Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2013:8444

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
04-11-2013
Datum publicatie
08-11-2013
Zaaknummer
C/03/176798 / FA RK 12-1401
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Vader zonder gezag verzoekt toewijzing gezamenlijk gezag met oog op gewenste verhuizing van de moeder met kind naar Verenigde Staten. Moeder heeft daar nieuwe relatie. Vader had zich eerder niet gerealiseerd dat hij geen gezag had. Kind wel al voorafgaand aan de geboorte erkend. Er is jarenlang regelmatig omgang kind (8 jaar oud) met vader tijdens weekenden geweest. Recent heeft moeder kind nog drie weken bij vader gelaten. Niet eerder aantoonbaar problemen geweest tussen ouders rondom zorg en opvoeding kind. Vader wil niet dat kind verhuist en wil betrokken blijven, ook op afstand, mocht verhuizing toch doorgaan voordat hij gezag heeft. Tijdens de gezagsprocedure verhuist moeder plotsklaps in meivakantie school kind en deelt dat vader achteraf mede. Rechtbank bepaalt alsnog gezamenlijk gezag omdat de moeder onvoldoende heeft onderbouwd dat er sprake zou zijn van klemcriterium of dat eenhoofdig gezag anderszins noodzakelijk zou zijn in belang kind.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Familie en jeugd

Datum uitspraak: 1 november 2013

Zaaknummer: C/03/176798 / FA RK 12-1401

De enkelvoudige kamer, belast met de behandeling van burgerlijke zaken, heeft de navolgende beschikking gegeven inzake:

[verzoeker],

verzoeker, verder te noemen: de vader,

wonende te [woonplaats], [gemeente],

advocaat mr. E. Meuwissen, kantoorhoudende te Maastricht,

en:

[verweerster],

wederpartij, verder te noemen: de moeder,

wonende te [woonplaats], [land],

advocaat mr. I. Bakker, kantoorhoudende te Maastricht.

1 Het verloop van de procedure

De vader heeft op 4 december 2012 een verzoekschrift tot vaststellen van het ouderlijk gezag, alsmede tot vaststelling van een omgangsregeling ingediend.

Per faxbericht, binnengekomen ter griffie op 3 oktober 2013 heeft de vader een gewijzigd verzoek ingediend.

De moeder heeft op 14 oktober 2013 een verweerschrift, tevens houdende zelfstandig verzoek, ingediend.

De zaak is behandeld ter zitting van 15 oktober 2013.

2 De feiten.

De minderjarige [minderjarige] (roepnaam: [minderjarige]), geboren te [geboortedatum] op [2005], is geboren uit de inmiddels beëindigde relatie tussen de moeder en de vader.

De vader heeft [minderjarige] erkend. De moeder oefent alleen het ouderlijk gezag over [minderjarige] uit. [minderjarige] verblijft bij de moeder.

3 Het verzoek en het verweer

3.1.

Het verzoek van de vader

Gezag

De vader heeft verzocht om te bepalen dat hij voortaan gezamenlijk met de moeder het gezag over [minderjarige] zal uitoefenen.

De vader voert daartoe, kort samengevat, aan dat partijen van 2004 tot april 2006 een affectieve relatie hebben gehad. Daarna hebben partijen afspraken gemaakt over de verzorging en opvoeding van [minderjarige] en over de kosten. De vader zou regelmatig omgang met [minderjarige] hebben in het weekend, zoveel mogelijk betrokken worden bij de opvoeding en op de hoogte worden gehouden van alle persoonlijke ontwikkelingen van [minderjarige]. Deze afspraken zijn op flexibele wijze nageleefd door partijen en de omgang werd altijd in onderling overleg zonder problemen geregeld. De moeder heeft de vader ook steeds op de hoogte gehouden van de ontwikkelingen van [minderjarige] en de vader heeft zo veel mogelijk de beslissingen voor [minderjarige] samen met de moeder genomen. De band tussen [minderjarige] en de vader is door deze regeling heel goed. De vader vreest dat de moeder door haar (voorgenomen) verhuizing naar [land] regelmatige omgang tussen de vader en [minderjarige] en de betrokkenheid van de vader bij de verzorging en opvoeding van het kind onmogelijk zal maken. De vader zal aangewezen zijn op Skype contact en het recht op omgang zal volledig illusoir worden gemaakt. De vader acht het belangrijker voor [minderjarige] dat hij in Nederland kan blijven wonen dan dat de moeder naar [land] kan verhuizen met [minderjarige]. De moeder weigert haar medewerking om de vader mede het gezag te verlenen omdat zij weet dat de vader dan niet zal instemmen met de voorgenomen verhuizing.

