Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2013:12378

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
13-12-2013
Datum publicatie
06-01-2014
Zaaknummer
03/700243-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Onderzoek “Jaguar I”: Veroordelingen wegens (onder andere) deelname aan een criminele organisatie, die zich bezighield met de productie van synthetische drugs. Binnen de organisatie werd gebruik gemaakt van verschillende opslag- en productieplaatsen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK Limburg

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummer : 03/700243-11

Datum uitspraak : 13 december 2013

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Limburg, meervoudige kamer voor strafzaken,

in de zaak tegen:

[naam verdachte],

geboren te [geboortegegevens verdachte],

wonende te [adresgegevens verdachte].

Raadsman is mr. E.E.W.J. Maessen, advocaat te Maastricht.

1 Het onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zittingen van 3, 4 en 17 april 2013 en op 20 november 2013, waarbij de officier van justitie, de raadsman en de verdachte hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. Het onderzoek ter terechtzitting is op 29 november 2013 formeel gesloten.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Feit 1: al dan niet samen met een ander of anderen (opzettelijk) 300 tabletten MDMA, 4 kilo amfetaminepasta, 10,6 kilo amfetaminepoeder en 5 liter amfetamine aanwezig heeft gehad;

Feit 2: al dan niet samen met een ander of anderen voorbereidingshandelingen heeft verricht voor de productie van harddrugs;

Feit 3: al dan niet samen met een ander wapens en munitie voorhanden heeft gehad;

Feit 4: al dan niet samen met een ander of anderen (opzettelijk) 106 gram hennep aanwezig heeft gehad;

Feit 5: heeft deelgenomen aan een criminele organisatie gericht op het plegen van drugsgerelateerde delicten.

3. De beoordeling van het bewijs1

3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat alle feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden verklaard. Hij heeft daartoe aangevoerd dat verdachte samen met zijn medeverdachten synthetische drugs heeft vervaardigd. Verdachte heeft opzettelijk de Opiumwet overtreden. Tijdens diverse doorzoekingen op verschillende locaties werden goederen aangetroffen die in verband kunnen worden gebracht met drugshandel. Op de verschillende locaties werden de goederen steeds op dezelfde wijze aangetroffen.

Verdachte en medeverdachten [naam medeverdachte 1], [naam medeverdachte 2] en [naam medeverdachte 3] hebben verklaringen afgelegd over de gang van zaken. Deze verklaringen sluiten aan op de bevindingen van de politie.

Ten aanzien van de feiten 1, 4 en 5 heeft de officier van justitie nog het volgende naar voren gebracht.

Ten aanzien van feit 1

Verdachte heeft tabletten MDMA, 4 kilo amfetaminepasta en 10,6 kilo amfetaminepoeder aanwezig gehad. Niet bewezen kan worden dat verdachte 5 liter amfetamine aanwezig had.

Ten aanzien van feit 4

Tijdens de doorzoeking in de woning van verdachte werd 106 gram hennep in beslag genomen. Verdachte heeft hiervan afstand gedaan.

Ten aanzien van feit 5

Verdachte heeft deelgenomen aan een criminele organisatie. Binnen de organisatie werd gebruik gemaakt van diverse contacten, opslagplaatsen en productieplaatsen. [naam medeverdachte 4] heeft de organisatie aangestuurd door mensen te faciliteren en de gang van zaken te coördineren. [naam medeverdachte 4] stelde telefoons ter beschikking aan de leden van de organisatie. Ook het gebruik van voertuigen werd georganiseerd.

In een afgeluisterd telefoongesprek tussen medeverdachte [naam medeverdachte 1] en zijn vader spreekt [naam medeverdachte 1] over het samenwerkingsverband tussen hem en [naam medeverdachte 4]. Tijdens afgeluisterde telefoongesprekken gevoerd door [naam medeverdachte 4], blijkt dat hij de criminele activiteiten trachtte te maskeren.

3.2

Het standpunt van de verdediging

Ten aanzien van de feiten 1 en 2:

De raadsman heeft betoogd dat de feiten 1 en 2 bewezen kunnen worden. Er was sprake van voorwaardelijk opzet op het aanwezig hebben van de stoffen en goederen.

Ten aanzien van feit 3:

De raadsman heeft betoogd dat kan worden bewezen dat verdachte vuurwapens voorhanden heeft gehad.

Ten aanzien van feit 4:

De raadsman heeft verzocht verdachte vrij te spreken van feit 4. Hij heeft daartoe aangevoerd dat de aangetroffen stof niet is onderzocht. Ook werd de kenmerkende geur van hennep niet vastgesteld.

Ten aanzien van feit 5:

De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank ten aanzien van feit 5.

3.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal in dit vonnis eerst de in het dossier opgenomen zaakdossiers bespreken voor zover die relevant zijn in de zaak van [naam verdachte]. Omdat verschillende feiten en omstandigheden voorkomen in de verschillende zaakdossiers, kan het zijn dat enige dubbele vermeldingen te vinden zijn.

De rechtbank zal na de bespreking van de zaakdossiers daaraan conclusies verbinden ten aanzien van de aan [naam verdachte] tenlastegelegde feiten.

Zaakdossier 2

Dit dossier betreft het vermoeden van een productie- en opslaglocatie voor synthetische verdovende middelen op het adres [straatnaam] 36 te Heerlen.

In mei 2011 heeft de politie (het onderzoeksteam Jaguar) al enige tijd het vermoeden dat de woning aan de [straatnaam] 36 te Heerlen, op welk adres [naam verdachte] staat ingeschreven2, wordt gebruikt als productie- en opslaglocatie en dat onder anderen [naam medeverdachte 4] daarbij betrokken is. Men wil daar op korte termijn een doorzoeking doen.

De districtsrecherche krijgt evenwel bericht dat een bewoner van [straatnaam] 36 te Heerlen ([naam verdachte]) een vuurwapen zou hebben.3 Deze informatie is aanleiding voor een onderzoek in de woning van [naam verdachte] op grond van de Wet wapens en munitie (WWM), dat plaatsvindt op 8 mei 2011. [naam verdachte] geeft toestemming tot binnentreden en verklaart dat hij inderdaad in bezit is van een vuurwapen. Vanwege de veiligheid worden alle deuren geopend en dan ziet men ook chemicaliën en andere attributen. [naam verdachte] geeft toestemming tot doorzoeking van de woning aan de [straatnaam] 36 te Heerlen.

De informatie van het onderzoeksteam Jaguar uit telefoontaps en observaties en hetgeen bij de doorzoeking is aangetroffen geeft het navolgende te zien.

Op 19 januari 2011 is er het eerste contact tussen de telefoons die bij [naam medeverdachte 4] en bij [naam verdachte] en diens vriendin [C.B.] in gebruik zijn.4

Op 1 februari 2011 wordt Wijnens telefoon ’s avonds gebruikt terwijl de verbinding telkens verloopt via een mast die zich in de nabijheid van de [straatnaam] bevindt, te weten op de[straatnaam] te Heerlen.5

Op 1 en 31 maart 2011 vind sms-verkeer plaats tussen de telefoons van [naam medeverdachte 4] en [naam verdachte]/[C.B.] waarin het gaat over de eerste van de maand en of [naam medeverdachte 4] de pieken kan geven/brengen.6 De politie concludeert daaruit dat [naam medeverdachte 4] voor de huur betaalt.

Op 16 maart 2011 spreken [naam medeverdachte 1] en [naam medeverdachte 4] over twee flessen Bacardi voor “die ander”. [naam medeverdachte 1] zegt ”Weet je wel. Hij had me gevraagd of ik hem twee liter, twee flessen Bacardi kon geven, weet je wel, waar wij voor bij die eerste vriend waren.”7 De politie neemt aan dat dit over methanol gaat, dat kan worden gebruikt bij het kristalliseren van amfetamineolie.

Op 29 maart 2011 wordt geobserveerd bij de [straatnaam]. Gezien wordt dat een man die later herkend wordt als [W.S.] een witte plastic draagtas uit zijn Opel Corsa pakt en aan [naam medeverdachte 1] [naam medeverdachte 1] geeft. [naam medeverdachte 4] en [naam medeverdachte 1] [naam medeverdachte 1] lopen daarna naar de flat aan de [straatnaam] waar de nummers 30 tot en met 42 zijn gelegen, gaan aan de achterzijde naar binnen en komen even later weer aan de achterzijde naar buiten.

Op 1 april 2011 worden gesprekken afgeluisterd tussen [naam medeverdachte 4] en [naam medeverdachte 5] dat [naam medeverdachte 5] naar [naam medeverdachte 4] toekomt. [naam medeverdachte 4] komt naar onderen. De verbinding verloopt bij dit laatste gesprek opnieuw via de mast aan de[straatnaam].8

Op 4 april 2011 belt een vrouw [naam medeverdachte 4] vanaf een nummer dat op naam staat van CJM de Vreede. Volgens de politie is [C.d.V.]de vriendin van[naam medeverdachte 6], die later in het jaar, op 14 juni 2011, in Aken (Duitsland) zal worden aangehouden met bijna twintig kilo amfetamine in zijn kofferbak.9 De vrouw zegt tegen [naam medeverdachte 4] dat “hij” ligt te slapen, maar ze weet van de afspraak om vijf uur. [naam medeverdachte 4] zegt dat hij dat waarschijnlijk niet gaat halen en dat het sowieso wel morgen zal worden, want de opa moet tot zes werken. De vrouw zal het doorgeven.10

Op 5 april 2011 doet de politie de volgende observaties. De Opel Corsa die op naam van [W.S.] staat, komt om vijf over twee ’s middags aan bij de [straatnaam]. De bestuurder wordt van een foto herkend als [W.S.]. Twee minuten later komt [naam medeverdachte 4] uit de toegangsdeur van de flats 30 tot en met 42. Hij heeft een bigshopper van Albert Heijn bij zich, die niet al te zwaar lijkt. [naam medeverdachte 4] legt de bigshopper in de kofferbak van de Corsa en stapt als bijrijder in, waarna de auto wegrijdt. Een kwartier later ziet de politie [naam medeverdachte 4] uit de auto stappen. De auto met alleen bestuurder [W.S.] rijdt verder. Om vijf over half drie ziet men dat de Opel Corsa via de [straatnaam] in Kerkrade en de Kohlbergstrasse in Herzogenrath de grens overgaat naar Duitsland.11

’s Avonds op 5 april 2011 sms’t [naam medeverdachte 4] aan zijn partner [naam medeverdachte 3] [naam medeverdachte 3] dat hij aan het verhuizen is met [naam verdachte] van [C.d.V.].12 [naam medeverdachte 3] heeft over dat bericht verklaard dat [naam medeverdachte 4] aan het verhuizen was met de drugs van [naam verdachte].13

Later die avond op 5 april 2011 ontvangt [naam medeverdachte 4] van de telefoon die bij [naam medeverdachte 5] in gebruik is een sms “Hoi stuur me per sms de formules en de naam je weet wel waarvoor”. “Ik zie je morgenvroeg” sms’t [naam medeverdachte 4] terug.14 De volgende dag, op 6 april 2011, telefoneren [naam medeverdachte 5] en [naam medeverdachte 4] met elkaar om af te spreken wanneer [naam medeverdachte 5] bij [naam medeverdachte 4] langs zal komen die dag. Het wordt in de middag.15 Bij onderzoek blijkt dat op 6 april 2011 rond half vier in de middag op de laptop van [naam medeverdachte 4] is gezocht naar de formule van formamide. Volgens de politie is formamide benodigd bij de productie van amfetamine.16

In de avond van 6 april 2011 belt [naam medeverdachte 4] naar [naam verdachte] en vraagt hem of hij tijd heeft. Hij zegt: “Luister he, als je daar dinges loopt he, loop daar eens naar binnen. Zie je op tafel zo’n plastic ding staan, zo’n kannetje?” [naam verdachte] antwoordt: “Ja, twee stuks staan er, een lege en een groene met een groen etiket. Een lege, zeg maar, en een ander. Een met een grote dop en een kleine dop.” [naam medeverdachte 4] zegt dan: “Met die grote dop, pak die eens op. Zou je mij een plezier kunnen doen? Zou je mij die kunnen brengen, als het gaat, naar mijn vriendin?” “Ja, is goed man, is goed man,” zegt [naam verdachte] dan.17

[naam verdachte] heeft over dit afgeluisterde gesprek het volgende verklaard: “Ik heb een kannetje, een doorzichtig potje met een kleine hoeveelheid vloeistof, naar [naam medeverdachte 4] in Kerkrade gebracht. Het stond op tafel in die slaapkamer. Ik weet dat het ‘rotzooi’ was. Alles wat op dat kamertje stond had te maken met ‘rotzooi’. Daar bedoel ik drugs mee.”18

Op 11 april 2011 belt [naam medeverdachte 4] in de ochtend met [W.S.], hij heeft hem nog nodig. [W.S.] moet werken van één tot zes.

Om 17.00 uur die dag ziet men dat [naam medeverdachte 4] met ene Nico van Verseveld diens gelijknamige tabakswinkel binnengaat. Om 17.30 uur gaat [naam medeverdachte 4] naar buiten, hij loopt te bellen en heeft een rood-geel gekleurde plastic zak met het opschrift “snack” bij zich. Om 17.36 uur legt hij die tas in de kofferbak van een Toyota Aygo ([kenteken]), waarna hij met die auto wegrijdt.19 Een soortgelijke plastic zak is op 8 mei 2011 aangetroffen op de [straatnaam] 36.20

Om 18.56 uur ontvangt [naam medeverdachte 4] een bericht op zijn telefoon van [W.S.] dat deze 10 minuten later zal zijn.21 Om 19.07 uur belt een Duitssprekende man – met het telefoonnummer dat aan de “Velgenman” wordt gekoppeld – naar [naam medeverdachte 4] met de vraag of hij zich in de dag vergist heeft? “Nee,” zegt [naam medeverdachte 4], “vandaag”, en hij gaat hem bellen.22
Om 19.09 uur volgt nog een gesprek tussen [naam medeverdachte 4] en de Duitssprekende man waarbij [naam medeverdachte 4] zegt dat “die” tien minuten vertraging had. Om 19.10 uur belt [W.S.] naar [naam medeverdachte 4] om te zeggen dat hij er is. [naam medeverdachte 4] zegt: “Dat weet ik, hij heeft mij gebeld.”23

Op 12 april 2011 belt [naam medeverdachte 4] naar [W.S.]. Hij vraagt of hij [W.S.] om kwart voor twee kan zien “bij de A, bij de ek”. [W.S.] zegt dat het goed is. Ze zien elkaar daar.24
De observanten zien dat [naam medeverdachte 4] en [naam medeverdachte 3] om 13.40 uur bij de flat aan de [straatnaam] naar buiten komen. [naam medeverdachte 4] draagt een witte draagzak. [W.S.] komt om 13.43 uur met zijn auto ter plaatse en parkeert die vóór de Toyota Aygo. [naam medeverdachte 4] pakt een blauwe bigshopper met witte strepen vanaf de bijrijdersplaats van de Aygo en legt die in de kofferbak van de auto van [W.S.].25

Verbalisanten merken nog op dat een soortgelijk bigshopper op 15 juni 2011 bij Donov is aangetroffen met amfetamine erin.26

Om 14.08 uur zien de observanten dat de auto van [W.S.] de Nederlands-Duitse grens overgaat in Kerkrade. Op de [straatnaam] in Aken, het is dan 14.20 uur, verliezen de observanten de auto uit het oog.27 De verbalisanten verwijzen naar het aantreffen van een Actiontas met verdovende middelen in een garage aan de [straatnaam] te Aken op 15 juni 2011, naar aanleiding van de aanhouding van[naam medeverdachte 6].28 Later in de middag probeert [naam medeverdachte 4] nog contact te krijgen met [W.S.] en met de telefoon die op naam staat van de hierboven genoemde [C.d.V.].29

Op 16 april 2011 belt [naam medeverdachte 4] naar [W.S.] en vraagt of hij kan komen. [W.S.] komt eraan en weet waar hij moet zijn. Even later belt [naam medeverdachte 4] weer en zegt dat [W.S.] even naar boven moet komen, dan maakt [naam medeverdachte 4] de deur open.30 Later die dag belt [naam medeverdachte 4] naar [naam verdachte] om te vragen of hij iets wil wegbrengen dat op tafel ligt.31 [naam verdachte] heeft over dit afgeluisterde gesprek gezegd dat het om een bruine enveloppe ging, die hij naar [naam medeverdachte 4] heeft toegebracht.32

Op 17 april 2011 heeft [naam medeverdachte 4] ’s avonds contact met een Duitssprekende NN-man. Het telefoonnummer is het Spaanse nummer dat aan de “Velgenman” wordt gekoppeld. [naam medeverdachte 4] is 18 kilometer voor Venlo. Ze spreken af elkaar te zien daar waar ze elkaar de laatste keer ontmoet hebben.33
Op 18 april 2011 belt [naam medeverdachte 4] naar [W.S.] om af te spreken dat [W.S.] morgen iets moet wegbrengen. Om zeven uur moet hij ergens zijn.34
Op 19 april 2011 om 19.10 uur heeft [naam medeverdachte 4] contact met een Duitssprekende man. Deze man zegt dat “hij” niet aangekomen is. [naam medeverdachte 4] had met “hem” een afspraak om 8 uur, maar “hij” heeft niets teruggestuurd. Volgens [naam medeverdachte 4] is er iets gebeurd.35

Om 19.11 uur belt [naam medeverdachte 4] naar [W.S.]. [naam medeverdachte 4] zegt dat de iemand hem de hele dag nog niets heeft teruggestuurd. Hij vindt het een beetje raar. [W.S.] zegt dat hij daar wel even wacht.36

Om 19.53 uur wordt [naam medeverdachte 4] gebeld door een NN-man, vanaf het Spaanse nummer dat gebruikt wordt door de “Velgenman”. [naam medeverdachte 4] vraagt of hij om 8 uur daar is. “Jij zei toch 8 uur,” vraagt de NN-man. [naam medeverdachte 4] zegt “7”. De NN-man zegt dat hij dan weer weg is. [naam medeverdachte 4] zegt: “Nee, hij komt.” De NN-man zal wachten. Hij zegt dat hij volgende week, donderdag of vrijdag, komt.37

Om 19.55 uur sms’t [naam medeverdachte 4] naar [W.S.] “Hij is daar”, waarop [W.S.] terug sms’t: “OKE”38, gevolgd om 20.13 uur door een sms: “Ik zie hem niet jongen”.39 [naam medeverdachte 4] belt daarop direct naar de NN-man (Velgenman) met de vraag waar hij is, want “hij” ziet hem niet. De NN-man zegt dat hij hem ook niet ziet.40

Om 20.23 uur belt [W.S.] naar [naam medeverdachte 4] dat “alles Paletti” is. De ander zal volgende week vrijdag naar [naam medeverdachte 4] toekomen.41

Op 20 april 2011 belt [naam medeverdachte 4] naar [W.S.]. [W.S.] zegt dat hij daarachter is geweest voor die Baco, maar die hebben ze deze week niet geleverd, die krijgen ze pas dinsdag, maar hij heeft hem besteld.42

Volgens de politie wordt met Baco methanol bedoeld.

Op 1 mei 2011 belt [naam medeverdachte 4] ’s ochtends tegen 11 uur naar [W.S.] en vraagt of [W.S.] naar [naam medeverdachte 4] toe kan komen. [W.S.] vindt dat geen probleem en komt tegen 12 uur.43 ’s Middags net na 1 uur belt [R.H.] naar [naam medeverdachte 4]. [naam medeverdachte 4] zegt: “Kom maar naar de Action”. “[R.H.] is er zo.”44

Om goed half 2 belt [naam medeverdachte 4] naar [naam medeverdachte 5]. [naam medeverdachte 5] vraagt hoe laat het wordt. [naam medeverdachte 4] zegt dat hij om 3 uur naar [naam medeverdachte 5] komt en vervolgt: “Of jij komt me halen en dan fiksen we dat zo.” [naam medeverdachte 5] zegt dat hij één meer moet hebben en dat [naam medeverdachte 4] aan dat andere moet denken.45

Tegen half 3 belt [naam medeverdachte 4] opnieuw naar [naam medeverdachte 5] en vraagt of deze hem kan komen halen bij de Action. Hij moet maar een belletje geven als hij er is.46 Om 10 over half 3 belt [naam medeverdachte 5] naar [naam medeverdachte 4] dat hij er zo is.47

De masten via welke de telefoonverbindingen tot stand komen op de middag van 1 mei 2011 zijn gelegen aan de[straatnaam] dan wel de Cookstraat.48

Om 10 voor 3 belt [naam medeverdachte 4] naar [naam verdachte]. Hij vraagt of hij een bruine enveloppe met daarin 8.000 heeft laten liggen in de kamer. [naam verdachte] zegt dat hij die bij de vriendin van [naam medeverdachte 4] zal afgeven.49

Uit een kassabon gedateerd 5 mei 2011, die is gevonden bij de doorzoeking van de woning aan de [straatnaam] 36, blijkt van aankopen bij de Action op 5 mei 2011.50 Op opgevraagde camerabeelden is te zien dat [W.S.] deze aankopen heeft gedaan. Het gaat om Actiontassen, verfrollers en bakjes.51 Deze goederen zijn ook (deels) aangetroffen bij de doorzoeking van de [straatnaam] 36.52

De verbalisanten verwijzen in dit verband ook naar het aantreffen van amfetamine bij de eerdergenoemde[naam medeverdachte 6] op 14 juni 2011 en het onderzoek in Duitsland dat daarna is gevolgd. In dat onderzoek is getuige [naam getuige 1] gehoord. Zij heeft verklaard dat verfrollers werden gebruikt als camouflagemiddel bij de 10-kg verfemmers waarin de amfetamine werd gedaan.53

Op 6 mei 2011 belt [W.S.] tegen half 10 in de ochtend naar [naam medeverdachte 4]. Ze spreken af dat [W.S.] zich om 11 uur na zijn werk bij [naam medeverdachte 4] zal melden.54

Een uur later zien verbalisanten dat [naam medeverdachte 4] in een Toyota Aygo ([kenteken]) naar de bouwmarkt Hornbach in Kerkrade wordt gereden. Hij gaat daar naar binnen en komt naar buiten met drie of vier inelkaargeschoven, lege witte emmers. Daarna stapt hij weer in de auto.55

Om kwart voor 11 belt [naam medeverdachte 5] naar [naam medeverdachte 4]. Ze bespreken dat [naam medeverdachte 4] er nu heen gaat en dat [naam medeverdachte 5] het dan straks kan komen afhalen, dan kan [naam medeverdachte 4] het nu al in één keer doen.56

De verbalisanten zien dat de Toyota Aygo met daarin [naam medeverdachte 4] naar de [straatnaam] in Heerlen rijdt. Daar zien de verbalisanten dat [naam medeverdachte 4] uit de auto stapt, de zojuist gekochte emmers uit de auto pakt en naar de achterzijde van het appartementencomplex [straatnaam] 30-42 loopt en daar naar binnengaat. De auto van [W.S.] (Opel Corsa) staat geparkeerd op de [straatnaam], ter hoogte van het hetzelfde appartementencomplex.57

[naam medeverdachte 4] sms’t even later naar een telefoon die op naam staat van ene [L.]. Hij laat weten: “Ik ben in heerleheide ben bezig tot 12 uur.” Verder maken ze een afspraak om te gaan lunchen.58

Iets na 12 uur zien de verbalisanten [W.S.] uit het appartementencomplex komen. Hij heeft een tas of een koffer bij zich, die hij in de kofferbak van zijn auto legt. Daarna rijdt hij weg.59

Een paar minuten later komt [naam medeverdachte 4] uit het appartementencomplex, terwijl hij loopt te bellen.60

Hij belt op dat moment weer met genoemde [L.]. Deze zegt dat hij over 30 seconden bij de Action zal zijn. [naam medeverdachte 4] is aan het lopen en [L.] kan bij de rotonde stoppen.61

Verbalisanten zien dat [naam medeverdachte 4] op een straathoek blijft staan en daar wordt opgehaald door een man in een auto, genaamd Sead Abdulovic. Ze halen nog een andere man op en gaan daarna met zijn drieën een broodjeszaak in Heerlen binnen.62

Om half 1 belt [naam medeverdachte 5] naar [naam medeverdachte 4]. [naam medeverdachte 5] zal even langs komen. [naam medeverdachte 4] vertelt dat hij in een broodjeszaak in Heerlen is en dat hij om half 2 thuis is en op [naam medeverdachte 5] wacht.63

Om half 2 belt [naam medeverdachte 3] [naam medeverdachte 3] naar [naam medeverdachte 4] en zegt dat de oom er is.64 Om kwart voor 2 zien de verbalisanten dat [W.S.] uit de woning aan de [straatnaam] 14 te Kerkrade komt. [naam medeverdachte 4] komt ook naar buiten met twee vuilniszakken en hij legt die in de kofferbak van de auto van [W.S.]. [W.S.] rijdt daarop weg.65

