Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2013:5263

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
06-09-2013
Datum publicatie
09-09-2013
Zaaknummer
03/703961-12
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHSHE:2014:3308, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Voorhanden hebben van amfetamineolie, voorbereidingshandelingen in het kader van de Opiumwet en wapenbezit. Kennis van en opzet op aanwezigheid van verboden goederen op terrein dat bij verdachte in gebruik is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

parketnummer: 03/703961-12

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 6 september 2013

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te [adres 1],

thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Limburg Zuid - De Geerhorst te Sittard.

Raadsman is mr. J.W. Heemskerk, advocaat te Roermond.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 23 augustus 2013, waarbij de officier van justitie, de verdediging en de verdachte hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Feit 1: samen met een ander of anderen, dan wel alleen, ongeveer 78,5 liter amfetamineolie aanwezig heeft gehad;

Feit 2: samen met een ander of anderen, dan wel alleen, grondstoffen en/of materialen voor de productie van amfetamine voorhanden heeft gehad;

Feit 3: samen met een ander of anderen, dan wel alleen, wapens en munitie voorhanden heeft gehad.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht de feiten 1, 2 en 3 wettig en overtuigend bewezen. Op het terrein dat verdachte van de gemeente huurt, zijn diverse jerrycans en vaten aangetroffen met amfetamineolie en resten van amfetamine. Ook zijn er grondstoffen en materialen aangetroffen voor de productie van amfetamine. Daarnaast zijn er op het terrein wapens en munitie aangetroffen. Op het terrein stond onder andere ook een witte bestelbus geparkeerd. In de laadruimte van deze bestelbus waren gebruikte koolfilters, jerrycans en vaten voor de productie van amfetamine aanwezig. Op het stuur van de bestelbus is DNA aangetroffen dat overeenkomt met het DNA van verdachte. Ook stond er een heftruck met daarachter een 1.000 liter-vat dat geheel gevuld was met afval afkomstig van de vervaardiging van amfetamine. De officier van justitie heeft er verder op gewezen dat verdachte vaker op het terrein is geweest en houdt verdachte verantwoordelijk voor wat op het terrein is aangetroffen. De verklaring van verdachte dat hij niet heeft geweten wat er allemaal op zijn terrein gebeurde, moet als ongeloofwaardig terzijde worden geschoven, te meer omdat er maar één smalle weg is die toegang geeft tot het terrein en deze weg direct langs de woonwagen van verdachte loopt. De officier van justitie heeft benadrukt dat het terrein met een auto, een heftruck of met een paardentrailer alleen toegankelijk is via de weg die langs de woning van verdachte loopt.

3.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft ter zake van de feiten 1, 2 en 3 geconcludeerd tot vrijspraak. De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat er weliswaar wapens en munitie, alsmede stoffen en materialen die in verband kunnen worden gebracht met de productie van amfetamine, op het terrein van verdachte zijn aangetroffen, maar dat daaruit nog niet volgt dat verdachte hiervan ook wetenschap had en dus hier opzet op had. Verdachte heeft er geen verklaring voor hoe het kan dat zijn DNA is aangetroffen op het stuur van de bestelbus. Misschien heeft verdachte het stuur een keertje aangeraakt, maar niet duidelijk is wanneer. Het enkele aantreffen van DNA van verdachte maakt hem ook niet verantwoordelijk voor wat er in de laadruimte is aangetroffen. De bus stond ook niet op naam van verdachte. Daarnaast is het opvallend dat er op de jerrycans, de vaten en de wapens geen DNA van verdachte is aangetroffen. Een aantal van de wapens lag overigens niet zichtbaar op het terrein, maar lag verborgen onder stro.

3.3

Het oordeel van de rechtbank

Op 20 december 2012 vond er een doorzoeking plaats in de woonwagen van verdachte op de locatie [adres 1] en het omliggende terrein dat verdachte huurt van de gemeente. Bij deze doorzoeking werden onder andere diverse vuurwapens en munitie aangetroffen, alsmede synthetische drugs, grondstoffen voor synthetische drugs en afvalstoffen van de productie van synthetische drugs.1

Op dezelfde dag is door verbalisant [verbalisant] een nader onderzoek ingesteld op het hiervoor bedoelde terrein. Daarbij werd onder andere het volgende aangetroffen en bevonden:

- in de buurt van een hondenhok twee kunststoffen jerrycans van 25 liter met daarin een bruine vloeistof;

- negentien zakken van 25 kilogram met caustic soda die achter vier geparkeerde personenauto’s lagen; deze zakken worden gebruikt bij de illegale productie van amfetamine;

- in één van vorenbedoelde personenauto’s werd een witte jerrycan van 10 liter met circa 3 liter gele, olieachtige vloeistof aangetroffen met een geur die de verbalisant herkende als horende bij de vervaardiging van amfetamine;

- links van bedoelde personenauto’s stond een heftruck; achter deze heftruck stond een IBC-container van duizend liter, die geheel gevuld was met afval, afkomstig van de vervaardiging van amfetamine;

- rechts van een witte paardentrailer stonden vijf blauwe vaten van 220 liter; deze vaten waren voor circa een derde gevuld met een sterk basische vloeistof met een sterke geur van ammoniak; de verbalisant herkende deze vaten met inhoud en geur als vaten waarin eerder ruwe amfetamineolie is geneutraliseerd;

- onder voormelde witte paardentrailer lag een gele waterslang die vanaf de woonwagen van verdachte op het terrein hier naar toe liep; voor de trailer stonden drie gasflessen;

- een witte jerrycan van 25 liter inhoudende circa 18 liter bruine vloeistof met circa 5 liter wit bezinksel, een kunststoffen maatbeker van 5 liter met een restant bruine vloeistof met een geur van amfetamine, vier kunststoffen maatbekers waarvan drie van 5 liter en één van 1 liter, alle met resten van naar amfetamine ruikende vloeistof, een zuurkoolvaatje van circa 4 liter inhoudende een Walther 7.65 en diverse munitie en drie pollepels met resten bruine, sterk naar amfetamine ruikende vloeistof. Toen de verbalisant de zijdeur aan de voorkant van de trailer opende, rook hij direct een sterke geur die hij herkende als behorende bij de vervaardiging van amfetamine;

- een groot aantal emmers en jerrycans in een voornamelijk groene paardentrailer; in deze paardentrailer lag stro en onder het stro lagen een dubbelloops jachtgeweer, een patroonband met hagelpatronen, een sok met daarin een klein model vuurwapen, houder en patronen van soortgelijk kaliber, een kunststof kist/foedraal met daarin een in een doek gewikkeld gedemonteerd wapen. In de paardentrailer stonden verder nog een witte jerrycan van 25 liter voor circa een vierde gevuld met een bruine vloeistof met kristallen, een blauwe 25 liter jerrycan met een restant donkerbruine vloeistof en een rode 20 liter jerrycan met een restant bruine stroperige vloeistof;

- een blauw stalen vat, dat links van genoemde groene paardentrailer stond;

- een witte bestelbus, die vóór de groene paardentrailer stond. In de laadruimte van deze bestelbus waren gebruikte koolfilters, jerrycans en vaten aanwezig en de verbalisant rook een sterke geur die hij herkende als de geur horende bij afval van amfetamine; in het bestuurderscompartiment werd een zogeheten “jammer” aangetroffen voor het wegdrukken van signalen van bakens;

- een blauwe 20 liter jerrycan voor ongeveer twee derde gevuld met bruin residu in een zwarte vuilniszak, een blauwe 20 liter jerrycan geheel gevuld met bruin residu in een zwarte vuilniszak, een speciekuip met blauw plastic met daarin onder andere een gebruikte handschoen, vier gebruikte en sterk geroeste actieve-koolfilters en twee witte jerrycans van 25 liter, inhoudende circa 16 liter bruine vloeistof.2

Van alle hiervoor beschreven voorwerpen zijn monsters genomen die voor analyse zijn overgebracht naar de afdeling verdovende middelen van het Nederlands Forensisch Instituut (hierna te noemen: NFI) te Den Haag.3

Het NFI heeft in haar deskundigenrapport onder andere het volgende geconcludeerd4:

- de monsters van de olieachtige vloeistoffen bevatten amfetamine;

- een monster van een kleurloze vloeistof bevat formamide;

- een monster olieachtige vloeistof bevat BMK (benzylmethylketon).

Conclusie van het NFI:

De samenstelling van het onderzoeksmateriaal is grotendeels te relateren aan het vervaardigen van amfetamine uit BMK volgens de Leuckartmethode.