Bij aanvullend verzoek heeft de vader nog gesteld dat de moeder inmiddels en plotseling in mei 2013 daadwerkelijk is verhuisd naar [land].

De vader heeft het verzoek ten aanzien van het gezamenlijk gezag aanvankelijk ingediend om deze verhuizing te kunnen voorkomen. De vader heeft in de afgelopen maanden slechts onregelmatig internetcontact gehad met [minderjarige]. De vader vreest nu dat hij geen enkele invloed meer kan uitoefenen op de verzorging en opvoeding van [minderjarige]. De vader wil dit wel. Hij handhaaft daarom zijn verzoek tot gezamenlijk gezag.

Omgang/ zorg-contactregeling

De vader heeft verzocht om een omgangsregeling/verblijfsregeling vast te stellen tussen de vader en [minderjarige] als volgt;

- eenmaal per twee weken van vrijdag 17.00 uur tot zondag 20.00 uur, alsmede gedurende de helft van de vakanties en feestdagen, nader in overleg te bepalen.

Subsidiair heeft de vader verzocht om, voor het geval dat [minderjarige] in [land] verblijft, een omgangsregeling/zorg-contactregeling vast te stellen, inhoudende dat [minderjarige] contact heeft met zijn vader:

- ten minste zes weken per jaar in Nederland, waarbij de moeder zorgt dat [minderjarige] naar Nederland reist en de kosten van deze reis voor haar rekening neemt.

De vader stelt dat [minderjarige] tot nu toe zo vaak mogelijk in het weekend omgang heeft gehad met zijn vader. Dit hield in dat hij soms drie weekenden achter elkaar omgang had met de vader, en soms twee weken niet. De omgang viel altijd in onderling overleg te regelen, aldus de vader. Door de verhuizing naar [land] zal deze omgangsregeling onmogelijk zijn. De moeder weigert sinds haar verhuizing in mei 2013 persoonlijk contact tussen [minderjarige] en de vader zolang hij de procedure over het gezag niet intrekt. De vader heeft op onregelmatige basis via internettelefonie contact gehad met [minderjarige] en [minderjarige] vraagt dan aan de vader wanneer zij elkaar weer zien.

Informatieregeling

Tot slot heeft de vader verzocht om te bepalen dat de moeder ten minste eenmaal per maand aan de vader per e-mail informatie verstrekt over belangrijke aangelegenheden omtrent [minderjarige]. De vader weet nu niets over de verblijfsstatus van [minderjarige] in [land] en de moeder heeft de vader tot nu toe slechts sporadisch geïnformeerd.

3.2.

Het verweer, tevens zelfstandig verzoek van de moeder

De moeder heeft gemotiveerd verweer gevoerd.

De moeder en [minderjarige] wonen sinds mei 2013 in [land]. De moeder is op 11 mei 2013 met [partner moeder] gehuwd en woont met hem samen. Het is aanvankelijk nooit de bedoeling van de moeder geweest om zo snel al naar [land] te verhuizen. Zij had de verhuizing goed willen plannen en regelen in overleg met de vader. Bij haar oriënterend bezoek aan [land] samen met [minderjarige] in mei 2013 kwam de moeder echter tot de conclusie dat [land] een betere levenssituatie zou opleveren voor [minderjarige] en haarzelf en haar partner. De moeder heeft de vader de dag na het huwelijk direct op de hoogte gesteld.

