Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2013:12128

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
11-12-2013
Datum publicatie
23-12-2013
Zaaknummer
03/700896-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Belaging en poging tot afpersing. Aantal berichten, intensiteit van de berichten en de impact op het slachtoffer.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK Limburg

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummer : 03/700896-12

Datum uitspraak : 11 december 2013

Tegenspraak overeenkomstig artikel 279 Wetboek van Strafvordering

Vonnis van de rechtbank Limburg, meervoudige kamer voor strafzaken,

in de zaak tegen:

[naam verdachte],

geboren te[geboortegegevens verdachte],

zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland.

Raadsman is mr. W.R. Smeets, advocaat te Maastricht.

1 Het onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting

van 27 november 2013.

De rechtbank heeft op 27 november 2013 gehoord: de officier van justitie en de raadsman van verdachte.

2 De tenlastelegging

De verdachte staat terecht ter zake dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 7 augustus 2012 tot en met 22 november 2012 in de gemeente Meerssen en/of in de gemeente Maastricht, in elk geval in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [naam benadeelde partij], in elk geval van een ander, met het oogmerk die [naam benadeelde partij], in elk geval die ander te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen, immers heeft verdachte veelvuldig, althans meerdere malen, telefonisch contact opgenomen met die [naam benadeelde partij] en/of de voicemail van die [naam benadeelde partij] ingesproken en/of sms-berichten gestuurd naar de telefoon van die [naam benadeelde partij], (onder andere) inhoudende de

mededeling dat hij, verdachte, die [naam benadeelde partij] invalide zou maken en/of dat hij die [naam benadeelde partij] thuis zou komen opzoeken als die [naam benadeelde partij] niet zou betalen, althans woorden van gelijke aard of strekking;

2.

hij in of omstreeks de periode van 7 augustus 2012 tot en met 22 november 2012 in de gemeente Meerssen en/of in de gemeente Maastricht, in elk geval in Nederland, [naam benadeelde partij] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend voornoemde [naam benadeelde partij] (meermalen) gebeld en/of de voicemail ingesproken en/of sms-berichten gestuurd (onder andere) inhoudende de mededeling dat hij, verdachte, die [naam benadeelde partij] invalide zou maken en/of dat hij die [naam benadeelde partij] thuis zou komen opzoeken, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking, terwijl die woorden en sms-teksten (telkens) ter kennis van die [naam benadeelde partij] zijn gekomen;

3.

hij op of omstreeks 17 september 2012 in de gemeente Meerssen en/of in de gemeente Maastricht, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld Univé Verzekeringen te dwingen tot de afgifte van een hoeveelheid geld, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Univé Verzekeringen, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, met dat oogmerk een (dreigende) email aan Univé Verzekeringen heeft gestuurd, inhoudende onder

andere de mededeling dat hij, verdachte, de verzekerde [naam benadeelde partij] invalide zal maken als Univé niet overgaat tot betaling van het levensonderhoud van hem, verdachte, althans woorden van soortgelijke dreigende aard of strekking, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Voor zover in de tenlastelegging kennelijke schrijffouten of misslagen voorkomen, zijn die in deze weergave van de tenlastelegging door de rechtbank verbeterd. De verdachte is door deze verbetering, zoals uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, niet in de verdediging geschaad.

3 De voorvragen

Bij het onderzoek ter terechtzitting:

  • -

    is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke eisen voldoet en dus geldig is;

  • -

    is gebleken dat de rechtbank krachtens de wettelijke bepalingen bevoegd is van het ten laste gelegde kennis te nemen;

  • -

    zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. De officier van justitie kan dus in de vervolging worden ontvangen;

  • -

    zijn geen gronden voor schorsing der vervolging gebleken.

4. De beoordeling van het bewijs1

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht alle drie de feiten wettig en overtuigend bewezen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van feit 1, aangezien gelet op de jurisprudentie de duur te kort is en de frequentie te laag is om te spreken van belaging in de zin van artikel 285b van het Wetboek van Strafrecht.

Ook ten aanzien van feit 2 heeft de raadsman vrijspraak bepleit, aangezien verdachte de bewoordingen heeft gebruikt uit onmacht en kwaadheid, dus als een schreeuw om hulp. De opzet op het delict ontbreekt bij verdachte. In redelijkheid hoefde [naam benadeelde partij] niet te vrezen voor zwaar lichamelijk letsel.

