Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2013:5478

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
11-09-2013
Datum publicatie
16-09-2013
Zaaknummer
AWB 12 / 1539 en AWB 12 / 1540
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verkeersbesluit afsluiting Vlietdijk Rosmalen. Eén eisende partij geen belanghebbende. Burgemeester en wethouders bevoegd tot het nemen van een verkeersbesluit waarin maatregelen worden genomen die leiden tot beperking van het aantal categorieën weggebruikers dat van een weg of weggedeelte gebruik kan maken. Uit de Wegenverkeerswet 1994 blijkt niet dat deze bevoegdheid slechts kan worden uitgeoefend naar aanleiding van of in overeenstemming met een besluit van de gemeenteraad.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK limburg

Zittingsplaats Roermond

Bestuursrecht

zaaknummers: AWB 12 / 1539 en AWB 13 / 1540

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 september 2013 in de zaken tussen

1.

[eiseres 1] , te[plaats], eiseres 1, hierna: [eiseres 1]

(gemachtigde: P.J.H.G. Kieboom),

2.

[eiseres 2] , te[plaats], eiseres 2, hierna: [eiseres 2]

(gemachtigde: G.J. Nass),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente ’s-Hertogenbosch, verweerder

(gemachtigde: mr. P.W.G.M. Christophe),

Procesverloop

Bij besluit van 12 juni 2012 (het primaire besluit) heeft verweerder besloten om de [straat 1] in [plaats] af te sluiten tussen de [straat 2] en[straat 3] voor al het verkeer uitgezonderd hulpdiensten, wanneer de tunnel van de [straat 4] / [straat 5] onder het spoor beschikbaar is voor het verkeer.

Bij besluit van 29 augustus 2012 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van [eiseres 2] gegrond verklaard. Verweerder heeft daarbij het besluit van 12 juni 2012 herroepen en besloten:

  • -

    om de [straat 1] tijdelijk af te sluiten voor een periode van een jaar tussen de [straat 2] en [straat 3] voor al het verkeer uitgezonderd hulpdiensten, wanneer de tunnel van de [straat 4] / [straat 5] onder het spoor beschikbaar is voor het verkeer;

  • -

    om gedurende het jaar van afsluiting alle effecten op (economische) bereikbaarheid, leefbaarheid, veiligheid en milieu te bezien;

  • -

    dat op basis van deze bevindingen er besluitvorming door de raad zal plaatsvinden over definitieve afsluiting van de [straat 1] voor onbepaalde tijd;

  • -

    de datum van openbaarmaking van dit verkeersbesluit te bepalen op zondag 26 augustus 2012.

[eiseres 1] en [eiseres 2] hebben tegen het bestreden besluit beroep in gesteld.

De beroepschriften zijn ingediend bij de rechtbank ‘s-Hertogenbosch en op 22 oktober 2012 met toepassing van artikel 8:13, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) ter behandeling doorgezonden naar deze rechtbank. Van deze doorzending zijn partijen op de hoogte gesteld.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 1 augustus 2013 waar de beroepen gevoegd zijn behandeld. Eiseressen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1.

Op 1 januari 2013 is de Wet aanpassing bestuursprocesrecht in werking getreden. Uit het daarbij behorende overgangsrecht volgt dat, nu het in beroep bestreden besluit is bekendgemaakt vóór 1 januari 2013 dit moet worden beoordeeld aan de hand van het bestuursprocesrecht zoals dit gold vóór inwerkingtreding van deze wet.

2.

Bij het primaire verkeersbesluit heeft verweerder besloten dat de [straat 1] wordt afgesloten op het moment dat de nieuw te realiseren tunnel van de [straat 4] /[straat 5] onder het spoor beschikbaar is voor het verkeer. Tegen dit besluit zijn meer dan honderd bezwaarschriften ingediend. Behalve in het bezwaarschrift van [eiseres 2] is verweerder er in die bezwaarschriften op gewezen dat de gemeenteraad in oktober 2011 een subamendement had aangenomen waarin aan het verkeersbesluit het volgende zou worden toegevoegd: “dat gedurende een jaar na afsluiting alle effecten van de afsluiting op (economische) bereikbaarheid, leefbaarheid, veiligheid, milieu etc. worden bezien en dat de bevindingen aan de raad worden voorgelegd.” Dit ontbrak echter in het primaire besluit. Verweerder heeft al deze bezwaren gegrond verklaard en vervolgens het bestreden besluit van 29 augustus 2012 genomen.

