Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2013:9558

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
29-11-2013
Datum publicatie
05-12-2013
Zaaknummer
03/702004-12 en 15/840012-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden voor ladingdiefstal (vrachtauto, oplegger en 120 Miele wasmachines en vaatwassers).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK Limburg

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummers : 03/702004-12 en 15/840012-09 (vordering herroeping voorwaardelijke invrijheidstelling)

Datum uitspraak : 29 november 2013

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Limburg, meervoudige kamer voor strafzaken,

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboortegegevens verdachte],

thans (uit anderen hoofde) gedetineerd in de P.I. Zuid Oost, HvB Roermond, Keulsebaan 530 te Roermond.

Raadsman is mr. P.W. Szymkowiak, advocaat te Maastricht.

1 Het onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting

van 15 november 2013.

De rechtbank heeft op 15 november 2013 gehoord: de officier van justitie en de verdachte, bijgestaan door zijn raadsman.

2 De tenlastelegging

De verdachte staat na wijziging van de tenlastelegging terecht ter zake dat:

1.

hij op of omstreeks 11 december 2011 in de gemeente Nuth en/of in Brunssum, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening vanaf een bedrijfsterrein gelegen aan de [adres 1], heeft weggenomen

- een vrachtauto (trekker, merk DAF voorzien van het kenteken [kenteken 1]) en/of

- een oplegger (voorzien van het kenteken [kenteken 2]) en/of

- 120 ( honderdtwintig) vaatwasmachines en/of wasmachines (merk Miele, totale

verkoopwaarde ongeveer 130.000 euro) althans een hoeveelheid vaatwasmachines

en/of wasmachines (merk Miele),

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 1], gevestigd [adres 1] en/of [aangever] en/of [benadeelde 2] gevestigd te Vianen, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming en/of valse sleutel(s);

subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden, dat:

hij in of omstreeks de periode van 11 december 2011 tot en met 21 december 2011 in de gemeente(n) Nuth en/of Brunssum, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, 120 (honderdtwintig) vaatwasmachines en/of wasmachines (merk Miele, totale verkoopwaarde ongeveer 130.000 euro) althans een hoeveelheid vaatwasmachines en/of wasmachines (merk Miele) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die vaatwasmachine(s) en/of

wasmachine(s) wist(en) of redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

2.

hij in of omstreeks de periode van 7 november 2011 tot en met 8 november 2011 in de gemeente Brunssum, in elk geval in Nederland, althans in de gemeente Herzogenrath/Aken, in elk geval in Duitsland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid autobanden, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 3] en/of [benadeelde 4] en/of [benadeelde 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden, dat:

hij in of omstreeks de periode 7 november 2011 tot en met 21 december 2011 in de gemeente Brunssum, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een hoeveelheid autobanden heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die autobanden wist(en) dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

meer subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling

mocht of zou kunnen leiden, dat:

hij in of omstreeks de periode van 7 november 2011 tot en met 21 december 2011 in de gemeente Brunssum, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een hoeveelheid autobanden heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die autobanden wist(en) of redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

3.

hij in of omstreeks de periode van 12 mei 2011 tot en met 16 januari 2012 in de gemeente Brunssum, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een onderhuurcontract (onderhuurovereenkomst) - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst, immers heeft verdachte valselijk voornoemd onderhuurcontract op schrift gesteld en/of op schrift laten stellen en/of door een ander laten voorzien van een handtekening, zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken.

Voor zover in de tenlastelegging kennelijke schrijffouten of misslagen voorkomen, zijn die in deze weergave van de tenlastelegging door de rechtbank verbeterd. De verdachte is door deze verbetering, zoals uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, niet in de verdediging geschaad.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht alle tenlastegelegde feiten - waarvan feit 1 in zijn primaire variant - wettig en overtuigend bewezen. Op 21 december 2011 werden in de loods (nummer 2), gelegen aan de [adres 2] te Brunssum, onder meer een gestolen Miele wasmachine, een gestolen Miele vaatwasser en een gestolen partij autobanden aangetroffen. Verdachte was blijkens de door medeverdachte [medeverdachte 1] op 18 januari 2012 afgelegde verklaring in het bezit van een badge, waarmee hij toegang had tot het terrein van voornoemde loods. Verder heeft [medeverdachte 1] verklaard dat hij in de avond van 10 december 2011 door verdachte werd benaderd met de vraag of hij wilde helpen met het lossen van een met wasmachines en vaatwassers geladen vrachtauto.

Uit de analyse van de gegevens van de bij verdachte in gebruik zijnde badge is gebleken dat de toegangspoort van het terrein aan de [adres 2] te Brunssum op 11 december 2011 om 00:32:24 uur en 03:28:05 uur werd geopend. Deze tijdstippen matchen met het tijdstip waarop de vrachtwagencombinatie werd gestolen (11 december om 00:22:44 uur) en de tijdspanne (11 december 2011 tussen 00:40 uur en 03:31 uur) waarin de vrachtwagencombinatie stil stond in de directe nabijheid van de loods. Voorts is gebleken dat verdachte op de dagen rondom de ladingdiefstal veelvuldig telefonisch contact had met de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2]. Om de betrokkenheid van verdachte en zijn kompanen bij de ladingdiefstal te verhullen heeft verdachte volgens [medeverdachte 1] een huurcontract, betrekking hebbend op het huren van de loods (nummer 2), gelegen aan de [adres 2] te Brunssum, valselijk opgemaakt.

