Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2013:8716

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
24-04-2013
Datum publicatie
14-11-2013
Zaaknummer
475210 CV EXPL 12-2148
Formele relaties
Einduitspraak: ECLI:NL:RBLIM:2013:8719
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Effectenlease. Bankenrichtlijn. Nu Dexia in Nederland gevestigd is en aldaar vergunning heeft gekregen, kan zij haar werkzaamheden in België uitoefenen zonder dat daarvoor een aparte vergunning is vereist.

Dexia toegelaten tot bewijs van haar stelling dat de echtgenote van de contractuele wederpartij met het bestaan van de leaseovereenkomsten bekend is geworden meer dan drie jaar voordat zij deze buitengerechtelijk heeft vernietigd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Burgerlijk recht

Zaak/rolnr.: 475210 CV EXPL 12-2148

CJ

Vonnis van de kantonrechter d.d. 24 april 2013

inzake

de besloten vennootschap Dexia Nederland B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres in conventie, verweerster in reconventie, hierna te noemen: Dexia,

gemachtigde: de besloten vennootschap DRA Debt Recovery Agency B.V., h.o.d.n. EDR Incasso te Den Haag;

tegen

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie],

wonende aan de [adres],

gedaagde in conventie, eiser in reconventie, hierna te noemen: [gedaagde in conventie, eiser in reconventie],

gemachtigde: mr. B. Blom te Amsterdam Zuidoost.

1 Het verloop van de procedure in conventie en in reconventie

1.1

Door partijen zijn de volgende processtukken ingediend en/of proceshandelingen verricht:

  • -

    dagvaarding;

  • -

    conclusie van antwoord in conventie, tevens eis in reconventie;

  • -

    conclusie van repliek in conventie, tevens conclusie van antwoord in reconventie;

  • -

    conclusie van dupliek in conventie, tevens conclusie van repliek in reconventie;

  • -

    conclusie van dupliek in reconventie;

  • -

    akte aan de zijde van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie].

1.2

Vervolgens is vonnis bepaald, waarvan de uitspraak nader is gesteld op heden.

2 Het geschil in conventie en in reconventie

2.1

Als enerzijds gesteld en anderzijds niet, dan wel onvoldoende gemotiveerd weersproken, alsmede op grond van de in het geding gebrachte producties, voor zover de inhoud daarvan niet is weersproken, staat tussen partijen het navolgende vast.

2.2

Dexia is de rechtsopvolgster onder algemene titel van Bank Labouchere N.V., op haar beurt rechtsopvolgster van Legio Lease B.V. Waar hierna sprake is van Dexia worden haar rechtsvoorgangsters daaronder mede begrepen.

2.3

Tussen Dexia en [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] zijn op 4 februari 2001 een tweetal overeenkomsten strekkende tot effectenlease, te kwalificeren als huurkoopovereenkomsten, tot stand gekomen met contractnummers 29491300 en 29491301 onder de benaming WinstVerDriedubbelaar (productie 1 bij exploot). Op deze overeenkomsten zijn de Bijzondere Voorwaarden Effecten Lease van toepassing. Na beëindiging van de overeenkomsten bleken de opbrengsten van de aandelenverkopen niet toereikend om de afgesloten leningen ten behoeve van de aandelenaankopen te voldoen.

2.4

Bij brief van 1 juli 2005 (productie 4 bij conclusie van antwoord in conventie, tevens eis in reconventie) heeft [naam echtgenote], sedert 27 november 1992 gehuwd met [gedaagde in conventie, eiser in reconventie], met een beroep op de artikelen 1:88 en 1:89 BW de tussen Dexia en haar echtgenoot gesloten effectenleaseovereenkomsten buitengerechtelijk vernietigd, wegens het ontbreken van haar toestemming.

2.5

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft zich door het afleggen van een opt-outverklaring als bedoeld in artikel 7:908 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) aan de verbindendverklaring van de WCAM-overeenkomst onttrokken (productie 7 conclusie van antwoord in conventie, tevens eis in reconventie).

2.6

Tegen de achtergrond van deze vaststaande feiten vordert Dexia in conventie bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] tot betaling van een bedrag van

€ 13.326,45, zijnde € 12.493,45 aan hoofdsom en € 833,00 aan buitengerechtelijke kosten, vermeerderd met de wettelijke rente over € 12.493,45 vanaf 13 februari 2012 en over

€ 833,00 vanaf 3 mei 2012 tot aan de dag van voldoening, alsmede veroordeling van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] in de proceskosten.

