Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2013:5354

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
11-09-2013
Datum publicatie
12-09-2013
Zaaknummer
360638 \ CV EXPL 12-6483
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Wet van Dam van toepassing op reeds bestaand fitnessabonnement. Het wetsvoorstel bevat een overgangsregeling in artikel III, in afwijking van de Overgangswet, door de ruime(re) overgangstermijn waarbinnen gebruikers algemene voorwaarden kunnen aanpassen aan de nieuwe wettelijke bepalingen. Gelet hierop acht de kantonrechter de Overgangswet NBW niet van toepassing op de inwerkingtreding van de Wet van Dam.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2013/423
Prg. 2013/300
TvC 2014, afl. 6, p. 281 met annotatie van mr. drs. J.H.M. Spanjaard
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond

Burgerlijk recht

Zaaknummer: 360638 \ CV EXPL 12-6483

Vonnis van de kantonrechter d.d. 11 september 2013

in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Basic Fit Nederland B.V., h.o.d.n. Basic Fit Venlo, gevestigd te Hoofddorp,

eiseres,

gemachtigde: Snijder Incasso en Gerechtsdeurwaarders,

tegen:

[gedaagde] , wonende te [woonplaats] aan het adres [adres],

gedaagde,

gemachtigde: mr. M.N. van Geenen.

1 Het verloop van de procedure

Dit blijkt uit het navolgende:

  • -

    de inleidende dagvaarding met producties;

  • -

    het verstekvonnis d.d 21 november 2012 van de kantonrechter te Venlo;

  • -

    het exploot van oproeping;

  • -

    de conclusie van antwoord met producties;

  • -

    de conclusie van repliek met productie;

  • -

    de conclusie van dupliek.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, kan van de volgende vaststaande feiten worden uitgegaan:

2.1.

Gedaagde heeft twee fitnessabonnementen afgesloten bij eiseres. De abonnementen zijn ingegaan op 27 november 2010 en hadden een looptijd van 1 jaar. De abonnementen zijn stilzwijgend verlengd, dus van 28 november 2011 tot 28 november 2012.

2.2.

Gedaagde heeft de abonnementen op 26 januari 2012 opgezegd tegen 26 februari 2012.

2.3.

Eiseres heeft de overeenkomsten beëindigd tegen 1 december 2012.

2.4.

Art. 5a van de Algemene voorwaarden (“Voor leden die voor 1-12-2011 lid geworden zijn) van eiseres luidt:

“Een lidmaatschapsovereenkomst bij Basic-Fit wordt aangegaan voor de contractduur van 1 jaar vanaf de ingangsdatum, met een stilzwijgende verlenging van telkens een jaar. De ingangsdatum van de lidmaatschapsovereenkomst is de eerste dag van de kalendermaand volgend op de maand waarin Basic-Fit de aanmelding heeft ontvangen, met uitzondering van de situatie zoals beschreven in 2.c.”.

Art. 6b van de Algemene voorwaarden luidt:

“De opzegtermijn bedraagt tenminste twee volle, aaneengesloten kalendermaanden voor de datum waarop het lidmaatschap afloopt.”

3 Het geschil

3.1.

Eiseres heeft op gronden als omschreven in de dagvaarding gevorderd, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van gedaagde tot betaling aan eiseres van een bedrag van € 360,71, vermeerderd met de wettelijke rente over € 281,20 vanaf 10 oktober 2012 tot de dag der algehele voldoening, kosten rechtens.

3.2.

Eiseres legt aan haar vordering het volgende ten grondslag. Op de overeenkomsten zijn de algemene voorwaarden van eiseres van toepassing en op basis van deze voorwaarden zijn de overeenkomsten stilzwijgend met één jaar verlengd. De opzegging van gedaagde is op 26 januari 2012 ontvangen en verwerkt tegen 27 november 2012. Eiseres betwist dat de Wet van Dam van toepassing is. Deze is immers op 1 december 2011 in werking getreden, terwijl de onderhavige overeenkomsten ruimschoots voor deze datum, te weten op 24 november 2010, tot stand zijn gekomen. Aan deze wet komt geen terugwerkende kracht toe.

Eiseres stelt bij dagvaarding: “ Eiseres heeft op 26 januari 2012 een opzegging van gedaagde mogen ontvangen. Daar gedaagde heeft verzuimd zijn opzegging vóór 27 november 2011 aan eiseres te doen toekomen, heeft eiseres het abonnement van gedaagde, met inachtneming van de geldende algemene voorwaarden, op 27 november 2011 wederom met één jaar verlengd. Ondanks zijn opzegging is gedaagde dan ook tot en met 27 november 2012 betalingsplichtig jegens eiseres.

3.3.

