Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2013:BY8739

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
10-01-2013
Datum publicatie
17-01-2013
Zaaknummer
C/04/119954 / KG ZA 12-243
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Aanbestedingsprocedure? De gemeente heeft om niet een perceel grond in gebruik gegeven t.b.v. een noodvoorziening kinderopvang. De procedure die de gemeente daarbij heeft gevolgd is geen aanbestedingsprocedure in de zin van het aanbestedingsrecht, maar lijkt daar wel veel op. Dit laatste is de reden dat de voorzieningenrechter artikel 66 Bao analogisch heeft toegepast op de door de gemeente gevoerde procedure.

Wetsverwijzingen
Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten
Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten 55
Burgerlijk Wetboek Boek 3
Burgerlijk Wetboek Boek 3 14
Burgerlijk Wetboek Boek 6
Burgerlijk Wetboek Boek 6 217
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RVR 2013/42
JAAN 2013/65 met annotatie van mr. L. Mundt en mr. T.A. Terlien
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK LIMBURG

Team burgerlijk recht

Zittingsplaats Roermond

zaaknummer / rolnummer: C/04/119954 / KG ZA 12-243

Vonnis in kort geding van 10 januari 2013

in de zaak van

de vennootschap onder firma WEE-PLAY KINDEROPVANG,

gevestigd te Vlodrop,

eiseres,

advocaat mr. H.A.A. Berendsen,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon GEMEENTE ROERDALEN,

zetelend te Sint Odiliënberg,

gedaagde,

advocaat mr. J.B.Th. van ’t Grunewold.

en tegen

de stichting STICHTING KINDEROPVANG ROERSTREEK,

gevestigd te Posterholt,

interveniënt,

advocaat mr. drs. M.G.G. van Nisselroij.

Partijen zullen hierna Wee-Play, de gemeente en SKR genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met bijlagen;

- de productie van de gemeente, ingediend bij brief van haar advocaat van 17 december 2012;

- de producties van Wee-Play, ingediend bij brief van haar advocaat van 18 december 2012;

- de incidentele conclusie tot tussenkomst subsidiair voeging van SKR, ingediend door haar advocaat bij brief van 18 december 2012;

- de producties van SKR, ingediend bij brief van haar advocaat van 19 december 2012;

- de mondelinge behandeling;

- de pleitnota van Wee-Play;

- de pleitnota van de gemeente,

- de pleitnota van SKR.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. In alle kernen van de gemeente, waaronder de kern Montfort, worden in beginsel per 1 januari 2013 de peuterspeelzalen gesloten. Voor de opvang van kinderen kan een beroep worden gedaan op kinderopvang die door private aanbieders wordt verzorgd. Inmiddels is duidelijk geworden dat de streefdatum 1 januari 2013 niet haalbaar is en dat realisatie van een (nood)voorziening kinderopvang pas in januari of februari 2013 mogelijk is.

2.2. Met betrekking tot kinderopvang zijn Wee-Play en SKR binnen de gemeente en dus ook in de kern Montfort werkzaam.

2.3. Op 11 oktober 2012 heeft er een gesprek plaatsgevonden tussen de gemeente, Wee-Play en SKR. In dit gesprek heeft de gemeente Wee-Play en SKR verzocht uiterlijk 29 oktober 2012 een offerte in te dienen om - voor zover haalbaar - per 1 januari 2013 een noodvoorziening kinderopvang voor 0 tot 4 jarigen te realiseren bij basisschool de Hovenier te Montfort. De noodvoorziening zal dienst moeten doen tot 1 januari 2020 en mogelijk gecontinueerd worden vanaf 2020 in de basisschool.

2.4. Naar aanleiding van het gesprek van 11 oktober 2012 heeft de gemeente op

12 oktober 2012 aan Wee-Play en SKR per email haar doelstelling en uitgangspunten alsmede de criteria die de gemeente zal hanteren om tot een keuze van een aanbieder van kinderopvang te komen bevestigd. Voor zover van belang houdt deze email het volgende in:

Doelstelling: realiseren van een noodvoorziening kinderopvang 0-4 jarigen bij basisschool De Hovenier (te Montfort) per 1 januari 2013 (voor zover haalbaar).

