Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2013:9560

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
29-11-2013
Datum publicatie
05-12-2013
Zaaknummer
03/702004-12 (ontneming)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank acht aannemelijk dat verdachte een bedrag van € 25.085,67 heeft verdiend met de verkoop van 118 Miele wasmachines en vaatwassers.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK Limburg

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummer : 03/702004-12 (ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel)

Datum uitspraak : 29 november 2013

Tegenspraak

Uitspraak van de rechtbank Limburg, meervoudige kamer voor strafzaken, op de vordering ex artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboortegegevens verdachte],

thans (uit anderen hoofde) gedetineerd in de P.I. Zuid Oost, HvB Roermond, Keulsebaan 530 te Roermond,

hierna te noemen: [verdachte].

Raadsman is mr. P.W. Szymkowiak, advocaat te Maastricht.

1 Het onderzoek van de zaak

Deze uitspraak is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 15 november 2013.

De rechtbank heeft op 15 november 2013 gehoord: de officier van justitie en [verdachte], bijgestaan door zijn raadsman.

De behandeling van de ontnemingsvordering had gelijktijdig plaats met de behandeling van de strafzaak en de bijbehorende vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling (parketnummers 03/702004-12 en 15/840012-09). Op 29 november 2013 heeft de rechtbank eerst vonnis gewezen in de strafzaak. Vervolgens is de onderhavige uitspraak gewezen.

2 De standpunten van de officier van justitie en de verdediging

2.1

Het standpunt van de officier van justitie

De vordering van de officier van justitie houdt in de ontneming van het voordeel dat [verdachte] heeft verkregen door middel van de feiten waarvoor de veroordeling heeft plaatsgevonden.

De officier van justitie heeft dit bedrag geschat op € 34.772,--.

Ter terechtzitting van 15 november 2013 heeft de officier van justitie de vordering verlaagd en het te ontnemen voordeel geschat op een bedrag van € 29.085,67.

2.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft ter terechtzitting primair betoogd dat de vordering ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel afgewezen dient te worden, gelet op de door hem bepleite vrijspraak van alle tenlastegelegde feiten. Subsidiair heeft de raadsman zich aangesloten bij de officier van justitie, met dien verstande dat € 2.000,-- op het te ontnemen bedrag in mindering dient te worden gebracht, nu [verdachte] dit bedrag heeft betaald aan [medeverdachte].

3 De uitgangspunten voor de beoordeling

Bij voormeld vonnis d.d. 29 november 2013 is [verdachte] veroordeeld wegens het op 11 december 2011 in vereniging plegen van diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel.

De vordering ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel dateert van 22 oktober 2013 en behelst mede de oproeping om op 15 november 2013 ter terechtzitting te verschijnen.

De officier van justitie heeft de vordering aanhangig gemaakt binnen de daarvoor gestelde termijn.

Ingevolge het bepaalde in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht moet worden onderzocht of, en zo ja in hoeverre, [verdachte] voordeel heeft verkregen door middel van het feit waarvoor de veroordeling heeft plaatsgevonden.

4 Het bewijs

4.1

De bewijsmiddelen 1

Op zondag 11 december 2011 werden een vrachtauto met oplegger, geladen met 120 Miele wasmachines en vaatwasmachines gestolen van een bedrijfsterrein van [benadeelde 1] te Nuth. Er werden 84 wasmachines van het type W3245 Plus, 33 vaatwassers van het type G5600, 1 vaatwasser van het type G7856WG en 2 vaatwassers van het type G7856AE gestolen. De lading was bestemd voor de Belgische markt.2

[medeverdachte] heeft verklaard dat [verdachte] hem op 10 december 2011 om 22:00 uur benaderde met de vraag of hij wilde helpen met het uitladen van een vrachtauto met wasmachines. Tevens verklaarde [medeverdachte] dat hij op 11 december 2011 in het holst van de nacht samen met [verdachte], een andere man en de chauffeur van de vrachtwagencombinatie de Miele wasmachines en vaatwasmachines uit de oplegger had geladen en in de loods aan de [adres] te Brunssum had opgestapeld. [verdachte] beschikte volgens [medeverdachte] over een badge en een sleutel van voornoemde loods. Als beloning ontving [medeverdachte] € 2.000,-- in contant geld van [verdachte].3

De rechtbank heeft in de onderliggende strafzaak, [verdachte] de hoofdrol toegedicht bij de ladingdiefstal, reden waarom de rechtbank, mede gelet op het feit dat [verdachte] zich van meet af aan op zijn zwijgrecht heeft beroepen, er bij de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel van uit gaat dat het [verdachte] is geweest die de buitgemaakte Miele wasmachines en vaatwassers te gelde heeft gemaakt.

