Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2013:4153

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
18-06-2013
Datum publicatie
09-07-2013
Zaaknummer
C/03/177821 / FA RK 13-105
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Internationale adoptie; vaststelling geboortegegevens. Boek 10 BW, van toepassing op verzoeken tot internationale adopties die vanaf 1 januari 2004 zijn ingediend en op de erkenning van vanaf 1 januari 2004 buitenslands tot stand gekomen adopties, regelt het toepasselijke recht op de in Nederland uit te spreken adoptie en haar rechtsgevolgen alsmede de erkenning en haar rechtsgevolgen van een adoptie, die tot stand is gekomen in een staat die geen partij is bij het Haags Adoptieverdrag 1993. Hoewel de Verenigde Staten van Amerika sinds 1 april 2008 wel zijn aangesloten bij het Haags Adoptieverdrag 1993 is dat verdrag niet van toepassing, nu het verzoek tot beginseltoestemming door verzoekers dateert van voor die datum. Op grond van artikel 10:105 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek is Nederlands recht van toepassing op het verzoek. Amerikaanse geboorteakte strookt niet met de werkelijkheid, nu daaruit zou kunnen worden afgeleid dat de minderjarige staande het huwelijk van verzoekers is geboren. De twijfels die daardoor rijzen ten aanzien van de inschrijfbaarheid van de Amerikaanse geboorteakte in de Nederlandse registers van de burgerlijke stand hebben de rechtbank doen besluiten de oorspronkelijke namen en geboortegegevens van de minderjarige vaststellen op de wijze zoals deze luidden op het moment van de geboorte van de minderjarige.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 1
Burgerlijk Wetboek Boek 1 5
Burgerlijk Wetboek Boek 1 227
Burgerlijk Wetboek Boek 10
Burgerlijk Wetboek Boek 10 105
Rijkswet op het Nederlanderschap
Rijkswet op het Nederlanderschap 5
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JPF 2014/10
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Familie en jeugd

Datum uitspraak: 18 juni 2013

Zaaknummer: C/03/177821 / FA RK 13-105

De enkelvoudige kamer, belast met de behandeling van burgerlijke zaken, heeft de navolgende beschikking gegeven op het gemeenschappelijk verzoek van:

[verzoeker (de man)],

verder te noemen: de man,

en:

[verzoeker (de vrouw)],

verder te noemen: de vrouw,

verder gezamenlijk aangeduid als: verzoekers,

beiden wonende te [woonplaats],

advocaat mr. M. Koomen, kantoorhoudend te Alkmaar.

Op grond van het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:

de Raad voor de Kinderbescherming te Maastricht,

hierna te noemen: de raad.

Als informant daartoe uitgenodigd heeft een toelichting op de zaak gegeven:

de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Den Haag,

verder te noemen: de ambtenaar van de burgerlijke stand.

1 Verloop van de procedure

Verzoekers hebben op 16 januari 2013 een verzoekschrift tot adoptie ingediend.

Bij afzonderlijke brieven van 28 januari 2013 zijn de raad en de ambtenaar van de burgerlijke stand in de gelegenheid gesteld hun standpunt over het verzochte aan de rechtbank kenbaar te maken.

Bij brief van 18 maart 2013 heeft de ambtenaar van de burgerlijke stand een schriftelijke reactie naar aanleiding van het verzoekschrift gegeven.

Bij brief van 29 mei 2013 hebben verzoekers het verzoek aangevuld.

2 Beoordeling

Het verzoekschrift strekt, na wijziging daarvan bij brief van 29 mei 2013, tot het uitspreken van de adoptie door verzoekers van de minderjarige [naam minderjarige], oorspronkelijk genaamd [naam voor adoptie], geboren te [geboorteplaats], Verenigde Staten van Amerika, op [2011] als zoon geboren staande het huwelijk van [naam vader] en [naam moeder]. Hiernaast strekt het verzoekschrift tot nadere vaststelling van de geboortegegevens van de minderjarige en bepaling dat de minderjarige de voornamen [voornamen minderjarige] en de geslachtsnaam [achternaam] zal hebben.