Uitgangspunten:

- realisatie door kinderopvangaanbieder (ondersteuning door ambtelijke organisatie);

- van tijdelijke duur tot circa 2020;

- daarna continueren in school;

- realisatie door gemeente met verhuur aan gebruiker heeft niet de voorkeur van de gemeente.

De gemeente vraagt aan Wee-Play en SKR een exploitatieberekening te maken, waarbij geen rekening hoeft te worden gehouden met bijkomende kosten, zoals kosten vergunningaanvraag, wijziging bestemmingsplan, bestrating en hekwerk.

Criteria om tot een keuze van een aanbieder kinderopvang te komen:

1. Inschrijving in het Landelijk Register Kinderopvang (registratie voor goedgekeurde kinderopvangorganisaties);

2. Het conformeren aan de door de gemeente opgestelde commerciële huurprijs;

3. Continuïteit van de geboden opvang in het dorp (vanuit het perspectief van de ouders);

4. Het financieel meest gunstige aanbod voor de ouders.

Criterium 2 is niet van toepassing bij realisatie door de gebruiker.

2.5. Op 17 oktober 2012 laat de gemeente aan Wee-Play en SKR weten dat de exploitatieberekening uiterlijk maandag 29 oktober 2012 bij haar binnen moet zijn.

2.6. Wee-Play biedt bij brief van 29 oktober 2012 haar offerte met de exploitatieberekening aan de gemeente aan. Ook SKR biedt op 29 oktober 2012 haar offerte aan de gemeente aan.

2.7. Tijdens de toelichting van de offerte door Wee-Play, geeft de gemeente aan dat plaatsingskosten van de noodlocatie voor rekening van de ondernemer dienen te komen. De gemeente geeft Wee-Play twee dagen extra om de offerte daarop aan te passen.

2.8. Op 31 oktober 2012 geeft Wee-Play aan haar offerte van 29 oktober 2012 te handhaven.

2.9. Op 5 november 2012 deelt Wee-Play de gemeente mee te beschikken over nieuwe gegevens, waardoor een scherpere offerte gedaan kan worden. Deze aanvulling wordt door de gemeente geweigerd omdat de termijn voor het indienen van offertes inmiddels is verstreken en acceptatie van het nieuwe aanbod in strijd zou zijn met het gelijkheidsbeginsel.

2.10. Bij brief van 8 november 2012 bericht de gemeente aan Wee-Play dat het college van B&W op 6 november 2012 heeft besloten om SKR in de gelegenheid te stellen een noodvoorziening voor kinderopvang voor 0 tot 4 jarigen en een buitenschoolse opvang tot 8 jaar te realiseren op een gemeentelijk perceel naast basisschool De Hovenier. Het college motiveert zijn beslissing door in die brief te stellen dat is gekeken naar de continuïteit die geboden wordt aan de kinderen en hun ouders. Ook heeft het college onderzocht welk aanbod de laagste kosten voor de gemeente met zich meebrengt en de conclusie is dat SKR het beste aanbod heeft gedaan en daarom heeft het college besloten SKR in de gelegenheid te stellen de noodvoorziening te realiseren.

2.11. Tijdens een mondelinge toelichting op 29 november 2012 overhandigt de gemeente aan Wee-Play een brief, waarin is aangegeven dat de opdracht inzake de kinderopvang in Montfort niet aan Wee-Play wordt gegund, maar aan SKR. De reden voor deze gunning is dat het aanbod van Wee-Play niet overeenkomt met de door de gemeente geformuleerde uitgangspunten. De gemeente stelt in die brief dat Wee-Play heeft voorgesteld de noodvoorziening door de gemeente beschikbaar te stellen en vervolgens door Wee-Play te laten huren. Dat is, zo geeft de gemeente aan, voor haar niet aanvaardbaar omdat duidelijk is aangegeven dat het uitgangspunt is dat de aanbieder zelf de voorziening realiseert, hetgeen Wee-Play volgens de gemeente bekend was.

3. Het geschil in het incident tot tussenkomst subsidiair voeging

3.1. SKR vordert in het incident als tussenkomende partij te worden toegelaten in dit geding, althans zich aan de zijde van de gemeente te mogen voegen met veroordeling van Wee-Play in de proceskosten van het incident. SKR heeft tevens in haar incidentele conclusie een vordering in de hoofdzaak ingesteld.

