Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2013:12370

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
13-12-2013
Datum publicatie
06-01-2014
Zaaknummer
03/703241-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Onderzoek “Jaguar I”: Veroordelingen wegens (onder andere) deelname aan een criminele organisatie, die zich bezighield met de productie van synthetische drugs. Binnen de organisatie werd gebruik gemaakt van verschillende opslag- en productieplaatsen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK Limburg

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummer : 03/703241-11

Datum uitspraak : 13 december 2013

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Limburg, meervoudige kamer voor strafzaken,

in de zaak tegen:

[naam verdachte],

geboren te [geboortegegevens verdachte],

wonende te[adresgegevens verdachte].

Raadsman is mr. R.J.H. Corten, advocaat te Sittard.

1 Het onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zittingen van 3, 4 en 17 april 2013 en op 20 november 2013, waarbij de officier van justitie, de raadsman en de verdachte hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. Het onderzoek ter terechtzitting is op 29 november 2013 formeel gesloten.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Feit 1: al dan niet samen met een ander of anderen meermalen (opzettelijk) harddrugs buiten Nederland heeft gebracht;

Feit 2: al dan niet samen met een ander of anderen meermalen (opzettelijk) harddrugs heeft geproduceerd, dan wel (opzettelijk) aanwezig heeft gehad;

Feit 3: al dan niet samen met een ander of anderen (opzettelijk) 1.770 gram harddrugs aanwezig heeft gehad;

Feit 4: al dan niet samen met een ander of anderen voorbereidingshandelingen heeft verricht voor de productie van harddrugs;

Feit 5: al dan niet samen met een ander of anderen (opzettelijk) 1.026 gram GHB aanwezig heeft gehad;

Feit 6: heeft deelgenomen aan een criminele organisatie gericht op het plegen van drugsgerelateerde delicten.

3. De beoordeling van het bewijs1

3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft vrijspraak gevorderd ten aanzien van de feiten 1 en 5. Hij heeft zich voorts op het standpunt gesteld dat de feiten 2, 3 en 6 wettig en overtuigend bewezen kunnen worden verklaard. Hij heeft daartoe aangevoerd dat verdachte samen met zijn medeverdachten synthetische drugs heeft vervaardigd. Tijdens diverse doorzoekingen op verschillende locaties werden goederen aangetroffen die in verband kunnen worden gebracht met drugshandel. Op de verschillende locaties werden de goederen steeds op dezelfde wijze aangetroffen.

Medeverdachten [naam medeverdachte 1], [naam medeverdachte 2], [naam medeverdachte 3] en [naam medeverdachte 4] hebben verklaringen afgelegd over de gang van zaken. Deze verklaringen sluiten aan op de bevindingen van de politie.

Ten aanzien van de tenlastegelegde feiten heeft de officier van justitie nog het volgende naar voren gebracht.

Ten aanzien van feit 1:

Verdachte kan niet strafrechtelijke verantwoordelijk worden gehouden voor de uitvoer van drugs, nu niet kan worden vastgesteld dat hij een rol heeft gespeeld bij deze activiteiten.

Ten aanzien van feit 2:

Verdachte heeft samen met zijn medeverdachten drugs geproduceerd. In de woning van verdachte werden goederen aangetroffen die in verband kunnen worden gebracht met de productie van drugs. Verdachte heeft deze goederen aanwezig gehad.

Verdachte heeft zich niet schuldig gemaakt aan het bewerken of vervoeren van drugs.

De officier van justitie heeft gesteld dat de tenlastegelegde periode kan worden ingekort.

Ten aanzien van feit 3:

De officier van justitie heeft gesteld dat bewezen kan worden dat verdachte maximaal 820 gram MDMA voorhanden heeft gehad. Verdachte heeft zijn woning ter beschikking gesteld voor de opslag van deze drugs.

Ten aanzien van feit 4:

In de woning van verdachte werden goederen aangetroffen die in verband kunnen worden gebracht met de productie van drugs. De aangetroffen chemicaliën werden door het NFI gecontroleerd en blijken geschikt voor het vervaardigen van drugs. Verdachte heeft deze goederen aanwezig gehad.

Verdachte heeft zich niet schuldig gemaakt aan het bewerken of vervoeren van drugs.

Ten aanzien van feit 5:

Niet kan worden vastgesteld dat verdachte 1.026 gram GHB aanwezig heeft gehad. De aangetroffen stoffen werden namelijk niet onderzocht.

Ten aanzien van feit 6:

Verdachte heeft deelgenomen aan een criminele organisatie. Binnen de organisatie werd gebruik gemaakt van diverse contacten, opslagplaatsen en productieplaatsen. [naam medeverdachte 5] heeft de organisatie aangestuurd door mensen te faciliteren en de gang van zaken te coördineren. [naam medeverdachte 5] stelde telefoons ter beschikking aan de leden van de organisatie. Ook het gebruik van voertuigen werd georganiseerd.

In een afgeluisterd telefoongesprek tussen medeverdachte [naam medeverdachte 1] en zijn vader spreekt [naam medeverdachte 1] over het samenwerkingsverband tussen hem en [naam medeverdachte 5]. Tijdens afgeluisterde telefoongesprekken gevoerd door [naam medeverdachte 5], blijkt dat hij de criminele activiteiten trachtte te maskeren.

Verdachte speelde een kleine rol binnen de organisatie. Hij wist niet van het bestaan van andere mensen binnen de organisatie. Dit is ook niet noodzakelijk voor een bewezenverklaring.

3.2

Het standpunt van de verdediging

Ten aanzien van feit 1:

De raadsman heeft verzocht verdachte vrij te spreken, nu niet is gebleken dat verdachte betrokken is geweest bij de uitvoer van drugs.

Ten aanzien van feit 2:

De raadsman heeft aangevoerd dat de tenlastegelegde periode te ruim is geformuleerd. Deze moet met ten minste drie maanden worden ingekort. Er kan enkel bewezen worden dat verdachte de tenlastegelegde materialen aanwezig heeft gehad. De raadsman heeft verzocht verdachte van het overige vrij te spreken.

Ten aanzien van de feit 3 en 4:

De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Hij heeft er ten aanzien van feit 3 op gewezen dat de tenlastegelegde stoffen dezelfde zijn als vermeld in feit 2.

Ten aanzien van feit 5:

De raadsman heeft verzocht verdachte vrij te spreken, nu de aangetroffen stoffen niet door het NFI werden onderzocht.

Ten aanzien van feit 6:

De raadsman heeft verzocht verdachte vrij te spreken. Hij heeft daartoe aangevoerd dat niet is gebleken van enige samenwerking tussen verdachte en één of meer in de tenlastelegging genoemde personen. Ook is niet gebleken dat de samenwerking een gestructureerd en duurzaam karakter had.

3.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal in dit vonnis eerst de in het dossier opgenomen zaakdossiers bespreken voor zover die relevant zijn in de zaak van [naam verdachte]. Omdat verschillende feiten en omstandigheden voorkomen in de verschillende zaakdossiers, kan het zijn dat enige dubbele vermeldingen te vinden zijn.

De rechtbank zal na de bespreking van de zaakdossiers daaraan conclusies verbinden ten aanzien van de aan [naam verdachte] tenlastegelegde feiten.

Zaakdossier 3

Dit dossier beschrijft het vermoeden van het hebben van een productie-/opslaglocatie van verdovende middelen op het adres [adres] te Heerlen, de woning van[naam verdachte] en [C.] [B.].

Op 8 maart 2011 in de ochtend stuurt [naam medeverdachte 3] een sms-bericht naar [naam medeverdachte 5] met als inhoud: “Zeg dat die zachtjes moet doen. De buren horen het en stellen vragen. Ik heb gezegd dat een vriend blijft logeren”.

Op 14 maart 2011 stuurt [naam medeverdachte 3] een sms-bericht naar [naam medeverdachte 5], waarin hij aangeeft dat hij een oplossing heeft.2

Op 28 maart 2011 belt [naam medeverdachte 3] met [naam medeverdachte 5] en vraagt hem: “of hij nog iets van die jongen heeft gehoord”.3 [naam medeverdachte 5] zegt dan dat hij [naam medeverdachte 3] nog wel iets laat weten.4

Op 31 maart 2011 belt [naam medeverdachte 3] met [naam medeverdachte 5]. [naam medeverdachte 5] zegt tegen [naam medeverdachte 3]: “je had me toch iets gezegd van die heksen daar dat moet snel”. [naam medeverdachte 3] zegt dat het geen probleem is en dat hij [naam medeverdachte 5] een sms met het adres zal sturen, waarop [naam medeverdachte 5] zegt dat maar niet te doen. Vervolgens spreken ze af voor de dag erna in de pauze om half een.

Op 3 april 2011 sms’t [naam medeverdachte 3] naar [naam medeverdachte 5]: “Hij heeft die 2 laten na maken. Morgen vroeg heb ik ze”.5

Op 11 april 2011 om 05.52 uur sms’t [naam medeverdachte 5] aan [naam medeverdachte 3] en vraagt hem aan die jongen te vragen: “hoe laat ik langs kan komen bij hem”,6 waarop [naam medeverdachte 3] om 08.17 uur naar [naam medeverdachte 5] sms’t : “vanaf half 9 is er niemand meer”.7

Op diezelfde dag om 10.43 uur belt [naam medeverdachte 3] naar [naam medeverdachte 5] en zegt: “32”. [naam medeverdachte 5] zegt dan dat hij helemaal verkeerd is en dat hij 32 loopt te zoeken. [naam medeverdachte 5] zegt dat hij achterom is. [naam medeverdachte 3] zegt dat het een houten poort is en dat hij de sleutel helemaal diep erin moet steken. [naam medeverdachte 5] vraagt zich af of hij wel goed is. [naam medeverdachte 3] zegt dan dat de sleutel niet past als hij niet goed is. Als [naam medeverdachte 5] vervolgens zegt dat het anders is als waar hij de laatste keer was en dat het helemaal onderkomen is, zegt [naam medeverdachte 3] dat hij dan verkeerd is en dat [naam medeverdachte 5] volgens hem een straat verkeerd is. “Je bent toch al daar geweest deze week” zegt [naam medeverdachte 3]. “Ja” zegt [naam medeverdachte 5] “daarom, ik snap het niet. Volgens mij ben ik te ver”. [naam medeverdachte 3] vertelt dan aan [naam medeverdachte 5] hoe hij moet lopen en als [naam medeverdachte 5] zegt dat hij de [adres] ziet, zegt [naam medeverdachte 3] dat hij dan niet goed is. Daarop is op de achtergrond te horen dat [naam medeverdachte 5] tegen iemand zegt: “wacht even Wim, ik ben helemaal verkeerd”.8

[naam medeverdachte 5] zegt dan dat hij voor de [adres] erin moet, hetgeen wordt bevestigd door [naam medeverdachte 3].9

Op 11 april 2011 sms’t [naam medeverdachte 5] naar [naam medeverdachte 3] met de mededeling dat [naam medeverdachte 3] tegen zijn vriend moet zeggen dat hij ([naam medeverdachte 5]) het geld morgen op de plank legt.10

Op 14 april 2011 belt [naam medeverdachte 3] met [naam medeverdachte 5] en zegt: “we zijn naar beneden verhuisd”.11

Op 18 april 2011 belt[naam medeverdachte 6] met [naam medeverdachte 5] en vraagt of [P.] wat tegen [naam medeverdachte 5] heeft gezegd. Als [naam medeverdachte 5] zegt dat hij het niet snapt en dat het beter is als hij maar langs komt, zegt [naam medeverdachte 6]: “dat wat je laatst gemaakt heb, snap je, van die stamppot weet je”. “Oh ja ja” zegt [naam medeverdachte 5]. [naam medeverdachte 6] vraagt dan wanneer ze kunnen eten, waarop [naam medeverdachte 5] zegt “morgen al misschien, als het een beetje lukt. Het kan ook donderdag zijn”.12

Op 19 april 2011 sms’t [naam medeverdachte 3] naar [naam medeverdachte 5]: “je kunt morgen middag en avond niet daar terecht, en donderdagavond niet. Zijn dochter is jarig”.13

Verbalisanten merken op dat bij bevraging van de GBA bleek dat de dochter van de bewoner [adres] te Heerlen ([L.B.]) op 20 april jarig is.14

Op 20 april 2011 stuurt [naam medeverdachte 5] om 18.38 uur een sms-bericht naar [naam medeverdachte 3] en vraagt hem aan die vriend van hem te zeggen dat hij om 12 uur straks even langs komt als dat gaat. [naam medeverdachte 3] stuurt [naam medeverdachte 5] een half uur later een bericht dat het is geregeld en dat het geen probleem is.15

Diezelfde avond sms’t [naam medeverdachte 5] om 21.48 uur naar [naam medeverdachte 3] met de boodschap “bel die jongen ff en zeg je dat ik voor de voordeur sta”.16

Tien minuten later belt [naam medeverdachte 3] met [naam medeverdachte 5] en vraagt hem of het gelukt is. [naam medeverdachte 5] zegt “nee” en dat hij al teruggereden is. Hij zegt dat hij achterom was maar dat hij zag dat hij het druk had. [naam medeverdachte 5] zegt dat hij om half twaalf terug gaat. [naam medeverdachte 3] zegt dat hij hem dat zal zeggen.17

Om 22.13 uur die avond stuurt [naam medeverdachte 3] een sms-bericht naar [naam medeverdachte 5] inhoudende: “kijk straks of er nog bezoek is, anders ga je gewoon voordeur binnen en naar beneden. Anders ik morgen”.18

Op 20 april 2011 om 23.06 uur ontvangt [naam medeverdachte 5] een sms-bericht van [naam medeverdachte 6] inhoudende: “hoi, moet geen 4 maar 14 hebben degene heeft net gebeld. Kom morgen om 10.00 u bij jou”.19

Op 21 april 2011 om 10.33 uur wordt gezien dat [naam medeverdachte 5] met een kennelijk gevulde AH-tas en een ongeveer vijf liter emmer uit de richting van pand [adres] te Heerlen komt. Hij opent de achterklep van [kenteken] en legt de zak en emmer in de achterbak. Hij stapt als bijrijder in de auto in en de auto rijdt weg. Even later wordt gezien dat de [kenteken] geparkeerd wordt op de Stationstraat in Heerlen en dat [naam medeverdachte 5] uitstapt, waarop de [kenteken] wegrijdt.20

Verbalisanten merken op dat genoemd kenteken op naam van[naam medeverdachte 6] staat.21

Op 21 april 2011 om 12.12 stuurt [naam medeverdachte 6] een sms-bericht naar [naam medeverdachte 5]: “Hoi in de emmer zat 5365 de emmer weegt 700 blijft over 4735 ik krijg er 9 uit”. Direct aansluitend sms’t [naam medeverdachte 5] naar [naam medeverdachte 6]: “idioot”.22

Op 7 mei 2011 om 10.20 uur staat de Opel Corsa van [kenteken] bij de Action op de Willem Barentzweg te Heerlen. [naam medeverdachte 5] arriveert daar met een rode Peugeot. [naam medeverdachte 5] stapt uit en stapt vervolgens in de auto bij [naam medeverdachte 8]. Deze auto rijdt naar de Hindestraat te Heerlen en stopt daar om 10.30 uur. Vervolgens loopt [naam medeverdachte 5] naar de achterzijde van de garageboxen aan de [adres]. [naam medeverdachte 8] opent de kofferbak van de auto en neemt weer plaats achter het stuur. Om 10.40 uur arriveert de Opel Corsa weer bij de Action. [naam medeverdachte 5] stapt uit en loopt naar zijn Peugeot, opent de auto en buigt zich in het voertuig. Hij sluit de Peugeot af en gaat te voet in de richting van de achterzijde van het flatgebouw aan de [adres] waarin zich perceel 36 bevindt. [naam medeverdachte 8] rijdt met de Opel Corsa in de richting van de voorzijde van het flatgebouw aan de [adres].23

Op 15 juni 2011 vindt er een doorzoeking plaats in de woning [adres] in Heerlen.