Gedaagde heeft verweer gevoerd en aangegeven dat de algemene voorwaarden niet van toepassing zijn. Door eiseres is niet aangeboden om algemene voorwaarden overeen te komen. Mocht dit al wel zo zijn, dan heeft gedaagde deze niet aanvaard. Subsidiair doet gedaagde een beroep op de vernietigbaarheid omdat deze voorwaarden niet ter hand zijn gesteld.

Meer subsidiair stelt gedaagde zich op het standpunt dat de Wet van Dam van toepassing is zodat de overeenkomsten per 26 februari 2012 zijn geëindigd.

De gevorderde rente en buitengerechtelijke incassokosten worden betwist.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling van het geschil

4.1.

Partijen houdt allereerst verdeeld de vraag of de algemene voorwaarden van eiseres van toepassing zijn op de door partijen gesloten overeenkomsten. De kantonrechter beantwoordt deze vraag bevestigend. Daartoe overweegt hij het volgende.

4.1.1.

Op bladzijde twee van de schriftelijke overeenkomsten staat vermeld dat de algemene voorwaarden van Healthcity Basic Fitness zijn te lezen en te downloaden via www.healthcitybasic.nl. Dit is niet anders te lezen dan een aanbod tot kennisneming.

4.1.2.

Dit aanbod is door gedaagde aanvaard. Gedaagde heeft immers de overeenkomst voor akkoord ondertekend en daarmee tevens de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden voor akkoord verklaard.

4.1.3.

Nu gedaagde bovendien de gelegenheid is geboden om van de inhoud van de algemene voorwaarden kennis te nemen, is van vernietigbaarheid van de voorwaarden of een beding daaruit geen sprake.

4.2.

De kern van het geschil is de vraag of de Wet van Dam van toepassing is op de tussen partijen gesloten overeenkomsten.

4.3.

Bij Wet van 26 november 2010, houdende wijziging van Boek 2 en Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek (stilzwijgende verlenging en opzegtermijn bij lidmaatschappen, abonnementen en overige overeenkomsten), Stb. 2010, 789, gegeven 26 november 2010, is de wet onder meer als volgt gewijzigd:

- Art. 236 onder j BW: dat in geval van een overeenkomst tot het geregeld afleveren van zaken, elektriciteit daaronder begrepen en dag-, nieuws- en weekbladen en tijdschriften niet daaronder begrepen, of tot het geregeld doen van verrichtingen, leidt tot stilzwijgende verlenging of vernieuwing in een overeenkomst voor bepaalde duur, dan wel tot een stilzwijgende voortzetting in een overeenkomst voor onbepaalde duur zonder dat de wederpartij de bevoegdheid heeft om de voortgezette overeenkomst te allen tijde op te zeggen met een opzegtermijn van ten hoogste een maand;

4.4.

Gehandhaafd bleef art. 6:236 aanhef BW: “Bij een overeenkomst tussen een gebruiker en een wederpartij, natuurlijk persoon, die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf, wordt als onredelijk bezwarend aangemerkt een in de algemene voorwaarden voorkomend beding” (volgt art. 6:236 onderdeel j BW). Art. 6:236 BW staat ook wel bekend als de “zwarte lijst” of “de lijst van nietige bedingen”; de wetswijziging wel bekend onder de naam de Wet van Dam”.

4.5.

ARTIKEL III van die wet bepaalde: Deze wet treedt in werking met ingang van de eerste dag van de dertiende kalendermaand na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.

4.6.

De wet werd op 30 november 2010 in het Staatsblad geplaatst. Die dertiende maand is december 2011. Dit betekent dat de wet vanaf 1 december 2011 in werking treedt.

4.7.

Het komt er - aangekondigd op 30 november 2010 en in werking tredend op 1 december 2011- voor deze zaak op neer:

  • -

    dat bij een overeenkomst tussen een gebruiker en een wederpartij / consument als onredelijk bezwarend wordt aangemerkt een in de algemene voorwaarden voorkomend beding;

  • -

    waarbij een overeenkomst tot geregeld doen van verrichtingen (in casu een fitness-

abonnement; zie Gerechtshof ‘s- Hertogenbosch 1 maart 2011, rov. 4.8, LJN: BP6620) ,

  • -

    leidt tot stilzwijgende verlenging of vernieuwing in een overeenkomst voor bepaalde duur (in casu een jaar),

  • -

    zonder dat de wederpartij de bevoegdheid heeft om de voortgezette overeenkomst te allen tijde op te zeggen met een opzegtermijn van ten hoogste een maand (zoals in casu).

4.8.

De fitnessabonnementen met de algemene voorwaarden zijn aangegaan op 27 november 2010. Op 27 november 2011 wordt conform de Algemene Voorwaarden het abonnement verlengd met een jaar (tot 28 november 2012). Op 1 december 2011 treedt art. 7:236 aanhef en onderdeel j in werking. Op 26 januari 2012 wordt door gedaagde opgezegd met een opzegtermijn van een maand. Eiseres, met een beroep de Algemene Voorwaarden en de niet-gelding van de Wet Van Dam, beëindigt tegen 1 december 2012.

