Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2013:8000

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
23-10-2013
Datum publicatie
24-10-2013
Zaaknummer
03/700377-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan heling van een personenauto, een motor en computers dan wel beeldschermen en heeft samen met een ander ingebroken in een portakabin. Ook heeft hij een verboden wapen voorhanden gehad. Hij wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. De vorderingen van de benadeelde partijen worden niet-ontvankelijk verklaard, aangezien de geleden schade niet aan verdachte kan worden toegerekend.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK Limburg

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummer : 03/700377-13

Datum uitspraak : 23 oktober 2013

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Limburg, meervoudige kamer voor strafzaken,

in de zaak tegen:

[verdachte]

geboren te [geboortegegevens verdachte],

wonende te [adresgegevens verdachte],

thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Limburg Zuid - De Geerhorst, Op de Geer 1 Sittard.

Raadsman is mr. B.H.M. Nijsten, advocaat te Maastricht.

1 Het onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 9 oktober 2013.

De rechtbank heeft op 9 oktober 2013 gehoord de officier van justitie en de verdachte, bijgestaan door zijn raadsman.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Feit 1: al dan niet samen met anderen uit het gemeentehuis van de gemeente [naam gemeente] computers dan wel beeldschermen heeft gestolen dan wel heeft geheeld;

Feit 2: al dan niet samen met anderen personenauto’s, kentekenplaten en een motor heeft gestolen dan wel heeft geheeld;

Feit 3: al dan niet samen met anderen heeft ingebroken in een portakabin;

Feit 4: al dan niet samen met anderen een personenauto heeft gestolen dan wel heeft geheeld;

Feit 5: een vuurwapen voorhanden heeft gehad;

Feit 6: al dan niet samen met anderen kentekenplaten heeft gestolen dan wel heeft geheeld.

3. De beoordeling van het bewijs1

3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de feiten 1 primair, 2 primair, 4 primair en 6 primair en subsidiair bij gebrek aan bewijs niet wettig en overtuigend bewezen kunnen worden verklaard. De feiten 1 subsidiair, 2 subsidiair, 3, 4 subsidiair en 5 kunnen wel wettig en overtuigend bewezen worden verklaard.

Ten aanzien van feit 1 subsidiair heeft hij aangevoerd dat verdachte twee beeldschermen heeft geheeld. De beeldschermen werden in de woning van verdachte aangetroffen. Er werd aangifte gedaan van diefstal van de beeldschermen. Verdachte had een onderzoeksplicht, gelet op de omstandigheden waaronder hij de beeldschermen kocht.

Ten aanzien van feit 2 subsidiair heeft de officier van justitie partiële vrijspraak gevraagd ten aanzien van de heling van de tenlastegelegde Volkswagen Golf (kenteken [kenteken 1].

De overige auto’s, motor en kentekenplaten heeft verdachte geheeld. Verdachte werd in de auto’s herkend door verbalisanten. Met betrekking tot de tenlastegelegde motor heeft verdachte bekend dat hij op de motor heeft gereden.

Feit 3 is door verdachte bekend. Er is sprake van braak. De officier van justitie acht bewezen dat verdachte geld en een airco, in ieder geval goederen, heeft gestolen.

Ten aanzien van feit 4 subsidiair heeft de officier van justitie aangevoerd dat verdachte blijkens een DNA match in de gestolen auto heeft gezeten. Verdachte had moeten weten dat de auto gestolen was, nu er breekijzers en persoonlijke spullen van de rechtmatige eigenaar in de auto lagen.

Ten aanzien van feit 5 heeft de officier van justitie ten slotte verwezen naar het rapport van de wapendeskundige.

3.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht verdachte bij gebrek aan bewijs vrij te spreken van feit 1 primair en subsidiair. Ten aanzien van feit 1 subsidiair kan niet bewezen worden dat verdachte wist of moest weten dat de goederen gestolen waren.

De raadsman heeft voorts verzocht verdachte vrij te spreken van feit 2 primair, aangezien niet vastgesteld kan worden dat verdachte betrokken was bij de diefstal van de tenlastegelegde goederen. Ten aanzien van het subsidiair tenlastegelegde heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank voor wat betreft de heling van de motor. Van het overige dient verdachte bij gebrek aan bewijs te worden vrijgesproken. De herkenningen van verdachte zijn onvoldoende betrouwbaar. Ten aanzien van de tenlastegelegde Audi TT bestaat weliswaar voldoende wettig bewijs, maar dit bewijs is niet overtuigend.

Feit 3 kan bewezen worden verklaard voor wat betreft het geld en de airco.

De feiten 4 en 6 kunnen bij gebrek aan bewijs niet bewezen worden. Het enkele aantreffen van het DNA van verdachte op een blikje in de gestolen auto is onvoldoende voor een bewezenverklaring.

Ten aanzien van feit 5 worden de bevindingen van de wapendeskundige betwist. Verdachte dient dan ook te worden vrijgesproken van dit feit.