3.2. Wee-Play en de gemeente hebben tijdens de mondelinge behandeling verklaard geen bezwaar te hebben tegen toewijzing van de gevorderde tussenkomst.

4. Het geschil in de hoofdzaak

4.1. Wee-Play vordert samengevat - de gemeente op straffe van een te verbeuren dwangsom primair te gelasten de offerte van SKR ter zijde te leggen en de opdracht inzake de onderhavige aanbesteding aan Wee-Play te gunnen omdat Wee-Play de enige geldige offerte heeft ingediend en subsidiair de gemeente te gelasten de aanbestedingsprocedure “Kinderopvang 0-4 jarigen” in te trekken en niet ten uitvoer te leggen, met veroordeling van de gemeente in de proceskosten.

4.2. Wee-Play onderbouwt haar vordering - eveneens samengevat - als volgt. De gemeente heeft bij de onderhavige onderhandse aanbesteding gehandeld in strijd met het Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten (Bao), met het Aanbestedingsreglement Werken 2005, met de algemene beginselen van aanbestedingsrecht en met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, zoals het zorgvuldigheidsbeginsel, het gelijkheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel.

4.3. de gemeente en SKR voeren verweer tegen de vordering van Wee-Play.

4.4. SKR vordert in de hoofdzaak - samengevat - dat Wee-Play niet ontvankelijk wordt verklaard in haar vorderingen, althans dat deze vorderingen worden afgewezen en dat de gemeente het gebod wordt gegeven uitvoering te geven aan de met SKR gesloten overeenkomst en haar te veroordelen deze na te komen, met veroordeling van Wee-Play in de proceskosten, inclusief de zogenaamde nakosten.

4.5. Wee-Play voert verweer tegen de vorderingen van SKR.

4.6. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5. De beoordeling

5.1. Het geschil in het incident

5.1.1. De vordering tot tussenkomt van SKR is niet weersproken, zodat deze vordering wordt toegewezen. De zelfstandige vordering van SKR komt hierna aan de orde onder punt 5.2.16.

5.1.2. De kosten van het incident zullen tussen partijen worden gecompenseerd in die zin dat elk van partijen de eigen kosten draagt.

5.2. Het geschil in de hoofdzaak

5.2.1. Wee-Play heeft haar vorderingen gestoeld op haar stelling dat het handelen van de gemeente in strijd is met onder meer het Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten (Bao), het Aanbestedingsreglement Werken 2005 (AW 2005) en de algemene beginselen van aanbestedingsrecht. De gemeente en SKR hebben de toepasselijkheid van het Bao en het AW 2005 gemotiveerd betwist.

5.2.2. Het Bao is van toepassing op overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten. Voor zover hier van belang wordt een overheidsopdracht in het Bao gedefinieerd als een schriftelijke overeenkomst onder bezwarende titel die tussen een of meer aannemers en een of meer aanbestedende diensten is gesloten. De woorden “onder bezwarende titel” duiden erop dat door de aanbestedende dienst een tegenprestatie in geld dient te worden geleverd, dan wel een tegenprestatie die op geld waardeerbaar is. In het onderhavige geval stelt de gemeente echter om niet een onbebouwde onroerende zaak in de kern Montfort tijdelijk ter beschikking ten behoeve van kinderopvang en daarmee is niet voldaan aan het element “onder bezwarende titel”. In deze is dan ook geen sprake van een overheidsopdracht in de zin van het Bao. Het AW 2005 is (uitsluitend en uitsluitend in beginsel) verplicht voor bouwministeries. In de praktijk passen ook andere overheidsaanbesteders deze regeling met grote regelmaat toe. Toepasselijkheid van het AW 2005 dient dan echter wel te worden vermeld in de aankondiging of uitnodiging tot de aanbesteding. Van deze vermelding is in deze zaak niet gebleken. Reeds op grond van het voorgaande is de voorzieningenrechter van oordeel dat het Bao en het AW 2005 in deze zaak niet van toepassing zijn.

5.2.3. Nu in de onderhavige zaak geen sprake is van een aanbesteding in de zin van de Nederlandse aanbestedingsregelgeving, kunnen de vorderingen van Wee-Play evenmin gebaseerd worden op de algemene beginselen van aanbestedingsrecht. De enige grondslag in deze kan dan ook alleen nog zijn het door Wee-Play gestelde handelen van de gemeente, dat Wee-Play in strijd acht met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.