2.7

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] betwist de vordering en concludeert tot afwijzing van de vordering. Het verweer van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] mondt uit in een vordering in reconventie. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] vordert in reconventie een verklaring voor recht dat de tussen partijen gesloten overeenkomst is vernietigd, althans te vernietigen en veroordeling van Dexia tot betaling van alle door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] betaalde maandtermijnen minus de ontvangen dividenden, zijnde een totaalbedrag van € 10.271,94, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf de dag van vernietiging tot de dag van voldoening, tot betaling van de buitengerechtelijke kosten ad € 833,00, alsmede veroordeling van Dexia in de proceskosten en Dexia te veroordelen de BKR-registratie / melding door te halen, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,00 per (gedeelte van een) dag dat Dexia daarmee in gebreke blijft met een maximum van € 20.000,00.

2.8

Dexia voert verweer tegen de vordering en concludeert tot niet-ontvankelijkverklaring, althans afwijzing van de vordering met veroordeling van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] in de proceskosten.

3 De beoordeling in conventie en in reconventie

3.1

Gelet op de onderlinge samenhang zal de kantonrechter de vorderingen in conventie en in reconventie gezamenlijk behandelen.

3.2

Vaststaat dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] ten tijde van het sluiten van de overeenkomsten woonachtig was in België en Dexia gevestigd was in Nederland. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] beroept zich primair op nietigheid van de effectenleaseovereenkomsten. Daartoe stelt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] - met verwijzing naar artikel 7 van de Wet op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen van 22 maart 1993 - dat het in België verboden is om zonder vergunning van de Commissie Bank en Financiën (CBF) spaarbeleggingsproducten op de Belgische markt aan te bieden. Dexia, dan wel haar rechtsvoorgangster, had deze vergunning niet zodat de overeenkomsten naar Belgisch recht nietig zijn. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] stelt dat het dwingendrechtelijke karakter van genoemde wetgeving de in de algemene voorwaarden opgenomen rechtskeuze voor Nederlands recht opzij zet.

3.3

De kantonrechter oordeelt dat gelet op de betwisting van Dexia en nu zulks evenmin uit de tussen partijen gesloten overeenkomsten blijkt niet is komen vast te staan dat de overeenkomsten door tussenkomst van Spaarselect België zijn gesloten. Het daarop betrekking hebbende verweer van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] zal dan ook als onvoldoende onderbouwd worden gepasseerd.

3.4

Op grond van de tweede Bankenrichtlijn (Richtlijn 89/646/EEG), in Nederland geïmplementeerd in 1992, en herhaald in de herziene bankenrichtlijn 2006/48/EG, van kracht geworden op 20 juli 2006, kan een financiële instelling die in de lidstaat van herkomst (home country) een vergunning heeft verkregen in een andere lidstaat (host country) werkzaamheden uitoefenen door middel van het vestigen van een bijkantoor of door het verrichten van diensten vanuit de lidstaat van herkomst (ook wel een Europees paspoort genoemd). De richtlijn gaat uit van een systeem van onderlinge erkenning van de vergunningen (‘single licence-’ principe) en geldt voor de lidstaten van de EU en voor de landen die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (EER). Nu Dexia in Nederland gevestigd is en aldaar een vergunning heeft gekregen, kan zij haar werkzaamheden in België, eveneens EU lidstaat, uitoefenen zonder dat daarvoor een aparte vergunning is vereist. Het verweer van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] dat een nationale (Belgische) vergunning was vereist en nu zulks ontbreekt de overeenkomsten nietig zijn kan dan ook geen stand houden en het verweer of Nederlands of Belgisch recht van toepassing is kan verder in het midden blijven.

3.5

De tussen (de rechtsvoorgangster van) Dexia en [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] gesloten overeenkomsten strekkende tot effectenlease, genaamd WinstVerDriedubbelaar met contractnummers 29491300 en 29491301 d.d. 4 februari 2001, zijn te kwalificeren als huurkoopovereenkomsten. Op grond van het bepaalde in artikel 1:88 lid 1 aanhef en onder d van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) is voor het aangaan van de onderhavige effectenleaseovereenkomsten de toestemming van de andere echtgenoot vereist. Nu volgens artikel 7A:1576i BW huurkoop bij akte wordt aangegaan, dient deze toestemming schriftelijk te worden gegeven (artikel 1:88 lid 3 BW).