Gezag/omgangsregeling/verblijfsregeling

De moeder betwist de door de vader geschetste gang van zaken met betrekking tot afspraken rondom omgang en verzorging en opvoeding van [minderjarige]. Het kind verbleef onregelmatig gedurende weekenden bij de vader en niet steeds tot tevredenheid van de moeder. [minderjarige] verbleef niet bij de vader tijdens vakanties, behalve de ene keer dat de moeder in december 2012 drie weken naar haar vriend in [land] ging. Partijen hebben nooit samen gezagsbeslissingen genomen. De moeder heeft de vader wel steeds op de hoogte gehouden over [minderjarige]. Zij vindt dat belangrijk voor [minderjarige] en voor de vader en zal dat in de toekomst ook blijven doen. [minderjarige] en de vader hebben een goed band samen maar de serieuze kant van het ouderschap kwam altijd neer op de moeder. Na vertrek naar [land] heeft de moeder diverse malen getracht contact tot stand te brengen tussen [minderjarige] en de vader maar de vader deed zelf geen pogingen en belde niet terug. Het gaat verder goed met [minderjarige] en hij maakt positieve ontwikkelingen door. De moeder acht gezamenlijk gezag een ernstige inbreuk op de huidige situatie en het zou een verslechtering van de verhoudingen betekenen. De vader heeft zich nooit echt betrokken gevoeld bij gezagsbeslissingen voor [minderjarige]. Het is de vader ook niet te doen om grotere betrokkenheid. De afstand staat gezamenlijk gezag ook in de weg. De moeder is bang dat bij gezamenlijk ouderlijk gezag er getouwtrek rondom [minderjarige] zal ontstaan. De vader beoogt volgens de moeder niet om daadwerkelijk een opvoeder voor [minderjarige] te zijn maar wil met het ouderlijk gezag de moeder dwingen om met [minderjarige] terug naar Nederland te komen. De vader heeft wel in augustus telefonisch laten weten zich neer te leggen bij de verhuizing mits hij mede het gezag verkrijgt.

Het is volgens de moeder wel in het belang van [minderjarige] dat de ouders erop focussen om een goed contact tussen de vader en [minderjarige] tot stand te brengen. Zij probeert ook om een regelmatig belcontact te regelen.

De moeder verzoekt verder zelfstandig om een omgangsregeling vast te stellen, inhoudende dat [minderjarige] gedurende twee weken in iedere zomervakantie omgang heeft met de vader, waarbij [minderjarige] de even jaren bij de vader in Nederland verblijft en waarbij in de oneven jaren de vader naar [land], [woonplaats] zal reizen.

De moeder vindt het verzoek van de vader te intensief. Zij wil niet dat [minderjarige] alleen reist. De moeder zou dan jaarlijks zes weken met [minderjarige] in Nederland dienen te verblijven met alle kosten van dien. De vader dient ook zelf te sparen om in ieder geval eenmaal per twee jaar zelf naar [land] te kunnen reizen. Hij kan de afgesproken kinderalimentatie daarvoor gebruiken.

Informatieregeling

De moeder heeft geen bezwaar tegen de door de vader verzochte informatieregeling zodat dat verzoek kan worden toegewezen.

4 Verklaringen ter zitting

4.1

De vader

De vader heeft ter zitting zijn verzoek nader toegelicht aan de hand van overgelegde pleitnotities.

De vader wenst primair mede met het gezag over [minderjarige] te worden belast. Hij wil betrokken blijven bij de zorg en opvoeding van [minderjarige]. Dit is in het belang van [minderjarige].

