Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2013:BZ0078

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
30-01-2013
Datum publicatie
30-01-2013
Zaaknummer
03-703223-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

mensenhandel: oplegging van 40 maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

parketnummer: 03/703223-11

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 30 januari 2013

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboortegegevens],

wonend te [adresgegevens].

Raadsman is mr. S. Weening, advocaat te Maastricht.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zittingen van 14 en 16 januari 2013, waarbij de officier van justitie, de verdediging en de verdachte hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De (gewijzigde) tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte samen met anderen of alleen:

Feit 1: [slachtoffer] op 6 juni 2011 wederrechtelijk van zijn vrijheid heeft beroofd en beroofd heeft gehouden;

Feit 2: [slachtoffer] heeft proberen af te persen in de periode van 18 mei 2011 tot en met 6 juni 2011;

Feit 3: [slachtoffer] op 6 juni 2011 heeft mishandeld;

Feit 4: zich in de periode van 21 april 2010 tot en met 19 juli 2011 heeft schuldig gemaakt aan mensenhandel in de vorm van gedwongen prostitutie.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht alle feiten wettig en overtuigend bewezen.

3.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft de rechtbank verzocht verdachte van alle feiten vrij te spreken.

3.3 Het oordeel van de rechtbank

Inleiding

De rechtbank moet zich in deze zaak buigen over de vraag of verdachte schuldig kan worden bevonden aan wederrechtelijke vrijheidsberoving, afpersing, mishandeling en mensenhandel. Volgens de officier van justitie staan de feiten 1 tot en met 3 in directe relatie tot de beschuldiging van mensenhandel. Daarom zal de rechtbank eerst bespreken wat er op 6 juni 2011 is gebeurd. Daarna zal zij beoordelen of er sprake is geweest van mensenhandel om vervolgens terug te komen op de feiten van 6 juni 2011.

De aangifte van [slachtoffer] en de verklaring van verdachte

De aangifte van [slachtoffer] houdt onder meer het volgende in.

[slachtoffer] moest 5000 euro aan een persoon genaamd [naam medeverdachte 1] betalen. [slachtoffer] had een relatie gekregen met een prostituee, genaamd [naam prostituee 1]. [slachtoffer] werd door een Russische jongen benaderd en hem werd gezegd dat als [slachtoffer] [naam prostituee 1] wilde hebben, [slachtoffer] 5000 euro moest betalen. Op 18 mei 2011, de dag waarop [naam prostituee 1] met de politie een intakegesprek heeft gehad aangaande mensenhandel, heeft [slachtoffer] [naam medeverdachte 1] ontmoet en bij die gelegenheid heeft [naam medeverdachte 1] [slachtoffer] verteld dat hij 5000 euro moest betalen en dat [naam prostituee 1] dan voor hem zou zijn. Omdat [slachtoffer] dit bedrag niet betaalde, volgden de vrijheidsberoving en mishandeling op 6 juni 2011.

[slachtoffer] was op 6 juni 2011 bij een vriend, genaamd [bijnaam getuige 1], in Heerlen. Om ongeveer 14.00 uur verlieten beiden de woning van [bijnaam getuige 1] om met de auto van [bijnaam getuige 1] naar Kerkrade te gaan. Toen [bijnaam getuige 1] wilde optrekken, zag [slachtoffer] plotseling een andere personenauto, een zwarte Audi A4, die hen klemreed. In de Audi zaten 3 personen. Twee mannen, de bijrijder en de passagier, stapten uit deze auto en liepen naar [slachtoffer]. [slachtoffer] herkende hen meteen. Ook herkende [slachtoffer] de bestuurder van de Audi. [slachtoffer] was te laat om zijn portier te sluiten en het portier werd door een van de mannen, [naam medeverdachte 1], opengetrokken en [slachtoffer] werd meteen met een vuist meermalen door deze man in zijn gezicht geslagen. [slachtoffer] werd verder meermalen geschopt.

Vervolgens zijn de twee mannen achter in de auto van [bijnaam getuige 1] gestapt. Zij hebben [bijnaam getuige 1] gedwongen om naar Kerkrade te rijden. [slachtoffer] heeft onderweg geprobeerd uit de rijdende auto te springen, maar hij werd van achter bij zijn keel vastgehouden door een van de twee mannen

[bijnaam getuige 1] moest een bospad inrijden nabij het station van Kerkrade. [bijnaam getuige 1] moest op een gegeven moment stoppen en [slachtoffer] kreeg te horen dat ze moesten uitstappen. Nadat hij was uitgestapt, kreeg [slachtoffer] opnieuw klappen in zijn gezicht van [naam medeverdachte 1]. [slachtoffer] heeft nog geprobeerd weg te rennen, waarna de tweede man achter hem aankwam en hem heeft vastgepakt. Deze man zei tegen [slachtoffer] dat hij beter niet kon rennen; anders werd het alleen maar erger.

[naam medeverdachte 1] heeft [slachtoffer] toen bedreigd: wanneer [slachtoffer] niet nu 5000 euro zou betalen, dan zou [naam medeverdachte 1] het hoofdje van de dochter van [slachtoffer] naar [slachtoffer] brengen.

Vervolgens kwam de Audi ter plaatse met daarin dezelfde bestuurder. Deze bestuurder is naar [slachtoffer] toegekomen en heeft [slachtoffer] gezegd dat hij ook nog met hem te doen zou krijgen, als [slachtoffer] het nu niet geregeld zou krijgen.

De mannen zijn vervolgens vertrokken in de Audi A4, nadat met [naam medeverdachte 1] was afgesproken dat [slachtoffer] enkele dagen later de 5000 euro zou betalen.

De man die de Audi bestuurde, herkende [slachtoffer] als de man die de zondag voor 6 juni 2011 kampioenschappen had gebokst in Kerkrade. [slachtoffer] had pijn en letsel aan zijn oog, hals, oor en hoofd.

Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij bokser is en dat hij betrokken is geweest bij hetgeen [slachtoffer] heeft beschreven, in zoverre dat hij de bestuurder was van de zwarte Audi. Verdachte had van [naam medeverdachte 1] begrepen dat deze met [slachtoffer] wilde praten; er waren problemen tussen [naam medeverdachte 1] en [slachtoffer] over de vriendin van [naam medeverdachte 1]. Verdachte heeft [naam medeverdachte 1] en de derde betrokkene afgezet bij de auto van [bijnaam getuige 1]. De Audi was daarbij zodanig gepositioneerd dat de auto van [bijnaam getuige 1] moeilijk weg kon rijden. Nadat [naam medeverdachte 1] en de ander waren uitgestapt, is verdachte weggereden. Later heeft verdachte [naam medeverdachte 1] en die ander opgehaald op het bospad.

Conclusies van de rechtbank

Met het hiervoor weergegeven bewijs kan worden vastgesteld dat [slachtoffer] van zijn vrijheid is beroofd en beroofd is gehouden en is mishandeld. Dit, met het oogmerk om [slachtoffer] 5000 euro te laten betalen. Uit het dossier blijkt verder dat het bij een poging tot afpersing is gebleven. Er is geen geld overhandigd.

De vraag is echter welke rol verdachte nu precies hierbij heeft gespeeld en of deze rol kan leiden tot een bewezenverklaring van het ten laste gelegde medeplegen. Verdachte heeft betwist dat hij wist dat [naam medeverdachte 1] naar [slachtoffer] ging om hem geld af te persen. Ook heeft verdachte naar eigen zeggen geen weet gehad van de mishandeling of de vrijheidsberoving.

