Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2013:BZ0206

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
30-01-2013
Datum publicatie
31-01-2013
Zaaknummer
507149 cv EXPL 12-11326
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Particuliere borg. 7:857 e.v. BW

Dwingendrechtelijk bepaalde in 7:858 lid 1 BW brengt met zich dat of het bedrag van de verbintenis van de hoofdschuldeiser moet vaststaan of dat er een maximumbedrag met de borg moet zijn overeengekomen.

De huurpenningen ad € 615,00 per maand zijn bepaald waardoor dit onderdeel van de vordering, te vermeerderen met de daarover verschuldigde buitengerechtelijke incassokosten en de wettelijke rente kan worden toegewezen Ten aanzien van het overige gevorderde (de herstelkosten en de door eiseres zelf ingeschakelde juridische bijstand) is de borgtocht niet geldig nu eiseres niet heeft gesteld of anderszins inzichtelijk heeft gemaakt dat zij met gedaagde een in geld uitgedrukt maximumbedrag is overeengekomen (vergelijk HR 19-9-2008, LJN BD5520).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2013/101
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Heerlen

Burgerlijk Recht

zaaknummer: 507149 CV EXPL 12-11326

YT

Vonnis van 30 januari 2013.

I n z a k e

[eiser],

wonende te [woonplaats],

eiser,

gemachtigde: P.M.F. Otten;

tegen

[gedaagde],

wonende te [adres],

gedaagde,

vertegenwoordigd door haar zoon [naam].

HET VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Eiseres heeft bij dagvaarding van 11 december 2012 een vordering ingesteld tegen gedaagde en daarbij verwezen naar de overgelegde producties.

Gedaagde heeft ter eerst dienende datum mondeling geantwoord.

Hierna is uitspraak bepaald waarvan de datum is gesteld op heden.

DE MOTIVERING

Als enerzijds gesteld en anderzijds onweersproken staat vast dat gedaagde zich borg heeft gesteld voor haar zoon voor de uit de tussen eiseres en haar zoon bij de huurovereenkomst aangegeven verplichtingen. Nu gesteld noch gebleken is dat gedaagde de borgtocht in een andere hoedanigheid is aangegaan dan als bedoeld in artikel 7:857 BW, brengt dat met zich dat de borgtocht niet anders begrepen kan worden dan als een particuliere borgtocht en geldt het dwingendrechtelijk bepaalde in artikel 7:858 lid 1 BW. Dit betekent dat of het bedrag van de verbintenis van de hoofdschuldeiser moet vaststaan of dat er een maximumbedrag met de borg moet zijn overeengekomen. Nu slechts de huurpenningen ad € 615,00 per maand zijn bepaald en eiseres onweersproken heeft gesteld dat gedaagde in de nakoming van de huurpenningen van de maanden april, mei en juni 2012 ad in totaal € 1.845,00 te kort is geschoten, ligt derhalve dit onderdeel van de vordering, te vermeerderen met de daarover verschuldigde buitengerechtelijke incassokosten en de wettelijke rente voor toewijzing gereed. Ten aanzien van het overige gevorderde is de borgtocht niet geldig nu eiseres niet heeft gesteld of anderszins inzichtelijk heeft gemaakt dat zij met gedaagde een in geld uitgedrukt maximumbedrag is overeengekomen (vergelijk HR 19-9-2008, LJN BD5520). Gedaagde zal, als de in het ongelijk gestelde partij, in de proceskosten worden veroordeeld, met dien verstande dat de verschotten op het daarvoor landelijk gehanteerde bedrag van

€ 7,00 zullen worden gesteld.

DE UITSPRAAK

De kantonrechter:

veroordeelt gedaagde om aan eiseres, tegen bewijs van kwijting, te voldoen het bedrag van

€ 2.202,00 (zijnde de huurachterstand ad € 1.845,00 vermeerderd met de buitengerechtelijke incassokosten ad € 357,00) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 11 december 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt gedaagde in de proceskosten, tot aan dit vonnis aan de zijde van eiseres gerezen en begroot op € 836,17, waarin begrepen een bedrag van € 437,00 aan vastrecht, € 300,00 aan salaris gemachtigde en € 99,17 aan exploitkosten.

Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.R. Sijmonsma, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken.