Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2013:12405

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
11-11-2013
Datum publicatie
08-01-2014
Zaaknummer
03/700634-05
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Afwijzing van de vordering van het openbaar ministerie tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling.

De rechtbank is van oordeel dat niet kan worden gezegd dat de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen, verlenging van de terbeschikkingstelling eist. De psychiater en de reclassering komen immers tot de conclusie dat het recidiverisico laag is. In dat verband overweegt de rechtbank dat de terbeschikkinggestelde gedurende een jaar naar tevredenheid van zijn begeleiders heeft gefunctioneerd terwijl het forensisch kader in praktisch opzicht tot een minimum was beperkt. Dat maakt dat de rechtbank met de reclassering van oordeel is dat de ‘stappen’ die volgens de rapporterend psychiater in het voorjaar van 2013 nog gezet moesten worden thans gezet zijn en dat de terbeschikkinggestelde zelfstandig en zonder woonbegeleiding en toezicht van de reclassering kan functioneren.

Daarnaast stelt de rechtbank vast dat de rechtbank Maastricht op 10 september 2012 de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege met ingang van 23 oktober 2012 heeft bevolen en dat de verpleging van overheidswege inmiddels dan ook gedurende meer dan een jaar voorwaardelijk beëindigd is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummer: 03/700634-05 (vordering verlenging terbeschikkingstelling)

Rep. nr.: 303/13

Beslissing van de meervoudige kamer d.d. 11 november 2013

op de vordering inzake de verlenging van de terbeschikkingstelling van

[veroordeelde],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te [adres],

hierna te noemen: [betrokkene].

1 De stukken

De rechtbank heeft gezien:

  • -

    de vordering van de officier van justitie d.d. 30 mei 2013, strekkende tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling van [betrokkene] met één jaar;

  • -

    het door psychiater drs. M.J. van Weers opgestelde Psychiatrisch Adviesrapport Pro Justitia betreffende [betrokkene] d.d. 25 mei 2013;

  • -

    de Voortgangsverslagen ‘TBS voorwaardelijke beëindiging verpleging van overheidswege’ van Mondriaan Justitiële Verslavingszorg Limburg met betrekking tot [betrokkene] d.d. 14 maart 2013, 20 mei 2013 en 7 november 2013;

  • -

    het Reclasseringsadvies ‘Verlenging TBS voorwaardelijke beëindiging van de verpleging’ van Mondriaan Justitiële Verslavingszorg Limburg met betrekking tot [betrokkene] d.d. 19 juni 2013;

  • -

    het arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch d.d. 22 juni 2006 met (ressorts)parketnummer 20.000103.06 waarbij aan [betrokkene] de maatregel van terbeschikkingstelling is opgelegd;

  • -

    de beslissing van de rechtbank Maastricht d.d. 23 juli 2012 waarbij de termijn van de terbeschikkingstelling met één jaar is verlengd en de beslissing omtrent de verlenging van het bevel tot verpleging voor ten hoogste drie maanden, onder gelijktijdige verlenging ervan, werd aangehouden;

  • -

    de beslissing van de rechtbank Maastricht d.d. 10 september 2012 waarbij de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege met ingang van 23 oktober 2012 is bevolen.

2 De procesgang

De maatregel van terbeschikkingstelling is opgelegd bij arrest van het gerechtshof ’s‑Hertogenbosch d.d. 22 juni 2006.

De vordering van de officier van justitie, ingekomen ter griffie d.d. 3 juni 2013, strekt tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling met één jaar.

Deze beslissing is gegeven naar aanleiding van het onderzoek in raadkamer op 5 juli 2013 en 11 november 2013. De rechtbank heeft gehoord [betrokkene], bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. F.W. Oehlen, advocaat te Beek, en de deskundige K.J.M. Kampermann, als reclasseringswerker werkzaam bij Mondriaan Justitiële Verslavingszorg Limburg.

Na het onderzoek in raadkamer heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en bepaald terstond mondeling uitspraak te zullen doen.

3 Het standpunt van de officier van justitie

In raadkamer heeft de officier van justitie naar voren gebracht dat er geen noodzaak is tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling, nu [betrokkene] heeft aangetoond dat hij zonder begeleiding goed kan functioneren in de samenleving. De officier van justitie heeft dan ook gevorderd de vordering, strekkende tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling, af te wijzen.

4 Het standpunt van de terbeschikkinggestelde en zijn raadsvrouw

De raadsvrouw van [betrokkene] heeft aangevoerd dat de reclassering geen zorg of noodzaak ziet om een hulptraject vanuit Mensana of FPP de Horst voort te zetten en dat de reclassering [betrokkene] in staat acht om zich bij de hulpinstanties te melden, indien dat nodig mocht zijn. De raadsvrouw heeft bepleit direct uitspraak te doen en daarbij de vordering, strekkende tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling, af te wijzen.

5 Het standpunt van de psychiater

Het door drs. M.J. van Weers opgestelde Psychiatrisch Adviesrapport Pro Justitia betreffende [betrokkene] d.d. 25 mei 2013 houdt onder meer in:

‘Samenvattend kan gesteld worden dat betrokkene naar vermogen redelijk goed functioneert in het begeleidingstraject zoals dat is afgesproken. Recent werd besloten (…) om de begeleidingsintensiteit door Mensana te verminderen.

De belangrijkste risicofactor voor het optreden van een geweldsdelict is gelegen in een terugval in alcoholgebruik. Dit recidivegevaar zal zich niet onmiddellijk voordoen. Belangrijk op te merken is dat het indexdelict zich afspeelde in de echtelijke relatie en in de gezinssfeer. Betrokkene pleegde geen geweld jegens vreemden. (…) Samenvattend schat onderzoeker de kans op delictherhaling op klinische gronden als laag in.’ (pagina 12)

‘Risicotaxatie middels de HCR-20

(…)

De uitkomsten van deze taxatie bevestigen de klinische indruk dat de recidivekans als laag geschat moet worden wanneer de terbeschikkingstelling onmiddellijk zou worden beëindigd. Het recidiverisico kan evenwel op korte tot middellange termijn fors oplopen wanneer betrokkene destabiliseert en terugvalt. (…)

Betrokkene is op de goede weg maar de realiteit is dat hij pas korte tijd, met het nodige toezicht en begeleiding meer zelfstandig woont en functioneert. Op een aantal terreinen (dagbesteding, sociaal netwerk, beheer van financiën) dienen nog stappen gezet te worden. Betrokkene is pas begonnen zich te vestigen in Wessem. Daarnaast zal betrokkene moeten verdragen en accepteren dat zijn ex-partner de relatie niet meer (…) wil herstellen. Dit alles vraagt nog enige tijd toezicht, begeleiding en behandeling. Om deze redenen komt onderzoeker tot de conclusie dat een verlenging van de terbeschikkingstelling met 1 jaar geïndiceerd is.’ (pagina’s 12 en 13)

6 Het standpunt van de reclassering

Het Voortgangsverslag ‘TBS voorwaardelijke beëindiging verpleging van overheidswege’ van Mondriaan Justitiële Verslavingszorg Limburg d.d. 7 november 2013 houdt onder meer in:

‘Samenvattend kan over het huidige functioneren van de heer [betrokkene] gezegd worden dat het goed gaat met betrokkene. De begeleiding vanuit Mensana verloopt goed. Betrokkene houdt zich stipt en correct aan de afspraken met zowel de reclassering als de woonbegeleiders en de behandelaar van FPP de Horst. Betrokkene is van mening dat hij zelfstandig en zonder woonbegeleiding en toezicht van de reclassering kan functioneren. De reclassering ziet momenteel geen zorg of noodzaak voor betrokkene om na de beëindiging van de TBS maatregel een vervolg ambulant hulptraject aan te gaan. Betrokkene functioneert stabiel en het recidiverisico is laag.’ (pagina 5)

‘Betrokkene wordt in staat geacht om zich bij de hulpinstanties te melden indien dat nodig mocht zijn. In tegenstelling tot een eerder uitgebracht advies waarbij een verlenging van de TBS maatregel voor een jaar werd geadviseerd, komt de reclassering nu tot het advies van een beëindiging van de TBS maatregel.’ (pagina 6)

In raadkamer heeft de deskundige K.J.M. Kampermann verklaard dat het goed gaat met [betrokkene] en dat de stabiliteit in zijn functioneren is gehandhaafd. De deskundige heeft geadviseerd de terbeschikkingstelling te beëindigen.

7 De beoordeling

De ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de vordering

Het openbaar ministerie heeft de vordering tot verlenging van de maatregel van terbeschikkingstelling ingediend binnen de daarvoor in artikel 509o, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering genoemde termijn. Het openbaar ministerie is derhalve ontvankelijk in zijn vordering.

De inhoudelijke beoordeling

Artikel 38d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht bepaalt dat de termijn van de terbeschikkingstelling door de rechter, op vordering van het openbaar ministerie, telkens hetzij met een jaar hetzij met twee jaar kan worden verlengd, indien de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen die verlenging eist.

Op grond van het bepaalde in artikel 509t, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering vindt beëindiging van de terbeschikkingstelling evenwel niet plaats dan nadat de verpleging van overheidswege gedurende minimaal een jaar voorwaardelijk beëindigd is geweest.

Gelet op voornoemd Psychiatrisch Rapport Pro Justitia d.d. 25 mei 2013 en voornoemd Voortgangsverslag d.d. 7 november 2013 is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden gezegd dat de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen, verlenging van de terbeschikkingstelling eist. De psychiater en de reclassering komen immers tot de conclusie dat het recidiverisico laag is. In dat verband overweegt de rechtbank in het bijzonder dat [betrokkene] gedurende een jaar naar tevredenheid van zijn begeleiders heeft gefunctioneerd terwijl het forensisch kader in praktisch opzicht tot een minimum was beperkt. Dat maakt dat de rechtbank met de reclassering van oordeel is dat de ‘stappen’ die volgens de rapporterend psychiater in het voorjaar van 2013 nog gezet moesten worden thans gezet zijn en dat [betrokkene] zelfstandig en zonder woonbegeleiding en toezicht van de reclassering kan functioneren.

Daarnaast stelt de rechtbank vast dat de rechtbank Maastricht op 10 september 2012 de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege met ingang van 23 oktober 2012 heeft bevolen en dat de verpleging van overheidswege inmiddels dan ook gedurende meer dan een jaar voorwaardelijk beëindigd is.

Gelet op het bovenstaande is er naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende grond voor de verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling. De rechtbank zal de vordering tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling dan ook afwijzen.

8 De beslissing

De rechtbank wijst af de vordering van het openbaar ministerie tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling.

Aldus gegeven door mr. M.B. Bax, voorzitter, mr. P.H.M. Kuster en mr. R. Robroek, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R. Goevaerts, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 11 november 2013.

Buiten staat

Mr. R. Robroek is niet in de gelegenheid deze beslissing mede te ondertekenen.

RECHTBANK LIMBURG