Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2013:8013

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
23-10-2013
Datum publicatie
25-10-2013
Zaaknummer
04-860418-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vrijspraak heling buit gewapende overval: Enerzijds niet vast te stellen of het daadwerkelijk de gestolen kassalades waren die in verdachtes auto geladen werden. Anderzijds was er weliswaar sprake van een niet alledaagse gang van zaken, maar deze was – gelet op verdachtes affectieve relaties met haar medeverdachte – niet dermate verdacht dat verdachte redelijkerwijs het vermoeden moest hebben dat de goederen die in haar auto werden geladen van diefstal afkomstig waren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK Limburg

Zittingsplaats Roermond

Strafrecht

Parketnummer : 04/860418-11

Datum uitspraak : 23 oktober 2013

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Limburg, meervoudige kamer voor strafzaken,

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te [adres].

Raadsvrouw is mr. M.J. van de Laar, advocaat te Eindhoven.

1 Het onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting

van 9 oktober 2013.

De rechtbank heeft op 9 oktober 2013 gehoord: de officier van justitie en de verdachte, bijgestaan door haar raadsvrouw.

2 De tenlastelegging

De verdachte staat terecht ter zake dat:

1. zij in of omstreeks de periode van 12 juli 2011 tot en met 14 juli 2011 in de gemeente Bergen en/of de gemeente Eindhoven, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een hoeveelheid kassalades heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl zij en/of haar mededader(s) ten tijde van de verwerving en/of het voorhanden krijgen van kassalades wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof. (artikel 416/417bis Wetboek van Strafrecht)

Voor zover in de tenlastelegging kennelijke schrijffouten of misslagen voorkomen, zijn die in deze weergave van de tenlastelegging door de rechtbank verbeterd. De verdachte is door deze verbetering, zoals uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, niet in de verdediging geschaad.

3 De voorvragen

Bij het onderzoek ter terechtzitting:

  • -

    is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke eisen voldoet en dus geldig is;

  • -

    is gebleken dat de rechtbank krachtens de wettelijke bepalingen bevoegd is van het ten laste gelegde kennis te nemen;

  • -

    zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. De officier van justitie kan dus in de vervolging worden ontvangen;

  • -

    zijn geen gronden voor schorsing der vervolging gebleken.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat het ten laste gelegde bewezen verklaard zal worden. Daartoe heeft zij in het bijzonder verwezen naar de diverse telefonische contacten tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte] die dag, de bijbehorende verkeersgegevens van die dag, de verklaringen van getuigen [getuige 1] en [getuige 2], het aantreffen van de vermoedelijke verstopplaats van de buit in de nabijheid van verdachtes auto, alsmede diverse significante chatgesprekken nadien. Bovendien heeft verdachte telkens wisselende en deels onware verklaringen afgelegd, hetgeen de officier van justitie tot de conclusie leidt dat het onaannemelijk is dat verdachte daadwerkelijk niet wist wat zich ter plekke had afgespeeld.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte vrijgesproken dient te worden van het ten laste gelegde. Daartoe heeft de raadsvrouw in het bijzonder aangevoerd dat geen kassalades in het voertuig van verdachte zijn aangetroffen, dat niet duidelijk is gebleken dat hetgeen in de kofferbak is geladen de buit van de overval betreft, dat uit niets blijkt dat verdachte wetenschap had, dat zij kennelijk ook geen zicht had op de kofferbak dan wel de inhoud van de tas en ten slotte dat er geen sprake was van feitelijke zeggenschap over de inhoud van de kofferbak.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

In de vroege ochtend van dinsdag 12 juli 2011 vond een gewapende overval plaats bij supermarkt Jan Linders te Grubbenvorst. De door de daders gebruikte vluchtauto is enige tijd nadien aangetroffen in het Bargapark te Bergen. Later die dag was verdachte met haar auto in het Bargapark te Bergen en werden door getuigen waarnemingen gedaan, waardoor de verdenking kon ontstaan dat de vermoedelijke buit van de overval in haar auto geladen werd. Dit, in combinatie met nader onderzoek, leidde tot de aanhouding van verdachte op verdenking van heling van de buit van de overval. Verdachte is vervolgens in verzekering en in bewaring gesteld, hetgeen naar het oordeel van de rechtbank op dat moment ook gerechtvaardigd was. Gedurende dit voorarrest heeft verdachte diverse, telkens wisselende verklaringen afgelegd. Deze verklaringen hielden meermalen diverse aantoonbare onwaarheden in, waardoor het ook noodzakelijk was het voorarrest, tot uiteindelijk totaal 14 dagen te continueren. Uiteindelijk is verdachte door de officier van justitie in vrijheid gesteld.

