Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2013:8826

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
13-11-2013
Datum publicatie
18-11-2013
Zaaknummer
2434324 CV EXPL 13-4175
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Op het oog eenvoudige huurbetalingskwestie vindt haar oorsprong in dubbele lasten van huurster als alleenstaande moeder, nu zij een vooralsnog onverkoopbare woning van haar moeder geërfd heeft met de daaraan verbonden verplichtingen uit hypothecaire geldlening. Woningstichting is daarmee bekend en heeft bovendien op basis van een op 4 september 2013 voor een eerdere huurtermijn verkregen toewijzend vonnis al loonbeslag gelegd. Voor resterende huurbedragen wordt op 8 oktober 2013 opnieuw gedagvaard en daarbij is tevens ontruiming gevorderd. Huurster vraagt ten aanzien van die ontruiming enig respijt en krijgt dat. Bovendien is kantonrechter van oordeel dat verhuurster onder de geschetste omstandigheden geen recht heeft op vergoeding van buitengewoon magere inspanningen om buiten rechte een tweede procedure te voorkomen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Burgerlijk recht / Kantonrechter

Zaaknummer 2434324 CV EXPL 13-4175

Vonnis van 13 november 2013

in de zaak

WONINGSTICHTING VAALS,

gevestigd en kantoorhoudend te Vaals,

verder ook te noemen: “Ws Vaals”,

eisende partij,

gemachtigden: M.M.J. Haenen en J.M.H.C. Haenen, deurwaarders te Maastricht

tegen

[gedaagde],

wonend te [adres],

verder ook te noemen: “[gedaagde]” ,

gedaagde partij,

in persoon procederend

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Ws Vaals heeft [gedaagde] bij dagvaarding van 8 oktober 2013 in rechte betrokken voor een vordering als uiteengezet in het exploot van dagvaarding, tegelijk waarmee aan [gedaagde] (niet in persoon) drie producties betekend zijn.

[gedaagde] heeft ter eerst dienende datum schriftelijk geantwoord.

Hierna is in verband met aard en inhoud van eis en verweer aanstonds vonnis bepaald, waarvan de uitspraak op vandaag gesteld is.

MOTIVERING

a. het geschil

Ws Vaals vordert naast ontbinding van de huurovereenkomst de veroordeling van [gedaagde] - bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad - tot ontruiming van de door haar van Ws Vaals gehuurde woning op een termijn van veertien dagen na betekening van een door de kantonrechter bij vonnis af te geven bevel, alsmede tot betaling van € 1 932,18 aan actuele betalingsverplichtingen met de op en na 1 november 2013 nog te vervallen huur- en/of gebruikstermijnen naar € 574,54 per maand, alles onder verwijzing van [gedaagde] in de proceskosten. Subsidiair beperkt Ws Vaals haar vorderingen tot een veroordeling van gedaagde partij tot betaling van € 1 932,18 aan achterstallige huur en incassokosten alsmede van de te liquideren proceskosten.

Zij baseert haar vorderingen kort en goed op de (herhaalde) tekortkoming van [gedaagde] in de nakoming van de op haar rustende betalingsverplichtingen uit de overeenkomst waarbij haar de thans bewoonde woning door Ws Vaals in huur verstrekt is. Waar in het verleden al ‘bij herhaling’ een huurachterstand geconstateerd was (die ook al op 4 september 2013 geleid heeft tot een toewijzend vonnis van de kantonrechter Maastricht ter zake van een gevorderd en toegewezen bedrag van € 778,64), ziet Ws Vaals thans geen andere weg dan het instellen van de aldus luidende vorderingen.

Het verweer van [gedaagde] strekt er toe te betogen dat zij primair meent dat Ws Vaals in haar vorderingen niet-ontvankelijk verklaard zou moeten worden in verband met reeds op 20 september 2013 gelegd loonbeslag en de (langs die weg?) tot stand gekomen betaling van de huur over oktober 2013 in de week na dagvaarding. Subsidiair benadrukt [gedaagde] haar precaire persoonlijke situatie als alleenstaande moeder. Door verplichtingen die samenhangen met de hoge kosten van de tot dusver onverkoopbare woning in Meerssen die [gedaagde] als erfgename van haar in 2010 overleden moeder beheert, is zij niet in staat gebleken de dubbele woonkosten (huur woning in Vijlen naast hypotheeklasten van de te verkopen woning in Meerssen) op te brengen via haar inkomen uit arbeid. Haar hoop is gevestigd op een nieuwe makelaar die zich met de verkoop van het huis in Meerssen belast en op de dertiende maand die zij in december van haar werkgever tegemoet kan zien om (naast de aflossingen via het loonbeslag) haar verplichtingen aan Ws Vaals na te komen. Hoewel zij erkent ‘ernstig in gebreke te zijn gebleven’ jegens haar verhuurster, dringt zij daarom subsidiair aan op een later tijdstip voor de gevorderde ‘ontbinding’ (vermoedelijk bedoeld: voor het tijdstip van gedwongen ontruiming) en wel een verschuiving naar 1 januari 2014. Zij meent te kunnen garanderen dat Ws Vaals in de (verdere) loop van 2013 100% van de openstaande en nog te vervallen huurbedragen zal ontvangen, ongeacht of zij erin slaagt de woning in Meerssen te verkopen. Zij gaat dan intussen op zoek naar andere woonruimte tegen een lagere maandhuur.