De op het terrein van de verdachte aangetroffen wapens en munitie zijn inbeslaggenomen. Ten aanzien van de wapens5 en de munitie6 bevinden zich kennisgevingen van inbeslagneming in het dossier.

Deze inbeslaggenomen wapens en munitie zijn aan verbalisant W.H.P.M. Schwanen ter beschikking gesteld voor een onderzoek.7 De verbalisant zag daarbij het volgende:

- een meerschots grendelgeweer, merk Mauser, serienummer 98720, zijnde een vuurwapen van de categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie;

- een dubbelloops hagelgeweer, inscriptie Made in USSR, serienummer C233285, model **58**, zijnde een vuurwapen van categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie;

- een pistool, merk FN, serienummer 938755, zijnde een vuurwapen van categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie;

- een pistool, merk Walther PPK, serienummer 165644, zijnde een vuurwapen van categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie;

- een geweer, merk FN, kaliber aanduiding 22LR, zijnde een vuurwapen van categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie, dat zodanig was vervaardigd dat door het verschuiven van een pal de loop in een beweging kan worden verwijderd zodat het dragen niet of minder zichtbaar is;

- een deelmantelkogel en twee kogelpatronen voorzien van hollowpointkogels, zijnde telkens munitie van categorie II van de Wet wapens en munitie;

- vijf kogelpatronen, 11 kogelpatronen, 78 hagelpatronen, 60 hagelpatronen, 3 hagelpatronen, 45 hagelpatronen, 24 hagelpatronen, 103 kogelpatronen, 259 kogelpatronen, 16 kogelpatronen, 24 hagelpatronen, 50 kogelpatronen, 61 kogelpatronen en 50 kogelpatronen, zijnde telkens munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie.

Op 20 december 2012 werd een forensisch onderzoek naar sporen verricht in verband met de doorzoeking op het terrein van de verdachte. Bij dit onderzoek werd onder andere het stuur bemonsterd van de witte bestelbus die op het terrein van verdachte stond.8

Het betreffende monster werd voor onderzoek gestuurd naar het NFI.9 Het NFI verrichtte een DNA-onderzoek aan de bemonstering en kwam tot de conclusie dat het DNA-profiel van een onbekende man A was.10

Verdachte heeft vervolgens meegewerkt aan een DNA-onderzoek.11 Het NFI concludeerde in haar rapport dat uit de resultaten van het vergelijkend DNA-onderzoek bleek dat het DNA-profiel van de verdachte [verdachte] matchte met het DNA-profiel van het celmateriaal in de bemonstering. De kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen persoon matcht met dit DNA-profiel is kleiner dan één op één miljard.12

De rechtbank overweegt het volgende.

Verdachte heeft verklaard helemaal niets af te weten van de aangetroffen grondstoffen, materialen, wapens en munitie op het terrein rond/achter zijn woonwagen. Verdachte heeft er geen verklaring voor hoe al deze spullen op zijn terrein terecht zijn gekomen. Volgens verdachte komen er kennelijk allerlei mensen op zijn terrein die hier verantwoordelijk voor zijn. Verdachte is niet vaak thuis en het komt geregeld voor dat er hem niet bekende auto’s op het terrein rijden.

De rechtbank heeft verdachte geconfronteerd met het feit dat er in de paardentrailer waarvan het kenteken op naam van zijn vrouw staat13, onder andere vaten en jerrycans zijn aangetroffen, waarvan is vastgesteld dat deze amfetamineolie bevatten. Ook zijn er wapens in deze trailer aangetroffen. Verdachte heeft hierover verklaard dat deze trailer niet is afgesloten en dat anderen deze spullen wellicht in de trailer hebben gelegd. Verdachte stelt ook nooit gezien te hebben dat er een gele waterslang vanaf zijn woonwagen naar deze trailer liep. Ook heeft verdachte nooit gezien dat er op het terrein een groot wit 1000-liter vat stond. Hij heeft nooit gezien dat dit vat op zijn terrein werd gebracht en hij heeft ook nooit gezien dat, zo het vat leeg op zijn terrein was gebracht, anderen bezig waren of een ander bezig was met het vullen van het vat. Verdachte heeft er ook geen verklaring voor hoe zijn DNA op het stuur van de witte bestelbus terecht is gekomen. In dit busje is ook een zogeheten “jammer” aangetroffen, waarmee onder andere het signaal voor draagbare telefoons en GPS-toestellen geblokkeerd kan worden. In de keuken van de woning van verdachte werd een verpakkingsdoos met oplader voor een “jammer” aangetroffen.14 Ook hier heeft verdachte geen verklaring voor.