3.3

Het oordeel van de rechtbank

Ten aanzien van feit 1:

Op 20 mei 2013 werd namens de Gemeente [naam gemeente] aangifte gedaan van diefstal van beeldschermen en computers op voornoemde datum.2

Tijdens de doorzoeking van de woning van verdachte op 28 mei 2013 werden in de berging op de overloop twee computers van het merk HP aangetroffen.3 De computers werden in beslag genomen.4 De serienummers van de inbeslaggenomen computers kwamen overeen met de serienummers van de bij de Gemeente [naam gemeente] gestolen desktops.5

Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij de schermen heeft gekocht. Hij betaalde er

€ 75,- per stuk voor. De bijbehorende kabels ontbraken. Verdachte heeft niet gevraagd waarom de kabels ontbraken en heeft ook niet geïnformeerd naar de herkomst van de schermen.6

Onder feit 1 primair is aan verdachte ten laste gelegd dat hij heeft ingebroken in het gemeentehuis van de Gemeente [naam gemeente] en daarbij computers dan wel beeldschermen heeft gestolen. In de verschillende verklaringen wordt afwisselend gesproken over beeldschermen en computers dan wel desktops. De rechtbank stelt om die reden vast dat er gestolen computers en/of beeldschermen bij verdachte werden aangetroffen, welke afkomstig waren uit het gemeentehuis te [naam gemeente]. Niet kan worden vastgesteld dat verdachte betrokken is geweest bij de diefstal van deze goederen uit het gemeentehuis. Verdachte dient dan ook te worden vrijgesproken van het primair tenlastegelegde. Wel kan bewezen worden dat verdachte de goederen heeft geheeld. Verdachte heeft een verklaring afgelegd omtrent de gang van zaken rondom de koop van de goederen. Gezien de door hem omschreven omstandigheden had verdachte moeten doorvragen naar de herkomst van de goederen en het ontbreken van de bijbehorende kabels. De rechtbank acht het subsidiair tenlastegelegde dan ook bewezen, met dien verstande dat verdachte redelijkerwijs had moeten vermoeden dat de goederen van misdrijf afkomstig waren.

Ten aanzien van feit 2:

Onder feit 2 is aan verdachte de diefstal dan wel heling van een aantal personenauto’s, kentekenplaten en een motor ten laste gelegd.

Personenauto Audi Quattro, kenteken [kenteken 2] en kentekenplaten [kenteken 3]

Op 1 april 2013 werd in Heerlen een Audi Quattro, kenteken [kenteken 2], gestolen. Op 9 april 2013 omstreeks 23.30 uur zag een verbalisant deze auto rijden. Hij heeft geprobeerd de bestuurder aan te spreken, maar deze reed met hoge snelheid weg. De verbalisant verklaarde later aan de hand van het gelaat en gezichtskenmerken van de bestuurder, het sterke vermoeden te hebben dat de bestuurder verdachte was. Verdachte heeft zijn betrokkenheid ontkend.

De auto werd op 15 april 2013 teruggevonden. In de kofferbak lagen twee Duitse kentekenplaten, voorzien van het kenteken [kenteken 3]. Deze platen bleken te zijn gestolen in de periode van 10 april 2013 tot en met 11 april 2013 te Vaals.

De rechtbank is van oordeel dat niet kan worden vastgesteld dat verdachte op enige wijze betrokken is geweest bij de diefstal van de personenauto en de kentekenplaten. Ook is de rechtbank van oordeel dat onvoldoende bewijs is voor de tenlastegelegde heling. De rechtbank overweegt daartoe dat er geen sprake was van een 100% zekere herkenning door de verbalisant. Hij heeft namelijk verklaard “het sterke vermoeden” te hebben verdachte te hebben herkend. Verder heeft hij niet verklaard waaraan hij verdachte dan zou hebben herkend. De enkele verwijzing naar diens gezichtskenmerken is daartoe onvoldoende. Daarbij was het buiten donker. Er kan dan ook niet worden vastgesteld dat verdachte in de gestolen auto heeft gereden, zodat ook de heling niet bewezen kan worden en verdachte hiervan dient te worden vrijgesproken. Nu verdachte hiervan zal worden vrijgesproken, kan ook niet bewezen worden dat hij wist van de gestolen kentekenplaten in de auto. Ook hiervan zal verdachte worden vrijgesproken.

Personenauto Volkswagen Golf, kenteken [kenteken 1] en kentekenplaten [kenteken 4] en [kenteken 5]

In de periode van 17 april 2013 tot en met 18 april 2013 werd een Volkswagen Golf, kenteken [kenteken 1], gestolen te [naam gemeente]. Op 28 april 2013 zien verbalisanten een Volkswagen Golf rijden met het Belgisch kenteken [kenteken 4]. Na een achtervolging weten de inzittenden van de Volkwagen te ontkomen. Later verklaarden de verbalisanten verdachte te hebben herkend als de bestuurder van de Volkswagen. Zij herkenden hem aan de hand van een foto en aan zijn “opvallende kop”.