Subsidiair verzoekt de vader ter zitting om ‘uitgekleed’ gezag, inhoudende te bepalen dat hij wordt belast met het gezag over [minderjarige], onder de voorwaarde dat de moeder de dagelijkse en enkele belangrijke beslissingen over [minderjarige] zelfstandig mag nemen. De vader verwijst hiervoor ter onderbouwing van zijn subsidiaire verzoek naar een uitspraak van het Hof Den Haag van 21 december 2011 (RFJ 2012/46 en FJR2012/40). De vader kan zich tot nu toe ook vinden in veel door de moeder genomen beslissingen voor [minderjarige] zodat ‘uitgekleed’ gezag in de praktijk niet op problemen zal stuiten. De moeder dient de vader wel te blijven consulteren in zaken die verder strekken dan de dagelijkse verzorging en opvoeding. De vader doelt dan op schoolwisselingen, medische zaken en verhuizingen. De moeder kan vervolgens na weging van de standpunten dan zelf een beslissing nemen en de vader zal die respecteren. De vader zal ook op eerste verzoek van de moeder meewerken aan zaken waarvoor de toestemming van beide ouders nodig is. De vader wil in ieder geval enige vorm van gezag behouden zodat hij bij wegvallen van de moeder direct de voorzieningen kan treffen die nodig zijn. De vader wil ook zelfstandig informatie verkrijgen van instanties. De geschillenregeling van artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek blijft wel van toepassing.

De vader dacht eerder ten onrechte dat het gezamenlijk gezag vanzelf al was geregeld. Hij weet pas dat dit niet zo is sinds de wens van de moeder om te verhuizen.

De vader stelt nu voor een voldongen feit te zijn gesteld. De moeder was al verhuisd toen ze hem daarvan op de hoogte stelde. Tijdens het kort geding in december 2012 zei de moeder nog dat ze alles in kleine stapjes wilde regelen. Daarom werd de vader niet-ontvankelijk verklaard. Nu is alles buiten de vader om toch heel anders gegaan. De vader is totaal overvallen door de hele situatie. De vader gunt de moeder haar avontuur in [land] en zal haar niet dwingen om met [minderjarige] terug te komen. Hij zal ook geen problemen maken als de moeder op vakantie komt. Hij zal niet proberen [minderjarige] dan in Nederland te houden. Het contact op dit moment vindt de vader te weinig. Hij wil regelmatiger en meer contact. Er is nu een keer per twee weken contact, als de verbinding dit toelaat. Een persoonlijk contact van zes weken per jaar is minimaal. Dat kan ook in gedeelten. De vader werkt niet. Hij is bezig met een re-integratietraject bij het UWV en mag af en toe werken. Indien zal worden bepaald dat de vader ten behoeve van de omgang een deel van de (reis)kosten voor zijn rekening moet nemen, verzoekt hij te bepalen dat de moeder komende zomer (de even jaren) de kosten draagt.

4.2

De moeder

De advocaat van de moeder heeft ter zitting verklaard dat de moeder eerder dan gepland naar [land] is vertrokken vanwege het [land] emigratiebeleid. Op advies van de emigratieadvocaat is de moeder zo snel vertrokken en direct getrouwd. De ouders moeten zich focussen op de instandhouding van de band tussen [minderjarige] en de vader. Daar hoort ook fysiek contact bij en het verbeteren van de contacten per internet en telefoon. Gezamenlijk gezag, ook uitgekleed gezag, zal naast praktische belemmeringen discussiepunten opleveren met instanties die handtekeningen van de vader nodig hebben. Gezamenlijk gezag kan de werkbare verhouding tussen de ouders verslechteren. De vader moet dit niet willen en focussen op goede contacten met [minderjarige]. De moeder is bang dat er bij gezamenlijk gezag alsnog problemen over haar verblijf in [land] zullen ontstaan, wanneer zij met [minderjarige] Nederland bezoekt. De vader kan de angst bij de moeder niet wegnemen, ook al is de houding van de vader ter zitting positief. De vader mist [minderjarige] maar niet het gezag. De moeder realiseert zich dat haar vertrek moeilijk is voor de vader. [minderjarige] mist zijn vader, maar niet in die mate dat hij hulp nodig heeft.

