Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2013:8536

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
16-10-2013
Datum publicatie
11-11-2013
Zaaknummer
506373 CV EXPL 12-5332
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vordering tot betaling op grond van gestelde koopovereenkomsten. Ten aanzien van de erkende koopovereenkomsten stelt gedaagde dat contante betaling plaatsgevonden heeft. Bewijsaanbod op dat punt gepasseerd want niet voldaan aan stelplicht. Het bestaan van de overige koopovereenkomsten is onvoldoende gemotiveerd betwist aangezien vaststaat dat de betreffende zaken wel aan gedaagde geleverd zijn en hij geen (alternatieve) verklaring geeft voor die levering.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Burgerlijk recht

Zaaknummer: 506373 CV EXPL 12-5332

typ: RW

Vonnis van 16 oktober 2013

in de zaak van

INTRAK VOERENDAAL B.V.,

gevestigd en kantoorhoudend te Voerendaal,

eisende partij 1,

verder te noemen: Intrak Voerendaal

en

B.V. INTRAK (exploot) of INTRAK B.V. (repliek),

gevestigd en kantoorhoudend te Weert,

eisende partij 2,

verder te noemen: Intrak Weert,

hierna gezamenlijk ook te noemen: Intrak,

gemachtigde: mr. J.F.G. Godart (medewerker van ARAG SE) te Roermond

tegen

[gedaagde],

wonend te [woonplaats],

gedaagde partij,

verder te noemen: [gedaagde],

gemachtigde: mr. B.H.M. Nijsten, advocaat te Maastricht.

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Partijen hebben achtereenvolgens de navolgende gedingstukken ingediend:

  • -

    exploot van dagvaarding van 5 december 2012 met producties;

  • -

    conclusie van antwoord;

  • -

    conclusie van repliek met producties;

  • -

    conclusie van dupliek.

Nadat vonnis was bepaald, heeft Intrak bij akte van 1 juli 2013 (met één productie) verzocht om aanhouding van de zaak in afwachting van een te wijzen strafrechtelijk vonnis.

Vervolgens is van de zijde van [gedaagde] een akte genomen.

Daarna hebben partijen gelijktijdig een akte genomen.

Daarop is andermaal vonnis bepaald, waarvan de uitspraak nader vastgesteld is op heden.

MOTIVERING

de vordering

Intrak Voerendaal vordert [gedaagde] te veroordelen - bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad - tot betaling aan Intrak Voerendaal van:

1.

een hoofdsom van € 10.354,80;

2.

een vergoeding van buitengerechtelijke kosten van € 878,55;

3.

de wettelijke rente over het onder 1. en 2. gevorderde vanaf 18 mei 2012, althans vanaf 28 augustus 2012, tot de dag van voldoening;

4.

de helft van de kosten van deze procedure;

5.

de nakosten van € 150,00 indien en voor zover [gedaagde] niet binnen de wettelijk vereiste termijn van twee dagen na betekening aan dit vonnis heeft voldaan, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf laatstgenoemde datum;

6.

althans een bedrag dat de kantonrechter redelijk en billijk voorkomt;

Intrak Weert vordert [gedaagde] te veroordelen - bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad - tot betaling aan Intrak van:

7.

een hoofdsom van € 3.381,25;

8.

een vergoeding van buitengerechtelijke kosten van € 463,13;

9.

de wettelijke rente over het onder 1. en 2. gevorderde vanaf 18 mei 2012, althans vanaf 28 augustus 2012, tot de dag van voldoening;

10.

de helft van de kosten van deze procedure;

11.

de nakosten van € 87,50 indien en voor zover [gedaagde] niet binnen de wettelijk vereiste termijn van twee dagen na betekening aan dit vonnis heeft voldaan, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf laatstgenoemde datum;

12.

althans een bedrag dat de kantonrechter redelijk en billijk voorkomt.

de standpunten van partijen

Intrak voert ter onderbouwing van de vordering het volgende aan.

Op donderdag 8 maart 2012 heeft [gedaagde], die handelt in oud ijzer, met Intrak Voerendaal, vertegenwoordigd door haar bedrijfsleider [naam bedrijfsleider Intrak Voerendaal], een koopovereenkomst gesloten op grond waarvan aan [gedaagde] terreinwagens zijn verkocht voor een totaalbedrag van € 88.506,00 (inclusief btw en montage met een levertijd van twee weken).

