Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2013:8121

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
09-10-2013
Datum publicatie
28-10-2013
Zaaknummer
509905 CV EXPL 13-367
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Onredelijk bezwarende bedingen in consumentenovereenkomst (huur), nu die de bevoegdheid van de consument om bewijs te leveren uitsluiten, althans de uit de wet voortvloeiende verdeling van de bewijslast ten nadele van de wederpartij wijzigt.”

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Burgerlijk recht / Kantonrechter

Zaaknummer: 509905 CV EXPL 13-367

typ: RK

Vonnis van 9 oktober 2013

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid SILVER LINE VERHUUR B.V.,

gevestigd en kantoorhoudend te IJsselstein Ut, gemeente IJsselstein,

eisende partij in conventie,

verwerende partij in reconventie,

verder te noemen: Silver Line,

gemachtigde: een onbekend gelaten persoon ten kantore van de Landelijke Associatie van Gerechtsdeurwaarders (LAVG) te Nieuwegein

tegen

[gedaagde in conventie, eiseres in reconventie],

wonend te [adres],

gedaagde partij in conventie,

eisende partij in reconventie,

verder te noemen: [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie],

gemachtigde: mr. R.A. Leukel, werkzaam bij ARAG Rechtsbijstand te Roermond.

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

in conventie

Bij exploot van dagvaarding d.d. 16 januari 2013 heeft Silver Line een vordering ingesteld tegen [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie], onder medebetekening van producties.

[gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] heeft schriftelijk voor antwoord geconcludeerd, onder overlegging van producties.

Silver Line heeft vervolgens voor repliek geconcludeerd, onder overlegging van één productie.

[gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] heeft ten slotte voor dupliek geconcludeerd.

Hierna is vonnis bepaald, waarvan de uitspraak nader op vandaag gesteld is.

in reconventie

Tegelijk met het antwoord in conventie heeft [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] een tegenvordering ingesteld.

Silver Line heeft schriftelijk geantwoord.

Partijen hebben daarna achtereenvolgens voor repliek en dupliek geconcludeerd.

Hierna is vonnis bepaald, waarvan de uitspraak nader op vandaag gesteld is.

MOTIVERING

a. de vaststaande feiten in conventie en in reconventie


Als enerzijds gesteld en anderzijds niet dan wel onvoldoende weersproken, staat tussen partijen het navolgende vast:

  • -

    [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] heeft op 28 april 2011 een motor met zijspan van het merk Ural Tourist (verder te noemen: de motor) van Silver Line gehuurd voor de duur van één dag;

  • -

    op de overeenkomst zijn de door Silver Line gebruikte algemene voorwaarden van toepassing (verder te noemen: de voorwaarden);

  • -

    artikel 8 lid 2 van de voorwaarden luidt:

Huurder is aansprakelijk voor alle schade die is ontstaan ten gevolge van enige gebeurtenis tijdens de huurperiode of anderszins verband houdende met de huur van het voertuig (…);

- artikel 8 lid 3 van de voorwaarden luidt - voor zover thans relevant -:

Indien er een eigen risico in de huurovereenkomst is overeengekomen, is de aansprakelijkheid van huurder voor schade aan het voertuig, (…), per schadegeval beperkt tot het bedrag van het eigen risico, tenzij:

- (…)

- de schade is ontstaan met goedvinden van, of door opzet of grove schuld van de huurder

- (…)”;

- artikel 8 lid 8 van de voorwaarden luidt:

In geval van schade zijn de kosten van repatriëring van het voertuig voor rekening van huurder.”;

- artikel 8 lid 9 van de voorwaarden luidt - voor zover thans relevant -:

Indien het voertuig met niet-rijdbare schade of aanzienlijke optische schade, ter beoordeling van de verhuurder, ingeleverd wordt, zal naast de reparatiekosten ook een bedrag ter grootte van de daghuur in rekening gebracht worden, voor elke dag binnen de periode waarin het voertuig om deze reden niet verhuurd kan worden. (…)

  • -

    partijen zijn een eigen risico van € 500,00 per schadegeval (aan de motor) overeengekomen;

  • -

    [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] heeft bij aanvang van de huur een waarborgsom van € 600,00 aan Silver Line betaald;

