Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2013:BY9125

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
22-01-2013
Datum publicatie
22-01-2013
Zaaknummer
03-700772-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Inrijden op politieagent; vrijspraak poging zware mishandeling; veroordeling voor eenvoudige mishandeling. Diefstal van een auto en diefstallen uit een auto; gelet op het korte tijdsverloop tussen de diefstallen en het aantreffen van verdachte met de gestolen spullen en het ontbreken van een plausibele verklaring hiervoor van verdachte en zijn medeverdachte, kan de rechtbank niet anders dan concluderen dat verdachte en de medeverdachte zich schuldig hebben gemaakt aan de genoemde diefstallen. Gevangenisstraf van vijf maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

parketnummer: 03/700772-12

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 22 januari 2013

in de strafzaak tegen

[naam verdachte],

geboren te [geboortegegevens verdachte],

wonende te [adresgegevens verdachte].

Raadsman is mr. L.H.J. Dabekausen, advocaat te Heerlen.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de politierechterzitting van 15 november 2012 en, na doorverwijzing naar de meervoudige kamer, op 8 januari 2013, waarbij de officier van justitie, de verdediging en de verdachte hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Feit 1: heeft geprobeerd aan politieambtenaar [slachtoffer 4]zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, dan wel dat hij deze heeft mishandeld;

Feit 2: samen met (een) ander(en) een auto heeft gestolen, dan wel dat hij die auto heeft geheeld;

Feit 3: samen met (een) ander(en) goederen uit een bestelbus heeft gestolen, dan wel dat hij deze goederen heeft geheeld;

Feit 4: samen met (een) ander(en) goederen uit een auto heeft gestolen, dan wel dat hij deze goederen heeft geheeld.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het onder 1 primair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen. Hij heeft daartoe aangevoerd dat verdachte met de auto waarin hij zat is gaan rijden, terwijl hij wist dat verbalisant [slachtoffer 4]zich vlakbij die auto bevond. Indien [slachtoffer 4]niet was weggesprongen en verdachte hem harder had geraakt, had [slachtoffer 4]zwaar lichamelijk letsel opgelopen.

Ook ter zake van de feiten 2, 3 en 4 acht de officier van justitie het primair tenlastegelegde steeds wettig en overtuigend bewezen, gelet op het feit dat verdachte en zijn mededader door de verbalisanten zijn herkend terwijl zij zich in een auto bevonden die slechts kort daarvoor was gestolen, terwijl in die auto ook nog andere van diefstal afkomstige goederen lagen. Deze uiterlijke verschijningsvorm leidt tot de conclusie dat verdachte en zijn mededader de auto hebben gestolen, evenals de daarin aangetroffen goederen.

3.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft ten aanzien van het onder 1 primair en subsidiair tenlastegelegde vrijspraak bepleit. Volgens de verdediging is er geen bewijs voorhanden dat er bloot opzet bij verdachte aanwezig was op het veroorzaken van zwaar lichamelijk letsel bij de verbalisant. Evenmin is bewijs voorhanden dat wijst op voorwaardelijk opzet daartoe, nu nergens uit blijkt dat verdachte wist dat de verbalisant zich op korte afstand van de auto bevond. Evenmin kan naar het oordeel van de verdediging worden vastgesteld dat de verbalisant zwaar lichamelijk letsel had kunnen oplopen. Een zijdelingse aanrijding vanuit stilstand zal naar de algemene ervaringsregels immers geen zwaar lichamelijk letsel opleveren. Ten aanzien van de onder 2 primair, 3 primair en 4 primair tenlastegelegde feiten heeft de raadsman vrijspraak bepleit, nu er geen daadwerkelijk bewijs is dat verdachte deze diefstallen heeft gepleegd, maar dit slechts op een vermoeden gebaseerd is. Voor het overige heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

3.3 Het oordeel van de rechtbank

Feit 1

De verbalisanten [slachtoffer 4]en [S.] hebben gerelateerd dat zij op 2 oktober 2012 omstreeks 1.15 uur een voertuig, voorzien van het kenteken [KENTEKEN 1], zien rijden. Als het voertuig op hen af komt rijden, zien zij dat de bestuurder van het voertuig de hen ambtshalve bekende [naam verdachte]is. De bijrijder herkennen zij als de hen ambtshalve bekende [naam medeverdachte]. Verbalisanten geven een stopteken en zetten de achtervolging in als dit stopteken door verdachte wordt genegeerd. De auto rijdt zich even later vast op de [K.weg] te Landgraaf.