Verder heeft [gedaagde] die dag van Intrak Voerendaal 7.260 kilogram oud ijzer gekocht. Intrak stelt niet voor welk bedrag [gedaagde] het oud ijzer gekocht heeft. Wel voert Intrak nog aan dat [gedaagde] een dag later nog eens 7.590 kilogram oud ijzer opgehaald heeft en stelt zij dat de totale waarde van het opgeladen oud ijzer tot dan toe € 4.583,30 bedroeg. Zij verwijst daartoe kennelijk abusievelijk naar productie 5. Het moet ervoor gehouden worden dat Intrak beoogd heeft te verwijzen naar productie 7, een factuur van 19 april 2012 waar het bedrag van € 4.583,00 op vermeld staat. [gedaagde] heeft voorts van Intrak Voerendaal een betonzaag en een aantal andere zaken gekocht voor een bedrag van € 1.130,50 (incl. btw). Intrak verwijst in dat verband naar een door partijen ondertekende overeenkomst alsmede een factuur (productie 4).

Voorts heeft [gedaagde] een hogedrukreiniger meegenomen en door [naam bedrijfsleider Intrak Voerendaal] op rekening laten zetten. Intrak verwijst daarvoor naar productie 6: een aan [gedaagde] gerichte factuur van 9 maart 2012 waarbij een bedrag van € 4.641,00 aan [gedaagde] in rekening gebracht is.

Intrak stelt dat [gedaagde] voorts bij Intrak Weert op 12 en 13 maart 13.500 kilogram oud ijzer opgehaald heeft voor een bedrag van € 3.105,00 (hier verwijst Intrak naar de als productie 7 overgelegde factuur, terwijl zij kennelijk beoogd heeft te verwijzen naar productie 5). Daarnaast heeft [gedaagde] bij Intrak Weert “wat klein materiaal mee genomen ter waarde van

€ 276,50”. Intrak verwijst daarvoor naar de als productie 8 overgelegde factuur. Intrak stelt dat [gedaagde] met [naam werknemer Intrak Weert], werknemer van Intrak Weert, afgesproken heeft dat [gedaagde] de “weegbon” zou meenemen en het totaalbedrag bij Intrak Voerendaal af zou rekenen. [naam werknemer Intrak Weert] heeft gezien dat [gedaagde] het materiaal inlaadde in een Renault vrachtwagen met kenteken [XX-XX-XX]. Op de vrachtwagen zat een sticker met de tekst “[naam 1] machineverhuur 06-[XXXXXXXX]”.

Intrak voert aan dat de facturen voor de betonzaag en de terreinwagens verzonden zijn naar het door [gedaagde] opgegeven adres [adres 1]. Die facturen zijn geretourneerd aan Intrak. Intrak heeft [gedaagde] daarop telefonisch gesproken, waarbij [gedaagde] medegedeeld heeft dat hij het verkeerde adres opgegeven had en dat het juiste adres [adres 2] was. [naam werknemer Intrak Weert] en [naam bedrijfsleider Intrak Voerendaal] zijn vervolgens op 23 maart 2012 naar dat adres gegaan, alwaar zij van de huiseigenaar vernamen dat [gedaagde] niet op dat adres woont. [naam werknemer Intrak Weert] heeft daarop telefonisch contact opgenomen met [naam 1], de persoon van het 06-nummer. [naam 1] heeft hem medegedeeld dat [gedaagde] de vrachtwagen had “gestolen en verduisterd”. [naam 1] heeft voorts verklaard dat [gedaagde] woonachtig was aan het adres [adres 3]. Vervolgens heeft Intrak de facturen naar dit adres gezonden. Omdat betaling uitbleef, heeft zij daarop [gedaagde] gesommeerd tot betaling binnen acht dagen. Ondanks een telefonische belofte van [gedaagde] is betaling uitgebleven. Daarna was [gedaagde] telefonisch onbereikbaar en heeft Intrak via haar gemachtigde bij brief van 12 augustus 2012 [gedaagde] gesommeerd tot betaling van het totaalbedrag van € 102.242,30 binnen twee weken. Op 6 september 2012 is nog een rappelbrief aan [gedaagde] gezonden, maar betaling door [gedaagde] is uitgebleven.

Om proceseconomische redenen stelt Intrak thans geen betaling ter zake van de koop van de terreinwagens te vorderen. Intrak Voerendaal vordert derhalve een bedrag van € 10.354,80 wegens de door [gedaagde] bij deze onderneming gekochte zaken (hogedrukreiniger, oud ijzer en betonzaag) met uitzondering van de terreinwagens. Intrak Weert vordert een bedrag van

€ 3.381,25 wegens de door [gedaagde] bij haar gekochte zaken (oud ijzer en divers materiaal).