De rechtbank komt tot de conclusie dat verdachte wel degelijk wetenschap heeft gehad van de aanwezigheid van de verschillende grondstoffen, materialen, wapens en munitie op zijn terrein en hecht geen waarde aan zijn andersluidende verklaring daaromtrent.

Het in vaste jurisprudentie aanvaarde uitgangspunt is dat iemand in strafrechtelijke zin in beginsel verantwoordelijk is voor wat er in zijn woning en op zijn terrein aanwezig is. De gebruiker van een woning en een terrein wordt geacht bekend te zijn met hetgeen zich in die woning en op dat terrein bevindt. Daarmee is opzet op de aanwezigheid van hetgeen zich bevindt in de woning en op het terrein gegeven. Dat is alleen anders als er omstandigheden zijn die maken dat dit uitgangspunt niet heeft te gelden.

In dit geval is van zulke omstandigheden niet gebleken. Sterker nog, de verklaring van verdachte dat hij nooit iets heeft gezien van wat er op zijn terrein gebeurt en wat er aan vaten aan andere spullen staat, is niet geloofwaardig. Dit geldt in het bijzonder voor de waterslang die vanaf zijn woonwagen naar de witte paardentrailer liep, de grote 1000-liter IBC-container, de negentien 25-kilogram zakken met caustic soda, de vaten en de jerrycans.

Alleen al de grote 1000-liter IBC-container en de stapel zakken zijn eenvoudigweg niet over het hoofd te zien. Bovendien wisselde het aantal vaten en andere voorwerpen op het terrein, zoals te zien is op de (lucht)foto’s in het dossier.15

Al die aspecten maken dat verdachtes verklaring dat het hem allemaal niet is opgevallen en dat hij van niets weet, ongeloofwaardig. Verdachtes opmerking nagenoeg tegen het einde van de behandeling ter zitting dat er ook nog een tweede toegang tot zijn terrein is aan de achterzijde en dat hij daarom niks heeft kunnen zien, verwerpt de rechtbank als niet geloofwaardig. Al die goederen liggen in het zicht, zoals op de foto’s is te zien. Dat iemand ze mogelijk via de achteringang heeft gebracht doet dan niet terzake.

Ook het feit dat verdachte geen verklaring heeft voor de aanwezigheid van met zijn DNA matchend DNA op het stuur van de witte bestelbus en evenmin een verklaring heeft voor de in deze bus aangetroffen “jammer” en de in zijn woonwagen aangetroffen verpakkingsdoos van een “jammer”, maken zijn verklaring ongeloofwaardig.

De rechtbank betrekt bij haar oordeel dat de feiten 1, 2 en 3 wettig en overtuigend bewezen zijn tevens dat de aangetroffen spullen, waaronder BMK en halffabricaten voor de productie van amfetamine, kostbare goederen zijn die niet zomaar op een terrein van een (onbekende) ander zullen worden gedumpt en onbeheerd achtergelaten zullen worden. Ook kan de rechtbank zich niet voorstellen dat er door vreemden onbeheerd wapens en munitie op het terrein van een ander worden achtergelaten.

Nu de rechtbank de stelling van verdachte dat hij niets wist van de in zijn woonwagen en op zijn terrein inbeslaggenomen voorwerpen, zakken en vaten en andere houders met vloeistoffen en andere substanties, als ongeloofwaardig terzijde heeft geschoven, verbindt de rechtbank hieraan de conclusie dat het ook niet anders kan zijn dan dat verdachte wist dat die voorwerpen, vloeistoffen en substanties noodzakelijke onderdelen voor de fabricage van amfetamine zijn.

