Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2013:4624

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
31-07-2013
Datum publicatie
02-09-2013
Zaaknummer
181286 A
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

straatverbod, contactverbod, Facebook.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Familie en jeugd

160857 / KG ZA 11-188

Datum uitspraak : 31 juli 2013

Zaaknummer : C/03/181286 / KG ZA 13/230

De voorzieningenrechter, belast met de behandeling van burgerlijke zaken, heeft het navolgende kort gedingvonnis gewezen inzake

[naam eiseres],

wonende te[woonplaats eiseres],

eiseres, verder te noemen “de vrouw”,
advocaat mr. M.E.Th. Hogervorst (toevoeging aangevraagd);

tegen:

[gedaagde].

wonende te[woonplaats gedaagde],
gedaagde, verder te noemen “de man”,
in persoon verschenen.

1 Het verloop van de procedure

De vrouw heeft de man gedagvaard in kort geding. Op de dienende dag, 17 juli 2013, heeft de vrouw gesteld en gevorderd overeenkomstig de inhoud van de dagvaarding, onder verwijzing naar op voorhand toegezonden producties.

De man heeft verweer gevoerd, waarna partijen op elkaars stellingen hebben gereageerd en vragen van de voorzieningenrechter hebben beantwoord.

Ten slotte heeft de vrouw om vonnis verzocht. De uitspraak van het vonnis is bepaald op heden.

2 De feiten

2.1.

Partijen hebben gedurende ongeveer veertien jaren een relatie met elkaar gehad. Uit die relatie zijn twee thans nog minderjarige kinderen geboren, genaamd [naam kind 1] en [naam kind 2]. De vrouw heeft nog een kind uit een eerdere relatie.

2.2.

De vrouw heeft reeds eerder jegens de man een kort geding procedure geëntameerd (zaaknummer 178734 / KG ZA 13-83). Ter zitting van 20 maart 2013 hebben partijen afspraken gemaakt, waarna de vrouw haar vorderingen - met instemming van de man - heeft ingetrokken. In het van de zitting opgemaakte proces-verbaal is, voor zover van belang, vermeld:

a. aanstaande zondag (24 maart 2013) zal de man, eventueel in het bijzijn van (één van) de kinderen van partijen, genaamd [naam kind 1] en [naam kind 2], om 12.00 uur bij de vrouw de navolgende goederen ophalen:

(…)

De vrouw zal ervoor zorgen dat de hiervoor bedoelde goederen dan in de schuur klaarstaan en dat de man de schuur kan betreden, zodat de man bedoelde goederen aldaar kan ophalen. De vrouw zal op dat moment niet in de schuur aanwezig zijn. Wanneer de bedoelde goederen niet in één keer kunnen worden vervoerd door de man, dan zal hij aansluitend meermaals heen en weer rijden;

behoudens hetgeen hiervoor onder a) is vermeld, en behoudens in verband met het bezoeken van klanten voor zijn werk of het halen en brengen van de kinderen in verband met hun hierna onder c) bedoelde verblijf bij de man, zal de man zich gedurende een jaar niet ophouden bij de woning van de vrouw en in de straat waarin de vrouw woont, te weten [adres];

met ingang van 30 maart 2013 zullen de kinderen van partijen eenmaal per twee weken bij de man verblijven:

a. op zaterdag van 10.00 uur tot 19.00 uur, waarbij de kinderen bij de man het avondeten nuttigen. Wanneer (een van) de kinderen op zaterdag moet(en) voetballen, zullen de kinderen op bedoelde zaterdagen al vanaf 08.30 uur bij de man verblijven;

b. de zondag erna vanaf 10.30 uur tot 19.00 uur, waarbij de kinderen bij de man het avondeten nuttigen;

c. als de man storingsdienst heeft bij zijn werkgever wanneer de kinderen bij hem verblijven (…) zal hij de kinderen al tussen 16.30 uur en 17.00 uur naar de vrouw terugbrengen;

d. de man haalt de kinderen bij de vrouw op en brengt hen aldaar ook weer terug;

(…)

de man zal gedurende een jaar op geen enkele wijze contact zoeken met de vrouw.