De vergoeding van buitengerechtelijke kosten van respectievelijk € 875,55 en € 463,13 vorderen zij wegens de verrichte incassowerkzaamheden. De gevorderde bedragen inzake de nakosten zijn begroot naar een half punt van het toepasselijke liquidatietarief.

Het verweer van [gedaagde] strekt tot afwijzing van de vordering op alle onderdelen. Dit verweer, alsmede het tussen partijen gevoerde debat zal bij de navolgende beoordeling betrokken worden.

de beoordeling

[gedaagde] betwist dat hij met Intrak Voerendaal een koopovereenkomst met betrekking tot de terreinwagens gesloten heeft. Hij stelt in dat kader dat de handtekening op de koopovereenkomst niet van hem afkomstig is. Dit verweer behoeft verder geen bespreking aangezien Intrak geen betaling van de terreinwagens vordert.

[gedaagde] bevestigt dat hij bij Intrak Voerendaal op twee dagen in totaal twee partijen oud ijzer opgehaald heeft. Hij betwist verder niet dat het totale gewicht van die partijen 14.850 kilogram was. Ook betwist hij niet dat hij daarvoor een bedrag van € 4.583,30 verschuldigd is (geweest).

[gedaagde] erkent ook dat hij bij Intrak Weert met twee ritten in totaal 13.500 kilogram oud ijzer opgehaald heeft. Hij betwist verder niet daar een bedrag van € 3.105,00 voor verschuldigd te zijn (geweest). Ook bevestigt [gedaagde] dat hij bij Intrak Weert tevens “wat klein materiaal” meegenomen heeft. Dat hij daarvoor een bedrag van € 276,50 overeengekomen is, betwist hij niet.

[gedaagde] stelt dat hij deze zaken op 13 maart 2012 in één keer contant betaald heeft aan [naam bedrijfsleider Intrak Voerendaal] te Voerendaal in het bijzijn van een zekere [naam 2], die hem naar zijn zeggen vergezeld heeft bij zowel dit bezoek aan Intrak Voerendaal als bij zijn voorafgaande (tweede) bezoek aan Intrak Weert.

[gedaagde] betwist dat hij een betonzaag gekocht heeft. De op de betreffende koopovereenkomst vermelde handtekening is, zo stelt [gedaagde], eveneens niet van hem afkomstig en niet door hem geplaatst. Verder betwist hij een hogedrukreiniger gekocht te hebben en wijst hij erop dat met betrekking tot deze zaak geen koopovereenkomst (in kopie) overgelegd is.

Gelet op dit verweer van [gedaagde] staat derhalve vast dat hij de partijen oud ijzer van Intrak Voerendaal en Intrak Weert gekocht heeft voor respectievelijk € 4.583,30 en € 3.105,00 en dat hij voor een bedrag van € 276,25 aan divers materiaal gekocht heeft.

Beoordeeld dient nog te worden of [gedaagde] die zaken contant betaald heeft en verder of hij,

naast de zaken die hij erkent gekocht te hebben, ook de betonzaag en de hogedrukreiniger gekocht heeft.

Ten aanzien van de gestelde betaling van het oud ijzer en het diverse materiaal wordt als volgt overwogen.

Het is aan [gedaagde] om te stellen, en bij voldoende gefundeerde betwisting, te bewijzen dat hij het oud ijzer en het “divers materiaal” betaald heeft.

Over betaling van het “divers materiaal” heeft [gedaagde], na de betwisting bij repliek, bij dupliek niets meer gesteld. Bij dupliek stelt hij slechts dat hij voor het oud ijzer betaald heeft. Het moet er derhalve voor gehouden worden dat het bedrag van € 276,25 niet door hem betaald is. Dit door Intrak Weert gevorderde bedrag is derhalve toewijsbaar.

Bij repliek verwijst Intrak naar (onder meer) een schriftelijke en ondertekende verklaring van [naam bedrijfsleider Intrak Voerendaal], gedateerd 25 maart 2013 waarin [naam bedrijfsleider Intrak Voerendaal] verklaart dat [gedaagde] nooit in Voerendaal bij hem is komen afrekenen, dat [gedaagde] altijd alleen was als hij “bij ons” oud ijzer kwam ophalen en dat hij [naam 2] (“[naam 2]”) nooit heeft gezien en deze persoon ook niet kent.