  • -

    kort nadat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] met de motor bij Silver Line is weggereden, is de motor door een defect aan het motorblok uitgevallen zodat Silver Line de motor dezelfde dag nog (28 april 2011) opgehaald heeft op de N210 te IJsselstein;

  • -

    Silver Line heeft op 4 mei 2011 een factuur aan [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] verzonden ten bedrage van

€ 3.158,15 die als volgt opgebouwd was:

€ 3.180,00 motorschade

€ 200,00 + transport IJsselstein Tholen en vice versa

€ 378,15 + omzetderving

€ 600,00 - waarborgsom;

- genoemde factuur is door [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] tot op heden onbetaald gelaten.

b. de vorderingen in conventie en in reconventie

Bij voormeld exploot van dagvaarding vordert Silver Line de veroordeling van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] - bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad - tot betaling van een bedrag van € 2.570,39, te vermeerderen met de overeengekomen rente vanaf 10 december 2012 over € 2.062,15 tot aan de dag van voldoening, onder verwijzing van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] in de proceskosten.

De vordering is als volgt opgebouwd:

€ 2.062,15 hoofdsom (motorschade, transportkosten en omzetderving)

€ 208,24 tot 10 december 2012 vervallen overeengekomen rente

€ 300,00 vergoeding van buitengerechtelijke kosten.

[gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] vordert in reconventie de veroordeling van Silver Line - bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad - tot betaling van een bedrag van € 600,00 (zijnde de door [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] betaalde waarborgsom), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 28 april 2011, alsmede tot betaling van de proceskosten en tot betaling van een bedrag van € 100,00 aan nakosten.

c. het geschil in conventie en in reconventie

Ter onderbouwing van haar vordering voert Silver Line aan dat er een groot gat in het motorblok ontstaan is door een oorzaak die te wijten is aan opzet of grove schuld van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie]. Dit laatste is - in de optiek van Silver Line - vast komen te staan door de verklaring van de importeur, van wie Silver Line een e-mailbericht heeft ontvangen waaruit zij de volgende passage aanhaalt:

We zijn tot de conclusie gekomen dat dit geen gewone motorschade met gevolg schade is, omdat zowel links als rechts alles in puin ligt. Dit ook vanwege het feit dat de krukas- en en drijfstanglager nog normaal bewegen en er dus geen gruis via de olie in ingekomen. Hij heeft zelfs zoveel toeren gemaakt dat er delen via de rechterinlaatklep carburateur en luchtslangen (welke naar boven oplopen) in het luchtfilter zijn gekomen. En niet zo weinig ook.

Op grond van artikel 8 lid 2 en 3 van de algemene voorwaarden is de huurder aansprakelijk voor alle schade die ontstaat “ten gevolge van” de huur van het voertuig indien er sprake is van opzet of grove schuld van de huurder.

De (herstel)kosten zijn € 1.096,00 lager uitgevallen dan de prijsopgaaf die zij vooraf van de importeur ontvangen had omdat Silver Line er voor gekozen heeft een gebruikt motorblok te laten plaatsen in plaats van een nieuw. Vandaar dat het bedrag dat zij thans in rechte vordert, € 1.096,00 lager is dan het bedrag zoals dat genoemd was in de factuur van 4 mei 2011.

De transportkosten ad € 200,00 betroffen niet alleen het transport van de motor vanaf de plaats waar die opgehaald is naar IJsselstein, maar ook het transport naar de importeur en terug. Silver Line verwijst in dit kader naar artikel 8 lid 8 van de algemene voorwaarden.

De post omzetderving ad € 378,15 betreft de gederfde huur van de motor voor een periode van vijf dagen. Op grond van de algemene voorwaarden (Silver Line noemt in dit kader artikel 9 waar zij - gelet op de gekopieerde tekst van die voorwaarden (productie 2 bij exploot) kennelijk artikel 8 lid 9 bedoelt) - had Silver Line de gederfde huur kunnen vorderen over de gehele periode waarin de motor wegens het defect niet verhuurd kon worden (volgens haar tot april 2012, derhalve voor ongeveer een heel jaar), doch zij heeft er coulancehalve voor gekozen om haar vordering in dit kader tot vijf dagen te beperken.

[gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] betwist dat hij opzettelijk schade aan de motor toegebracht heeft en eveneens dat de schade aan de motor het gevolg is van grove schuld aan zijn zijde. Volgens [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] moet er reeds een gebrek aanwezig zijn geweest als gevolg waarvan de motor reeds kort na het wegrijden vastliep. [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] heeft niet met zeer hoge toerentallen gereden.

Ten aanzien van de transportkosten voert [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] aan dat Silver Line nagelaten heeft die post voldoende te onderbouwen. Bovendien ziet volgens hem het door Silver Line in dit kader genoemde artikel 8 lid 8 van de algemene voorwaarden uitsluitend op het terugbrengen van de motor naar de verhuurder (en dus niet tevens op het transport naar de importeur en terug).

Bovendien zijn de leden 8 en 9 van artikel 8 van de algemene voorwaarden onredelijk bezwarend, nu die behelzen dat de wederpartij van Silver Line aansprakelijk is voor schade die die wederpartij niet veroorzaakt heeft.

Daarnaast betwist [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] de nevenvorderingen.

In reconventie voert [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] aan dat hij, nu de motor defect is geraakt als gevolg van een gebrek dat reeds in de motor aanwezig was op het moment van het sluiten van de overeenkomst, niet gehouden is tot vergoeding van de schade. Silver Line is derhalve gehouden tot teruggave van de door [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] betaalde waarborgsom van € 600,00.

Tot haar verweer in reconventie verwijst Silver Line naar haar stellingen in conventie.

d. de beoordeling in conventie en in reconventie

Silver Line stelt dat de schade aan het motorblok zoals deze op 28 april 2011 is ontstaan op een moment dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] met de motor aan het rijden was, het gevolg is van opzet of grove schuld aan de zijde van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie]. Ter adstructie van die stelling beroept zij zich op een citaat uit een beweerdelijk ontvangen e-mailbericht van “de importeur”, zoals hierboven aangehaald. Silver Line laat na om een kopie van bedoeld e-mailbericht in het geding te brengen, zodat niet valt op te maken wie de opsteller daarvan is geweest en wat diens functie/deskundigheid precies is. Uit het beweerde citaat valt evenmin op te maken wanneer het e-mailbericht is opgesteld/verzonden, nog daargelaten dat uit de inhoud van de tekst op geen enkele wijze op te maken valt dat dit gaat over de door [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] op 28 april 2011 gehuurde motor. Dit laatste wordt door Silver Line niet eens expliciet zo gesteld. Op die wijze blijft volledig in het ongewisse wat de relevantie van de tekst is voor de stellingname omtrent de oorzaak van de schade aan de onderhavige motor. Maar zelfs indien aangenomen zou worden dat het gaat om een citaat uit een e-mailbericht van een deskundige dat betrekking heeft op de onderhavige schade, dan nog biedt de inhoud ervan geen ondubbelzinnig en duidelijk inzicht in de vraag of de ontstane schade aan het motorblok het gevolg is geweest van opzet of grove schuld aan de zijde van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie].

Tegenover de gemotiveerde betwisting van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] bij antwoord in conventie op dit punt had het derhalve alleszins op de weg van Silver Line gelegen om bij dupliek nader bewijs van haar stelling dienaangaande bij te brengen (of om op zijn minst het stukje tekst van een broodnodige nadere toelichting te voorzien dan wel een specifiek bewijsaanbod ter zake te doen) doch zij heeft er om haar moverende redenen voor gekozen in dit kader te volstaan met een herhaling van eerdergenoemd tekstgedeelte. Dit dient voor risico van Silver Line te blijven. Daarmee is in deze procedure niet vast komen te staan dat de schade aan de motor is ontstaan door opzet of grove schuld van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie], noch aan een hem toe te rekenen tekortschieten in de nakoming van een verplichting uit de huurovereenkomst als bedoeld in art. 7:218 lid 1 BW.

Dit betekent dat de aansprakelijkheid van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] op grond van artikel 8 lid 3 van de voorwaarden niet is vast komen te staan en dat de vordering voor wat betreft het deel dat het eigen risico overstijgt, in ieder geval niet toewijsbaar is.