De auto werd later teruggevonden met Duitse kentekenplaten [kenteken 5]. Bij de auto hoorde het kenteken [kenteken 1]. De Duitse kentekenplaten bleken na de achtervolging te zijn gestolen in Sittard op 28 april 2013. In de auto werden de kentekenplaten [kenteken 4] aangetroffen. Deze werden op 19 april 2013 gestolen te Meerssen. Verdachte [medeverdachte] heeft bekend in de gestolen auto te hebben gereden tijdens de achtervolging. Ook heeft hij bekend de Duitse kentekenplaten te hebben gestolen. Verdachte heeft zijn betrokkenheid ontkend.

Gelet op het voorgaande staat voor de rechtbank niet vast dat verdachte op enig moment in de gestolen auto heeft gezeten met daarop gemonteerd de gestolen kentekenplaten. Laat staan dat hij betrokken is geweest bij de diefstal van de auto en de kentekenplaten. De herkenning is onvoldoende zeker. Zo is het voor de rechtbank niet duidelijk waaraan verbalisanten verdachte hebben herkend. De enkele verwijzing naar “een opvallende kop”is daartoe onvoldoende. Daar komt nog bij dat zij hem hebben herkend als bestuurder van de auto, terwijl [medeverdachte] heeft verklaard dat hij als bestuurder heeft gereden tijdens de achtervolging. De rechtbank zal verdachte dan ook vrijspreken van de diefstal en de heling van de personenauto en de kentekenplaten.

Personenauto Audi TT, kenteken [kenteken 6]

In de periode van 12 mei 2013 tot en met 13 mei 2013 werd in Kerkrade een personenauto, merk Audi TT, met kenteken [kenteken 6], gestolen.7 Op 19 mei 2013 zagen verbalisanten een Audi TT voorzien van het Duitse kenteken [kenteken 7] van de parkeerplaats aan het Berkelplein te [naam gemeente] rijden. Verbalisanten wilden de auto aan een nadere controle onderwerpen. Via de linkerbuitenspiegel van de Audi TT zag een van de verbalisanten de ambtshalve bekende [verdachte], verdachte, achter het stuur zitten. Verbalisanten gaven een stopteken, maar hierop werd niet gereageerd. De auto TT reed met verhoogde snelheid van de parkeerplaats. Verbalisanten zetten de achtervolging in. Via de meldkamer kregen ze te horen dat het Duitse kenteken niet bij de Audi TT hoorde, maar bij een Ford Focus. De verbalisanten verloren uiteindelijk de Audi TT uit het oog.8 Op 20 mei 2013 werd de Audi TT, voorzien van het Duitse kenteken [kenteken 7], teruggevonden te Nuth. Het contactslot was verwijderd en doorverbonden.9 Uit identiteitsonderzoek bleek dat bij het voertuig het kenteken [kenteken 6] behoorde.10

Gelet op het voorgaande stelt de rechtbank vast dat verdachte op 19 mei 2013 in een gestolen auto heeft gereden. Niet kan worden vastgesteld dat verdachte bij de diefstal van de auto betrokken is geweest. Verdachte dient hiervan te worden vrijgesproken. Wel kan bewezen worden dat hij het gestolen voertuig voorhanden heeft gehad. Verdachte had moeten vermoeden dat het voertuig gestolen was. Dit blijkt uit de omstandigheid dat het contactslot was verwijderd en was doorverbonden.

Motor BMW, kenteken [kenteken 8]

In de periode van 25 mei 2013 tot en met 26 mei 2013 werd een motor BMW, kenteken [kenteken 8], gestolen te [naam gemeente].11

Op 27 mei 2013 zag getuige [getuige], zijnde de huisbaas van verdachte, een motor bij het pand aan de [adres] te [naam gemeente] staan. Op 28 mei 2013 zag hij verdachte met een passagier op deze motor rijden. De motor was van het merk BMW en het kenteken was [kenteken 8].12 Op 10 juni 2013 werd de motor teruggevonden op de Daalhemerweg te [naam gemeente]. Er was een omleiding van de startkabels gemaakt.13

Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij op de motor heeft gereden. Hij leende deze motor van een persoon wiens naam verdachte niet wenst te noemen. Hij startte de motor met de sleutel.14

Gelet op het voorgaande stelt de rechtbank vast dat verdachte op een gestolen motor heeft gereden. Niet kan worden vastgesteld dat verdachte bij de diefstal van de motor betrokken is geweest. Verdachte dient hiervan te worden vrijgesproken. Wel kan bewezen worden dat hij het gestolen voertuig voorhanden heeft gehad. Verdachte had moeten vermoeden dat het voertuig gestolen was. Dit blijkt uit de omstandigheid dat de startkabels waren doorverbonden. De verklaring van verdachte dat hij de motor met de sleutel startte, is dan ook feitelijk onjuist.