5.2.4. Zoals eerder aangehaald, stelt de gemeente om niet een onbebouwde onroerende zaak in de kern Montfort tijdelijk ter beschikking ten behoeve van kinderopvang. Dat is een rechtshandeling naar burgerlijk recht. In artikel 3:14 van het Burgerlijk Wetboek is tot uitdrukking gebracht dat de overheid bevoegdheden die haar naar burgerlijk recht toekomen niet mag uitoefenen in strijd met geschreven of ongeschreven regels van publiek recht. Dat betekent in het onderhavige geval dat de gemeente bij het uitoefenen van haar privaatrechtelijke bevoegdheden met betrekking tot voormelde terbeschikkingstelling niet in strijd mag handelen met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, waaronder het zorgvuldigheids-beginsel. De voorzieningenrechter zal de vorderingen van Wee-Play aan dit beginsel toetsen na eerst een aantal formele verweren van de gemeente en SKR te hebben besproken.

5.2.5. Die formele verweren zijn de volgende. De gemeente heeft betoogd dat Wee-Play, nu Wee-Play zich op het standpunt stelt dat het Boa van toepassing is, binnen 15 dagen na 8 november 2012 bij de rechter een voorziening bij voorraad had moeten vorderen, zoals volgt uit artikel 55 lid 2 van het Bao en artikel 4 van de Wet implementatie rechtsbeschermingsrichtlijnen aanbesteden (Wira). Maar ook als het Bao en de Wira niet van toepassing zouden zijn, dan is het uitbrengen van de dagvaarding in deze zaak op 11 december 2012, ruim een maand na de mededeling van de gunningsbeslissing als tardief aan te merken. SKR heeft eveneens betoogd dat Wee-Play binnen 15 dagen na 8 november 2012 een kort geding aanhangig had moeten maken. In plaats daarvan heeft Wee-Play daarmee vijf weken gewacht. Aldus heeft Wee-Play haar rechten verwerkt, maar in elk geval heeft zij nu geen spoedeisend belang meer.

5.2.6. Hiervoor is geoordeeld dat het Bao in de onderhavige zaak niet van toepassing is. Dat betekent ook dat Wee-Play niet gehouden kan worden aan de termijn om binnen 15 kalenderdagen na verzending van de gunningsbeslissing, zoals die termijn tot 19 februari 2010 voorkwam in artikel 55, tweede lid, van het Bao en sindsdien in artikel 4, derde lid, van de Wira, in kort geding de bescherming van de rechter in te roepen.

5.2.7. De vraag of ingeval de hiervoor genoemde 15 kalenderdagentermijn niet van toepassing is, het aanhangig maken van dit kort geding op 11 december 2012 tardief is, Wee-Play haar rechten heeft verwerkt en toen geen spoedeisend belang meer had, wordt als volgt beantwoord.

5.2.8. De voorzieningenrechter acht niet van belang of Wee-Play al eerder dan 11 december 2012 een procedure tegen de gemeente aanhangig had kunnen maken, maar of er op het moment van aanhangig maken omstandigheden waren die het treffen van een voorlopige voorziening rechtvaardigen. Als streefdatum voor de realisatie van de noodvoorziening kinderopvang was 1 januari 2013 gepland; inmiddels is duidelijk geworden dat die datum niet haalbaar is en dat realisatie pas in januari of februari 2013 mogelijk is. Gelet hierop en op het feit dat Wee-Play nog steeds bereid is de verlangde kinderopvang op korte termijn aan te bieden, kan de loop en de uitkomst van een gewone procedure niet worden afgewacht en acht de voorzieningenrechter de spoedeisendheid van de vorderingen van Wee-Play voldoende aannemelijk geworden. Van rechtsverwerking kan slechts sprake zijn indien Wee-Play zich heeft gedragen op een wijze die naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onverenigbaar is met het vervolgens geldend maken van haar vorderingen. Niet gebleken is dat Wee-Play uitdrukkelijk afstand heeft gedaan van haar recht om zich met betrekking tot de onderhavige kwestie tot de rechter te wenden. Enkel tijdsverloop dan wel louter stilzitten is onvoldoende om rechtsverwerking aan te nemen. Reeds op grond hiervan slaagt het verweer met betrekking tot rechtsverwerking niet.