4.9.

De kantonrechter overweegt in dit verband als volgt:

4.10.

De Wet van Dam beoogt de stilzwijgende verlenging van lidmaatschappen van verenigingen, abonnementen en overige overeenkomsten aan banden te leggen. De Wet van Dam bevat geen uitdrukkelijke bepaling over de toepasselijkheid daarvan op bestaande overeenkomsten. Daarom zou te rade moeten worden gegaan bij de Overgangswet NBW.

4.11.

Echter, uit de wetsgeschiedenis van de Wet van Dam blijkt de bedoeling van de wetgever:

-In het oorspronkelijke wetsvoorstel (Kamerstuk 2005-2006, 30520 nr. 2) is in artikel III voorgesteld de wet in werking te laten treden met ingang van de eerste dag van de derde kalendermaand na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij is geplaatst;

-In de Memorie van Toelichting (Kamerstuk 2005-2006, 30520, nr. 3) is over artikel III opgemerkt dat de wetswijziging niet voorziet in overgangsrecht en dat de wijziging daardoor ook van toepassing is op al gesloten overeenkomsten;

-Kamerstuk 2006-2007, 30520 nr. 4 betreft het advies van de Raad van State en de reactie van de indieners van het wetsvoorstel. De Raad van State heeft op dit punt, gelet op de looptijd van overeenkomsten als bedoeld in het voorstel en artikel 191 Overgangswet NBW geadviseerd de termijn tot een jaar te verlengen, dan wel een overgangsbepaling in de Overgangswet NBW op te nemen waarmee wordt voorzien in een overgangsperiode van een jaar;

-De indieners van het wetsvoorstel hebben het wetsvoorstel hierop zodanig aangepast, dat voorzien is in een overgangstermijn van een jaar (Kamerstuk 2006-2007, 30520 nr. 5). Artikel III is gewijzigd en is komen te luiden: Deze wet treedt in werking met ingang van de eerste dag van de dertiende kalendermaand na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst;

-In de Memorie van Toelichting (Kamerstuk 2006-2007, 30520, nr. 6) is vervolgens opgenomen bij artikel III: Deze wijziging voorziet niet in overgangsrecht. De wet zal namelijk in werking treden met ingang van de eerste dag van de dertiende kalendermaand na de uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst. Dit geeft betrokkenen een jaar de tijd om zich aan de nieuwe bepalingen aan te passen, hetgeen overgangsrecht overbodig maakt.

4.12.

Het wetsvoorstel bevat daarmee impliciet een overgangsregeling in artikel III, in afwijking van de Overgangswet, door de ruime(re) overgangstermijn waarbinnen gebruikers algemene voorwaarden aan kunnen passen aan de nieuwe wettelijke bepalingen.

4.13.

Gelet hierop acht de kantonrechter de Overgangswet NBW niet van toepassing op de inwerkingtreding van deze wet. De wet is van toepassing vanaf 1 december 2011, ook voor lopende overeenkomsten, gelet op de publicatie in het Staatsblad van 30 november 2010. Gelet op de overgangstermijn had eiseres haar algemene voorwaarden op het litigieuze punt kunnen wijzigen en in overeenstemming met de wet (van Dam) kunnen brengen: Stilzwijgende verlenging mag, maar dan wel met een gebruikelijke opzegtermijn van, bijv. 1 maand, tegen het einde van de maand.

4.14.

De kantonrechter komt tot de conclusie dat eiseres na 1 december 2011 een beroep heeft gedaan op haar algemene voorwaarde van verlenging met een jaar zonder de mogelijkheid van tussentijdse opzegging. Deze algemene voorwaarde is gelet op het hiervoor overwogene onredelijk bezwarend en derhalve vernietigbaar. Terecht doet gedaagde een beroep daarop.

4.15.

Dit houdt vervolgens in dat de overeenkomsten die partijen hebben gesloten zijn geëindigd door de opzegging van 26 januari 2012 per 26 februari 2012. De vorderingen van eiseres worden daarom afgewezen.

4.5.

De kantonrechter acht geen termen aanwezig eiseres toe te laten tot nadere bewijslevering.

4.6.

Eiseres zal tot slot als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure aan de kant van gedaagde gevallen en tot op heden begroot op € 120,00 als salaris voor de gemachtigde.

4.7.

De kantonrechter zal dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaren.

5 De beslissing

5.1.

Wijst de vordering af.

5.2.

Veroordeelt eiseres in de proceskosten aan de zijde van gedaagde gevallen en tot aan dit vonnis begroot op € 120,00.

5.3.

Verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. O.M. de Lange, kantonrechter, en ter openbare civiele terechtzitting op 11 september 2013 uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.

typ: plg

mlzr: ksf