Op 2 oktober 2012 heeft [slachtoffer 4], werkzaam als wachtmeester bij de Koninklijke Marechaussee, aangifte gedaan van zware mishandeling. Hij heeft verklaard dat hij in de nacht van 1 oktober op 2 oktober 2012 nachtdienst had en dat hij tijdens zijn nachtdienst uit zijn auto stapte, omdat een Opel Kadett, voorzien van het kenteken [KENTEKEN 1], tot stilstand was gekomen op de [K.weg] te Landgraaf. Verdachte reed als bestuurder in deze auto. [slachtoffer 4]heeft verklaard dat hij naar de auto toeliep, tegen het raam van het linker voorportier tikte en dit portier wilde openen. Op dat moment gaf verdachte behoorlijk wat gas en reed hij met een flinke vaart weg. Daarbij stuurde hij sterk naar links, in de richting van [slachtoffer 4], waardoor de linkerzijde van de auto het linkerbeen van [slachtoffer 4]raakte, ter hoogte van de knie. Hierdoor heeft hij pijn ondervonden, aldus [slachtoffer 4]. Uit medische informatie over [slachtoffer 4]blijkt dat hij een verwonding (contusie) aan zijn linkerknie had.

De auto is op enige afstand van de plaats van dit incident leeg aangetroffen. Door gebruik te maken van een speurhond die een geurspoor vanaf de bestuurderszijde van de Opel Kadett volgde, werd verdachte liggend in het struikgewas aangetroffen.

Verdachte heeft zich beroepen op zijn zwijgrecht. Wel heeft hij na zijn verhoor tegen een verbalisant gezegd dat het niet zijn bedoeling was om tegen de politieagent aan te rijden en dat deze niet voor zijn auto had moeten springen.

Op grond van het hiervoor aangehaalde proces-verbaal van bevindingen en de aangifte van verbalisant [slachtoffer 4]is de rechtbank van oordeel dat verdachte als bestuurder van de Opel Kadett heeft opgetreden, nu twee verbalisanten dit verklaren en ook de speurhond vanuit de bestuurdersplaats naar verdachte liep . Uit de foto’s van de plaats delict die zich in het dossier bevinden leidt de rechtbank af dat de [K.weg] te Landgraaf een zeer smalle landweg is. Verbalisant [slachtoffer 4]wilde het portier aan de bestuurderszijde openen en bevond zich dus zeer dicht bij de auto. Gelet op de korte afstand tussen verdachte en [slachtoffer 4]kan verdachte dat niet zijn ontgaan. Verdachte reed toch weg, terwijl [slachtoffer 4]vlakbij zijn auto stond. Hierdoor werd [slachtoffer 4]door de auto geraakt.

Gelet op deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat hij [slachtoffer 4]bij het wegrijden zou kunnen raken.

Echter, [slachtoffer 4]stond naast de auto die vanuit stilstand optrok. Veel snelheid kan deze auto dus onmogelijk hebben ontwikkeld in de zeer korte tijd vanuit optrekken tot het moment dat [slachtoffer 4]werd geraakt. Onder die omstandigheden valt nooit uit te sluiten dat [slachtoffer 4]zwaar lichamelijk letsel zou kunnen oplopen maar de kans daarop acht de rechtbank niet aanmerkelijk. Nu er geen sprake is van een aanmerkelijke kans op het ontstaan van zwaar lichamelijk letsel spreekt de rechtbank verdachte vrij van het onder 1 primair tenlastegelegde.

Wel staat vast dat [slachtoffer 4]als gevolg van de aanraking met de auto enig letsel heeft bekomen. De kans op het ontstaan van enig letsel bij een botsing met een auto, ook al rijdt die langzaam, acht de rechtbank wel aanmerkelijk. Zoals hiervoor al overwogen wist verdachte ook dat [slachtoffer 4]vlak naast zijn auto stond. Derhalve heeft hij, door toch weg te rijden, de kans op het ontstaan van enig letsel ook willens en wetens aanvaard. Daarom acht de rechtbank wel wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [slachtoffer 4]heeft mishandeld, door deze met een auto aan te rijden.

