Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2013:12129

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
24-12-2013
Datum publicatie
24-12-2013
Zaaknummer
03/659243-13
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHSHE:2015:1671, Niet ontvankelijk
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank veroordeelt een man tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van negen maanden, TBS met dwangverpleging en het betalen van een schadevergoeding van € 800,00 voor meerdere verbale bedreigingen tegen verschillende personen. De man is verminderd toerekeningsvatbaar.

In de rapportages wordt geadviseerd TBS met voorwaarden op te leggen. Voorts blijkt uit de rapportages, met name de rapportage van de reclassering, en uit hetgeen de man ter terechtzitting heeft verklaard, dat de man zich slechts aan de voorwaarden zal houden indien hij deze zinvol vindt. Gelet daarop, alsmede het hoge risico op herhaling en de bescherming van de veiligheid van de maatschappij, is de rechtbank van oordeel dat TBS met dwangverpleging noodzakelijk is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK Limburg

Zittingsplaats Roermond

Strafrecht

Parketnummer : 03/659243-13

Parketnummer : 04/138773/11 (tul)

Datum uitspraak : 24 december 2013

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Limburg, meervoudige kamer voor strafzaken,

in de zaak tegen:

[naam verdachte],

geboren te [geboortegegevens verdachte],

thans gedetineerd in Vught PPC, Lunettenlaan 501 Vught.

1 Het onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van

10 december 2013.

2 De tenlastelegging

De verdachte staat terecht ter zake dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 02 juni 2013 tot en met 5 juni 2013 in de gemeente Roermond, althans in het arrondissement Roermond[naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] (roepnaam [naam slachtoffer 2]) [naam slachtoffer 2] (indirect) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling,

immers heeft verdachte opzettelijk dreigend tegen [K.H.], zijnde de behandelend psychiater van hem, verdachte, de woorden geuit

- dat hij zo boos was op twee mensen van het [M.] te Horn, dat deze personen

hem onrecht hadden aangedaan en dat hij daarom daar weg moest en dat dit zou

resulteren in het feit dat hij hen ging vermoorden en/of

- dat hij[naam slachtoffer 1] en [naam slachtoffer 2] zou gaan vermoorden en/of

- dat hij wist dat [naam slachtoffer 2] zwanger was en dat hij ervoor zou zorgen dat dit beëindigd zou

worden en/of

- dat hij TBS wilde hebben en dat hij dan in een gevangenis kon zitten,

althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking, terwijl deze woorden ter kennis van die [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] zijn gekomen;

2.

hij in of omstreeks de periode van 10 april 2013 tot en met 11 april 2013 te Horn, in elk geval in de gemeente Leudal,[naam slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [naam slachtoffer 1] meermalen, althans eenmaal dreigend de woorden toegevoegd :"Jij komt hier niet meer weg vanavond" en/of "Jij komt niet levend van dit terrein af", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

3.

hij op of omstreeks 11 april 2013 te Horn, in elk geval in de gemeente Leudal,[naam slachtoffer 1] (indirect) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend tegen [C.R.], zijnde de leidinggevende van die [naam slachtoffer 1], de woorden geuit dat [naam slachtoffer 1] en de kinderen van [naam slachtoffer 1] niet veilig zouden zijn, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking, terwijl deze woorden ter kennis van die [naam slachtoffer 1] zijn gekomen;

4.

hij op of omstreeks 03 mei 2013 te Horn, in elk geval in de gemeente Leudal, [naam slachtoffer 2] (roepnaam [naam slachtoffer 2]) [naam slachtoffer 2] en/of de ongeboren vrucht van die [naam slachtoffer 2] (indirect) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling,

immers heeft verdachte opzettelijk dreigend tegen [M.O.], zijnde een collega van die [naam slachtoffer 2], de woorden geuit dat hij, verdachte, er zorg voor zou dragen dat haar zwangerschap beëindigd zou worden, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking, terwijl deze woorden ter kennis van die [naam slachtoffer 2] zijn gekomen;

5.

hij op of omstreeks 15 mei 2013 te Horn, in elk geval in de gemeente Leudal, [M.O.] in de [K.] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend - telefonisch - tegen voornoemde In den [K.] de woorden geuit dat dat de politie nog niet gebeld had en dat

zij hem nu meteen moest bellen, want anders zou hij, verdachte, die in de [K.] mee de dood in sleuren, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

6.

hij op of omstreeks 04 juni 2013 in de gemeente Roermond opzettelijk en wederrechtelijk een (bestel)auto (Opel Combo), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam architectenburo] Architecten, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd.

Voor zover in de tenlastelegging kennelijke schrijffouten of misslagen voorkomen, zijn die in deze weergave van de tenlastelegging door de rechtbank verbeterd. De verdachte is door deze verbetering, zoals uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, niet in de verdediging geschaad.

3 De geldigheid van de dagvaarding

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke eisen voldoet en dus geldig is.

4 De bevoegdheid van de rechtbank

Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen.

5 De ontvankelijkheid van de officier van justitie

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. De officier van justitie kan dus in de vervolging worden ontvangen.

6 Schorsing der vervolging

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing der vervolging gebleken.

7 Bewijsoverwegingen

7.1.

Standpunten van de officier van justitie en de verdediging

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd dat het onder 1 tot en met 6 ten laste gelegde zal worden bewezen verklaard.

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de ten laste gelegde feiten, gelet op de verklaringen van verdachte, bewezen kunnen worden verklaard. Met betrekking tot feit 2 stelt de raadsman dat het ten laste gelegde feit zich afspeelde in Haelen.

7.2.

Bewijsmiddelen en overwegingen van de rechtbank 1

De overtuiging van de rechtbank dat de verdachte het onder 1, 2, 3, 4, 5 en 6 ten laste gelegde heeft begaan, is gegrond op de feiten en de omstandigheden die zijn vervat in de volgende bewijsmiddelen.

De hieronder vermelde bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit, waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

Ten aanzien van feit 1:

De bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 10 december 20132, de aangiften van [naam slachtoffer 1] [naam slachtoffer 1]3 en [naam slachtoffer 2] [naam slachtoffer 2]4 en de verklaring van [K.H.]5.

Ten aanzien van feit 2:

De bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 10 december 20136 en de aangifte van [naam slachtoffer 1] [naam slachtoffer 1]7.

Ten aanzien van feit 3:

De bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 10 december 20138, de aangifte van [naam slachtoffer 1] [naam slachtoffer 1]9 en de bevindingen van de politie10.

Ten aanzien van feit 4:

De bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 10 december 201311, de aangifte van [naam slachtoffer 2] [naam slachtoffer 2]12 en de verklaring van [M.O.]13.

Ten aanzien van feit 5:

De bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 10 december 201314 en de aangifte van [K.]15.

Ten aanzien van feit 6:

Op 4 juni 2013 doet[B.W.] namens [naam architectenburo] Architecten aangifte16 van vernieling. Hij verklaart – zakelijk weergegeven – als volgt:

“Ik ben projectmanager bij [naam architectenburo] Architecten, gevestigd aan de [adres]. Op 4 juni 2013, omstreeks 01.53 uur, kwam er bij het beveiligingsbedrijf Securitas een alarmmelding binnen van het pand. Een surveillance van Securitas trof op het terrein een verwarde man aan met een bebloed hoofd. Deze surveillance heeft de politie en een ambulance gewaarschuwd. De verwarde man is na behandeling door de ambulancemedewerker door de politie meegenomen. De medewerker van Securitas zag dat er een rolcontainer tegen de achterruit van het voertuig met kenteken [Kenteken] aan stond. De achterruit van het voertuig was als gevolg daarvan kapot. Ik ben die dag om 02.20 uur ter plaatse gegaan en zag toen zelf dat de achterruit van het voertuig kapot was. Vanmorgen heb ik de beelden van de bewakingscamera’s bekeken. Daarop is te zien dat de verwarde man op 4 juni 2013, omstreeks 01.48 uur in het zicht van de camera’s komt. Tevens is op deze beelden te zien dat de man een rolcontainer tegen genoemde auto duwt. Ik stel u deze beelden ter beschikking. De vernielde auto is eigendom van [naam architectenburo] Architecten.”

In het proces-verbaal van aangifte relateert de verbalisant [naam verbalisant] – zakelijk weergegeven – als volgt:

“De aangever verstrekte over de vernieling de volgende aanvullende informatie:

  • -

    Voertuig: bestelauto;

  • -

    Merk/type: Opel Combo-C-Van Z17.”