Op basis van vorenstaande feiten en omstandigheden acht de officier van justitie bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een gekwalificeerde ladingdiefstal in vereniging en het medeplegen van valsheid in geschrifte.

Ten aanzien van het onder feit 2 tenlastegelegde heeft de officier van justitie gewezen op de in de loods aangetroffen gestolen partij autobanden en de bij de fouillering van verdachte aangetroffen handgeschreven notities. Deze notities bevatten de gegevens van autobanden en komen grotendeels overeen met de gegevens van een in Duitsland gestolen partij autobanden.

3.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat verdachte dient te worden vrijgesproken van alle tenlastegelegde feiten. Uit de verklaring van [medeverdachte 1] bij de rechter-commissaris, de verklaringen van de getuigen [getuige 1], [getuige 2], [getuige 3], [getuige 4] en het opgemaakte huurcontract kan worden afgeleid dat [getuige 4] en ene ‘[persoon 1]’ van medio september 2011 tot medio februari 2012 de loods (nummer 2) aan de [adres 2] te Brunssum hebben (onder)gehuurd van medeverdachte [medeverdachte 1]. De raadsman heeft ter zitting enkele bescheiden overgelegd, waaruit volgens hem kan worden geconcludeerd dat medeverdachte [medeverdachte 1] met de naam [persoon 1] doelt op een persoon genaamd [persoon 1]. Op basis van deze bescheiden acht de raadsman aannemelijk dat [persoon 1] (onder)huurder was van de loods en dat hij dus ook strafrechtelijk verantwoordelijk kan worden gehouden voor hetgeen in de loods werd aangetroffen.

De raadsman heeft aangevoerd dat er voor het overige geen bewijs voorhanden is van verdachtes betrokkenheid bij de ladingdiefstal. Verdachte heeft zijn veelvuldige telefonische contacten met medeverdachte [medeverdachte 2] rondom de periode van de ladingdiefstal verklaard door er op te wijzen dat deze contacten verband hielden met hun gezamenlijke hobby, namelijk (het sleutelen aan) auto’s. Met betrekking tot het onder feit 2 tenlastegelegde heeft de raadsman aangevoerd dat niet is komen vast te staan dat de aangetroffen autobanden afkomstig zijn van de in Duitsland gestolen partij autobanden.

3.3

Het oordeel van de rechtbank

Feit 1

Inleiding

In de vroege ochtend van 11 december 2011 begaven de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] zich op aanwijzing van meerdere wandelaars naar een zandweg, gelegen in het bosgebied tussen Echt en Maria Hoop, in de gemeente Echt-Susteren. Aldaar troffen deze verbalisanten een trekker met oplegger aan. De trekker was van het merk DAF en had als kenteken [kenteken 1]. De oplegger was voorzien van het kenteken [kenteken 2].

Uit onderzoek bleek dat deze trekker met oplegger op naam gesteld was van [benadeelde 1] te Geleen. De eigenaar van de trekker met oplegger werd vervolgens in kennis gesteld van de bevindingen van de verbalisanten.

Het bewijs 1

Op zondag 11 december 2011 deed [aangever] (hierna: aangever), mede namens de benadeelden [benadeelde 1] en [benadeelde 2], aangifte van diefstal van een vrachtauto met oplegger, met daarin 120 Miele wasmachines en vaatwasmachines.2 Aangever verklaarde dat een van zijn chauffeurs, genaamd [chauffeur 1], op 10 december 2011 zijn trekker van het merk DAF met kenteken [kenteken 1] had gekoppeld aan een oplegger met het kenteken [kenteken 2]. De oplegger was geladen met 120 wasmachines en vaatwasmachines van het merk Miele, met een totale verkoopwaarde van ongeveer

€ 130.000.34 De vrachtwagencombinatie werd gestald op het bedrijfsterrein van [benadeelde 1], gelegen aan de [adres 1] te Nuth. Aangever vernam van zijn zoon en dochter dat op zaterdag 10 december 2011, omstreeks 18:00 uur, voornoemde vrachtwagencombinatie afgesloten op het terrein van [benadeelde 1] geparkeerd stond. Op zondagmorgen 11 december 2011 zag aangever dat de vrachtwagencombinatie niet meer op het terrein aanwezig was. Enige tijd later op dezelfde dag werd aangever door de politie in kennis gesteld van het aantreffen van voornoemde trekker met oplegger in een bosgebied in de gemeente Echt-Susteren.5

Verbalisant [verbalisant 3] deed onderzoek naar de werking van het stuurslot, het startsysteem en de procedure voor het starten van de motor van de gestolen DAF trekker met kenteken