De rechtbank is van oordeel dat er geen bewijs aan het dossier te ontlenen valt dat verdachte wist dat [naam medeverdachte 1] en/of [naam medeverdachte 2] (de passagier) [slachtoffer] zouden gaan mishandelen, dan wel van diens vrijheid zouden beroven. Dit betekent dat verdachte van de feiten 1 en 3 moet worden vrijgesproken. Alvorens in te gaan op het beweerde aandeel van verdachte bij de afpersing van [slachtoffer], acht de rechtbank het van belang eerst te bespreken of verdachte ook betrokken is geweest bij mensenhandel. De rechtbank komt in de navolgende passages tot de conclusie dat dit het geval is geweest en komt daarna terug op de wetenschap van verdachte ten aanzien van de afpersing van feit 2.

Mensenhandel

Zoals hiervoor weergegeven, geeft [slachtoffer] in zijn aangifte aan waarom hij werd mishandeld en van zijn vrijheid werd beroofd: -kort samengevat- [slachtoffer] moest van [naam medeverdachte 1] 5000 euro betalen in verband met zijn relatie met [naam prostituee 1]. Omdat [slachtoffer] dit bedrag niet betaalde, volgden de vrijheidsberoving en mishandeling.

Het is niet alleen [slachtoffer] die spreekt over het betalen van geld voor [naam prostituee 1]. Ook [naam prostituee 1] heeft verklaard dat [naam medeverdachte 1] tegen haar gezegd heeft dat [slachtoffer] “losgeld” voor haar moest betalen. Volgens [naam prostituee 1] ging het om een bedrag van 5000 euro. Verder heeft [naam prostituee 1] verklaard dat [naam medeverdachte 1] tegen haar gezegd heeft dat als [slachtoffer] niet betaalde, verdachte ervoor zou zorgen dat [naam prostituee 1] weg zou zijn, zou verdwijnen of dat verdachte [naam prostituee 1] misschien wel zou doorverkopen.

Dit levert voldoende bewijs op dat [naam medeverdachte 1] doende was letterlijk, goedschiks of kwaadschiks, [naam prostituee 1] aan [slachtoffer] te verkopen.

[naam medeverdachte 1] spreekt bovendien onverbloemd over zijn handel in vrouwen. Dit blijkt uit de navolgende tapgesprekken met een persoon genaamd [betrokkene 1]:

Gesprek d.d. 8 juni 2011 te 23:37:44 uur:

[naam medeverdachte 1] had een afspraak met hem dat ‘zij’ om 7 uur ‘er’ zal zijn. [naam medeverdachte 1] vraagt wanneer zij hier zal zijn. [betrokkene 1] zegt dat ‘zij’ er maandag zal zijn. [betrokkene 1] gaat morgen een ticket voor haar kopen. ‘Zij’ komt in Amsterdam aan. [naam medeverdachte 1] vraagt of zij niet naar Düsseldorf kan vliegen. [naam medeverdachte 1] zegt dat het te ver is om voor haar alleen naar Amsterdam te gaan. [betrokkene 1] moet er voor zorgen dat ‘zij’ maandag zeker ‘hier’ zal zijn.

Gesprek d.d. 9 juni 2011 te 14:08:14 uur:

[betrokkene 1] heeft gisteren geen tijd gehad om een ticket te kopen. [betrokkene 1] heeft nu een ticket gekocht voor de 14de. [betrokkene 1] zal [naam medeverdachte 1] mailen hoe ‘zij’ er nu uitziet, zodat [naam medeverdachte 1] haar zal herkennen. [naam medeverdachte 1] vraagt of ’zij’ niet lelijk is. [betrokkene 1] zeg nee. [naam medeverdachte 1] heeft haar immers gezien. ‘Zij’ was degene die achter de koelkast zat. [naam medeverdachte 1] vraagt of [betrokkene 1] al foto’s heeft gestuurd van de ‘tweede’. Dat heeft [betrokkene 1] nog niet gedaan, omdat de foto’s vandaag gemaakt zullen worden. [betrokkene 1] zegt dat het zo goed is, een foto in een badpak. [naam medeverdachte 1] is het met hem eens. Want als er een met een “kapotte” buik komt, wat moet hij dan met haar? [naam medeverdachte 1] zegt als de zaken normaal zullen lopen, zal ik minimaal 3 stuks bij jou kopen. Ik heb er nu 5 stuks. Je moet niet naar ‘rechts of links springen.’ Zolang ik ze bij jou afneem, moet je ze aan mij geven. Daarna, wanneer ik stop, mag je ze aan iedereen geven, aan Turken, aan wie je wilt. [betrokkene 1] zegt: Als je er 3 af neemt, zal ik 1500 euro per hoofd vragen.

Voor de rechtbank is het helder dat de gesprekken betrekking hebben op de aankoop van vrouwen. Op 9 juni 2011 is [naam medeverdachte 1] bovendien ook nog bezig met de verkoop aan [slachtoffer] van [naam prostituee 1], nu [naam medeverdachte 1] telefonisch met [slachtoffer] onderhandeld heeft over de betaling van 1500 euro, zoals blijkt uit het navolgende gesprek:

Gesprek d.d. 9 juni 2011 te 16:53 uur:

[naam medeverdachte 1] wordt gebeld door [voornaam slachtoffer]. [voornaam slachtoffer] zegt dat hij niet weet hoe hij het op dit moment moet regelen, maar hij denkt niet dat dat gaat lukken. [naam medeverdachte 1] vraagt of hij het deze week niet kan regelen. [voornaam slachtoffer] zegt dat het niet gaat lukken. [naam medeverdachte 1] zegt oke en vraagt tot wanneer hij dan tijd nodig heeft. [voornaam slachtoffer] zegt dat hij dat niet weet. [voornaam slachtoffer] zegt dat hij vanavond misschien 1500 euro voor hem kan regelen en meer kan hij niet gaan regelen voor hem. Dat gaat echt niet lukken. [naam medeverdachte 1] zegt: als jij normaal doet doen wij ook normaal. Hoe lang heb je tijd nodig. Als je vandaag wat kan regelen dan is het ook goed, dan hebben wij ook een beetje. (….) [naam medeverdachte 1] zegt: ik geef je tijd genoeg tot jij hebt.(…) [voornaam slachtoffer] zegt dat hij ook geen zin heeft nog klappen te krijgen. [naam medeverdachte 1] zegt dat hij de vorige keer gewoon heel kwaad was. [naam medeverdachte 1] zegt: maar als je normaal doet waarom zou ik je slaan.(…) [voornaam slachtoffer] zegt dat als hij vanavond die 1500 euro bij elkaar heeft hij gewoon weer bij Hornbach wil afspreken. (…) [naam medeverdachte 1] zegt dat het goed is. [voornaam slachtoffer] zegt dat hij ook niet alleen gaat komen, dat weet hij 100% zeker. Hij gaat echt niet meer alleen. Hij laat zich niet nog een keer op zijn gezicht vegen. (…)[naam medeverdachte 1] zegt ik geef je wel een advies, je moet die hoer beter weggooien anders krijg je nog meer problemen. [voornaam slachtoffer] heeft geen zin in problemen heeft gezegd dat dat meisje gewoon bij hem blijft en voor de rest niets(...) .

[naam medeverdachte 1] heeft blijkens het zo-even weergegeven tapgesprek van 14:08 uur 5 vrouwen en is van plan dat aantal uit te breiden. Het uiterlijk van de vrouwen is kennelijk van commercieel van belang voor [naam medeverdachte 1]: als de buik van de vrouw kapot is, weet [naam medeverdachte 1] niet wat hij met haar moet. Er is dan ook letterlijk sprake van mensenhandel en een vorm van uitbuiting van vrouwen. Nergens blijkt immers uit dat de desbetreffende vrouwen akkoord gingen met de transacties en/of deelden in de opbrengsten van deze handel. Uit het dossier volgt voorts dat het gaat om de aankoop van vrouwen met het oog op prostitutie.