Thans dient de rechtbank te beoordelen of verdachte zich daadwerkelijk schuldig heeft gemaakt aan de opzet- dan wel schuldheling van de kassalades. Met de raadsvrouw is de rechtbank van oordeel dat hiervoor onvoldoende bewijsmiddelen beschikbaar zijn. Zo kan de rechtbank niet vaststellen of daadwerkelijk een kassalade, laat staan meerdere kassalades, in de kofferbak van verdachtes auto zijn geplaatst. De verklaringen van getuigen [getuige 1] en [getuige 2] zijn hieromtrent onvoldoende concreet. Mocht al sprake zijn van betreffende kassalades, dan kan uit het dossier niet afgeleid worden dat verdachte wist van de aanwezigheid of herkomst van die kassalades. Weliswaar waren de omstandigheden waaronder verdachte haar vriend, medeverdachte [medeverdachte], die dag heeft rondgereden naar het oordeel van de rechtbank niet alledaags, maar deze waren ook niet dermate verdacht – mede gelet op hun affectieve relatie – dat verdachte redelijkerwijs het vermoeden moest hebben dat de goederen die in haar kofferbak werden geladen van diefstal afkomstig waren.

De rechtbank acht derhalve niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan opzet- dan wel schuldheling en zal verdachte dan ook vrijspreken van het ten laste gelegde.

5 De benadeelde partijen Jan Linders en [slachtoffer]

Jan Linders BV en aangeefster [slachtoffer] hebben een vordering benadeelde partij ingediend met betrekking tot de als gevolg van de overval geleden materiële en/of immateriële schade. Aangezien aan deze vorderingen een feitencomplex ten grondslag ligt waarvoor verdachte niet zal worden veroordeeld, dienen de benadeelde partijen niet-ontvankelijk in hun vorderingen te worden verklaard. Aangezien de benadeelde partijen niet-ontvankelijk in hun vorderingen zullen worden verklaard, zullen zij worden veroordeeld in de kosten terzake aan de zijde van de verdachte gemaakt. De rechtbank zal deze kosten vaststellen op nihil.

6 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak:

- spreekt verdachte vrij van het ten laste gelegde;

Benadeelde partijen:

  • -

    verklaart de benadeelde partij Jan Linders BV niet-ontvankelijk in haar vordering;

  • -

    veroordeelt Jan Linders BV in de kosten van het geding door de verdachte ten behoeve van haar verdediging tegen de vordering gemaakt, begroot op nihil.

  • -

    verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] niet-ontvankelijk in haar vordering;

  • -

    veroordeelt [slachtoffer] in de kosten van het geding door de verdachte ten behoeve van haar verdediging tegen de vordering gemaakt, begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.A.G. van Baal, voorzitter, mr. V.P. van Deventer en

mr. G.J. Krens, rechters, in tegenwoordigheid van mr. O.A.G. Corten als griffier en is uitgesproken ter openbare zitting op 23 oktober 2013.

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

parketnummer: 04/860418-11

proces-verbaal van het voorgevallene ter openbare zitting van de enkelvoudige kamer van de rechtbank voornoemd van 23 oktober 2013 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te [adres],

thans gedetineerd in de / het *** Detentieinstantie *** te

*** Vest.plaats detentieinstantie ***.

Tegenwoordig:

mr. , rechter,

mr. , officier van justitie,

dhr./mevr. , griffier.

De rechter doet de zaak uitroepen.

De verdachte is in de zaal van de zitting aanwezig. Ter terechtzitting van 9 oktober 2013 heeft zij afstand gedaan van haar recht in persoon bij de uitspraak aanwezig te zijn.

(tolk: bouwsteen 503)

De rechter spreekt het vonnis uit en geeft de verdachte kennis dat hij daartegen binnen 14 dagen hoger beroep kan instellen.

Waarvan proces-verbaal, vastgesteld en getekend door de rechter en de griffier.

Raadsman/vrouwe mr. P.J.A. van de Laar, advocaat te Eindhoven.