Gedurende bedoeld jaar zal de vrouw de man telefonisch informeren over gewichtige noodsituaties, zoals bijvoorbeeld in geval van ziekte van de kinderen. Vervolgens kan de man de vrouw naar aanleiding van bedoelde ernstige situatie terugbellen, indien de man in het eerdere contact met de vrouw hierover een afspraak met haar heeft gemaakt.

Wanneer er problemen of onduidelijkheden ten aanzien van de kinderen bestaan, zullen de contacten hierover gedurende bedoeld jaar verlopen via Xonar. De man zal ingaan op een aanbod van Xonar om met de kinderen begeleiding te krijgen naar aanleiding van de beëindiging van de relatie tussen partijen.

de man en de vrouw zullen ervoor zorgen dat de kinderen niet “Facebook” (social media) bezoeken;

(…)”

2.3.

Op of omstreeks 17 juni 2013 heeft de vrouw bij deze rechtbank een verzoekschrift schorsing omgangsregeling ingediend. In dit verzoekschrift heeft de vrouw onder andere aangegeven dat zij de omgang heeft stopgezet.

2.4.

Op enig moment heeft de man berichten over de vrouw en de kinderen op een openbare pagina op Facebook geplaatst. Het betreft onder meer de volgende berichten:

“De vrouw die mijn jongens tegen houd om mij te bellen heet [naam eiseres] woont op [adres] en is niet te vrouwen dus let op mensen.”

“wie o wie kan mij helpen ik weet niet meer of ze leven mijn jongens zij worden leefde nog toen ik hun sprak meer als 15 dagen geleden daarna is alle contact verdwenen en de politie maastricht doet ok niets dus aan jullie de vraag leven ze nog”

“Alarm Alarm deze jongens zijn vermist op [adres] (...)”

“wie heeft deze gezien pas 10 jaar hun moeder is niet te vertrouwen haar naam is [naam 2 eiseres] of [naam eiseres] werkt bij het [naam bedrijf eiseres] maar zij is niet te vertrouwen”

“buren bellen maar mijn kinderen niet maar als jullie leven jongens bel na pap zelf ik vertrouw niemand anders”

“mensen zij [naam 2 eiseres] wil ok nog een feestje geven vanavond op [adres] samen met [naam 1] [naam 2] en [naam 2] en [naam 4] terwijl ik geen contact meer kan krijgen met mijn jongens belachelijk de politie doet niets zij wachten wat er gaat gebeuren”

“vanavond om 20.00 uur feest voor mijn jongens [adres] live muziek erbij ben er zelf ok geen verbod van rechter dus ik mag komen en ik wil kijken of de jongens nog leven ik heb er een hard hoofd in”.

3 Het geschil

3.1.

De vrouw stelt het volgende.

Al vrij snel na 20 maart 2013 hield de man zich niet meer aan de gemaakte afspraken. Hij verscheen met smoezen voor de woning van de vrouw, zocht te pas en te onpas contact met de vrouw vooral na overmatig drankgebruik, belde aan de lopende band en viel de vrouw lastig via Whatsapp. Ook wordt via Facebook informatie verspreid over de vrouw en de kinderen en is op naam van de kinderen opnieuw een account aangemaakt, ofschoon daarover ter zitting van 20 maart 2013 uitgebreid is gesproken en de afspraak is gemaakt dat de kinderen Facebook niet bezoeken. Er is sprake van internet- en telefonieterreur. Toen een medewerker van de politie telefonisch contact zocht met de man naar aanleiding van door de vrouw gedane aangiften jegens de man, werd de politie-medewerker onmiddellijk doorgeschakeld naar de vrouw.

3.2.