Zo is er de verklaring van [naam prostituee 1]. Zij heeft in haar verklaring bij de politie onder meer het volgende verklaard.

[naam prostituee 1] is door haar vriendin [naam vriendin] gevraagd vanuit Letland mee te gaan naar Nederland om te werken. Met een ander meisje genaamd [betrokkene 2] is zij op 21 april 2010 in Nederland aangekomen en opgevangen in een woning in Roermond. In deze woning waren ook drie Russen, [naam medeverdachte 1], [naam verdachte] en [naam medeverdachte 2]. Na twee of drie dagen werd zij naar club [naam club] in Linne (gemeente Maasgouw) gebracht, alwaar werd uitgelegd dat [naam prostituee 1] werkzaamheden als prostituee moest verrichten. Als [naam prostituee 1] uit de club wegwilde, kwamen de drie Russen haar en andere vrouwen halen. Het werk ging altijd door, ook als zij ongesteld was. De benodigde condooms, gel en sponsjes bekostigden de vrouwen zelf bij een seksshop. De drie Russen brachten de vrouwen daar naartoe. [naam prostituee 1] werkte ook in sauna- en seksclubs in Roermond, St. Truiden in België en in Herzogenrath in Duitsland voor de drie Russen. [naam prostituee 1] verdiende met haar werkzaamheden 200 à 300 euro per dag. Dat geld moest zij -tegen haar wil- delen, aanvankelijk met 5 jongens, later met [naam medeverdachte 1], [naam verdachte] en [naam medeverdachte 2], die de helft kregen. De andere vrouwen waren [naam prostituee 2] en [naam prostituee 3]. Ook zij deelden hun verdiensten met de jongens volgens [naam prostituee 1].

[naam prostituee 1] heeft aangegeven dat haar eigenaren drie Russische jongens waren, te weten [naam medeverdachte 1], [naam medeverdachte 2] en [naam verdachte]. Bij haar intakegesprek met de politie op 18 mei 2011 heeft zij de politie foto’s ter beschikking gesteld van die drie Russen. Het betreft de medeverdachten [naam medeverdachte 2], [naam medeverdachte 1] en verdachte.

De verklaring van [naam prostituee 1], dat zij de helft van haar verdiensten moest afstaan aan de eigenaar van de club waar zij werkte en dat zij de andere helft, zijnde 200 tot 300 euro per dag nog moest delen met verdachten, wordt ook ondersteund door het navolgende. In de woning aan de [adres 1] te H. werd op 9 juni 2011 een USB-stick aangetroffen. Deze USB-stick werd onderzocht en daarop werden onder meer fotobestanden en tekstbestanden aangetroffen, waaronder een tekstbestand met de naam en adresgegevens van [naam medeverdachte 1] en een tweetal spreadsheets betreffende “Septembris 2010 en Oktobris 2010”.

[naam prostituee 1] heeft over deze spreadsheets verklaard dat het een door haar opgesteld overzicht van haar inkomsten uit prostitutie betrof over de maanden september en oktober 2010, waarbij in de eerste kolom haar inkomsten betroffen (zijnde 50% van de totale inkomsten – derhalve na aftrek van de 50 % voor de club eigenaar). In de tweede kolom was het gedeelte opgenomen van dit bedrag, dat zij had moeten afstaan aan derden.

In het dossier bevindt zich voorts het navolgende telefoongesprek dat werd gevoerd kort voor de aanhouding van [naam medeverdachte 1] en voor de doorzoeking in de woning [adres 1] te H. :

Gesprek d.d. 9 juni 2011 te 17:13:

[naam medeverdachte 1] belt uit met NN vrouw 1104. [naam medeverdachte 1] vraagt of daar nog iets is. NN-vrouw zegt: haar werkdagboek, zij hield dagelijks de kas bij. Het is over 2010. Verder is er nog een plaatje met alle gegevens van [naam medeverdachte 1]. [naam medeverdachte 1] scheldt en vraag zich af hoe “zij”er aan komt. (..) [naam medeverdachte 1] zegt dat het slecht met hem gaat.

Voorts is [naam medeverdachte 1] door de politie geobserveerd en gezien werd op 9 juni 2011 om 16.50 uur dat [naam medeverdachte 1] met 2 vrouwen een woning aan de [adres 1] te H. binnenging. [naam medeverdachte 1] is vervolgens elders in Heerlen aangehouden om 17.45 uur. In de voornoemde woning aan de [adres 1] werden op dezelfde dag om 18.00 uur in een van de binnenzijde afgesloten badkamer [naam prostituee 2], [naam prostituee 4] en [naam prostituee 3] aangetroffen.

In de woning werden visitekaartjes van seksclubs en sauna’s in beslag genomen. Verder zijn in de woning foto’s gemaakt van vrouwenlingerie en een grote hoeveelheid condooms. De 3 aangetroffen vrouwen hebben bij hun intakegesprek bij de politie verklaard dat zij in de prostitutie werkzaam waren.

Dit alles laat de conclusie toe dat naast [naam prostituee 1], ook [naam prostituee 2], [naam prostituee 4] en [naam prostituee 3] behoorden tot de “5 stuks” van [naam medeverdachte 1] en dat deze vrouwen voor [naam medeverdachte 1] werkten in de prostitutie.

Op zichzelf volgt uit het voorgaande nog niet onomstotelijk dat [naam medeverdachte 1] en met hem verdachte en medeverdachte [naam medeverdachte 2] ook financieel profiteerden van de werkzaamheden van de andere dames, te weten [naam prostituee 2], [naam prostituee 4] en [naam prostituee 3]. Zij hebben immers, anders dan [naam prostituee 1], niet verklaard dat zij inkomsten afstonden aan verdachte en zijn medeverdachten. Uit de verklaring van [naam prostituee 1] kan weliswaar worden geconcludeerd dat [naam medeverdachte 1] en verdachte deze vrouwen financieel uitbuitten op dezelfde manier als bij haar het geval was, maar alleen op basis van deze verklaring kan dit niet worden bewezen verklaard. Er is echter meer bewijs voorhanden. Uit de telefoongegevens van de gsm van [naam medeverdachte 1] blijkt namelijk dat er geregeld contact is met de vrouwen [betrokkene 3], [bijnaam prostituee 3] en [bijnaam prostituee 4]. Daarbij zijn er voldoende aanwijzingen dat [bijnaam prostituee 3], [naam prostituee 3] is geweest en [bijnaam prostituee 4], [naam prostituee 4]. [naam medeverdachte 1] krijgt van hen bij herhaling sms’jes:

- 23 mei 2011: (sms 6 van [bijnaam prostituee 3]) te 00.10 uur - [naam medeverdachte 1] als ik vandaag een goede dag heb op het werk. Zal het mogelijk zijn om het geld morgen naar huis op te sturen?

- 28 mei 2011: (sms 6 van [betrokkene 3]) te 20.04 uur - (...) Hoe gaat het? Bij ons zijn gangetje, [bijnaam prostituee 4] 200, ik 150;

- 28 mei 2011: (sms 2 van [betrokkene 3]) te 20:09 uur - We doen elke dag ons best;

- 29 mei 2011: (sms 3 van [bijnaam prostituee 3]) te 12.06 uur - Normaal. Alleen gisteren was er niemand;

- 29 mei 2011: (sms 4 van [betrokkene 3]) te 22.34 uur - [bijnaam prostituee 4] is naar de kamer, ik 110, zij heeft 3 kamer;

- 30 mei 2011: (sms 3 van [bijnaam prostituee 3]) 16:44 uur - (...) [naam medeverdachte 1] er is een probleem in de bar. Er is geen licht. En [bijnaam prostituee 4] zegt dat zij hem dicht gooit. En dat hier blijven niet kan!;

- 31 mei 2011: (sms 2 van [bijnaam prostituee 4]) te 10.09 uur - Goedemorgen! Mogen we ALSJEBLIEFT vandaag vrij nemen. Het is toch slecht weer ik denk dat er geen mens komt;

- 1 juni 2011: (sms 3 van [betrokkene 3]) te 13:00 uur - Goedemorgen! Gaan we vandaag naar het werk? Hoe laat kom je?

