] en [naam slachtoffer 3] is hij niet in de buurt geweest.

[naam verdachte] is op 11 maart 2011 gehoord. Op 5 februari 2011 was hij ook op de Lage Frontweg te Maastricht met zijn rode auto. [naam medeverdachte] was daar met diens groene auto. Op een gegeven moment zagen ze [naam slachtoffer 1], [naam slachtoffer 3] en [naam slachtoffer 2] op twee brommers rijden. Ze zetten de achtervolging in waarbij [naam verdachte] voorop reed. Hij reed [naam slachtoffer 2] klem en op dat moment is [naam medeverdachte] hem voorbij gereden. Daarna is [naam verdachte] achter [naam slachtoffer 1] aangegaan, omdat hij hem ter verantwoording wilde roepen. Hij heeft geprobeerd hem klem te rijden, maar er is geen contact geweest tussen zijn auto en de brommer van [naam slachtoffer 1].

Gehoord als getuige op de terechtzitting van 15 november 2011 heeft hij nog verklaard dat hij aanvankelijk voorop reed, maar dat [naam medeverdachte] hem passeerde toen hij [naam slachtoffer 2] had klem gereden. [naam medeverdachte] is toen achter [naam slachtoffer 1] aangegaan.

De vraag waarvoor de rechtbank zich geplaatst ziet is hoe dit feitenrelaas geduid moet worden. Door de officier van justitie en de verdediging is betoogd dat de hiervoor genoemde handelingen niet gezien kunnen worden als een poging om [naam slachtoffer 1], [naam slachtoffer 3] en [naam slachtoffer 2] van het leven te beroven. De rechtbank deelt die opvatting zodat verdachte van het primair ten laste gelegde zal worden vrijgesproken.

Is wel sprake van een poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel?

[naam slachtoffer 2] is door [naam verdachte] tot stoppen gedwongen. [naam slachtoffer 2] heeft verklaard dat zij krachtig moest remmen om een botsing te voorkomen. Dat is echter onvoldoende om te kunnen vaststellen dat er een aanmerkelijke kans op het ontstaan van zwaar lichamelijk letsel heeft bestaan. Meer informatie blijkt niet uit het dossier. Zo is bijvoorbeeld niet bekend hoe hard de brommer reed en op welke afstand van de brommer [naam verdachte] zijn auto tot stilstand heeft gebracht. De rechtbank komt dan ook niet toe aan de vaststelling dat er sprake is geweest van een poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel ten aanzien van [naam slachtoffer 2].

[naam slachtoffer 1] en [naam slachtoffer 3] verklaren dat zowel [naam medeverdachte] als [naam verdachte] meerdere keren hebben getracht op hen in te rijden. [naam verdachte] heeft verklaard dat hij hen klem heeft willen rijden. [naam medeverdachte] ontkent feitelijk, maar op grond van de verklaringen van [naam slachtoffer 1], [naam slachtoffer 3], en [naam verdachte] - die zegt dat [naam medeverdachte] achter [naam slachtoffer 1] en [naam slachtoffer 3] is aangegaan - acht de rechtbank wel bewezen dat ook [naam medeverdachte] heeft deelgenomen aan de achtervolging.

Vervolgens doet zich echter in de ogen van de rechtbank hetzelfde probleem voor als hiervoor bij [naam slachtoffer 2], namelijk dat er te weinig concrete informatie met betrekking tot de rijstijl voorhanden is. Het enkele feit dat men elkaar achtervolgt met een auto en brommer maakt immers nog niet dat de aanmerkelijke kans op het ontstaan van zwaar lichamelijk letsel een feit is. Daarvoor is meer informatie nodig, bijvoorbeeld met betrekking tot de snelheid van de voertuigen. Die informatie ontbreekt in dit dossier.

De conclusie is dan ook dat de rechtbank verdachte zal vrijspreken van de poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel wegens het ontbreken van voldoende bewijs.

Rest de vraag of er dan sprake is van bedreiging met een misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling.

De rechtbank acht hiervan in ieder geval sprake ten aanzien van [naam slachtoffer 1] en [naam slachtoffer 3]. [naam medeverdachte] en [naam verdachte] hebben hen beiden achtervolgd en zijn meerdere keren op hen ingereden. Daarvan gaat dreiging uit, wat ook door [naam slachtoffer 1] en [naam slachtoffer 3] aldus is ervaren, zo blijkt uit hun verklaringen. De rechtbank beschouwt dit als een bedreiging met zware mishandeling.