Ten aanzien van feit 3 heeft de raadsman primair eveneens vrijspraak bepleit, aangezien verdachte zegt dat dit voor hem de normaal gebruikelijke manier van communicatie is. Subsidiair acht de raadsman feit 3 wettig en overtuigend bewezen.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Op 26 maart 2012 heeft aangever een aanrijding gehad waarbij de auto van verdachte betrokken is geweest. Aangever heeft dit ongeval aan zijn verzekering, Univé, gemeld. Hierna is contact geweest tussen Univé en verdachte over een bedrag ter vergoeding van de schade. Verdachte is niet akkoord met de hoogte van het uitgekeerde bedrag.

Op 7 augustus 2012 ontvangt aangever, [naam benadeelde partij], een sms-bericht van verdachte waarin staat dat verdachte de kosten vergoed wenst te hebben. Op 8 augustus 2012 ontvangt aangever wederom een sms-bericht van verdachte. In dit bericht gebruikt verdachte bewoordingen als zoek je ruzie met mij. Verdachte heeft op 8 augustus 2012 de voicemail van aangever ingesproken. De rechtbank legt de inhoud van dit bericht aldus uit dat verdachte hierin zegt dat hij naar het huis van aangever komt en hij aangever ook invalide zal maken als aangever niet betaalt. Daarbij moet aangever verdachte bellen. De verbalisant heeft voornoemde sms-berichten op de telefoon van verdachte gelezen en het voicemailbericht beluisterd. 2

Verdachte heeft op 14 augustus 2012 twee sms-berichten aan aangever gestuurd en diens voicemail ingesproken. Ook in deze berichten gebruikt verdachte bewoordingen die erop neer komen dat hij aangever thuis komt opzoeken en hem invalide maakt als hij niet betaalt en dat aangever verdachte moet bellen. De verbalisant heeft de sms-berichten op de telefoon van verdachte gelezen en het voicemailbericht beluisterd. De verbalisant hoorde dat verdachte op een zeer dreigende toon sprak. 3

Op 15 augustus 2012 ontving aangever wederom een sms-bericht met als inhoud dat verdachte, aangever en mensen van Univé en de familie van aangever invalide zal maken indien ze niet betalen. Aangever moet verdachte bellen. Aangever heeft over dit bericht contact opgenomen met Univé en hoorde dat verdachte ook bedreigingen ten aanzien van Univé had geuit. De verbalisant heeft dit bericht op de telefoon van aangever gelezen. 4

Aangever ontving meerdere sms-berichten en voicemailberichten van verdachte met telkens als inhoud dat verdachte bij aangever aan de deur komt, hem invalide maakt en dat aangever verdachte moet bellen.

Aangever ontving de berichten op:

7 september 2012; 5

19 september 2012; 6

21 september 2012; 7

26 september 2012. Aangever geeft ook aan dat hij en zijn gezin erg bang zijn, omdat de bedreigingen sterker en erger worden en hij verdachte in staat acht om zijn woorden in daden om te zetten; 8

28 september 2012. Aangever geeft aan dat hij constant bang is en eraan onderdoor gaat; 9

5 oktober 2012; 10

15 november 2012; 11

18 november 2012. Aangever geeft aan dat deze stelselmatige bedreigingen ook zijn vrouw zo aangrijpen dat zij professionele hulp heeft moeten inroepen van een therapeut; 12

21 november 2012; 13

22 november 2012: twee sms-berichten. Tijdens de aangifte belt verdachte op de telefoon van aangever. Verbalisant beluistert vervolgens het voicemailbericht dat verdachte inspreekt op de telefoon van aangever. 14

Namens Univé Verzekeringen wordt aangifte gedaan van afpersing. Op 17 september 2012 ontving Univé een mail van verdachte waarin hij dreigt de verzekerde [naam benadeelde partij] invalide te maken als Univé niet overgaat tot betalen van zijn levensonderhoud. 1516

Verdachte heeft verklaard dat hij jegens [naam benadeelde partij] bedreigende taal heeft gebruikt en gezegd heeft dat hij [naam benadeelde partij] ook invalide zal maken indien [naam benadeelde partij] verdachte niet betaalt voor de kosten van levensonderhoud en medicijnen. 17

Verbalisanten houden de sms-berichten en voicemailberichten die aangever heeft ontvangen aan verdachte voor. Verdachte verklaart per bericht dat hij het bewuste bericht heeft verstuurd danwel ingesproken. 18

Ten aanzien van de mail richting Univé heeft verdachte verklaard dat hij deze mail gestuurd heeft. 19

De raadsman heeft aangevoerd dat er geen sprake is van belaging nu de duur en frequentie van de berichten volgens de jurisprudentie niet aan de vereisten voor belaging voldoen.