Ten aanzien van feit 3:

Namens [benadeelde partij 1] werd aangifte gedaan van diefstal welke plaatsvond tussen 25 augustus 2012 en 27 augustus 2012 in een portakabin te Hulsberg. Hierbij werd onder andere een ruit ingeslagen. Bij de inbraak werden onder andere een hoeveelheid geld en een airco weggenomen.15

Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij samen met een ander de portakabin heeft betreden. Het raam was al kapot op het moment dat verdachte en de andere persoon bij de portakabin kwamen. Samen hebben ze het gat groter gemaakt en zijn ze door het gat naar binnen gegaan. Er werd wat kleingeld en een airco weggenomen.16

De rechtbank stelt vast dat verdachte samen met een ander door middel van inklimming de portakabin heeft betreden. Samen hebben ze geld en een airco gestolen. De rechtbank acht feit 3 dan ook bewezen.

Ten aanzien van de feiten 4 en 6:

Op 12 januari 2013 werd in Gronsveld een Volkswagen Passat met Belgisch kenteken [kenteken 9] gestolen. Op 22 januari 2013 werd deze auto teruggevonden in Berg en Terblijt. Op de auto waren andere kentekenplaten gemonteerd, te weten [kenteken 10]. Deze kentekenplaten werden op 12 januari 2013 in Heerlen gestolen.

Bij sporenonderzoek in de auto werd in het opbergvak aan de achterzijde van de bijrijderstoel een leeg bierblikje aangetroffen. Hierop werd het DNA van verdachte aangetroffen. Verder bleek het slot van het bestuurdersportier te ontbreken. Ook ontbrak het contactslot in de stuurkolom.

Verdachte heeft ontkend de auto te hebben gestolen dan wel te hebben geheeld. Wellicht heeft hij in de auto gezeten, maar niet als bestuurder.

Onder feit 4 primair is de diefstal van de Volkswagen Passat aan verdachte ten laste gelegd. De rechtbank is van oordeel dat niet kan worden vastgesteld dat verdachte op enige wijze bij deze diefstal betrokken is geweest. Verdachte dient dan ook te worden vrijgesproken van feit 4 primair. Onder feit 4 subsidiair is de heling van de auto tenlastegelegd. Gelet op het aantreffen van het blikje bier in de gestolen auto met daarop het DNA van verdachte, acht de rechtbank het aannemelijk dat verdachte op enig moment als passagier in de auto heeft gezeten. Dit wordt immers ook niet door verdachte ontkend. Gelet op de plaats van het aantreffen van het blikje bier, gaat de rechtbank er van uit dat verdachte achter de bijrijder heeft gezeten. Niet kan worden vastgesteld dat verdachte vanaf die plek zicht had op het stuurslot (dat bleek te ontbreken), laat staan op het slot van het bestuurdersportier (dat eveneens ontbrak). Ook kon verdachte niet weten dat op de auto gestolen kentekenplaten waren gemonteerd. Daarmee kan ook niet worden vastgesteld dat verdachte wist dan wel redelijkerwijs moest vermoeden dat hij in een gestolen auto zat. Zo verdachte de braaksporen al zou hebben gezien, dan brengt dat niet zonder meer mee dat verdachte op dat moment zeggenschap had over de auto en zich daardoor schuldig heeft gemaakt aan heling. Verdachte zal dan ook worden vrijgesproken van feit 4 subsidiair.

Onder feit 6 is de diefstal dan wel heling van de kentekenplaten ten laste gelegd. Niet kan worden vastgesteld dat verdachte hier op enige wijze bij betrokken was. Met betrekking tot de ten laste gelegde heling verwijst de rechtbank naar hetgeen hiervoor ten aanzien van feit 4 subsidiair is overwogen. Verdachte zal dan ook worden vrijgesproken van feit 6 primair en subsidiair.

Ten aanzien van feit 5:

Op 10 juni 2013 werd verdachte in de gemeente [naam gemeente] aangehouden. Verdachte droeg een riem. In de gesp van deze riem was een kleine revolver zichtbaar.17 De riem werd in beslag genomen.18 Door de wapendeskundige werd vastgesteld dat het voorwerp van oorsprong een gas/alarmrevolver was, waarbij de loop en de trommel waren voorzien van een sper. Door deze sperren kon er geen projectiel door de loop worden afgevuurd. De sper uit de loop was verwijderd. Het wapen werd getransformeerd van een gas/alarmrevolver naar een scherp vuurwapen. Het vuurwapen leek uiterlijk op een riemgesp, zijnde een ander voorwerp dan een wapen. Het voorwerp was een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3, gelet op artikel 2, lid 1, categorie II sub 4 van de Wet wapens en munitie.19

Gelet op het aantreffen van het wapen en de bevindingen van de wapendeskundige stelt de rechtbank vast dat verdachte een verboden wapen in bezit heeft gehad. Feit 5 kan dan ook bewezen worden.