3.6

Uit de door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] bij conclusie van dupliek in conventie, tevens conclusie van repliek in reconventie als productie 5 overgelegde huwelijksakte blijkt dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] ten tijde van het aangaan van de onderhavige effectenleaseovereenkomsten gehuwd was met mevrouw [naam echtgenote]. Uit de als productie 1 bij exploot in het geding gebrachte

effectenleaseovereenkomsten blijkt dat de echtgenote van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] de effectenleaseovereenkomsten niet (mede) ondertekend heeft en evenmin is gesteld of gebleken dat zij anderszins schriftelijk aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] haar toestemming voor het aangaan van de onderhavige overeenkomsten heeft gegeven, zodat vaststaat dat deze toestemming ontbreekt.

3.7

Nu vast staat dat de echtgenote van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie], mevrouw [naam echtgenote], met wie [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] reeds ten tijde van het sluiten van de effectenleaseovereenkomsten was gehuwd, geen schriftelijke toestemming heeft verleend voor het aangaan van de effectenleaseovereenkomsten komt [naam echtgenote] in beginsel een beroep toe op de vernietigingsbevoegdheid ex artikel 1:88 juncto 1:89 BW.

3.8

Voorts staat vast - zo volgt uit de door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] als productie 5 bij conclusie van antwoord in conventie, tevens eis in reconventie overgelegde door Dexia verzonden brief van 29 juli 2005 - dat de door de echtgenote van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] bij brief van 1 juli 2005 uitgebrachte buitengerechtelijke vernietigingsverklaring door Dexia is ontvangen.

3.9

Voorts dient beoordeeld te worden of de echtgenote van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie], mevrouw [naam echtgenote], al dan niet tijdig een beroep op vernietiging van de tussen Dexia met [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] gesloten effectenleaseovereenkomsten heeft gedaan. Dexia beroept zich er immers op dat het vernietigingsrecht van artikel 1:89 BW verjaard is. De verjaringstermijn voor een beroep op dit vernietigingsrecht is op grond van artikel 3:52 lid 1 sub d BW drie jaar. De termijn vangt aan op het moment dat degene aan wie de bevoegdheid tot vernietiging toekomt, bekend wordt met de overeenkomst. Niet noodzakelijk is dat deze bekend is met de juridische kwalificatie van die overeenkomst (vgl. HR 5 januari 2007, LJN AY8771 en Gerechtshof Amsterdam, 19 mei 2009, LJN BI 4359). Van belang is derhalve wanneer [naam echtgenote] bekend was met het bestaan van de tussen Dexia en [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] gesloten effectenleaseovereenkomsten.

3.10

Op Dexia rust de stelplicht en bewijslast ten aanzien van het beroep op verjaring. Ter onderbouwing van haar beroep op verjaring heeft Dexia aangevoerd dat [naam echtgenote], als echtgenote van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie], vanaf het moment van het aangaan van de effectenleaseovereenkomsten bekend geacht kan worden met de tussen Dexia en [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] gesloten effectenleaseovereenkomsten. Dexia stelt daartoe dat het binnen Nederlandse gezinsverhoudingen gebruikelijk is dat beleggingsbeslissingen, zoals een beslissing tot het aangaan van een overeenkomst tot effectenlease, met medeweten en instemming van beide echtgenoten worden genomen. [naam echtgenote] heeft op 21 november 1998 een adreswijziging aan Legio Lease verzonden ter zake het toen lopende leasecontract 33007521. Voorts wijst Dexia erop dat één van de door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] gesloten effectenleaseovereenkomsten met een positief saldo, een bedrag van € 4.651,56, is beëindigd en dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] dit positieve resultaat van de effectenleaseovereenkomst met zijn echtgenote moet hebben gedeeld. Daarnaast stelt [getuige] - met verwijzing naar de als productie 2 bij conclusie van repliek in conventie, tevens conclusie van antwoord in reconventie overgelegde schermafdrukken - dat op 23 januari 2001 met [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] telefonisch contact is geweest over eventuele verdere investeringen in effectenleaseproducten en dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft aangegeven eerst met zijn vrouw te overleggen over het al dan niet doen van (her)investeringen. Verder stelt Dexia dat de veelheid aan poststukken met haar logo erop, verstuurd naar het huisadres van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] en [naam echtgenote], voor [naam echtgenote] niet onopgemerkt kan zijn gebleven. Ten slotte merkt Dexia op dat [naam echtgenote] de in de belastingaangifte opgenomen dividenduitkeringen en de lening moet hebben gezien toen zij de belastingaangifte ondertekende.

3.11

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft in dit verband gesteld dat hij de onderhavige overeenkomsten zonder medeweten van zijn echtgenote heeft afgesloten, hij de financiële zaken regelde en dat zijn echtgenote zich daarmee niet bemoeide. Pas nadat de overeenkomsten op 29 januari 2004 waren beëindigd en [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] met een restschuld werd geconfronteerd, heeft [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] zijn echtgenote op de hoogte gesteld van de door hem afgesloten overeenkomsten. Uit het feit dat er in 1998 een adreswijziging is doorgegeven, kan niet worden afgeleid dat de echtgenote van het afsluiten van de overeenkomsten in 2001 afwist. Voorts betwist [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] dat hij in het telefoongesprek heeft gezegd dat hij eerst met zijn echtgenote wilde overleggen en zelfs indien hij dit heeft gezegd wil dat nog niet zeggen dat hij daadwerkelijk met zijn echtgenote heeft overlegd. Daarbij komt verder dat op het moment van het sluiten van de twee onderhavige contracten het eerste contract nog liep, zodat hij met zijn echtgenote niet gesproken kan hebben over een behaalde winst en herinvesteren. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] regelde de belastingaangifte van zijn echtgenote, welke aangifte tegenwoordig digitaal kan en waarvoor geen handtekening vereist is. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] stelt met verwijzing naar productie 1 bij conclusie van dupliek in conventie, tevens conclusie van repliek in reconventie dat zijn echtgenote pas vanaf 2005 aangifte voor de inkomstenbelasting doet. Ten slotte ontving [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] ook bankafschriften van Dexia per post, omdat hij daar bankierde.

3.12

Nu gelet op deze betwisting door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] nog niet is komen vast te staan dat het aan de echtgenote van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] toekomende vernietigingsrecht van artikel 1:89 BW is verjaard en aan de overgelegde stukken hiervoor onvoldoende steun valt te ontlenen, dient op dit punt bewijs geleverd te worden. Nu Dexia zich beroept op de rechtsgevolgen van die stelling, zal zij overeenkomstig de hoofdregel van artikel 150 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) worden toegelaten tot het bewijs van haar stellingen, zoals nader aan te geven in het dictum.

3.13

De kantonrechter houdt, in afwachting van de bewijslevering, iedere verdere beslissing aan in conventie en in reconventie.

4 De beslissing

De kantonrechter:

in conventie

laat Dexia toe om door alle middelen rechtens te bewijzen feiten en omstandigheden waaruit blijkt dat [naam echtgenote] met het bestaan van de tussen Dexia en [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] gesloten effectenleaseovereenkomsten bekend was meer dan drie jaar voor 1 juli 2005;

bepaalt voor het geval dat Dexia het bewijs door middel van getuigen willen leveren, dat het getuigenverhoor zal worden gehouden in het gerechtsgebouw te Maastricht aan het St. Annadal 1 op een datum en tijdstip dat zal worden bepaald, nadat Dexia bij akte heeft opgegeven of getuigen zullen worden voorgebracht, in dat geval onder opgave van het aantal en - zo mogelijk - de personalia van de getuigen;

verwijst de zaak naar de rol van 22 mei 2013 voor akte houdende uitlating bewijs alsmede opgave getuigen aan de zijde van Dexia en opgave verhinderdata aan beide zijden voor de daaropvolgende drie maanden;

houdt iedere verdere beslissing aan;

in reconventie

houdt, in afwachting van de bewijslevering in conventie, iedere verdere beslissing aan.

Aldus gewezen door mr. A.J. Henzen, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare civiele terechtzitting in tegenwoordigheid van de griffier.