De verbalisanten [naam verbalisant 3] en [naam verbalisant 2] relateren17 – zakelijk weergegeven – als volgt:

“Op 4 juni 2013 kregen wij een melding dat een verkeersongeval had plaatsgevonden op de Spoorlaan Noord. Om 02.10 uur kwamen wij ter plaatse. Wij zagen dat een man met meerdere schaafwonden in het gezicht en op zijn handen zich op het terrein bevond. Wij zagen dat er een transportrek tegen een op het terrein geparkeerde bedrijfsauto aan lag. Wij zagen dat de ruit van het rechter achterportier beschadigd was. Wij zagen dat de ruit was gebarsten. Deze man bleek te zijn genaamd: [naam verdachte], geboren op 18 maart 1974 te Roermond. Wij en de medewerkers van de beveiliging hebben buiten [naam verdachte] geen andere personen aangetroffen op het terrein. [naam verdachte] werd door ons aangehouden.”

De verbalisant[naam verdachte] relateert18 – zakelijk weergegeven – als volgt:

“Op 6 juni 2013 kreeg ik het verzoek om camerabeelden met betrekking tot de vernieling van een auto te bekijken. Ik zag dat de camera gericht stond op een bedrijfsperceel. Op enig moment komt er een manspersoon in beeld. De manspersoon duwt een karretje vooruit, voorbij een slagboom en daarna duwt hij het karretje in de richting van de geparkeerde bestelauto. Het karretje komt tot stilstand tegen de achterzijde van de bestelauto.”

7.3.

Bewezenverklaring

Op grond van voormelde bewijsmiddelen en overwegingen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3, 4, 5 en 6 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij op 02 juni 2013 in de gemeente Roermond[naam slachtoffer 1] en [naam slachtoffer 2] (roepnaam [naam slachtoffer 2]) [naam slachtoffer 2] (indirect) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling,

immers heeft verdachte opzettelijk dreigend tegen [K.H.], zijnde de behandelend psychiater van hem, verdachte, de woorden geuit

- dat hij zo boos was op twee mensen van het [M.] te Horn, dat deze personen

hem onrecht hadden aangedaan en dat hij daarom daar weg moest en dat dit zou

resulteren in het feit dat hij hen ging vermoorden en

- dat hij[naam slachtoffer 1] en [naam slachtoffer 2] zou gaan vermoorden en

- dat hij wist dat [naam slachtoffer 2] zwanger was en dat hij ervoor zou zorgen dat dit beëindigd zou

worden en

- dat hij TBS wilde hebben en dat hij dan in een gevangenis kon zitten,

terwijl deze woorden ter kennis van die [naam slachtoffer 1] en [naam slachtoffer 2] zijn gekomen;

2.

hij in de periode van 10 april 2013 tot en met 11 april 2013 in de gemeente Leudal[naam slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [naam slachtoffer 1] dreigend de woorden toegevoegd :"Jij komt hier niet meer weg vanavond" en "Jij komt niet levend van dit terrein af";

De rechtbank acht het een feit van algemene bekendheid dat zowel Horn als Haelen deel uitmaken van de gemeente Leudal.

3.

hij op 11 april 2013 te Horn[naam slachtoffer 1] (indirect) heeft bedreigd met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend tegen [C.R.], zijnde de leidinggevende van die [naam slachtoffer 1], de woorden geuit dat [naam slachtoffer 1] en de kinderen van [naam slachtoffer 1] niet veilig zouden zijn, terwijl deze woorden ter kennis van die [naam slachtoffer 1] zijn gekomen;

4.

hij op 03 mei 2013 te Horn [naam slachtoffer 2] (roepnaam [naam slachtoffer 2]) [naam slachtoffer 2] (indirect) heeft bedreigd met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend tegen [M.O.], zijnde een collega van die [naam slachtoffer 2], de woorden geuit dat hij, verdachte, er zorg voor zou dragen dat haar zwangerschap beëindigd zou worden, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking, terwijl deze woorden ter kennis van die [naam slachtoffer 2] zijn gekomen;

5.

hij op 15 mei 2013 te Horn [M.O.] in de [K.] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend - telefonisch - de woorden geuit dat dat de politie nog niet gebeld had en dat zij hem nu meteen moest bellen, want anders zou hij, verdachte, die in de [K.] mee de dood in sleuren, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

6.

hij op 04 juni 2013 in de gemeente Roermond opzettelijk en wederrechtelijk een bestelauto (Opel Combo), toebehorende aan [naam architectenburo] Architecten, heeft beschadigd.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

8 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde en de kwalificatie

8.1.

De strafbaarheid

Het bewezenverklaarde is strafbaar.

8.2.

Kwalificatie

Het ten laste van verdachte bewezenverklaarde levert op de navolgende strafbare misdrijven:

T.a.v. feit 1:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd.

T.a.v. feit 2:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

T.a.v. feit 3:

bedreiging met zware mishandeling.

T.a.v. feit 4:

bedreiging met zware mishandeling.

T.a.v. feit 5:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

T.a.v. feit 6:

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen.

De misdrijven sub 1, 2, 3, 4 en 5 zijn telkens strafbaar gesteld bij artikel 285 van het Wetboek van Strafrecht.

Het misdrijf sub 6 is strafbaar gesteld bij artikel 350 van het Wetboek van Strafrecht.

9 De strafbaarheid van verdachte

De rechtbank heeft in dit kader kennis genomen van het Pro Justitia rapport d.d.

20 augustus 2013 van [v. W.], psychiater. Blijkens de rapportage was er bij verdachte ten tijde van de ten laste gelegde feiten sprake van een verminderde toerekeningsvatbaarheid. Verdachte lijdt aan een persoonlijkheidsstoornis niet anders omschreven (NAO), met borderline, narcistische, theatrale en antisociale kenmerken. Ten tijde van het ten laste gelegde was er sprake van fors alcoholgebruik. Verdachte lijdt aan afhankelijkheid van alcohol, misbruik van cannabis en misbruik van cocaïne

De invloed van de psychopathologie was zo overheersend dat men kan spreken van een direct causaal verband. De kans op herhaling is verhoogd indien de beschreven pathologie voortduurt of verergert. In algemene zin bestaat een verhoogd risico op gewelddadig gedrag. De indruk bestaat dat het gebrekkige zelfgevoel van verdachte steeds meer onder druk komt te staan en dat hij zich sterk bedreigd voelt in zijn broze gevoel van eigenwaarde, waardoor hij steeds meer het contact met de werkelijkheid dreigt te verliezen. Hierdoor kan een gevaarlijke situatie ontstaan. Het recidiverisico kan verminderen wanneer verdachte adequaat behandeld en begeleid wordt. Een zorgintensieve klinische behandeling in de FPK De Woenselse Poort te Eindhoven of een soortgelijke instelling met een vergelijkbare zorgintensiteit en benodigd beveiligingsniveau is hiervoor aangewezen. Naar verwachting zal de klinische behandelduur tenminste 2 jaar bedragen waarna verdachte geleidelijk aan geresocialiseerd kan worden. Geadviseerd wordt verdachte de maatregel van terbeschikkingstelling (TBS) met voorwaarden op te leggen.

De rechtbank heeft tevens kennis genomen van het Pro Justitia rapport d.d.

9 september 2013 van [P.G.], forensisch psycholoog. Ook uit dit rapport blijkt dat er bij verdachte ten tijde van de ten laste gelegde feiten sub 1 t/m 5 sprake was van een verminderde toerekeningsvatbaarheid. Verdachte voldoet zonder twijfel aan de metadefinitie van een persoonlijkheidsstoornis niet anders omschreven (NAO) met borderline, narcistische, theatrale en antisociale kenmerken. Daarnaast is er sprake van problematisch middelengebruik met name van alcohol en in mindere mate van cannabis en cocaïne. De feiten 1 t/m 5 komen zeker gedeeltelijk voort uit zijn persoonlijkheid, waarmee de kans op herhaling groot is. Om de kans op herhaling te verkleinen is behandeling van zijn gecombineerde pathologie noodzakelijk. Een dergelijke klinische behandeling en daaropvolgende resocialisatie kan plaatsvinden in de FPK De Woenselse Poort te Eindhoven of een vergelijkbare instelling. Dit in het kader van de maatregel van de TBS met voorwaarden.

Beide deskundigen komen niet tot de conclusie dat er bij verdachte sprake is van een omstandigheid die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluit.