[kenteken 1]. Door de verbalisant werd onder andere informatie ingewonnen bij de heer [persoon 2] van [bedrijf] Hieruit kwam naar voren dat de motor van de trekker niet gestart kon worden zonder een originele DAF sleutel.6

Tevens werd onderzoek gedaan naar de digitaal opgeslagen tachograafbestanden van de DAF trekker. Op basis van deze data werd de gereden route van de DAF trekker gereconstrueerd. Hieruit bleek dat de vrachtwagencombinatie op 11 december 2011, nadat deze om 00:22:44 uur was vertrokken vanaf het bedrijfsterrein aan de [adres 1] te Nuth, rechtstreeks en zonder onderbrekingen was gereden naar een van de laatste loodsen aan de - vanuit de rijrichting van de vrachtwagencombinatie bezien - rechterzijde van de [adres 3] te Brunssum. De vrachtwagencombinatie stond daar blijkens de tachograafbestanden stil tussen 00:40 uur en 03:51 uur. Vervolgens reed de vrachtwagencombinatie rechtstreeks en zonder onderbrekingen naar de plaats waar deze later werd aangetroffen.7

Verbalisant [verbalisant 4], die het onderzoek naar de tachograafdata had verricht, deelde verbalisant [verbalisant 5] op woensdag 21 december 2011 mede dat na het narijden van de ritten was gebleken dat een van de meest aannemelijke loslocatie van de vrachtwagencombinatie de plaats aan de achterzijde van het pand [adres 2] was, welke plaats via de [adres 3] kon worden bereikt.8

Door de verbalisanten [verbalisant 6] en [verbalisant 7] werd op woensdag 21 december 2011 een onderzoek ingesteld in loods nummer 2, gelegen aan de achterzijde van het pand [adres 2] te Brunssum. In deze loods werden een Miele wasmachine en een Miele vaatwasmachine aangetroffen. De serienummers van deze wasmachine en vaatwasmachine kwamen overeen met twee serienummers van de in de nacht van 10 op 11 december 2011 te Nuth gestolen Miele wasmachines en vaatwasmachines.910

Door een medewerker van de eigenaar van de loods nummer 2 werden de badgegegevens verstrekt van de poort die toegang gaf tot het terrein van de loodsen aan de [adres 2] te Brunssum. Hieruit bleek dat met een op naam van medeverdachte [medeverdachte 1] gestelde badge, op 10 december 2011 om 00:32:24 uur en om 03:28:05 uur de toegangspoort van het terrein was geopend.11

Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft bij de politie verklaard dat hij de huurder was van loods nummer 2, gelegen aan de [adres 2] te Brunssum.12 Verdachte had sinds mei/juni 2011 de beschikking over een badge en een sleutel waarmee hij de toegangspoort naar het terrein van de loods respectievelijk de loods zelf kon openen. Op zaterdagavond 10 december 2011, tussen 21:00 uur en 22:00 uur, kwam verdachte bij medeverdachte [medeverdachte 1] aan de deur. Verdachte vroeg aan [medeverdachte 1] of hij hem kon helpen met het uitladen van een vrachtauto wasmachines. Een half uur later werd medeverdachte [medeverdachte 1] door verdachte met zijn auto opgehaald. In de auto zat ook nog een andere man. Gezamenlijk reden zij naar loods nummer 2 aan de [adres 2] te Brunssum. Verdachte opende met zijn badge en sleutel achtereenvolgens de toegangspoort van het terrein en de rolpoort van de loods. In de loods wachtten de drie mannen ongeveer 10 minuten op de trekker met oplegger. De onbekend gebleven chauffeur parkeerde de vrachtwagencombinatie in de loods, waarna de mannen met zijn vieren de 120 Miele wasmachines en vaatwassers uit de oplegger laadden en deze in de loods opstapelden. Toen de oplegger geleegd was, vertrok de chauffeur met de vrachtwagencombinatie, gevolgd door verdachte, medeverdachte [medeverdachte 1] en de andere man. Medeverdachte [medeverdachte 1] ontving als beloning een of twee dagen later van verdachte € 2.000,-- in contant geld.13

Naar aanleiding van een analyse van het mobiele dataverkeer en de daaruit gerezen verdenking jegens medeverdachte [medeverdachte 2], vond er op 29 februari 2012 een doorzoeking plaats van de woning van [medeverdachte 2], gelegen aan de [adres 4] te Heerlen. In deze woning werden in een plastic zak een ingebruikname verklaring, een garantiebewijs, twee gebruiksaanwijzingen en een energielabel van een Miele wasmachine aangetroffen. Het serienummer van deze wasmachine kwam overeen met het serienummer van één van de in de nacht van 10 op 11 december 2011 gestolen Miele wasmachines.1415 Medeverdachte [medeverdachte 2] heeft verklaard dat hij in de maand december 2011 een Miele wasmachine had gekocht.16

Uit een analyse van het mobiele dataverkeer kwam verder naar voren dat verdachte in de periode van 9 december 2011 tot en met 13 december 2011 vele malen telefonisch contact had met het telefoonnummer [telefoonnummer 1], in gebruik bij medeverdachte [medeverdachte 2]. Tijdens een tweetal telefoongesprekken op 10 december 2011 (21:47:54 uur en 22:01:25 uur) met verdachte straalde de telefoon van medeverdachte [medeverdachte 2] de zendmast aan de Pijler te Brunssum aan, een plaats in de nabijheid van loods nummer 2 aan de [adres 2] te Brunssum.17

Voorts had blijkens de analyse verdachte in de periode van 8 tot en met 11 december 2011 telefonisch contact met de onbekend gebleven gebruiker van telefoonnummer [telefoonnummer 2]. Dit telefoonnummer, dat behoorde bij een toestel dat tijdens de doorzoeking op 29 februari 2012 werd gevonden in de woning van medeverdachte [medeverdachte 2], straalde tijdens een gesprek met verdachte op 10 december 2011 te 23:20 uur de zendmast aan de [adres 1] te Brunssum aan, de plaats waar loods nummer 2 is gelegen.18

Bewijsoverwegingen ten aanzien van feit 1

De rechtbank heeft ter terechtzitting medeverdachte [medeverdachte 1] als getuige gehoord. [medeverdachte 1] heeft ter zitting verklaard dat de verklaring die hij bij de rechter-commissaris heeft afgelegd de juiste verklaring is. In deze verklaring noemt [medeverdachte 1] ene ‘[persoon 1]’ als degene die verantwoordelijk is voor alle aangetroffen spullen in loods (nummer 2) aan de [adres 2] te Brunssum. Deze [persoon 1] zou de loods samen met [getuige 4] vanaf september 2011 van hem hebben gehuurd.

[medeverdachte 1] heeft ter zitting als getuige verklaard dat zijn verklaring bij de politie van 18 januari 2012 aldus dient te worden begrepen dat telkens waar hij de naam van verdachte noemt, hij [persoon 1] bedoelt. Verdachte zou, anders dan [medeverdachte 1] in die verklaring van 18 januari 2012 zegt, niets met de diefstal of heling van de Mieles te maken hebben.

De rechtbank hecht evenwel geen geloof aan de verklaringen die [medeverdachte 1] als getuige bij de rechter-commissaris en ter zitting heeft afgelegd en zal deze verklaringen derhalve terzijde stellen. Daartoe overweegt de rechtbank allereerst dat [medeverdachte 1] pas ter zitting de volledige naam van [persoon 1], te weten [persoon 1], heeft genoemd. Volgens [medeverdachte 1] heeft hij de naam van [persoon 1] niet eerder genoemd, omdat hij bang voor hem was.

Dit argument komt de rechtbank niet overtuigend over. [medeverdachte 1] heeft immers ook ter zitting verklaard dat hij [persoon 1] vóór het afsluiten van het huurcontract nooit eerder had gezien of van hem had gehoord. De rechtbank ziet dan ook niet in waarom [medeverdachte 1] bang zou moeten zijn voor [persoon 1]. Overigens wekt die opmerking ook bevreemding in het licht van de verklaring van verdachte ter zitting dat [persoon 1] een bekend figuur in Brunssum en omgeving zou zijn.

Voorts overweegt de rechtbank dat de documenten die ter zitting door de raadsman zijn overgelegd en waarop respectievelijk de naam ‘[persoon 1]’ en ‘[persoon 1]’ staat, weliswaar aangeven dat er mogelijk een persoon [persoon 1] (s) bestaat, maar hieruit blijkt niet overtuigend dat dit de persoon is die door [medeverdachte 1] wordt bedoeld. Het verband tussen de gepresenteerde documenten en het tenlastegelegde ontbreekt dan ook.

De rechtbank gaat dus uit van de juistheid van de verklaring die medeverdachte [medeverdachte 1] op 18 januari 2012 bij de politie heeft afgelegd. [medeverdachte 1] heeft in dat verhoor zeer gedetailleerd verklaard over de gebeurtenissen in de nacht van 10 op 11 december 2011 en de rol die verdachte daarbij heeft vervuld. De verklaring van [medeverdachte 1] strookt daarbij met de gegevens uit het geanalyseerde mobiele telefoonverkeer. De rechtbank zal derhalve de door [medeverdachte 1] op 18 januari 2012 afgelegde verklaring voor het bewijs bezigen.