Intrak wijst er verder op dat [gedaagde] geen kwitantie van de door hem gestelde betaling overgelegd heeft.

Bij dupliek houdt [gedaagde] in reactie op de gemotiveerde betwisting van Intrak, vol dat hij het door Intrak geleverde en aan hem verkochte oud ijzer contant aan [naam bedrijfsleider Intrak Voerendaal] betaald heeft in aanwezigheid van de heer [naam 2] uit Maastricht. Hij stelt verder geen kwitantie ontvangen te hebben en merkt op dat werknemers van Intrak Weert hebben gezien dat hij door een tweede persoon geholpen werd met het laden van oud ijzer. [gedaagde] merkt op dat hij reeds bij antwoord heeft verklaard dat [naam 2] toen is meegegaan.

De kantonrechter vindt het opvallend dat [gedaagde] geen enkel detail vermeldt over hoe de (gestelde) betaling aan [naam bedrijfsleider Intrak Voerendaal] in zijn werk gegaan is. Afgezien van het feit dat dit in Voerendaal plaatsgevonden zou hebben, laat [gedaagde] in het midden waar bij Intrak Voerendaal (buiten, in de kantine of bijvoorbeeld op kantoor) de betaling plaatsgevonden zou hebben, op welk tijdstip en onder welke andere (bijzondere) omstandigheden.

[gedaagde] stelt ook niets over de aanwezigheid van andere personen behalve [gedaagde], [naam bedrijfsleider Intrak Voerendaal] en [naam 2] tijdens de bewuste betaling. Ook geeft [gedaagde] geen verdere details prijs over de wijze waarop betaling plaatsgevonden heeft. Heeft [gedaagde] het geldbedrag in een enveloppe aan [naam bedrijfsleider Intrak Voerendaal] verstrekt, werd het bedrag door [naam bedrijfsleider Intrak Voerendaal] gecontroleerd en wat heeft [naam 2] exact gezien ten tijde van de betaling? Over al deze zaken heeft [gedaagde] niets gesteld. [gedaagde] geeft ook geen verklaring voor het feit dat hij van [naam bedrijfsleider Intrak Voerendaal] geen kwitantie gekregen heeft. Hij stelt niet eens of het al dan niet verstrekken van een kwitantie wel ter sprake gekomen is bij de betaling. Dit is des te opmerkelijker aangezien het gaat om contante betaling van een aanzienlijk bedrag. Opvallend is verder dat [gedaagde] niet eens stelt welk bedrag hij betaald heeft. Dit is des te opmerkelijker aangezien hij bij antwoord nog stelt dat hij naast het oud ijzer ook voor het “divers materiaal” betaald heeft, terwijl hij bij dupliek dat standpunt niet meer handhaaft. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft [gedaagde] gelet op deze overwegingen niet aan zijn stelplicht voldaan, zodat hij niet toegelaten zal worden om te bewijzen dat de bewuste betaling op 13 maart 2012 verricht is. Daargelaten kan dan worden of [gedaagde] voldoende specifiek getuigenbewijs aangeboden heeft, maar ook dat is twijfelachtig.

Aangezien op grond van vorenstaande overwegingen het ervoor moet worden gehouden dat [gedaagde] het oud ijzer niet betaald heeft, zijn de door Intrak Voerendaal en Intrak Weert gevorderde bedragen van respectievelijk € 4.583,30 en € 3.105,00 toewijsbaar.

Ten aanzien van de betonzaag en de hogedrukreiniger wordt als volgt overwogen.

In reactie op de betwisting bij antwoord door [gedaagde] dat hij deze zaken gekocht heeft, heeft Intrak bij repliek verwezen naar een als productie 16 bij die conclusie overgelegde en ondertekende verklaring van de heer [naam werknemer Intrak Voerendaal], werknemer van Intrak Voerendaal. [naam werknemer Intrak Voerendaal] verklaart (onder meer) dat de betonzaag en de hogedrukreiniger aan [gedaagde] zijn geleverd. Bij dupliek persisteert [gedaagde] slechts bij zijn verweer dat hij deze zaken niet gekocht heeft.