[naam slachtoffer 2] is door [naam verdachte] klem gereden en tot stoppen gedwongen. Ook dat is een handeling waarvan, in de context van de overige handelingen die plaatsvonden, bedreiging met zware mishandeling uitging. Dat een en ander als bedreigend werd ervaren is ook door [naam slachtoffer 2] verklaard. Echter, [naam medeverdachte] heeft [naam slachtoffer 2] feitelijk niet bedreigd. Hij reed achter [naam verdachte] toen die [naam slachtoffer 2] achtervolgde – zodat er op dat moment van hem geen dreiging naar [naam slachtoffer 2] kon uitgaan – en hij is doorgereden toen [naam verdachte] bij [naam slachtoffer 2] is gestopt.

De rechtbank heeft echter niet alleen gekeken naar de individuele handelingen van [naam medeverdachte] en [naam verdachte] bij de gebeurtenissen die hier aan de orde zijn, maar ook naar een eventuele rolverdeling en samenwerking. Vast staat dat [naam medeverdachte] en [naam verdachte] ieder in hun eigen auto achter [naam slachtoffer 1], [naam slachtoffer 3] en [naam slachtoffer 2] zijn aangereden. Van te voren duidelijk uitgesproken of niet, ze hebben kennelijk samen besloten de achtervolging in te zetten. Dat de een of de ander vervolgens afstand zou hebben genomen van dat besluit tot achtervolging – en zou zijn afgehaakt – blijkt niet uit de feiten. Daarom is de rechtbank van oordeel dat er tussen [naam medeverdachte] en [naam verdachte] een vorm van nauwe en directe samenwerking heeft bestaan, zodat er sprake is van medeplegen. Dat betekent dat aan [naam medeverdachte] en [naam verdachte] alle handelingen kunnen worden toegerekend die tijdens de achtervolging zijn gepleegd, ook als die door de ander zijn begaan en niet door hem zelf. Het vorenstaande betekend dat [naam medeverdachte] ook verantwoordelijk is voor de bedreiging die door [naam verdachte] is uitgeoefend tegen [naam slachtoffer 2].

De rechtbank komt dan ook tot een veroordeling van verdachte voor een bedreiging met zware mishandeling van [naam slachtoffer 1], [naam slachtoffer 3] en [naam slachtoffer 2].

Naar het oordeel van de rechtbank dient wel vrijspraak te volgen van het onderdeel: “Ga daar achteraan, dat is hem, pak hem”. Deze woorden zijn enkel gehoord door [naam slachtoffer 2], tegen wie ze niet waren gericht. Uit het dossier blijkt niet dat deze woorden [naam slachtoffer 1], voor wie ze kennelijk bedoeld waren, hebben bereikt. Derhalve is bedreiging met deze woorden niet te bewijzen.

3.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

subsidiair

op 05 februari 2011 te Maastricht tezamen en in vereniging met een ander [naam slachtoffer 1] en [naam slachtoffer 2] en [naam slachtoffer 3] heeft bedreigd met zware mishandeling, immers hebben verdachte en zijn mededader opzettelijk dreigend met een door verdachte bestuurde auto en een door die mededader bestuurde auto, achter die bromfietsen aangereden, in een achtervolging over wegen in de gemeente Maastricht afwisselend kort achter, naast en/of voor die bromfietsen rijdend meermalen op die [naam slachtoffer 1] en [naam slachtoffer 2] en [naam slachtoffer 3], die allen op soms stilstaande en soms rijdende bromfietsen zaten, ingereden en van achteren op die bromfietsen toegereden en doende is geweest naast die bromfietsen rijdend die bromfietsen te raken en [naam slachtoffer 2] de weg heeft afgesneden.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid

Het bewezenverklaarde levert het volgende strafbare feit op:

subsidiair

bedreiging met zware mishandeling, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

5 De strafoplegging

5.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 9 maanden, met aftrek van het voorarrest, en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 18 maanden.

5.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht rekening te houden met het tijdsverloop, het feit dat er geen schade of letsel is ontstaan en het feit dat verdachte door de aangevers geprovoceerd is. De raadsman heeft tevens verzocht geen ontzegging van de rijbevoegdheid op te leggen, gelet op de verminderde kansen op de arbeidsmarkt die dat tot gevolg zou hebben.

5.3 Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is ge¬komen.