Feiten 2, 3 en 4

Op 2 oktober 2012 heeft [slachtoffer 1]aangifte gedaan van diefstal van zijn personenauto van het merk Opel, voorzien van het kenteken [KENTEKEN 1]. Hij heeft verklaard dat hij zijn auto omstreeks 17.30 uur parkeerde aan de [K.straat] te Landgraaf. Omstreeks 02.00 uur zag hij dat zijn auto weg was. Op 2 oktober 2012 omstreeks 01.15 uur werd verdachte door verbalisanten herkend als bestuurder van deze auto. Medeverdachte [naam medeverdachte] werd herkend als de bijrijder. Onderzoek aan de auto wijst uit dat beide achterramen vernield waren en dat het slot van het bestuurdersportier en het contactslot geforceerd waren. Op de bodem van de vloer van de bijrijderplaats lag een autoradio van het merk Pioneer, type DEH2020MP, voorzien van het serienummer HHTM232352FW. Op de achterbank lagen een blauwe compressor van het merk Magnum, een geel nietapparaat van het merk Bostich, een oranje nietapparaat, een blauwe boormachine van het merk Makita, een zwarte bouwlamp en een aluminium zaaggeleider van het merk Festool in een blauwe tas.

Op 2 oktober 2012 werd namens [slachtoffer 2]aangifte gedaan van diefstal uit een bestelauto van het merk Toyota, type Hiace, voorzien van het kenteken [KENTEKEN 2]. Op 1 oktober 2012 om 21.00 uur parkeerde aangever de bestelauto aan de [L.straat]te Landgraaf. Toen hij in de ochtend van 2 oktober 2012 bij de auto kwam, zag hij dat het slot van de bagageklep geforceerd was. Uit de bestelauto waren de volgende goederen weggenomen: een geleider van het merk Festool, een hamer van het merk Bosch, een blauwe compressor, een bouwlamp en een accuschroefmachine van het merk Makita. De aangever herkende de in de Opel aangetroffen goederen als de goederen die uit zijn bestelauto waren ontvreemd.

Op 2 oktober 2012 werd eveneens aangifte gedaan door [slachtoffer 3]van diefstal uit een personenauto. Hij heeft verklaard dat hij zijn auto van het merk Mitsubishi, type Space star, op 1 oktober 2012 omstreeks 23.00 uur voor zijn woning te Landgraaf parkeerde. Om 1.00 uur ’s nachts heeft aangever nog naar buiten gekeken en was er niets aan de hand. In de ochtend van 2 oktober 2012 bleek dat de auto was opengebroken en dat de autoradio/cdspeler van het merk Pioneer met daarin een cd, kleingeld en snoepgoed uit de auto waren weggenomen. De aangever herkende de in de Opel aangetroffen autoradio als zijn eigen autoradio. Verdachte ontkent dat hij de bestuurder van de auto was. Zowel hij als zijn medeverdachte beroepen zich op hun zwijgrecht.

Op grond van de hiervoor aangehaalde bewijsmiddelen overweegt de rechtbank als volgt.

Op 1 oktober 2012 na 17.30 uur werd te Landgraaf een personenauto van het merk Opel gestolen. Tevens werden na 21.00 uur diezelfde avond uit een bestelauto verschillende gereedschappen gestolen en in de nacht van 2 oktober 2012 na 1.00 uur uit een personenauto onder andere een autoradio. Omstreeks 1.15 uur die nacht is verdachte herkend als bestuurder van de gestolen Opel, met medeverdachte [naam medeverdachte] als zijn bijrijder. Na de aanhouding van verdachte is een onderzoek ingesteld aan de Opel, die diverse sporen van braak vertoont. In de auto worden zowel de gestolen autoradio ook de gestolen gereedschappen aangetroffen. Tussen de diefstal van de personenauto en het waarnemen van verdachte en zijn medeverdachte in deze auto zijn slechts zeven à acht uren verstreken. Ten aanzien van de gestolen goederen die in de auto zijn aangetroffen is deze tijdspanne beduidend korter. Gelet op het korte tijdsverloop tussen de diefstallen en het aantreffen van verdachte met de gestolen spullen en het ontbreken van een plausibele verklaring hiervoor van verdachte en zijn medeverdachte, kan de rechtbank niet anders dan concluderen dat verdachte en de medeverdachte zich schuldig hebben gemaakt aan de genoemde diefstallen. De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte en zijn mededader een personenauto, diverse gereedschappen en een autoradio, een cd, kleingeld en snoepgoed hebben gestolen.