[medeverdachte 1] heeft op 18 januari 2012 onder meer verklaard dat verdachte hem op 10 december 2011 tussen 21:00 uur en 22:00 uur bezocht heeft met de vraag of hij verdachte wilde helpen met het uitladen van een vrachtauto wasmachines. Op dat moment moest de diefstal van de trekker met oplegger nog gaan plaatsvinden. Immers uit de analyse van de tachograafbestanden is gebleken dat de vrachtwagencombinatie op 10 december 2011 om 00:22:44 uur werd gestolen. Verdachte had dus al ruim voor dit tijdstip wetenschap van de op handen zijnde ladingdiefstal. Zulks blijkt ook uit het feit dat verdachte samen met een andere man, medeverdachte [medeverdachte 1] met de auto heeft opgehaald, waarna ze samen naar loods nummer 2 aan de [adres 2] te Brunssum zijn gereden. Verdachte was klaarblijkelijk zo goed op de hoogte van de diefstal van de trekker met oplegger dat verdachte, medeverdachte [medeverdachte 1] en de andere man slechts tien minuten hoefden te wachten op de aankomst van de trekker met oplegger.

Naast de voor verdachte uiterst belastende verklaring van medeverdachte [medeverdachte 1] slaat de rechtbank acht op de gegevens van het mobiele dataverkeer. Verdachte had blijkens een analyse van deze gegevens kort voor de ladingdiefstal, die ‘s nachts na twaalven plaatsvond, telefonisch contact met medeverdachte [medeverdachte 2], waarbij het telefoontoestel van [medeverdachte 2] een zendmast in Brunssum aanstraalde. Deze [medeverdachte 2] bleek later een van de gestolen Miele wasmachines in zijn bezit te hebben gehad. Daarenboven had verdachte vlak voor de ladingdiefstal telefonisch contact met de onbekend gebleven gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 2], waarbij het bij dit telefoonnummer behorende toestel de zendmast aanstraalde waar loods nummer 2 is gelegen.

Verdachte heeft ter terechtzitting over zijn telefonische contacten in de nacht van 10 op 11 december 2011 verklaard dat hij die nacht tussen 03:05:31 uur en 04:59:06 uur contact had met telefoonnummer [telefoonnummer 3], in gebruik bij zijn vriendin [getuige 2]. Tijdens deze contacten werd volgens verdachte gesproken over het wel en wee van hun zoon [S] (destijds 15 jaren oud), die samen met [J] op stap was in discotheek ‘[naam discotheek]’ te Heerlen. Verdachte heeft [S] naar eigen zeggen die nacht opgehaald bij de ‘[naam discotheek]’. De rechtbank acht deze verklaring van verdachte hoogst ongeloofwaardig gelet op het volgende:

- [S] zal, gelet op zijn leeftijd, zeer waarschijnlijk geen toegang hebben had tot de ‘[naam discotheek],’

- [getuige 2] heeft in haar verklaring bij de rechter-commissaris in het geheel niet gesproken over telefonisch contacten met verdachte in de betreffende nacht, noch over het vertrek van verdachte naar de ‘[naam discotheek]’

- Het zou in de lijn der verwachting hebben gelegen dat er in dat geval ook andere telefonische contacten zouden zijn geweest, bijvoorbeeld tussen de telefoon van verdachte en die van [S] of [J], dan wel tussen de telefoon van [getuige 2] en die van [S] of [J].

Aan deze verklaring van verdachte gaat de rechtbank dan ook voorbij.

Op grond van de aangiftes van [aangever], de gegevens omtrent de inkoopwaarde van de wasmachines en vaatwasmachines, het onderzoek naar de werking van het stuurslot en de contactsleutel van de DAF trekker, het onderzoek naar de tachograafdata, de bevindingen in loods nummer 2 gelegen aan de [adres 2] te Brunssum, het onderzoek naar de badgegegevens, de bevindingen in de woning van medeverdachte [medeverdachte 2], de telecomgegevens en de verklaringen van de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2], in onderling verband en samenhang bezien, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 primair tenlastegelegde feit heeft begaan. Verdachte heeft daarbij in een nauwe en bewuste samenwerking geopereerd met in ieder geval de chauffeur van de vrachtwagencombinatie, die kennelijk over de originele sleutel beschikte, waarmee de vrachtwagencombinatie kon worden gestart.

De rechtbank wijst het voorwaardelijk verzoek van de raadsman tot het aanvullend horen van de verbalisant [verbalisant 8] dan wel het laten opmaken van een proces-verbaal door [verbalisant 8] over het op enig moment tonen van een kopie van de identiteitskaart van [persoon 1] aan verdachte, af. De rechtbank heeft immers hiervoor overwogen dat zij aan de verklaring van getuige [medeverdachte 1], afgelegd bij de rechter-commissaris en ter terechtzitting, geen geloof hecht en dat [persoon 1] (s) niet op enige voor deze strafzaak relevante wijze bij de huur van de loods aan de [adres 2] te Brunssum betrokken is geweest. Er bestaat dus geen noodzaak om onderzoek te doen naar het tonen van een identiteitskaart van [persoon 1] door verbalisant [verbalisant 8] aan verdachte.

Feit 2

Met de raadsman is de rechtbank van oordeel dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het medeplegen van de opzetheling van een hoeveelheid autobanden. De rechtbank overweegt dat niet is komen vast te staan dat de aangetroffen autobanden in de loods te Brunssum afkomstig waren uit de in Duitsland gestolen partij autobanden. Hoewel de door de politie geconstateerde overeenkomsten in type, merk en aantallen opmerkelijk zijn, is ter zitting ook gebleken dat de gegevens op basis waarvan het vergelijkend onderzoek heeft plaatsgevonden niet uniek zijn. Daarmee blijft de reële mogelijkheid bestaan dat de aangetroffen autobanden een legale herkomst hebben. De rechtbank zal verdachte derhalve van dit feit vrijspreken.