De rechtbank gaat in deze zaak uit van de volgende uit de stukken blijkende feiten en omstandigheden:

  • -

    verzoekers zijn op [2006] in de gemeente Maastricht met elkaar gehuwd;

  • -

    bij besluit van 27 november 2008 is door de Minister van Justitie aan verzoekers beginseltoestemming verleend tot opneming ter adoptie van een eerste buitenlands kind;

  • -

    op [2011] is de minderjarige [naam minderjarige], oorspronkelijk genaamd [naam voor adoptie], geboren te [geboorteplaats], Verenigde Staten van Amerika, als zoon geboren staande het huwelijk van [naam vader] en [naam moeder];

  • -

    de minderjarige is Amerikaans staatsburger, verzoekers bezitten de Nederlandse nationaliteit;

  • -

    blijkens de beslissing van 27 maart 2012 van de Superior Court of New Jersey is de minderjarige naar het recht van de staat New Jersey (Verenigde Staten van Amerika) door verzoekers geadopteerd en bij die gelegenheid is tevens bepaald dat de minderjarige de voornamen [voornamen minderjarige] en de geslachtsnaam [achternaam] zal hebben;

  • -

    de minderjarige is door bemiddeling van ‘Kind en Toekomst’ ter adoptie aan verzoekers toevertrouwd en hij heeft met dat doel de Verenigde Staten van Amerika mogen verlaten;

  • -

    de minderjarige woont sinds [2011] in Nederland waar hij door verzoekers wordt verzorgd en opgevoed.

De adoptie naar Nederlands recht

Op grond van het bepaalde in artikel 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering komt de Nederlandse rechter in internationale zin rechtsmacht toe, nu verzoekers en de minderjarige gewone verblijfplaats hebben in Nederland.

Met betrekking tot het toepasselijk recht overweegt de rechtbank dat op het verzoek tot adoptie afdeling 3 van titel 6 van Boek 10 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing is. Deze wet, van toepassing op verzoeken tot adoptie die vanaf 1 januari 2004 zijn ingediend en op de erkenning van adopties die vanaf 1 januari 2004 buitenslands tot stand zijn gekomen, betreft het toepasselijke recht op de in Nederland uit te spreken adoptie en haar rechtsgevolgen alsmede de erkenning en haar rechtsgevolgen van een adoptie, die tot stand is gekomen in een staat die geen partij is bij het Verdrag inzake de bescherming van kinderen en de samenwerking op het gebied van de interlandelijke adoptie van 29 mei 1993, Trb. 1996, 94 (Haags Adoptieverdrag 1993). Hoewel de Verenigde Staten van Amerika sinds 1 april 2008 zijn aangesloten bij het Haags Adoptieverdrag 1993 is dat verdrag niet van toepassing, nu het verzoek tot beginseltoestemming door verzoekers dateert van voor die datum. Op grond van artikel 10:105, lid 1, van het Burgerlijk Wetboek is Nederlands recht van toepassing op het verzoek. Beoordeeld dient derhalve te worden of wordt voldaan aan de gronden en voorwaarden voor adoptie zoals bedoeld in de artikelen 1:227 en 228 van het Burgerlijk Wetboek. Daartoe overweegt de rechtbank als volgt.

Uit de overgelegde stukken blijkt dat verzoekers, die op [2006] in de gemeente Maastricht met elkaar zijn gehuwd, ten minste drie aaneengesloten jaren onmiddellijk voorafgaande aan de indiening van het verzoekschrift met elkaar hebben samengeleefd. Zowel de vrouw als de man is ten minste achttien jaren ouder dan de minderjarige. Zij hebben inmiddels meer dan een jaar de minderjarige tezamen verzorgd en opgevoed.