- 2 juni 2011: (sms 2 van [bijnaam prostituee 3]) te 17.11 uur - Voorlopig 50 de rest bij [betrokkene 4]!

- 2 juni 2011: (sms 4 van [bijnaam prostituee 3]) te 17.27 uur - [naam medeverdachte 1] ik heb slechts 50;

- 2 juni 2011: (sms 4 van [bijnaam prostituee 3]) te 17.41 uur - Nee, gewoon, [naam medeverdachte 2] zei gisteren tegen de meisjes dat wat zij bij [betrokkene 4] verdienen, ze zelf houden! Ik informeer of het bij jou ook zo is of niet!

- 3 juni 2011: (sms 5 van [betrokkene 3]) te 17:42 uur - (...) Ik heb 3 kamers, [bijnaam prostituee 4] 2. Hoe gaat het met je?

- 3 juni 2011: ( sms 6 van [betrokkene 3]) te 17:47 uur - Kom je ons vanavond ophalen?

- 3 juni 2011: (sms 3 van [betrokkene 3]) te 22.07 uur - Ok, alles is normaal. Ik heb 350, [bijnaam prostituee 4] 220;

- 3 juni 2011: (sms 6 van [betrokkene 3]) te 23.29 uur - Ik heb 350, [bijnaam prostituee 4] 270;

- 4 juni 2011: (sms 2 van [betrokkene 3]) te 21.35 uur - Bij ons zijn gangetje. Ik heb 250 [bijnaam prostituee 4] 200. Het is druk maar je moet 40 minuten 1 uur op een kamer wachten. Schrijf straks hoe alles is gegaan, ok?

- 4 juni 2011: (sms 4 van [bijnaam prostituee 4]) 23.12 uur - Ik heb 300. [betrokkene 3] heb ik lang niet gezien.

Ook hier spreekt de inhoud van de berichten in het licht van wat in de [adres 1] in H. is aangetroffen voor zichzelf: in deze berichten worden verdiensten in euro’s uit prostitutie vermeld. Het gaat over verdiend geld, over kamers en over klanten. Kennelijk worden de verdiensten tot in de late avonduren vergaard en het mag als een feit van algemene bekendheid worden beschouwd dat dit uren zijn waarop seksclubs open zijn. Verder wordt in deze berichten aan [naam medeverdachte 1] gevraagd of de vrouwen vrij mogen nemen, verdiensten zelf mogen behouden of mogen besteden.

De bedragen die in de sms’jes vermeld worden, zijn vergelijkbaar met de bedragen die [naam prostituee 1] zegt te hebben verdiend per dag. Haar verklaring, bezien in samenhang met deze sms’jes, de uitlatingen van [naam medeverdachte 1] in de tapgesprekken met [betrokkene 1] en de wijze van aantreffen van [naam prostituee 2], [naam prostituee 4] en [naam prostituee 3] in de woning aan de [adres 1] in H. , brengen de rechtbank tot de conclusie dat [naam medeverdachte 1], [naam prostituee 1], [naam prostituee 2], [naam prostituee 4] en [naam prostituee 3] heeft gehuisvest en opgenomen met het oogmerk van uitbuiting door misbruik van hun kwetsbare positie en dat [naam medeverdachte 1] van deze vier vrouwen een deel kreeg van wat zij als prostituee verdienden. Dit valt rechtstreeks op te maken uit de vraag van [bijnaam prostituee 3] op 2 juni 2011: zij heeft het in haar sms over meisjes die bij [betrokkene 4] hun verdiensten zelf mogen houden en wil kennelijk weten of zij (meervoud dus) ook bij [naam medeverdachte 1] verdiensten zelf mogen houden of juist niet. Bovendien valt niet in te zien, waarom deze vrouwen anders vrijwel dagelijks aan [naam medeverdachte 1] meldden wat zij verdiend hadden.

Daarbij worden de bedragen aan [naam medeverdachte 1] kennelijk verantwoord: “[naam medeverdachte 1], ik heb slechts 50,” zegt [bijnaam prostituee 3] en [betrokkene 3] legt op 4 juni 2011 uit dat het weliswaar druk is, maar dat ze lang moeten wachten op een kamer en dat ze straks schrijft hoe alles is gegaan, waarna ze aan [naam medeverdachte 1] vraagt of hij dat “ok” vindt. Hieruit blijkt dat de vrouwen zich verplicht voelden [naam medeverdachte 1] te waarschuwen voor tegenvallende inkomsten. Het vragen om toestemming om geld naar huis te mogen sturen, duidt eveneens op het afleggen van verantwoording.

[naam medeverdachte 1] ontving dus geld van de vrouwen en had vergaande controle/zeggenschap over de verdiensten. Duidelijk is daarmee dat [naam medeverdachte 1] de spil in het geheel was, maar gelet op de verklaring van [naam prostituee 1] mag worden aangenomen dat ook verdachte zijn deel kreeg. Verdachte was namelijk nauw betrokken bij de activiteiten van [naam medeverdachte 1]. Dat blijkt naast de verklaring van [naam prostituee 1] uit de volgende tapgesprekken:

Gesprek d.d. 8 juni 2011 te 21:13 uur

[naam medeverdachte 1] belt uit naar [betrokkene 3]. [naam medeverdachte 1] zegt dat hij het heeft gevonden, een hotel waar een ober marihuana op een dienblad brengt. [naam medeverdachte 1] verwacht van [betrokkene 3] een erotische massage gratis. [naam medeverdachte 1] zegt:”wie gaat jullie anders naar het werk brengen?” [betrokkene 3] zegt dat [naam medeverdachte 2] het dan gaat doen. [naam medeverdachte 1] zeg dat [naam medeverdachte 2] en [naam verdachte] nog duurder zijn.

Gesprek d.d. 8 juni 2011 uitgaan gesprek naar 06-85557581

[naam medeverdachte 1] belt uit met NN-vrouw. [naam medeverdachte 1] en [naam verdachte] komen er zo aan. NN-vrouw moet naar buiten komen en tabletten bij hen ophalen. Zij moet geld meenemen voor [naam verdachte]. Het zijn twee tabletten die meteen ingenomen moeten worden. Zij krijgt wat gerommel in de buik en zal zich vandaag beroerd voelen. Zij mag geen alcohol vandaag drinken. Het zijn sterke tabletten. Zij kan beter gaan slapen. [naam verdachte] vertelt op de achtergrond hoe NN-vrouw de tabletten moet innemen. Zij moet ze 2 keer per dag innemen. NN-vrouw moet voorzichtig zijn omdat het heel sterke tabletten zijn. Het is geen grap. Zij moet geld meenemen en aan ‘hem’ geven. ‘Hij’ zei 50 euro. NN-vrouw vindt dat ze haar belazeren. [naam medeverdachte 1] zegt van niet. Het zijn immers 3 tabletten. NN-vrouw vraagt of zij niet eraan doodgaat. [naam medeverdachte 1] zegt dat het hem om het even is of zij wel of niet doodgaat. [naam medeverdachte 1] lacht. [naam verdachte] zegt via [naam medeverdachte 1] dat als NN-vrouw hem niet gelooft, dat zij dan mee moet gaan naar de apotheek en ze daar moet kopen. Dan krijgt zij ze nu niet. NN-vrouw zegt dat zij ze wel gelooft. [naam verdachte] zegt via [naam medeverdachte 1] dat hij voor de tabletten 50 euro van NN-vrouw krijgt en dat ze hem ook moet pijpen. NN-vrouw vraagt of ze het van de apotheek te horen hebben gekregen. Volgens [naam medeverdachte 1] slaan de tabletten dan beter aan. Ze moeten lachen. [naam medeverdachte 1] en [naam verdachte] zijn er over 5 minuten. NN-vrouw moet zich aankleden en naar de Action lopen. [naam medeverdachte 1] zegt dat als ‘zij’ honger hebben, dat ‘ze’ dan naar het pompstation moeten lopen, ‘Ze’ hebben geld als het goed is. Of NN-vrouw moet zelf er naartoe gaan.