Feit 3

De rechtbank is van oordeel dat niet kan worden bewezen dat verdachte tezamen en in vereniging met anderen een onderhuurcontract valselijk heeft opgemaakt door dit contract door getuige [getuige 3] op schrift te laten stellen en dit contract door medeverdachte [medeverdachte 1] te laten tekenen. De rechtbank overweegt in dit verband dat de omschreven handelingen in de tenlastelegging niet kunnen worden aangemerkt als het valselijk opmaken van een onderhuurcontract. Het door een ander laten opstellen c.q. laten tekenen van een onderhuurcontract is op zich niet strafbaar. Deze handelingen zeggen niets over de inhoudelijke valsheid van het onderhuurcontract en de bij verdachte bestaande wetenschap daaromtrent. Dit zou anders zijn wanneer ten laste gelegd was dat verdachte dit gedaan had wetende dat hij hiermee de feitelijke gang van zaken verhulde en dat [getuige 4] in werkelijkheid helemaal niet de (onder) huurder van de loods was. Dat is echter niet ten laste gelegd. De rechtbank zal verdachte daarom van dit feit vrijspreken.

3.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1.

op 11 december 2011 in de gemeente Nuth en/of Brunssum tezamen en in vereniging met een ander of anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening vanaf een bedrijfsterrein gelegen aan de [adres 1], heeft weggenomen

- een vrachtauto (trekker, merk DAF, voorzien van het kenteken [kenteken 1]) en

- een oplegger (voorzien van het kenteken [kenteken 2]) en

- 120 ( honderdtwintig) vaatwasmachines en wasmachines (merk Miele, totale verkoopwaarde ongeveer 130.000 euro)

toebehorende aan [benadeelde 1], gevestigd [adres 1] en/of [aangever] en/of [benadeelde 2] gevestigd te Vianen, waarbij verdachte en zijn mededaders de weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde en de kwalificatie

4.1

De strafbaarheid

Het bewezenverklaarde is strafbaar.

4.2

De kwalificatie

Het bewezenverklaarde levert op het navolgende strafbare misdrijf:

ten aanzien van feit 1 primair:

diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel.

5 De strafbaarheid van verdachte

De verdachte is strafbaar voor het bewezenverklaarde nu geen omstandigheid aannemelijk is geworden die verdachtes strafbaarheid opheft.

6 De oplegging van straf

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden met aftrek van voorarrest.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft - overeenkomstig de oriëntatiepunten van het LOVS - gepleit voor oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van maximaal 5 maanden voor alle drie de feiten. In deze duur van de gevangenisstraf is de bij verdachte aanwezige recidive reeds verdisconteerd.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Verdachte heeft zich samen met een of meer andere personen op 11 december 2011 schuldig gemaakt aan de diefstal van een vrachtauto, een oplegger en 120 vaatwasmachines en wasmachines van het merk Miele. Dit witgoed vertegenwoordigde een totale verkoopwaarde van ongeveer € 130.000,--. De goederen werden weggenomen vanaf een bedrijfsterrein van [benadeelde 1] te Nuth. Op 21 december 2011 werden één vaatwasmachine en één wasmachine aangetroffen in een loods aan de [adres 2] te Brunssum.

Verdachte heeft naar het oordeel van de rechtbank een sleutelrol vervuld bij de ladingdiefstal. Verdachte was immers degene die van tevoren wist wat de lading was van de oplegger en dat de trekker met oplegger in de nacht van 10 op 11 december 2011 kon worden gestolen. Voorts was het ook verdachte die medeverdachte [medeverdachte 1] en een andere man benaderde om hem te helpen met het lossen van de vrachtauto geladen met de wasmachines en de vaatwassers. Het is zeer waarschijnlijk dat verdachte de Miele wasmachines en vaatwassers te gelde heeft gemaakt. De wasmachines en vaatwassers zijn immers op een enkele na niet terug gevonden. Daarbij had verdachte kennelijk de beschikking over voldoende contanten om in ieder geval medeverdachte [medeverdachte 1] kort nadien € 2.000,-- te betalen voor diens bijdrage aan het uitladen en opslaan van de wasmachines en vaatwassers.

Door zijn handelen hebben verdachte en zijn mededader(s) getoond over bijzonder weinig respect voor andermans goederen te beschikken. Het is een feit van algemene bekendheid dat niet alleen de direct betrokkenen, in casu [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2], enorme schade lijden door dit soort diefstallen, maar dat ook andere bedrijven in de transportsector hierdoor worden geraakt. Daarbij valt te denken aan imagoschade, klantenverlies, kosten van extra beveiligingsmaatregelen en stijgende verzekeringspremies. Verdachte en zijn mededader(s) hebben zich om dit alles niet bekommerd en louter gehandeld uit eigen financieel gewin.