Ten aanzien van de omgangsregeling kan de moeder instemmen met twee weken per jaar, waarbij [minderjarige] dan twee aaneengesloten weken bij de vader verblijft, het ene jaar in [land] en het andere jaar in Nederland. De moeder zal het eerste jaar niet de financiële middelen hebben om naar Nederland te reizen. De vader is welkom in [land].

4.3.

De raad voor de kinderbescherming

De raadsvertegenwoordiger heeft ter zitting verklaard dat uitgangspunt gezamenlijk gezag dient te zijn. Belangrijk is dat de band tussen de vader en [minderjarige] in stand blijft met de middelen die de ouders hebben. Daar moeten de ouders samen voor gaan. Het gemis van de vader wordt niet opgelost door gezamenlijk gezag. Het risico bestaat dat gezamenlijk gezag juist averechts zal werken en dat de verhoudingen erdoor zullen verslechteren.

5 Beoordeling

De rechtbank overweegt als volgt.

Gezag

Op grond van artikel 1:253c van het Burgerlijk Wetboek (BW), voor zover hier van belang en zakelijk weergegeven, kan de tot het verzoek bevoegde vader van het kind, die nimmer het gezag gezamenlijk met de moeder heeft uitgeoefend, de rechtbank verzoeken de ouders met het gezamenlijk gezag over het kind te belasten.

Het verzoek wordt slechts afgewezen indien er een onaanvaardbaar risico bestaat dat het kind klem en verloren dreigt te raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of indien afwijzing anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.

De rechtbank stelt voorop dat uitgangspunt van de wetgever is geweest dat uitoefening van het gezamenlijk gezag door de ouders in het belang is van het kind. Het verzoek wordt daarom slechts afgewezen als er aan de hand van bovengenoemde wettelijke criteria sprake is van bijzondere omstandigheden die tot gevolg hebben dat gezamenlijk gezag niet mogelijk is.

Op grond van de stukken en de verklaringen ter zitting is de rechtbank van oordeel dat de moeder onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er een onaanvaardbaar risico bestaat dat [minderjarige] bij toewijzing van gezamenlijk gezag duurzaam klem of verloren zou raken. Evenmin is gebleken dat afwijzing van het verzoek van de vader anderszins noodzakelijk zou zijn in het belang van [minderjarige]. De moeder heeft weliswaar gesteld dat de vader in de afgelopen jaren geen grote betrokkenheid heeft getoond bij de zorg en opvoeding van [minderjarige] maar de moeder heeft niet gesteld dat hierdoor problemen zijn ontstaan rondom [minderjarige] in het verleden. De vader wist niet dat hij geen gezag had en wellicht de moeder evenmin. De ouders vonden daarin blijkbaar zonder al te veel problemen hun weg. Er zijn geen spanningen gebleken rondom schoolsituaties of medische zaken en [minderjarige] heeft regelmatig weekenden bij de vader verbleven. Recentelijk nog drie weken in december 2012 toen de moeder in [land] was. Verder stelt de moeder wel dat gezamenlijk gezag tot een verslechtering van de situatie zou leiden en tot getouwtrek maar ook dit is niet nader onderbouwd. De vader heeft ter zitting verklaard dat hij zich neerlegt bij het verblijf van [minderjarige] met de moeder in [land] nu de verhuizing eenmaal heeft plaatsgevonden en dat hij haar dit avontuur gunt. Hij zal ook geen problemen maken als de moeder met [minderjarige] voor een paar weken naar Nederland komt. De vader heeft tevens verklaard dat hij op eerste verzoek van de moeder zal meewerken aan zaken waarvoor de toestemming van beide ouders is vereist. Ook de afstand tussen Nederland en [land] acht de rechtbank met de huidige communicatiemogelijkheden onvoldoende argument om te concluderen dat het noodzakelijk zou zijn in het belang van [minderjarige] dat de moeder alleen het gezag over hem heeft. Het is wel belangrijk dat de ouders goed met elkaar communiceren over de ontwikkelingen van [minderjarige] en alle zaken die voor hem moeten worden geregeld. Het is ook goed dat de moeder daarbij het voortouw blijft nemen, alleen al uit praktisch oogpunt ten aanzien van de dagelijkse gang van zaken. [minderjarige] heeft echter een moeder én een vader die er samen voor zullen moeten zorgen dat hij zich goed ontwikkelt en dat hij krijgt wat hij nodig heeft. De rechtbank begrijpt dat de wijze waarop de moeder binnen zeer korte tijd met [minderjarige] is verhuisd wellicht nodig was voor de emigratiedienst van [land] maar ten aanzien van de vader van [minderjarige] en ook ten aanzien van [minderjarige] zelf verdient het niet de schoonheidsprijs. [minderjarige] heeft bij zijn vertrek in mei 2013 niet geweten dat hij de vader langere tijd niet meer zou zien en partijen zijn het er in ieder geval over eens dat [minderjarige] de vader mist. De handelswijze van de moeder geeft de rechtbank bovendien niet de overtuiging dat de moeder in de toekomst de vader wel van alles tijdig goed op de hoogte zal stellen als zij alleen het gezag behoudt. Anderzijds is het aan de vader om mede gezien de afstand en de rolverdeling van de ouders tot nu toe om zich als mede gezaghebbend ouder meewerkend en op gepaste afstand op te stellen. De vader heeft dit ter zitting in ieder geval toegezegd. De toekomst zal uitmaken of de vader zijn bevoegdheid als gezaghebbend ouder ook daadwerkelijk in goede samenwerking en communicatie met de moeder kan gaan uitoefenen.

De rechtbank zal daarom het verzoek van de vader om mede te worden belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige], toewijzen.

De rechtbank komt derhalve niet toe aan een beoordeling van het subsidiaire verzoek van de vader tot het bepalen van ‘uitgekleed’ gezag.

Verblijfsregeling/omgangsregeling

Nu de rechtbank hierna het gezamenlijk gezag zal bepalen, zal het verzoek van de vader en de moeder met betrekking tot de contactregeling tussen [minderjarige] en de vader worden gezien als een verzoek tot het vaststellen van een zorgregeling tussen ouders die samen het gezag hebben over een kind.

Op grond van artikel 1: 253a lid 4 juncto artikel 1:377a BW stelt de rechtbank, voor zover relevant, op verzoek van de ouders of van een van hen een regeling vast inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken tenzij dit ernstig nadeel zou opleveren voor de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van het kind of de ouder kennelijk ongeschikt of niet in staat moet worden geacht daartoe of contact anderszins in strijd zou zijn met zwaarwegende belangen van het kind.

Nu de moeder niet heeft gesteld dat de vader de omgang met [minderjarige] dient te worden ontzegd en de rechtbank ook overigens niet is gebleken dat omgang niet in het belang van [minderjarige] zou zijn, zal de rechtbank een contactregelng vaststellen.

De vader heeft zijn verzoek aangepast voor het geval dat [minderjarige] in [land] blijft wonen. Nu dit het geval is, zal de rechtbank een beslissing nemen over de over en weer verzochte omgangsregeling in deze situatie.