Uit het eerste gesprek kan worden opgemaakt dat verdachte in elk geval geld kreeg; hij is immers duurder dan [naam medeverdachte 1]. Het tweede gesprek wordt kennelijk gevoerd met [naam prostituee 4] en verdachte vindt het kennelijk grappig om te zeggen dat zij hem moet pijpen voor het bezorgen van de tabletten. Het gesprek levert een sterke aanwijzing op dat het hier om een overtijdbehandeling gaat. [naam prostituee 4] geeft later op 8 juni aan dat zij niet werkt, omdat ze een crisis heeft. Het hele gesprek ademt voor de rechtbank in elk geval uit dat de vrouw zich in een ondergeschikte positie bevindt ten opzichte van [naam medeverdachte 1] en verdachte. Wanneer dan vervolgens de inhoud van de hierna te noemen verklaring van de getuige [naam getuige 2] bij het voorgaande wordt betrokken, staat het voor de rechtbank in voldoende mate vast dat er gesproken kan worden van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en [naam medeverdachte 1]. Dat, dan dusdanig dat bewezen kan worden geacht dat verdachte, overeenkomstig de verklaring van [naam prostituee 1], als medepleger kan worden aangemerkt van de uitbuiting en derhalve ook deelde in de verdiensten van de vrouwen. Er blijkt uit de verklaringen van [naam prostituee 1] en [naam getuige 2] namelijk dat er voortdurend toezicht op de vrouwen is geweest.

De vrouwen worden telkens onder begeleiding van [naam medeverdachte 1] en verdachte gehaald en gebracht naar de clubs. Daarbij is verdachte nauw betrokken. [naam prostituee 1] heeft hierover namelijk verklaard dat zij en de andere vrouwen altijd door verdachte, [naam medeverdachte 2] en [naam verdachte] van de woning naar de clubs en omgekeerd werden gebracht. Met [naam prostituee 1] is verder in haar intakegesprek en haar verhoor gesproken over een woning aan de [adres 2] in H. De buurman van die woning, de getuige [naam getuige 2], heeft verklaard dat hij begin 2010 nieuwe buren kreeg. Twee jonge dames die uit Oost-Europa afkomstig waren en die altijd in gezelschap waren van drie Oost-Europese jongens. Vrijwel dagelijks gingen de meisjes rond 15.00 uur weg in gezelschap van de drie jongens. De meisjes waren nooit alleen. Tussen 22.00 en 23.00 uur kwamen de meisjes weer thuis, altijd in gezelschap van de drie jongens. Een van de jongens voerde altijd het woord. De meisjes zelf kwamen niet aan de voordeur en deden geen boodschappen; dat werd door de jongens gedaan. Als de meisjes en de jongens ‘s middags vertrokken, dan werd eerst een van de auto’s gehaald en voorgereden. Daarna kwamen de meisjes onder begeleiding van een van de jongens naar buiten, stapten ze in de auto en reden ze weg. Als men ’s avonds thuiskwam, dan werden de meisjes met de auto voor de deur afgezet en gingen ze onder begeleiding van een van de jongens de woning binnen. In het voorjaar van 2011 heeft [naam getuige 2] deze jongens en meisjes voor het laatst gezien. Op foto’s herkende [naam getuige 2] verdachte, [naam medeverdachte 1] en [naam medeverdachte 2]. Verdachte herkent [naam getuige 2] als de man die hij “de bokser” noemde; deze man was er altijd bij, aldus [naam getuige 2].

Niet alleen moesten de vrouwen vergaand verantwoording afleggen over het geld dat zij verdienden, hetgeen de rechtbank als een vorm van dwang aanmerkt, was er altijd toezicht op de vrouwen, waaruit onvrijheid spreekt, [naam medeverdachte 1] besliste voorts ook nog op andere wijze over het gaan en staan van de vrouwen. [bijnaam prostituee 4] vraagt op 31 mei 2011 of ze alsjeblieft vrij mogen nemen. In het licht van de verklaring van [naam prostituee 1] dat het werk altijd, 7 dagen per week, doorging, is het op zijn minst opmerkelijk dat de vrouwen aan [naam medeverdachte 1] groen licht vragen om een keer niet te hoeven werken. Dit is echter niet het enige voorbeeld van een onaanvaardbare, vergaande greep van [naam medeverdachte 1] op de vrijheid van de vrouwen. Dit blijkt uit het volgende. Opvallend zijn enkele sms’jes en tapgesprekken:

- 3 juni 2011: (sms 1 van [bijnaam prostituee 3]) [naam medeverdachte 1] we hebben alles opgeruimd. Mogen we snel naar de winkel?

- 7 juni 2011: (sms 5 van [bijnaam prostituee 4]): Mag ik naar de apotheek een pleister kopen?

- 9 juni 2011: (sms 2 van [bijnaam prostituee 4]): Mag ik met [betrokkene 6] naar de kapper

Gesprek d.d. 9 juni 2011 te 15:09 uur:

[naam medeverdachte 1] belt uit naar NN-vrouw 1104. NN-vrouw zegt dat ze bij de apotheek bij Action zijn. Daarna gaan ze naar de kapper en dan naar de winkel. Ze zijn nu met z’n tweeën, NN-vrouw en [bijnaam prostituee 4]. [naam medeverdachte 1] vraagt waar [bijnaam prostituee 3] is. [bijnaam prostituee 3] ligt op de bank, zegt NN-vrouw. [naam medeverdachte 1] zal zo komen maar hij kan niets kopen, want hij is nu niet alleen.(…) [naam medeverdachte 1] zegt: ‘Jullie mogen niet gezien worden.’

Gesprek d.d. 9 juni 2011 te 16:14 uur:

[naam medeverdachte 1] wordt gebeld door NN-vrouw 1104. [naam medeverdachte 1] vraagt waar ze zijn. Ze zijn om de hoek van het cafeetje waar ze altijd eten. [naam medeverdachte 1] wil weten waarom NN-vrouw zo gek als een deur is. [naam medeverdachte 1] zou naar de kapper komen. NN-vrouw had hem moeten bellen en zeggen dat ze daar zijn weggegaan. [naam medeverdachte 1] had immers geen beltegoed. NN-vrouw zegt dat ze bij een andere kapper zijn. NN-vrouw had het tegen [naam medeverdachte 1] moeten zeggen. NN-vrouw zegt sorry.

De rechtbank constateert dat de vrouwen in deze berichten en gesprekken voor volkomen dagelijkse en bijna futiele dingen verantwoording afleggen en toestemming vragen aan [naam medeverdachte 1]. [naam medeverdachte 1] wil weten waar ze zijn en wordt vervolgens boos, als de NN-vrouw niet bij de kapper blijkt te zijn, maar elders en [naam medeverdachte 1] kennelijk niet weet waar zij en de andere vrouw(en) zijn. Ze krijgen daarbij telefonisch op 9 juni 2011 te 15:09 uur de opdracht ervoor te zorgen dat ze niet gezien worden. Dit telefoongesprek vindt plaats tussen [naam medeverdachte 1] en een NN-vrouw met telefoon nummer [telefoonnummer], een nummer dat in gebruik is bij [naam prostituee 2]. Dat de vrouwen deze boodschap serieus hebben genomen blijkt reeds uit het feit dat later die dag, op 9 juni 2011 omstreeks 18:00 uur, [naam prostituee 2], [naam prostituee 4] en [naam prostituee 3] in de woning [adres 1] worden aangetroffen in een van de binnenzijde afgesloten badkamer.