3.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1. subsidiair

op 02 oktober 2012 in de gemeente Landgraaf opzettelijk mishandelend als bestuurder van een auto (merk Opel, kenteken [KENTEKEN 1]) met voornoemde auto tegen een knie van een politieambtenaar gedurende of ter zake de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, genaamd [slachtoffer 4], is aangereden, waardoor deze letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden;

2. primair

in de periode van 1 oktober 2012 tot en met 2 oktober 2012 in de gemeente Landgraaf tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een personenauto (merk Opel, kenteken [KENTEKEN 1]), geparkeerd staande op de [K.straat], toebehorende aan [slachtoffer 1], waarbij verdachte en zijn mededader die weg te nemen personenauto onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak;

3. primair

in de periode van 1 oktober 2012 tot en met 2 oktober 2012 in de gemeente Landgraaf tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een bestelauto (merk Toyota, type Hiace, kenteken [KENTEKEN 2]) heeft weggenomen een hoeveelheid bouw- en installatiemateriaal en een hoeveelheid handgereedschap en een compressor en een bouwlamp toebehorende aan [slachtoffer 2], waarbij verdachte en zijn mededader de weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak;

4. primair

op 02 oktober 2012 in de gemeente Landgraaf tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een personenauto (merk Mitsubishi, type Space Star, kenteken [kenteken 3]) heeft weggenomen een autoradio/cdspeler en een cd en een hoeveelheid kleingeld en snoep toebehorende aan [slachtoffer 3], waarbij verdachte

en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft en de weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

feit 1 subsidiair:

mishandeling, terwijl het misdrijf wordt gepleegd tegen een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening;

feit 2 primair:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

feit 3 primair:

diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

feit 4 primair:

diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft of het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak of verbreking.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

5 De strafoplegging

5.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 9 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.

5.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht rekening te houden met het omtrent de persoon van verdachte opgemaakte reclasseringsrapport. Tevens heeft hij erop gewezen dat verdachte zijn leven wil beteren en heeft hij verzocht een straf op te leggen die daarbij constructief kan zijn.

5.3 Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is ge¬komen.

Verdachte heeft een politieagent in functie mishandeld, door met een auto tegen zijn knie aan te rijden. Daarnaast heeft hij samen met medeverdachte [naam medeverdachte] een auto gestolen en twee diefstallen uit auto’s gepleegd.

De officier van justitie heeft een gevangenisstraf van negen maanden waarvan drie voorwaardelijk geëist. Nu verdachte bij de reclassering heeft aangegeven niet mee te willen werken aan de te stellen bijzondere voorwaarde van een klinische opname, ziet de rechtbank geen aanleiding tot het opleggen van een deels voorwaardelijke straf. Dat betekent dat de rechtbank als uitgangspunt neemt een gevangenisstraf van zes maanden onvoorwaardelijk. Aangezien de rechtbank, anders dan de officier van justitie, bij het eerste feit niet het primaire maar het subsidiaire bewezen acht, vindt de rechtbank alles overwegende een gevangenisstraf van vijf maanden, met aftrek van voorarrest, een passende straf. De rechtbank heeft hierbij ook in overweging genomen de straf die aan de medeverdachte is opgelegd.

6 De benadeelde partijen

[slachtoffer 4]

De benadeelde partij [slachtoffer 4]vordert een schadevergoeding van € 600,- ter zake van feit 1.

De officier van justitie heeft gevorderd deze vordering geheel toe te wijzen, vermeerderd met de wettelijke rente en tevens de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

De raadsman heeft primair verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in zijn vordering, omdat verdachte naar zijn mening van het onder 1 primair en subsidiair tenlastegelegde dient te worden vrijgesproken. Subsidiair heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat de vordering dient te worden afgewezen, omdat deze onvoldoende is onderbouwd.

De rechtbank overweegt, gelet op het verhandelde ter terechtzitting en het dossier, dat voldoende vast staat dat [slachtoffer 4]immateriële schade heeft geleden. Verdachte is immers met een auto tegen hem aangereden. De rechtbank zal de vordering naar billijkheid toewijzen tot een bedrag van € 300,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 2 oktober 2012 tot aan de dag van volledige voldoening. Zij zal tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen. Voor het overige wijst de rechtbank de vordering af.

[slachtoffer 1]

De benadeelde partij [slachtoffer 1]vordert een schadevergoeding van € 979,17 ter zake van feit 2, waarvan € 479,17 materiële schade en € 500,- immateriële schade.

De officier van justitie heeft gevorderd de vordering voor wat betreft de materiële schade toe te wijzen en de benadeelde partij voor wat betreft de immateriële schade niet-ontvankelijk te verklaren. Tevens heeft hij gevorderd de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

De raadsman heeft verzocht de vordering voor wat betreft de immateriële schade af te wijzen, nu deze onvoldoende is onderbouwd. Ten aanzien van de materiële schade heeft hij zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank overweegt, gelet op het verhandelde ter terechtzitting en het dossier, dat voldoende vast staat dat [slachtoffer 1]materiële schade heeft geleden. Verdachte heeft immers diens auto gestolen, waarbij schade aan die auto is ontstaan. Het hiervoor door de benadeelde partij gevorderde bedrag komt de rechtbank niet onredelijk voor. De rechtbank wijst de vordering toe ten aanzien van de materiële schade van € 479,17, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 2 oktober 2012 tot aan de dag van volledige voldoening. Zij zal tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

Ten aanzien van de gevorderde immateriële schade overweegt de rechtbank dat deze niet voor toewijzing in aanmerking komt, nu de wet geen mogelijkheid biedt tot vergoeding van immateriële schade als gevolg van geleden materiële schade. De rechtbank wijst de vordering dan ook voor het overige af.