Op grond van het vorenstaande - de stellingen van de vrouw zijn ter zitting nader toegelicht - heeft de vrouw gevorderd dat de voorzieningenrechter bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad en op de minuut:

1. de man verbiedt onmiddellijk na betekening van het in deze te wijzen vonnis, de woning aan [adres] nog te betreden, met machtiging op de vrouw de man aldaar desnoods met behulp van de sterke arm te doen verwijderen bij overtreding van dit verbod en de man tevens verbiedt zich nog te vervoegen aan het adres [adres] of zich op te houden in de straat waar de vrouw woont tenzij de vrouw schriftelijk toestemming verleent daarvoor, eveneens met machtiging op de vrouw de man te doen verwijderen met behulp van de sterke arm bij overtreding van deze verboden dan wel één daarvan onder verbeurte van een dwangsom van € 500,- voor iedere keer dat de man deze verboden dan wel één daarvan overtreedt;

2. de man verbiedt onmiddellijk na betekening van het in deze te wijzen vonnis de vrouw telefonisch dan wel via internet of enig elektronisch berichtenverkeer lastig te vallen en/of privégegevens van de vrouw en/of de kinderen van partijen, waaronder begrepen haar naam in het openbaar te doen circuleren op welke wijze dan ook met name via internet en ander elektronisch verkeer, onder verbeurte van een dwangsom van € 500,- voor iedere keer dat de man dit verbod overtreedt;

3. de man verbiedt een facebook pagina op naam van de kinderen van partijen en/of de vrouw zelf aan te maken en voor zover dat al een feit is dit onmiddellijk na betekening van het in deze te wijzen vonnis ongedaan te maken op verbeurte van een dwangsom van € 500,- voor iedere keer dat de man nalatig blijft dit ongedaan te maken en/of dit verbod overtreedt,

kosten rechtens.

3.3.

De man heeft verweer gevoerd. Op zijn verweer wordt, voor zover van belang, hierna ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Een spoedeisend belang bij de vordering is gegeven en overigens ook niet door de man betwist.

4.2.

De vrouw heeft ter zitting gesteld dat zij in april 2013 in het kader van de overdracht van de kinderen de Wii-spelcomputer aan de man heeft meegegeven, waarna de man later op die dag wederom aan de woning is verschenen. De man heeft daarop geantwoord dat het bezoek aan de woning was afgesproken en dat hij een half uur later naar de woning van de vrouw is teruggekeerd, omdat de door de vrouw aan hem gegeven Wii-spelcomputer niet compleet was.

Voor het overige heeft de man weersproken dat hij na 20 maart 2013, anders dan na afspraak tussen partijen, klantbezoek of in het kader van de overdracht van de kinderen, de woning van de vrouw heeft bezocht of de straat waarin zij woont.

De vrouw heeft processen-verbaal van aangifte overgelegd waaruit volgt dat zij de man ervan verdenkt een ruit van haar woning te hebben ingegooid en haar scooter van haar perceel te hebben gestolen. Nu deze stellingen niet door andere stukken worden gestaafd en de man ook deze stellingen van de vrouw heeft weersproken, kan niet aannemelijk worden geacht dat de man, anders dan na afspraak tussen partijen, klantbezoek of in het kader van de overdracht van de kinderen, zich na 20 maart 2013 heeft opgehouden in de straat waar de vrouw woont.

Gelet hierop is de voorzieningenrechter van oordeel dat de vrouw niet aannemelijk heeft gemaakt dat een straatverbod is aangewezen. De vordering onder 1 dient dan ook te worden afgewezen.

4.3.

Voor wat betreft het eerste deel van de vordering onder 1 overweegt de voorzieningenrechter als volgt.

Er kan niet, althans niet zonder nadere toelichting, worden geoordeeld dat de door de man geplaatste berichten op Facebook waarin hij zich richt tot derden/bekenden, als het “lastigvallen van de vrouw” kunnen worden gekwalificeerd.