3.

[eiseres 2] heeft zich na bezwaar echter ook niet kunnen verenigen met het bestreden besluit en heeft beroep ingesteld bij de rechtbank. [eiseres 1] was het eens met het primaire besluit en heeft hiertegen dan ook geen bezwaar gemaakt. Zij is het echter niet eens met de beslissing op bezwaar van 29 augustus 2012 en heeft op grond van artikel 7:1 van de Awb rechtstreeks beroep ingesteld bij de rechtbank.

Het beroep van [eiseres 2], AWB 12/1540

4.

[eiseres 2] heeft in beroep de wijze van besluitvorming van verweerder gelaakt en aangevoerd dat verweerder haar bezwaarschrift ten onrechte niet inhoudelijk heeft behandeld. Haar bezwaar is zonder hoorzitting gegrond verklaard omdat volgens verweerder abusievelijk het eerder genoemde subamendement ontbrak. Eiseres voert aan dat haar bezwaar daar echter niet op zag en dat zij andere inhoudelijke bezwaren tegen het primaire besluit had aangevoerd waar verweerder ten onrechte niet op is ingegaan.

5.

Verweerder heeft ter zitting erkend dat hij in strijd heeft gehandeld met artikel 7:11, eerste lid, van de Awb door het primaire besluit niet tevens te heroverwegen op grondslag van het bezwaar van [eiseres 2]. Verweerder heeft over het hoofd gezien dat het bezwaarschrift van [eiseres 2] inhoudelijk afweek van de andere gegrond verklaarde bezwaarschriften. Verweerder heeft vervolgens aangevoerd dat hij daarbij tevens de vraag over het hoofd heeft gezien of [eiseres 2] ontvankelijk was in haar bezwaar. Gelet op het feit dat de straat [eiseres 2] zich op 1.100 meter van de afsluiting bevindt en er daardoor noch voor de individuele bewoners, noch voor de kopersvereniging [eiseres 2] directe invloed op de woonomgeving is, is [eiseres 2] volgens verweerder niet-ontvankelijk in haar bezwaar. Door eiseres [eiseres 2] is ter zitting betoogd dat zij wel degelijk een belang bij het bestreden besluit heeft.

6.

De rechtbank dient - los van hetgeen verweerder pas ter gelegenheid van de zitting naar voren heeft gebracht - ambtshalve te beoordelen of [eiseres 2] bij het verkeersbesluit belanghebbende is in de zin van de Awb.

7.

Ingevolge artikel 1:2, eerste lid, van de Awb, wordt onder belanghebbende verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.

8.

Ingevolge artikel 7:1, eerste lid, gelezen in samenhang met artikel 8:1, eerste lid, kan een belanghebbende tegen een besluit bezwaar maken.

9.

Zoals de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (RVS) meermalen heeft overwogen, is met het stellen van het vereiste van het zijn van belanghebbende een zekere begrenzing beoogd ten aanzien van de mogelijkheid tegen een besluit bezwaar te maken en beroep in te stellen. Het is niet de bedoeling van de wetgever geweest om tegen een verkeersbesluit beroep open te stellen voor een ieder. Bij verkeersbesluiten dient dan ook van geval tot geval te worden onderzocht wiens belangen rechtstreeks bij een dergelijk besluit zijn betrokken. Voorts heeft de RVS overwogen dat een persoon slechts belanghebbende bij een verkeersbesluit is indien hij een bijzonder, individueel belang heeft bij dat besluit, welk belang zich in voldoende mate onderscheidt van dat van andere weggebruikers. (Bijvoorbeeld ECLI:NL:RVS:2011:BP7190 en ECLI:NL:RVS:2012:BX2597)

10.