de beoordeling

Uit de door Ws Vaals zelf verschafte informatie kan afgeleid worden dat zij ten volle weet had en heeft van de problematische betalingssituatie waarin [gedaagde] geraakt was toen zij op 8 oktober 2013 ten tweeden male kort achtereen gedagvaard werd voor een vanaf 1 juli 2013 ontstane huurschuld. Anders dan Ws Vaals doet voorkomen, valt niet vol te houden dat [gedaagde] ‘in het verleden bij herhaling een huurachterstand heeft doen ontstaan’, want het als eerste productie bij dagvaardingsexploot gevoegde overzicht vanaf einde 2011 wijst hoogstens op een enkele vertraging in de voldoening van een maandbedrag in de periode die aan 1 juli 2013 voorafgaat. Pas de vier maanden na 30 juni 2013 leverden de achterstand op die onderwerp vormde / vormt van zowel deze procedure als de bij dagvaarding van 26 juli 2013 ingeleide procedure van Ws Vaals tegen [gedaagde].

Dan is het toch op zijn minst frappant dat Ws Vaals zich in die eerste zaak, uitmondend in een vonnis ‘op erkenning’ van 4 september 2013, beperkt heeft tot het claimen van de enige maand huur die vanaf 1 juli 2013 openstond (een huurbedrag over juli 2013 van € 574,54) en daarenboven van de (voor haar) mild oordelende kantonrechter - mede beïnvloed door het uitblijven van een daarop gericht verweer van [gedaagde] - ook nog eens een vergoeding van buitengerechtelijke kosten en een Europese waarmerking van de executoriale titel verkregen heeft. Uit het antwoord van [gedaagde] blijkt nu, een relevant gegeven waaromtrent Ws Vaals het volledige stilzwijgen bewaarde in het exploot van dagvaarding d.d. 8 oktober 2013, dat ter zake reeds op 20 september 2013 loonbeslag gelegd is en dat krachtens dat beslag in ieder geval in oktober 2013 reeds een betaling plaatsgevonden heeft. Weliswaar heeft Ws Vaals dat bedrag van € 574,54 waaromtrent op 4 september 2013 al een rechterlijk oordeel verkregen is, buiten de berekening van de thans aan de orde zijnde huurschuld gehouden (nu gaat het om driemaal € 574,54 over de maanden augustus tot en met oktober), maar de twee zaken liggen duidelijk in elkaars verlengde en hebben van doen met hetzelfde door [gedaagde] geschetste ernstige financiële probleem. Uit de op dat punt niet in het exploot toegelichte ‘veertiendagenbrief’ van Ws Vaals (prod.2) van 4 september 2013 blijkt nota bene dat in augustus 2013 om die reden een betalingsafspraak gemaakt was (voldoening van reguliere huur naast maandelijkse aflossing van € 200,00) en dat [gedaagde] zich daar al vrij snel niet aan bleek te kunnen houden, zodat haar nieuwe rechtsmaatregelen - gericht op een rechterlijk ontruimingsvonnis - in het vooruitzicht gesteld werden.