De rechtbank neemt de conclusies van de deskundigen met betrekking tot de verminderde toerekeningsvatbaarheid over en maakt deze tot de hare. Op grond daarvan is de rechtbank van oordeel dat verdachte strafbaar is voor het bewezen verklaarde. Ook overigens is geen omstandigheid aannemelijk geworden die verdachtes strafbaarheid opheft.

Blijkens het uitgebracht rapport van 31 oktober 2013 van de reclassering wordt het risicoprofiel als hoog ingeschat. Van behandeling in een justitieel kader met voorwaarden, ook binnen een TBS met voorwaarden kader, verwacht de reclassering problemen met betrekking tot de begeleiding van verdachte. Het onttrekken aan voorwaarden door verdachte wordt door de reclassering als hoog ingeschat. Daarnaast wordt gesteld dat eventuele inzet van dwangmaatregelen (bijvoorbeeld medicatie en/of separatie/isolatie) binnen een TBS met voorwaarden niet mogelijk is. Ingeschat wordt voorts dat er risico op letselschade is voor verdachte zelf en willekeurige personen. Ter terechtzitting heeft mevrouw[P.G. 2], reclasseringswerker, verklaard dat begeleiding van verdachte lastig is, omdat hij zich vermoedelijk zal keren tegen de voorwaarden, als deze hem niet zinnen. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij de voorwaarden met betrekking tot medicijngebruik. Als verdachte dit niet wil, dan is er binnen een TBS met voorwaarden geen dwang en ook geen behandeling mogelijk. Geadviseerd wordt om verdachte niet in aanmerking te laten komen voor TBS met voorwaarden.

10 De straffen en/of maatregelen

10.1.

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft bij gelegenheid van de terechtzitting gevorderd dat verdachte ter zake van de feiten 1 t/m 6 zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de tijd van één jaar, met aftrek ex artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht en daarnaast ter zake van de feiten 1 t/m 5 tot oplegging van de maatregel van terbeschikkingstelling (TBS) met dwangverpleging. Verdachte heeft ter terechtzitting aangegeven dat hij zelf wil bepalen of hij zich houdt aan voorwaarden en dat hij geen bezwaar heeft tegen een TBS met dwangverpleging. De officier van justitie heeft aangegeven dat de termijn van de TBS beperkt dient te blijven tot maximaal vier jaren.

Daarnaast heeft de officier van justitie de tenuitvoerlegging gevorderd van de bij vonnis van de politierechter te Roermond van 2 juli 2012 opgelegde voorwaardelijke geldboete van

€ 500,--.

10.2.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft ten aanzien van de gevorderde straf aangevoerd dat hij in de ten laste gelegde feiten de geweldscomponent mist. Verdachte heeft zijn dreigementen niet uitgevoerd. De deskundigen hebben een TBS met voorwaarden geadviseerd. De reclassering heeft geconcludeerd verdachte niet in aanmerking te laten komen voor een TBS met voorwaarden. Primair heeft de raadsman aanhouding van de behandeling van de zaak bepleit om zodoende een intake te doen plaatsvinden bij de Woenselse Poort en daarbij voorwaarden te bespreken, waarover dan vervolgens een rapportage dient te worden uitgebracht en waarna de voorwaarden aan verdachte kunnen worden voorgelegd/ voorgehouden. Subsidiair heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, doch zich wel verzet tegen TBS met dwangverpleging.

Met betrekking tot de vordering tot tenuitvoerlegging heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

De verdachte heeft ter terechtzitting aangegeven geen bezwaar te hebben tegen een TBS met dwangverpleging. Hij is akkoord met plaatsing in de Woenselse Poort.

10.3.

De overwegingen van de rechtbank

Bewezen verklaard is dat verdachte medewerkers van [M.] meermalen heeft bedreigd. Daarnaast heeft verdachte een vernieling gepleegd op een bedrijfsterrein. Als gevolg van de bedreigingen hebben de slachtoffers gevoelens van angst en onzekerheid beleefd. Zij kunnen daardoor in hun deelname aan het maatschappelijk verkeer en – met name in hun werkzaamheden met mensen met problemen – ernstig worden belemmerd. Dat jegens het slachtoffer [naam slachtoffer 1] ook bedreigingen naar zijn familie werden geuit door verdachte, rekent de rechtbank hem zwaar aan.