5 De schatting van de hoogte van het wederrechtelijk verkregen voordeel

5.1

De berekening en de motivering van de schatting

5.1.1

Opbrengst

De rechtbank zal bij de berekening van de opbrengst van de Miele wasmachines en vaatwassers uitgaan van de laagst gehanteerde consumentenprijs op internet, zoals die door de politie in het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel is opgenomen. Gelet op het feit dat het witgoed voor de Belgische markt bestemd was, heeft de rechtbank bij de berekening van de opbrengst van de wasmachines en vaatwassers louter acht geslagen op de laagste consumentenprijs die op Belgische websites gehanteerd werd. In het voordeel van [verdachte] zal bij de Miele vaatwasser van het type G7856AE worden uitgegaan van de verkoopwaarde die [benadeelde 2] hanteert, nu dit bedrag lager is dan de laagste internet consumentenverkoopprijs.4

Voor wat betreft de daadwerkelijke opbrengst voor [verdachte], zijnde de steler van het witgoed, wordt - op basis van reeds bestaande jurisprudentie - een percentage van 25% van de consumentenverkoopprijs als uitgangspunt genomen.5

Opbrengst wasmachines type W3425 Plus

83 wasmachines (één wasmachine van dit type werd aangetroffen in de loods en dus niet te gelde gemaakt) x € 899,-- (laagste consumentenverkoopprijs) = € 74.617,--

Opbrengst Miele vaatwasser type G5600

33 vaatwassers x € 989,21 (laagste consumentenverkoopprijs) = € 32.643,93

Opbrengst Miele vaatwasser type G7856WG

Deze vaatwasser heeft geen opbrengst gegenereerd, nu deze vaatwasser werd aangetroffen in de loods.

Opbrengst Miele vaatwasser type G7856AE

2 vaatwassers x € 4.540,87 (verkoopwaarde volgens [benadeelde 2]) = € 9.081,74

Totale opbrengst op grond van de laagste consumentenverkoopprijs bedraagt aldus:

€ 74.617,-- + € 32.643,93 + € 9.081,74 = € 116.342,67

Totale opbrengst voor [verdachte] bedraagt aldus: 25% x 116.342,67 = € 29.085,67

5.1.2

Kosten

De rechtbank gaat bij de door [verdachte] gemaakte kosten uit van de verklaring van [medeverdachte]. [medeverdachte] heeft verklaard dat hij voor het uitladen van de Miele wasmachines en vaatwassers een bedrag van € 2.000,-- ontving. De rechtbank acht aannemelijk dat [verdachte] dit bedrag ook heeft betaald aan de andere man die bij het uitladen van het witgoed betrokken was.

De totale kosten bedragen aldus: € 2.000,-- + € 2.000,-- = € 4.000,--

5.1.3

Wederrechtelijk verkregen voordeel

Het wederrechtelijk verkregen voordeel bedraagt aldus:

€ 29.085,67 (opbrengst) - € 4.000,-- (kosten) = € 25.085,67

De rechtbank zal het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat, vaststellen op € 25.085,67.

5.2

De op te leggen betalingsverplichting

De rechtbank zal aan [verdachte] de verplichting opleggen tot betaling van € 25.085,67 aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.

6 Het toegepaste wetsartikel

De op te leggen maatregel is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.

7 De beslissing

De rechtbank:

- stelt het bedrag, waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat, vast op

€ 25.085,67 (=vijfentwintig duizend vijfentachtig euro en zevenenzestig eurocent);

- legt [verdachte] de verplichting op tot betaling aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van een bedrag van € 25.085,67 (=vijfentwintig duizend vijfentachtig euro en zevenenzestig eurocent).

Deze uitspraak is gegeven door mr. J.S. Holthuis, voorzitter, mr. J.H. Klifman en

mr. C.M.J. van den Acker, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R. Bouts, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 november 2013.

Mr. C.M.J. van den Acker is niet in staat deze beslissing mede te ondertekenen.

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummer: 03/702004-12

Proces-verbaal van het voorgevallene ter openbare zitting van de enkelvoudige kamer van de rechtbank voornoemd van 29 november 2013 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboortegegevens verdachte],

thans (uit anderen hoofde) gedetineerd in de P.I. Zuid Oost, HvB Roermond te Roermond,

hierna te noemen: [verdachte].

Tegenwoordig:

mr. , rechter,

mr. , officier van justitie,

dhr./mevr. , griffier.

De rechter doet de zaak uitroepen.

[verdachte] is in de zaal van de zitting aanwezig. Hij heeft afstand gedaan van zijn recht in persoon bij de uitspraak aanwezig te zijn.

De rechter spreekt de beslissing uit en geeft [verdachte] kennis dat hij daartegen binnen 14 dagen hoger beroep kan instellen.

Waarvan proces-verbaal, vastgesteld en getekend door de rechter en de griffier.

Raadsman mr. P.W. Szymkowiak, advocaat te Maastricht.

1 De vindplaatsvermeldingen, voorkomend in de hierna opgenomen bewijsmiddelen en de motivering van de bewezenverklaring, verwijzen naar de doorlopende paginanummering in de voor eensluidend afschrift gewaarmerkte kopie van het in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde verbalisanten van de politie Limburg Zuid opgemaakte proces-verbaal, genummerd 1 t/m 1400 d.d. 11 juli 2012 en de als bijlagen daarbij gevoegde schriftelijke bescheiden, welke alle wettige bewijsmiddelen zijn als bedoeld in artikel 344, eerste lid jo artikel 339, eerste lid onder 5º van het Wetboek van Strafvordering.

2 Processen-verbaal van aangifte van [aangever] d.d. 12 december 2011 en 6 januari 2012, p. 357, 358, 361 en p. 516/517

3 Proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte] d.d. 18 januari 2012, p. 151 t/m 155

4 Proces-verbaal, betreffende het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel ex artikel 36e Sr d.d. 28 september 2012, p. 21/22

5 Proces-verbaal, betreffende het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel ex artikel 36e Sr d.d. 28 september 2012, p. 18