Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2013:5724

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
24-09-2013
Datum publicatie
25-09-2013
Zaaknummer
03/659231-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK Limburg

Zittingsplaats Roermond

Strafrecht

Parketnummer : 03/659231-13

Datum uitspraak : 24 september 2013

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Limburg, meervoudige kamer voor strafzaken,

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te[adres],

thans gedetineerd in P.I. Zuid Oost, HvB Roermond, Keulsebaan 530 Roermond.

Raadsman is mr. N. Birrou, advocaat te Roermond.

1 Het onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 10 september 2013.

De rechtbank heeft op 10 september 2013 gehoord: de officier van justitie en de verdachte, bijgestaan door zijn raadsman.

2 De tenlastelegging

De verdachte staat terecht ter zake dat:

1.

hij op of omstreeks 29 mei 2013 in de gemeente Roermond tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een aan de [adres 1] gelegen woning heeft weggenomen diverse sieraden en/of horloges en/of een reiskoffer/tas, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

2.

hij in of omstreeks de periode van 12 april 2013 tot en met 29 mei 2013 te Buggenum, in elk geval in de gemeente Leudal,, in elk geval in Nederland, een GSM (merk Nokia, type E71) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van deze GSM wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

3.

hij op of omstreeks 14 april 2013 te Ell, in elk geval in de gemeente Leudal, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte (n) voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een aan de [adres 2] gelegen woning weg te nemen (een) goed(eren), althans enig bedrag aan geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot genoemde woning te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goed(eren),

althans geld onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met dat oogmerk het keukenraam hebben/heeft opengebroken en (vervolgens) voornoemde woning hebben/heeft betreden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, welke poging tot diefstal werd gevolgd van bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 3], inspecteur van politie, gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad voor zichzelf en/of zijn mededader(s) de vlucht mogelijk te maken, welke bedreiging met geweld hierin heeft bestaan, dat verdachte en/of zijn mededader(s) met een

koevoet een slaande beweging heeft gemaakt in de richting van genoemde [slachtoffer 3];

4.

hij op of omstreeks 27 april 2013 in de gemeente Horst, in elk geval in de gemeente Horst aan de Maas, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een aan de [adres 3] gelegen woning heeft weggenomen 2370,- EURO en/of 170,- US dollars, in elk geval enig bedrag aan geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn

mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming.

Voor zover in de tenlastelegging kennelijke schrijffouten of misslagen voorkomen, zijn die in deze weergave van de tenlastelegging door de rechtbank verbeterd. De verdachte is door deze verbetering, zoals uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, niet in de verdediging geschaad.

3 De voorvragen

Bij het onderzoek ter terechtzitting:

  • -

    is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke eisen voldoet en dus geldig is;

  • -

    is gebleken dat de rechtbank krachtens de wettelijke bepalingen bevoegd is van het ten laste gelegde kennis te nemen;

  • -

    zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. De officier van justitie kan dus in de vervolging worden ontvangen;

  • -

    zijn geen gronden voor schorsing der vervolging gebleken.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat het ten laste gelegde zal worden bewezen verklaard. Ten aanzien van feit 3 acht de officier van justitie het onderdeel bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 3] niet wettig en overtuigend bewezen en heeft gevorderd dat verdachte ten aanzien van dit onderdeel zal worden vrijgesproken.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft aangegeven dat zij zich voor wat betreft de bewezenverklaring wenst te refereren aan het oordeel van de rechtbank.

De verdediging heeft ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde opgemerkt dat uit geen enkele omstandigheid blijkt dat verdachte geweld heeft gebruikt tegen [slachtoffer 3]. De medeverdachte had de koevoet in zijn hand en verdachte rende voor hem uit en had geen notie van wat er achter hem gebeurde.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

4.3.1.

Vrijspraakoverwegingen

Aan verdachte is onder 3 ten laste gelegd dat de poging tot diefstal werd gevolgd van bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 3]. [slachtoffer 3] heeft verklaard dat de medeverdachte een slaande beweging naar hem maakte met een koevoet en dat verdachte zich intussen op 25 meter afstand van hem bevond. Verdachte zelf verklaart dat hij samen met de medeverdachte uit het raam van de woning is gesprongen en dat zij vervolgens zijn weggerend. Verdachte verklaart dat hij op een afstand van 10 a15 meter voor medeverdachte uit rende en dat hij geen zicht had op wat er zich achter hem afspeelde. De rechtbank is van oordeel dat op basis van het dossier niet blijkt dat verdachte, alleen of samen met de medeverdachte, [slachtoffer 3] heeft bedreigd met geweld en zal verdachte dan ook van dit onderdeel vrijspreken.

4.3.2.

Bewijsmiddelen

De rechtbank acht het onder 1, 2, 3 (voor zover betreffend poging tot diefstal door middel van braak en inklimming) en 4 tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen. De rechtbank baseert haar overtuiging dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan expliciet op de feiten en de omstandigheden die zijn vervat in de hierna vermelde bewijsmiddelen1. Deze bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit, waarop zij in het bijzonder betrekking hebben. Het genoemde geschrift is slechts gebruikt in verband met de inhoud van de overige bewijsmiddelen.

Ten aanzien van feit 1

Gelet op de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 10 september 20132, de aangifte van [slachtoffer 1] d.d. 29 mei 20133, het proces-verbaal van bevindingen d.d. 30 mei 20134 en de foto op pagina 172 van het dossier5, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Ten aanzien van feit 2

Gelet op de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 10 september 20136, de aangifte van [slachtoffer 5] d.d. 12 april 20137 en het proces-verbaal van aanhouding d.d. 29 mei 20138, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Ten aanzien van feit 3

[slachtoffer 2] heeft op 14 april 2013 aangifte gedaan van inbraak in haar woning aan de [adres 2] te Ell en verklaart9– zakelijk weergegeven – als volgt:

“Bij deze wens ik aangifte te doen van inbraak in mijn woning. Op 14 april 2013 omstreeks 20.30 uur heb ik mijn woning verlaten. Op dat moment was alles intact. Kort na 21.00 uur werd ik gebeld door mijn zoon. Hij deelde mij mede dat er iemand in mijn woning ingebroken had. Na deze mededeling ben ik naar huis gegaan. Ik ben vervolgens in mijn woning gelopen en zag dat het keukenraam opengebroken was. Op mijn slaapkamer zag ik dat een beurs, welke in het nachtkastje links naast mijn bed had gelegen, geopend op bed lag. Hier had niets ingezeten. Vanuit het rechternachtkastje werd een doosje met o.a. dasspelden genomen. Dit doosje bleef op de grond liggen. De inbrekers zijn door de thuiskomst van mijn zoon gestoord.”

Verdachte heeft ter terechtzitting10 – zakelijk weergegeven – verklaard:

“Het klopt dat ik op 14 april 2013 te Ell samen met [medeverdachte] heb geprobeerd in te breken in een woning aan de [adres 2]. [betrokkene] was de chauffeur. We hebben met een koevoet een raam opengebroken en zijn zo naar binnen gekomen.”

Ten aanzien van feit 4

Gelet op de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 10 september 201311 en de aangifte van [slachtoffer 4] d.d. 29 april 201312, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

1.

op 29 mei 2013 in de gemeente Roermond tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in een aan de [adres 1] gelegen woning heeft weggenomen diverse sieraden en horloges en een reiskoffer/tas, toebehorende aan een ander of anderen dan aan verdachte en zijn mededaders, waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak en inklimming;

2.

in de periode van 12 april 2013 tot en met 29 mei 2013 in de gemeente Leudal, een GSM (merk Nokia, type E71) voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van deze GSM wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

3.

op 14 april 2013 te Ell, tezamen en in vereniging met anderen, ter uitvoering van het door verdachten voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in een aan de [adres 2] gelegen woning weg te nemen goederen, toebehorende aan [slachtoffer 2], en zich daarbij de toegang tot genoemde woning te verschaffen door middel van braak en inklimming, met dat oogmerk het keukenraam hebben opengebroken en vervolgens voornoemde woning hebben betreden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

4.

op 27 april 2013 in Horst, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in een aan de [adres 3] gelegen woning heeft weggenomen 2370,- EURO en 170,- US dollars, toebehorende aan [slachtoffer 4], waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak en inklimming.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde en de kwalificatie

5.1

De strafbaarheid

Het bewezenverklaarde is strafbaar.

5.2

De kwalificatie

Het bewezenverklaarde levert op de navolgende strafbare misdrijven:

ten aanzien van feit 1 en 4:

diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming;

ten aanzien van feit 2:

opzetheling;

ten aanzien van feit 3:

poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming.

De misdrijven onder 1, 3 en 4 zijn strafbaar gesteld bij artikel 311 van het Wetboek van Strafrecht.

Het misdrijf onder 2 is strafbaar gesteld bij artikel 416 van het Wetboek van Strafrecht.

6 De strafbaarheid van verdachte

De verdachte is strafbaar voor het bewezenverklaarde nu geen omstandigheid aannemelijk is geworden die verdachtes strafbaarheid opheft.

7 De oplegging van straf en/of maatregel

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft, op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht, gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden, met aftrek ex artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging acht een deels voorwaardelijke gevangenisstraf passend en heeft de rechtbank verzocht rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

7.3

Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan twee woninginbraken, één poging daartoe en opzetheling. Vooral aan het plegen van woninginbraken tilt de rechtbank zwaar. Woninginbraken veroorzaken niet alleen materiële schade, maar maken ook een forse inbreuk op de privacy van de bewoners. Het is voor hen vaak bijzonder onaangenaam om te leven met de wetenschap dat een vreemde in hun woning is geweest en hun persoonlijke bezittingen heeft doorzocht en weggenomen. Dit brengt bij de bewoners angstgevoelens en gevoelens van onveiligheid teweeg. Verdachte heeft deze inbraken alleen verricht uit geldelijk gewin, zonder rekening te houden met de gevolgen voor de bewoners.

De rechtbank heeft acht geslagen op het uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister van 29 augustus 2013, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld.

Gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf welke vrijheidsbeneming meebrengt voor de duur als hierna te melden.

8 De benadeelde partij

8.1

De vordering van de benadeelde partij

De benadeelde partij [slachtoffer 4], wonende te [adresgegevens], vordert een schadevergoeding van € 1.339,40 en $ 170,00 terzake van feit 4.

8.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering in zijn geheel kan worden toegewezen.

8.3

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft aangegeven dat zij voor wat betreft de vordering benadeelde partij wenst te refereren aan het oordeel van de rechtbank.

8.4

Het oordeel van de rechtbank

[slachtoffer 4] heeft een vordering benadeelde partij ingediend met betrekking tot de, als gevolg van het hiervoor onder 4 ten laste gelegde feit, geleden materiële schade.

De benadeelde partij voornoemd heeft de materiële schade op een bedrag van € 1.339,40 en $ 170,00 gesteld, en wil die schade vergoed krijgen.

Ten laste van verdachte is het hiervoor onder 4 ten laste gelegde feit bewezen. Het is een strafbaar feit en verdachte zal ter zake van dat feit worden veroordeeld.

Met betrekking tot de toewijsbaarheid van de hoogte van het materiële schadebedrag overweegt de rechtbank dat de vordering is opgebouwd uit de navolgende posten:

a. a) weggenomen geld: €  1.120,00

b) weggenomen geld: $ 170,00

c) schade ramen: €  219,40

Naar het oordeel van de rechtbank zijn voornoemde posten onvoldoende weersproken en voor toewijzing vatbaar. De rechtbank zal het bedrag van $ 170,00 omzetten in een bedrag van € 150,00 en het totale schadebedrag vaststellen op € 1.489,40.

Verdachte is naar burgerlijk recht, samen met zijn mededaders, aansprakelijk voor deze schade.

De rechtbank zal de verdachte veroordelen in de kosten van het geding door de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak en de invordering van voormeld bedrag gemaakt, begroot op nihil.

De rechtbank zal over de vordering van de benadeelde partij, overeenkomstig het hiervoren overwogene, beslissen zoals hierna is vermeld, alsmede over de kosten die door de benadeelde partij zijn gemaakt, thans begroot op nihil.

De rechtbank zal tevens aan verdachte en zijn mededaders de verplichting opleggen aan de Staat een bedrag van € 1.489,40, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de tijd van 24 dagen, te betalen ten behoeve van [slachtoffer 4] voornoemd, zoals hierna in het dictum genoemd.

9 Het beslag

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat onder meer inbeslaggenomen is:

- gsm, merk Nokia E-71.

Nu met betrekking tot dit voorwerp niet (meer) wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel 94 van het Wetboek van Strafvordering, dient dit voorwerp te worden teruggegeven aan degene aan wie het toebehoort, zoals hierna in het dictum genoemd.

De rechtbank gelast de teruggave aan de rechthebbende(n) van de andere inbeslaggenomen nog niet teruggegeven voorwerpen.

10 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 10, 24c, 27, 36f, 45, 57, 311, 416 van het Wetboek van Strafrecht.

11 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

  • -

    verklaart het ten laste gelegde bewezen, zoals hierboven onder 4.4. is omschreven;

  • -

    spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 5.2. is omschreven;

  • -

    verklaart verdachte strafbaar;

Straffen

  • -

    veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 9 maanden;

  • -

    bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

Benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel

  • -

    wijst toe de vordering van benadeelde partij [slachtoffer 4];

  • -

    veroordeelt verdachte om tegen bewijs van betaling aan benadeelde partij [slachtoffer 4], wonende te [adresgegevens], te betalen een bedrag van € 1.489,40;

  • -

    bepaalt dat de verdachte zal zijn bevrijd voor zover de vordering van voornoemde benadeelde partij - al dan niet via de betaling aan de Staat - door verdachtes mededaders is voldaan;

  • -

    legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat te betalen een som geld ten bedrage van € 1.489,40 subsidiair 24 dagen hechtenis ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer 4], wonende te [adresgegevens], met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de opgelegde verplichting tot schadevergoeding ten behoeve van het slachtoffer niet opheft;

  • -

    bepaalt dat indien verdachte en/of zijn mededaders heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 1.489,40 ten behoeve van voornoemd slachtoffer daarmede de verplichting van verdachte om dit bedrag aan voornoemde benadeelde partij te betalen komt te vervallen en dat indien dit bedrag door verdachte en/of zijn mededaders aan voornoemde benadeelde partij is betaald, daarmee de verplichting tot betaling van dit bedrag aan de Staat ten behoeve van voornoemd slachtoffer komt te vervallen;

  • -

    veroordeelt verdachte tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak en de invordering van voormeld bedrag alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil;

Beslag

  • -

    gelast de teruggave van: gsm, merk Nokia E-71, aan [slachtoffer 6] (feit 2);

  • -

    gelast de teruggave aan de rechthebbende(n) van de andere inbeslaggenomen nog niet teruggegeven voorwerpen.

Dit vonnis is gewezen door mr. V.P. van Deventer, mr. A.K. Kleine en mr. C.C.W.M. Aretz, rechters, van wie mr. A.K. Kleine voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. N. Geene als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 september 2013.

Buiten staat

Mr. C.C.W.M. Aretz is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

parketnummer: 03/659231-13

proces-verbaal van het voorgevallene ter openbare zitting van de enkelvoudige kamer van de rechtbank voornoemd van 24 september 2013 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te [adres],

thans gedetineerd in de / het P.I. Zuid Oost, HvB Roermond te

Roermond.

Tegenwoordig:

mr. , rechter,

mr. , officier van justitie,

dhr./mevr. , griffier.

De rechter doet de zaak uitroepen.

De verdachte is in de zaal van de zitting aanwezig. Ter terechtzitting van 10 september 2013 heeft hij afstand gedaan van zijn recht in persoon bij de uitspraak aanwezig te zijn.

(tolk: bouwsteen 503)

De rechter spreekt het vonnis uit en geeft de verdachte kennis dat hij daartegen binnen 14 dagen hoger beroep kan instellen.

Waarvan proces-verbaal, vastgesteld en getekend door de rechter en de griffier.

Raadsman/vrouwe mr. N. Birrou, advocaat te Roermond.

1 De vindplaatsvermeldingen, voorkomend in de hierna opgenomen bewijsmiddelen en de motivering van de bewezenverklaring, verwijzen naar de doorlopende paginanummering in de voor eensluidend afschrift gewaarmerkte kopie van het in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde verbalisanten van de politie Limburg-Noord opgemaakte proces-verbaal, genummerd 2013047458 d.d. 25 juli 2013 en de als bijlagen daarbij gevoegde schriftelijke bescheiden, welke alle wettige bewijsmiddelen zijn als bedoeld in artikel 344, eerste lid jo artikel 339, eerste lid onder 5º van het Wetboek van Strafvordering.

2 Proces-verbaal ter terechtzitting d.d. 10 september 2013.

3 Proces-verbaal van aangifte d.d. 29 mei 2013, proces-verbaalnummer PL233C 2013047458-1, pagina 100 e.v.

4 Proces-verbaal bevindingen d.d. 30 mei 2013, proces-verbaalnummer PL2300 2013047458-38, pagina 129.

5 Foto met nummer 4, behorende bij het hiervoor onder 1 vermelde proces-verbaal, pagina 172.

6 Proces-verbaal ter terechtzitting d.d. 10 september 2013.

7 Proces-verbaal van aangifte d.d. 17 april 2013, proces-verbaalnummer PL233E 2013032528-1, pagina 200 e.v.

8 Proces-verbaal van aanhouding d.d. 29 mei 2013, proces-verbaalnummer PL233C 2013047458-9, pagina 45 e.v.

9 Proces-verbaal van aangifte d.d. 15 april 2013, proces-verbaalnummer PL233E 2013033136-1, pagina 216 e.v.

10 Proces-verbaal ter terechtzitting d.d. 10 september 2013.

11 Proces-verbaal ter terechtzitting d.d. 10 september 2013.

12 Proces-verbaal van aangifte d.d. 29 april 2013, proces-verbaalnummer PL2353 2013037454-1, pagina 240 e.v.