De rechtbank heeft acht geslagen op het strafblad van verdachte, waaruit blijkt dat hij op 11 november 2009 door de meervoudige strafkamer van de rechtbank Haarlem (parketnummer 15/840012-09) werd veroordeeld tot een langdurige gevangenisstraf voor het plegen van vermogensdelicten. Verdachte werd op 12 mei 2011 voorwaardelijk in vrijheid gesteld onder de algemene voorwaarde dat hij in de proeftijd van 400 dagen geen strafbare feiten zou plegen. Klaarblijkelijk heeft ook dit resterende strafdeel verdachte niet op het rechte pad kunnen houden. Nog geen half jaar na zijn voorwaardelijke invrijheidstelling heeft verdachte dit feit gepleegd.

Dit alles rekent de rechtbank verdachte ernstig aan.

Bij de strafoplegging neemt de rechtbank de oriëntatiepunten van het LOVS als uitgangspunt. Het oriëntatiepunt voor een ladingdiefstal, waarbij sprake is van recidive, is een gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden.

De rechtbank zijn geen strafverlagende omstandigheden gebleken.

De rechtbank acht aldus een gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden passend en geboden. Zij zal deze straf dan ook aan verdachte opleggen, met dien verstande dat de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht op deze straf in mindering dient te worden gebracht.

7 Vorderingtotherroepingvandevoorwaardelijkeinvrijheidstelling

(parketnummer: 15/840012-09 en V.I. zaaknummer 99-000064-49)

Bij onherroepelijk geworden vonnis van de rechtbank te Haarlem d.d. 11 november 2009 (parketnummer: 15/840012-09) is de verdachte onder meer veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 40 maanden, met aftrek van voorarrest overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht.

De veroordeelde is, met toepassing van artikel 15 van het Wetboek van Strafrecht, op 12 mei 2011 krachtens een besluit van het Openbaar Ministerie van 29 maart 2011 voorwaardelijk in vrijheid gesteld, onder de algemene voorwaarde dat hij zich voor het einde van de op 400 dagen bepaalde en op de datum van de invrijheidstelling ingaande proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.

Het Openbaar Ministerie heeft bij schriftelijke vordering van 3 februari 2012 gevorderd dat de rechtbank last zal geven tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling wegens het niet naleven van de daaraan verbonden algemene voorwaarde.

Het Openbaar Ministerie is ontvankelijk in zijn vordering, nu de vordering onverwijld is ingediend en de grond bevat waarop zij berust.

Door het hierboven onder feit 1 primair bewezenverklaarde strafbare feit te plegen, heeft de veroordeelde de algemene voorwaarde die aan de voorwaardelijke invrijheidstelling is verbonden niet nageleefd. Op grond hiervan zal de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling worden toegewezen.

Het argument van de raadsman dat toewijzing van 400 dagen disproportioneel zou zijn, kan de rechtbank niet volgen. Het gaat immers opnieuw om een vermogensdelict, gepleegd nog geen half jaar na de voorwaardelijke invrijheidstelling van verdachte. Anders dan de verdachte, ziet de rechtbank ook niet dat zijn voorwaardelijke invrijheidstelling er ‘bijna opzat’. De proeftijd van 400 dagen was nog niet eens halverwege voorbij.

8 De benadeelde partij

8.1

De vordering van de benadeelde partij

De benadeelde partij [benadeelde 1] vordert een materiële schadevergoeding van € 73.946,29 terzake feit 1.

8.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in haar vordering, nu de vordering onvoldoende is onderbouwd en onduidelijk is gebleven of de schade deels door de verzekeraar van de benadeelde is vergoed.

8.3

Het standpunt van de verdediging

Gelet op de door hem bepleite integrale vrijspraak, is de raadsman primair van mening dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in haar vordering. De raadsman heeft zich subsidiair op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij afgewezen dient te worden dan wel dat de benadeelde niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in haar vordering. Ter onderbouwing van zijn standpunt heeft de raadsman zich aangesloten bij hetgeen door de officier van justitie naar voren is gebracht.

8.4

Het oordeel van de rechtbank

Dat de benadeelde partij schade heeft geleden door dit strafbare feit staat voor de rechtbank vast.

Met de officier van justitie en de raadsman is de rechtbank echter van oordeel dat de benadeelde partij haar vordering onvoldoende heeft onderbouwd. Zo is onder meer onduidelijk gebleven of en zo ja welke schade door de verzekeraar is vergoed. Onder die omstandigheden kan de rechtbank niet anders dan de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in haar vordering.

De rechtbank zal de benadeelde partij [benadeelde 1] veroordelen in de kosten, door verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, tot op heden begroot op nihil.