De rechtbank overweegt daaromtrent als volgt.

Uit de jurisprudentie blijkt dat bij de beoordeling of er sprake is van belaging relevant zijn de aard, de duur, de frequentie en de intensiteit van de gedragingen, de omstandigheden waaronder deze plaatsvonden en de invloed daarvan op het persoonlijk leven en de persoonlijke vrijheid van de slachtoffers. Door het samenstel van deze factoren is er geen ondergrens aan te geven.

De combinatie van het aantal berichten, gedurende een tweetal maanden, de intensiteit die van de berichten uitgaat en de impact die dat heeft op de persoonlijke levenssfeer van aangever en zijn gezin, maken dat de rechtbank van oordeel is dat er sprake is van belaging. In de berichten van verdachte is al heel snel sprake van dreigende teksten. Verdachte uit zijn bedreigingen op sommige dagen ook in meerdere sms-berichten danwel voicemailberichten per dag. Nu verdachte daarnaast via de verzekeringsmaatschappij beschikt over alle gegevens van aangever gaat er een extra dreiging uit van de berichten die verdachte verstuurt.

Aangever heeft tevens aangegeven dat hij en zijn gezin bang zijn dat verdachte daadwerkelijk aangever iets aandoet. Die angst is zo groot dat de echtgenote van aangever een therapeut bezoekt en het gezin inmiddels is verhuisd.

Ten aanzien van de bedreiging heeft de raadsman aangevoerd dat [naam benadeelde partij] in redelijkheid niet hoefde te vrezen voor zwaar lichamelijk letsel en dat verdachte geen opzet had op de bedreiging.

De rechtbank is van oordeel dat bij [naam benadeelde partij] wel degelijk redelijke vrees kon ontstaan voor zwaar lichamelijk letsel. De bedreigende uitlatingen van verdachte kunnen ook in zijn algemeenheid de redelijke vrees voor zwaar lichamelijk letsel opwekken.

Ten aanzien van het opzet overweegt de rechtbank als volgt.

Bij het delict bedreiging is niet vereist dat de dader het voornemen moet hebben gehad om de bedreiging te realiseren. Voldoende is dat de bedreigde daadwerkelijk op de hoogte is geraakt van de bedreiging en dat de bedreiging van dien aard is en onder zodanige omstandigheden is geschied dat bij de bedreigde de redelijke vrees kon ontstaan voor het misdrijf waarmee gedreigd werd. Aan deze voorwaarden is voldaan. De opmerking van verdachte dat deze manier van communicatie zijn normale manier van communiceren is, doet daar niet aan af. Gesteld noch gebleken is dat verdachte er van uit ging dat anderen ook met elkaar op deze manier communiceren. Integendeel, verdachte heeft verklaard dat hij bedreigende taal heeft gebruikt omdat – onder de gegeven omstandigheden- in zijn cultuur sprake is van: “oog om oog en tand om tand”.

De rechtbank zal dan ook alle drie de feiten bewezen verklaren met dien verstande dat bij feit 1 en 2 sprake is van eendaadse samenloop.

De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven vermelde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd.

Elk bewijsmiddel wordt - ook in zijn onderdelen - slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit, of die bewezen verklaarde feiten, waarop het, blijkens zijn inhoud, betrekking heeft.

Het genoemde geschrift – de email van verdachte - is slechts gebruikt in verband met de inhoud van de overige bewijsmiddelen.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

1.

in de periode van 7 augustus 2012 tot en met 22 november 2012 in de gemeente Meerssen en/of in de gemeente Maastricht, in elk geval in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [naam benadeelde partij] met het oogmerk die [naam benadeelde partij] te dwingen iets te doen en vrees aan te jagen, immers heeft verdachte meerdere malen, telefonisch contact opgenomen met die [naam benadeelde partij] en de voicemail van die [naam benadeelde partij] ingesproken en sms-berichten gestuurd naar de telefoon van die [naam benadeelde partij], onder andere inhoudende de mededeling dat hij, verdachte, die [naam benadeelde partij] invalide zou maken en dat hij die [naam benadeelde partij] thuis zou komen opzoeken als die [naam benadeelde partij] niet zou betalen, althans woorden van gelijke aard of strekking,

in eendaadse samenloop met feit 2:

2.