5.2.9. De voorzieningenrechter komt thans toe aan de inhoudelijke bespreking van het onderhavige geschil.

5.2.10. Uitgangspunt is de volgende inhoud van de email van 12 oktober 2012 van de gemeente aan Wee-Play. Daarin geeft de gemeente aan dat realisatie door de gemeente met verhuur aan de gebruiker niet de voorkeur van de gemeente heeft. Verder vermeldt die email als één van de criteria (criterium 2) die de gemeente zal hanteren om tot een keuze te komen van degene aan wie de gemeente de gelegenheid zal bieden om kinderopvang te gaan realiseren: het conformeren aan de door de gemeente opgestelde commerciële huurprijs. Dit criterium is evenwel niet van toepassing bij realisatie door de gebruiker. En ten slotte verlangt de gemeente in die email van Wee-Play een exploitatieberekening.

5.2.11. De gemeente stelt zich op het standpunt dat zij in de email van 12 oktober 2012 als uitgangspunt heeft aangegeven dat de realisering van de kinderopvang door de ondernemer dient te geschieden. Gezien de hiervoor geciteerde inhoud van die email kan het standpunt van de gemeente daaruit niet onomstotelijk worden afgeleid en had Wee-Pay als normaal zorgvuldig gegadigde voor de opdracht van de gemeente in redelijkheid dit standpunt van de gemeente uit die email niet hoeven af te leiden. De geciteerde inhoud laat namelijk zeer wel de mogelijkheid open dat Wee-Play van de gemeente ook kan huren, mede gezien ook het verlangen van de gemeente om een exploitatieberekening in te dienen. Anders dan de gemeente heeft gesteld, hoeft die inhoud dan ook niet te berusten op een verkeerde interpretatie van Wee-Play, maar kon Wee-Play aan die inhoud de uitleg geven zoals zij heeft gedaan. Daarbij komt dat de gemeente aan haar beslissing om Wee-Play niet in aanmerking te doen komen voor de realisatie van kinderopvang ten grondslag heeft gelegd dat zij het niet aanvaardbaar vindt de kosten van die realisatie bij de gemeente te leggen (brief 28 november 2012) dan wel dat SKR een aanbod met de laagste kosten voor de gemeente heeft gedaan (brief 8 november 2012). Het kostenaspect maakte echter geen deel uit van de criteria als vermeld in de email van 12 oktober 2012 en had voor de gemeente geen punt van afweging mogen zijn omdat zij dit aspect vooraf niet ter kennis van Wee-Play heeft gebracht, althans niet gebleken is dat de gemeente dit wel heeft gedaan. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de gemeente verklaard dat criterium 2 geldt als er lokalen worden verhuurd die haar eigendom zijn. In dit geval verhuurt de gemeente geen lokalen en daarom is dit in feite een overbodig criterium, aldus de gemeente.

5.2.12. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft de gemeente verzuimd om in de email van 12 oktober 2012 de opdracht op een duidelijke, precieze en ondubbelzinnige wijze te formuleren, opdat enerzijds alle behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende gegadigden de juiste draagwijdte kunnen begrijpen en deze op dezelfde manier interpreteren en anderzijds de gemeente in staat zou kunnen zijn om daadwerkelijk na te gaan of de ingediende offertes beantwoorden aan de van toepassing verklaarde criteria. Een en ander brengt niet alleen mee dat alle gegadigden gelijk worden behandeld, maar ook dat zij in gelijke mate, mede met het oog op een goede controle achteraf, een duidelijk inzicht moeten hebben in de gestelde voorwaarden. Nu dit laatste niet het geval is geweest, waardoor Wee-Play door toedoen van de gemeente op het verkeerde been is gezet en de gemeente Wee-Play niet, althans op ondeugdelijke gronden niet in aanmerking heeft gebracht om de kinderopvang te realiseren, heeft de gemeente naar het oordeel van de voorzieningenrechter jegens Wee-Play niet zorgvuldig gehandeld. Dat handelen kan worden aangemerkt als een handelen in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel en vervolgens als in strijd met een wettelijke plicht c.q. in strijd met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt.