3.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1 subsidiair

in de periode van 20 mei 2013 tot en met 28 mei 2013 te Valkenburg, in de gemeente [naam gemeente], computers en/of beeldschermen heeft verworven, terwijl hij ten tijde van het verwerven van die computers en/of beeldschermen redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het door misdrijf verkregen goederen betrof;

2 subsidiair

in de periode van 1 april 2013 tot en met 10 juni 2013 in de gemeente [naam gemeente]

- een personenauto Audi TT, kenteken [kenteken 6] en

- een motor BMW, kenteken [kenteken 8]

voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van die personenauto en die motor redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het door misdrijf verkregen goederen betrof;

3

in de periode van 25 augustus 2012 tot en met 27 augustus 2012 te Hulsberg, in de gemeente Nuth, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een portakabin (welke geplaatst stond op de [adres] ter hoogte van nummer 17 te Hulsberg) heeft weggenomen een hoeveelheid geld en een airco, toebehorende aan [benadeelde partij 1], waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van inklimming;

5

op 10 juni 2013 in de gemeente [naam gemeente], een vuurwapen, uiterlijk gelijkend op een riemgesp, in de zin van artikel 1, onder 3, gelet op artikel 2, lid 1 categorie II sub 4 van de Wet wapens en munitie voorhanden heeft gehad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde en de kwalificatie

4.1

De strafbaarheid

Het bewezenverklaarde is strafbaar.

4.2

De kwalificatie

Het bewezenverklaarde levert op de navolgende strafbare misdrijven:

Ten aanzien van feit 1 subsidiair:

schuldheling

Ten aanzien van feit 2 subsidiair:

schuldheling, meermalen gepleegd

Ten aanzien van feit 3:

diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming

Ten aanzien van feit 5:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie

5 De strafbaarheid van verdachte

De verdachte is strafbaar voor het bewezenverklaarde nu geen omstandigheid aannemelijk is geworden die verdachtes strafbaarheid opheft.

6 De oplegging van straf

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 13 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarde van reclasseringstoezicht met een meldplicht en verplichte deelname aan de leefstijltraining. Voorts heeft de officier van justitie gevorderd dat verdachte zich klinisch zal laten behandelen in de Roorda Kliniek te Apeldoorn.

6.2

Het standpunt van de verdediging

In verband met de door de raadsman verzochte vrijspraken, heeft de raadsman verzocht een lagere straf op te leggen. Hij kan zich vinden in de door de officier van justitie gevorderde bijzondere voorwaarden.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. De rechtbank heeft in het bijzonder acht geslagen op het volgende.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan heling van een personenauto, een motor en computers dan wel beeldschermen. Ook heeft verdachte samen met een ander ingebroken in een portakabin. Verdachte heeft blijk gegeven geen respect te hebben voor de persoonlijke eigendommen van anderen. Verdachte is reeds eerder veroordeeld wegens een vermogensdelict.

Daarnaast heeft verdachte een verboden wapen voorhanden gehad. Van een wapen gaat een dreigende werking uit. Het bezit ervan is om die reden niet toegestaan.

De rechtbank acht oplegging van een gevangenisstraf op zijn plaats. Daarvan zal een deel voorwaardelijk worden opgelegd. De rechtbank acht het namelijk noodzakelijk om het criminele gedrag van verdachte te doorbreken. In het rapport van de reclassering van 17 september 2013 wordt geadviseerd in het kader van bijzondere voorwaarden reclasseringstoezicht op te leggen met een meldplicht, de verplichting om deel te nemen aan de Leefstijltraining en een verplichte opname in een instelling voor klinische verslavingszorg, te weten Tactus - Piet Roordakliniek te Apeldoorn of een soortgelijke instelling. De rechtbank zal dit advies overnemen. Deze bijzondere voorwaarden bieden verdachte de mogelijkheid zijn leven te beteren en aan een toekomst te werken waarbij zijn justitiële contacten tot het verleden behoren.

Bij de strafoplegging heeft de rechtbank ook gelet op de omstandigheid dat verdachte bij vonnis d.d. 18 januari 2013 en 17 juni 2013 door de politierechter is veroordeeld tot straf en nu opnieuw is schuldig verklaard aan strafbare feiten die voor die datum zijn gepleegd.

Alles overwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, passend. Zij zal daarbij de bijzondere voorwaarden van reclasseringstoezicht opleggen zoals door de reclassering is geadviseerd.

7 De benadeelde partijen

7.1

De vordering van de benadeelde partij

De benadeelde partij [benadeelde partij 2] heeft een schadevergoeding van € 3.108,26 gevorderd terzake van feit 2, bestaande uit materiële schade.

De benadeelde partij [benadeelde partij 3] heeft een schadevergoeding van € 7.940,35 gevorderd terzake van feit 2, bestaande uit materiële schade. Ter zitting heeft [benadeelde partij 3] zijn vordering aangepast en voor de schade aan de auto gevorderd een bedrag van € 2.000,-.

De benadeelde partij [benadeelde partij 4] heeft een schadevergoeding van € 46.702,44 gevorderd terzake van feit 4, bestaande uit materiële schade.

7.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd de vordering van [benadeelde partij 2] deels toe te wijzen, voor zover deze ziet op de kosten aan een LPG installatie en het eigen risico. De overige kosten komen niet voor vergoeding in aanmerking.

De vordering van [benadeelde partij 3] kan worden toegewezen voor wat betreft de kosten voor de aanschaf van een nieuwe auto en de schade aan de gestolen auto. De overige kosten komen niet voor vergoeding in aanmerking.

De vordering van [benadeelde partij 4] kan worden toegewezen voor wat betreft de kosten voor de aanschaf van een nieuwe auto, nummerplaten en de vrachtbrief. De overige kosten komen niet voor vergoeding in aanmerking.

7.3

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd dat de vorderingen van de benadeelde partijen niet voor vergoeding in aanmerking komen, nu er geen sprake is van een rechtstreeks verband. Hij heeft daartoe aangevoerd dat verdachte de auto’s niet heeft gestolen. De schade werd toegebracht door de steler.

7.4

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat de vorderingen van [benadeelde partij 4] en [benadeelde partij 2] niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard, aangezien verdachte van de onderliggende feiten zal worden vrijgesproken.

De vordering van [benadeelde partij 3] heeft betrekking op de diefstal van een Audi TT met kenteken [kenteken 6]. Verdachte heeft deze auto geheeld. Onder omstandigheden kan de heler verantwoordelijk worden gehouden voor de geleden schade. De Hoge Raad heeft bepaald dat de concrete omstandigheden van het geval bepalend zijn voor de beantwoording van de vraag of voldoende verband bestaat tussen de helingshandeling en de door de rechthebbende op het geheelde goed geleden schade om te kunnen aannemen dat deze door die helingshandeling rechtstreeks schade heeft geleden (HR 1998, 537). Nu niet is gebleken dat verdachte bij zijn helingshandelingen enige schade heeft toegebracht aan de benadeelde, acht de rechtbank de vordering niet toewijsbaar. [benadeelde partij 3] zal dan ook niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn vordering.

8 Het beslag

De inbeslaggenomen revolver, Litte Joe, dient te worden onttrokken aan het verkeer, nu het een voorwerp betreft met betrekking tot welke feit 5 is begaan en het ongecontroleerde bezit ervan in strijd is met de wet.

De inbeslaggenomen motorfiets, BMW, met kenteken [kenteken 8], dient te worden teruggegeven aan de rechthebbende, te weten [benadeelde partij 5].

9 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 47, 57, 63, 310, 311 en 417bis van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 Wet wapens en munitie, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

10 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van de onder 1 primair, 2 primair, 4 primair en subsidiair en 6 primair en subsidiair tenlastegelegde feiten;

Bewezenverklaring

  • -

    verklaart het ten laste gelegde bewezen, zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;

  • -

    spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4.2 is omschreven;

  • -

    verklaart verdachte strafbaar;

Straffen

  • -

    veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 10 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk;

  • -

    bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast omdat verdachte voor het einde van een proeftijd van twee jaar de algemene voorwaarden of de bijzondere voorwaarden heeft overtreden;

  • -

    stelt als algemene voorwaarden dat de verdachte:

  • -

    zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

  • -

    ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

  • -

    medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

  • -

    stelt als bijzondere voorwaarden dat de verdachte zich tijdens de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens de Reclassering en zich zal houden aan de meldplicht, deel zal nemen aan de gedragsinterventie GI-GGZ Leefstijltraining en een klinische behandeling zal ondergaan bij Tactus - Piet Roordakliniek Apeldoorn of een soortgelijke instelling;

  • -

    draagt deze reclasseringsinstelling op om aan verdachte hulp en steun te verlenen bij de naleving van deze voorwaarden;

  • -

    heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van het tijdstip waarop de duur van deze hechtenis -waaronder op de voet van het bepaalde bij artikel 72, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering begrepen de tijd gedurende welke de verdachte in verzekering was gesteld- gelijk wordt aan die van de onvoorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf;

Benadeelde partijen

  • -

    verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij 3], [adres], in haar vordering niet-ontvankelijk;

  • -

    veroordeelt de benadeelde partij [benadeelde partij 3] in de kosten, door verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, begroot op nihil;

  • -

    verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij 2], [adres], in haar vordering niet-ontvankelijk;

  • -

    veroordeelt de benadeelde partij [benadeelde partij 2] in de kosten, door verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, begroot op nihil;

  • -

    verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij 4], [adres], in haar vordering niet-ontvankelijk;

  • -

    veroordeelt de benadeelde partij [benadeelde partij 4] in de kosten, door verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, begroot op nihil;

Beslag

- verklaart onttrokken aan het verkeer het volgende in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp:

nr. 10: Revolver, zilver, Rohm Little Joe (goednummer 2214174);

- gelast de teruggave van het volgende in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp:

nr. 9: Motorfiets, [kenteken 8], BMW K 1200 Rs 2002 (goednummer 2208522), aan de rechthebbende, te weten [benadeelde partij 5].

Dit vonnis is gewezen door mr. A.J. Hazen, voorzitter, mr. J.H. Klifman en mr. C. Aretz, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.K. Spronk, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 23 oktober 2013.

Buiten staat

Mr. J.H. Klifman en mr. C. Aretz zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

1.

hij op of omstreeks 20 mei 2013 te Valkenburg, in de gemeente [naam gemeente], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit het gemeentehuis aan de [adres] heeft weggenomen 15, althans één of meer, computer(s) en/of beeldscherm(en), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de gemeente [naam gemeente], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben

verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

Subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

hij in of omstreeks de periode van 20 mei 2013 tot en met 28 mei 2013 te Valkenburg, in de gemeente [naam gemeente], in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of meer computer(s) en/of beeldscherm(en) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die computer(s) en/of beeldscherm(en) wist(en) of redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het

(een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

2.

hij in of omstreeks de periode van 1 april 2013 tot en met 26 mei 2013 in de gemeente Heerlen en/of in de gemeente Kerkrade en/of in de gemeente [naam gemeente] en/of de gemeente Vaals en/of de gemeente Meerssen en/of de gemeente Sittard, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen:

- een personenauto Audi Quattro, kenteken [kenteken 2] (weggenomen te Heerlen in of omstreeks de periode van 1 april 2013 tot en met 2 april 2013, toebehorende aan [benadeelde partij 2]) en/of

- ( een) (Duitse) kentekenpla(a)t(en), [kenteken 3] (weggenomen te Vaals in of omstreeks de periode van 10 april tot en met 11 april 2013, toebehorende aan [benadeelde partij 6]) en/of

- een personenauto Volkswagen Golf, kenteken [kenteken 1] (weggenomen te [naam gemeente] in of omstreeks de periode van 17 april 2013 tot en met 18 april 2013, toebehorende aan [benadeelde partij 7] en/of [benadeelde partij 8]) en/of

- ( een) (Belgische) kentekenpla(a)t(en), [kenteken 11] (weggenomen te Meerssen op 19 april 2013, toebehorende aan [benadeelde partij 9]) en/of

- ( een) (Duitse) kentekenpla(a)t(en), [kenteken 5] (weggenomen te Sittard op 28 april 2013, toebehorende aan [benadeelde partij 10]) en/of

- een personenauto Audi TT, kenteken [kenteken 6] (weggenomen te Kerkrade in of omstreeks de periode van 12 mei 2013 tot en met 13 mei 2013, toebehorende aan [benadeelde partij 3]) en/of

- een motor BMW, kenteken [kenteken 8] (weggenomen te [naam gemeente] in of

omstreeks de periode van 25 mei 2013 tot en met 26 mei 2013, toebehorende aan ([benadeelde partij 5]),

in elk geval (telkens) enig goed, (telkens) geheel of ten dele toebehorende aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich (telkens) de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;

Subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

hij in of omstreeks de periode van 1 april 2013 tot en met 10 juni 2013 in de gemeente Heerlen en/of de gemeente Nuth en/of de gemeente Kerkrade en/of de gemeente [naam gemeente] en/of de Gemeente Vaals en/of de Gemeente Meerssen en/of de gemeente Sittard, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

- een personenauto Audi Quattro, kenteken [kenteken 2] en/of

- een personenauto Volkswagen Golf, kenteken [kenteken 1] en/of

- een personenauto Audi TT, kenteken [kenteken 6] en/of

- een motor BMW, kenteken [kenteken 8]

- ( een) (Duitse) kentekenpla(a)t(en), [kenteken 3]

- ( een) (Belgische) kentekenpla(a)t(en), [kenteken 11]

- ( een) (Duitse) kentekenpla(a)t(en), [kenteken 5]

heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die personenauto(s) en/of die motor en/of die kentekenpla(a)t(en) wist(en) of redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

3.

hij in of omstreeks de periode van 25 augustus 2012 tot en met 27 augustus 2012 te Hulsberg, in de gemeente Nuth, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een portakabin (welke geplaatst stond op de [adres] ter hoogte van nummer 17 te Hulsberg) heeft weggenomen een of meer printer(s) en/of computerapparatuur en/of een of meer fotocamera('s) en/of een koffiezetapparaat en/of een hoeveelheid geld en/of een airco en/of

gereedschap, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 1]

en/of [benadeelde partij 11], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

4.