3.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1.

op 20 december 2012 in Sittard opzettelijk aanwezig heeft gehad een grote hoeveelheid amfetamineolie (in totaal ongeveer 78,5 liter), zijnde amfetamine een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I;

2.

op 20 december 2012 in Sittard om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren van amfetamine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I voor te bereiden en/of te bevorderen, hoeveelheden

grondstoffen en materialen, voorhanden heeft gehad, te weten

- een hoeveelheid formamide en

- een hoeveelheid Caustic Soda en

- een hoeveelheid BMK (benzylmethylketon) en

- meerdere koolfilters en maatbekers

waarvan verdachte wist dat die bestemd waren tot het plegen van dat feit;

3.

op 20 december 2012 in Sittard voorhanden heeft gehad:

a.

een vuurwapen van de categorie III onder 1, te weten een (grendel)geweer (merk

Mauser, serienr 98720);

b.

een vuurwapen van de categorie III onder 1, te weten een (hagel)geweer (inscripte Made in USSR, serienr C233285), model **58**);

c.

een vuurwapen van de categorie III onder 1, te weten een pistool (merk FN, serienr 938755);

d.

een vuurwapen van de categorie III onder 1, te weten een pistool (merk Walther PPK, serienr 165644)

e.

een vuurwapen van de categorie II onder 3, te weten een geweer (merk FN, kaliber aanduiding 22LR), dat zodanig was vervaardigd dat door het verschuiven van een pal de loop in een beweging kan worden verwijderd zodat het dragen niet of minder zichtbaar is;

f.

munitie van de categorie II, te weten 3, in elk geval een aantal, patronen;

g.

munitie van de categorie III, te weten 787, in elk geval een aantal, patronen.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid

Het bewezen verklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

feit 1:

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod;

feit 2:

om een feit bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, voorwerpen en stoffen voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit;

feit 3:

- handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd;

- handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd;

- handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

5 De strafoplegging

5.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 40 maanden met aftrek van voorarrest.

5.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft geen opmerkingen gemaakt ten aanzien van de strafmaat.

5.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan drie strafbare feiten. Allereerst heeft verdachte ongeveer 78,5 liter amfetamineolie voorhanden gehad, een stof die nodig is in het productieproces van amfetamine. Voorts heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan voorbereidingshandelingen in het kader van de Opiumwet door allerlei voorwerpen en stoffen voorhanden te hebben, waarmee amfetamine wordt gemaakt. Het is een feit van algemene bekendheid dat deze harddrug grote gevaren oplevert voor de gezondheid van de gebruikers ervan. Verder is van belang dat de productie van en de handel in harddrugs gepaard gaan met diverse vormen van criminaliteit die de maatschappij ondermijnen en gevaar opleveren voor mens en milieu. Dat dat laatste juist is, is pijnlijk gebleken op 22 oktober 2012 toen er massale sterfte van dieren was in een in de buurt van het terrein van verdachte gelegen beek, de Rode Beek. Aangetoond is door onderzoek aan ter plaatse genomen monsters dat de sterfte van de vissen en andere waterdieren terug te voeren was op het dumpen van afval van de productie van amfetamine in het water van de beek. Als gevolg van die dumping zal het jaren duren voordat het bijzondere leefmilieu van die beek is hersteld.

Verder heeft verdachte twee pistolen, drie geweren en een grote hoeveelheid munitie voorhanden gehad. Een van de geweren was zodanig vervaardigd dat het dragen daarvan minder zichtbaar was. Dergelijke vuurwapens en munitie zijn zeer gevaarlijk in handen van onbevoegden zoals verdachte. Vuurwapens worden meer en meer gebruikt bij het plegen van strafbare feiten en vormen een groot gevaar voor en een aanzienlijke bedreiging van een veilige samenleving. Daarom moet streng worden opgetreden tegen het onbevoegd voorhanden hebben van vuurwapens en munitie.

De rechtbank is van oordeel dat de ernst van de feiten en het belang van normbevestiging, in samenhang met het hiervoor overwogene, oplegging van een forse gevangenisstraf rechtvaardigen.

Bij het bepalen van de op te leggen straf terzake het voorhanden hebben van de vuurwapens en de munitie heeft de rechtbank acht geslagen op de oriëntatiepunten van het LOVS. Op grond van deze oriëntatiepunten geldt bij het voorhanden hebben van een pistool of geweer oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van drie maanden als vertrekpunt. In het geval van een heimelijk draagbaar geweer geldt zelfs als uitgangspunt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vier maanden. De rechtbank is op grond van de oriëntatiepunten van het LOVS van oordeel dat voor het voorhanden hebben van de vuurwapens en de munitie in totaal een gevangenisstraf voor de duur van anderhalf jaar op zijn plaats is.