Ter terechtzitting heeft verdachte op geen enkele wijze inzicht getoond in de onjuistheid van zijn handelwijze. Integendeel, verdachte heeft aangegeven dat wanneer mensen hem dwarsbomen, het slecht met hen kan aflopen.

Ten aanzien van de persoon van verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op de inhoud van het hem betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d.

18 november 2013, waaruit blijkt dat hij reeds eerder door de strafrechter wegens bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht is veroordeeld.

Ter terechtzitting is gebleken dat verdachte niet bereid is voorwaarden bij een voorwaardelijke TBS onvoorwaardelijk na te leven. Verdachte heeft ter terechtzitting aangegeven dat hij de keuzes zelf wenst te maken en wil zich slechts aan voorwaarden houden als hij deze zinvol vindt. Als het hem niet zint doet hij – naar eigen zeggen – niet meer mee.

Uit de rapportages komt naar voren dat een behandeling van lange duur noodzakelijk is om te voorkomen dat een gevaarlijke situatie kan ontstaan. Het gevaar voor herhaling wordt als hoog ingeschat, waarbij gevaarlijke situaties niet worden uitgesloten. De deskundigen concluderen dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar is. De onder 1 t/m 5 vermelde indexdelicten bieden de mogelijkheid van oplegging van de maatregel tot TBS voor maximaal vier jaren. Na ommekomst van 2 jaren vindt door de rechtbank een toets ten aanzien van de verlengingsprocedure plaats. Tevens kan dan voorwaardelijke beëindiging van de TBS – indien mogelijk en gewenst – plaatsvinden.

Gelet op voornoemde rapportages, waarvan met name de rapportage van de reclassering, mede gelet op de uitlatingen van verdachte ter terechtzitting dat hij niet zonder meer akkoord gaat met de gestelde voorwaarden, is de rechtbank van oordeel dat de huidige zaken aan alle voorwaarden voor een TBS met dwangverpleging van maximaal vier jaren voldoen. Immers:

- ten tijde van het bewezen verklaarde feit bestond bij verdachte een

persoonlijkheidsstoornis;

- de door verdachte begane feiten betreffen misdrijven die omschreven zijn in

artikel 285, eerste lid van het Wetboek van Strafrecht;

- de veiligheid van anderen dan verdachte en de algemene veiligheid van personen

of goederen eist oplegging van deze maatregel.

Gelet op het vorenstaande zal de rechtbank verdachte de maatregel van TBS met dwangverpleging opleggen.

Naast deze maatregel acht de rechtbank op grond van de hierboven weergegeven strafoverwegingen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur passend.

10.4.

De vordering van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

[naam slachtoffer 1] [naam slachtoffer 1], p/a [M.], [adres], heeft een vordering benadeelde partij ingediend met betrekking tot de als gevolg van de hiervoor onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten geleden immateriële schade.

[naam slachtoffer 1] [naam slachtoffer 1] voornoemd heeft de immateriële schade op een bedrag van € 800,-- gesteld en wil die schade vergoed krijgen.

Ten laste van verdachte zijn de hiervoor onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten bewezen. Het zijn strafbare feiten en verdachte zal ter zake van die feiten worden veroordeeld.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is de rechtbank gebleken dat verdachte het slachtoffer een onveilig gevoel wilde geven. Verdachte had eigenlijk een hogere vordering verwacht. De raadsman van verdachte heeft zich ten aanzien van deze vordering gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Naar het oordeel van de rechtbank is de vordering derhalve voor toewijzing vatbaar, zodat de rechtbank het schadebedrag zal vaststellen op een totaalbedrag van € 800,--.

Verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor deze schade.

De rechtbank zal over de vordering van de benadeelde partij, overeenkomstig het hiervoren overwogene, beslissen zoals hierna is vermeld, alsmede over de kosten die door de benadeelde partij zijn gemaakt, thans begroot op nihil.

De rechtbank zal tevens aan verdachte de verplichting opleggen aan de Staat een bedrag van € 800,--, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de tijd van 16 dagen, te betalen ten behoeve van [naam slachtoffer 1] [naam slachtoffer 1] voornoemd, zoals hierna in het dictum genoemd.