Even na 2 uur die middag zien verbalisanten een Opel Meriva ([kenteken]) die geparkeerd wordt op de [straatnaam] in Kerkrade. De bestuurder – [naam medeverdachte 5] – gaat nummer 14 binnen.66
Om kwart over 2 belt [naam medeverdachte 4] naar een man die [J. 1] de Buurman wordt genoemd. [naam medeverdachte 4] vraagt om [J. 1] bij hem langs kan komen om op internet te kijken, want [J. 1] weet dat precies. [naam medeverdachte 4] zegt dat die man al drie dagen iedere dag bij hem op bezoek is en dat hij niet altijd voor niks kan komen.67

Tegen half 12 die avond belt [J. 1] de Buurman naar [naam medeverdachte 4]. [naam medeverdachte 4] zegt zo thuis te zijn. “Tot zo,” zegt [J. 1].68

Even later sms’t [naam medeverdachte 4] naar [naam medeverdachte 5]: “Ik heb die f.mule voor jou”, waarna deze sms’t dat hij morgen komt.69

Op 7 mei 2011 belt [W.S.] naar [naam medeverdachte 4]. Ze spreken af elkaar te treffen bij de A.70

Bij de Action ziet de verbalisant [naam medeverdachte 4] bij [W.S.] in de auto stappen. De auto rijdt naar de [straatnaam]. Van daaruit loopt [naam medeverdachte 4] naar de achterzijde van de woningen aan de [straatnaam] waaronder nummer 32. [W.S.] zet de kofferdeksel van zijn auto open. Even later ziet de verbalisant de auto van [W.S.] weer bij de Action. [naam medeverdachte 4] loopt weer naar de achterzijde van de flat aan de [straatnaam], [W.S.] parkeert zijn auto aan de voorzijde.71
’s Avonds belt [naam medeverdachte 4] nog met [C.B.], de vriendin van [naam verdachte]. Ze spreken af morgenochtend rond 10 uur te bellen.72

In de ochtend van 8 mei 2011 wordt het hiervoor genoemde onderzoek op basis van de Wet wapens en munitie ingesteld op het adres van [naam verdachte].

Rond kwart voor 12 die dag belt [naam medeverdachte 4] naar het telefoonnummer van [naam verdachte], maar er is geen contact.73 Daarna belt [naam medeverdachte 4] naar de vader van [C.B.] om te vragen of zij daar is.74 “Er staat een rare auto bij hun voor de deur”, zegt hij in een gesprek met [naam medeverdachte 3] [naam medeverdachte 3], hij gaat aanbellen.75
Even later meldt hij haar dat er een handig probleem is.76

Op 10 mei 2011 sms’t [naam medeverdachte 4] opnieuw naar [naam medeverdachte 5]: “Die jongen heeft niets gezegd en die waren voor iemand anders op mijn oude adres ff afwachten ik denk dat ik geluk heb.”77
Ook op 10 mei 2011 belt [naam medeverdachte 4] met de eerdergenoemde [L.]. [naam medeverdachte 4] zegt dat wat hij zei bij die woning, dat was niet van hem gelukkig. En hij zegt dat hij een man hier heeft die iets daarvan wou hebben, of dat gaat. Ze spreken af bij een tankstation, bij een flitspaal.78
Die middag sms’t [naam medeverdachte 4] ook naar [naam medeverdachte 5] dat die jongen niks heeft gezegd en dat die voor iemand anders op zijn oude adres waren. Hij denkt dat hij wel geluk heeft.79 Hij vraagt of [naam medeverdachte 5] dat geld, die 6250 mee kan nemen, dat kan hij nu goed gebruiken.80

Op 12 mei 2011 voert [naam medeverdachte 4] een lang gesprek met [naam medeverdachte 1] [naam medeverdachte 1], waarin het gaat over hun onenigheid ([naam medeverdachte 1] duidt [naam medeverdachte 4] aan als ene waar hij bijna vier, vijf jaar mee samen heeft gewerkt) en [naam medeverdachte 4] zegt dat iets heftigs is gebeurd. Hij bedoelt de Action is weg.81

Op dezelfde dag sms’t [naam medeverdachte 4] aan een Belgisch nummer dat een inval is gedaan op het oude adres.82 Even later belt vanaf dat nummer een NN-man die vraagt of het nog gaat lukken omdat hij al drie dagen die mensen op zijn nek heeft.83

Bij het onderzoek in de woning van [naam verdachte] aan de [straatnaam] 36 te Heerlen worden onder meer de volgende goederen aangetroffen:

 vuurwapens:

o 1 pistool Zastava, een patroonmagazijn en 41 patronen84

o 1 pistool Sauer & Sohn85

o 1 pistool Fabrique Nationale86

o 1 pistool SM8788

 verdovende middelen in verschillende emmers, zakjes en kannen:

o 10,6 kg amfetaminepoeder89

o 4 kg amfetaminepasta90

o 4 liter amfetaminehoudende vloeistof91

o 225 XTC-pillen92

o 106 gr henneptoppen

 chemicaliën/versnijdingsmiddelen en overige goederen

o 5 liter zwavelzuur93

o 25-liter jerrycan met 10 liter zwavelzuur94

o drie weegschalen, gripzakken en vacuümzakken95

o twee sealapparaten.96

[naam verdachte] heeft het volgende verklaard:

“[naam medeverdachte 4] is verre familie van mijn vriendin. Hij komt uit Kerkrade en heeft een vriendin die [naam medeverdachte 3] heet. We zijn een keer samen gaan eten en ik ben een keer met [naam medeverdachte 4] alleen op stap geweest. Toen vroeg hij of ik geld wilde verdienen. Ik moest dan spullen wegzetten: de rotzooi die jullie bij mij hebben gevonden. Eerst wilde ik dat niet, maar later zei ik dat het goed was. Het zou voor heel korte duur zijn, voor twee maanden, dan zou hij een andere plek hebben. Ik zou er iedere maand 500 euro voor krijgen. Hij is naar mij toegekomen, heeft die spullen bij mij neergezet en ik heb hem de sleutels van mijn woning gegeven. Hij zou overdag af en toe langskomen. Hij kwam meestal overdag, want als ik dan ’s avonds thuiskwam, was het een rotzooi van al dat spul. Ik denk dat hij ongeveer drie keer in de week bij mij was, maar ik weet het niet precies. Hij maakte gebruik van de eerste slaapkamer in mijn woning. Daar stond al die rotzooi. [naam medeverdachte 4] maakte volgens mij zijn shit in die woning, die drugs. Ik heb daar geen verstand van. Er is weleens iemand met hem meegekomen, ik weet zijn naam niet, maar die is eigenlijk alleen in het begin geweest. Dat was een jongeman van ongeveer 30 jaar, zwarte haren, ongeveer 1.83 m. lang. Een praatjesmaker. [naam medeverdachte 4] heeft volgens mij die spullen in februari voor het eerst gebracht. Ik heb toen hij met die spullen aankwam meteen 500 euro gekregen. Volgens mij heb ik dat 3 keer gekregen. Met de politie-inval had ik nog niet betaald gekregen, maar dat weet ik niet meer zeker.”97

Naar aanleiding van een telefoongesprek met [naam medeverdachte 1] [naam medeverdachte 1], dat de verbalisant hem laat horen, verklaart [naam verdachte]: “Dat is die jongen die in het begin bij mij geweest is. Ik weet zijn naam niet. [naam medeverdachte 4] was samen met hem naar mij toegekomen. Hij was eigenlijk degene die de spullen heeft neergezet. Volgens mij was hij de loopjongen van [naam medeverdachte 4]. Hij kwam ook het geld brengen. Hij had ook gezegd dat hij degene was die in mijn woning kwam. Ik heb hem een keer of vijf in mijn woning gezien. De eerste keer was het een auto vol. Daarna zag ik weleens als ik thuiskwam dat er weer spullen bij waren gekomen en een andere keer waren spullen weg. Ik heb nooit meegeholpen bij de productie of het vervoer van drugs.98

Hij heeft me weleens gevraagd hem weg te brengen, soms had hij weleens een plastic tas bij zich.”99

Over één van de aangetroffen vuurwapens heeft [naam verdachte] verklaard dat hij daarmee één keer op zijn werk heeft geschoten. Er was een magazijn bij met patronen erin. Daarna heeft hij het wapen mee naar huis genomen en in een schoenendoos gestopt, welke doos hij weggelegd heeft in de kledingkast op de slaapkamer. Het vuurwapen zat in een zakje en daar zaten ook losse patronen in.100

Over de hennep die bij hem in de woning is aangetroffen heeft [naam verdachte] gezegd dat hij die niet meer hoefde en dat hij er afstand van deed.101

[naam medeverdachte 1] [naam medeverdachte 1] heeft onder meer verklaard:

“[naam medeverdachte 4] heeft 10.000 euro betaald voor mijn vader. Hij kende mijn vader en vond het sneu dat iedereen mijn vader liet zitten. [naam medeverdachte 4] deed dit van zijn geld.”102

Dan laten verbalisanten [naam medeverdachte 1] [naam medeverdachte 1] een telefoongesprek horen dat hij op 1 april 2011 voerde met [D.B.], de moeder van hun dochtertje. Hij zegt daarin onder meer, als het erover gaat wanneer hij [F.], hun dochtertje, kan komen halen: “Ik kan nu heel vaak, want eh we zijn eh we zijn gesplitst, ik en [naam medeverdachte 4]. Ik heb nou de de afdeling met de kleine autootjes en hij met de grote auto’s. Er zijn teveel problemen.”103

[naam medeverdachte 1] [naam medeverdachte 1] verklaart over dat gesprek: “Ik heb weleens dingen voor hem gedaan, maar ik heb nooit gereden. Ik heb weleens pillen moeten afgeven, tussen de 300 en 600 stuks. Die gaf hij me. Hij had ze van een plaats bij hem, denk ik. Ik heb ze onder andere afgeleverd bij de Action bij Heerlerheide. Ik heb dat een paar keer gedaan en kreeg 100 euro voor 1.000 stuks.

Ik ga nog geen vier jaar, volgens mij drie jaar, met [naam medeverdachte 4] om. Ik ben gewoon als loopjongen gebruikt. Mijn rol is eigenlijk dat ik sinds begin vorig jaar met hem ben omgegaan. Op een gegeven moment heb ik gezegd dat hij het maar moest uitzoeken met zijn strontzooi. Ik heb daarvoor wel met hem dingen klaargemaakt en afgegeven. Klaarmaken heb ik nooit gedaan. Ik hoefde alleen maar in te pakken, vacuümzuigen. Dat was steenvormig en pasta’s. Dat was op de stashplaats, in Heerlerheide bij de Action. Dat was een appartement in de buurt van de Action. Die plaats hebben jullie al gepakt.

De spullen in het appartement waren van [naam medeverdachte 4]. Ik ben daar niet vaak geweest, want dat was in de tijd dat ik veel conflicten met hem had. Ik heb daar speed ingepakt, pillen ingepakt, MDMA ingepakt. Alles wat [naam medeverdachte 4] heeft klaargemaakt, heb ik ingepakt. [naam medeverdachte 4] was meestal daar als ik daar was. Ik kwam binnen met een sleutel, van [naam medeverdachte 4]. Het adres was van een nichtje van [naam medeverdachte 4] of de vriend van dat nichtje. Die jongen kreeg daar 1.000 euro in de maand voor. Dat kreeg hij van [naam medeverdachte 4] of mij.

We hebben die plaats gehad, ik denk vanaf januari dit jaar. Het zou kunnen dat het gaat om de [straatnaam] 36 in Heerlen.

[naam medeverdachte 4] had altijd maar vijf liter speedolie, in methanolkannetjes. De spullen, zoals speedolie, pillen en MDMA, kwamen op de [straatnaam] doordat [naam medeverdachte 4] ze daar afzette. Ik kwam pas als alles klaar was. Ik heb het alleen maar naar de Action weggebracht. Ik kreeg van [naam medeverdachte 4] betaald.

Samenvattend kan ik zeggen dat op de [straatnaam] gebeurde: het klaarmaken van speed en vervolgens het afwegen, inpakken en sealen in plastic zakken. Het klaarmaken gebeurde door [naam medeverdachte 4] en het afwegen, in pakken en sealen door mij. Dat was dus in de periode van januari dit jaar, 2011, tot maart, dus zo’n drie maanden.

Ik ben ongeveer tien keer op de [straatnaam] geweest en heb 10.000 euro verdiend. Dat is voornamelijk uitgegeven voor het vrijkopen van mijn vader.”104

Verschillende buren van [naam verdachte] hebben verklaringen afgelegd over wat zij rond de woning aan de [straatnaam] 36 hebben gezien. [A.B.], wonend op [straatnaam] 38, heeft verklaard dat hij veel geluidsoverlast van [naam verdachte] heeft gehad. Sinds enkele jaren kreeg [naam verdachte] veel bezoek. [naam verdachte] werkt overdag in de bouw. Bij zijn thuiskomst stonden de eerste personen in auto’s te wachten voor [A.B.]’ appartement. [A.B.] heeft de laatste maanden kentekens genoteerd, waaronder het kenteken [kenteken], dat op naam staat van [W.S.].105106

Op 3 mei 2011 heeft hij gezien dat er een klein autootje parkeerde met de tekst Arbo Rent erop. Het kenteken was [kenteken]. In die auto zaten een man en een vrouw. De man was ongeveer 35 à 40 jaar oud, had stekeltjeshaar met gel. Ze kwamen met grote blauw/witte tassen uit de auto. [A.B.] dacht dat het tassen van de Action waren. Ze waren vol, want ze stonden bol. [naam verdachte] was toen niet thuis. De man en de vrouw zijn een paar uur in de woning van [naam verdachte] geweest. Toen ze weggingen, hadden ze niets bij zich.107

Buurvrouw [B.B.], wonend op [straatnaam] 34, heeft op 9 mei 2011 verklaard dat zij al enkele jaren overlast heeft van de bovenbuurman van nummer 36, [naam verdachte]. Gezien het feit dat zoveel verschillend bezoek kwam voor een korte tijd ging ze ervan uit dat er verdovende middelen vanuit de woning van [naam verdachte] werden verhandeld.

Opvallend vond [B.B.] dat in de week vóór het afleggen van haar verklaring een klein autootje met de tekst “Rent a Car” langs kwam gereden, ze denkt twee keer. Nadat deze Rent a Carauto er was, kwam nog een ander klein autootje langsgereden. Uit de Rent a Carauto stapte een vrouw als bestuurder. Zij was ongeveer 30 jaar. De mannelijk bijrijder was ook ongeveer 30 jaar. Uit de zwarte auto stapte een blanke man met donkergekleurd haar. Zij gingen met zijn drieën naar binnen. De mannen hielden allen een plastic tas in hun handen vast. Zowel [naam verdachte] als zijn vriendin waren op dat moment niet binnen. [B.B.] hoorde de personen via het trappenportaal naar boven lopen. Na ongeveer 30 minuten verlieten zij allen weer de woning met ieder een tas. Zij stapten ieder weer in de auto waarmee ze waren gekomen.108

Ook buurvrouw [M.M.] heeft op 5 mei 2011 rond 10.00 uur gezien dat een vrouw en twee mannen een aantal zakken naar binnen droegen bij perceel 36. Het waren zwarte (plastic) zakken. Er werd gebruik gemaakt van een bestelbusje van Bo-rent, [kenteken]. Dat busje komt daar vaker, aldus [M.M.].109

De auto met het kenteken [kenteken] is een huurauto van een bedrijf genaamd Bo-rent. De auto was op 3 mei 2011 verhuurd aan [naam medeverdachte 3] [naam medeverdachte 3], de partner van [naam medeverdachte 4].110

[naam medeverdachte 3] [naam medeverdachte 3] heeft over de [straatnaam] verklaard dat dat een productielocatie was en dat deze locatie in gebruik genomen is nadat het contact tussen [naam medeverdachte 4] en [naam medeverdachte 1] was verbroken. Ze wist dat [naam medeverdachte 4] verkeerde dingen deed, daar heeft ze van geprofiteerd. [naam medeverdachte 4] was bezig met drugs en had altijd geld. [naam medeverdachte 4] hield zich bezig met drugshandel: wiet, harddrugs en speed. [naam medeverdachte 4] maakte de speed in de Sint [straatnaam] en daarvoor deed hij dat in de [straatnaam].

Als aan [naam medeverdachte 3] een observatie van 12 april 2011 wordt voorgehouden, verklaart ze dat de witte draagzak die [naam medeverdachte 4] dan vastheeft, drugs bevatte. Ze zijn toen naar het achterom van die flat gereden, waar de zak werd opgehaald door [W.S.], die zij als Ome [W.S.] aanduidt. Ome [W.S.] deed dat wel één keer per week. [naam medeverdachte 3] heeft verklaard dat ze [naam medeverdachte 4] ook wel vaker met grote witte emmers uit een kamertje in de [straatnaam] heeft zien komen. Hij liep daar dan mee naar beneden en dan werden de emmers opgehaald door [W.S.]. Ze is misschien ook weleens met [naam medeverdachte 4] lege emmers naar de [straatnaam] gaan brengen, die ze gekocht hadden bij Hornbach.

Als aan [naam medeverdachte 3] de getuigenverklaringen worden voorgehouden waarin is verklaard over mensen die zwarte plastic zakken naar binnendroegen, verklaart ze dat ze zich kan herinneren dat ze een keer met [naam medeverdachte 4] daar naartoe is gereden en dat ze samen aankwamen met [W.S.] en dat ze toen samen naar boven zijn gegaan. [naam medeverdachte 4] had een sleutel van de woning.111

Zaakdossier 7

In het zaakdossier 7, dat uit een dossier met 9 bijlagen bestaat, wordt het onderzoek beschreven betreffende de deelneming aan een criminele organisatie. Dit feit is tenlastegelegd bij [naam medeverdachte 4], [naam medeverdachte 1], [W.S.], [naam medeverdachte 3], [naam medeverdachte 2], [naam medeverdachte 7], [naam medeverdachte 8], [naam medeverdachte 5] en [naam verdachte].

Volgens de verbalisant [V] zijn in dit zaakdossier als verdachte van de criminele organisatie slechts de verdachten opgenomen ten aanzien van wie het vermoeden bestaat dat het kernleden van de criminele organisatie waren.112 Het betreft de verdachten [naam medeverdachte 4], [naam medeverdachte 3], [W.S.], [naam medeverdachte 5] en [naam medeverdachte 1]. Voor deze verdachten, maar ook voor anderen, die niet als kernleden werden gezien, wordt voor het bewijs vanuit zaakdossier 7 verwezen naar de zaakdossiers 1 t/m 6. De criminele organisatie wordt de ‘organisatie [naam medeverdachte 4]’ genoemd, omdat in het zaakdossier 7 ervan wordt uitgegaan dat [naam medeverdachte 4] als leider van deze organisatie fungeerde.113 Zaakdossier 7 is beperkt tot vermelding van hetgeen de verbalisant als algemene kenmerken van de criminele organisatie en daarmee ook als kenmerken van de ‘organisatie [naam medeverdachte 4]’ beschouwt. Als doel van deze criminele organisatie wordt genoemd het produceren van en de handel in (synthetische) drugs. Voor de betreffende feiten zelf wordt voor zowel de genoemde ‘kernleden’ als voor andere verdachten verwezen naar de zaakdossiers 1 t/m 6.

Inleiding

In de inleiding van zaakdossier 7 worden enkele tapgesprekken aangehaald, waaruit de organisatiestructuur van de organisatie [naam medeverdachte 4] zou blijken.

Zo wordt het telefoongesprek dat [naam medeverdachte 1] [naam medeverdachte 1] op 31 maart 2011 met zijn vader heeft gevoerd geparafraseerd aangehaald.114 In dat gesprek zegt [naam medeverdachte 1] onder meer dat hij niet meer met [naam medeverdachte 4] zal samenwerken en op zichzelf gaat beginnen. Hij heeft nog een troef achter de hand waar hij ook alles kan krijgen. [naam medeverdachte 1] vindt dat [naam medeverdachte 4] de grote mensen moet pakken; hij pakt dan de kleine mensen.115

In een telefoongesprek van [naam medeverdachte 1] [naam medeverdachte 1] op 1 april 2011 zegt [naam medeverdachte 1] dat hij en [naam medeverdachte 4] gesplitst zijn en hij nou de afdeling met de kleine autootjes heeft en [naam medeverdachte 4] die met de grote auto’s.116

In een telefoongesprek van 14 maart 2011 van [naam medeverdachte 4] met [O.R.] zegt [naam medeverdachte 4]: ‘zijn vader zit in de Dominicaanse Republiek vast en die hebben we vrij gekocht voor € 14.500,-‘. De vader van [naam medeverdachte 1] [naam medeverdachte 1], [voornaam vader] [naam medeverdachte 1] werd in de Dominicaanse Republiek veroordeeld tot 10 jaar gevangenisstraf en was sinds kort onvoorwaardelijk vrij.117

Op 6 april 2011 zegt [naam medeverdachte 4] tegen [naam medeverdachte 1] dat hij hem nodig heeft. [naam medeverdachte 1] zegt: ‘je heb toch tegen mij gezegd dat we alles apart zouden doen’. Vervolgens zegt hij toe te komen.118

Hierna wordt in de inleiding gewezen op de zaakdossiers 1 t/m 4, waarin is gerelateerd dat verschillende andere personen gebruikt zijn om de productie en opslag van de synthetische middelen in de vier later te noemen panden te faciliteren.119

Uit het zaakdossier 5 zou onder ander blijken van het meermalen vervoeren van amfetamine en XTC in opdracht van [naam medeverdachte 4] door [W.S.] naar Duitsland.120

Uit het zaakdossier 6 zou blijken van contacten die [naam medeverdachte 4] onderhield met een criminele organisatie op Mallorca en van het transport van amfetamine en XTC naar Mallorca en van het opzetten van een productlocatie van synthetische middelen op Mallorca.121

Panden in gebruik bij de criminele organisatie

Als panden in gebruik bij de criminele organisatie worden in dit zaakdossier genoemd het perceel [straatnaam] 108 te Kerkrade, waarvan de straatnaam en het adres later werd gewijzigd in [straatnaam] 112 te Kerkrade,122 het adres [straatnaam] 50 te Hoensbroek,123 de [straatnaam] 12b te Kerkrade,124 de [straatnaam] 36 te Heerlen,125 de [straatnaam] 32 te Heerlen,126 de St. [straatnaam] 54 te Kerkrade127 en de [straatnaam] 10D te Heerlen.128

Over het adres [straatnaam] 108 te Kerkrade is uitvoerig gerelateerd in het zaakdossier 3.129 Het pand was tot 2 maart 2011 het GBA-adres van [naam medeverdachte 4].130

[straatnaam] 50 te Hoensbroek was het oude verblijfadres van [naam medeverdachte 4].131 Enkele observaties en tapgesprekken waarin dit pand ter sprake komt zijn opgenomen in zaakdossier 6. In zaakdossier 7 worden ze deels herhaald. Het gaat daarbij om activiteiten rond de velgenman132 en het zogenaamde ‘transport van vermoedelijk verdovende middelen via de Mallorca-Express tussen 28 en 30 maart 2011.133

De [straatnaam] 12b te Kerkrade was de woning van [naam medeverdachte 2] [naam medeverdachte 2]. [naam medeverdachte 2] had ook nog garageboxen aan de [straatnaam] 12b en 15e te Kerkrade. Met name in zaakdossier 1 zijn deze adressen ter sprake gekomen. Op het adres [straatnaam] 12b werden op 28 juni 2011 verdovende middelen en grondstoffen bestemd voor de vervaardiging van verdovende middelen aangetroffen.134 [naam medeverdachte 2] had de woning [straatnaam] 12b verhuurd aan [naam medeverdachte 4], die daar samen met [naam medeverdachte 1] [naam medeverdachte 1] kwam. [naam medeverdachte 2] heeft verklaard dat hij naar aanleiding van klachten van buren een kijkje in de woning heeft genomen en onder andere gezien heeft dat op de vloerbedekking een witte laag lag. Op grond van wat hij zag was hij er eigenlijk van overtuigd dat dit met verdovende middelen te maken had.135 Volgens [naam medeverdachte 2] moest er op 13 maart 2011 met spoed een nieuw adres geregeld worden op de Heksenberg waar de [straatnaam] ligt. [naam medeverdachte 7] [naam medeverdachte 7], de bewoner van [straatnaam] 32 te Heerlen, wilde graag contact hebben met [naam medeverdachte 4] om iets bij te verdienen.136

Het adres [straatnaam] 32 te Heerlen was de woning van [naam medeverdachte 7] [naam medeverdachte 7] en zijn vrouw [vrouw medeverd. 7]. Op 15 juni 2011 werden op dit adres verdovende middelen en grondstoffen voor de vervaardiging van verdovende middelen aangetroffen.137 Over dit adres wordt vooral gerelateerd in zaakdossier 3. [naam medeverdachte 7] [naam medeverdachte 7] heeft onder andere verklaard dat hij wist waar [naam medeverdachte 4] mee bezig was. ‘Elk normaal denkend mens weet dat als iemand je € 500,- per maand biedt om dat spul bij jou thuis te zetten dat dit om verdovende middelen gaat. … ik begreep meteen dat het om verdovende middelen ging’.138

Over het adres [straatnaam] 36 te Heerlen wordt opgemerkt dat op dit adres op 8 mei 2011 verdovende middelen en grondstoffen bestemd voor de vervaardiging van verdovende middelen werden aangetroffen. In een krat werd een allesdrager met het adres [straatnaam] 12a aangetroffen.139 [straatnaam] 36 te Heerlen was het GBA-adres van [naam verdachte]. In zaakdossier 2 is dit adres als productlocatie van verdovende middelen besproken. [naam medeverdachte 1] [naam medeverdachte 1] heeft over wat op dit adres gebeurde gezegd: ‘het klaarmaken van speed en vervolgens het afwegen, inpakken en sealen in plastic zakken. Het klaarmaken gebeurde door [naam medeverdachte 4] en het afwegen, inpakken en sealen door mij. Dat was dus in de periode van januari dit jaar tot maart dus zo’n drie maanden’.140

Het adres St. [straatnaam] 54 te Kerkrade was de woning van [naam medeverdachte 8] [naam medeverdachte 8] en zijn vrouw [vrouw medeverd. 8]. Op 15 juni 2011 werden op dit adres verdovende middelen en grondstoffen voor de vervaardiging van verdovende middelen aangetroffen.141 Over dit adres wordt vooral gerelateerd in zaakdossier 4. [naam medeverdachte 3] heeft verklaard dat zij denkt dat [naam medeverdachte 4] speed maakte in de Sint [straatnaam]. Ze bracht hem ernaar toe en haalde hem weer op. Eerder maakte [naam medeverdachte 4] speed in de [straatnaam].142

Het adres [straatnaam] 10D te Heerlen was de woning van [naam medeverdachte 1] [naam medeverdachte 1]. In het zaakdossier 7 wordt een tapgesprek van 29 maart 2011 tussen [naam medeverdachte 4] en [naam medeverdachte 1] [naam medeverdachte 1] aangehaald, waarin [naam medeverdachte 1] zegt: ‘we gaan zo beginnen’ en een verklaring van [S.N.]: ‘Die [naam medeverdachte 1] verkoopt drugs en kookt die in een pan in zijn woning’.143

Voertuiggebruik

In het zaakdossier 7 wordt opgemerkt dat criminele organisaties onder andere van huurauto’s gebruik maken om te voorkomen dat de gebruikte auto’s te gemakkelijk te relateren zijn aan de criminele organisatie en dat de voertuigen via de voordeelsontneming worden ontnomen.144

Als huurauto’s van de criminele organisatie [naam medeverdachte 4] worden genoemd een Toyota Aygo met opschrift Bo-Rent en kenteken [kenteken] en een andere Toyota Aygo met het kenteken [kenteken]. Deze auto’s zijn gehuurd door [naam medeverdachte 3] [naam medeverdachte 3] en wel die met het kenteken [kenteken] in de periodes 8 december 2010 t/m 7 januari 2011 en van 21 maart 2011 t/m 18 april 2011 en de die met het kenteken [kenteken] in de periodes 21 januari 2011 t/m 4 februari 2011 en van 29 april 2011 t/m 9 mei 2011.145

Op 8 april 2011 wordt de Toyota met het kenteken [kenteken] bij het verhuurbedrijf Bo-Rent gezien. [naam medeverdachte 3] en [naam medeverdachte 4] lopen Bo-Rent binnen, komen weer naar buiten en vertrekken met de Toyota, met [naam medeverdachte 3] als bestuurster en [naam medeverdachte 4] als bijrijder.

Vervolgens wordt vermeld dat het vermoeden bestaat dat op 12 april 2011 vanuit de [straatnaam] 36 te Heerlen een partij verdovende middelen in Duitsland bij [naam medeverdachte 6] is afgeleverd, waarvoor wordt verwezen naar de zaakdossiers 2 en 5.

Gelet op navolgend vermelde observatie zouden de genoemde verdovende middelen met de Toyota Aygo met het kenteken [kenteken] zijn vervoerd.146

Op 12 april 2011 verlaten [naam medeverdachte 4] en [naam medeverdachte 3] het pand [straatnaam] 30 t/m 42 te Heerlen. [naam medeverdachte 4] heeft een witte draagzak bij zich. Zij stappen in een rode Toyota Aygo, met het kenteken [kenteken] en vertrokken. Kort daarop stopt deze auto op de [straatnaam] te Heerlen, ter hoogte van de winkel ‘Action’. Een minuut later rijdt een zwarte Opel Corsa met het kenteken[kenteken] de [straatnaam] en parkeert voor de rode Toyota Aygo. [W.S.] stapt uit de Opel Corsa en maakt contact met [naam medeverdachte 4]. [naam medeverdachte 4] pakt een blauwe bigshopper uit de rode Toyota Aygo en plaatst deze in de kofferbak van de zwarte Opel Corsa. Een aantal minuten later passeert de Opel Corsa de Nederlands/Duitse grens.147

De getuige [A.B.] heeft verklaard dat hij op 3 mei 2011 zag dat een rood autootje met de tekst Arbo Rent en het kenteken [kenteken] voor de toegangsdeur van ons appartement werd geparkeerd. In de auto zaten een man en een vrouw. Beiden kwamen met grote blauw/witte tassen uit de auto.148

[naam medeverdachte 1] [naam medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij op 16 maart 2011 in Duitsland in de buurt van Köln/Hagen was, omdat hij de huur van een huurauto in Hagen moest betalen. Het was een auto die hij voor twee weken had gehuurd, een witte Opel Corsa met het Duitse kenteken, beginnend met HA.149 Volgens [naam medeverdachte 1] heeft [naam medeverdachte 4] de auto toen gefinancierd, omdat [naam medeverdachte 1] hem elke dag moest rondrijden en [naam medeverdachte 1] zelf geen vervoer had. De huurprijs was ongeveer 500 euro per week. Verder verklaart [naam medeverdachte 1] zowel dat hij niet met verdovende middelen heeft gereden als dat hij wel eens XTC-pillen moest afgeven.150

Op 29 maart 2011 wordt de zwarte Peugeot 308 met het kenteken [kenteken] gezien met [naam medeverdachte 1] als bestuurder rijdende in de richting van de [straatnaam] 50 te Hoensbroek en over de [straatnaam] en in de buurt van de [straatnaam] te Heerlen.151

Op 3 april 2011 heeft een achtervolging van een zwarte Peugeot 308, met het Duitse kenteken [kenteken] plaats gevonden. Vanwege te hoge snelheid c.q. gevaarzetting werd de achtervolging afgebroken.152

[naam medeverdachte 3] [naam medeverdachte 3] was sinds mei 2011 de kentekenhoudster van een rode Opel Astra met het kenteken [kenteken]. Daarvoor heeft deze auto op naam gestaan van [naam verdachte], de bewoner van de [straatnaam] 36 te Heerlen.153

[naam verdachte] heeft onder ander verklaard dat hij twee maanden een rode Opel Astra heeft gehad.154 [naam medeverdachte 4] heeft hem wel eens gevraagd om hem weg te brengen; soms had die een plastic tas bij zich.155

Uit bakengegevens blijkt dat de personenauto Opel Corsa met het kenteken[kenteken], van [W.S.], in de periode van 11 mei t/m 14 juni verschillende keren in de onmiddellijke omgeving van de St. [straatnaam] 54 te Kerkrade is geweest.156 [naam medeverdachte 3] [naam medeverdachte 3] heeft verklaard dat [W.S.] op 12 april 2011 een zak met drugs heeft opgehaald.157 De Opel Corsa wordt eveneens geobserveerd op 8 juni 2011. De auto staat dan ter hoogte van de St. [straatnaam] 54 te Kerkrade. [W.S.] stapt uit en loopt naar het perceel. Een minuut later komt hij weer naar buiten met een bigshopper. Die zet hij in de kofferbak van de Opel Corsa. Daarna rijdt [W.S.] weg.158

Verder wordt gesteld dat een Opel Meriva, met kenteken [kenteken] door [naam medeverdachte 5] is gebruikt voor het vervoer van verdovende middelen. Daartoe wordt verwezen naar de inhoud van een tapgesprek van 18 april 2011 van [naam medeverdachte 4] met [naam medeverdachte 5]. In dat gesprek zegt [naam medeverdachte 4] dat het beter is dat [naam medeverdachte 5] langskomt en dat [naam medeverdachte 4] [naam medeverdachte 5] niet snapt. [naam medeverdachte 5] zegt vervolgens: ‘dat wat je laatst gemaakt heb, snap je … van die stamppot weet je’, waarop [naam medeverdachte 4] zegt: ‘Oh ja ja’. Verder wordt er nog over ‘4’ gesproken en vraagt [naam medeverdachte 5] aan [naam medeverdachte 4]: ‘Wanneer denk je dat we eten kunnen’. [naam medeverdachte 4] denkt: ‘morgen al misschien, als het een beetje lukt’.159

In de ochtend van 21 april 2011 komt [naam medeverdachte 4] met een kennelijk gevulde Albert Heijntas en een vijfliteremmer uit de richting van pand [straatnaam] 32 te Heerlen. Hij opent de achterklep van de Opel Meriva, met kenteken [kenteken] en legt de plastic zak en de emmer in de achterbak, sluit de achterklep en stapt in als bijrijder. Vervolgens rijdt de auto weg.160

Rond het middaguur stuurt [naam medeverdachte 5] een sms-bericht aan [naam medeverdachte 4], met als inhoud: ‘Hoi in de emmer zat 5365 de emmer weegt 700 blijft over 4735 ik krijg er 9 uit’.161

Telefoonprotocol van de criminele organisatie

Als kenmerk van de criminele organisatie wordt in zaakdossier 7 genoemd de wijze waarop telefoons worden gebruikt. Inleidend wordt opgemerkt dat bekend is dat vanwege explosiegevaar bij de productie van synthetische drugs telefoons worden uitgezet of niet meegenomen. Een andere reden om telefoons niet mee te nemen zou zijn te voorkomen dat ze afgeluisterd en getraceerd kunnen worden. [naam medeverdachte 4] had vier telefoons besteld, waaruit de microfoon en de speaker uitgebouwd moesten worden, zodat geen stem was te horen.162 In twee telefoons die op de [straatnaam] 14 te Kerkrade, het verblijfadres van [naam medeverdachte 4], werden aangetroffen en in twee telefoons die op het [straatnaam] 792 te Heerlen, het woonadres van [W.S.], zat geen microfoon in de toestellen.163

In een tapgesprek van 3 mei 2011 met [J. 2] zegt [naam medeverdachte 4] dat hij vier toestellen met kaartjes wil en dat [J. 2] er bij drie het ding eruit moet halen. In een sms van [naam medeverdachte 4] aan [J. 2] van enkele uren later staat: Nee je begrijpt het niet mic en speaker?’ en in een volgende sms van een halve minuut later: ‘Als ze maar geen stem horen’. Op 6 mei 2011 belt [naam medeverdachte 4] met [J. 2]. [naam medeverdachte 4] zegt dat hij niet hoort wanneer hij een berichtje krijgt. [J. 2] zegt dat hij die dingen eruit heeft gehaald en dat hij anders de speaker weer erin zet.164

In enkele aangehaalde tapgesprekken tussen [naam medeverdachte 4] en [naam medeverdachte 1] [naam medeverdachte 1] zegt [naam medeverdachte 4] dat [naam medeverdachte 1] bepaalde telefoons moet gebruiken.165 In een tapgesprek tussen [A.G.] en [naam medeverdachte 4] op 9 juni 2011 zegt [A.G.]: ‘Het nummer dat die hier hebben van jou, die Ossies die [R.] … moet je weggooien, gebruik die niet meer’.166

Cryptisch taalgebruik

Onder het tussenkopje ‘Cryptisch taalgebruik’ wordt erop gewezen dat uit eerdere onderzoeken bekend is dat in het kader van de handel in verdovende middelen versluierd taalgebruik wordt gebezigd.167

Zo zou de mogelijke betekenis van ‘Baco’ methanol zijn. In een gesprek tussen [naam medeverdachte 4] en [W.S.] van 20 mei 2011 wordt over het meenemen van ‘baco’ gesproken. In een gesprek tussen beiden van 24 mei 2011 over het halen van ‘baco’. Uit onderzoek is gebleken dat de auto van [W.S.] op dezelfde dag in de buurt van een winkel is gestopt, waar hij meermalen methanol heeft gekocht.168

De mogelijke betekenis van ‘schoenendoos’ zou verdovende middelen zijn. Hiertoe wordt erop gewezen dat 220 flacons met vloeibare MDMA in een schoenendoos verpakt waren.169 In tapgesprekken tussen en sms in de periode van 13 t/m 3 juni 2011 van respectievelijk de verdachten [W.S.], [naam medeverdachte 1] en [naam medeverdachte 4] wordt gesproken van ‘een doosje droppen’, ‘nog even schoenen regelen’, ‘twee schoenendozen’, ‘en schoenendozen’, ‘3 paar schoenendoosjes’, ‘een schoenendoos’.170

De mogelijke betekenis van ‘auto’ zou een partij verdovende middelen zijn. In een tapgesprek zegt [naam medeverdachte 1] dat hij en [naam medeverdachte 4] gesplitst zijn en hij nou de afdeling met de kleine autootjes heeft en hij die met de grote auto’s.171

De mogelijke betekenis van ‘foto’ zou een monster/voorbeeld van een partij verdovende middelen zijn. In verschillende aangehaalde tapgesprekken en sms van of aan [naam medeverdachte 4] in de periode van 2 februari t/m 31 mei 21011 wordt gesproken over foto’s.172

De mogelijke betekenis van ‘papieren’ zou geld zijn. In aangehaalde tapgesprekken in de periode van 15 maart t/m 13 juni 2011 waaraan [naam medeverdachte 4] deelgenomen heeft, wordt gesproken van ‘stuur gewoon effe, aantal papieren door’, ‘jij komt gewoon zo met de papieren’, ‘die jongen zit me geld eh papieren’, ‘dan krijg ik morgen de papieren wel’.173

Conclusies

Ten aanzien van de feiten 1 en 2:

Onder verwijzing naar wat hiervoor onder zaakdossier 2 is vermeld, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat [naam verdachte] op 8 mei 2011 in zijn woning aan de [straatnaam] 36 te Heerlen opzettelijk aanwezig heeft gehad: 225 XTC-pillen, 4 kilo amfetaminepasta, 10,6 kilo amfetaminepoeder en 4 liter amfetaminehoudende vloeistof.

Daarnaast waren in [naam verdachte] woning verschillende chemicaliën en goederen voor de productie en verwerking van verdovende middelen aanwezig. Aangetroffen zijn onder meer een hoeveelheid van 5 liter zwavelzuur, een hoeveelheid van 10 liter zwavelzuur, weegschalen, gripzakken, vacuümzakken en vacumeerapparaten. Ook zijn aangetroffen flessen met ‘methanol’, maar uit het dossier blijkt niet dat is onderzocht of in die flessen ook daadwerkelijk methanol zat. Dat kan dan ook niet bewezen worden. Hetzelfde geldt voor het accuzuur en de aceton.

[naam verdachte] heeft toegelaten dat [naam medeverdachte 4] goederen die niet in de haak waren in zijn woning bracht. Hij kreeg daar geld voor. Hij wist ook dat niet alleen [naam medeverdachte 4], maar ook [naam medeverdachte 1] in zijn woning bezig was. Uit [naam verdachte] verklaring blijkt dat hij wist dat het om verdovende middelen ging. Dat betekent dat van medeplegen sprake is.

Ook het medeplegen van de voorbereidingshandelingen voor het plegen van Opiumwetdelicten, zoals tenlastegelegd onder feit 2, zijn daarmee bewezen. [naam verdachte] heeft weliswaar niet zelf actief meegedaan met de bereiding of de verwerking van de verdovende middelen, maar door het ter beschikking stellen van zijn woning daarvoor en voor de opslag, heeft hij toch een belangrijke bijdrage geleverd. Dat hij niet wist welke hoeveelheden verdovende middelen of grondstoffen daarvoor zijn woning werden ingedragen, doet hier niet aan af. Hij heeft door [naam medeverdachte 4] en [naam medeverdachte 1] hun gang te laten gaan in zijn woning, de grote hoeveelheden voor lief genomen. Wat de pleegperiode ten aanzien van de [straatnaam] betreft, vindt de rechtbank bewezen dat deze productielocatie bij [naam medeverdachte 4] en [naam medeverdachte 1] in gebruik is geweest in de periode van medio januari 2011 tot 8 mei 2011. Immers, de eerste, geregistreerde telefonische contacten tussen [naam medeverdachte 4] en [naam verdachte]/[C.B.] dateren van 19 januari 2011 en de productielocatie is ontmanteld bij de doorzoeking op 8 mei 2011. Nu is ten laste gelegd dat [naam verdachte] dit feit pas vanaf 1 april 2011 heeft gepleegd, zal de rechtbank dat aldus bewezen verklaren.

Ten aanzien van feit 3:

De in de tenlastelegging genoemde vier vuurwapens, patroonmagazijn en munitie zijn in de woning van [naam verdachte] aangetroffen. [naam verdachte] heeft bekend met één van de vier pistolen te hebben geschoten. De rechtbank wil wel aannemen dat [naam verdachte] niet zelf de pistolen in zijn woning heeft gebracht en dat hij van de aanwezigheid van de overige drie pistolen niet op de hoogte was, zoals de raadsman heeft gesteld, maar dat neemt niet weg dat [naam verdachte] ook hier het risico heeft genomen dat anderen de wapens in zijn woning zouden brengen. Gezien [naam verdachte] verklaring en de omstandigheid dat de wapens zijn aangetroffen in Actiontassen, die ook in de overige zaakdossiers een rol spelen, gaat de rechtbank ervan uit dat anderen de wapens in [naam verdachte] woning hebben neergelegd. Daarom is ook hier sprake van medeplegen.

Ten aanzien van feit 4:

Bij de doorzoeking in [naam verdachte] woning zijn volgens het proces-verbaal henneptoppen aangetroffen. Over deze henneptoppen is verder niets bekend geworden. Niemand van de verbalisanten heeft iets over het uiterlijk ervan verklaard, bijvoorbeeld over de vorm van de bladeren, of over de kenmerkende geur die hennep pleegt te verspreiden. Evenmin zijn de henneptoppen onderzocht, bijvoorbeeld met een MMC-kleurreactietest, zoals te doen gebruikelijk. In zijn verhoor is [naam verdachte] nauwelijks iets gevraagd over de henneptoppen. Voor de rechtbank staat onvoldoende vast dat het daadwerkelijk om hennep ging. [naam verdachte] zal daarom van dit feit worden vrijgesproken.

Ten aanzien van feit 5:

Aan [naam verdachte] wordt verweten dat hij heeft deelgenomen aan een organisatie die tot oogmerk had – verkort gezegd –het plegen van misdrijven als bedoeld in de Opiumwet. Het feit, de deelneming aan (de voorbereiding van) georganiseerde illegale productie van drugs en drugshandel, is strafbaar gesteld in artikel 11a van de Opiumwet. Dat artikel is een zogenaamde specialis van artikel 140 Wetboek van Strafrecht, zodat de bij dat artikel behorende jurisprudentie ook van toepassing is op artikel 11a van de Opiumwet.

Behalve minimaal een van de hierboven genoemde ‘criminele doelstellingen’, waarop het oogmerk van de organisatie moet zijn gericht, zijn de vereiste kenmerken van een dergelijke organisatie dat een bepaald gestructureerd en duurzaam samenwerkingsverband met een bepaalde organisatiegraad bestaat. Kenmerken hiervan kunnen bijvoorbeeld zijn dat er gemeenschappelijke regels bestaan, een bepaalde mate van hiërarchie, of sturing van de leden van de organisatie. Voor het bewijs van deelneming aan een dergelijke organisatie is niet vereist dat de betrokkene heeft samengewerkt met alle andere deelnemers, noch dat hij alle deelnemers kende. Ook behoeft het samenwerkingsverband niet steeds uit dezelfde personen te bestaan.
Verder is voor bewijs van deelname aan een criminele organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven niet vereist dat betrokkene zelf deelneemt aan de misdrijven die de organisatie pleegt, noch dat hij opzet heeft of weet heeft van de concrete misdrijven die de organisatie pleegt. De betrokkene moet wel in het algemeen weten dat de organisatie tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.

Voor het bewijs van dit feit is nodig dat bewezen kan worden dat een criminele organisatie zoals tenlastegelegd heeft bestaan en dat [naam verdachte] daaraan opzettelijk heeft deelgenomen.

De rechtbank acht bewezen dat [naam medeverdachte 4] in de periode van 1 januari 2011 tot en met 15 juni 2011 heeft deelgenomen aan een criminele organisatie, waarvan onder meer [naam medeverdachte 4], [W.S.], [naam medeverdachte 5], [naam medeverdachte 3], [naam medeverdachte 7] en [naam medeverdachte 8] deel hebben uitgemaakt. De organisatie had tot oogmerk het uitvoeren, bereiden en verwerken van MDMA en amfetamine.

Ten behoeve van deze handelingen maakte de organisatie gebruik van verschillende locaties, te weten de [straatnaam] 12b te Kerkrade, met garageboxen aan de [straatnaam] 12b en 15e te Kerkrade, de [straatnaam] 36 te Heerlen, de [straatnaam] 32 te Heerlen en de St. [straatnaam] 54 te Kerkrade.

Voor het vervoer van personen en/of goederen werden verschillende auto’s gebruikt. De rechtbank noemt de beide Toyota’s Aygo, [kenteken] en [kenteken], de Opel Corsa,[kenteken], de Peugeot 308, [kenteken], de Opel Astra [kenteken] en de Opel Meriva, [kenteken].

Uit verschillende tapgesprekken blijkt dat [naam medeverdachte 4] wilde dat geprepareerde telefoons moesten worden gebruikt. Hij heeft telefoons zonder microfoon en speaker besteld. En in zijn woning op de [straatnaam] 14 te Kerkrade en op het Fossielenerf 792 te Heerlen, de woning van [W.S.] zijn telefoons zonder microfoon aangetroffen.

In hun telefonische contacten maakten [naam medeverdachte 4] en medeverdachten vaak gebruik van versluierde taal. De rechtbank noemt als voorbeelden ‘schoenendoos’ voor verdovende middelen, ‘auto’ voor een partij verdovende middelen, ‘foto’ voor een monster of voorbeeld van verdovende middelen en ‘papieren’ voor geld.

Hierboven heeft de rechtbank wettig en overtuigend bewezen geacht dat [naam verdachte] grote hoeveelheden harddrugs en chemicaliën opzettelijk aanwezig heeft gehad (feit 1) en dat hij voorbereidingshandelingen voor de productie van en de handel in harddrugs heeft verricht (feit 2). [naam verdachte] heeft zijn woning ter beschikking gesteld voor de productie van harddrugs. Hij heeft verklaard dat [naam medeverdachte 4] circa drie keer in de week in zijn woning was. Daar heeft [naam verdachte] ook [naam medeverdachte 1] gezien. Met beiden heeft hij ook telefonisch contact gehad. Ten slotte heeft hij in dat verband ook gereden.

Vanwege deze betrokkenheid van [naam verdachte] acht de rechtbank feit 5 wettig en overtuigend bewezen en wel vanaf het eerste moment dat [naam verdachte] telefonisch contact had met [naam medeverdachte 4].

3.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1

op 8 mei 2011 in de gemeente Heerlen tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk aanwezig heeft gehad

- 225 tabletten van een materiaal bevattende MDMA en

- ongeveer (4 kilogram amfetaminepasta + 10,6 kilogram amfetaminepoeder =) 14,6 kilogram van een materiaal bevattende amfetamine en

- 4 liter van een materiaal bevattende amfetamine,

zijnde MDMA en amfetamine middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

2

in de periode van 1 april 2011 tot en met 8 mei 2011 in de gemeente Heerlen tezamen en in vereniging met anderen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren van hoeveelheden van een materiaal bevattende MDMA en/of amfetamine, zijnde MDMA en amfetamine middelen als vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen zwavelzuur en weegschalen en sealapparatuur en gripzakken, voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte en verdachtes mededaders wisten dat die bestemd waren tot het plegen van die feiten;

3

op 8 mei 2011 in de gemeente Heerlen tezamen en in vereniging met een ander,

- een wapen van categorie III, te weten een vuurwapen in de vorm van een (semi-automatisch) pistool van het merk/type Zastava 9 mm para, en

- een wapen van categorie III, te weten een vuurwapen in de vorm van een pistool van het merk Sauer & Sohn, en

- een wapen van categorie III, te weten een vuurwapen in de vorm van een pistool van het merk Fabrique National, en

- een wapen van categorie III, te weten een vuurwapen in de vorm van een pistool van het merk SM, en

- munitie van categorie III, te weten een patroonmagazijn bevattende 4 kogelpatronen (kaliber 9 mm Luger) en een verpakking bevattende 37 kogelpatronen (kaliber 9mm Luger), voorhanden heeft gehad;

5

in de periode van 19 januari 2011 tot en met 8 mei 2011 in de gemeente Heerlen, heeft deelgenomen aan een organisatie, te weten een samenwerkingsverband van een aantal natuurlijke personen, van welke organisatie onder meer deel uitmaakten M. [naam medeverdachte 4] en W. [W.S.] en R. [naam medeverdachte 5] en R. [naam medeverdachte 1] en P. [naam medeverdachte 3] en E. [naam medeverdachte 7], welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 10 derde en/of vierde en/of vijfde lid van de Opiumwet en/of als bedoeld in artikel 10a lid 1 van de Opiumwet, namelijk het buiten het grondgebied van Nederland brengen van MDMA en amfetamine, middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, en het voorbereiden en/of bevorderen van voornoemde feiten.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde en de kwalificatie

4.1

De strafbaarheid

Het bewezenverklaarde is strafbaar.

4.2

De kwalificatie

Het bewezenverklaarde levert op de navolgende strafbare misdrijven:

Ten aanzien van feit 1:

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd

Ten aanzien van feit 2:

medeplegen van om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, voorwerpen en stoffen voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit

Ten aanzien van feit 3:

overtreding van artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd

en

overtreding van artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd

Ten aanzien van feit 5:

deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 10, derde, vierde of vijfde lid, en 10a, eerste lid, van de Opiumwet

5 De strafbaarheid van verdachte

De verdachte is strafbaar voor het bewezenverklaarde nu geen omstandigheid aannemelijk is geworden die verdachtes strafbaarheid opheft.

6 De oplegging van straf

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest op te leggen. Daarnaast kan een forse voorwaardelijke gevangenisstraf met een taakstraf worden opgelegd. De raadsman heeft voorts verzocht de geschorste voorlopige hechtenis op te heffen.

De raadsman heeft aangevoerd dat de gevorderde straf niet in verhouding staat tot de straffen die in de zaken tegen medeverdachten werd gevorderd, terwijl aan sommigen een grotere rol wordt toegedicht dan aan verdachte. De raadsman heeft verzocht rekening te houden met de omstandigheid dat verdachte ten aanzien van feit 1 niet wist welke spullen en hoeveel spullen in zijn woning werden opgeslagen. Ook dient rekening te worden gehouden met de samenloop van de feiten 1 en 2.

De raadsman heeft de persoonlijke omstandigheden van verdachte toegelicht.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. De rechtbank heeft in het bijzonder acht geslagen op het volgende.

Verdachte heeft zich gedurende ruim een maand schuldig gemaakt aan overtredingen van de Opiumwet. Verdachte maakte deel uit van een organisatie die zich bezighield met de productie van synthetische drugs. Binnen de organisatie werd gebruik gemaakt van verschillende opslag- en productieplaatsen. Verdachte heeft zijn woning ter beschikking gesteld voor opslag en had daardoor harddrugs aanwezig in zijn woning. Daarnaast heeft hij enkele hand- en spandiensten verricht voor de leider van de criminele organisatie.

Het is een feit van algemene bekendheid dat harddrugs grote gevaren opleveren voor de gezondheid van gebruikers. Bovendien gaat de handel in en het gebruik van verdovende middelen gepaard met verschillende vormen van overlast en criminaliteit, waardoor de samenleving ernstige schade wordt berokkend. Daarnaast is het grensoverschrijdende transport van verdovende middelen een groot probleem. Dat geldt in het bijzonder voor de regio Zuid-Limburg. Als gevolg van de geografische ligging tussen België en Duitsland, is transport vanuit deze regio naar het buitenland relatief gemakkelijk te doen. Omdat de prijsverschillen tussen Nederland en de ons omringende landen naar bekend is aanzienlijk zijn, kan veel geld verdiend worden met dergelijke transporten. Verdachte heeft een niet te verwaarlozen bijdrage geleverd aan de strafbare feiten die medeverdachte [naam medeverdachte 4] pleegde uit oogpunt van geldelijk gewin. Verdachte heeft vanuit dezelfde motieven deze strafbare feiten gepleegd.

Verdachte heeft bovendien vuurwapens met munitie voorhanden gehad. Het ongecontroleerde bezit hiervan dient, gelet op het gevaarzettende karakter, te worden bestreden.

Gelet op de ernst van de feiten is enkel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats. Oplegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf en een taakstraf doet geen recht aan de ernst van de feiten. De door de officier van justitie gevorderde straf vindt de rechtbank echter te hoog. Deze straf past niet bij de rol die verdachte in de onderhavige strafzaak heeft gespeeld. Verdachte heeft dan wel een wezenlijk aandeel gehad bij de strafbare feiten door zijn woning ter beschikking te stellen en enkele hand- en spandiensten te verrichten, maar zijn rol moet vooral als passief worden omschreven. Verdachte is niet eerder wegens soortgelijke feiten veroordeeld. Ook ziet de rechtbank geen recidiverisico, zodat een voorwaardelijke gevangenisstraf geen toegevoegde waarde heeft.

Alles overwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden passend. De rechtbank zal de geschorste voorlopige hechtenis opheffen, aangezien er thans geen gronden meer zijn om die te laten voortduren.

7 Het beslag

Onder verdachte zijn goederen in beslag genomen, te weten sieraden, een muntenverzameling, een sleutel, papieren en een tas inhoudende kentekenplaten en een ketting.

De officier van justitie heeft gevorderd de inbeslaggenomen sieraden te bewaren ten behoeve van de rechthebbende. De overige inbeslaggenomen goederen kunnen worden teruggegeven aan verdachte.

De raadsman heeft geen standpunt ingenomen ten aanzien van de inbeslaggenomen goederen.

De rechtbank is van oordeel dat de in beslag genomen goederen dienen te worden teruggegeven aan de verdachte, nu niet kan worden vastgesteld dat deze goederen enig verband houden met de bewezenverklaarde feiten.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 2, 10, 10a en 11a van de Opiumwet en de artikelen 26 een 55 van de Wet wapens en munitie, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van het onder 4 tenlastegelegde feit;

Bewezenverklaring

  • -

    verklaart het ten laste gelegde bewezen, zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;

  • -

    spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4.2 is omschreven;

  • -

    verklaart verdachte strafbaar;

Straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

Beslag

- gelast de teruggave van de volgende in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen:

nr. 100: 1 sleutel, Opel;

nr. 102: 2 papieren;

nr. 103: tas, Reebok, inhoud: 2 kentekenplaten en een ketting;

nr. 109: sieraad, halsketting genummerd 1/2/48;

nr. 110: sieraad, genummerd 3/5/33, in deel juwelenkist;

nr. 111: sieraad, broche, genummerd 8, in deel juwelenkist;

nr. 112: sieraad, ring, genummerd 25, in deel juwelenkist;

nr. 113: muntenverzameling, muntboxen,

aan verdachte;

Voorlopige hechtenis

- heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.H.M. Kuster, voorzitter, mr. G.P.C. Dijkshoorn-Sleebe en mr. J. Wöretshofer, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.K. Spronk, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 13 december 2013, zijnde mr. J. Wöretshofer buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

1.

hij op of omstreeks 8 mei 2011 in de gemeente Heerlen tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad - ongeveer 300 tabletten, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA en/of MDA en/of tenamfetamine en/of N-ethyl-MDA en/of metamfetamine en/of brolamfetamine en/of amfetamine en/of

- ongeveer (4 kilogram amfetaminepasta + 10,6 kilogram amfetaminepoeder =) 14,6 kilogram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine en/of

- ongeveer 5 liter, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine,

zijnde MDMA en/of MDA en/of tenamfetamine en/of N-ethyl-MDA en/of metamfetamine en/of brolamfetamine en/of amfetamine (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

2.

hij in of omstreeks de periode van 1 april 2011 tot en met 8 mei 2011 in de gemeente Heerlen tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van (een) hoeveelheid/hoeveelheden van een materiaal bevattende MDMA en/of MDA en/of tenamfetamine en/of N-ethyl-MDA en/of

metamfetamine en/of brolamfetamine en/of amfetamine, zijnde MDMA en/of MDA en/of tenamfetamine en/of N-ethyl-MDA en/of metamfetamine en/of brolamfetamine en/of amfetamine (een) middel(en) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I voor te bereiden en/of te bevorderen zwavelzuur/accuzuur en/of methanol en/of aceton en/of een of meer weegscha(a)l(en) en/of sealapparatuur en/of een of meer gripzak(ken), voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden, dat dat/die bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en);

3.

hij op of omstreeks 8 mei 2011 in de gemeente Heerlen tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen

- een wapen van categorie III, te weten een vuurwapen in de vorm van een (semi-automatisch) pistool van het merk/type Zastava 9 mm para en/of

- een wapen van categorie III, te weten een vuurwapen in de vorm van een pistool van het merk Sauer & Sohn en/of

- een wapen van categorie III, te weten een vuurwapen in de vorm van een pistool van het merk Fabrique National en/of

- een wapen van categorie III, te weten een vuurwapen in de vorm van een pistool van het merk SM en/of

- munitie van categorie III, te weten een patroonmagazijn bevattende 4 kogelpatronen (kaliber 9 mm Luger) en/of een verpakking bevattende 37 kogelpatronen (kaliber 9mm Luger), voorhanden heeft gehad;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

4.

hij op of omstreeks 8 mei 2011 in de gemeente Heerlen tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 106 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

5.

hij, verdachte, in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 8 mei 2011 in de gemeente Heerlen en/of in de gemeente Kerkrade, in elk geval in het arrondissement Maastricht en/of elders in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, te weten een samenwerkingsverband van een aantal natuurlijke personen, van welke organisatie onder meer deel uitmaakten M. [naam medeverdachte 4] en/of W. [W.S.] en/of R. [naam medeverdachte 5] en/of R. [naam medeverdachte 1] en/of P. [naam medeverdachte 3] en/of M. [naam medeverdachte 2] en/of E. [naam medeverdachte 7] en/of C. [naam medeverdachte 8], welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 10 derde en/of vierde en/of vijfde lid van de Opiumwet en/of als bedoeld in artikel 10a lid 1 van de Opiumwet,

namelijk het meermalen, althans eenmaal (telkens) buiten het grondgebied van Nederland brengen, in elk geval het (telkens) bereiden en/of het bewerken en/of het verwerken en/of het verkopen en/of het afleveren en/of het verstrekken en/of het vervoeren van MDMA en/of MDA en/of tenamfetamine en/of N-ethyl-MDA en/of metamfetamine en/of brolamfetamine en/of amfetamine, in elk geval (een) hoeveelhe(i)d(en) van (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I en/of het voorbereiden en/of bevorderen van voornoemd(e) feit(en).

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

parketnummer: 03/700243-11

proces-verbaal van het voorgevallene ter openbare zitting van de meervoudige kamer van de rechtbank voornoemd van 13 december 2013 in de zaak tegen:

[naam verdachte],

geboren te [geboortegegevens verdachte],

wonende te [adresgegevens verdachte].

Tegenwoordig:

mr. P.H.M. Kuster, voorzitter,

mr. E.H.A.F.M. Krol en mr. G.P.C. Dijkshoorn-Sleebe, rechters,

mr. L. Geuns, officier van justitie,

mr. C.K. Spronk, griffier.

De rechter doet de zaak uitroepen.

De verdachte is in de zaal van de zitting aanwezig.

De rechter spreekt het vonnis uit en geeft de verdachte kennis dat hij daartegen binnen 14 dagen hoger beroep kan instellen.

Waarvan proces-verbaal, vastgesteld en getekend door de voorzitter en de griffier.

Raadsman mr. E.E.W.J. Maessen, advocaat te Maastricht.

1 De vindplaatsvermeldingen, voorkomend in de hierna opgenomen bewijsmiddelen en de motivering van de bewezenverklaring, verwijzen naar de doorlopende paginanummering in de voor eensluidend afschrift gewaarmerkte kopie van het in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde verbalisanten van de politie Limburg-Zuid opgemaakte proces-verbaal met proces-verbaalnummer 2011064828, genummerd 1 tot en met 2971 d.d. 18 januari 2012 en de als bijlagen daarbij gevoegde schriftelijke bescheiden, welke alle wettige bewijsmiddelen zijn als bedoeld in artikel 344, eerste lid jo artikel 339, eerste lid onder 5º van het Wetboek van Strafvordering.

2 Het geschrift, te weten de ID-staat SKDB, d.d. 11 mei 2011, p. 845.

3 Proces-verbaal van verhoor getuige [T.] d.d. 7 mei 2011, p. 1007 en 1008.

4 Stamproces-verbaal d.d. 18 januari 2012, p. 753.

5 Stamproces-verbaal d.d. 18 januari 2012, p. 753.

6 Stamproces-verbaal d.d. 18 januari 2012, p. 756 en 757.

7 Stamproces-verbaal d.d. 18 januari 2012, p. 758.

8 Stamproces-verbaal d.d. 18 januari 2012, p. 763.

9 Zie hiervoor zaakdossier 5.

10 Stamproces-verbaal d.d. 18 januari 2012, p. 765.

11 Stamproces-verbaal d.d. 18 januari 2012, p. 764 en 765.

12 Stamproces-verbaal d.d. 18 januari 2012, p. 765.

13 Proces-verbaal van verhoor verdachte [naam medeverdachte 3] d.d. 16 juni 2011, p. 119.

14 Stamproces-verbaal d.d. 18 januari 2012, p. 766.

15 Stamproces-verbaal d.d. 18 januari 2012, p. 767.

16 Proces-verbaal d.d. 1 september 2011, p. 1078 tot en met 1080.

17 Stamproces-verbaal d.d. 18 januari 2012, p. 769 en 770.

18 Proces-verbaal van verhoor verdachte [naam verdachte] d.d. 19 juli 2011, p. 611.

19 Proces-verbaal van observatie d.d. 19 april 2011, p. 1089 en 1090.

20 Stamproces-verbaal d.d. 18 januari 2012, p. 776.

21 Stamproces-verbaal d.d. 18 januari 2012, p. 775.

22 Stamproces-verbaal d.d. 18 januari 2012, p. 776.

23 Stamproces-verbaal d.d. 18 januari 2012, p. 776.

24 Stamproces-verbaal d.d. 18 januari 2012, p. 777.

25 Stamproces-verbaal d.d. 18 januari 2012, p. 777.

26 Zie zaakdossier 5.

27 Stamproces-verbaal d.d. 18 januari 2012, p. 778.

28 Zie zaakdossier 5.

29 Stamproces-verbaal d.d. 18 januari 2012, p. 779.

30 Stamproces-verbaal d.d. 18 januari 2012, p. 779.

31 Stamproces-verbaal d.d. 18 januari 2012, p. 780.

32 Proces-verbaal van verhoor verdachte [naam verdachte] d.d. 19 juli 2011, p. 612.

33 Stamproces-verbaal d.d. 18 januari 2012, p. 781.

34 Stamproces-verbaal d.d. 18 januari 2012, p. 781.

35 Stamproces-verbaal d.d. 18 januari 2012, p. 781.

36 Stamproces-verbaal d.d. 18 januari 2012, p. 782.

37 Stamproces-verbaal d.d. 18 januari 2012, p. 782.

38 Stamproces-verbaal d.d. 18 januari 2012, p. 782.

39 Stamproces-verbaal d.d. 18 januari 2012, p. 783.

40 Stamproces-verbaal d.d. 18 januari 2012, p. 783.

41 Stamproces-verbaal d.d. 18 januari 2012, p. 783.

42 Stamproces-verbaal d.d. 18 januari 2012, p. 784.

43 Stamproces-verbaal d.d. 18 januari 2012, p. 784.

44 Stamproces-verbaal d.d. 18 januari 2012, p. 784.

45 Stamproces-verbaal d.d. 18 januari 2012, p. 785.

46 Stamproces-verbaal d.d. 18 januari 2012, p. 785.

47 Stamproces-verbaal d.d. 18 januari 2012, p. 785.

48 Stamproces-verbaal d.d. 18 januari 2012, p. 784 en 785.

49 Stamproces-verbaal d.d. 18 januari 2012, p. 785.

50 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 15 november 2011, p. 1108.

51 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 15 november 2011, p. 1103 tot en met 1108.

52 Stamproces-verbaal d.d. 18 januari 2012, p. 788 (foto).

53 Stamproces-verbaal d.d. 18 januari 2012, p. 789.

54 Stamproces-verbaal d.d. 18 januari 2012, p. 790.

55 Proces-verbaal observatie d.d. 9 mei 2011, p. 1114.

56 Stamproces-verbaal d.d. 18 januari 2012, p. 791.

57 Proces-verbaal observatie d.d. 9 mei 2011, p. 1114.

58 Stamproces-verbaal d.d. 18 januari 2012, p. 792.

59 Proces-verbaal observatie d.d. 9 mei 2011, p. 1115.

60 Proces-verbaal observatie d.d. 9 mei 2011, p. 1116.

61 Stamproces-verbaal d.d. 18 januari 2012, p. 793.

62 Proces-verbaal observatie d.d. 9 mei 2011, p. 1116.

63 Stamproces-verbaal d.d. 18 januari 2012, p. 793.

64 Stamproces-verbaal d.d. 18 januari 2012, p. 794.

65 Proces-verbaal observatie d.d. 9 mei 2011, p. 1117.

66 Proces-verbaal van observatie d.d. 9 mei 2011, p. 1117 en het stamproces-verbaal d.d. 18 januari 2012, p. 793.

67 Stamproces-verbaal d.d. 18 januari 2012, p. 794.

68 Stamproces-verbaal d.d. 18 januari 2012, p. 795.

69 Stamproces-verbaal d.d. 18 januari 2012, p. 795.

70 Stamproces-verbaal d.d. 18 januari 2012, p. 796.

71 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 18 juli 2011, p. 1123 en 1124.

72 Stamproces-verbaal d.d. 18 januari 2012, p. 798.

73 Stamproces-verbaal d.d. 18 januari 2012, p. 798.

74 Stamproces-verbaal d.d. 18 januari 2012, p. 799.

75 Stamproces-verbaal d.d. 18 januari 2012, p. 799.

76 Stamproces-verbaal d.d. 18 januari 2012, p. 799.

77 Stamproces-verbaal d.d. 18 januari 2012, p. 803.

78 Stamproces-verbaal d.d. 18 januari 2012, p. 804.

79 Stamproces-verbaal d.d. 18 januari 2012, p. 805.

80 Stamproces-verbaal d.d. 18 januari 2012, p. 804.

81 Stamproces-verbaal d.d. 18 januari 2012, p. 805 tot en met 807.

82 Stamproces-verbaal d.d. 18 januari 2012, p. 807.

83 Stamproces-verbaal d.d. 18 januari 2012, p. 808.

84 Proces-verbaal kennisgeving van inbeslagneming d.d. 8 mei 2011, p. 926 en 927, een omschrijvingsproces-verbaal relaterende een onderzoek aan een pistool, een patroonmagazijn en munitie, d.d. 20 juni 2011, p. 1028 en 1030.

85 Proces-verbaal kennisgeving van inbeslagneming d.d. 9 mei 2011, p. 942.

86 Proces-verbaal kennisgeving van inbeslagneming d.d. 9 mei 2011, p. 949.

87 Proces-verbaal kennisgeving van inbeslagneming d.d. 9 mei 2011, p. 949.

88 Proces-verbaal omschrijvingsproces-verbaal relaterende een onderzoek aan pistolen van R.A.A. Linssen, d.d. 7 juli 2011, niet in de doornummering opgenomen, proces-verbaalnummer 2011052784-52.

89 Proces-verbaal kennisgeving van inbeslagneming d.d. 9 mei 2011, p. 936, het geschrift, te weten de aanvraag NFI-rapportage, d.d. 30 mei 2011, p. 2789 en het geschrift, te weten de NFI-rapportage, d.d. 2 augustus 2011, p. 2794.

90 Proces-verbaal kennisgeving van inbeslagneming d.d. 9 mei 2011, p. 932 (2.700 gram), 937 (1.550 gram), het geschrift, te weten de aanvraag NFI-rapportage, d.d. 30 mei 2011, p. 2789 en het geschrift, te weten de NFI-rapportage, d.d. 2 augustus 2011, p. 2794.

91 Proces-verbaal kennisgeving van inbeslagneming d.d. 9 mei 2011, p. 934, het geschrift, te weten de aanvraag NFI-rapportage, d.d. 30 mei 2011, p. 2789 en het geschrift, te weten de NFI-rapportage, d.d. 2 augustus 2011, p. 2794.

92 Proces-verbaal kennisgeving van inbeslagneming d.d. 9 mei 2011, p. 940, 941, 944, 946 en 947, het geschrift, te weten de aanvraag NFI-rapportage, d.d. 30 mei 2011, p. 2789 en het geschrift, te weten de NFI-rapportage, d.d. 2 augustus 2011, p. 2794 en 2795.

93 Proces-verbaal kennisgeving van inbeslagneming d.d. 9 mei 2011, p. 948, het geschrift, te weten de aanvraag NFI-rapportage, d.d. 30 mei 2011, p. 2789 en het geschrift, te weten de NFI-rapportage, d.d. 2 augustus 2011, p. 2795.

94 Proces-verbaal kennisgeving van inbeslagneming d.d. 9 mei 2011, p. 935, het geschrift, te weten de aanvraag NFI-rapportage, d.d. 30 mei 2011, p. 2789 en het geschrift, te weten de NFI-rapportage, d.d. 2 augustus 2011, p. 2794.

95 Proces-verbaal kennisgeving van inbeslagneming d.d. 9 mei 2011, p. 929, 938 en 940.

96 Proces-verbaal kennisgeving van inbeslagneming d.d. 9 mei 2011, p. 933 en 942.

97 Proces-verbaal van verhoor verdachte [naam verdachte] d.d. 19 juli 2011, p. 607 tot en met 609.

98 Proces-verbaal van verhoor verdachte [naam verdachte] d.d. 19 juli 2011, p. 610 en 611.

99 Proces-verbaal van verhoor verdachte [naam verdachte] d.d. 19 juli 2011, p. 613.

100 Proces-verbaal van verhoor verdachte [naam verdachte] d.d. 10 mei 2011, p. 861 en 862.

101 Proces-verbaal van verhoor verdachte [naam verdachte] d.d. 16 mei 2011, p. 871.

102 Proces-verbaal van verhoor verdachte [naam medeverdachte 1] d.d. 7 juli 2011, p. 564.

103 Proces-verbaal van verhoor verdachte [naam medeverdachte 1] d.d. 7 juli 2011, p. 567.

104 Proces-verbaal van verhoor verdachte [naam medeverdachte 1] d.d. 7 juli 2011, p. 569 tot en met 573.

105 Bijlage bij proces-verbaal van verhoor van getuige [A.B.] d.d. 9 mei 2011, p. 1012.

106 Stamproces-verbaal d.d. 18 januari 2012, p. 811.

107 Proces-verbaal van verhoor van getuige [A.B.] d.d. 9 mei 2011, p. 1009 en 1010.

108 Proces-verbaal van verhoor van getuige [B.B.] d.d. 9 mei 2011, p. 1013 en 1014.

109 Proces-verbaal van verhoor van getuige [M.] d.d. 9 mei 2011, p. 1015.

110 Stamproces-verbaal d.d. 18 januari 2012, p. 810.

111 Proces-verbaal van verhoor verdachte [naam medeverdachte 3] d.d. 18 juni 2011, p. 130 tot en met 133, 138 en 140.

112 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1691.

113 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1693.

114 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1693.

115 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1693 en 1694.

116 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1696.

117 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1695.

118 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1697.

119 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1697.

120 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1697.

121 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1697 en 1698.

122 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1718.

123 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1725.

124 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1730.

125 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1731.

126 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1733.

127 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1734.

128 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1736.

129 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1719.

130 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1720.

131 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1725.

132 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1725 en 1726.

133 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1729 en 1730.

134 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1730.

135 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1730 en 1731.

136 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1731.

137 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1733.

138 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1733.

139 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1731.

140 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1732.

141 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1734.

142 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1734.

143 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1736 en 1737.

144 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1699.

145 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1700.

146 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1700 en 1701.

147 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1701.

148 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1701.

149 Feit van algemene bekendheid: HA = Hagen

150 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1705.

151 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1705 en 1706.

152 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1703.

153 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1707.

154 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1710.

155 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1712.

156 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1713

157 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1714

158 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1715

159 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1715

160 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1716

161 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1716

162 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1740 en het proces-verbaal mbt telefoontoestellen zonder microfoon d.d. 2 januari 2012, p. 1846 tot en met 1849.

163 Proces-verbaal mbt telefoontoestellen zonder microfoon d.d. 2 januari 2012, p. 1849.

164 Proces-verbaal mbt telefoontoestellen zonder microfoon d.d. 2 januari 2012, . 1846 tot en met 1849.

165 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1742 en -1743.

166 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1745.

167 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1747.

168 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1749 en 1750.

169 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1750.

170 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1751 en 1754.

171 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1754 en 1755.

172 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1756 en 1758.

173 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1760 en 1763.