Daarbij komt dan nog de straf voor de feiten 1 en 2, feiten die op zich al een langdurige gevangenisstraf rechtvaardigen. Bij de bepaling van de straf voor deze feiten betrekt de rechtbank dat de amfetamineolie, bezien in samenhang met de grondstoffen en materialen voor de productie van amfetamine, waaronder BMK, een aanzienlijke straatwaarde vertegenwoordigt. Voorts neemt de rechtbank in strafverzwarende zin in ogenschouw dat verdachte door het voorhanden hebben van voornoemde goederen een onaanvaardbaar gezondheidsrisico voor zijn medemens in het leven heeft geroepen.

Kennelijk heeft verdachte zich bij zijn handelen louter laten leiden door eigen geldelijk gewin.

De rechtbank heeft ten slotte acht geslagen op het strafblad van verdachte, waaruit blijkt dat hij nooit eerder voor soortgelijke feiten met politie en justitie in aanraking is gekomen.

Alles afwegende acht de rechtbank oplegging van een straf zoals door de officier van justitie gevorderd passend en geboden. Zij zal derhalve aan verdachte opleggen een gevangenisstraf voor de duur van 40 maanden met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.

6 Het beslag

De hierna in de beslissing genoemde inbeslaggenomen voorwerpen zijn vatbaar voor onttrekking aan het verkeer.

Deze voorwerpen zijn van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en het algemeen belang. Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat het voorwerpen zijn met betrekking tot welke het onder feit 3 bewezen verklaarde is begaan.

Deze voorwerpen zullen aan het verkeer worden onttrokken.

7 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 36b, 36c en 57 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 2, 10 en 10a van de Opiumwet en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

8 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

  • -

    verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 3.4 is omschreven;

  • -

    spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

  • -

    verklaart dat het bewezen verklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;

  • -

    verklaart verdachte strafbaar;

Straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 40 maanden;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

Beslag

- verklaart aan het verkeer onttrokken het inbeslaggenomene, te weten:

nr. 1: een ploertendoder;

nr. 3: een enkelloops geweer;

nr. 4: 24 stuks munitie;

nr. 5: 5 stuks munitie;

nr. 6: 82 stuks munitie;

nr. 7: 103 stuks munitie;

nr. 8: 1 stuk munitie;

nr. 9: 60 stuks munitie;

nr. 10: 91 stuks munitie;

nr. 11: 259 stuks munitie;

nr. 12: 50 stuks munitie;

nr. 13: 11 stuks munitie;

nr. 14: 44 stuks munitie;

nr. 15: 1 patroongordel;

nr. 16: een wapen, Fabrique 50438;

nr. 17: een wapen, Fabrique 038755;

nr. 18: een wapen, 023285.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.C.A.E. van Binnebeke, voorzitter, mr. M.B. Bax en

mr. W.H.B. Dreissen, rechters, in tegenwoordigheid van L.A.J.W. Schoutese, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 6 september 2013.

Mr. W.H.B. Dreissen en de griffier zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

1.

hij op of omstreeks 20 december 2012 in de gemeente Sittard, in elk geval in het arrondissement Maastricht, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad een grote hoeveelheid amfetamineolie (in totaal ongeveer 78,5 liter), in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine, een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I;

2.

hij op of omstreeks 20 december 2012 in de gemeente Sittard tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren van amfetamine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I voor te bereiden en/of te bevorderen, hoeveelheden

grondstoffen en/of materialen, voorhanden heeft gehad, te weten (onder meer)

- een hoeveelheid formamide en/of

- een hoeveelheid Caustic Soda en/of

- een hoeveelheid BMK (benzylmethylketon) en/of

- meerdere koolflters en/of maatbekers

waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden, dat dat/die bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en);

3.

hij op of omstreeks 20 december 2012 in de gemeente Sittard voorhanden heeft gehad:

a.

een vuurwapen van de categorie III onder 1, te weten een (grendel)geweer (merk

Mauser, serienr 9872);

b.

een vuurwapen van de categorie III onder 1, te weten een (hagel)geweer (inscripte Made in USSR, serienr C233285), model **58**);

c.

een vuurwapen van de categorie III onder 1, te weten een pistool (merk FN, serienr 938755);

d.

een vuurwapen van de categorie III onder 1, te weten een pistool (merk Walther PPK, serienr 165644)

e.

een vuurwapen van de categorie II onder 3, te weten een geweer (merk FN, kaliber aanduiding 22LR), dat zodanig was vervaardigd dat door het verschuiven van een pal de loop in een beweging kan worden verwijderd zodat het dragen niet of minder zichtbaar is;

f.

munitie van de categorie II, te weten 3, in elk geval een aantal, patronen;

g.

munitie van de categorie III, te weten 787, in elk geval een aantal, patronen.