Verdachte heeft samen met de medeverdachte [naam slachtoffer 1], [naam slachtoffer 2] en [naam slachtoffer 3] bedreigd door, terwijl zij zich op rijdende brommers bevonden, met hun auto’s vlak achter deze brommers te gaan rijden en hun als het ware op te jagen. Het is evident dat de bestuurders en de bijrijder van de brommers bijzonder angstige momenten moeten hebben doorgemaakt toen verdachte en de medeverdachte met de auto op hen afkwam en achter hen aan bleef rijden. Het inzetten van een auto als wapen tegen kwetsbare weggebruikers getuigt van weinig respect voor het welzijn en het leven van anderen.

De rechtbank heeft bij het bepalen van de straf rekening gehouden met de omstandigheid dat verdachte reeds eerder met politie en justitie in aanraking is geweest. Tevens heeft de rechtbank meegewogen dat de feiten enigszins gedateerd zijn.

Alles afwegende acht de rechtbank een taakstraf van 100 uur op zijn plaats, met aftrek van het voorarrest. Daarnaast acht de rechtbank een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van zes maanden op zijn plaats.

6 De benadeelde partij

De benadeelde partij [naam slachtoffer 3] vordert een schadevergoeding van € 550,-.

De officier van justitie acht toewijzing van een bedrag van € 250,- redelijk en billijk en heeft gevorderd tevens de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

De raadsman heeft primair verzocht de vordering af te wijzen en subsidiair om het bedrag te matigen.

De rechtbank zal de benadeelde partij [naam slachtoffer 3] niet-ontvankelijk verklaren. Zij overweegt hiertoe dat in gevallen waarbij geen sprake is van fysiek letsel, slechts in een beperkt aantal gevallen immateriële schade kan worden toegekend. Deze gevallen zijn limitatief in de wet opgesomd (artikel 6:106, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek). Uit het voegingsformulier blijkt niet van enig fysiek letsel. Wel blijkt dat de benadeelde partij behoorlijk aangeslagen is door de achtervolging. De rechtbank begrijpt dat de benadeelde partij deze negatieve gevoelens graag op de dader zou willen verhalen. De wet stelt echter strenge eisen aan het verhalen (op daders) van deze negatieve gevoelens. Verhaal is alleen dan mogelijk als er sprake is van dusdanig geestelijk letsel dat dit kan worden aangemerkt als een aantasting van de persoon. Hiervan is slechts sprake indien het geestelijk letsel een voldoende ernstig karakter heeft. Gevoelens van angst, schrik, onzekerheid en nervositeit vallen niet onder het bereik van het wetsartikel. Eventuele ernstigere psychische schade is op basis van de door genoemde benadeelde partij aangevoerde gegevens onvoldoende aangevoerd.

7 De vordering tot tenuitvoerlegging

De officier van justitie vordert de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter te Maastricht d.d. 26 juli 2010 aan verdachte opgelegde voorwaardelijke geldboete van € 150,-.

De raadsman heeft primair verzocht de proeftijd te verlengen en subsidiair om de voorwaardelijke straf slechts gedeeltelijk ten uitvoer te leggen.

De rechtbank stelt vast dat verdachte bij vonnis van de politierechter te Maastricht d.d. 26 juli 2010 met parketnummer 03/044987-10 is veroordeeld tot een voorwaardelijke geldboete van € 150,- met een proeftijd van twee jaren. Nu verdachte in deze proeftijd wederom een strafbaar feit heeft gepleegd, heeft hij zich niet gehouden aan een van de voorwaarden die bij voornoemd vonnis werden bepaald. De rechtbank ziet geen aanleiding om af te zien van tenuitvoerlegging. De rechtbank zal dan ook de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde geldboete van € 150,-, bij niet betaling te vervangen door 3 dagen hechtenis, bevelen.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 57, 63 en 285 van het Wetboek van Strafrecht en artikel 179a van de Wegenverkeerswet, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van het primair tenlastegelegde feit;

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 3.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;

- verklaart verdachte strafbaar;

Straffen

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf voor de duur van 100 uren;

- beveelt dat indien verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 50 dagen;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde taakstraf, naar rato van twee uur per dag;

Rijontzegging

- veroordeelt verdachte tot een ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen van 6 maanden;

Benadeelde partij

- verklaart de benadeelde partij [naam slachtoffer 3] in haar vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat zij deze vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

- veroordeelt de benadeelde partij [naam slachtoffer 3] in de kosten, door verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, begroot op nihil;