Voor wat betreft het eigen risico zou dan artikel 8 lid 2 van de voorwaarden van toepassing zijn, op grond waarvan de huurder aansprakelijk is voor alle schade die is ontstaan tijdens de huurperiode “ten gevolge van enige gebeurtenis”. Vooropgesteld zij dat Silver Line zich niet specifiek op dit laatste beroept, doch zelfs indien zij dat wel had gedaan, had genoemd artikellid nog geen grondslag kunnen bieden voor toewijzing van het eigen risico. Het beding abstraheert immers de aansprakelijkheid van de huurder van de oorzaak van de schade, met andere woorden: het beding stelt de huurder aansprakelijk voor schade ongeacht de oorzaak. De kantonrechter dient op grond van toepasselijke Europese regels en bestendige (Europese) jurisprudentie in gevallen van consumentenovereenkomsten ambtshalve te toetsen of een beding de in algemene voorwaarden waarop door de gebruiker een beroep gedaan wordt, onredelijk bezwarend is. Het onderhavige beding sluit in wezen de bevoegdheid van de wederpartij om bewijs te leveren uit, althans wijzigt de uit de wet voortvloeiende verdeling van de bewijslast ten nadele van de wederpartij. Gelet op het bepaalde in art. 236 aanhef en onder k BW wordt dit beding daarom als onredelijk bezwarend aangemerkt, hetgeen tot vernietiging van het bewuste contractbestanddeel leidt. Ook dit deel van de vordering is derhalve niet toewijsbaar.

Ten aanzien van de posten transportkosten en omzetderving heeft [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] zich expliciet op het standpunt gesteld dat de bedingen in de voorwaarden waarop Silver Line zich in dit kader beroept (artikel 8 lid 8 en artikel 8 lid 9), onredelijk bezwarend zijn. Dit verweer slaagt, nu ook die bedingen de bevoegdheid van de wederpartij om bewijs te leveren uitsluiten dan wel de uit de wet voortvloeiende verdeling van de bewijslast ten nadele van de wederpartij wijzigen.

Het bovenstaande leidt ertoe dat de gevorderde hoofdsom in conventie zal worden afgewezen. De nevenvorderingen delen dat lot.

Silver Line zal als de in conventie in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] tot de datum van dit vonnis begroot op € 350,00 aan salaris gemachtigde.

Gelet op de beoordeling in conventie, kwam Silver Line geen recht op verrekening met de door [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] betaalde waarborgsom toe, zodat zij gehouden is tot terugbetaling van die waarborgsom. De gevorderde hoofdsom in reconventie zal derhalve toegewezen worden.

De daarover gevorderde wettelijke rente is eerst toewijsbaar vanaf 27 maart 2013 omdat door het instellen van de reconventionele vordering in elk geval verzuim ingetreden is en een eerdere verzuimdatum niet is gesteld.

Silver Line zal als de in reconventie overwegend in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] tot de datum van dit vonnis begroot op € 200,00 aan salaris gemachtigde.

Voor wat betreft de gevorderde nakosten overweegt de kantonrechter als volgt. Voor het geval Silver Line niet binnen veertien dagen na heden volledig aan dit vonnis heeft voldaan, zal zij tevens worden veroordeeld tot betaling van de na dit vonnis ontstane kosten, die overeenkomstig de richtlijnen van het Landelijk Overleg Voorzitters Civiele sectoren en Kantonsectoren begroot worden op een half salarispunt conform het gebruikelijke liquidatietarief voor proceskosten tot een maximum van € 100,00.

BESLISSING

in conventie

Wijst het gevorderde af.

Veroordeelt Silver Line tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] tot de datum van dit vonnis begroot op € 350,00.

in reconventie

Veroordeelt Silver Line om tegen bewijs van kwijting aan [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] een bedrag van € 600,00 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 maart 2013 tot aan de dag van voldoening.

Veroordeelt Silver Line tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] tot de datum van dit vonnis begroot op € 200,00.

Veroordeelt Silver Line, indien zij niet binnen veertien dagen na vandaag vrijwillig volledig aan dit vonnis voldoet, tot betaling van de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 100,00 aan salaris gemachtigde.

Wijst het meer of anders gevorderde af.

Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.W.M.A. Staal, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken.