Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2013:7759

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
15-10-2013
Datum publicatie
16-10-2013
Zaaknummer
03/866245-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verwerping rechtmatigheidsverweer; toch vrijspraak wegens onvoldoende bewijs voor medeplegen dan wel medeplichtigheid aan het exploiteren van een hennepkwekerij en diefstal van elektriciteit.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

parketnummer: 03/866245-13

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 15 oktober 2013

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats en datum],

wonende te [adres].

Raadsvrouw is mr. F.A.G.M. Landerloo, advocaat te Maastricht.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 1 oktober 2013, waarbij de officier van justitie, de verdediging en de verdachte hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Feit 1: samen met (een) ander(en) opzettelijk hennep heeft geteeld, bereid, bewerkt, verwerkt of aanwezig heeft gehad, dan wel dat hij daaraan medeplichtig is geweest, dan wel dat hij de Opiumwet heeft overtreden door samen met (een) ander(en) hennep te telen, bereiden, bewerken, verwerken of aanwezig te hebben;

Feit 2: samen met (een) ander(en) elektriciteit heeft gestolen.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het onder 1 primair en 2 tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen. Zij heeft naar voren gebracht dat verdachte de eigenaar is van de woning en de daarbij behorende garage, alwaar de hennepkwekerij is aangetroffen. De stroom wordt vanuit de woning van verdachte afgetapt. Dat samen maakt dat het niet anders kan dan dat verdachte gemerkt heeft dat er iets in de garage aan de hand was.

Verder kunnen er vraagtekens geplaatst worden bij het huurcontract dat verdachte ten aanzien van de garage heeft afgesloten. De zogenaamde huurster heeft al jaren geleden aangifte gedaan van diefstal van haar identiteitskaart. Verdachte kan haar naam in eerste instantie niet correct noemen. Daar komt bij dat de huur contant wordt betaald door een ander persoon dan huurster, die vervolgens de kwitanties door huurster laat ondertekenen en deze weer terugbrengt bij verdachte. Ook staat de poort, die toegang geeft tot het erf van de woning en de garage, open, terwijl alleen verdachte en zijn gezinsleden een afstandbediening hebben. Uit al het voorgaande, in onderlinge samenhang bezien, kan worden afgeleid dat verdachte wetenschap had van de in de garage aanwezige hennepstekkerij en dat hij daar betrokken bij was. Verdachte kan daarmee worden aangemerkt als medepleger van het telen van hennep en de diefstal van stroom.

3.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft bepleit dat verdachte dient te worden vrijgesproken van beide tenlastegelegde feiten. Primair heeft zij daartoe aangevoerd dat er onrechtmatig is binnengetreden. De machtiging tot binnentreden is volgens de raadsvrouw namelijk ten onrechte afgegeven, nu deze enkel is gebaseerd op een MMA-melding die niet is getoetst op betrouwbaarheid. De netmeting die hierna werd gedaan, gaf enkel een constante stroomafname weer, waardoor deze de MMA-melding niet ondersteunde. Er is naar het oordeel van de raadsvrouw sprake van een onherstelbaar vormverzuim dat dient te leiden tot bewijsuitsluiting van alle bevindingen die gedaan zijn na het binnentreden. Daardoor is er onvoldoende bewijs om tot een veroordeling te kunnen komen.

Subsidiair heeft zij bepleit dat het enkele feit dat de garage verdachtes eigendom is, onvoldoende is om tot een bewezenverklaring van opzet of voorwaardelijk opzet op het overtreden van de Opiumwet of diefstal van stroom te komen. Verdachte heeft immers verklaard dat de garage verhuurd was en heeft daartoe ook het huurcontract overlegd. Uit niets blijkt dat dit huurcontract valselijk is opgemaakt.

3.3

Het oordeel van de rechtbank

Rechtmatigheid van het binnentreden

Naar aanleiding van een MMA-melding – inhoudende dat zich aan de [adres 2] te Landgraaf een hennepkwekerij bevindt die eigendom is van [verdachte] – is op verzoek van de politie door een medewerker van Enexis een netmeting op de hoofdkabel van de Hopelerweg gedaan. Deze meting registreerde 24 uur per dag een constante stroomafname. De rechtbank is met de raadsvrouw van oordeel dat deze registratie niet de standaard in- en uitschakelmomenten vertoont die normaliter bij hennepkwekerijen worden waargenomen. Echter, een constante stroomafname gedurende de hele dag past evenmin bij een gebruikelijke huishoudelijke stroomafname, nu daarin juist ook pieken en dalen zitten. Een verklaring voor de constante stroomafname zou bijvoorbeeld de aanwezigheid van twee plantages kunnen zijn die een afwisselend dag- en nachtritme hebben.

Het enkele feit dat er mogelijk ook bedrijven op de hoofdkabel zijn aangesloten, zoals de raadsvrouwe heeft betoogd, doet aan die mogelijkheid niet af.

Naar het oordeel van de rechtbank leveren bovenstaande feiten en omstandigheden, in onderlinge samenhang bezien, het redelijke vermoeden op dat zich in de woning van verdachte een hennepkwekerij bevond. De machtiging is dan ook rechtmatig afgegeven en het binnentreden is eveneens rechtmatig geschied. Het verweer van de raadsvrouw wordt verworpen.

Feit 1

Op 5 december 2012 is in de kelder van een garage, behorende bij de woning aan de [adres 2] te Landgraaf, een hennepstekkerij aangetroffen. In totaal zijn 11.686 hennepstekken– en planten aangetroffen. Na onderzoek aan de uit de kelder afkomstige planten blijkt het inderdaad om hennepplanten te gaan. Verdachte heeft verklaard dat hij eigenaar van de woning en de garage is en dat hij het achterste deel van de garage en de kelder onder de garage sinds 1 augustus 2012 heeft verhuurd aan een vrouw. Zij zou tuinmeubelen en tuinartikelen, vissen en fietsen in de kelder gaan stallen. De huur werd maandelijks contant betaald door een getinte man. Deze man nam vervolgens de kwitantie mee en bracht deze een paar dagen later getekend terug. Tevens heeft verdachte verklaard dat de huurster ook een afstandsbediening had van de poort en dat het voorste gedeelte van de garage bij hem zelf in gebruik was en dat hij er wel eens kwam om spullen te pakken. Verdachte heeft voorts verklaard dat hij niets af wist van de hennepplantage. Ook de vrouw van verdachte heeft verklaard dat zij van niets wist.

Voor het primair tenlastegelegde medeplegen dient wettig en overtuigend te worden bewezen dat verdachte opzet had op de samenwerking met de overige plegers en op het te verrichten strafbare feit (in casu de hennepstekkenkwekerij).

Voor de subsidiair tenlastegelegde medeplichtigheid dient wettig en overtuigend te worden bewezen dat verdachte opzettelijk gelegenheid heeft verschaft tot het plegen van het misdrijf en tevens dat verdachtes opzet - al dan niet in voorwaardelijke vorm - was gericht op het door de dader(s) gepleegde misdrijf (in casu de hennepstekkenkwekerij).

Om een van deze varianten bewezen te kunnen achten zal op z’n minst moeten vast staan dat verdachte wist van de hennepstekkenkwekerij in de kelder onder zijn garage. Echter, noch het dossier zoals dat door het openbaar ministerie is aangeleverd noch het onderzoek ter terechtzitting hebben naar het oordeel van de rechtbank bewijsmiddelen opgeleverd waaruit voortvloeit dat verdachte wist (al dan niet in voorwaardelijke zin) dat er in de verhuurde kelder een hennepstekkenkwekerij zou gaan worden (werd) geëxploiteerd, laat staan dat verdachte met dat opzet de kelder heeft verhuurd. Het enkele feit dat de feiten en omstandigheden van het verhuren van de betreffende kelder en de wijze waarop verdachte dat heeft gedaan “niet pluis” lijken te zijn en de omstandigheid dat verdachte makkelijk kan hebben geweten wat er in zijn kelder gebeurde (namelijk door er te gaan kijken), is onvoldoende bewijs voor die wetenschap en dat opzet. Dit betekent dat de rechtbank verdachte zal vrijspreken van het onder 1 tenlastegelegde.

Feit 2

De rechtbank acht voorts niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte, al dan niet samen met anderen, elektriciteit heeft gestolen. Het enige dat vast staat, is dat de energienota op naam van verdachte stond en dat de verzegeling van de meter verbroken was. Verdachte heeft ontkend dat hij wist dat de stroom illegaal werd afgetapt. De aanwezigheid van een hennepplantage impliceert niet automatisch dat ook elektriciteit wordt afgetapt en ander bewijs is in het dossier niet aangetroffen. Dat de meter zich in de woning van verdachte bevond, maakt dat niet anders. De rechtbank spreekt verdachte dan ook vrij van het onder 2 tenlastegelegde.

4 Het beslag

Onder verdachte zijn in beslag genomen een hennepkwekerij (nr. 2), 5 hennepplanten (nr. 3), 258 hennepplanten (nr. 4), 11.428 hennepplanten (nr. 5) en een stuk papier, zijnde een huurcontract (nr. 1).

De officier van justitie heeft gevorderd de in beslag genomen voorwerpen te onttrekken aan het verkeer.

De raadsvrouw heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank is van oordeel dat de in beslag genomen voorwerpen van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit ervan in strijd is met de wet. Tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat een strafbaar feit is begaan – het exploiteren van een hennepstekkenkwekerij – door onbekend gebleven personen. De rechtbank zal deze voorwerpen, die zij als een gezamenlijkheid van voorwerpen opvat, dan ook onttrekken aan het verkeer.

5 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten;

Beslag

- verklaart aan het verkeer onttrokken de in beslag genomen hennepkwekerij (nr. 2), 5 hennepplanten (nr. 3), 258 hennepplanten (nr. 4), 11.428 hennepplanten (nr. 5) en een stuk papier (nr. 1).

Dit vonnis is gewezen door mr. J.M.E. Kessels, voorzitter, mr. R.A.J. van Leeuwen en

mr. S.V. Pelsser, rechters, in tegenwoordigheid van mr. K. Mahovic, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 15 oktober 2013.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

1.

hij op of omstreeks 5 december 2012 te Landgraaf tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de [adres 2]) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 11686 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II;

subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

een of meer onbekend gebleven personen in of omstreeks de periode van 1 augustus 2012 tot en met 5 december 2012 te Landgraaf met elkaar, althans één van hen, opzettelijk heeft/hebben geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad in een pand aan de [adres 2] (een) hoeveelheid/hoeveelheden van (in totaal) ongeveer 11686 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, tot en/of bij het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven verdachte in of omstreeks de periode van 1 augustus 2012 tot en met 5 december 2012 te Landgraaf, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal (telkens) opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest, door aan die onbekend gebleven persoon/personen voornoemd pand voor de teelt/het kweken van hennepplanten ter beschikking te stellen;

meer subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

hij op of omstreeks 5 december 2012 te Landgraaf tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval aanwezig heeft gehad (in een pand aan de [adres 2]) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 11686 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II;

2.

hij in of omstreeks de periode van 1 augustus 2012 tot en met 5 december 2012 te Landgraaf tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid elektrische energie, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Enexis, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking.

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

parketnummer: 03/866245-13

proces-verbaal van het voorgevallene ter openbare zitting van de enkelvoudige kamer van de rechtbank voornoemd van 15 oktober 2013 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats en datum],

wonende te [adres].

Tegenwoordig:

mr. , rechter,

mr. , officier van justitie,

dhr./mevr. , griffier.

De rechter doet de zaak uitroepen.

De verdachte is in de zaal van de zitting aanwezig.

De rechter spreekt het vonnis uit en geeft de verdachte kennis dat hij daartegen binnen 14 dagen hoger beroep kan instellen.

Waarvan proces-verbaal, vastgesteld en getekend door de rechter en de griffier.

Raadsvrouw is mr. F.A.G.M. Landerloo, advocaat te Maastricht.