Vaststaat dat de straat [eiseres 2] zich op 1.100 meter, althans niet op veel minder dan deze afstand, bevindt van de locatie waar de [straat 1] volgens het verkeersbesluit wordt afgesloten. De rechtbank overweegt dat de afsluiting van de [straat 1] weliswaar betekent dat de bewoners van [eiseres 2] een keuzemogelijkheid verliezen in de be-schikbare routes om hun woonwijk [naam woonwijk] te bereiken of te verlaten, maar dat zij zich in zoverre niet onderscheiden van andere bewoners en weggebruikers ter plaatse. Ook de stelling van eiseres dat het verkeersbesluit een negatief effect zal hebben op de verkeersdoorstroming rond de wijk, brengt dat niet met zich. Dat het verkeersbesluit de verkeersveiligheid in gevaar zou brengen rond de eveneens op geruime afstand van de [straat 1] gelegen basisschool waar kinderen uit [eiseres 2] naar school gaan, acht de rechtbank, de ter zitting namens [eiseres 2] gegeven uitleg mede in aanmerking genomen, op voorhand onaannemelijk.

11.

De rechtbank is van oordeel dat eiseres weliswaar enige gevolgen zal ondervinden van de afsluiting van de [straat 1], maar dat niet aannemelijk is dat haar belang zodanig rechtstreeks bij het verkeersbesluit is betrokken dat zij kan worden aangemerkt als belanghebbende in de zin van artikel 1:2, eerste lid, van de Awb. Anders dan eiseres betoogt, heeft zij - of hebben haar leden - geen bijzonder individueel belang bij het verkeersbesluit dat zich in voldoende mate onderscheidt van dat van andere bewoners en weggebruikers. Dat eiseres eerder bij de RVS wel ontvankelijk was in een beroepsprocedure tegen het bestemmingsplan “[naam bestemmingsplan]” maakt dit niet anders omdat de beoordeling of iemand belanghebbende is bij (onderdelen van) een bestemmingsplan een andere uitkomst kan hebben dan de vraag of iemand als belanghebbende kan worden aangemerkt bij een verkeersbesluit.

12.

Dit betekent dat verweerder eiseres ten onrechte heeft ontvangen in haar bezwaar tegen het primaire verkeersbesluit. Het door eiseres ingestelde beroep dient om die reden dan ook gegrond te worden verklaard en het bestreden besluit dient te worden vernietigd. De rechtbank ziet aanleiding om gebruik te maken van de bevoegdheid neergelegd in artikel 8:72, vierde lid, van de Awb door zelf in de zaak te voorzien en eiseres alsnog niet-ontvankelijk te verklaren in haar bezwaar.

AWB 12/1539 het beroep van [eiseres 1]

13.

[eiseres 1] is gelegen aan de [straat 1] ter hoogte van de afsluiting zoals voorzien in het verkeersbesluit. Eiseres is daarmee als belanghebbende aan te merken en ontvankelijk in haar beroep bij de rechtbank.

14.

Omdat [eiseres 1] geen bezwaar heeft gemaakt tegen het primaire verkeersbesluit, ligt daarom, gelet op artikel 6:13, van de Awb, ter beoordeling in beroep alleen de beroepsgrond voor die zich richt tegen het deel van het bestreden besluit dat afwijkt van het primaire besluit en ziet op de afsluiting van de [straat 1] “gedurende een jaar waarna definitieve besluitvorming zal plaatsvinden”.

15.

Klooster Baptist heeft aangevoerd dat verweerder misbruik heeft gemaakt van zijn bevoegdheid door een besluit te nemen dat niet strookt met het subamendement van de gemeenteraad. In het bestreden besluit staat dat de sluiting tijdelijk is voor een jaar. Dit gaat verder dan het subamendement van de gemeenteraad dat slechts behelst dat gedurende een jaar na afsluiting alle effecten worden bezien. Ter zitting heeft eiseres toegelicht dat uit de notulen van de raadsvergadering is op te maken dat de bevindingen uit de evaluatie worden voorgelegd aan de gemeenteraad, maar dat dit onverlet laat dat de [straat 1] definitief afgesloten wordt en blijft. Indien de bevindingen aangeven dat er problemen zijn, zal naar andere oplossingen worden gezocht dan het opnieuw openstellen van de [straat 1], aldus eiseres.