Kortom: [naam medeverdachte 1] controleert de vrouwen en houdt toezicht op het gaan en staan van de vrouwen. Dit geeft [naam prostituee 1] ook aan. Zij heeft verklaard dat [naam medeverdachte 1] hoofdzakelijk de beslissingen nam en er altijd was: “[naam medeverdachte 1] sliep bij ons, ging met ons naar de winkel, dus hij was er altijd.”

De rechtbank is alles overziend van oordeel dat de vrouwen vergaand onvrij waren en dat er sprake is geweest van dwang en van feitelijkheden in de vorm van ontoelaatbare controle over de vrouwen, zodanig dat gezegd kan worden dat zij hun verdiensten gedwongen moesten afstaan en gedwongen werkten voor verdachte, [naam medeverdachte 1] en [naam medeverdachte 2]. Verdachte is in het geheel aan te merken als medepleger en kan derhalve worden veroordeeld voor mensenhandel.

Anders dan de verdediging hecht de rechtbank geen geloof aan de uitlatingen die [naam prostituee 2], [naam prostituee 4] en [naam prostituee 3] doen tegenover de politie als zij, na hun ontdekking in het pand aan de [adres 1], zeggen geen slachtoffer te zijn van mensenhandel. De zojuist weergegeven feiten en omstandigheden zijn met die uitlatingen in een te grote tegenspraak. Gegeven de voorgaande vaststellingen, acht de rechtbank het ook geenszins onaannemelijk dat zij vooraf geïnstrueerd zijn om iets dergelijks te zeggen. De sms van [naam medeverdachte 1] waarbij de dames nog eens ingescherpt krijgen dat ze niet gezien mogen worden, spreekt voor de rechtbank op dit punt boekdelen.

Het bewijs dat de rechtbank redengevend acht voor haar bewezenverklaring bestaat niet alleen of in overwegende mate uit de inhoud van de verklaring van [naam prostituee 1], zodat er geen sprake is van de situatie als bedoeld in de uitspraak van 10 juli 2012 van het Europese hof voor de rechten van de mens inzake Vidgen, waarop de raadsman een beroep heeft gedaan.

Daar waar er geen bewijs uit andere bron is, zal de rechtbank verdachte vrijspreken. Niet bewezen kan worden dat verdachte de vrouwen gedwongen heeft te starten met werkzaamheden in de prostitutie, noch dat hij en/of [naam medeverdachte 1] en/of [naam medeverdachte 2] geweld hebben gebruikt of gedreigd hebben geweld te gebruiken. Hiervoor is geen ander bewijs voorhanden dan de verklaring van [naam prostituee 1], waarmee niet voldaan is aan het wettelijk vereiste bewijsminimum.

Terug naar 6 juni 2011

Tegen de hiervoor beschreven achtergrond van uitbuiting van [naam prostituee 2], [naam prostituee 4], [naam prostituee 3] en [naam prostituee 1], acht de rechtbank het onaannemelijk dat verdachte in het geheel niet wist wat er speelde tussen [naam medeverdachte 1] en [slachtoffer] met betrekking tot [naam prostituee 1]. Daarmee acht zij het ook onaannemelijk dat verdachte niet wist dat financiële belangen van [naam medeverdachte 1], en afgeleid daarvan van hemzelf, aanleiding vormden voor het afzetten door verdachte van [naam medeverdachte 1] en [naam medeverdachte 2] bij de auto, waarin [bijnaam getuige 1] en [slachtoffer] waren gezeten.

Vervolgens is verdachte naar genoemd bospad gegaan. Aldaar heeft verdachte [slachtoffer] aangetroffen en de andere betrokkenen.

Verdacht betwist echter de verklaring van [slachtoffer] dat hij [slachtoffer] heeft toegevoegd dat [slachtoffer] het geregeld moest zien te krijgen en anders met hem te doen zou krijgen, zodat de rechtbank zich wederom moet afvragen of er voldoende steunbewijs is voor het medeplegen door verdachte van de afpersing van [slachtoffer]. Dat bewijs kan gevonden worden in de verklaring van [bijnaam getuige 1], i.e. [naam getuige 1].

[naam getuige 1] heeft namelijk verklaard dat nadat verdachte bij het bospad was komen aanrijden, [naam medeverdachte 1] naar verdachte toegekomen is en met verdachte heeft gesproken. De auto van verdachte stond volgens [naam getuige 1] misschien een meter van de bank af waarop [slachtoffer] zat. Toen is verdachte ook uitgestapt; verdachte leunde op het portier.

Onder die door [naam getuige 1] beschreven omstandigheden is het voor de rechtbank onaannemelijk dat verdachte in het geheel niets gezegd heeft tegen [slachtoffer]. Daarbij kan het – gezien het bij [slachtoffer] geconstateerde letsel – verdachte op dat moment ook niet ontgaan zijn dat [slachtoffer] inmiddels klappen had gehad. De rechtbank gaat er dan ook vanuit dat verdachte de eis van [naam medeverdachte 1] aan [slachtoffer] om 5000 euro te betalen voor [naam prostituee 1] kracht heeft bijgezet door [slachtoffer] de woorden toe te voegen, overeenkomstig diens verklaring.

Een en ander wordt door de rechtbank opgevat als een poging tot afpersing. Zo bezien ligt een bewezenverklaring van feit 2 voor de hand. Toch komt de rechtbank daar niet aan toe. Voormelde handelingen van verdachte zijn immers niet genoemd als handelingen waaruit de ten laste gelegde poging tot afpersing zou hebben bestaan. Van de wel in de tenlastelegging genoemde handelingen, waaronder overigens ook het tonen van een vuurwapen, waarvoor in het dossier geen bewijs kan worden gevonden, kan niet gezegd worden dat verdachte deze in een nauwe en bewuste samenwerking met de anderen heeft gepleegd. Dit is echter wel nodig om tot een bewezenverklaring te kunnen komen.

Verdachte zal dus, gegeven de onvolkomenheid in de tenlastelegging, moeten worden vrijgesproken van feit 2.

3.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

Feit 4

in de periode van 21 april 2010 tot en met 9 juni 2011 in de gemeente Roermond en de gemeente Maasgouw en de gemeente Kerkrade en de gemeente Heerlen en te Sint Truiden, in België en te Herzogenrath in Duitsland,

tezamen en in vereniging met anderen,

[naam prostituee 1] en [naam prostituee 2] en [naam prostituee 4] en [naam prostituee 3], door dwang en feitelijkheden en door misbruik van een kwetsbare positie heeft gehuisvest en opgenomen, met het oogmerk van uitbuiting van die [naam prostituee 1] en [naam prostituee 2] en [naam prostituee 4] en [naam prostituee 3], en

die [naam prostituee 1] en [naam prostituee 2] en [naam prostituee 4] en [naam prostituee 3] door dwang en feitelijkheden hebben gedwongen hen te bevoordelen uit de opbrengst van dier seksuele handelingen met een derde, en

die [naam prostituee 1] en [naam prostituee 2] en [naam prostituee 4] en [naam prostituee 3] hebben meegenomen naar België en/of Duitsland met het oogmerk die [naam prostituee 1] en [naam prostituee 2] en [naam prostituee 4] en [naam prostituee 3] in België en/of Duitsland ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling, en

opzettelijk voordeel hebben getrokken uit de uitbuiting van die [naam prostituee 1] en [naam prostituee 2] en [naam prostituee 4] en [naam prostituee 3],

bestaande die dwang en die feitelijkheden hieruit dat verdachte en/of zijn mededaders