in de periode van 7 augustus 2012 tot en met 22 november 2012 in de gemeente Meerssen en/of de gemeente Maastricht, in elk geval in Nederland, [naam benadeelde partij] heeft bedreigd met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend voornoemde [naam benadeelde partij] meermalen gebeld en de voicemail ingesproken en sms-berichten gestuurd onder andere inhoudende de mededeling dat hij, verdachte, die [naam benadeelde partij] invalide zou maken en dat hij die [naam benadeelde partij] thuis zou komen opzoeken, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking, terwijl die woorden en sms-teksten telkens ter kennis van die [naam benadeelde partij] zijn gekomen;

3.

op 17 september 2012 in de gemeente Meerssen ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld Univé Verzekeringen te dwingen tot de afgifte van een hoeveelheid geld toebehorende aan Univé Verzekeringen met dat oogmerk een dreigende email aan Univé Verzekeringen heeft gestuurd, inhoudende onder andere de mededeling dat hij, verdachte, de verzekerde [naam benadeelde partij] invalide zal maken als Univé niet overgaat tot betaling van het levensonderhoud van hem, verdachte, althans woorden van soortgelijke dreigende aard of strekking, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde en de kwalificatie

5.1

De strafbaarheid

Het bewezenverklaarde is strafbaar.

5.2

De kwalificatie

Het bewezenverklaarde levert op de navolgende strafbare misdrijven:

feit 1:

belaging,

in eendaadse samenloop met feit 2:

feit 2:

bedreiging met zware mishandeling, meermalen gepleegd;

feit 3:

poging tot afpersing.

6 De strafbaarheid van verdachte

De verdachte is strafbaar voor het bewezenverklaarde nu geen omstandigheid aannemelijk is geworden die zijn strafbaarheid opheft.

7 De oplegging van straf

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 6 maanden.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft op grond van hetgeen hij bewezen acht aangevoerd dat volstaan kan worden met een gevangenisstraf voor de duur dat verdachte in voorarrest heeft gezeten. Subsidiair heeft de raadsman aangevoerd om eventueel daarnaast nog een taakstraf op te leggen.

7.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Verdachte heeft naar aanleiding van een verkeersongeval, [naam benadeelde partij] bedreigd en belaagd om hem te dwingen levensonderhoud voor hem te betalen. Tevens heeft verdachte met dit doel geprobeerd Univé Verzekeringen af te persen.

De bewezenverklaarde strafbare feiten betreffen ernstige feiten. De belaging en bedreigingen waren een zware inbreuk op de privacy van aangever en zijn gezin. Het is een feit van algemene bekendheid dat bij slachtoffers van delicten als de bewezenverklaarde, lange tijd gevoelens van angst en onzekerheid (kunnen) blijven bestaan, waardoor zij in hun deelname aan het maatschappelijk verkeer ernstig kunnen worden belemmerd. Zo heeft de echtgenote van aangever zich naar aanleiding van de belaging en bedreigingen tot een therapeut gewend. Aangever en zijn gezin zijn, omdat ze zich niet meer veilig voelden, uiteindelijk zelfs verhuisd.

De rechtbank acht het zorgwekkend dat in 2013 opnieuw aangifte van bedreiging tegen verdachte is gedaan. Verdachte zou een advocaat die de belangen van verdachte na het verkeersongeval behartigde, hebben gedreigd invalide te maken indien de advocaat verdachte niet levenslang zou betalen. Verdachte zou deze woorden hebben geuit nadat de advocaat had aangegeven dat hij geen mogelijkheid zag om een hoger schadebedrag voor verdachte te realiseren.

Daarnaast bevindt zich in het dossier een e-mail afkomstig van het emailadres van verdachte en met als afzender vermeld “[naam verdachte]” aan Univé van 17 september 2013 met de boodschap dat de afzender “slecht wil doen” met betrekking tot Univé als zijn vordering niet wordt betaald. Hoewel niet in rechte is vastgesteld dat verdachte zich na de schorsing van zijn voorarrest aan strafbare feiten heeft schuldig gemaakt, zijn deze uitlatingen voor de betreffende advocaat en voor Univé dermate bedreigend geweest dat beiden contact met justitie hebben gezocht.

Voor wat betreft het strafblad van verdachte, ook in2006, 2001 en in 1995 is verdachte terzake bedreiging veroordeeld. Deze veroordelingen hebben klaarblijkelijk niet kunnen voorkomen dat verdachte opnieuw in herhaling is vervallen.

Verdachte heeft bij zijn verhoren aangegeven dat de bewoordingen die hij heeft gebruikt en de manier waarop hij de aangevers heeft benaderd voor hem volstrekt normaal zijn. Verdachte toont derhalve geen inzicht in de strafbaarheid en laakbaarheid van zijn gedragingen.

Ten aanzien van de ernst van het bewezen verklaarde heeft de rechtbank mede gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

De rechtbank acht de door de officier van justitie gevorderde straf passend.

8 Het beslag

Ten aanzien van de in beslag genomen en niet teruggegeven Map, Leitz (2123404), zal de rechtbank de teruggave aan Onderlinge Verzekeringsmaatschappij Univé Schade BA te Assen gelasten.

Ten aanzien van de overige inbeslaggenomen goederen, te weten:

  • -

    USB- stick (2108996);

  • -

    USB-stick (2123419);

  • -

    Zilverkleurige CD-Rom merk Imation (2147435),

zal de rechtbank de teruggave aan aangever [naam benadeelde partij] gelasten.

9 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 55, 57, 45, 285, 285b en 317 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

10 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

  • -

    verklaart het ten laste gelegde bewezen, zoals hierboven onder 4.4 is omschreven;

  • -

    spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 5.2 is omschreven;

  • -

    verklaart verdachte strafbaar;

Straffen

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 6 maanden;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

Beslag

  • -

    gelast de teruggave aan Onderlinge Verzekeringsmaatschappij Univé Schade BA te Assen van: Map, Leitz (2123404);

  • -

    gelast de teruggave aan [naam benadeelde partij] van:

o USB- stick (2108996);

o USB-stick (2123419);

o Zilverkleurige CD-Rom merk Imation (2147435).

Dit vonnis is gewezen door mr. J.H. Klifman, voorzitter, mr. M.E. Kramer en mr. I. Dautzenberg, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.A.J. Koonen, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 11 december 2013.

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

parketnummer: 03/700896-12

proces-verbaal van het voorgevallene ter openbare zitting van de enkelvoudige kamer van de rechtbank voornoemd van 11 december 2013 in de zaak tegen:

[naam verdachte],

geboren te[geboortegegevens verdachte],

zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland.

Tegenwoordig:

mr. , rechter,

mr. , officier van justitie,

dhr./mevr. , griffier.

De rechter doet de zaak uitroepen.

De verdachte is in de zaal van de zitting aanwezig.

De rechter spreekt het vonnis uit en geeft de verdachte kennis dat hij daartegen binnen

14 dagen hoger beroep kan instellen.

Waarvan proces-verbaal, vastgesteld en getekend door de rechter en de griffier.

Raadsman mr. W.R. Smeets, advocaat te Maastricht.

1 De vindplaatsvermeldingen, voorkomend in de hierna opgenomen bewijsmiddelen en de motivering van de bewezenverklaring, verwijzen naar de doorlopende paginanummering in de voor eensluidend afschrift gewaarmerkte kopie van het in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde verbalisanten van de politie Limburg-Zuid opgemaakte proces-verbaal, genummerd 2012090915 d.d. 1 december 2012 en de als bijlagen daarbij gevoegde schriftelijke bescheiden, welke alle wettige bewijsmiddelen zijn als bedoeld in artikel 344, eerste lid jo artikel 339, eerste lid onder 5º van het Wetboek van Strafvordering.

2 Proces-verbaal aangifte, p. 31-32.

3 Proces-verbaal verhoor aangever, p. 34-35.

4 Proces-verbaal verhoor aangever, p. 38-39.

5 Proces-verbaal verhoor aangever, p. 40.

6 Proces-verbaal verhoor aangever, p. 42-43.

7 Proces-verbaal aangifte, p. 45.

8 Proces-verbaal verhoor aangever, p. 46.

9 Proces-verbaal verhoor aangever, p. 51.

10 Proces-verbaal aangifte, p. 53-54.

11 Proces-verbaal aangifte, p. 53-54.

12 Proces-verbaal aangifte, p. 53-54.

13 Proces-verbaal aangifte, p. 56.

14 Proces-verbaal aangifte, p. 58 - 59.

15 Proces-verbaal aangifte, p. 69.

16 Het overige geschrift, email van verdachte, p. 77.

17 Proces-verbaal verhoor verdachte, p. 22.

18 Proces-verbaal verhoor verdachte, p. 23-28.

19 Proces-verbaal verhoor verdachte, p. 29.