16.

Verweerders gemachtigde heeft hier ter zitting tegenin gebracht dat het verweerders uitgangspunt is geweest om het verkeersbesluit conform de bedoeling van de gemeenteraad te nemen, waarmee de afsluiting op tijdelijke basis niet in strijd is. Na de evaluatie van de effecten zal opnieuw een besluit worden genomen, dat dan een definitief karakter zal hebben.

17.

Ingevolge artikel 15, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994 (Wvw) geschieden maatregelen op of aan de weg tot wijziging van de inrichting van de weg of tot het aanbrengen of verwijderen van voorzieningen ter regeling van het verkeer krachtens een verkeersbesluit, indien de maatregelen leiden tot een beperking of uitbreiding van het aantal categorieën weggebruikers dat van een weg of weggedeelte gebruik kunnen maken.

18.

Ingevolge artikel 18, eerste lid, aanhef en onder d, van de Wvw worden verkeersbesluiten genomen door burgemeester en wethouders, voor zover zij het verkeer op de wegen betreffen die niet bij het rijk, de provincie of het waterschap in beheer zijn.

19.

De rechtbank overweegt dat ingevolge artikel 15, tweede lid, in combinatie met artikel 18, eerste lid, aanhef en onder d, van de Wvw het college de bevoegdheid heeft tot het nemen van een verkeersbesluit waarin maatregelen worden genomen die leiden tot een beperking van het aantal categorieën weggebruikers dat van een weg of weggedeelte gebruik kan maken. Hieruit blijkt niet dat het college deze bevoegdheid slechts kan uitoefenen naar aanleiding van dan wel in overeenstemming met een besluit van de gemeenteraad. De rechtbank verwijst hiertoe naar overweging 4.4.1 van de uitspraak van de RVS van 6 februari 2013 (ECLI:RVS:NL:2013:BZ0758). Reeds daarom slaagt de beroepsgrond dat sprake is van misbruik van bevoegdheid niet. Of het bestreden besluit in overeenstemming is met de bedoeling van de raad moet dus in dit geding in het midden blijven. Die vraag betreft de politieke verhouding tussen de gemeenteraad en verweerder.

20.

Het beroep zal ongegrond worden verklaard. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

Het beroep van [eiseres 2], AWB 12/1540

De rechtbank:

  • -

    verklaart het beroep gegrond,

  • -

    vernietigt het bestreden besluit,

  • -

    verklaart eiseres alsnog niet-ontvankelijk in haar bezwaar tegen het verkeersbesluit van 12 juni 2012 en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit,

  • -

    bepaalt dat verweerder het door eiseres betaalde griffierecht van € 310,- aan haar vergoedt.

Het beroep van [eiseres 1], AWB 12/1539

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. T.M. Schelfhout, rechter, in aanwezigheid van

P.J.C. Bertus, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 11 september 2013.

w.g. P.J.C. Bertus

griffier

w.g. mr. T.M. Schelfhout,

rechter

Voor eensluidend afschrift:

de griffier,

Afschrift verzonden aan partijen op: 11 september 2013

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Beslissing

Het beroep van [eiseres 2], AWB 12/1540

De rechtbank:

  • -

    verklaart het beroep gegrond,

  • -

    vernietigt het bestreden besluit,

  • -

    verklaart eiseres alsnog niet-ontvankelijk in haar bezwaar tegen het verkeersbesluit van 12 juni 2012 en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit,

  • -

    bepaalt dat verweerder het door eiseres betaalde griffierecht van € 310,- aan haar vergoedt.

Het beroep van [eiseres 1], AWB 12/1539

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. T.M. Schelfhout, rechter, in aanwezigheid van

P.J.C. Bertus, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 11 september 2013.