7 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 24c, 36f, 57, 300, 304, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

8 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van het onder 1 primair tenlastegelegde feit;

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 3.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;

- verklaart verdachte strafbaar;

Straffen

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van vijf maanden;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

Benadeelde partijen

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 4]van € 300,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 2 oktober 2012 tot aan de dag der algehele vergoeding;

- wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4]voor het overige af;

- veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij [slachtoffer 4]in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil;

- veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1]van € 479,17, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 oktober 2012 tot aan de dag der algehele vergoeding;

- wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]voor het overige af;

- veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij [slachtoffer 1]in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van de hierna te nomen slachtoffers de daarbij vermelde bedragen te betalen, bij gebreke van betaling te vervangen door het daarbij vermelde aantal dagen hechtenis en vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 2 oktober 2012 respectievelijk 1 oktober 2012:

- [slachtoffer 4] € 300,- 6 dagen hechtenis,

- [slachtoffer 1] € 479,17 9 dagen hechtenis,

- met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partijen vervalt en omgekeerd;

- bepaalt dat voor zover het bedrag van € 479,17 door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de Staat te betalen.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.M.E. Kessels, voorzitter, mr. R.A.J. van Leeuwen en

mr. S.V. Pelsser, rechters, in tegenwoordigheid van mr. K. Mahovic, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 22 januari 2013.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

1.

hij op of omstreeks 2 oktober 2012 in de gemeente Landgraaf ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een politieambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, genaamd [slachtoffer 4], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet als bestuurder van een auto (merk Opel, kenteken [KENTEKEN 1]) met voornoemde auto (een behoorlijke hoeveelheid) gas heeft gegeven en/of (met een flinke vaart) naar en/of in de richting van die [slachtoffer 4]is gereden en/of (vervolgens) met voornoemde auto tegen een been en/of een knie, althans het lichaam van die [slachtoffer 4]is aangereden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

hij op of omstreeks 02 oktober 2012 in de gemeente Landgraaf opzettelijk mishandelend als bestuurder van een auto (merk Opel, kenteken [KENTEKEN 1]) met voornoemde auto tegen een been en/of een knie, althans het lichaam van een politieambtenaar gedurende of ter zake de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, genaamd [slachtoffer 4], is aangereden, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

2.

hij in of omstreeks de periode van 1 oktober 2012 tot en met 2 oktober 2012 in de gemeente Landgraaf tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een (personen)auto (merk Opel, kenteken [KENTEKEN 1]), geparkeerd staande op of nabij de [K.straat], in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen (personen)auto onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;

subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

hij in of omstreeks de periode van 1 oktober 2012 tot en met 2 oktober 2012 in de gemeente Landgraaf, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een (personen)auto (merk Opel, kenteken [KENTEKEN 1]) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die (personen)auto wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

3.

hij in of omstreeks de periode van 1 oktober 2012 tot en met 2 oktober 2012 in de gemeente Landgraaf tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een (bestel)auto (merk Toyota, type Hiace, kenteken [KENTEKEN 2]) heeft weggenomen een hoeveelheid bouw- en/of installatiemateriaal en/of een hoeveelheid handgereedschap en/of een compressor en/of een bouwlamp, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

hij in of omstreeks de periode van 1 oktober 2012 tot en met 2 oktober 2012 in de gemeente Landgraaf, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een hoeveelheid bouw- en/of installatiemateriaal en/of een hoeveelheid handgereedschap en/of een compressor en/of een bouwlamp heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voornoemde goed(eren) wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

4.

hij op of omstreeks 02 oktober 2012 in de gemeente Landgraaf tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een (personen)auto (merk Mitsubishi, type Space Star, kenteken [kenteken 3]) heeft weggenomen een autoradio/cdspeler en/of een cd en/of een hoeveelheid kleingeld en/of snoep, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte

en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

Subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

hij op of omstreeks 02 oktober 2012 in de gemeeente Landgraaf, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een autoradio/cdspeler en/of een cd en/of een hoeveelheid kleingeld en/of snoep heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voornoemde goed(eren) wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.