5.2.13. Thans dient nog besproken te worden het verweer van SKR dat de vorderingen van Wee-Play afgewezen moeten worden omdat er een overeenkomst tussen de gemeente en SKR is gesloten doordat de gemeente het voorstel van SKR heeft aanvaard en dat de gemeente die overeenkomst moet nakomen. Naatr aanleiding van dit verweer heeft de gemeente tijdens de mondelinge behandeling desverzocht verklaard dat zij naar aanleiding van haar brief aan Wee-Play van 28 november 2012 de intentie heeft uitgesproken de overeenkomst met SKR aan te gaan. De voorzieningenrechter overweegt als volgt. Hoewel de door de gemeente in deze gevoerde procedure geen aanbestedingsprocedure is, lijkt zij wel veel op een dergelijke procedure. Daarom dient analoog aan het aanbestedingsrecht de uitgesproken intentie te worden aangemerkt als een besluit om SKR in de gelegenheid te stellen de tijdelijke kinderopvang te realiseren en dient dat besluit onderscheiden te worden van het sluiten van een overeenkomst opdat dat besluit in rechte kan worden bestreden. De uitgesproken intentie wordt dan ook analoog aan het bepaalde in artikel 55 Bao aangemerkt als een mededeling van een gunningsbeslissing. Ten aanzien van een dergelijke mededeling bepaalt genoemd artikel dat deze geen aanvaarding inhoudt als bedoeld in artikel 6:217, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek. Voor deze analogische wetstoepassing vindt de voorzieningenrechter aanleiding omdat daaraan uit een oogpunt van rechtsbescherming van de burger tegen de overheid behoefte bestaat en het betrokken artikel zich redelijkerwijs voor toepassing in de door de gemeente gevoerde procedure leent. Het verweer van SKR wordt dan ook gepasseerd.

5.2.14. Voormelde oordelen betekenen voor de vorderingen van Wee-Play het volgende. De primaire vordering om de gemeente te gelasten de offerte van SKR ter zijde te leggen, is toewijsbaar. De primaire vordering om de opdracht voor de tijdelijke kinderopvang aan Wee-Play te gunnen, zal worden afgewezen omdat de voorzieningenrechter toewijzing van een dergelijke vordering in strijd acht met de contractsvrijheid. De subsidiaire vordering zal worden afgewezen omdat er - zoals reeds overwogen - van een aanbesteding(sprocedure) geen sprake is.

5.2.15. De gevorderde dwangsom zal worden afgewezen. Enerzijds omdat de betreffende vordering niet zo zeer gericht lijkt te zijn op het eerste onderdeel maar op het tweede onderdeel van de primaire vordering en anderzijds omdat van de gemeente als overheidslichaam mag worden verwacht dat zij een rechterlijke uitspraak nakomt.

5.2.16. De vorderingen van SKR onder I. en II. zullen worden afgewezen gelet op hetgeen hiervoor is overwogen onder respectievelijk 5.2.8. en 5.2.14. Uit deze afwijzing vloeit voort dat de vordering onder III. hetzelfde lot treft.

5.2.17. De gemeente en SKR zullen als de in het ongelijk gestelde partijen in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Wee-Play worden begroot op:

- explootkosten (dagvaarding) € 76,17

- griffierecht € 575,00

- salaris advocaat € 816,00

Totaal € 1.467,17

6. De beslissing

De voorzieningenrechter:

6.1. in het incident

6.1.1. staat SKR toe in de hoofdzaak tussen Wee-Play en de gemeente tussen te komen;

6.1.2. compenseert de proceskosten van het incident in die zin dat elk van partijen de eigen kosten draagt;

6.2. in de hoofdzaak

6.2.1. gelast de gemeente de offerte van SKR met betrekking tot de tijdelijke kinderopvang in de kern Montfort ter zijde te leggen;

6.2.2. veroordeelt de gemeente en SKR hoofdelijk,in de zin dat in zoverre de één betaalt de ander zal zijn bevrijd, in de proceskosten, aan de zijde van Wee-Play begroot op € 1.467,17;

6.2.3. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

6.2.4. wijst af het door Wee-Play meer of anders gevorderde;

6.2.5. wijst af het door SKR gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.T.J.F. Verhappen en in het openbaar uitgesproken op

10 januari 2013.

lghc