- die [naam prostituee 1] en [naam prostituee 2] en [naam prostituee 4] en [naam prostituee 3] als prostituee hebben laten werken en

- die [naam prostituee 1] en [naam prostituee 2] en [naam prostituee 4] en [naam prostituee 3] opdracht hebben gegeven om een aantal dagen per week en/of een aantal uren per dag als prostituee te werken en

- ruimtes in Roermond en in Linne (gemeente Maasgouw) en in één of meer andere plaatsen in Nederland en België en Duitsland hebben geregeld, alwaar die [naam prostituee 1] en [naam prostituee 2] en [naam prostituee 4] en [naam prostituee 3] haar prostitutiewerkzaamheden konden/moesten verrichten en

- die [naam prostituee 1] en [naam prostituee 2] en [naam prostituee 4] en [naam prostituee 3] naar/van de plek waar zij zich prostitueerden hebben gebracht en

- het die [naam prostituee 1] en [naam prostituee 2] en [naam prostituee 4] en [naam prostituee 3] meermalen niet hebben toegestaan dat zij zonder toezicht buiten kwamen en

- woonruimte voor die [naam prostituee 1] en [naam prostituee 2] en [naam prostituee 4] en [naam prostituee 3] hebben geregeld en

- hebben zorggedragen voor controle en/of toezicht op de prostitutiewerkzaamheden en/of verdiensten daaruit van die [naam prostituee 1] en [naam prostituee 2] en [naam prostituee 4] en [naam prostituee 3] en

- die [naam prostituee 1] en [naam prostituee 2] en [naam prostituee 4] en [naam prostituee 3] hun verdiensten, althans een aanzienlijk deel daarvan, hebben laten afgeven aan verdachte en/of zijn mededaders en

- hebben verhinderd dat die [naam prostituee 1] en [naam prostituee 2] en [naam prostituee 4] en [naam prostituee 3] uit eigen vrije wil haar prostitutiewerkzaamheden zouden kunnen beëindigen, en

- die [naam prostituee 1] en [naam prostituee 2] en [naam prostituee 4] en [naam prostituee 3] in een door verdachte en/of zijn mededaders gecontroleerde situatie hebben gehouden.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid

Het bewezen verklaarde levert het volgende strafbare feit op:

Feit 4

mensenhandel, gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

5 De strafoplegging

5.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen van 6 jaren.

5.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft geen nadrukkelijk onderbouwd standpunt ingenomen ten aanzien van een op te leggen straf.

5.3 Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is ge¬komen.

Verdachte is langdurig betrokken geweest bij het financieel uitbuiten van vrouwen. Deze vrouwen waren afkomstig uit Letland. In Nederland moesten zij voor verdachte en zijn medeverdachten werken in de prostitutie. De vrouwen werden ernstig beknot in hun vrijheid. Zij werden gebracht naar en gehaald van hun werk en hielden de verdachten tijdens hun werkzaamheden per sms op de hoogte van hun verdiensten. Van hun verdiende geld moesten de vrouwen, na afgifte van de helft daarvan aan de clubeigenaar, ook nog eens de helft aan verdachte en zijn medeverdachten afstaan. De vrouwen moesten zeven dagen per week werken en moesten aan verdachte en zijn medeverdachten toestemming vragen voor een bezoek aan de kapper, winkel of apotheek.

Er is weliswaar geen sprake geweest van directe fysieke dwang of van geweldshandelingen waarmee de vrouwen gedwongen werden zich te prostitueren en geld af te staan, maar als één van hen, [naam prostituee 1], zich kennelijk wil losmaken, volgt er wel degelijk geweld, waarvan [slachtoffer] het slachtoffer is geworden. Geweld lijkt er zo gewoon bij te horen, als de financiële belangen van verdachte en zijn medeverdachten worden gefrustreerd. Voor de rechtbank en de samenleving valt niet te begrijpen waarom jonge mannen als verdachte menen op deze manier aanspraak te kunnen maken op de inkomsten van een groep vrouwen, die een zwaar beroep uitoefenen en in een kwetsbare positie verkeren. Met dit alles heeft verdachte blijk gegeven van een groot gebrek aan normbesef. Een andere of lichtere straf dan een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf is dan ook niet aan de orde.

Gegeven de uitspraken met betrekking tot mensenhandel in vergelijkbare zaken, acht de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 40 maanden gepast.

Van factoren die aanleiding zouden kunnen zijn tot het opleggen van een lagere straf is geen sprake. De rechtbank zal dan ook 40 maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf opleggen met aftrek van het voorarrest van verdachte.

6 Het beslag

De in beslag genomen gsm van verdachte zal de rechtbank verbeurdverklaren. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de feiten met behulp van deze telefoon zijn begaan.

7 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 33, 33a, 45, 57, 273f, 312, 317 van het Wetboek van Strafrecht.

8 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van de onder feit 1, feit 2 en feit 3 ten laste gelegde feiten;

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 3.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;

- verklaart verdachte strafbaar;

Straffen

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 40 maanden;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

Beslag

- verklaart verbeurd het volgende in beslag genomen, nog niet terug gegeven voorwerp:

1 1.00 STK GSM NOKIA

1940797

Dit vonnis is gewezen door mr. M.B. Bax, voorzitter, mr. J.S. Holthuis en mr. C.G.A. Wouters, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.P. Jansen, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 30 januari 2013.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is na wijziging ten laste gelegd dat

1.

hij op of omstreeks 06 juni 2011 in de gemeente Heerlen en/of de gemeente Kerkrade, althans in het arrondissement Maastricht, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft (hebben) hij verdachte en/of een of meer van zijn mededader(s) met dat opzet meermalen, althans eenmaal, de auto waarin [slachtoffer] zich bevond, klemgereden, althans hebben de verdachte en/of zijn mededaders hun auto op een zodanige plaats tot stilstand gebracht dat de auto waarin [slachtoffer] zich bevond, de bedoelde weg niet kon vervolgen en/of heeft verdachte en/of zijn mededaders die [slachtoffer] geslagen en/of die [slachtoffer] tegen zijn wil in een (rijdende) auto gehouden en/of die [slachtoffer] (terug) in de auto getrokken en/of die [slachtoffer] - toen hij op het bospad trachtte te vluchten - achtervolgd en voorkomen dat hij zijn vlucht kon voltooien;

2.

hij in of omstreeks de periode van 18 mei tot en met 6 juni 2011 in de gemeente Heerlen en/of de gemeente Kerkade, althans in het arrondissement Maastricht, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] te dwingen tot de afgifte van een hoeveelheid geld (5000 euro), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan voornoemde [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) met dat opzet,

- die [slachtoffer] meerdere malen, althans eenmaal heeft/hebben geslagen en/of geschopt en/of

- die [slachtoffer] een (vuur)wapen heeft/hebben getoond en/of

- tegen die [slachtoffer] heeft/hebben gezegd dat hij, verdachte, het hoofd van de dochter van die [slachtoffer] naar [slachtoffer] zou brengen, indien die [slachtoffer] niet zou betalen, althans woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3.

hij op of omstreeks 06 juni 2011 in de gemeente Heerlen en/of de gemeente Kerkrade, althans in het arrondissement Maastricht, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer]) meermalen, althans eenmaal, heeft geslagen en/of geschopt, waardoor voornoemde [slachtoffer] letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

4.