9 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

10 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van de onder 2 en 3 tenlastegelegde feiten;

Bewezenverklaring

  • -

    verklaart het ten laste gelegde bewezen, zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;

  • -

    spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4.2 is omschreven;

  • -

    verklaart verdachte strafbaar;

Straffen

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 5 maanden;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

- heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van het tijdstip waarop de duur van deze hechtenis - waaronder op de voet van het bepaalde bij artikel 72, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering begrepen de tijd gedurende welke de verdachte in verzekering was gesteld - gelijk wordt aan die van de onvoorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf;

Benadeelde partij

- verklaart de benadeelde partij [benadeelde 1], p/a mw. [persoon 3],

[adres 5], in haar vordering niet-ontvankelijk;

- veroordeelt de benadeelde partij [benadeelde 1] in de kosten, door verdachte ter

verdediging tegen de vordering gemaakt, begroot op nihil;

Voorwaardelijke invrijheidstelling

  • -

    wijst de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling (v.i.-zaaknummer 99-000064-49) wegens overtreding van de algemene voorwaarde toe;

  • -

    gelast dat het gedeelte van de vrijheidsstraf dat als gevolg van de toepassing van de regeling van de voorwaardelijke invrijheidstelling niet ten uitvoer is gelegd, te weten een periode van 400 (vierhonderd) dagen, alsnog door de veroordeelde moet worden ondergaan.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.S. Holthuis, voorzitter, mr. J.H. Klifman en

mr. C.M.J. van den Acker, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R. Bouts, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 29 november 2013.

Mr. C.M.J. van den Acker is niet in staat dit vonnis mede te ondertekenen.

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

parketnummer: 03/702004-12

proces-verbaal van het voorgevallene ter openbare zitting van de enkelvoudige kamer van de rechtbank voornoemd van 29 november 2013 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboortegegevens verdachte],

thans (uit anderen hoofde) gedetineerd in de P.I. Zuid Oost, HvB Roermond te Roermond.

Tegenwoordig:

mr. , rechter,

mr. , officier van justitie,

dhr./mevr. , griffier.

De rechter doet de zaak uitroepen.

De verdachte is in de zaal van de zitting aanwezig. Ter terechtzitting van 15 november 2013 heeft hij afstand gedaan van zijn recht in persoon bij de uitspraak aanwezig te zijn.

De rechter spreekt het vonnis uit en geeft de verdachte kennis dat hij daartegen binnen 14 dagen hoger beroep kan instellen.

Waarvan proces-verbaal, vastgesteld en getekend door de rechter en de griffier.

Raadsman mr. P.W. Szymkowiak, advocaat te Maastricht.

1 De vindplaatsvermeldingen, voorkomend in de hierna opgenomen bewijsmiddelen en de motivering van de bewezenverklaring, verwijzen naar de doorlopende paginanummering in de voor eensluidend afschrift gewaarmerkte kopie van het in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde verbalisanten van de politie Limburg-Zuid opgemaakte proces-verbaal, genummerd 1 t/m 1400 d.d. 11 juli 2012 en de als bijlagen daarbij gevoegde schriftelijke bescheiden, welke alle wettige bewijsmiddelen zijn als bedoeld in artikel 344, eerste lid jo artikel 339, eerste lid onder 5º van het Wetboek van Strafvordering.

2 Proces-verbaal van aangifte van [aangever] d.d. 12 december 2011, p. 357/358

3 Proces-verbaal van aangifte van [aangever] d.d. 6 januari 2012, p. 516/517

4 Stamproces-verbaal d.d. 11 juli 2012, p. 40

5 Proces-verbaal van aangifte van [aangever] d.d. 6 januari 2012, p. 517/518

6 Proces-verbaal van bevindingen betreffende werking van het stuurslot en de contactsleutel van de DAF trekker d.d. 8 maart 2012, p. 839 t/m 842

7 Proces-verbaal tachograafdata onderzoek d.d. 4 januari 2012, p. 436 t/m 438

8 Proces-verbaal bevindingen binnentreden loodsen [adres 2] te Brunssum d.d. 3 januari 2012, p. 1005

9 Proces-verbaal bevindingen binnentreden loodsen [adres 2] te Brunssum d.d. 3 januari 2012, p. 1008 en 1014

10 Proces-verbaal van aangifte van [aangever] d.d. 12 december 2011, p. 365/373

11 Proces-verbaal van bevindingen betreffende het onderzoek lijsten met badgenummers d.d. 10 januari 2012, p. 468, 469 en 493

12 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 1] d.d. 16 januari 2012, p. 107

13 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 1] d.d. 18 januari 2012, p. 151 t/m 155

14 Proces-verbaal doorzoeking van de woning aan de [adres 4] te Heerlen d.d. 1 maart 2012, p. 1316, 1317 en 1320

15 Proces-verbaal van aangifte van [aangever] d.d. 12 december 2011, p. 373

16 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 2] d.d. 1 maart 2012, p. 269

17 Proces-verbaal betreffende de analyse gegevens mobiele telefoon d.d. 28 maart 2012, p. 525 t/m 529

18 Proces-verbaal betreffende de analyse gegevens mobiele telefoon d.d. 28 maart 2012, p. 534