Uiteraard kan Ws Vaals zich op het standpunt stellen dat financieel onvermogen van de huurster, ongeacht oorzaak, ernst en duur, geheel in de risicosfeer van [gedaagde] ligt, maar juist in de onderhavige situatie mag van een woningcorporatie met een sociale functie een iets mildere opstelling verwacht worden dan in casu gepraktiseerd wordt. [gedaagde] erkent immers dat zij ten opzichte van Ws Vaals ‘ernstig in gebreke gebleven’ is en dat daar op zo kort mogelijke termijn iets aan moet gebeuren. Verkoop van de woning in Meerssen zou ruimte kunnen scheppen, maar ook het vinden van een goedkopere (huur)woning dan de huidige woning in Vijlen. [gedaagde] berust in haar verweer in een einde van de huurrelatie met Ws Vaals, maar niet op stel en sprong. Zij vraagt Ws Vaals (en de kantonrechter) slechts om enig respijt. Daarbij ziet zij er kennelijk van af om Ws Vaals medewerking te vragen bij het zoeken van die goedkopere woning. Wel vraagt zij om genoegen te nemen met een korte uitlooptijd tot 1 januari 2014 om zelf orde op zaken te stellen. In de gegeven omstandigheden acht de kantonrechter dat zonder meer aanvaardbaar, zodat hij weliswaar met directe ingang wegens de ernst van de tekortkoming (drie maanden huurachterstand immers ten tijde van dagvaarding, nadat eerder al een achterstand van een maand in een vonnis geculmineerd was) de huurovereenkomst ontbindt, maar de ontruiming eerst tegen 1 januari 2014 beveelt.

Wat de financiële kant van de vorderingen betreft, overschat Ws Vaals haar positie enigszins. Daargelaten of er wellicht al een deel van de drie maanden huurschuld voldaan is ([gedaagde] heeft het over de maand oktober) en of de inmiddels voor november 2013 verschuldigde huur door Ws Vaals wel werd ontvangen, kan de ten tijde van dagvaarding openstaande hoofdsom van € 1 723,62 toegewezen worden. Ws Vaals dient bij tenuitvoerlegging van het vonnis op die som natuurlijk wel gewoon in mindering te brengen wat [gedaagde] eventueel via inhouding op haar loon of anderszins tussen 8 oktober 2013 en de dag van vandaag betaald heeft (voor zover zulke eventuele betalingen niet de voldoening aan het vonnis van 4 september 2013 betreffen). Toewijsbaar is echter niet het gevorderde bedrag van € 208,56 dat Ws Vaals als vergoeding van buiten rechte gemaakte kosten claimt. Er is immers tussen de werkzaamheden waarvoor reeds in de andere zaak aan Ws Vaals kosten vergoed zijn, en het aanhangig maken van deze zaak in de stukken slechts sprake van de verzending van welgeteld één brief door verhuurster zelf aan de huurster op 4 september 2013. In die brief werd, voortbouwend op een niet ingeloste betalingstoezegging, een ontruimingsvordering in rechte aangekondigd als de opgelopen achterstand niet uiterlijk 17 september 2013 ingelopen zou zijn. Mede gelet op de kennis die Ws Vaals toegedicht kan worden van de onmogelijke betalingspositie van [gedaagde], moet een dergelijke brief (die ook buiten rechte geen aanwijsbaar vervolg gekregen heeft, maar wel in dagvaarding resulteerde) aangemerkt worden als voorbereidende handeling van de thans aanhangige procedure of als instructie van die zaak. Wel heeft dit tot gevolg, ook al omdat de rest van de vorderingen (deels in aangepaste vorm) toegewezen wordt, dat [gedaagde] in de proceskosten verwezen zal worden omdat zij in voldoende mate gewaarschuwd was voor de gevolgen van een verder nalaten.

BESLISSING

De huurovereenkomst van Ws Vaals en [gedaagde] met betrekking tot de woonruimte aan de [adres] wordt ontbonden.

[gedaagde] wordt bevolen om de genoemde woning met alle personen en zaken die zich harentwege daarin en daaromheen bevinden, uiterlijk 31 december 2013 te ontruimen en te verlaten en in geheel ontruimde staat onder afgifte van alle sleutels ter vrije en algehele beschikking van Ws Vaals te stellen.

[gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling van € 1 723,62 aan tot 1 november 2013 vervallen huurbedragen en van € 574,54 aan inmiddels voor de maand november 2013 opeisbaar geworden huur en/of gebruiksvergoeding alsmede, voor zover het gebruik van de woning ook per 1 december 2013 vooralsnog gecontinueerd wordt, van het per die datum eveneens opeisbare bedrag van € 574,54 aan gebruiksvergoeding.

Tot slot wordt [gedaagde] ook veroordeeld tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van Ws Vaals tot de datum van dit vonnis begroot op een totaalbedrag van € 642,45, waarin begrepen een gematigd bedrag van € 100,00 aan salaris gemachtigde.

Het vonnis wordt uitvoerbaar verklaard bij voorraad.

Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.W.M.A. Staal, kantonrechter te Maastricht,

en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken.