Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2013:5654

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
20-09-2013
Datum publicatie
20-09-2013
Zaaknummer
AWB-12_1486
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Naar aanleiding van de vaststelling dat de ondergrond onder een deel van de winkelpanden in een winkelcentrum in beweging is gekomen en hierdoor scheuren in het gebouw zijn ontstaan heeft de burgemeester van de gemeente een noodverordening voor het gebied afgekondigd. Bij besluit van 5 december 2011 heeft het college van burgemeester en wethouders eiseres onder aanzegging van bestuursdwang aangeschreven een bepaald deel van het winkelcentrum op gecontroleerde wijze te slopen. Beroep gericht tegen de last onder bestuursdwang. De last is ten onrechte tot eiseres gericht aangezien eiseres niet is aan te merken als overtreder dan wel als rechthebbende op het gebruik van de zaak waarop de last betrekking heeft. Beroep gegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK limburg

Zittingsplaats Maastricht

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 12 / 1486

uitspraak van de meervoudige kamer van 20 september 2013 in de zaak tussen

3W Holding BV, te Maastricht, eiseres

(gemachtigde: mr. [gemachtigde 1])

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heerlen, verweerder

(gemachtigde: mr. [gemachtigde 2])

Procesverloop

Bij besluit van 5 december 2011 (het primaire besluit) heeft verweerder eiseres een last onder bestuursdwang opgelegd wegens overtreding van artikel 1b, tweede lid, onder a, van de Woningwet.

Bij besluit van 3 juli 2012 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 mei 2013. Namens eiseres is verschenen [vertegenwoordiger 1] bijgestaan door mr. [vertegenwoordiger 2].

Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde voornoemd,

mr. [gemachtigde 3], ing. [gemachtigde 4] en ing. [gemachtigde 5].

De rechtbank heeft onderhavige zaken gevoegd behandeld met de zaken bekend onder de zaaknummers AWB 12/1481, AWB 12/1482 [eiseres]), AWB 12/1483 (Q-park), AWB 12/1484 (VvE) en AWB 12/1485 (NSI).

Overwegingen

1.

Op deze zaak is gelet op het overgangsrecht van deel C, artikel 1, van de Wet aanpassing bestuursprocesrecht nog het recht van toepassing zoals dat gold tot en met 31 december 2012. Het in beroep bestreden besluit is namelijk bekendgemaakt vóór 1 januari 2013.

2.

Naar aanleiding van de vaststelling in 2011 dat de ondergrond onder een deel van de winkelpanden in winkelcentrum ’t Loon aan de Homerusstraat te Heerlen in beweging was gekomen en hierdoor scheuren in het gebouw waren ontstaan, heeft de burgemeester van Heerlen op 2, 3 en 7 december 2011 een noodverordening afgekondigd voor dit gebied. Bij het primaire besluit heeft verweerder eiseres gelast het op de daarbij gevoegde tekening aangegeven gedeelte van het winkelcentrum ’t Loon (op gecontroleerde wijze) te slopen. Hierbij is eiseres gesommeerd om op uiterlijk 6 december 2011 een aanvang te maken met de sloopwerkzaamheden. Indien eiseres nalaat gehoor te geven aan voormelde last zal verweerder besluiten tot het toepassen van bestuursdwang door zelf een bedrijf in te schakelen om de sloop ter hand te nemen.

3.

Eiseres voert in beroep aan dat de last onder bestuursdwang ten onrechte (ook) tot eiseres is gericht nu eiseres niet is aan te merken als overtreder dan wel als rechthebbende op het gebruik van de zaak waarop de last betrekking heeft. Ter onderbouwing van deze stelling heeft eiseres een akte van overdracht van aandelen in Vastgoed ’t loon BV overgelegd.

4.

Verweerder stelt zich op het standpunt dat de lastgeving was gericht aan de VvE en de overige individuele eigenaren. Eiseres is een van de eigenaren van de betrokken percelen (waarop de last betrekking heeft). In dit verband stelt verweerder dat er sprake is van een onlosmakelijke verwevenheid tussen eiseres en Vastgoed ’t Loon BV.

Ter onderbouwing van zijn standpunt heeft verweerder de kadastrale registratie overgelegd en voorts verwezen naar een arrest van de Hoge Raad (LJN: BW4812), waaruit zou volgen dat niet alleen de VvE, maar ook de individuele eigenaar als overtreder kan worden aangemerkt.

5.

De rechtbank dient de vraag te beantwoorden of verweerder onderhavige last terecht (mede) aan eiseres heeft gericht.

6.

Ingevolge artikel 5:24, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wordt de last onder bestuursdwang bekendgemaakt aan de overtreder, aan de rechthebbenden op het gebruik van de zaak waarop de last betrekking heeft en aan de aanvrager.

7.

De rechtbank is op grond van de door eiseres overgelegde akte overdracht aandelen, waaruit blijkt dat Holding ’t Loon BV (dochtervennootschap van eiseres) alle aandelen van Vastgoed ’t Loon BV heeft verkocht aan Q-park exploitatie BV, van oordeel dat er van uit moet worden gegaan dat eiseres sedert 27 september 2003 geen betrokkenheid meer had bij de parkeergarage in het winkelcentrum. Dit betekent dat eiseres als mede-eigenaar van de woontoren van ’t Loon geen zeggenschap had over het gesloopte gedeelte van het winkelcentrum. Het feit dat eiseres participant is van de VvE maakt dit niet anders, aangezien alleen de VvE als geheel daarover zeggenschap heeft. Over het arrest van de Hoge Raad merkt de rechtbank op daaruit moet worden afgeleid dat uitsluitend de VvE de bevoegdheid heeft om voorzieningen ten aanzien van de gemeenschappelijke delen te treffen.

8.

Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat eiseres als overtreder noch als rechthebbende als bedoeld in artikel 5:24 van de Awb kan worden aangemerkt. Dit betekent dat verweerder ten onrechte onderhavige last (mede) aan eiseres heeft gericht.

9.

Het beroep is gegrond en de rechtbank vernietigt het bestreden besluit en herroept het primaire besluit voor zover daarbij de last onder bestuursdwang (mede) aan eiseres is opgelegd.

10.

De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1416,- (2 punten voor het indienen van het bezwaarschrift en het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 472,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit voor zover daarbij de last onder bestuursdwang aan eiseres is opgelegd;

- herroept het primaire besluit voor zover daarbij de last onder bestuursdwang aan eiseres is opgelegd;

- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 310,- aan eiseres te vergoeden;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten tot een bedrag van € 1416,-, te betalen aan eiseres.

Deze uitspraak is gedaan door mr. W.A.M. de Loo (voorzitter), en mr. R.J.G.H. Seerden en mr. C.M. Nollen, leden, in aanwezigheid van mr. E.W. Seylhouwer, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 20 september 2013.

w.g. mr. E.W. Seylhouwer,

griffier

w.g. mr. W.A.M. de Loo,

voorzitter

Voor eensluidend afschrift:

de griffier,

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.