Uit de door verzoekers als productie 5 overgelegde kopie van een viertal door de biologische ouders van de minderjarige in aanwezigheid van de New Jersey Attorney op 31 mei 2011 ondertekende stukken, genaamd ‘New Jersey Voluntary Surrender to an Appoved Agency’ alsook uit de als productie 6 overgelegde beslissing van 27 maart 2012 van de Superior Court of New Jersey, blijkt dat de biologische ouders niet langer belast zijn met het gezag over de minderjarige.

Hiernaast acht de rechtbank de adoptie in het kennelijk belang van de minderjarige. De rechtbank overweegt hiertoe dat de minderjarige inmiddels sinds [2011] in het gezin van verzoekers verblijft, waar hij wordt verzorgd en opgevoed. Het kan niet anders dan dat de minderjarige inmiddels aan verzoekers als zijn adoptiefouders is gehecht. Gelet op zowel de stukken genaamd ‘New Jersey Voluntary Surrender to an Appoved Agency’ alsook de beslissing van 27 maart 2012 van de Superior Court of New Jersey, waarbij de minderjarige reeds naar het recht van de staat New Jersey door verzoekers werd geadopteerd, moet redelijkerwijs worden aangenomen dat de minderjarige van zijn biologische ouders thans of in de (nabije) iets te verwachten heeft.

Gelet op het belang van de minderjarige, dat steeds de eerste overweging moet vormen, staat daarom niets aan toewijzing van het verzoek tot adoptie naar Nederlands recht in de weg. De rechtbank zal derhalve de adoptie door verzoekers van de minderjarige uitspreken.

Inschrijving van de geboorteakte of vaststelling van de geboortegegevens ?

Blijkens de overgelegde ‘Certification of Birth’, de geboorteakte betreffende de minderjarige, welke akte op 29 juni 2012 is uitgegeven en dus na de totstandkoming van de adoptie in de Verenigde Staten van Amerika is opgemaakt, heeft de minderjarige de voornamen [voornamen minderjarige] en de geslachtsnaam [achternaam]. De vermelding in de beslissing van 27 maart 2012 van de Superior Court of New Jersey van Mannon als derde voornaam moet voor een vergissing worden gehouden. De geboorteakte strookt in zoverre niet met de werkelijkheid, nu daaruit zou kunnen worden afgeleid dat de minderjarige staande het huwelijk van verzoekers is geboren. Uit de geboorteakte blijkt voorts dat [geboorteplaats], als geboorteplaats van de minderjarige wordt vermeld. Terecht heeft de ambtenaar van de burgerlijke stand erop gewezen, naar verzoekers bij brief van 29 mei 2013 hebben erkend, dat die plaats niet overeenstemt de met de geboorteplaats zoals die in de beslissing van 27 maart 2012 van de Superior Court of New Jersey is vermeld, te weten [geboorteplaats]. [geboorteplaats] is een stad in Lehigh County, in de staat Pennsylvania en uit de bijlage bij de brief van 29 mei 2013 blijkt genoegzaam dat [geboorteplaats] de geboorteplaats is.

Uit het bovenstaande volgt dat sterk moet worden betwijfeld of de Amerikaanse geboorteakte in de Nederlandse registers van de burgerlijke stand inschrijfbaar is. Verzoekers hebben, mede om die reden, aanvullend verzocht de geboortegegevens van de minderjarige vast te stellen. De rechtbank zal dit verzoek honoreren en de oorspronkelijke namen en geboortegegevens van de minderjarige vaststellen op de wijze zoals deze luidden op het moment van de geboorte van de minderjarige. Dit betekent dat in het daarvoor in aanmerking komend register van de burgerlijke stand ook de uit de stukken blijkende namen van de biologische ouders van de minderjarige zullen worden opgenomen.

De voornamen en de geslachtsnaam

Bij gelegenheid van de adoptie van de minderjarige in de Verenigde Staten van Amerika heeft de minderjarige de voornamen [voornamen minderjarige] en de geslachtsnaam [achternaam] gekregen. Het is de wens van verzoekers dat de namen van de minderjarige zullen blijven luiden zoals bij de Amerikaanse adoptie is bepaald.