hij op of omstreeks 2 november 2012 te Gronsveld, in de gemeente Eijsden-Margraten, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een personenauto (Volkswagen Passat, (Belgisch) kenteken [kenteken 9]), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 12] en/of [benadeelde partij 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen

goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;

Subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

hij in of omstreeks de periode van 2 november 2012 tot en met 22 januari 2013in de gemeente Eijsden-Margraten en/of de gemeente [naam gemeente], in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een personenauto (Volkswagen Passat, (Belgisch) kenteken [kenteken 9]) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die personenauto wist(en) of redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

5.

hij op of omstreeks 10 juni 2013 in de gemeente [naam gemeente], in elk geval in Nederland,

een vuurwapen, uiterlijk gelijkend op een riemgesp, in elk geval een (vuur)wapen in de zin van artikel 1, onder 3, gelet op artikel 2, lid 1 categorie II sub 4 van de Wet wapens en munitie voorhanden heeft gehad;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

6.

hij op of omstreeks 12 januari 2013 te Heerlen, in de gemeente Heerlen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen (een) (Nederlandse) kentekenpla(a)t(en), [kenteken 10], in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 13], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

Subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

hij in of omstreeks de periode van 12 januari 2013 tot en met 22 januari 2013, in de gemeente Heerlen en/of de gemeente [naam gemeente], in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (een) (Nederlandse) kentekenpla(a)t(en), [kenteken 10] heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die kentekenpla(a)t(en) wist(en) dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

parketnummer: 03/700377-13

proces-verbaal van het voorgevallene ter openbare zitting van de enkelvoudige kamer van de rechtbank voornoemd van 23 oktober 2013 in de zaak tegen:

[verdachte]

geboren te [geboortegegevens verdachte],

wonende te [adresgegevens verdachte],

thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Limburg Zuid - De Geerhorst te Sittard.

Tegenwoordig:

mr. , rechter,

mr. , officier van justitie,

dhr./mevr. , griffier.

De rechter doet de zaak uitroepen.

De verdachte is in de zaal van de zitting aanwezig.

De rechter spreekt het vonnis uit en geeft de verdachte kennis dat hij daartegen binnen 14 dagen hoger beroep kan instellen.

Waarvan proces-verbaal, vastgesteld en getekend door de rechter en de griffier.

Raadsman mr. B.H.M. Nijsten, advocaat te Maastricht.

1 De vindplaatsvermeldingen, voorkomend in de hierna opgenomen bewijsmiddelen en de motivering van de bewezenverklaring, verwijzen naar de doorlopende paginanummering in de voor eensluidend afschrift gewaarmerkte kopie van het in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde verbalisanten van de politie Limburg-Zuid, district Zuid-West, opgemaakte proces-verbaal met proces-verbaalnummer 2013052239, doorgenummerd van 1 tot en met 260, d.d.13 augustus 2013 en de als bijlagen daarbij gevoegde schriftelijke bescheiden, welke alle wettige bewijsmiddelen zijn als bedoeld in artikel 344, eerste lid jo artikel 339, eerste lid onder 5º van het Wetboek van Strafvordering.

2 Proces-verbaal van aangifte d.d. 20 mei 2013, pagina 29 en 30.

3 Proces-verbaal van doorzoeking d.d. 29 mei 2013, pagina 43.

4 Proces-verbaal van kennisgeving van inbeslagneming d.d. 29 mei 2013, pagina 59 en 60.

5 Proces-verbaal van kennisgeving van inbeslagneming d.d. 29 mei 2013, pagina 59 en 60 in combinatie met het proces-verbaal van aangifte d.d. 20 mei 2013, pagina 31.

6 De verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 9 oktober 2013 afgelegd.

7 Proces-verbaal van aangifte d.d. 13 mei 2013, pagina 89.

8 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 mei 2013, pagina93 en 94.

9 Proces-verbaal aantreffen gesignaleerd motorvoertuig d.d. 20 mei 2013, pagina 95.

10 Proces-verbaal identiteitsonderzoek vervoermiddel d.d. 22 mei 2013, pagina 98.

11 Proces-verbaal van aangifte d.d. 26 mei 2013, pagina 137.

12 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] d.d. 31 mei 2013, pagina 143.

13 Proces-verbaal aantreffen gesignaleerd motorvoertuig d.d. 10 juni 2013, pagina 144.

14 De verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 9 oktober 2013 afgelegd.

15 Proces-verbaal van aangifte d.d. 27 augustus 2012, pagina 149, 150 en 154.

16 De verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 9 oktober 2013 afgelegd.

17 Proces-verbaal van bevindingen aantreffen wapen in een riem d.d. 12 juni 2013, pagina 241.

18 Proces-verbaal kennisgeving van inbeslagneming d.d. 14 juni 2013, pagina 247.

19 Proces-verbaal van de wapendeskundige d.d. 11 juni 2013, pagina 245.