11 Toepasselijke wetsartikelen

Na te melden beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 10, 24c, 27, 36f, 37a, 37b, 57, 285, 350.

12 De vordering tot tenuitvoerlegging

De rechtbank is van oordeel dat – nu gebleken is dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd heeft schuldig gemaakt aan de hiervoor bewezen verklaarde strafbare feiten – omtrent de vordering tot tenuitvoerlegging van een aan de verdachte bij een vroegere veroordeling opgelegde voorwaardelijke straf beslist dient te worden zoals hierna is vermeld.

13 Beslissing

De rechtbank:

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 3, 4, 5 en 6 ten laste gelegde zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

verstaat dat het aldus bewezenverklaarde de hiervoor vermelde strafbare feiten oplevert en verklaart verdachte ter zake strafbaar;

veroordeelt verdachte voor het hiervoor onder 1, 2, 3, 4, 5 en 6 bewezenverklaarde tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de tijd van 9 maanden;

beveelt dat de tijd door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de aan verdachte opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

gelast dat verdachte ter beschikking wordt gesteld voor het hiervoor onder 1, 2, 3, 4 en 5 bewezen verklaarde;

beveelt dat de ter beschikking gestelde van overheidswege zal worden verpleegd;

wijst toe de vordering van de benadeelde partij [naam slachtoffer 1] [naam slachtoffer 1], p/a [M.], [adres];

veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [naam slachtoffer 1] [naam slachtoffer 1] voornoemd van een bedrag van € 800,--;

veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij [naam slachtoffer 1] [naam slachtoffer 1] voornoemd tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

legt aan verdachte op de verplichting om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [naam slachtoffer 1] [naam slachtoffer 1] te betalen een bedrag van € 800,--, bij niet betaling te vervangen door 16 dagen hechtenis, met dien verstande dat de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij [naam slachtoffer 1] [naam slachtoffer 1] vervalt en omgekeerd.

Beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging

Wijst toe de vordering van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging in de zaak met parketnummer 04/138773/11.

Vonnis gewezen door mrs. E.H.M. Druijf, A.K. Kleine en G.J. Krens, rechters, van wie

mr. A.K. Kleine voorzitter, in tegenwoordigheid van C. van Est als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 24 december 2013.

1 De vindplaatsvermeldingen, voorkomend in de hierna opgenomen bewijsmiddelen en de motivering van de bewezenverklaring, verwijzen naar de doorlopende paginanummering in de voor eensluidend afschrift gewaarmerkte kopie van het in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde verbalisanten van de politie Limburg-Noord opgemaakte proces-verbaal, genummerd PL233E 2013049514 d.d. 5 juni 2013 en de als bijlagen daarbij gevoegde schriftelijke bescheiden, welke alle wettige bewijsmiddelen zijn als bedoeld in artikel 344, eerste lid jo artikel 339, eerste lid onder 5º van het Wetboek van Strafvordering.

2 Proces-verbaal ter terechtzitting d.d. 10 december 2013.

3 Proces-verbaal van aangifte d.d. 5 juni 2013, pag. 74 en 75.

4 Proces-verbaal van aangifte d.d. 5 juni 2013, pag. 69 en 70.

5 Proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 4 juni 2013, pag. 32 t/m 34.

6 Proces-verbaal ter terechtzitting d.d. 10 december 2013.

7 Proces-verbaal van aangifte d.d. 17 april 2013, pag. 25 t/m 27.

8 Proces-verbaal ter terechtzitting d.d. 10 december 2013.

9 Proces-verbaal van aangifte d.d. 5 juni 2013, pag. 74 en 75.

10 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 5 juni 2013, pag. 76.

11 Proces-verbaal ter terechtzitting d.d. 10 december 2013.

12 Proces-verbaal van aangifte d.d. 5 juni 2013, pag. 69 en 70.

13 Proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 6 juni 2013, pag. 71 en 72.

14 Proces-verbaal ter terechtzitting d.d. 10 december 2013.

15 Proces-verbaal van aangifte d.d. 22 mei 2013, pag. 29 t/m 31.

16 Proces-verbaal van aangifte d.d. 4 juni 2013, pag. 50 t/m 52.

17 Proces-verbaal van aanhouding d.d. 4 juni 2013, pag. 14 en 15.

18 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 juni 2013, pag. 65.