Al met al staat aldus in voldoende mate vast dat zowel de betonzaag als de hogedrukreiniger aan [gedaagde] geleverd is. Volgens Intrak hebben die leveringen plaatsgevonden in het kader van met [gedaagde] gesloten koopovereenkomsten. [gedaagde] kan dan niet volstaan met een blote ontkenning van de door Intrak gestelde koopovereenkomsten. Hij dient dan ter onderbouwing van die ontkenning tevens een alternatieve verklaring te geven waarom die zaken aan hem geleverd zijn. Nu die verklaring door hem niet gegeven is, heeft hij het bestaan van de gestelde koopovereenkomsten onvoldoende gemotiveerd betwist en staat derhalve vast dat partijen ten aanzien van beide zaken de door Intrak gestelde koopovereenkomsten gesloten hebben. Tegen deze achtergrond behoeft de stelling van [gedaagde] dat de handtekening op de koopovereenkomst ter zake van de betonzaag niet van hem is, geen verdere bespreking meer.

Vaststaat dat [gedaagde] niet heeft voldaan aan de uit deze koopovereenkomsten voortvloeiende betalingsverplichtingen. Hij zal derhalve veroordeeld worden tot betaling van een bedrag van € 1.130,50 (incl. btw) ten aanzien van de betonzaag en tot betaling van een bedrag van

€ 4.641,00 (incl. btw) ten aanzien van de hogedrukreiniger.

De wettelijke rente over de door Intrak gevorderde hoofdsommen is toewijsbaar vanaf 18 mei 2012 aangezien vaststaat dat [gedaagde] vanaf die datum in verzuim verkeert, nu hij bij brief van 10 mei 2012 in gebreke gesteld is en hem een termijn van acht dagen gesteld is waarbinnen hij alsnog tot betaling diende over te gaan.

Ten aanzien van de gevorderde vergoedingen van buitengerechtelijke kosten van € 878,55 door Intrak Voerendaal en € 463,13 door Intrak Weert wordt als volgt overwogen. Vaststaat dat [gedaagde] reeds voor 1 juli 2012 in verzuim was, gelet op de ingebrekestelling bij brief van 10 mei 2012, welke brief (aangetekend) naar het (juiste) woonadres van [gedaagde] verzonden is. Gelet op deze brief en de daarop volgende werkzaamheden, die qua noodzaak en omvang een vergoeding van incassokosten rechtvaardigen, zijn voornoemde bedragen, die niet hoger zijn dan de gebruikelijke forfaitaire vergoedingen, toewijsbaar.

De gevorderde vergoeding van nakosten zal op de hierna in het dictum weergegeven wijze worden toegewezen. Dienaangaande wordt opgemerkt dat uitgegaan zal worden van een half punt van het toepasselijke liquidatietarief met een maximum van € 100,00 aan salaris gemachtigde. Er is geen grond voor toewijzing van het door Intrak Voerendaal gevorderde hogere bedrag van € 150,00.

Als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij zal [gedaagde] veroordeeld worden tot betaling van de kosten van dit geding, aan de zijde van Intrak tot op heden begroot op € 1.859,57, waarvan € 900,00 salaris gemachtigde, € 86,57 explootkosten en € 873,00 griffierecht, waarvan te betalen aan Intrak Voerendaal een bedrag van € 929,79 en aan Intrak Weert eveneens een bedrag van € 929,79.

BESLISSING

Veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Intrak Voerendaal van een bedrag van € 11.233,35, te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 10.354,80 vanaf 18 mei 2012 tot de dag van voldoening.

Veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Intrak Voerendaal, indien hij niet binnen twee weken na aanschrijving door Intrak volledig aan dit vonnis jegens Intrak Voerendaal voldoet, tot betaling van de na dit vonnis ontstane nakosten, begroot op € 100,00 aan salaris gemachtigde, vermeerderd met de wettelijke rente met ingang van de vijftiende dag na aanschrijving tot de dag van voldoening.

Veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Intrak Voerendaal van de kosten van dit geding, aan de zijde van Intrak Voerendaal tot op heden begroot op € 929,79.

Veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Intrak Weert van een bedrag van € 3.844,38, te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 3.381,25 vanaf 18 mei 2012 tot de dag van voldoening.

Veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Intrak Weert, indien hij niet binnen twee weken na aanschrijving door Intrak volledig aan dit vonnis jegens Intrak Weert voldoet, tot betaling van de na dit vonnis ontstane nakosten, begroot op € 87,50 aan salaris gemachtigde, vermeerderd met de wettelijke rente met ingang van de vijftiende dag na aanschrijving tot de dag van voldoening.

Veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Intrak Weert van de kosten van dit geding, aan de zijde van Intrak Voerendaal tot op heden begroot op € 929,79.

Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.W.M.A. Staal, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken