Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2012:CA0193

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
26-06-2012
Datum publicatie
15-05-2013
Zaaknummer
AWB LEE 10/998
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

arbeidsongeschiktheidsbeoordeling - einduitspraak na tussenuitspraak

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector bestuursrecht

procedurenummer: AWB 10/998

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 juni 2012 in de zaak tussen

[eiser], te [woonplaats], eiser,

(gemachtigde: mr. J.H. Abelen, werkzaam bij FNV Bouw te Groningen),

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv),

verweerder,

(gemachtigde: J.T. Wielinga, werkzaam bij het Uwv te Leeuwarden).

Procesverloop

Bij besluit van 3 november 2009 heeft verweerder geweigerd eiser per 27 november 2009 een uitkering op grond van de Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA) toe te kennen.

Bij besluit van 29 april 2010 (hierna: het bestreden besluit) heeft verweerder eisers bezwaar tegen het besluit van 3 november 2009 ongegrond verklaard.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Verweerder en eiser hebben nadere stukken ingediend.

Het beroep is behandeld ter zitting van 29 november 2010. Eiser is verschenen, vergezeld van zijn echtgenote en bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Beide partijen hebben ter zitting nadere stukken overgelegd. De rechtbank heeft het onderzoek gesloten.

De rechtbank heeft het onderzoek heropend om verweerder in de gelegenheid te stellen nadere informatie te verschaffen over de ernst van eisers dyslexie en de gevolgen daarvan voor zijn belastbaarheid. Daarop hebben beide partijen nadere stukken ingediend.

De rechtbank heeft prof. dr. R.A. Schoevers, psychiater te Groningen (hierna: de deskundige), als deskundige benoemd. De deskundige heeft verslag uitgebracht. Beide partijen hebben hun zienswijze op het verslag van de deskundige naar voren gebracht.

Verweerder heeft naar aanleiding van het verslag van de deskundige de Functionele Mogelijkhedenlijst (hierna: FML) aangepast en nieuwe functies geduid. Verweerder heeft het bestreden besluit gehandhaafd. Eiser heeft hierop gereageerd. Daarna hebben partijen nogmaals op elkaars standpunten gereageerd.

De rechtbank heeft verweerder vragen gesteld over de geschiktheid van de geduide functies. Verweerder heeft deze vragen beantwoord.

De behandeling van het beroep is voortgezet ter zitting van 29 februari 2012. De zaak is gevoegd behandeld met de Ziektewetzaken met de zaaknummers 11/1482 en 11/2263. Eiser is verschenen, vergezeld van zijn echtgenote en bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. De rechtbank heeft het onderzoek opnieuw gesloten.

De rechtbank heeft deze zaak afgesplitst van de Ziektewetzaken. In de beide Ziektewetzaken heeft de rechtbank het onderzoek heropend en daarin zal te zijner tijd afzonderlijk uitspraak worden gedaan.

De rechtbank heeft op 6 maart 2012 een tussenuitspraak gedaan. In deze tussenuitspraak heeft de rechtbank geoordeeld dat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd. De rechtbank heeft verweerder in de gelegenheid gesteld dit gebrek te herstellen.

Bij brief van 19 maart 2012 heeft verweerder een nadere motivering gegeven van het bestreden besluit.

Bij brief van 26 april 2012 heeft eiser een zienswijze over de nadere motivering naar voren gebracht. Hierop heeft verweerder gereageerd bij brief van 23 mei 2012.

De rechtbank heeft afgezien van een nader onderzoek ter zitting. De rechtbank heeft het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. De rechtbank verwijst voor het beoordelingskader en een uiteenzetting van de feiten naar de tussenuitspraak van 6 maart 2012. Daaraan voegt zij het volgende toe.

2. In de tussenuitspraak heeft de rechtbank geoordeeld dat bezwaarverzekeringsarts G. Egbers in de gewijzigde FML van 17 oktober 2011 voldoende rekening heeft gehouden met eisers beperkingen. Verder heeft de rechtbank in de tussenuitspraak geoordeeld dat de geduide functie inpakster koekjes (Sbc-code 111190) passend is voor eiser. Voor de overwegingen die aan deze oordelen ten grondslag liggen verwijst de rechtbank naar de tussenuitspraak.

3. Daarnaast heeft de rechtbank in de tussenuitspraak geoordeeld dat de overige geduide functies niet passend zijn voor eiser. De rechtbank heeft geconcludeerd dat het bestreden besluit niet is voorzien van een deugdelijke motivering, omdat van de door de arbeidskundigen geduide functies slechts één functie stand kan houden. Dit brengt de rechtbank tot het oordeel dat het beroep gegrond is en het bestreden besluit moet worden vernietigd wegens strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Awb. Hierna zal de rechtbank beoordelen of aanleiding bestaat om de rechtsgevolgen van het vernietigde bestreden besluit in stand te laten.

4. Bij brief van 19 maart 2012 heeft verweerder een nadere motivering gegeven van het bestreden besluit. Deze nadere motivering bestaat uit een rapport van bezwaararbeidsdeskundige B. Bootsma van 14 maart 2012. In dit rapport heeft Bootsma met behulp van het Claimbeoordelings- en borgingssysteem (CBBS) functies bijgeduid. Het betreft de in de Standaard beroepen classificatie (Sbc) voorkomende functies van productiemedewerker pluimveeslachterij (Sbc-code 111172), productiemedewerker kartonnage (Sbc-code 111190), schuurder meubelonderdelen (Sbc-code 111173), productiemedewerker niettafel (Sbc-code 111173), productiemedewerker (Sbc-code 111161) en steksteker (Sbc-code 111010). De rechtbank is van oordeel dat het in beroep bijduiden van functies zonder het hanteren van een uitlooptermijn in dit geval is toegestaan, omdat sprake is van een einde wachttijd situatie.

5. De rechtbank is van oordeel dat Bootsma de in de functies productiemedewerker pluimveeslachterij (Sbc-code 111172), productiemedewerker kartonnage (Sbc-code 111190), schuurder meubelonderdelen (Sbc-code 111173) en productiemedewerker niettafel (Sbc-code 111173) door het CBBS afgegeven signaleringen in voldoende mate heeft gemotiveerd in zijn rapporten van 14 maart 2012 en 16 mei 2012. Verder blijkt uit de gedetailleerde beschrijvingen van de in deze functies optredende belastingen dat deze belastingen de door bezwaarverzekeringsarts Egbers vastgestelde belastbaarheid van eiser niet te boven gaan. De rechtbank overweegt in het bijzonder dat in geen van de geduide functies behoeft te worden gelezen of geschreven. De rechtbank is dan ook van oordeel dat deze functies passend te achten waren voor eiser op 27 november 2009. Eisers niet onderbouwde stelling dat de geduide functies niet geschikt zijn, omdat hij in 2009 in het kader van een stage werkzaamheden heeft verricht waarbij hij achter een automatische dweilmachine liep en hij deze werkzaamheden, die lichter waren dan de geduide functies, niet fulltime kon verrichten, kan aan deze conclusie niet afdoen. Ten aanzien van de overige door eiser aangevoerde gronden overweegt de rechtbank het volgende.

6. Eiser heeft aangevoerd dat de functie productiemedewerker pluimveeslachterij niet geschikt is, omdat daarin te vaak moet worden gereikt. De rechtbank stelt vast dat in deze functie tijdens acht werkuren 999 maal ongeveer 50 cm achtereen moet worden gereikt en dat deze frequentie bij het verwijderen van achtergebleven veertjes oploopt tot ongeveer 1.200 maal per uur. Verder stelt de rechtbank vast dat eiser blijkens de FML niet beperkt is ten aanzien van de aspecten reiken (4.8) en frequent reiken tijdens het werk (4.9). Uit de toelichting op de aspecten 4.8 en 4.9 in de basisinformatie CBBS blijkt dat iemand die niet beperkt is op deze aspecten, geacht wordt elk uur van de werkdag ongeveer 1.200 keer ongeveer 70 cm te kunnen reiken. Daarom volgt de rechtbank Bootsma in zijn standpunt dat in deze functie op deze aspecten geen sprake is van een extreme belasting en dat eisers belastbaarheid door de in deze functie op deze aspecten voorkomende belastingen niet wordt overschreden. Daarom slaagt deze beroepsgrond niet.

7. Eiser heeft aangevoerd dat de functie productiemedewerker pluimveeslachterij niet geschikt is, omdat daarin te vaak kortcyclisch moet worden getordeerd. De rechtbank stelt vast dat in deze functie tijdens acht werkuren 150 maal ongeveer 30 graden achtereen moet worden getordeerd. Verder stelt de rechtbank vast dat eiser blijkens de FML niet beperkt is ten aanzien van het aspect kortcyclisch torderen (4.12). Uit de toelichting op het aspect 4.12 in de basisinformatie CBBS blijkt dat iemand die niet beperkt is op dit aspect, geacht wordt ongeveer één keer per minuut de romp ten minste 45 graden te kunnen draaien. Verder blijkt uit deze toelichting dat torderen tot een hoek van 30 graden niet als belastend wordt beschouwd. In deze functie moet weliswaar meer dan eenmaal per minuut worden getordeerd, maar niet meer dan ongeveer 30 graden. Daarom volgt de rechtbank Bootsma in zijn standpunt dat in deze functie op dit aspect geen sprake is van een extreme belasting en dat eisers belastbaarheid door de in deze functie op dit aspect voorkomende belasting niet wordt overschreden. Daarom slaagt ook deze beroepsgrond niet.

8. Eiser heeft aangevoerd dat de functie productiemedewerker pluimveeslachterij niet geschikt is, omdat daarin bovenhands moet worden gewerkt. De rechtbank stelt vast dat eiser blijkens de FML niet beperkt is ten aanzien van het aspect boven schouderhoogte actief zijn (5.7) en dat in deze functie bovendien geen belasting op dit aspect voorkomt. Daarom slaagt ook deze beroepsgrond niet.

9. Eiser heeft aangevoerd dat de functies productiemedewerker pluimveeslachterij, productiemedewerker kartonnage en productiemedewerker niettafel niet geschikt zijn, omdat daarin onvoldoende afwisseling mogelijk is tussen staan, lopen en zitten. De rechtbank stelt vast dat eiser blijkens de FML beperkt is ten aanzien van het aspect afwisseling van houding (5.9). De verzekeringsarts heeft daarbij de toelichting gegeven dat eiser regelmatig van houding moet kunnen wisselen en dus niet langer dan één uur aaneen kan zitten, staan of lopen. Verder stelt de rechtbank vast dat in geen van de genoemde functies langer dan één uur aaneen moet worden gezeten, gestaan of gelopen. Hieruit volgt dat eisers belastbaarheid op dit aspect in deze functies niet wordt overschreden. Dit betekent dat ook deze beroepsgrond faalt.

10. Eiser heeft aangevoerd dat de functie schuurder meubelonderdelen niet geschikt is, omdat daarin veelvuldig gebogen moet worden gewerkt. De rechtbank stelt vast dat eiser blijkens de FML beperkt is ten aanzien van het aspect buigen (4.10) en licht beperkt ten aanzien van het aspect frequent buigen tijdens het werk (4.11). Dit houdt in dat eiser ongeveer 60 graden kan buigen en dat hij zo nodig tijdens elk uur van de werkdag ongeveer 300 keer kan buigen. Verder stelt de rechtbank vast dat in deze functie tijdens acht werkuren tien maal ongeveer 60 graden achtereen en tijdens acht werkuren 150 maal ongeveer 30 graden achtereen moet worden gebogen. Hieruit volgt dat eisers belastbaarheid op dit aspect in deze functies niet wordt overschreden en dat ook deze beroepsgrond niet slaagt.

11. De rechtbank constateert dat in de andere geduide functie die valt onder Sbc-code 111173 (productiemedewerker niettafel) tijdens vier werkuren vier maal ongeveer 45 graden achtereen en tijdens één werkuur vier maal ongeveer 90 graden achtereen moet worden gebogen. Voor zover eiser met zijn hiervoor onder 10. weergegeven beroepsgrond bedoeld heeft te betogen dat deze functie niet geschikt is, overweegt de rechtbank het volgende. De rechtbank volgt Bootsma in zijn standpunt dat het grotere aantal graden dat moet worden gebogen dan waartoe eiser (in het algemeen) in staat is (90 graden in plaats van 60 graden) deze functie niet ongeschikt maakt, omdat dit wordt gecompenseerd door de zeer lage frequentie waarin deze belasting voorkomt (tijdens vier werkuren acht maal in plaats van tijdens acht werkuren 300 maal). Dit betekent dat ook deze beroepsgrond faalt.

12. Eiser heeft aangevoerd dat de functies schuurder meubelonderdelen, productiemedewerker kartonnage en productiemedewerker niettafel niet geschikt zijn, omdat eiser sinds 2008 last heeft van overgevoeligheid van zijn oren en in deze functies (mogelijk) in een lawaaierige omgeving moet worden gewerkt. De rechtbank constateert dat eiser blijkens de FML niet beperkt is ten aanzien van het werken in een lawaaierige omgeving. Daarom slaagt deze beroepsgrond niet.

13. Eiser heeft aangevoerd dat de functie productiemedewerker kartonnage niet geschikt is, omdat dergelijk productiewerk met een hoge snelheid moet worden verricht. De rechtbank stelt vast dat eiser blijkens de FML niet beperkt is ten aanzien van het aspect handelingstempo (aspect 1.9.8). Hieruit volgt dat eiser in staat moet worden geacht werk met een hoog handelingstempo te verrichten. Bovendien is in deze functie geen sprake van een hoog handelingstempo in de zin van het CBBS. Van een hoog handelingstempo in de zin van het CBBS is sprake als het tempo beduidend hoger ligt dan het handelingstempo dat gebruikelijk is buiten deze specifieke functie. Daarvan is hier geen sprake. Hieruit volgt dat deze beroepsgrond faalt.

14. Ten aanzien van eisers betoog dat verweerder er ten onrechte vanuit is gegaan dat hij over opleidingsniveau 4 beschikt, verwijst de rechtbank naar hetgeen zij in dat kader heeft overwogen in overweging 14. van de tussenuitspraak. Zij voegt daar nog aan toe dat voor de bijgeduide functies maximaal opleidingsniveau 2 is vereist. Dit betekent dat ook deze beroepsgrond faalt.

15. Vergelijking van het loon dat eiser met zijn vroegere arbeid had kunnen verdienen, indien hij daarvoor niet arbeidsongeschikt zou zijn geworden, met het loon dat hij in de hem geduide functies van productiemedewerker pluimveeslachterij (Sbc-code 111172), inpakster koekjes en productiemedewerker kartonnage (Sbc-code 111190) en schuurder meubelonderdelen en productiemedewerker niettafel (Sbc-code 111173) kan verdienen, leidt tot de slotsom dat geen sprake is van een verlies aan verdiencapaciteit.

16. De rechtbank komt op grond van hetgeen hiervoor en in de tussenuitspraak is overwogen tot de conclusie dat verweerder terecht heeft geweigerd eiser met ingang van 27 november 2009 een arbeidsongeschiktheidsuitkering toe te kennen. Daarom ziet de rechtbank aanleiding om te bepalen dat de rechtsgevolgen van het vernietigde bestreden besluit in stand blijven.

17. Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, bepaalt de rechtbank dat verweerder aan eiser het door hem betaalde griffierecht vergoedt.

18. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.311,00 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting, 0,5 punt voor het geven van een schriftelijke zienswijze na het verslag van het deskundigenonderzoek, 0,5 punt voor het verschijnen ter nadere zitting, met een waarde per punt van € 437,00 en een wegingsfactor 1) en € 23,00 voor reiskosten (tweemaal van [woonplaats] naar Leeuwarden en terug op basis van het tarief voor openbaar vervoer, tweede klas).

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit;

- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde bestreden besluit in stand blijven;

- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 41,00 aan eiser te vergoeden;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten tot een bedrag van € 1.334,00, te betalen aan eiser.

Deze uitspraak is gedaan door mr. P.G. Wijtsma, rechter, in aanwezigheid van mr. F.F. van Emst, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 26 juni 2012.

w.g. P.G. Wijtsma

w.g. F.F. van Emst

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat voor partijen hoger beroep open. Gelijke bevoegdheid komt toe aan andere belanghebbenden, behoudens het bepaalde in artikel 6:13 gelezen in samenhang met artikel 6:24 van de Awb.

Indien u daarvan gebruik wenst te maken dient u binnen zes weken na de dag van verzending van de uitspraak een brief (beroepschrift) alsmede een afschrift van deze uitspraak te zenden aan:

de Centrale Raad van Beroep

Postbus 16002

3500 DA Utrecht

In het beroepschrift vermeldt u waarom u de uitspraak niet juist vindt.