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

parketnummer: 03/703961-12

proces-verbaal van het voorgevallene ter openbare zitting van de enkelvoudige kamer van de rechtbank voornoemd van 6 september 2013 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te [adres 1],

thans gedetineerd in de PI Limburg Zuid - De Geerhorst te Sittard.

Tegenwoordig:

mr. , rechter,

mr. , officier van justitie,

dhr./mevr. , griffier.

De rechter doet de zaak uitroepen.

De verdachte is niet in de zaal van de zitting aanwezig. Ter terechtzitting van 23 augustus 2013 heeft hij afstand gedaan van zijn recht in persoon bij de uitspraak aanwezig te zijn.

De rechter spreekt het vonnis uit.

Waarvan proces-verbaal, vastgesteld en getekend door de rechter en de griffier.

Raadsman mr. J.W. Heemskerk, advocaat te Roermond.

1 Het proces-verbaal van bevindingen, opgenomen op pagina 74 en 75 van het eindproces-verbaal dossiernummer 2012122917 van Politie Limburg, Recherche Zuidwest, in de wettelijke vorm opgemaakt. Hierna zal telkens worden verwezen naar dit eindproces-verbaal dat is doorgenummerd van pagina 1 tot en met 522.

2 Het proces-verbaal van onderzoek synthetische drugs, in de wettelijke vorm opgemaakt en opgenomen in het onder voetnoot 1 genoemd eindproces-verbaal, pagina’s 179 tot en met 183.

3 Het proces-verbaal benoeming deskundige NFI verdovende middelen, in de wettelijke vorm opgemaakt en opgenomen in het onder voetnoot 1 genoemd eindproces-verbaal pagina’s 232 tot en met 234.

4 Het deskundigenrapport van het NFI van 16 april 2013, zaaknummer 2013.01.14.005, pagina’s 237 tot en met 244.

5 De schriftelijke bescheiden, te weten kennisgevingen inbeslagneming, opgenomen in het onder voetnoot 1 genoemd eindproces-verbaal, pagina’s 250 tot en met 257.

6 De schriftelijke bescheiden, te weten kennisgevingen inbeslagneming, opgenomen in het onder voetnoot 1 genoemd eindproces-verbaal, pagina’s 259 tot en met 281.

7 Het proces-verbaal van onderzoek wapens en munitie, in de wettelijke vorm opgemaakt en opgenomen in het onder voetnoot 1 genoemd eindproces-verbaal, pagina’s 284 tot en met 298.

8 Het proces-verbaal sporenonderzoek, in de wettelijke vorm opgemaakt en opgenomen in het onder voetnoot 1 genoemd eindproces-verbaal, pagina’s 103 en 104.

9 Het proces-verbaal aanvraag DNA-onderzoek sporen, in de wettelijke vorm opgemaakt en opgenomen in het onder voetnoot 1 genoemd eindproces-verbaal, pagina’s 118 en 119.

10 Het deskundigenrapport van het NFI, opgenomen in het onder voetnoot 1 genoemd eindproces-verbaal, pagina 125.

11 Het proces-verbaal Afname DNA celmateriaal door opsporingsambtenaar, in de wettelijke vorm opgemaakt en opgenomen in het onder 1 genoemd eindproces-verbaal, pagina 140.

12 Het deskundigenrapport van het NFI van 23 mei 2013, opgenomen in het onder voetnoot 1 genoemd eindproces-verbaal, pagina 148.

13 Het proces-verbaal van bevindingen, in de wettelijke vorm opgemaakt en opgenomen in het onder voetnoot 1 genoemd eindproces-verbaal, pagina’s 369 tot en met 372 en de bijlage op pagina 374.

14 Het proces-verbaal van bevindingen, in de wettelijke vorm opgemaakt en opgenomen in het onder voetnoot 1 genoemd eindproces-verbaal, pagina 324 en de bijlagen op de pagina’s 325 en 326.

15 Het proces-verbaal, genoemd in noot 1, pagina’s 23 tot en met 27, met verwijzing naar de verschillende luchtfoto’s