Hierbij wordt in de kelder het volgende aangetroffen:

  • -

    latex handschoenen,

  • -

    pot wit poeder, voorn. coffeïne met zeer lage concentratie amfetamine,

  • -

    11 liter methanol,

  • -

    1 liter zwavelzuur,

  • -

    bakkerijzak met 814 gram MDMA en 4 tabletten bevattende MDMA,

  • -

    een emmer met restspul bevattende amfetamine,24

1026 gram GHB.25

[naam medeverdachte 3] heeft tijdens zijn verhoren verteld dat hij de sleutel van het pand [adres] 12b in Kerkrade aan [naam medeverdachte 5] had gegeven.26 Hij heeft [naam medeverdachte 5] rond januari 2011 ontmoet en [naam medeverdachte 5] vertelde hem dat hij wist dat zijn woning aan de [adres] 12b leeg stond. [naam medeverdachte 5] vroeg of hij de woning tijdelijk mocht huren voor een vriend van hem. [naam medeverdachte 5] zou iedere maand € 400,- betalen. In januari 2011 heeft [naam medeverdachte 5] de beschikking gekregen over de sleutels. Rond carnaval 2011 kreeg [naam medeverdachte 3] klachten van de onderburen in verband met geluidsoverlast.27 Toen hij zelf ging kijken zag hij kartonnen dozen in de woning en plastic handschoenen. Hij zag ook een witte waas over de vloer en het aanrecht. Hij heeft toen de sleutel teruggevraagd aan [naam medeverdachte 5].

Toen hij die witte waas in zijn woning zag, wist hij dat er iets niet in de haak was.28 Hij heeft dat verhaal verteld aan zijn collega[naam verdachte], die woont op het adres [adres] te Heerlen. [naam verdachte] kwam een maand later naar hem toe en vroeg hem of hij hem in contact kon brengen met [naam medeverdachte 5]. Hierna heeft [naam medeverdachte 3] [naam medeverdachte 5] gebeld en heeft hem verteld dat een collega van hem bereid was om spullen voor [naam medeverdachte 5] thuis op te slaan, omdat hij in geldnood zat.29 Op enig moment werd hij door [naam medeverdachte 5] gebeld en [naam medeverdachte 5] zei toen dat het door zou gaan en dat het snel moest gebeuren. Hier ging het gesprek van 31 maart 2011 om 18.30 uur over.30

[naam medeverdachte 3] vertelt desgevraagd dat met “heksen” de Heksenberg wordt bedoeld; dat is waar de [adres] ligt.31

[naam medeverdachte 3] vertelt dat hij daags erna met [naam medeverdachte 5] naar het adres van [naam verdachte] is gereden en dat ze achterom zijn gereden. [naam verdachte] had verteld dat de poort achterom open was. [naam medeverdachte 5] is toen via de poort achterom gegaan.32 Toen hij terug kwam bij de auto vroeg [naam medeverdachte 5] hem aan [E.] te vragen of hij een paar sleutels kon laten bijmaken voor [naam medeverdachte 5], want hij wilde die locatie gaan gebruiken. [naam medeverdachte 3] heeft dat de volgende dag aan [naam verdachte] gevraagd. De vriendin van [naam verdachte] heeft die sleutels ’s middags laten bijmaken. [naam medeverdachte 5] heeft ze dezelfde dag nog opgehaald bij haar. De dag daarna zei [naam verdachte] dat [naam medeverdachte 5] al geweest was en dat er emmers in zijn garage stonden.

Naar aanleiding van een sms-bericht33 vertelt [naam medeverdachte 3] dat [naam medeverdachte 5] hem een sms’je had gestuurd waarin hij zei dat hij tegen die [naam verdachte] moest zeggen dat het geld op de plank lag.34

[naam medeverdachte 3] vertelt dat [naam medeverdachte 5] in de woning van [naam verdachte] was geweest en dat hij de kelder had gezien. [naam medeverdachte 5] zei dat daar meer mogelijk was, omdat die zo groot was. [naam medeverdachte 3] heeft dat tegen [naam verdachte] gezegd.35 Later vertelde [naam verdachte] hem dat ze de spullen van [naam medeverdachte 5] naar de kelder hadden verplaatst en dat heeft [naam medeverdachte 3] tegen [naam medeverdachte 5] gezegd in het telefoongesprek dat [naam medeverdachte 3] met [naam medeverdachte 5] op 14 april 2011 om 19.28 uur heeft gevoerd.36

[naam verdachte] heeft bij gelegenheid van zijn verhoor verklaard dat er begin april 2011 een onbekende man bij hem kwam.37 [naam medeverdachte 3] had gezegd dat hij iemand wist die hem € 500 per maand zou geven als hij twee emmers bij hem thuis zou bewaren. Hij begreep meteen dat het om verdovende middelen ging. Eerst is hij niet ingegaan op het aanbod, maar later was de geldnood zodanig dat het niet meer anders kon. [naam medeverdachte 3] zei toen dat hij met de man langs zou komen om te kijken. Ze zijn begin april geweest. Tien minuten, toen waren ze weer weg.38 Toen de man daarna kwam heeft [naam verdachte] de spullen, twee witte emmers en een blauwe sporttas, vanuit de auto van de man overgeladen in zijn eigen auto en die in de garage gezet. In de tas zaten flessen met doorzichtige vloeistof. Toen zijn bezoek weg was, heeft [naam verdachte] de spullen in de garage gezet. Enkele weken later hebben hij en [C.] de spullen naar de kelder gebracht. [naam medeverdachte 3] had tegen hem gezegd dat er meer mogelijk was in de kelder. [naam verdachte] begreep toen dat zijn kelder geschikt was voor opslag van meer verdovende middelen dan tot dan toe daar gestald waren.

Als hem een foto wordt getoond van [naam medeverdachte 5] (pag. 345) herkent hij die als de persoon die zich voorstelde als “[A.]”. Hij vertelt dat hij één of twee keer € 500 betaald heeft gekregen en ook dat [C.] twee setjes sleutels heeft laten namaken.39

[B.] heeft verklaard dat een man, die zich voorstelde als “[A.]” dat spul bij hen thuis heeft gebracht en dat [E.] die spullen in de garage heeft gezet. Later heeft zij met [E.] de spullen in de kast in de kelder gezet. In de tas zaten flessen met vloeistof. Toen de man zich voorstelde als “[A.]”, zei hij dat hij eigenlijk [naam medeverdachte 5] heette. De tweede keer dat ze die man zag kwam hij aan de deur en ze heeft hem toen de sleutel gegeven. Hij is toen ook de kelder ingegaan. Hij heeft haar één keer € 500 gegeven. [naam medeverdachte 3], een collega van [E.], heeft [E.] in contact gebracht met die [naam medeverdachte 5]. [naam medeverdachte 3] is ook bij hen thuis geweest en zei tegen [E.] dat hij met iemand de zaak kwam bekijken.40

Zaakdossier 4

In zaakdossier 4 wordt het vermoeden beschreven inzake het gebruik van de woning van [naam medeverdachte 7] ([adres] te Kerkrade ) als bereidings- en opslaglocatie van verdovende middelen.

De rechtbank stelt het volgende vast:

Op 9 mei 2011 sms't [naam medeverdachte 5] naar [naam medeverdachte 4]: "op een nieuwe plaats, ben half 2 thuis".41

Op 11 mei 2011 tussen 09.41 uur en 12.08 uur is er sms-verkeer tussen [naam medeverdachte 5] en [naam medeverdachte 6]. [naam medeverdachte 5] vraagt aan [naam medeverdachte 6] "die schaal" mee te brengen en hem "de weeg" te brengen.42

Op 26 mei 2011 is er sms-verkeer tussen [naam medeverdachte 5] en [naam medeverdachte 6]. [naam medeverdachte 5] geeft aan dat hij naar "koe" gaat. Hij vraagt om 10.35 uur aan [naam medeverdachte 6]: "ja maar is die dan thuis, kan je hem ff bellen".

Om 10.36 uur belt [naam medeverdachte 6] vervolgens met telefoonnummer [gsm nummer]. [naam medeverdachte 6] zegt tegen de man die de telefoon aanneemt: "we komen even voorbij hè". De man zegt dan dat zijn vrouw thuis is, hijzelf is er niet. Verbalisanten geven aan dat de stem van de man met telefoonnummer [gsm nummer] gelijk is aan de stem van de gebruiker van telefoonnummer[gsm nummer], geregistreerd t.n.v. [naam medeverdachte 7], [adres] te Kerkrade.

Om 10.38 uur sms't [naam medeverdachte 6] vervolgens naar [naam medeverdachte 5]: "er is iemand thuis".43

Op 26 mei 2011 om 10.46 uur belt [naam medeverdachte 6] met [gsm nummer], ten name van [naam medeverdachte 7], [adres] te Kerkrade, en vraagt aan de vrouw die de telefoon aanneemt met "[naam medeverdachte 7]": "kunt u mij de deur achterom open maken", waarop de vrouw bevestigend antwoordt.44

Vanaf 9 mei 2011 is er een peilbaken geplaatst in de auto van [kenteken], de Opel Corsa, kenteken [kenteken].45

Op 17 mei 2011 vindt er tussen 14.23 uur en 14.43 uur sms-verkeer plaats tussen [naam medeverdachte 5] en [naam medeverdachte 8]. [naam medeverdachte 5] vraagt aan [naam medeverdachte 8] hem "baco" te brengen op de plaats. [naam medeverdachte 8] antwoordt dat hij er aankomt, waarop [naam medeverdachte 5] zegt dat hij achterom kan komen.46

Uit de peilbakengegevens komt naar voren dat de auto van [naam medeverdachte 8] zich op 17 mei 2011 tussen 14.44 uur en 15.00 uur bevindt aan de [adres] te Kerkrade, in de onmiddellijke omgeving van de[adres] en nabij de achteringang van de [adres] te Kerkrade.47

Op 20 mei 2011 sms't [naam medeverdachte 5] om 10.49 uur aan [naam medeverdachte 8] en vraagt hem: "baco en een schoenendoos mee te nemen".48 Uit de peilbakengegevens komt naar voren dat de auto van [naam medeverdachte 8] zich op 20 mei 2011 rond 12.05 uur bevindt aan de[adres] te Kerkrade.49

Op 24 mei 2011 sms't [naam medeverdachte 8] om 12.35 uur aan [naam medeverdachte 5]: "He jongen heb baco gehaald groetjes".50

Uit de peilbakengegevens blijkt dat de auto van [naam medeverdachte 8] op 24 mei 2011 rond 11.00 uur is gestopt in de omgeving van de Venlose Steenweg te Ophoven-Kinrooi.51

Verbalisanten relateren dat in de onmiddellijke omgeving van deze "stop" een winkel is gelegen waarvan bij de Belgische politie bekend is dat hier grondstoffen worden verkocht voor de productie van verdovende middelen. Onder andere worden op deze locatie literflessen methanol verkocht.52

In het kader van een rechtshulpverzoek aan België is op 14 oktober 2011 Elza Verstegen gehoord. Zij werkt in Doe-het-zelf-shop Coolen, gevestigd te Kinrooi, Venlosesteenweg 71. In deze winkel wordt methanol verkocht in bussen van vijf liter en in bussen van één liter. Als haar foto’s worden getoond herkent zij [naam medeverdachte 8] als een klant van de zaak, die bij hen meermalen methanol heeft gekocht. [naam medeverdachte 8] wilde ook meer liters methanol bestellen, hetgeen niet mogelijk was. [naam medeverdachte 8] kwam, vrij snel nadat de winkel was beleverd, de hele voorraad opkopen.53

3 juni 2011

Op 2 juni 2011 om 14.27 uur wordt [naam medeverdachte 5] gebeld door een Duitssprekende man die zegt: “morgen een kwartier na 12 uur, dan weet je het”.54

Op 3 juni 2011 om 09.31 uur sms’t [naam medeverdachte 5] naar [naam medeverdachte 8]: “goeie morgen, kan je me baco brengen en een schoenendoos vandaag is 12.15”.55

Gezien wordt dat [naam medeverdachte 8] op 3 juni 2011 rond 11.15 uur spullen vanuit zijn woning in de kofferbak van zijn auto legt. Hij stapt in zijn auto en om 11.13 uur wordt de auto geparkeerd op de [adres] Kerkrade. [naam medeverdachte 8] neemt een zwarte vuilniszak uit de kofferbak en loopt de brandgang tussen de percelen [adres] 36 en 38 in. Rond 11.40 uur komt hij terug bij de auto en legt iets in de auto en gaat weer de brandgang in.56 Even later komt hij terug bij de auto en stapt in. De auto passeert rond 11.55 uur de grens met Duitsland op de [adres] te Kerkrade. Om 12.14 uur parkeert [naam medeverdachte 8] zijn auto op de parkeerplaats van de Aldi aan de Susterfeldstrasse te Aken. Hij stapt uit, om even later samen met een onbekende man weer in de auto te stappen. De auto verlaat de parkeerplaats, rijdt een doodlopende straat in en stopt aan het einde van die straat. Om 12.18 uur komt de Opel van [naam medeverdachte 8] met daarin alleen [naam medeverdachte 8] weer uit de doodlopende straat gereden. Aan het einde van die doodlopende straat staat een Opel Combo met Duits kenteken AC-TU106. De man die eerder bij [naam medeverdachte 8] in de auto zat staat naast deze Opel Combo en in de Combo zit een onbekende man.57

De Opel Combo blijkt eigendom van een schilder te zijn.58

[naam medeverdachte 8] rijdt vervolgens via de [adres] te Kerkrade naar de [adres] in Kerkrade59, zijnde het verblijfadres van verdachte [naam medeverdachte 5]60.

7 juni 2011

Op 6 juni 2011 om 10.27 uur belt [naam medeverdachte 5] met een Duitssprekende man, die tegen [naam medeverdachte 5] zegt : “morgen om 10 over 12 bij het stadion”. “is goed” zegt [naam medeverdachte 5]61.

Op diezelfde dag om 18.06 uur stuurt [naam medeverdachte 5] een sms-bericht naar [naam medeverdachte 8] en vraagt hem of hij morgenvroeg om 11 uur drie flessen baco kan brengen. [naam medeverdachte 8] vraagt dan of het ook om half kan omdat hij tot 11 uur moet werken, waarop [naam medeverdachte 5] zegt dat dit geen probleem is.62

Op 7 juni 2011 rond 11.20 uur parkeert [naam medeverdachte 8] zijn auto op de [adres] te Kerkrade ter hoogte van de brandgang richting achterzijde[adres].63 [naam medeverdachte 8] stapt uit en loopt met een gevulde AH-draagtas de brandgang in. En paar minuten later komt hij terug bij de auto, weer met een gevulde draagtas en stapt in. De auto stopt vervolgens om 11.26 uur bij het adres [adres] in Kerkrade, alwaar [naam medeverdachte 8], met de gevulde blauwe draagtas van AH, naar binnen gaat. Vervolgens komt hij om 12.03 uur samen met [naam medeverdachte 5] uit de woning. [naam medeverdachte 8] heeft de tas dan weer bij zich. Beiden stappen in de auto van [naam medeverdachte 8].64 De auto stopt om 12.14 uur op de parkeerplaats van de Burger King aan de Roda J.C. Ring. [naam medeverdachte 5] stapt uit en loopt naar een VW-pick-up met Duits kenteken: AC-RM 40. Hij heeft contact met een onbekende man om vervolgens om 12.17 uur weer in de auto bij [naam medeverdachte 8] te stappen. De auto van [naam medeverdachte 8] stopt om 12.35 uur op het [adres] in Heerlen ter hoogte van nr. 792. [naam medeverdachte 8] gaat met een gevulde blauwe plastic blauwe tas de woning binnen.65

8 juni 2011

Op 6 juni 2011 sms’t [naam medeverdachte 5] naar [naam medeverdachte 8] dat [naam medeverdachte 8] woensdag om 8 uur bij Venlo in de buurt moet zijn, “je weet wel”. [naam medeverdachte 8] vraagt dan nog of het de oude of nieuwe plaats moet zijn.66

Op 7 juni 2011 sms’t [naam medeverdachte 5] met het Duitse nummer [gsm nummer]. [naam medeverdachte 5] vraagt of het de oude of nieuwe plek is.67 De ander sms’t : “neue”, waarop [naam medeverdachte 5] doorgeeft ”oke 8 uhr ist er da”. [naam medeverdachte 5] geeft dit vervolgens door aan [naam medeverdachte 8].68 De dag erna vraagt [naam medeverdachte 5] om 13.27 uur aan [naam medeverdachte 8] via sms of [naam medeverdachte 8] om half vier de was komt ophalen, “je weet wel waar”.69

Om 15.28 uur parkeert [naam medeverdachte 8] zijn auto op de [adres]. [naam medeverdachte 8] loopt de brandgang in. Hij heeft dan niets zichtbaars bij zich. Om 15.29 uur loopt [naam medeverdachte 7] richting het pand [adres].70

Om 15.37 uur parkeert [naam medeverdachte 6] zijn auto op de [adres] ter hoogte van perceel 34, stapt uit en loopt de brandgang in. Hij heeft niets zichtbaars bij zich. Om 15.50 uur komt [naam medeverdachte 8] samen met [naam medeverdachte 6] uit de brandgang lopen. [naam medeverdachte 8] draagt dan twee witte plastic vijfliteremmertjes met hengsel. [naam medeverdachte 6] draagt een kennelijk goed gevulde, groene plastic big shopper. Emmertjes en big shopper worden in de kofferbak van de auto van [naam medeverdachte 6] gelegd. [naam medeverdachte 8] stapt in zijn auto en rijdt weg. [naam medeverdachte 6] rijdt eveneens weg.

[naam medeverdachte 8] stopt vervolgens op de [adres], opent de kofferbak en loopt naar de voordeur. Even later komt hij uit genoemd pand samen met een man met een herdershond. [naam medeverdachte 8] draagt een donkerkleurige bigshopper en zet die in de kofferbak van zijn auto.

De man met de herdershond gaat weer naar binnen. [naam medeverdachte 8] rijdt weg. Om 15.55 uur rijdt [naam medeverdachte 4] in haar auto over de [adres] met als bijrijder [naam medeverdachte 5]. Een minuut later staat auto stil ter hoogte van [adres].71

Om 18.45 uur komt [naam medeverdachte 8] uit zijn woning gelopen, stapt in en rijdt weg om om 19.57 uur te stoppen op een parkeerplaats aan de [adres] te Wellerlooi.

Gezien wordt dat [naam medeverdachte 8] op enig moment spreekt met de bestuurder van een auto met Duits kenteken [kenteken], zijnde [M.G.], waarna beide auto’s weer wegrijden en gezamenlijk zonder te stoppen over diverse wegen in de buitengebieden van Wellerlooi rijden.72

Doorzoeking locatie [adres] te Kerkrade

Op 15 juni 2011 wordt tijdens de doorzoeking in de [adres] te Kerkrade het volgende aangetroffen:

In de kelder

2 flessen zwavelzuur73

5 witkleurige emmers, waarvan 1 met resten amfetamine, alsmede een weegschaal van het merk Soehne, met resten amfetamine74,

2 jerrycans (inh. 5 liter) met methanol75,

1 fles met 1 liter amfetamine en BMK76,

 in een plastic zak een maatbeker met resten olie, bevattende amfetamine en BMK77,

 een plastic zak met 20 kg coffeïne78.

In de keuken

2 vacuümapparaten, waarvan 1 van het merk Rommelsbacher. Op het andere apparaat worden resten witte pasta aangetroffen. Bij een MMC-test blijkt het monster hiervan positief te testen op amfetamine79.

In het tuinhuisje

 tas met afval/restproducten, inhoudende

o 1 jerrycan, 5 liter, met resten methanol

o 2 kapotgesneden jerrycans

o 4 lege flessen met opschrift “zwavelzuur”

o 1 lege kartonnen doos latex handschoenen

o diverse gebruikte handschoenen.80

Naast het tuinhuisje

 een plastic zak met opschrift Jan Linders, inhoudende 1 witkleurige jerrycan met resten amfetamine en BMK.81

Verder wordt in de woning aangetroffen verpakkingsmateriaal, een houten roerstaaf, een maatbeker, een plastic kommetje.82

Verdachte [naam medeverdachte 4] heeft tijdens haar vierde verhoor aangegeven dat [naam medeverdachte 5] handelde in harddrugs, met name speed en dat hij dit volgens haar maakte in de[adres]. Deze locatie was in gebruik genomen, nadat de politie was binnengevallen in de [adres].83

Zaakdossier 5

In zaakdossier 5 wordt het vermoeden beschreven inzake de betrokkenheid van de organisatie rond [naam medeverdachte 5] bij de uitvoer van 20 kilo amfetamine naar Duitsland op 14 juni 2011 aan [P.D.] en eerdere afleveringen van amfetamine, XTC-tabletten en cafeïne naar Duitsland aan [P.D.].

De rechtbank stelt het volgende vast:

Uit de opgenomen en beluisterde gesprekken van de verdachte [naam medeverdachte 5] komt een telefonisch contact met de naam [P.D.] en [P.D.] naar voren. Uit die gesprekken is verder af te leiden dat [P.D.]/[P.D.] de vriend is van een vrouw, genaamd [CdV], die gebruik maakt van telefoonnummer 06-52681829 op naam van [CdV], wonende Aan de Noot 96 te Vaals.84

Op 8 juni 2011 wordt om 23.19 uur, nadat eerst [naam medeverdachte 4] een sms-bericht heeft ontvangen, door [CdV] gebeld met [naam medeverdachte 5]. [CdV] zegt tegen [naam medeverdachte 5] dat “hij” al voor de deur staat en dat zij [naam medeverdachte 5] moest bellen.85

Daags erna vindt een telefoongesprek plaats tussen [CdV] en [naam medeverdachte 5] om 16.18 uur. [naam medeverdachte 5] zegt tegen de Vreede dat het een dag later wordt, niet op de zelfde tijd, maar twee uurtjes eerder. Dit omdat er “hier een beetje zeik is”.86

In de avonduren belt [naam medeverdachte 5] weer naar [CdV] en vraagt of “dinge” bij haar is. De Vreede antwoordt ontkennend, waarop [naam medeverdachte 5] aan haar vraagt of zij hem een bericht kan sturen “dat die bij [naam medeverdachte 5] langs komt”.87

In de late avond van 9 juni 2011 en de vroege ochtend van 10 juni 2011 vindt sms-verkeer plaats tussen [naam medeverdachte 5] en [kenteken]. [naam medeverdachte 5] vraagt aan [naam medeverdachte 8] om om half tien bij hem te zijn, waarop [naam medeverdachte 8] laat weten tot 11.00 uur te moeten werken. Vervolgens spreken ze af dat [naam medeverdachte 8] na zijn werk naar [naam medeverdachte 5] zal gaan.88

Rond 12.00 uur op 10 juni 2011 stuurt [naam medeverdachte 5] een sms-bericht aan een het Duitse nummer [gsm nummer], met als inhoud: “2urh ist er da”, waarop als antwoord komt: “Danke bis gleich”.89

Dit Duitse nummer blijkt in gebruik te zijn bij [P.D.].90

Om 12.49 uur die dag krijgt [naam medeverdachte 4] via de sms de volgende opdracht van [naam medeverdachte 5]: “sms ff op die goude na P dat het een half uurtje later word staat onder p”.91 Vervolgens wordt er vanaf een andere telefoon van [naam medeverdachte 5] een sms-bericht verstuurd naar het Duitse nummer [gsm nummer] (van [P.D.]) met als inhoud: “Halbe stunde spater”.92

De auto van [naam medeverdachte 8] verplaatst zich van de [adres] in Kerkrade (deze straat staat haaks op de [adres], zijnde de straat waar [naam medeverdachte 5] woont) naar de [adres] in Aken (zo rond 14.33 uur) en vervolgens weer naar de [adres] te Kerkrade.93

Op 10, 11 en 12 juni 2011 vindt veelvuldig sms-verkeer plaats tussen de telefoon in gebruik bij [naam medeverdachte 5] enerzijds en de telefoon in gebruik bij [P.D.] of de telefoon in gebruik bij [CdV]. Er wordt melding gemaakt van “die Probe” en dat er genoeg van die te krijgen is. Verder worden er ontmoetingen afgesproken.94

Daadwerkelijke levering op 14 juni 2011

Op 13 juni 2011 om 17.15 uur belt [naam medeverdachte 5] met [CdV] en vraagt of “hij” thuis is. Als [CdV] ontkennend antwoordt zegt [naam medeverdachte 5] tegen haar dat ze tegen hem moet zeggen dat hij morgen een bericht stuurt, dan doen ze het morgen gewoon. Twee, weet hij wel zegt [naam medeverdachte 5]. Vervolgens stuurt [naam medeverdachte 5] een sms naar [naam medeverdachte 8] en vraagt aan hem of hij morgen moet werken. Om 19.41 uur stuurt [naam medeverdachte 5] een sms naar [P.D.] en vraagt: “morgen um 2uhr ist das oke”, waarop [P.D.] antwoordt: “ja, bitte”. [naam medeverdachte 5] sms’t vervolgens: “ich habe 19 oke”, waarop [P.D.] antwoordt :”auch gut”.95

Rond 20.27 uur die dag stuurt [naam medeverdachte 8] een sms naar [naam medeverdachte 5] waarin hij kennelijk antwoordt op de vraag van [naam medeverdachte 5] die deze eerder die dag stelde, namelijk of [naam medeverdachte 8] morgen moest werken. [naam medeverdachte 8] sms’t: “Ja, tot 11 uur en van 4 tot 6 dus van 11 tot 4 ben ik vrij jongen”. Waarop [naam medeverdachte 5] rond 20.47 uur eerst antwoordt dat hij wel na het werk naar hem zal komen maar vervolgens vraagt of [naam medeverdachte 8] nu naar hem kan komen.96

Vervolgens verplaatst de auto van [naam medeverdachte 8] zich vanaf zijn woonadres ([adres]) naar het woonadres van [naam medeverdachte 5] ([adres]) waar hij rond 21.00 arriveert.97

Op 14 juni 2011 vindt er een observatie plaats op [naam medeverdachte 8].

[naam medeverdachte 8] gaat rond 12.28 uur de apotheek aan de Stanleystraat in Heerlen binnen, komt om 12.39 uur naar buiten en heeft dan een plastic draagtas van Albert Heijn bij zich. Hij stapt in zijn auto en rijdt weg.98

[naam medeverdachte 5] stuurt om 13.38 uur een sms bericht naar [P.D.]: “2uhr ist er da”.

[naam medeverdachte 8] passeert in zijn Opel Corsa rond 13.40 uur de Nederlands-Duitse grens over de [adres] te Kerkrade en staat om 13.56 u stil op de [adres] in Aken, op de parkeerplaats van de Lidl aldaar. [naam medeverdachte 8] loopt vervolgens naar de parkeerplaats van World of fitness aan de [adres] te Aken en stapt als bijrijder in een aldaar geparkeerd staande BMW, Duits kenteken [kenteken]. Als bestuurder zit in deze auto een man met een kaalgeschoren hoofd. Enige minuten later stapt [naam medeverdachte 8] weer uit de BMW en loopt hij naar zijn Opel Corsa. De bestuurder van de BMW opent de kofferbak van de BMW. [naam medeverdachte 8] opent de kofferbak van de Opel, haalt daar twee blauw-witgestreepte tassen uit en legt die in de kofferbak van de BMW. [naam medeverdachte 8] stapt weer in de Opel. Ook de bestuurder van de BMW stapt weer in. Beide auto’s rijden weg. Bij de uitrit van de parkeerplaats staan ze naast elkaar en spreken de bestuurders kort met elkaar. Om 14.04 uur rijdt de Opel van de parkeerplaats af.

De BMW rijdt om 14.05 uur van de parkeerplaats af99 en wordt vervolgens op de hoek van de Kühlwetterstrasse-Roermonderstrasse door de douane aangehouden. De bestuurder blijkt te zijn [P.D.] [P.D.] [P.D.]. In de kofferbak van de auto worden twee blauw-witte plastic Actiontassen aangetroffen met in iedere tas een witte plastic emmer.100 In de ene emmer zit 15.502 gram van een stof bevattende amfetamine en in de andere emmer zit 4.467 gram van een stof bevattende amfetamine.101

In de door [P.D.] gehuurde garage aan de Roermonderstrasse in Aken worden soortgelijke Actiontassen alsmede een Albert Heijnzak aangetroffen met daarin 20.673 gram amfetamine en 864,1 gram MDMA.102

De tabletten die in beslag zijn genomen blijken optisch gelijk aan de tabletten die op 8 mei 2011 in beslag zijn genomen in de [adres] 36 te Heerlen en zijn, zo blijkt uit onderzoek, ook vervaardigd met dezelfde partij MDMA.103

In de woning van [P.D.] aan de Promenaderstrasse 31 in Aken worden drugs aangetroffen, onder andere in een Action big-shopper: 516,09 gram amfetamine en 0,44 gram MDMA.104

Eerdere leveringen

5 april 2011

Op 4 april 2011 belt [naam medeverdachte 5] met [CdV] en zegt dat het pas “morgen” zal worden want “opa” moet tot zes werken. Tevoren heeft [naam medeverdachte 5] met [naam medeverdachte 8] gebeld die tegen hem heeft gezegd dat hij tot zes uur moet werken105. Op 5 april 2011 vindt sms-verkeer plaats tussen [naam medeverdachte 5] en [naam medeverdachte 2] (de bewoner van de [adres] 36 te Heerlen). [naam medeverdachte 2] vraagt aan [naam medeverdachte 5] hoe laat hij dat hem thuis zou doen, waarop [naam medeverdachte 5] zegt: “tussen 1 en 3”. [naam medeverdachte 5] onderhoudt ook sms-verkeer met [naam medeverdachte 8] en daarin wordt over tijdstippen gesproken.106

Op 5 april 2011 om 14.05 uur stopt [naam medeverdachte 8] met zijn Opel Corsa op de [adres] te Heerlen, nabij de centrale ingang van de percelen 30 tot en met 42. Enkele minuten later komt [naam medeverdachte 5] uit de centrale toegangsdeur van perceel 30 tot en met 42. Hij draagt een bigshopper tas van Albert Heijn. Hij plaatste die in de kofferbak van de auto van [naam medeverdachte 8], stapt als bijrijder in, waarna de auto vertrekt. De Opel rijdt naar de [adres] te Heerlen en stopt daar om 14.18 uur. [naam medeverdachte 5] stapt uit. De Opel rijdt verder en rijdt via de [adres] te Kerkrade, Duitsland binnen. Om 15.06 uur stuurt [naam medeverdachte 8] een sms-bericht naar [naam medeverdachte 5] met als inhoud: “oké”.107

12 april 2011

Tussen 12.45 uur en 13.45 uur vindt telefonisch contact plaats tussen [naam medeverdachte 5] en [naam medeverdachte 8]. Er worden tijdstippen afgesproken wanneer ze elkaar zullen treffen.108

Om 13.40 uur komt [naam medeverdachte 5] samen met [naam medeverdachte 4] uit het pand [adres] 30 t/m 42 te Heerlen. Hij heeft een witte draagzak bij zich. Even later komt [naam medeverdachte 8] aangereden, stapt uit en maakt contact met [naam medeverdachte 5]. [naam medeverdachte 5] pakt vanaf de bijrijdersplek van zijn Toyota een blauwe bigshopper met witte strepen en plaatst die in de kofferbak van de auto van [naam medeverdachte 8]. Om 14.08 uur rijdt de Opel van [naam medeverdachte 8] op de [adres] te Kerkrade en om 14.20 uur bevindt de Opel zich op de Roermonderstrasse te Aken.109

[naam medeverdachte 4] heeft tegenover verbalisanten verklaard dat in de witte draagzak die [naam medeverdachte 5] bij zich droeg drugs zaten en dat die zak werd opgehaald door “Ome Wim”. Laatstgenoemde zou dat wel één keer per week doen.110

13 mei 2011

Rond 12.12 uur is er sms contact tussen [naam medeverdachte 5] en [naam medeverdachte 8]. Ze spreken af om half twee. Om 12.16 uur sms’t [naam medeverdachte 5] naar [naam medeverdachte 6] en zegt hem dat hij Koen moet bellen om te vragen waar hij is omdat hij daar staat. Om 12.15 uur wordt door de telefoon van [naam medeverdachte 5] de mast aan de Tunnelweg te Kerkrade aangestraald. Dit is in de directe omgeving van de[adres] te Kerkrade, zijnde de straat waar Koen [naam medeverdachte 7] woont. Dit is eveneens om 13.42 uur het geval.111

De auto van [naam medeverdachte 8] bevindt zich om 14.14 uur in de Roermonderstrasse in Aken en is ongeveer een half uur later in de [adres] in Kerkrade, zijnde de straat waar [naam medeverdachte 5] woont.112

Later op die dag, rond 15.27 uur sms’t [naam medeverdachte 5] naar [naam medeverdachte 8]: “rij maar, hoe laat ben je bij hem”. [naam medeverdachte 8] antwoordt niet, maar rond 15.31 uur belt [naam medeverdachte 5] met [naam medeverdachte 8] en zegt: “kwart over vier, is dat goed?”, hetgeen door [naam medeverdachte 8] wordt bevestigd. Tussen 16.32 uur en 16.36 uur bevindt de auto van [naam medeverdachte 8] zich op de [adres] te Aken.113

14 mei 2011

Op 13 mei 2011 om 17.16 uur belt [naam medeverdachte 8] met [naam medeverdachte 5] en vraagt of [naam medeverdachte 5] de dag erna om 1 uur thuis is. [naam medeverdachte 5] zegt dan: “oh ja, hij had nog wat gevraagd, dat klopt.” [naam medeverdachte 5] zegt vervolgens dat hij daar voor de twee schoenendozen zal zorgen, waarop [naam medeverdachte 8] zegt dat hij dan de dag erna om 1 uur bij [naam medeverdachte 5] zal zijn. Op 14 mei 2011 is de auto van [naam medeverdachte 8] tussen 12.48 uur en 13.08 uur in de [adres] in Kerkrade. Vervolgens rijdt de auto richting Duitsland en is tussen 13.44 uur en 14.08 uur op de [adres] in Aken om vervolgens weer terug te gaan naar de [adres] in Kerkrade, alwaar hij rond 14.21 uur arriveert.114

17 mei 2011

Vanaf 11.17 uur sms’t [naam medeverdachte 5] naar [naam medeverdachte 8] en dirigeert hem naar “P” met “3 paar schoenendoosjes” op “een nieuwe plaats” “Om 2 uur”. De auto van [naam medeverdachte 8] bevindt zich op 13.23 uur op het [adres] te Heerlen (het woonadres van [naam medeverdachte 8]) en rijdt vervolgens richting Duitsland. Tussen 13.15 uur en 13.55 uur bevindt de auto zich op de [adres] te Aken om volgens weer terug te gaan naar Nederland. Om 14.13 uur is de auto weer in op de [adres] te Heerlen.115

Zaakdossier 6

Gelet op de hierna te trekken conclusie ten aanzien van zaakdossier 6, zal de rechtbank de inhoud van dit dossier verder onbesproken laten.

Zaakdossier 7

In het zaakdossier 7, dat uit een dossier met 9 bijlagen bestaat, wordt het onderzoek beschreven betreffende de deelneming aan een criminele organisatie. Dit feit is tenlastegelegd bij [naam medeverdachte 5], [naam medeverdachte 1], [naam medeverdachte 8], [naam medeverdachte 4], [naam medeverdachte 3], [naam verdachte], [naam medeverdachte 7], [naam medeverdachte 6] en [naam medeverdachte 2].

Volgens de verbalisant Vahsen zijn in dit zaakdossier als verdachte van de criminele organisatie slechts de verdachten opgenomen ten aanzien van wie het vermoeden bestaat dat het kernleden van de criminele organisatie waren.116 Het betreft de verdachten [naam medeverdachte 5], [naam medeverdachte 4], [naam medeverdachte 8], [naam medeverdachte 6] en [naam medeverdachte 1]. Voor deze verdachten, maar ook voor anderen, die niet als kernleden werden gezien, wordt voor het bewijs vanuit zaakdossier 7 verwezen naar de zaakdossiers 1 t/m 6. De criminele organisatie wordt de ‘organisatie [naam medeverdachte 5]’ genoemd, omdat in het zaakdossier 7 ervan wordt uitgegaan dat [naam medeverdachte 5] als leider van deze organisatie fungeerde.117 Zaakdossier 7 is beperkt tot vermelding van hetgeen de verbalisant als algemene kenmerken van de criminele organisatie en daarmee ook als kenmerken van de ‘organisatie [naam medeverdachte 5]’ beschouwt. Als doel van deze criminele organisatie wordt genoemd het produceren van en de handel in (synthetische) drugs. Voor de betreffende feiten zelf wordt voor zowel de genoemde ‘kernleden’ als voor andere verdachten verwezen naar de zaakdossiers 1 t/m 6.

Inleiding

In de inleiding van zaakdossier 7 worden enkele tapgesprekken aangehaald, waaruit de organisatiestructuur van de organisatie [naam medeverdachte 5] zou blijken.

Zo wordt het telefoongesprek dat [naam medeverdachte 1] op 31 maart 2011 met zijn vader heeft gevoerd geparafraseerd aangehaald.118 In dat gesprek zegt [naam medeverdachte 1] onder meer dat hij niet meer met [naam medeverdachte 5] zal samenwerken en op zichzelf gaat beginnen. Hij heeft nog een troef achter de hand waar hij ook alles kan krijgen. [naam medeverdachte 1] vindt dat [naam medeverdachte 5] de grote mensen moet pakken; hij pakt dan de kleine mensen.119

In een telefoongesprek van [naam medeverdachte 1] op 1 april 2011 zegt [naam medeverdachte 1] dat hij en [naam medeverdachte 5] gesplitst zijn en hij nou de afdeling met de kleine autootjes heeft en [naam medeverdachte 5] die met de grote auto’s.120

In een telefoongesprek van 14 maart 2011 van [naam medeverdachte 5] met[O.R.] zegt [naam medeverdachte 5]: ‘zijn vader zit in de Dominicaanse Republiek vast en die hebben we vrij gekocht voor € 14.500,-‘. De vader van [naam medeverdachte 1], [vader van medeverdachte 1] werd in de Dominicaanse Republiek veroordeeld tot 10 jaar gevangenisstraf en was sinds kort onvoorwaardelijk vrij.121

Op 6 april 2011 zegt [naam medeverdachte 5] tegen [naam medeverdachte 1] dat hij hem nodig heeft. [naam medeverdachte 1] zegt: ‘je heb toch tegen mij gezegd dat we alles apart zouden doen’. Vervolgens zegt hij toe te komen.122

Hierna wordt in de inleiding gewezen op de zaakdossiers 1 t/m 4, waarin is gerelateerd dat verschillende andere personen gebruikt zijn om de productie en opslag van de synthetische middelen in de vier later te noemen panden te faciliteren.123

Uit het zaakdossier 5 zou onder ander blijken van het meermalen vervoeren van amfetamine en XTC in opdracht van [naam medeverdachte 5] door [kenteken] naar Duitsland.124

Uit het zaakdossier 6 zou blijken van contacten die [naam medeverdachte 5] onderhield met een criminele organisatie op Mallorca en van het transport van amfetamine en XTC naar Mallorca en van het opzetten van een productlocatie van synthetische middelen op Mallorca.125

Panden in gebruik bij de criminele organisatie

Als panden in gebruik bij de criminele organisatie worden in dit zaakdossier genoemd het perceel [adres] 108 te Kerkrade, waarvan de straatnaam en het adres later werd gewijzigd in [adres] te Kerkrade,126 het adres [adres] 50 te Hoensbroek,127 de [adres] 12b te Kerkrade,128 de [adres] 36 te Heerlen,129 de [adres] te Heerlen,130 de [adres] te Kerkrade131 en de [adres] 10D te Heerlen.132

Over het adres [adres] 108 te Kerkrade is uitvoerig gerelateerd in het zaakdossier 3.133 Het pand was tot 2 maart 2011 het GBA-adres van [naam medeverdachte 5].134

[adres] 50 te Hoensbroek was het oude verblijfadres van [naam medeverdachte 5].135 Enkele observaties en tapgesprekken waarin dit pand ter sprake komt zijn opgenomen in zaakdossier 6. In zaakdossier 7 worden ze deels herhaald. Het gaat daarbij om activiteiten rond de velgenman136 en het zogenaamde ‘transport van vermoedelijk verdovende middelen via de Mallorca-Express tussen 28 en 30 maart 2011.137

De [adres] 12b te Kerkrade was de woning van [naam medeverdachte 3]. [naam medeverdachte 3] had ook nog garageboxen aan de Einderstraat 12b en 15e te Kerkrade. Met name in zaakdossier 1 zijn deze adressen ter sprake gekomen. Op het adres [adres] 12b werden op 28 juni 2011 verdovende middelen en grondstoffen bestemd voor de vervaardiging van verdovende middelen aangetroffen.138 [naam medeverdachte 3] had de woning [adres] 12b verhuurd aan [naam medeverdachte 5], die daar samen met [naam medeverdachte 1] kwam. [naam medeverdachte 3] heeft verklaard dat hij naar aanleiding van klachten van buren een kijkje in de woning heeft genomen en onder andere gezien heeft dat op de vloerbedekking een witte laag lag. Op grond van wat hij zag was hij er eigenlijk van overtuigd dat dit met verdovende middelen te maken had.139 Volgens [naam medeverdachte 3] moest er op 13 maart 2011 met spoed een nieuw adres geregeld worden op de Heksenberg waar de [adres] ligt.[naam verdachte], de bewoner van [adres] te Heerlen, wilde graag contact hebben met [naam medeverdachte 5] om iets bij te verdienen.140

Het adres [adres] te Heerlen was de woning van[naam verdachte] en zijn vrouw [C.] [B.]. Op 15 juni 2011 werden op dit adres verdovende middelen en grondstoffen voor de vervaardiging van verdovende middelen aangetroffen.141 Over dit adres wordt vooral gerelateerd in zaakdossier 3.[naam verdachte] heeft onder andere verklaard dat hij wist waar [naam medeverdachte 5] mee bezig was. ‘Elk normaal denkend mens weet dat als iemand je € 500,- per maand biedt om dat spul bij jou thuis te zetten dat dit om verdovende middelen gaat. … ik begreep meteen dat het om verdovende middelen ging’.142

Over het adres [adres] 36 te Heerlen wordt opgemerkt dat op dit adres op 8 mei 2011 verdovende middelen en grondstoffen bestemd voor de vervaardiging van verdovende middelen werden aangetroffen. In een krat werd een allesdrager met het adres [adres] 12a aangetroffen.143 [adres] 36 te Heerlen was het GBA-adres van[naam medeverdachte 2]. In zaakdossier 2 is dit adres als productlocatie van verdovende middelen besproken. [naam medeverdachte 1] heeft over wat op dit adres gebeurde gezegd: ‘het klaarmaken van speed en vervolgens het afwegen, inpakken en sealen in plastic zakken. Het klaarmaken gebeurde door [naam medeverdachte 5] en het afwegen, inpakken en sealen door mij. Dat was dus in de periode van januari dit jaar tot maart dus zo’n drie maanden’.144

Het adres [adres] te Kerkrade was de woning van [naam medeverdachte 7] en zijn vrouw [vrouw van medeverdachte 7]. Op 15 juni 2011 werden op dit adres verdovende middelen en grondstoffen voor de vervaardiging van verdovende middelen aangetroffen.145 Over dit adres wordt vooral gerelateerd in zaakdossier 4. [naam medeverdachte 4] heeft verklaard dat zij denkt dat [naam medeverdachte 5] speed maakte in de[adres]. Ze bracht hem ernaar toe en haalde hem weer op. Eerder maakte [naam medeverdachte 5] speed in de [adres].146

Het adres [adres] 10D te Heerlen was de woning van [naam medeverdachte 1]. In het zaakdossier 7 wordt een tapgesprek van 29 maart 2011 tussen [naam medeverdachte 5] en [naam medeverdachte 1] aangehaald, waarin [naam medeverdachte 1] zegt: ‘we gaan zo beginnen’ en een verklaring van [S.N.]: ‘Die [naam medeverdachte 1] verkoopt drugs en kookt die in een pan in zijn woning’.147

Voertuiggebruik

In het zaakdossier 7 wordt opgemerkt dat criminele organisaties onder andere van huurauto’s gebruik maken om te voorkomen dat de gebruikte auto’s te gemakkelijk te relateren zijn aan de criminele organisatie en dat de voertuigen via de voordeelsontneming worden ontnomen.148

Als huurauto’s van de criminele organisatie [naam medeverdachte 5] worden genoemd een Toyota Aygo met opschrift Bo-Rent en kenteken [kenteken] en een andere Toyota Aygo met het kenteken [kenteken]. Deze auto’s zijn gehuurd door Patricia [naam medeverdachte 4] en wel die met het kenteken [kenteken] in de periodes 8 december 2010 t/m 7 januari 2011 en van 21 maart 2011 t/m 18 april 2011 en de die met het kenteken [kenteken] in de periodes 21 januari 2011 t/m 4 februari 2011 en van 29 april 2011 t/m 9 mei 2011.149

Op 8 april 2011 wordt de Toyota met het kenteken [kenteken] bij het verhuurbedrijf Bo-Rent gezien. [naam medeverdachte 4] en [naam medeverdachte 5] lopen Bo-Rent binnen, komen weer naar buiten en vertrekken met de Toyota, met [naam medeverdachte 4] als bestuurster en [naam medeverdachte 5] als bijrijder.

Vervolgens wordt vermeld dat het vermoeden bestaat dat op 12 april 2011 vanuit de [adres] 36 te Heerlen een partij verdovende middelen in Duitsland bij [adres] is afgeleverd, waarvoor wordt verwezen naar de zaakdossiers 2 en 5.

Gelet op navolgend vermelde observatie zouden de genoemde verdovende middelen met de Toyota Aygo met het kenteken [kenteken] zijn vervoerd.150

Op 12 april 2011 verlaten [naam medeverdachte 5] en [naam medeverdachte 4] het pand [adres] 30 t/m 42 te Heerlen. [naam medeverdachte 5] heeft een witte draagzak bij zich. Zij stappen in een rode Toyota Aygo, met het kenteken [kenteken] en vertrokken. Kort daarop stopt deze auto op de Abeelstraat te Heerlen, ter hoogte van de winkel ‘Action’. Een minuut later rijdt een zwarte Opel Corsa met het kenteken [kenteken] de Abeelstraat en parkeert voor de rode Toyota Aygo. [naam medeverdachte 8] stapt uit de Opel Corsa en maakt contact met [naam medeverdachte 5]. [naam medeverdachte 5] pakt een blauwe bigshopper uit de rode Toyota Aygo en plaatst deze in de kofferbak van de zwarte Opel Corsa. Een aantal minuten later passeert de Opel Corsa de Nederlands/Duitse grens.151

De getuige[naam getuige 1] heeft verklaard dat hij op 3 mei 2011 zag dat een rood autootje met de tekst Arbo Rent en het kenteken [kenteken] voor de toegangsdeur van ons appartement werd geparkeerd. In de auto zaten een man en een vrouw. Beiden kwamen met grote blauw/witte tassen uit de auto.152

[naam medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij op 16 maart 2011 in Duitsland in de buurt van Köln/Hagen was, omdat hij de huur van een huurauto in Hagen moest betalen. Het was een auto die hij voor twee weken had gehuurd, een witte Opel Corsa met het Duitse kenteken, beginnend met HA.153 Volgens [naam medeverdachte 1] heeft [naam medeverdachte 5] de auto toen gefinancierd, omdat [naam medeverdachte 1] hem elke dag moest rondrijden en [naam medeverdachte 1] zelf geen vervoer had. De huurprijs was ongeveer 500 euro per week. Verder verklaart [naam medeverdachte 1] zowel dat hij niet met verdovende middelen heeft gereden als dat hij wel eens XTC-pillen moest afgeven.154

Op 29 maart 2011 wordt de zwarte Peugeot 308 met het kenteken [kenteken] gezien met [naam medeverdachte 1] als bestuurder rijdende in de richting van de [adres] 50 te Hoensbroek en over de[adres] en in de buurt van de [adres] te Heerlen.155

Op 3 april 2011 heeft een achtervolging van een zwarte Peugeot 308, met het Duitse kenteken [kenteken] plaats gevonden. Vanwege te hoge snelheid c.q. gevaarzetting werd de achtervolging afgebroken.156

Patricia [naam medeverdachte 4] was sinds mei 2011 de kentekenhoudster van een rode Opel Astra met het kenteken [kenteken]. Daarvoor heeft deze auto op naam gestaan van[naam medeverdachte 2], de bewoner van de [adres] 36 te Heerlen.157

[naam medeverdachte 2] [naam medeverdachte 2] heeft onder ander verklaard dat hij twee maanden een rode Opel Astra heeft gehad.158 [naam medeverdachte 5] heeft hem wel eens gevraagd om hem weg te brengen; soms had die een plastic tas bij zich.159

Uit bakengegevens blijkt dat de personenauto Opel Corsa met het kenteken [kenteken], van [kenteken], in de periode van 11 mei t/m 14 juni verschillende keren in de onmiddellijke omgeving van de [adres] te Kerkrade is geweest.160 Patricia [naam medeverdachte 4] heeft verklaard dat [kenteken] op 12 april 2011 een zak met drugs heeft opgehaald.161 De Opel Corsa wordt eveneens geobserveerd op 8 juni 2011. De auto staat dan ter hoogte van de [adres] te Kerkrade. [naam medeverdachte 8] stapt uit en loopt naar het perceel. Een minuut later komt hij weer naar buiten met een bigshopper. Die zet hij in de kofferbak van de Opel Corsa. Daarna rijdt [naam medeverdachte 8] weg.162

Verder wordt gesteld dat een Opel Meriva, met kenteken [kenteken] door[naam medeverdachte 6] is gebruikt voor het vervoer van verdovende middelen. Daartoe wordt verwezen naar de inhoud van een tapgesprek van 18 april 2011 van [naam medeverdachte 5] met[naam medeverdachte 6]. In dat gesprek zegt [naam medeverdachte 5] dat het beter is dat[naam medeverdachte 6] langskomt en dat [naam medeverdachte 5] [naam medeverdachte 6] niet snapt. [naam medeverdachte 6] zegt vervolgens: ‘dat wat je laatst gemaakt heb, snap je … van die stamppot weet je’, waarop [naam medeverdachte 5] zegt: ‘Oh ja ja’. Verder wordt er nog over ‘4’ gesproken en vraagt [naam medeverdachte 6] aan [naam medeverdachte 5]: ‘Wanneer denk je dat we eten kunnen’. [naam medeverdachte 5] denkt: ‘morgen al misschien, als het een beetje lukt’.163

In de ochtend van 21 april 2011 komt [naam medeverdachte 5] met een kennelijk gevulde Albert Heijntas en een vijfliteremmer uit de richting van pand [adres] te Heerlen. Hij opent de achterklep van de Opel Meriva, met kenteken [kenteken] en legt de plastic zak en de emmer in de achterbak, sluit de achterklep en stapt in als bijrijder. Vervolgens rijdt de auto weg.164

Rond het middaguur stuurt[naam medeverdachte 6] een sms-bericht aan [naam medeverdachte 5], met als inhoud: ‘Hoi in de emmer zat 5365 de emmer weegt 700 blijft over 4735 ik krijg er 9 uit’.165

Telefoonprotocol van de criminele organisatie

Als kenmerk van de criminele organisatie wordt in zaakdossier 7 genoemd de wijze waarop telefoons worden gebruikt. Inleidend wordt opgemerkt dat bekend is dat vanwege explosiegevaar bij de productie van synthetische drugs telefoons worden uitgezet of niet meegenomen. Een andere reden om telefoons niet mee te nemen zou zijn te voorkomen dat ze afgeluisterd en getraceerd kunnen worden. [naam medeverdachte 5] had vier telefoons besteld, waaruit de microfoon en de speaker uitgebouwd moesten worden, zodat geen stem was te horen.166 In twee telefoons die op de [adres] te Kerkrade, het verblijfadres van [naam medeverdachte 5], werden aangetroffen en in twee telefoons die op het [adres] te Heerlen, het woonadres van [kenteken], zat geen microfoon in de toestellen.167

In een tapgesprek van 3 mei 2011 met [J.] zegt [naam medeverdachte 5] dat hij vier toestellen met kaartjes wil en dat [J.] er bij drie het ding eruit moet halen. In een sms van [naam medeverdachte 5] aan [J.] van enkele uren later staat: Nee je begrijpt het niet mic en speaker?’ en in een volgende sms van een halve minuut later: ‘Als ze maar geen stem horen’. Op 6 mei 2011 belt [naam medeverdachte 5] met [J.]. [naam medeverdachte 5] zegt dat hij niet hoort wanneer hij een berichtje krijgt. [J.] zegt dat hij die dingen eruit heeft gehaald en dat hij anders de speaker weer erin zet.168

In enkele aangehaalde tapgesprekken tussen [naam medeverdachte 5] en [naam medeverdachte 1] zegt [naam medeverdachte 5] dat [naam medeverdachte 1] bepaalde telefoons moet gebruiken.169 In een tapgesprek tussen [A.G.] en [naam medeverdachte 5] op 9 juni 2011 zegt [A.G.]: ‘Het nummer dat die hier hebben van jou, die [O.] die [R.] … moet je weggooien, gebruik die niet meer’.170

Cryptisch taalgebruik

Onder het tussenkopje ‘Cryptisch taalgebruik’ wordt erop gewezen dat uit eerdere onderzoeken bekend is dat in het kader van de handel in verdovende middelen versluierd taalgebruik wordt gebezigd.171

Zo zou de mogelijke betekenis van ‘Baco’ methanol zijn. In een gesprek tussen [naam medeverdachte 5] en [kenteken] van 20 mei 2011 wordt over het meenemen van ‘baco’ gesproken. In een gesprek tussen beiden van 24 mei 2011 over het halen van ‘baco’. Uit onderzoek is gebleken dat de auto van [naam medeverdachte 8] op dezelfde dag in de buurt van een winkel is gestopt, waar hij meermalen methanol heeft gekocht.172

De mogelijke betekenis van ‘schoenendoos’ zou verdovende middelen zijn. Hiertoe wordt erop gewezen dat 220 flacons met vloeibare MDMA in een schoenendoos verpakt waren.173 In tapgesprekken tussen en sms in de periode van 13 t/m 3 juni 2011 van respectievelijk de verdachten [naam medeverdachte 8], [naam medeverdachte 1] en [naam medeverdachte 5] wordt gesproken van ‘een doosje droppen’, ‘nog even schoenen regelen’, ‘twee schoenendozen’, ‘en schoenendozen’, ‘3 paar schoenendoosjes’, ‘een schoenendoos’.174

De mogelijke betekenis van ‘auto’ zou een partij verdovende middelen zijn. In een tapgesprek zegt [naam medeverdachte 1] dat hij en [naam medeverdachte 5] gesplitst zijn en hij nou de afdeling met de kleine autootjes heeft en hij die met de grote auto’s.175

De mogelijke betekenis van ‘foto’ zou een monster/voorbeeld van een partij verdovende middelen zijn. In verschillende aangehaalde tapgesprekken en sms van of aan [naam medeverdachte 5] in de periode van 2 februari t/m 31 mei 21011 wordt gesproken over foto’s.176

De mogelijke betekenis van ‘papieren’ zou geld zijn. In aangehaalde tapgesprekken in de periode van 15 maart t/m 13 juni 2011 waaraan [naam medeverdachte 5] deelgenomen heeft, wordt gesproken van ‘stuur gewoon effe, aantal papieren door’, ‘jij komt gewoon zo met de papieren’, ‘die jongen zit me geld eh papieren’, ‘dan krijg ik morgen de papieren wel’.177

Conclusies

Ten aanzien van feit 1:

Aan [naam verdachte] wordt onder 1 verweten dat hij - verkort gezegd – tezamen met anderen verdovende middelen buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht. Op de uitvoer van verdovende middelen zien in het bijzonder de zaakdossiers 5 en 6. Zaakdossier 5 betreft de verdenking van de uitvoer van verdovende middelen naar Duitsland. Zaakdossier 6 betreft de verdenking van de uitvoer van verdovende middelen naar Spanje (Mallorca).

De rechtbank acht niet bewezen dat [naam verdachte] betrokken was bij de uitvoer van verdovende middelen naar Duitsland. Uit het betreffende zaakdossier blijkt niet van enige betrokkenheid van [naam verdachte] bij de uitvoer van verdovende middelen.

Uit zaakdossier 6 rijst het vermoeden dat [naam verdachte], tezamen met anderen activiteiten heeft verricht die wijzen op de uitvoer van bepaalde goederen naar Mallorca. Er kan echter aan hand van dat zaakdossier niet worden vastgesteld dat daadwerkelijk verdovende middelen vanuit Nederland naar Spanje zijn uitgevoerd. Er blijkt immers niet dat door [naam verdachte] en/of zijn medeverdachten bepaalde verdovende middelen ter uitvoer aan een expediteur zijn aangeboden, noch dat bepaalde verdovende middelen van [naam verdachte] en/of zijn medeverdachten, afkomstig uit Nederland, in Mallorca zijn aangekomen. Daaraan doet niet af dat op 3 juni 2011 op het adres van[R.G.] in Mallorca en in een auto in de buurt van dat adres tabletten, bevattende MDMA, zijn aangetroffen, die qua uiterlijk soortgelijk waren aan tabletten die op de [adres] 36 dan wel op de [adres] te Heerlen zijn aangetroffen. Uit het onderzoek van het NFI is immers niet gebleken dat de tabletten die in Spanje zijn aangetroffen met dezelfde partij MDMA-grondstof zijn gemaakt als de tabletten die op de beide genoemde plaatsen te Heerlen zijn aangetroffen.

Ten aanzien van de feiten 2, 3, 4 en 5:

De rechtbank concludeert uit hetgeen hiervoor ten aanzien van zaakdossier 3 is vermeld dat [naam verdachte] zijn woning, waar hij samen met zijn vrouw en kind verbleef, voor geld ter beschikking heeft gesteld aan [naam medeverdachte 5], zodat [naam medeverdachte 5] hier goederen kon stallen. [naam verdachte] heeft verklaard dat hij vanaf het begin geweten heeft dat de spullen die bij hem werden opgeslagen te maken hadden met drugs. En dat hij om financiële redenen zijn woning hiervoor heeft aangeboden.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat [naam verdachte] alles wat in de woning [adres] in Heerlen aan verdovende middelen, dan wel grondstoffen is aangetroffen opzettelijk aanwezig heeft gehad in de periode van 1 april 2011, de dag nadat [naam medeverdachte 3] met [naam medeverdachte 5] heeft gebeld over een nieuwe locatie, tot en met de dag van de doorzoeking, 15 juni 2011. Wat is aangetroffen was van [naam medeverdachte 5], zodat sprake is van medeplegen. Daarmee zijn de feiten 2 en 3 wettig en overtuigend bewezen.

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat er in de woning van [naam verdachte] is bereid, bewerkt, verwerkt, verkocht, afgeleverd, verstrekt en vervoerd. Voor deze onderdelen van de tenlastelegging zal de rechtbank [naam verdachte] vrijspreken.

De rechtbank vindt ook wettig en overtuigend bewezen dat [naam verdachte] medepleger is van voorbereidingshandelingen voor Opiumwetdelicten (feit 4). Immers, [naam medeverdachte 3] heeft verklaard dat hij [naam verdachte] het hele verhaal heeft verteld. Vervolgens heeft [naam verdachte] aan [naam medeverdachte 3] gevraagd hem in contact te brengen met [naam medeverdachte 5]. Op het moment dat [naam verdachte] de stoffen in zijn woning opsloeg, wist hij waartoe die stoffen bestemd waren.

De rechtbank acht ook feit 5 wettig en overtuigend bewezen.

De inbeslaggenomen vloeistof is niet ter onderzoeking aangeboden aan het NFI. Naar het oordeel van de rechtbank staat dit echter niet in de weg aan een bewezenverklaring. Immers, ten tijde van de doorzoeking was GHB een middel als vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II – welk recht de rechtbank thans ook zal toepassen – en niet zoals thans een middel vermeld op lijst I. Dit impliceert dat destijds een onderzoek door het NFI niet noodzakelijk was om tot een bewezenverklaring te komen en dat een MMC-test, zoals in casu is geschied, afdoende was.

Voor zover aan [naam verdachte] onder feit 2 nog ten laste is gelegd dat hij enige betrokkenheid zou hebben bij de productielocatie aan de [adres] te Kerkrade, overweegt de rechtbank dat daarvan niet is gebleken. De rechtbank kan aan de hand van hetgeen over deze productielocatie in het dossier is opgenomen geen betrokkenheid van [naam verdachte] daarbij vaststellen. [naam verdachte] komt in dit zaakdossier niet voor.

Ten aanzien van feit 6:

Aan [naam verdachte] wordt verweten dat hij heeft deelgenomen aan een organisatie die tot oogmerk had – verkort gezegd – het plegen van misdrijven als bedoeld in de Opiumwet. Het feit, de deelneming aan (de voorbereiding van) georganiseerde illegale productie van drugs en drugshandel, is strafbaar gesteld in artikel 11a van de Opiumwet. Dat artikel is een zogenaamde specialis van artikel 140 Wetboek van Strafrecht, zodat de bij dat artikel behorende jurisprudentie ook van toepassing is op artikel 11a van de Opiumwet.

Behalve minimaal een van de hierboven genoemde ‘criminele doelstellingen’, waarop het oogmerk van de organisatie moet zijn gericht, zijn de vereiste kenmerken van een dergelijke organisatie dat een bepaald gestructureerd en duurzaam samenwerkingsverband met een bepaalde organisatiegraad bestaat. Kenmerken hiervan kunnen bijvoorbeeld zijn dat er gemeenschappelijke regels bestaan, een bepaalde mate van hiërarchie, of sturing van de leden van de organisatie. Voor het bewijs van deelneming aan een dergelijke organisatie is niet vereist dat de betrokkene heeft samengewerkt met alle andere deelnemers, noch dat hij alle deelnemers kende. Ook behoeft het samenwerkingsverband niet steeds uit dezelfde personen te bestaan.
Verder is voor bewijs van deelname aan een criminele organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven niet vereist dat betrokkene zelf deelneemt aan de misdrijven die de organisatie pleegt, noch dat hij opzet heeft of weet heeft van de concrete misdrijven die de organisatie pleegt. De betrokkene moet wel in het algemeen weten dat de organisatie tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.

Voor het bewijs van dit feit is nodig dat bewezen kan worden dat een criminele organisatie zoals tenlastegelegd heeft bestaan en dat [naam verdachte] daaraan opzettelijk heeft deelgenomen.

De rechtbank acht bewezen dat [naam medeverdachte 5] in de periode van 1 januari 2011 tot en met 15 juni 2011 heeft deelgenomen aan een criminele organisatie, waarvan onder meer [naam medeverdachte 5], [naam medeverdachte 8], [naam medeverdachte 6], [naam medeverdachte 4], [naam verdachte] en [naam medeverdachte 7] deel hebben uitgemaakt. De organisatie had tot oogmerk het uitvoeren, bereiden en verwerken van MDMA en amfetamine.

Ten behoeve van deze handelingen maakte de organisatie gebruik van verschillende locaties, te weten de [adres] 12b te Kerkrade, met garageboxen aan de Einderstraat 12b en 15e te Kerkrade, de [adres] 36 te Heerlen, de [adres] te Heerlen en de [adres] te Kerkrade.

Voor het vervoer van personen en/of goederen werden verschillende auto’s gebruikt. De rechtbank noemt de beide Toyota’s Aygo, [kenteken] en [kenteken], de Opel Corsa, [kenteken], de Peugeot 308, [kenteken], de Opel Astra [kenteken] en de Opel Meriva, [kenteken].

Uit verschillende tapgesprekken blijkt dat [naam medeverdachte 5] wilde dat geprepareerde telefoons moesten worden gebruikt. Hij heeft telefoons zonder microfoon en speaker besteld. En in zijn woning op de [adres] te Kerkrade en op het [adres] 792 te Heerlen, de woning van [naam medeverdachte 8] zijn telefoons zonder microfoon aangetroffen.

In hun telefonische contacten maakten [naam medeverdachte 5] en medeverdachten vaak gebruik van versluierde taal. De rechtbank noemt als voorbeelden ‘schoenendoos’ voor verdovende middelen, ‘auto’ voor een partij verdovende middelen, ‘foto’ voor een monster of voorbeeld van verdovende middelen en ‘papieren’ voor geld.

Hierboven heeft de rechtbank wettig en overtuigend bewezen geacht dat [naam verdachte] tezamen met anderen verdovende middelen opzettelijk aanwezig heeft gehad (feit 3 en feit 5) en dat hij chemicaliën voorhanden heeft gehad met als bestemming de productie van verdovende middelen (feit 4).

[naam verdachte] heeft zijn woning als stash ter beschikking gesteld, terwijl hij van meet af aan ervan overtuigd was dat het de bedoeling was om daar verdovende middelen en/of chemicaliën op te slaan. Ook hebben hij en zijn vrouw sleutels van hun woning laten bijmaken en [naam medeverdachte 5] ter hand gesteld. Verder heeft [naam verdachte], tezamen met zijn vrouw, de middelen en chemicaliën van de garage naar de kelder verplaatst.

De rechtbank overweegt dat [naam verdachte] actief betrokken is geweest bij het ter beschikking stellen van een stash aan de criminele organisatie ‘[naam medeverdachte 5]’, waarmee hij gedurende een relatief korte periode een weliswaar bescheiden, maar noodzakelijke rol in de organisatie ‘[naam medeverdachte 5]’ heeft vervuld.

3.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

2

in de periode van 1 april 2011 tot en met 14 juni 2011 in de gemeente Heerlen, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk aanwezig heeft gehad hoeveelheden van een materiaal bevattende MDMA en amfetamine, zijnde MDMA en amfetamine middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

3

op 15 juni 2011 in de gemeente Heerlen, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 814 gram van een materiaal (in poedervorm) bevattende MDMA, zijnde MDMA een middel als vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I;

4

op 15 juni 2011 in de gemeente Heerlen, tezamen en in vereniging met anderen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het

opzettelijk bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren van MDMA en/of amfetamine, zijnde MDMA en amfetamine middelen als vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen een hoeveelheid cafeïne en zwavelzuur en methanol voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte en zijn, verdachtes, mededaders wisten dat die bestemd waren tot het plegen van die feiten;

5

op 15 juni 2011 in de gemeente Heerlen, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 1.026 gram GHB, zijnde GHB een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II;

6

in de periode van 1 april 2011 tot en met 15 juni 2011 in de gemeente Heerlen, heeft deelgenomen aan een organisatie, te weten een samenwerkingsverband van een aantal natuurlijke personen, van welke organisatie onder meer deel uitmaakten M. [naam medeverdachte 5] en W. [naam medeverdachte 8] en R. [naam medeverdachte 6] en P. [naam medeverdachte 4] en C. [naam medeverdachte 7], welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 10 derde en/of vierde en/of vijfde lid van de Opiumwet en/of als bedoeld in artikel 10a lid 1 van de Opiumwet, namelijk het buiten het grondgebied van Nederland brengen van MDMA en amfetamine, middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I en het voorbereiden en/of bevorderen van voornoemde feiten.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde en de kwalificatie

4.1

De strafbaarheid

Het bewezenverklaarde is strafbaar.

4.2

De kwalificatie

Het bewezenverklaarde levert op de navolgende strafbare misdrijven:

Ten aanzien van feit 2:

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd

Ten aanzien van feit 3:

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod

Ten aanzien van feit 4:

medeplegen van om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10, voor te bereiden of te bevorderen, stoffen voorhanden hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit

Ten aanzien van feit 5:

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod

Ten aanzien van feit 6:

deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 10, derde, vierde of vijfde lid, en 10a, eerste lid, van de Opiumwet

5 De strafbaarheid van verdachte

De verdachte is strafbaar voor het bewezenverklaarde nu geen omstandigheid aannemelijk is geworden die verdachtes strafbaarheid opheft.

6 De oplegging van straf

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 215 dagen, waarvan 200 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Daarnaast heeft hij een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 80 dagen, subsidiair 40 dagen, gevorderd.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht, voor zover de rechtbank tot een andere bewezenverklaring komt dan door de raadsman betoogd, aan verdachte op te leggen een gecombineerde gevangenisstraf, waarvan het onvoorwaardelijke deel gelijk is aan de duur van het voorarrest, en een taakstraf in de vorm van een werkstraf. Hij heeft daartoe aangevoerd dat onderhavige strafzaak vergaande gevolgen voor verdachte heeft gehad.

Voor zover de rechtbank de raadsman zal volgens in diens betoog voor wat betreft de bewezenverklaring, dan heeft hij verzocht de duur van het voorwaardelijk deel van de gevangenisstraf te verminderen. Voor zover er een taakstraf in de vorm van een werkstraf wordt opgelegd, dient hierop de duur van het voorarrest te worden afgetrokken.

De raadsman heeft nog verzocht rekening te houden met de omstandigheid dat verdachtes koopwoning als gevolg van de feiten voor de duur van één jaar werd gesloten. Hij heeft ten slotte verzocht het tijdsverloop te verdisconteren in de strafmaat.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. De rechtbank heeft in het bijzonder acht geslagen op het volgende.

Verdachte heeft zich gedurende ruim een maand schuldig gemaakt aan overtredingen van de Opiumwet. Verdachte maakte deel uit van een organisatie die zich bezighield met de productie van synthetische drugs. Binnen de organisatie werd gebruik gemaakt van verschillende opslag- en productieplaatsen. Verdachte heeft zijn woning ter beschikking gesteld voor opslag. Daardoor had verdachte ook harddrugs voorhanden.

Het is een feit van algemene bekendheid dat harddrugs grote gevaren opleveren voor de gezondheid van gebruikers. Bovendien gaat de handel in en het gebruik van verdovende middelen gepaard met verschillende vormen van overlast en criminaliteit, waardoor de samenleving ernstige schade wordt berokkend. Daarnaast is het grensoverschrijdende transport van verdovende middelen een groot probleem. Dat geldt in het bijzonder voor de regio Zuid-Limburg. Als gevolg van de geografische ligging tussen België en Duitsland, is transport vanuit deze regio naar het buitenland relatief gemakkelijk te doen. Omdat de prijsverschillen tussen Nederland en de ons omringende landen naar bekend is aanzienlijk zijn, kan veel geld verdiend worden met dergelijke transporten. Verdachte heeft een niet te verwaarlozen bijdrage geleverd aan de strafbare feiten die medeverdachte [naam medeverdachte 5] pleegde uit oogpunt van geldelijk gewin. Verdachte heeft vanuit dezelfde motieven deze strafbare feiten gepleegd.

De rechtbank acht een combinatie van straffen op zijn plaats, te weten een deels voorwaardelijke gevangenisstraf en een taakstraf. Met de deels voorwaardelijke gevangenisstraf wil de rechtbank de ernst van de feiten tot uitdrukking brengen. Een dergelijk voorwaardelijk deel lijkt niet noodzakelijk om het recidiverisico te beteugelen. Ter zitting is immers gebleken dat verdachte zich realiseert dat hij een grote fout heeft begaan. Hij heeft verklaard over zijn aandeel in de onderhavige strafzaak. De financiële problemen hebben verdachte doen besluiten over te gaan tot het plegen van strafbare feiten.

Als gevolg van de strafbare feiten is verdachte een jaar lang uit zijn woning gezet geweest. Dit heeft grote gevolgen gehad voor het leven van verdachte en dat van zijn gezin. Hoewel de sluiting van de woning een bestuursrechtelijke maatregel is, is de rechtbank van oordeel dat dergelijke ingrijpende bestuursdwang dient mee te wegen bij het bepalen van de straf in het kader van de strafzaak tegen verdachte. De rechtbank acht het mede daarom niet passend om verdachte een langere gevangenisstraf op te leggen dan de tijd die hij reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Daar komt nog bij dat verdachte zich niet eerder schuldig heeft gemaakt aan soortgelijke feiten.

Met de op te leggen taakstraf wil de rechtbank verdachte de directe gevolgen van zijn strafwaardig gedrag laten voelen. Hij moet immers weten dat haar handelen absoluut niet getolereerd kan worden.

Alles overwegende acht de rechtbank de door de officier van justitie gevorderde strafeis alleszins redelijk en zij zal deze dan ook overnemen. De rechtbank zal een gevangenisstraf voor de duur van 215 dagen, waarvan 200 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, en een taakstraf voor de duur van 80 uren opleggen.

7 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 3, 10, 10a, 11 en 11a van de Opiumwet, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

8 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van het onder 1 tenlastegelegde feit;

Bewezenverklaring

  • -

    verklaart het tenlastegelegde bewezen, zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;

  • -

    spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4.2 is omschreven;

  • -

    verklaart verdachte strafbaar;

Straffen

  • -

    veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 215 dagen, waarvan 200 dagen voorwaardelijk;

  • -

    bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast omdat verdachte voor het einde van een proeftijd van twee jaar de algemene voorwaarde overtreedt;

  • -

    stelt als algemene voorwaarde dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijke deel van de opgelegde gevangenisstraf;

  • -

    veroordeelt verdachte tot taakstraf voor de duur van 80 uren;

  • -

    beveelt dat indien verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 40 dagen.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.H.M. Kuster, voorzitter, mr. G.P.C. Dijkshoorn-Sleebe en mr. J. Wöretshofer, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.K. Spronk, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 13 december 2013, zijnde mr. J. Wöretshofer buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

1.

hij, verdachte, in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 14 juni 2011 in de gemeente Heerlen en/of in de gemeente Kerkrade, in elk geval in het arrondissement Maastricht en/of elders in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht, (telkens) (een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende MDMA en/of MDA en/of tenamfetamine en/of N-ethyl-MDA en/of metamfetamine en/of brolamfetamine en/of amfetamine, zijnde MDMA en/of MDA en/of tenamfetamine en/of N-ethyl-MDA en/of metamfetamine en/of brolamfetamine en/of amfetamine (een) middel(en) als bedoeld in de bij die wet behorende lijst I;

2.

hij, verdachte, in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 14 juni 2011 in de gemeente Heerlen en/of in de gemeente Kerkrade, in elk geval in het arrondissement Maastricht en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval

(telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad (een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende MDMA en/of MDA en/of tenamfetamine en/of N-ethyl-MDA en/of brolamfetamine en/of metamfetamine en/of amfetamine, zijnde MDMA en/of MDA en/of tenamfetamine en/of N-ethyl-MDA en/of brolamfetamine en/of metamfetamine en/of amfetamine (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

3.

hij, verdachte, op of omstreeks 15 juni 2011 in de gemeente Heerlen, in elk geval in het arrondissement Maastricht, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 1.770 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal (in poeder- en/of tabletvorm) bevattende MDMA en/of MDA en/of tenamfetamine en/of N-ethyl-MDA en/of metamfetamine en/of brolamfetamine en/of amfetamine, zijnde MDMA en/of MDA en/of tenamfetamine en/of N-ethyl-MDA en/of metamfetamine en/of brolamfetamine en/of amfetamine (een) middel(en) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I;

4.

hij, verdachte, op of omstreeks 15 juni 2011 in de gemeente Heerlen, in elk geval in het arrondissement Maastricht, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren van MDMA en/of MDA en/of tenamfetamine en/of N-ethyl-MDA en/of brolamfetamine en/of metamfetamine en/of amfetamine, in elk geval van een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA en/of MDA en/of tenamfetamine en/of N-ethyl-MDA en/of brolamfetamine en/of metamfetamine en/of amfetamine, zijnde MDMA en/of MDA en/of tenamfetamine en/of N-ethyl-MDA en/of

brolamfetamine en/of metamfetamine en/of amfetamine (een) middel(en) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I voor te bereiden en/of te bevorderen (een) hoeveelhe(i)d(en) cafeine en/of fenacetine en/of zwavelzuur en/of methanol en/of een weegschaal en/of (een) sealappara(a)t(en), voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte en/of zijn, verdachtes, mededader(s) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden, dat dat/die bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en);

5.

hij, verdachte, op of omstreeks 15 juni 2011 in de gemeente Heerlen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 1.026 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram GHB, zijnde GHB een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II;

6.

hij, verdachte, in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 15 juni 2011 in de gemeente Heerlen en/of in de gemeente Kerkrade, in elk geval in het arrondissement Maastricht en/of elders in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, te weten een samenwerkingsverband van een aantal natuurlijke personen, van welke organisatie onder meer deel uitmaakten M. [naam medeverdachte 5] en/of W. [naam medeverdachte 8] en/of R. [naam medeverdachte 6] en/of R. [naam medeverdachte 1] en/of M. [naam medeverdachte 3] en/of P. [naam medeverdachte 4] en/of C. [naam medeverdachte 7] en/of R. [naam medeverdachte 2], welke organisatie tot oogmerk

had het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 10 derde en/of vierde en/of vijfde lid van de Opiumwet en/of als bedoeld in artikel 10a lid 1 van de Opiumwet, namelijk het meermalen, althans eenmaal (telkens) buiten het grondgebied van Nederland brengen, in elk geval het (telkens) bereiden en/of het bewerken en/of het verwerken en/of het verkopen en/of het afleveren en/of het verstrekken en/of het vervoeren van MDMA en/of MDA en/of tenamfetamine en/of N-ethyl-MDA en/of metamfetamine en/of brolamfetamine en/of amfetamine, in elk geval (een) hoeveelhe(i)d(en) van (een) middel(en) als bedoeld in de

bij de Opiumwet behorende lijst I en/of het voorbereiden en/of bevorderen van voornoemd(e) feit(en).

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

parketnummer: 03/703241-11

proces-verbaal van het voorgevallene ter openbare zitting van de meervoudige kamer van de rechtbank voornoemd van 13 december 2013 in de zaak tegen:

[naam verdachte],

geboren te [geboortegegevens verdachte],

wonende te[adresgegevens verdachte].

Tegenwoordig:

mr. P.H.M. Kuster, voorzitter,

mr. E.H.A.F.M. Krol en mr. G.P.C. Dijkshoorn-Sleebe, rechters,

mr. L. Geuns, officier van justitie,

mr. C.K. Spronk, griffier.

De rechter doet de zaak uitroepen.

De verdachte is in de zaal van de zitting aanwezig.

De rechter spreekt het vonnis uit en geeft de verdachte kennis dat hij daartegen binnen 14 dagen hoger beroep kan instellen.

Waarvan proces-verbaal, vastgesteld en getekend door de voorzitter en de griffier.

Raadsman mr. R.J.H. Corten, advocaat te Sittard.

1 De vindplaatsvermeldingen, voorkomend in de hierna opgenomen bewijsmiddelen en de motivering van de bewezenverklaring, verwijzen naar de doorlopende paginanummering in de voor eensluidend afschrift gewaarmerkte kopie van het in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde verbalisanten van de politie Limburg-Zuid opgemaakte proces-verbaal met proces-verbaalnummer 2011064828, genummerd 1 tot en met 2971 d.d. 18 januari 2012 en de als bijlagen daarbij gevoegde schriftelijke bescheiden, welke alle wettige bewijsmiddelen zijn als bedoeld in artikel 344, eerste lid jo artikel 339, eerste lid onder 5º van het Wetboek van Strafvordering.

2 Stam pv einddossier zaak 3, p. 1133 van het einddossier 2011064828 Jaguar, van de Politie Limburg Zuid, divisie regionale recherche, afdeling georganiseerde criminaliteit, doorgenummerd van pagina 1 tot en met 2971. Naar dit einddossier, dat in de wettelijke vorm is opgemaakt, zal hierna verwezen worden. I.v.m.de overzichtelijkheid is voor de vindplaats van tapgesprekken verwezen naar de plaats waar ze zijn opgenomen in de stam-pv’s van de zaakdossiers.

3 Stamproces-verbaal einddossier zaak 3 d.d. 18 januari 2012, p. 1134.

4 Stamproces-verbaal einddossier zaak 3 d.d. 18 januari 2012, p. 1135.

5 Stamproces-verbaal einddossier zaak 3 d.d. 18 januari 2012, p. 1136.

6 Stamproces-verbaal einddossier zaak 3 d.d. 18 januari 2012, p. 1138.

7 Stamproces-verbaal einddossier zaak 3 d.d. 18 januari 2012, p. 1139.

8 Stamproces-verbaal einddossier zaak 3 d.d. 18 januari 2012, p. 1139.

9 Stamproces-verbaal einddossier zaak 3 d.d. 18 januari 2012, p. 1140.

10 Stamproces-verbaal einddossier zaak 3 d.d. 18 januari 2012, p. 1141.

11 Stamproces-verbaal einddossier zaak 3 d.d. 18 januari 2012, p. 1142.

12 Stamproces-verbaal einddossier zaak 3 d.d. 18 januari 2012, p. 1143.

13 Stamproces-verbaal einddossier zaak 3 d.d. 18 januari 2012, p. 1143.

14 Stamproces-verbaal einddossier zaak 3 d.d. 18 januari 2012, p. 1143.

15 Stamproces-verbaal einddossier zaak 3 d.d. 18 januari 2012, p. 1144.

16 Stamproces-verbaal einddossier zaak 3 d.d. 18 januari 2012, p. 1144.

17 Stamproces-verbaal einddossier zaak 3 d.d. 18 januari 2012, p. 1144.

18 Stamproces-verbaal einddossier zaak 3 d.d. 18 januari 2012, p. 1145.

19 Stamproces-verbaal einddossier zaak 3 d.d. 18 januari 2012, p. 1145.

20 Proces-verbaal observatie [voorletters] [naam medeverdachte 5] d.d. 10 mei 2011, p. 1188.

21 Stamproces-verbaal einddossier zaak 3 d.d. 18 januari 2012, p. 1146.

22 Stamproces-verbaal einddossier zaak 3 d.d. 18 januari 2012, p. 1146.

23 Proces-verbaal bevindingen terzake waarneming op zaterdag 7 mei 2011 d.d. 18 juli 2011, p. 1195 en 1196.

24 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 16 december 2011, p. 2368 en 2369, het geschrift, te weten de NFI-aanvraag, d.d. 29 juli 2011, p. 2405, het proces-verbaal mbt MMC testen d.d. 30 juni 2011, p. 2411, het geschrift, te weten de NFI-aanvraag, d.d. 23 juni 2011, p.2417 en 2418, het geschrift, te weten het NFI rapport, d.d. 6 september 2011, p. 2409 en 2410 en het geschrift, te weten het NFI rapport, d.d. 14 juli 2011, p. 2421.

25 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 16 december 2011, p. 2368 en het proces-verbaal mbt MMC testen d.d. 30 juni 2011, p. 2411 en 2412.

26 Proces-verbaal verhoor verdachte [naam medeverdachte 3] d.d. 29 juni 2011, p. 480.

27 Proces-verbaal verhoor verdachte [naam medeverdachte 3] d.d. 29 juni 2011, p. 481.

28 Proces-verbaal verhoor verdachte [naam medeverdachte 3] d.d. 29 juni 2011, p. 482.

29 Proces-verbaal verhoor verdachte [naam medeverdachte 3] d.d. 12 juli 2011, p. 499.

30 Het gesprek zoals weergegeven in het stamproces-verbaal einddossier zaak 3 d.d. 18 januari 2012, p. 1135.

31 Proces-verbaal verhoor verdachte [naam medeverdachte 3] d.d.12 juli 2011, p. 500

32 Proces-verbaal verhoor verdachte [naam medeverdachte 3] d.d. 12 juli 2011, p. 500.

33 Het bericht zoals weergegeven in het stamproces-verbaal einddossier zaak 3 d.d. 18 januari 2012, p. 1141.

34 Proces-verbaal verhoor verdachte [naam medeverdachte 3] d.d. 12 juli 2011, p. 501.

35 Proces-verbaal verhoor verdachte [naam medeverdachte 3] d.d. 12 juli 2011, p. 503.

36 Proces-verbaal verhoor verdachte [naam medeverdachte 3] d.d. 12 juli 2011, p. 504.

37 Proces-verbaal verhoor verdachte [naam verdachte] d.d. 18 juni 2011, p. 335.

38 Proces-verbaal verhoor verdachte [naam verdachte] d.d. 29 juni 2011, p. 344.

39 Proces-verbaal verhoor verdachte [naam verdachte] d.d. 29 juni 2011, p. 345 en 346.

40 Proces-verbaal verhoor verdachte [B.] d.d. 22 juni 2011, p. 425, 426 en 427.

41 Stamproces-verbaal einddossier zaak 4 d.d. 18 januari 2012, p. 1205.

42 Stamproces-verbaal einddossier zaak 4 d.d. 18 januari 2012, p. 1205.

43 Stamproces-verbaal einddossier zaak 4 d.d. 18 januari 2012, p. 1206.

44 Stamproces-verbaal einddossier zaak 4 d.d. 18 januari 2012, p. 1206.

45 Stamproces-verbaal einddossier zaak 4 d.d. 18 januari 2012, p. 1205.

46 Stamproces-verbaal einddossier zaak 4 d.d. 18 januari 2012, p. 1211.

47 Stamproces-verbaal einddossier zaak 4 d.d. 18 januari 2012, p. 1213.

48 Stamproces-verbaal einddossier zaak 4 d.d. 18 januari 2012, p. 1211.

49 Stamproces-verbaal einddossier zaak 4 d.d. 18 januari 2012, p. 1211.

50 Stamproces-verbaal einddossier zaak 4 d.d. 18 januari 2012, p. 1212.

51 Stamproces-verbaal einddossier zaak 4 d.d. 18 januari 2012, p. 1212.

52 Stam pv einddossier zaak 4, p. 1212

53 Proces-verbaal, Gerechtelijk arrondissement, Gerechtelijk arrondissement Tongeren, Lokale Politie 5385, Noordoost Limburg, p. 2926, 2935. Waarneming van de rechtbank ter terechtzitting dat de man op de foto van pagina 2935 verdachte [naam medeverdachte 8] is.

54 Stamproces-verbaal einddossier zaak 4 d.d. 18 januari 2012, p. 1219.

55 Stamproces-verbaal einddossier zaak 4 d.d. 18 januari 2012, p. 1218.

56 Proces-verbaal observatie M. [naam medeverdachte 5], R. [naam medeverdachte 6] en W. [naam medeverdachte 8] d.d. 6 juni 2011, p. 1264

57 Proces-verbaal observatie M. [naam medeverdachte 5], R. [naam medeverdachte 6] en W. [naam medeverdachte 8] d.d. 6 juni 2011, p. 1265

58 Stamproces-verbaal einddossier zaak 4 d.d. 18 januari 2012, p. 1220.

59 Stamproces-verbaal einddossier zaak 4 d.d. 18 januari 2012, p. 1220 en 1221.

60 Proces-verbaal aanhouding van [naam medeverdachte 5] Theodorus [naam medeverdachte 5] d.d. 15 juni 2011, p. 69 en het proces-verbaal van verhoor verdachte [naam medeverdachte 4] d.d. 15 juni 2011, p. 109

61 Stamproces-verbaal einddossier zaak 4 d.d. 18 januari 2012, p. 1222.

62 Stamproces-verbaal einddossier zaak 4 d.d. 18 januari 2012, p. 1221.

63 Proces-verbaal observatie W.J.F. [naam medeverdachte 8] d.d. 8 juni 2011, p. 1274

64 Proces-verbaal observatie W.J.F. [naam medeverdachte 8] d.d. 8 juni 2011, p. 1275

65 Proces-verbaal observatie W.J.F. [naam medeverdachte 8] d.d. 8 juni 2011, p. 1276

66 Stamproces-verbaal einddossier zaak 4 d.d. 18 januari 2012, p. 1225.

67 Stamproces-verbaal einddossier zaak 4 d.d. 18 januari 2012, p. 1226.

68 Stamproces-verbaal einddossier zaak 4 d.d. 18 januari 2012, p. 1227.

69 Stamproces-verbaal einddossier zaak 4 d.d. 18 januari 2012, p. 1228.

70 Proces-verbaal observatie W.J.F. [naam medeverdachte 8] d.d. 15 juni 2011, p. 1268

71 Proces-verbaal observatie W.J.F. [naam medeverdachte 8] d.d. 15 juni 2011, p. 1269

72 Proces-verbaal observatie W.J.F. [naam medeverdachte 8], p. 1270 en het stamproces-verbaal einddossier zaak 4 d.d. 18 januari 2012, p. 1225.

73 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 16 december 2011, 2277, het proces-verbaal van kennisgeving van inbeslagneming d.d. 15 juni 2011, p. 2300 en 2301, het geschrift, te weten de NFI-aanvraag, d.d. 29 juli 2011, p. 2338, het geschrift, te weten de NFI-aanvraag d.d. 23 juni 2011, p. 2330, het geschrift, te weten het NFI-rapport d.d. 17 augustus 2011, p. 2335 en het geschrift, te weten het NFI-rapport, d.d. 19 augustus 2011, p. 2341.

74 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 16 december 2011, 2277, het geschrift, te weten de NFI-aanvraag d.d. 23 juni 2011, p. 2330 en het geschrift, te weten het NFI-rapport d.d. 17 augustus 2011, p. 2335.

75 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 16 december 2011, 2277, het geschrift, te weten de NFI-aanvraag d.d. 23 juni 2011, p. 2330, het geschrift, te weten de NFI-aanvraag, d.d. 29 juli 2011, p. 2338, het geschrift, te weten het NFI-rapport d.d. 17 augustus 2011, p. 2335 en het geschrift, te weten het NFI-rapport, d.d. 19 augustus 2011, p. 2341.

76 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 16 december 2011, 2277, het geschrift, te weten de NFI-aanvraag d.d. 23 juni 2011, p. 2330 en het geschrift, te weten het NFI-rapport d.d. 17 augustus 2011, p. 2335.

77 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 16 december 2011, 2278, het geschrift, te weten de NFI-aanvraag, d.d. 29 juli 2011, p. 2338 en het geschrift, te weten het NFI-rapport, d.d. 19 augustus 2011, p. 2341.

78 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 16 december 2011, 2278, het geschrift, te weten de NFI-aanvraag d.d. 23 juni 2011, p. 2330 en het geschrift, te weten het NFI-rapport d.d. 17 augustus 2011, p. 2335.

79 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 16 december 2011, 2278 en het proces-verbaal mbt MMC testen d.d. 13 juli 2011, p. 2314.

80 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 16 december 2011, 2278.

81 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 16 december 2011, 2278, het geschrift, te weten de NFI-aanvraag d.d. 23 juni 2011, p. 2330 en het geschrift, te weten het NFI-rapport d.d. 17 augustus 2011, p. 2335.

82 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 16 december 2011, 2278 en 2279.

83 Proces-verbaal van verhoor verdachte [naam medeverdachte 4] d.d. 18 juni 2011, p. 129 en 130.

84 Stamproces-verbaal einddossier zaak 5 d.d. 18 januari 2012, p. 1287.

85 Stamproces-verbaal einddossier zaak 5 d.d. 18 januari 2012, p. 1288.

86 Stamproces-verbaal einddossier zaak 5 d.d. 18 januari 2012, p. 1288.

87 Stamproces-verbaal einddossier zaak 5 d.d. 18 januari 2012, p. 1289

88 Stamproces-verbaal einddossier zaak 5 d.d. 18 januari 2012, p. 1289 en 1290.

89 Stamproces-verbaal einddossier zaak 5 d.d. 18 januari 2012, p. 1290.

90 Stamproces-verbaal einddossier zaak 5 d.d. 18 januari 2012, p. 1327.

91 Stamproces-verbaal einddossier zaak 5 d.d. 18 januari 2012, p. 1292.

92 Stamproces-verbaal einddossier zaak 5 d.d. 18 januari 2012, p. 1293.

93 Stamproces-verbaal einddossier zaak 5 d.d. 18 januari 2012, p. 1293.

94 Stamproces-verbaal einddossier zaak 5 d.d. 18 januari 2012, p. 1294 en 1295.

95 Stamproces-verbaal einddossier zaak 5 d.d. 18 januari 2012, p. 1297 en 1298.

96 Stamproces-verbaal einddossier zaak 5 d.d. 18 januari 2012, p. 1298 en 1299.

97 Stamproces-verbaal einddossier zaak 5 d.d. 18 januari 2012, p. 1299.

98 Stamproces-verbaal einddossier zaak 5 d.d. 18 januari 2012, p. 1299 en 1300.

99 Stamproces-verbaal einddossier zaak 5 d.d. 18 januari 2012, p. 1300 en 1301.

100 Een schriftelijk bescheid, zijnde een “Tatbericht”van het Hauptzollamt Aachen d.d. 14 juni 2011, p. 1382.

101 Een schriftelijk bescheid, zijnde een “Gutachten” van Dr. Laussmann, Diplom-Chemiker, van het Bildungs- und Wissenschaftszentrum der Bundesfinanzverwaltung Wissenschaft und Technik Dienstsitz Köln, d.d. 3 augustus 2011, p.1384,1385 en 1387.

102 Stamproces-verbaal einddossier zaak 5 d.d. 18 januari 2012, p. 1303. Een schriftelijk bescheid, zijnde een “Gutachten” van Dr. Laussmann, Diplom-Chemiker, van het Bildungs- und Wissenschaftszentrum der Bundesfinanzverwaltung Wissenschaft und Technik Dienstsitz Köln, d.d. 3 augustus 2011, p.1384, 1385 en 1387.

103 Een schriftelijk bescheid, zijnde een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut d.d. 13 januari 2012, zaaknummer 2011.07.08.014, p. 2827 e.v. beslagdossier.

104 Stamproces-verbaal einddossier zaak 5 d.d. 18 januari 2012, p. 1303,1304. Een schriftelijk bescheid, zijnde een “Gutachten” van Dr. Laussmann, Diplom-Chemiker, van het Bildungs- und Wissenschaftszentrum der Bundesfinanzverwaltung Wissenschaft und Technik Dienstsitz Köln, d.d. 3 augustus 2011, p.1384, 1385 en 1387.

105 Stamproces-verbaal einddossier zaak 5 d.d. 18 januari 2012, p. 1307.

106 Stamproces-verbaal einddossier zaak 5 d.d. 18 januari 2012, p. 1307, 1308 en 1309.

107 Stamproces-verbaal einddossier zaak 5 d.d. 18 januari 2012, p. 1310.

108 Stamproces-verbaal einddossier zaak 5 d.d. 18 januari 2012, p. 1316.

109 Stamproces-verbaal einddossier zaak 5 d.d. 18 januari 2012, p. 1316 en 1317.

110 Proces-verbaal van verhoor verdachte [naam medeverdachte 4] d.d. 18 juni 2011, p. 131.

111 Stamproces-verbaal einddossier zaak 5 d.d. 18 januari 2012, p. 1319 en 1320.

112 Stamproces-verbaal einddossier zaak 5 d.d. 18 januari 2012, p. 1321.

113 Stamproces-verbaal einddossier zaak 5 d.d. 18 januari 2012, p. 1321 en 1322.

114 Stamproces-verbaal einddossier zaak 5 d.d. 18 januari 2012, p. 1322 en 1323.

115 Stamproces-verbaal einddossier zaak 5 d.d. 18 januari 2012, p. 1324 en 1325.

116 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1691.

117 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1693.

118 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1693.

119 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1693 en 1694.

120 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1696.

121 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1695.

122 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1697.

123 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1697.

124 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1697.

125 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1697 en 1698.

126 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1718.

127 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1725.

128 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1730.

129 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1731.

130 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1733.

131 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1734.

132 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1736.

133 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1719.

134 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1720.

135 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1725.

136 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1725 en 1726.

137 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1729 en 1730.

138 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1730.

139 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1730 en 1731.

140 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1731.

141 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1733.

142 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1733.

143 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1731.

144 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1732.

145 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1734.

146 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1734.

147 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1736 en 1737.

148 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1699.

149 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1700.

150 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1700 en 1701.

151 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1701.

152 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1701.

153 Feit van algemene bekendheid: HA = Hagen

154 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1705.

155 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1705 en 1706.

156 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1703.

157 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1707.

158 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1710.

159 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1712.

160 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1713

161 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1714

162 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1715

163 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1715

164 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1716

165 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1716

166 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1740 en het proces-verbaal mbt telefoontoestellen zonder microfoon d.d. 2 januari 2012, p. 1846 tot en met 1849.

167 Proces-verbaal mbt telefoontoestellen zonder microfoon d.d. 2 januari 2012, p. 1849.

168 Proces-verbaal mbt telefoontoestellen zonder microfoon d.d. 2 januari 2012, . 1846 tot en met 1849.

169 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1742 en -1743.

170 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1745.

171 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1747.

172 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1749 en 1750.

173 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1750.

174 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1751 en 1754.

175 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1754 en 1755.

176 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1756 en 1758.

177 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1760 en 1763.