hij in of omstreeks de periode van 21 april 2010 tot en met 19 juli 2011 in de gemeente Roermond en/of de gemeente Maasgouw en/of de gemeente Kerkrade en/of de gemeente Heerlen, in elk geval in Nederland en/of te Sint Truiden, in elk geval in België en/of te Herzogenrath, in elk geval in Duitsland en/of te Riga, in elk geval in Letland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

[naam prostituee 1] en/of [naam prostituee 2] en/of [naam prostituee 4] en/of [naam prostituee 3], door dwang en/of geweld en/of één of meer andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door bedreiging met geweld en/of bedreiging met één of meer andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door afpersing en/of door misleiding en/of door misbruik van een kwetsbare positie heeft geworven en/of gehuisvest en/of opgenomen, (telkens) met het oogmerk van uitbuiting van die [naam prostituee 1] en/of [naam prostituee 2] en/of [naam prostituee 4] en/of [naam prostituee 3], en/of

die [naam prostituee 1] en/of [naam prostituee 2] en/of [naam prostituee 4] en/of [naam prostituee 3] heeft/hebben aangeworven en/of medegenomen en/of doen brengen (vanuit Letland) naar Nederland met het oogmerk die [naam prostituee 1] en/of [naam prostituee 2] en/of [naam prostituee 4] en/of [naam prostituee 3] ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handeling(en) met en/of voor een derde tegen betaling, en/of

die [naam prostituee 1] en/of [naam prostituee 2] en/of [naam prostituee 4] en/of [naam prostituee 3] door dwang en/of geweld en/of één of meer andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door bedreiging met geweld en/of bedreiging met één of meer andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door afpersing en/of door misleiding en/of door misbruik uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare situatie heeft/hebben gedwongen en/of bewogen hem/hen te bevoordelen uit de opbrengst van diens seksuele handeling(en) met en/of voor een derde, en/of

die [naam prostituee 1] en/of [naam prostituee 2] en/of [naam prostituee 4] en/of [naam prostituee 3] heeft/hebben medegenomen naar België en/of Duitsland met het oogmerk die [naam prostituee 1] en/of [naam prostituee 2] en/of [naam prostituee 4] en/of [naam prostituee 3] in België en/of Duitsland ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handeling(en) met en/of voor een derde tegen betaling, en/of

opzettelijk voordeel heeft/hebben getrokken uit de uitbuiting van die [naam prostituee 1] en/of [naam prostituee 2] en/of [naam prostituee 4] en/of [naam prostituee 3],

bestaande die dwang en/of dat geweld en/of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld en/of bedreiging met die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die afpersing en/of die misleiding en/of dat misbruik (telkens) hieruit dat verdachte en/of zijn mededader(s)

- die [naam prostituee 1] en/of [naam prostituee 2] en/of [naam prostituee 4] en/of [naam prostituee 3] als prostituee heeft/hebben laten werken en/of

- die [naam prostituee 1] en/of [naam prostituee 2] en/of [naam prostituee 4] en/of [naam prostituee 3] opdracht heeft/hebben gegeven en/of onder druk heeft/hebben gezet om een aantal dagen per week en/of een aantal uren per dag als prostituee te werken en/of

- één of meer kamer(s)/ruimte(s) in Roermond en/of in Linne (gemeente Maasgouw) en/of in één of meer andere plaats(en) (elders) in Nederland en/of België en/of Duitsland heeft/hebben geregeld, alwaar die [naam prostituee 1] en/of [naam prostituee 2] en/of [naam prostituee 4] en/of [naam prostituee 3] haar prostitutiewerkzaamheden kon(den)/moest(en) verrichten en/of

- die [naam prostituee 1] en/of [naam prostituee 2] en/of [naam prostituee 4] en/of [naam prostituee 3] naar/van de plek waar zij zich prostitueerde(n) heeft/hebben gebracht en/of

- het die [naam prostituee 1] en/of [naam prostituee 2] en/of [naam prostituee 4] en/of [naam prostituee 3] meermalen niet heeft/hebben toegestaan dat zij zonder toezicht buiten kwam(en) en/of

- toezicht heeft/hebben gehouden op die [naam prostituee 1] en/of [naam prostituee 2] en/of [naam prostituee 4] en/of [naam prostituee 3] tijdens hun (prostitutie)werkzaamheden

- woonruimte voor die [naam prostituee 1] en/of [naam prostituee 2] en/of [naam prostituee 4] en/of [naam prostituee 3] heeft/hebben geregeld en/of

- heeft/hebben zorggedragen voor controle en/of toezicht op de prostitutiewerkzaamheden en/of verdiensten (daaruit) van die [naam prostituee 1] en/of [naam prostituee 2] en/of [naam prostituee 4] en/of [naam prostituee 3] en/of

- die [naam prostituee 1] en/of [naam prostituee 2] en/of [naam prostituee 4] en/of [naam prostituee 3] al hun/haar verdiensten, althans een aanzienlijk deel daarvan, heeft/hebben laten afgeven aan verdachte en/of zijn mededader(s), althans die [naam prostituee 1] en/of [naam prostituee 2] en/of [naam prostituee 4] en/of [naam prostituee 3] geen gedeelte, althans weinig van hun/haar verdiensten heeft/hebben laten behouden en/of

- die [naam prostituee 2] tegen een (sauna)verwarmingselement heeft/hebben geduwd en/of een blauw oog heeft/hebben geslagen en/of

- die [naam prostituee 3] heeft/hebben meegenomen naar een bos en/of haar (daar) heeft/hebben mishandeld en/of tegen die [naam prostituee 3] heeft/hebben gezegd dat zij niet naar huis zou gaan en/of die [naam prostituee 3] (kort na de mishandeling) heeft/hebben laten zien aan die [naam prostituee 1] en/of [naam prostituee 2] en/of [naam prostituee 4] en/of (daarbij) heeft/hebben gezegd: "kijk hier is het resultaat", althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of tegen die [naam prostituee 1] heeft/hebben gezegd dat zij moest opletten en dat zij het niet in haar hoofd moest halen om te vluchten en/of hulp te krijgen bij het vluchten anders zou haar hetzelfde overkomen, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of

- andere personen heeft/hebben mishandeld en/of

- die [naam prostituee 1] en/of [naam prostituee 2] en/of [naam prostituee 3] een vuurwapen, althans een op een wapen gelijkend voorwerp heeft/hebben getoond en/of laten zien en/of (vervolgens) die [naam prostituee 1] en/of [naam prostituee 2] en/of [naam prostituee 3] een plankje (met kogelgaten) heeft/hebben getoond en/of laten zien en/of

- tegen die [naam prostituee 1] heeft/hebben gezegd dat hij en/of zijn mededader(s) haar vriend zal/zullen doodschieten en/of een oor van haar vriend zal/zullen afsnijden en/of

- die [naam prostituee 1] een mes heeft/hebben getoond en/of (daarbij) heeft/hebben gezegd dat zij moest oppassen dat hij, verdachte S. [naam medeverdachte 1], [voornaam slachtoffer] niet iets zou aandoen, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of

- heeft/hebben verhinderd dat die [naam prostituee 1] en/of [naam prostituee 2] en/of [naam prostituee 4] en/of [naam prostituee 3] uit eigen vrije wil haar prostitutiewerkzaamheden zou(den) kunnen beëindigen, en/of

- die [naam prostituee 1] en/of [naam prostituee 2] en/of [naam prostituee 4] en/of [naam prostituee 3] in een door verdachte en/of zijn mededader(s) gecontroleerde situatie heeft/hebben gehouden, in elk geval één of meer (andere) handelingen heeft/hebben verricht, strekkende tot het brengen en/of houden van die [naam prostituee 1] en/of [naam prostituee 2] en/of [naam prostituee 4] en/of [naam prostituee 3] in een dwang- en/of uitbuitingssituatie, in elk geval in een van verdachte en/of zijn mededader(s) afhankelijke positie.