Vordering tenuitvoerlegging

- gelast dat de voorwaardelijke straf die bij vonnis van 26 juli 2010 is opgelegd in de zaak onder parketnummer 03/044987-10 ten uitvoer zal worden gelegd, te weten een geldboete van € 150,-, bij niet betaling te vervangen door 3 dagen hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.A.J. van Leeuwen, voorzitter, mr. J.M.E. Kessels en

mr. S.V. Pelsser, rechters, in tegenwoordigheid van mr. K. Mahovic, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 9 april 2013.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

hij meermalen, althans eenmaal, op of omstreeks 5 februari 2011 in de gemeente Maastricht ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, opzettelijk [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3], die allen op soms stilstaande en soms rijdende bromfietsen en/of snorfietsen zaten, van het leven te beroven, met dat opzet tezamen en in vereniging met zijn, verdachtes, mededader, althans alleen, met een door hem verdachte, bestuurde auto, terwijl zijn, verdachtes, mededader in een andere door die mededader bestuurde auto (ook) achter die bromfietsen en/of snorfietsen aanreed (met hoge snelheid, althans met zodanige snelheid dat die gevaarlijk was ter plaatse), in een achtervolging over wegen in de gemeente Maastricht afwisselend kort achter, naast en/of voor die bromfietsen en/of snorfietsen rijdend) (meermalen, althans eenmaal) op die [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3], die allen op soms stilstaande en soms rijdende bromfietsen en/of snorfietsen zaten, is ingereden en/of van achteren op die bromfietsen en/of snorfietsen is toegereden en/of doende is geweest naast die bromfietsen en/of snorfietsen rijdend die bromfietsen en/of snorfietsen te raken en/of die [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] de weg heeft afgesneden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

en/of

hij meermalen, althans eenmaal, op of omstreeks 5 februari 2011 in de gemeente Maastricht ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, opzettelijk [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3], die allen op soms stilstaande en soms rijdende bromfietsen en/of snorfietsen zaten, zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet tezamen en in vereniging met zijn, verdachtes, mededader, althans alleen, met een door hem verdachte, bestuurde auto, terwijl zijn, verdachtes, mededader in een andere door die mededader bestuurde auto (ook) achter die bromfietsen en/of snorfietsen aanreed (met hoge snelheid, althans met zodanige snelheid dat die gevaarlijk was ter plaatse), in een achtervolging over wegen in de gemeente Maastricht afwisselend kort achter, naast en/of voor die bromfietsen en/of snorfietsen rijdend (meermalen, althans eenmaal) op die [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3], die allen op soms stilstaande en soms rijdende bromfietsen en/of snorfietsen zaten, is ingereden en/of van achteren op die bromfietsen en/of snorfietsen is toegereden en/of doende is geweest naast die bromfietsen en/of snorfietsen rijdend die bromfietsen en/of snorfietsen te raken en/of die [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] de weg heeft afgesneden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

hij op of omstreeks 05 februari 2011 te Maastricht tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte en/of zijn mededader(s) opzettelijk dreigend met een door hem verdachte, bestuurde auto, terwijl zijn, verdachtes, mededader in een andere door die mededader bestuurde auto (ook) achter die bromfietsen en/of snorfietsen aanreed (met hoge snelheid, althans met zodanige snelheid dat die gevaarlijk was ter plaatse), in een achtervolging over wegen in de gemeente Maastricht afwisselend kort achter, naast en/of voor die bromfietsen en/of snorfietsen rijdend) (meermalen, althans eenmaal) op die [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3], die allen op soms stilstaande en soms rijdende bromfietsen en/of snorfietsen zaten, is ingereden en/of van achteren op die bromfietsen en/of snorfietsen is toegereden en/of doende is geweest naast die bromfietsen en/of snorfietsen rijdend die bromfietsen en/of snorfietsen te raken en/of die [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] de weg heeft afgesneden en/of (daarbij) deze dreigend de woorden toegevoegd : "ga daar achteraan, dat is hem, pak hem", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

parketnummers: 03/700121-11 en 03/044987-10 (VTVV)

proces-verbaal van het voorgevallene ter openbare zitting van de enkelvoudige kamer van de rechtbank voornoemd van 9 april 2013 in de zaak tegen:

[naam verdachte],

geboren te [geboortegegevens verdachte],

wonende te [adresgegevens verdachte].

Tegenwoordig:

mr. , rechter,

mr. , officier van justitie,

dhr./mevr. , griffier.

De rechter doet de zaak uitroepen.

De verdachte is in de zaal van de zitting aanwezig.

De rechter spreekt het vonnis uit en geeft de verdachte kennis dat hij daartegen binnen 14 dagen hoger beroep kan instellen.

Waarvan proces-verbaal, vastgesteld en getekend door de rechter en de griffier.

Raadsman is mr. D. Nieuwenhuis, advocaat te Maastricht.