Ter zitting van 20 maart 2013 hebben partijen afgesproken dat de man gedurende een jaar op geen enkele wijze contact zal zoeken met de vrouw. De vrouw heeft gesteld en toegelicht dat de man haar op een bepaalde dag wel 12 keer heeft gebeld. Hierop is niet concreet door de man gereageerd. Daarmee is voldoende aannemelijk dat de man, in strijd met de ter zitting van 20 maart 2013 gemaakte afspraken, de vrouw herhaalde malen telefonisch heeft benaderd.

Gelet hierop zal de voorzieningenrechter het door de vrouw gevraagde verbod aan de man om haar niet meer lastig te vallen, als zijnde een verbijzondering van een contactverbod, toewijzen zoals hierna in het dictum is bepaald, met een beperking van de tijdsduur waarvoor het verbod geldt. De onder 2 gevorderde dwangsom zal worden gematigd en gemaximeerd.

4.4.

Het tweede deel van de vordering onder 2 dient te worden afgewezen, nu dit deel van de vordering te ruim is geformuleerd en te onbepaald is. Toewijzing van dit deel van de vordering zou bijvoorbeeld betekenen dat de man zelfs niet de naam van de vrouw zou mogen noemen op Facebook of tijdens een familiefeest.

Overigens heeft de man heeft ter zitting toegezegd dat hij op de dag van de zitting vóór 24.00 uur de zijdens hem over de vrouw geplaatste berichten op Facebook zal verwijderen voor zover die nog niet door hem waren verwijderd en dergelijke berichten ook niet meer zal plaatsen.

4.5.

Aan de vordering onder 3 heeft de vrouw de stelling ten grondslag gelegd dat de man op naam van de kinderen “opnieuw” een Facebook-account heeft aangemaakt, terwijl ter zitting van 20 maart 2013 is afgesproken dat partijen ervoor zouden zorgen dat de kinderen Facebook niet zouden bezoeken. De vrouw heeft niet toegelicht wat zij met het woord “opnieuw” bedoelt. In het licht van de stellingen van de vrouw begrijpt de voorzieningenrechter dat de vrouw bedoelt dat de man “na de zitting van 20 maart 2013 wederom” een account heeft aangemaakt.

De man heeft ter zitting onder meer het volgende aangegeven. Hij heeft geen Facebook pagina op naam van de kinderen aangemaakt na december 2012. Het account dat eerder werd aangemaakt, is door de kinderen zelf aangemaakt. De man weet het wachtwoord niet en de kinderen hebben hem verteld dat zij het wachtwoord zijn vergeten. De man heeft getracht het account te verwijderen, hetgeen niet is gelukt vanwege (onder meer) onbekendheid met het wachtwoord. Na 20 maart 2013 hebben de kinderen op de dagen dat zij bij de man zijn verbleven, geen Facebook meer bezocht.

Nu de man gemotiveerd heeft betwist dat hij na 20 maart 2013 een Facebook-account voor de kinderen heeft aangemaakt, alsmede nu gesteld noch gebleken is dat de man een dergelijk account op naam van de vrouw heeft aangemaakt, en ook niet is gebleken dat de man de ter zitting van 20 maart 2013 gemaakte afspraak omtrent Facebook-bezoek heeft overtreden, dient het onder 3 gevorderde te worden afgewezen.

4.6.

Gelet op het feit dat partijen ex-partners zijn, zullen de proceskosten worden gecompenseerd zoals hierna in het dictum is bepaald.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter:

verbiedt de man om de vrouw na betekening van dit vonnis gedurende een half jaar vanaf heden telefonisch dan wel via internet of enig elektronisch berichtenverkeer lastig te vallen, op verbeurte van een dwangsom van € 100,00 per keer dat de man dit verbod niet naleeft, met een maximum van € 10.000,-;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

compenseert de kosten van deze procedure aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. Schreinemakers, voorzieningenrechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.

F.B.