De rechtbank acht het verzoek van de vader van zes weken per jaar omgang met [minderjarige] in Nederland en te financieren door de moeder, mede vanwege de huidige financiële omstandigheden van de moeder, niet realistisch. Er spreekt ook niet uit dat de vader zelf inspanningen wil doen om er voor te zorgen dat hij [minderjarige] regelmatig gaat blijven zien, ondanks de grote afstand. De vader kan immers ook wegen gaan zoeken om te kunnen sparen voor bezoek aan [minderjarige] in [land]. De rechtbank begrijpt dat de financiële situatie van de vader thans ook niet rooskleurig is maar de vader zal toch zo snel mogelijk weer voldoende inkomen willen verwerven, juist met het oog op regelmatig persoonlijk contact met [minderjarige]. Daarbij heeft de moeder aangeboden de overeengekomen kinderalimentatie te sparen voor een vliegticket voor de vader. De ouders moeten hier samen uit zien te komen in het belang van [minderjarige]. De rechtbank acht het voorstel van de moeder om de bezoekplek jaarlijks af te wisselen onder de gegeven omstandigheden alleszins redelijk. Het ene jaar komt de vader naar [land] (en kan dan zoals aangeboden bij de moeder en haar partner thuis logeren) en het andere jaar zorgt de moeder er voor dat [minderjarige] naar Nederland komt voor contact met de vader. Wel acht de rechtbank de regeling van twee weken per jaar in de zomervakantie onvoldoende en daarom zal een periode van drie weken in de zomervakantie worden bepaald. Daarnaast kunnen partijen in onderling overleg uiteraard een ruimere regeling afspreken, zoals een extra bezoekmoment tijdens de kerstperiode. Nu partijen er ter zitting niet uit zijn gekomen wie van de ouders in 2014 als eerste gaat reizen, zal de rechtbank hierin een beslissing nemen. Mede gezien het eigen verzoek van de moeder, zal de moeder in de even jaren en dus ook in 2014 er voor zorgen dat [minderjarige] gedurende de zomervakantie twee weken bij de vader in Nederland kan verblijven.

De rechtbank gaat er verder vanuit dat partijen het contact tussen de vader en [minderjarige] via internet en telefoon in onderling overleg goed zullen gaan regelen. Het is immers in het belang van [minderjarige] dat hij regelmatig contact met de vader kan behouden, ondanks de afstand.

Informatieregeling

Nu de ouders gezamenlijk gezag krijgen, dienen zij als uitgangspunt elkaar over en weer te informeren en consulteren over belangrijke zaken over [minderjarige]. Nu de moeder echter heeft ingestemd met de door de vader verzochte informatieregeling, zal de rechtbank deze regeling aldus vaststellen. Het betreft echter een minimale regeling die uitsluitend informeren betreft. De ouders dienen in onderling overleg nadere afspraken te maken.

4. Beslissing

De rechtbank:

Bepaalt dat de vader en de moeder gezamenlijk het gezag zullen uitoefenen over de minderjarige [minderjarige], geboren te [geboortedatum] op [2005].

Bepaalt dat voornoemde minderjarige in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken bij de vader zal verblijven als volgt:

- drie weken achtereen in de zomervakantie, in de even jaren bij de vader in Nederland, waarbij de moeder ervoor zorgt dat [minderjarige] in Nederland komt en de reiskosten betaalt en in de oneven jaren (op kosten van de vader) in [land].

Stelt een informatieregeling vast met betrekking tot voornoemde minderjarige, inhoudende dat de moeder eenmaal per maand aan de vader per e-mail informeert over belangrijke aangelegenheden rondom [minderjarige], waaronder schoolzaken en gezondheid.

Deze beschikking is gegeven door mr. W.M.A.E. Cornuit, rechter, tevens kinderrechter en in het openbaar uitgesproken op 1 november 2013 in tegenwoordigheid van de griffier.

VS

Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch:

  1. door de verzoekende partij en degenen aan wie een afschrift van de beschikking (vanwege de griffier) is verstrekt of verzonden, binnen 3 maanden na de dag van de uitspraak;

  2. door andere belanghebbenden binnen 3 maanden na betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.