Op grond van artikel 5 van de Rijkswet op het Nederlanderschap in onderling verband en samenhang met de artikelen 10:105 en 10:106 BW wordt het minderjarige kind dat in Nederland bij uitspraak is geadopteerd - met inachtneming van de gestelde voorwaarden van artikel 5 van de Rijkswet op het Nederlanderschap - Nederlander. Verkrijging van de Nederlandse nationaliteit brengt geen wijziging van de geslachtsnaam mee.

Op grond van artikel 10:20 BW en artikel 1:5, lid 3 BW heeft een kind, indien het door adoptie in familierechtelijke betrekking komt te staan tot beide adoptanten van verschillend geslacht, die met elkaar zijn gehuwd, de geslachtsnaam van de vader, tenzij de adoptanten ter gelegenheid van de adoptie gezamenlijk verklaren dat het kind de geslachtsnaam van de moeder zal hebben.

Hoewel dus uit de Nederlandse wet volgt dat de minderjarige de geslachtsnaam van de man zal hebben, en een beslissing daarover achterwege zou kunnen blijven, zal de rechtbank – ter voorkoming van ieder misverstand – uitdrukkelijk bepalen dat de minderjarige de geslachtsnaam [achternaam] zal hebben.

Voor zover de twijfels aan de inschrijfbaarheid van de in de Verenigde Staten van Amerika opgemaakte geboorteakte ook twijfels oproepen aan de erkenning in Nederland van de aan de minderjarige bij gelegenheid van de buitenslands tot stand gekomen adoptie gegeven voornamen, zal de rechtbank tevens, in overeenstemming met de wens van verzoekers, bepalen - voor zoveel nodig - dat de minderjarige de voornamen [voornamen minderjarige] zal hebben c.q. zal blijven behouden.

3 Beslissing

De rechtbank:

Spreekt uit de adoptie van de minderjarige [naam voor adoptie], geboren te [geboorteplaats] (Verenigde Staten van Amerika) op [2011],

door de echtgenoten [verzoeker (de man)], geboren te [geboorteplaats] op [1974] en [verzoeker (de vrouw)], geboren te [geboorteplaats] op [1973], beiden wonende te [woonplaats], [adres];

gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Den Haag een latere vermelding van de adoptie aan de daarvoor in aanmerking komende akte toe te voegen;

stelt de voor het opmaken van de geboorteakte noodzakelijke gegevens van de minderjarige als volgt vast:

KIND

Geslachtsnaam : [achternaam voor adoptie]

Voornaam : [voornaam voor adoptie]

Dag van geboorte : [2011]

Uur en minuut van geboorte : 00:51

Plaats van geboorte : [geboorteplaats] (Verenigde   Staten van Amerika)

Geslacht : M (mannelijk)

OUDERS

Geslachtsnaam vader : [naam vader]

Voornaam : [voornamen vader]

Geslachtsnaam moeder : [naam moeder]

Voornaam : [voornamen moeder]

bepaalt dat de griffier van de rechtbank Limburg, niet eerder dan drie maanden na de dag van de beschikking, een afschrift daarvan zendt aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Den Haag;

bepaalt, voor zoveel nodig met wijziging van de oorspronkelijke voornaam, dat de minderjarige de voornamen [voornamen minderjarige] zal hebben;

bepaalt dat de minderjarige de geslachtsnaam [achternaam] zal hebben;

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. F.L.G. Geisel, rechter, tevens kinderrechter en in het openbaar uitgesproken op 18 juni 2013 in tegenwoordigheid van de griffier.

NL

Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch:

  1. door de verzoekende partij en degenen aan wie een afschrift van de beschikking (vanwege de griffier) is verstrekt of verzonden, binnen 3 maanden na de dag van de uitspraak;

  2. door andere belanghebbenden binnen 3 maanden na betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.