Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2012:BY7419

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
17-12-2012
Datum publicatie
27-12-2012
Zaaknummer
17/885453-11 VON
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft gedurende meer dan twee jaren verantwoordingsformulieren, die ingediend dienden te worden bij het zorgkantoor dat persoonsgebonden budgetten voor haar twee minderjarige zonen uitkeerde, opzettelijk onjuist ingevuld. Verdachte heeft zo in totaal een bedrag van ruim € 370.000,00 ontvangen, waarop zij geen recht had. Het is schrijnend om te moeten constateren dat het ten onrechte ontvangen bedrag, zoals het nu lijkt, voor het overgrote deel niet zal kunnen worden terugbetaald en dus niet kan worden besteed aan hetgeen waarvoor het is bedoeld, zorg voor diegenen die dat nodig hebben.

Bij de strafoplegging zoekt de rechtbank aansluiting bij de oriëntatiepunten ter zake van fraude. De rechtbank neemt in aanmerking de zeer lange periode waarin verdachte zelf actief voortzetting van de uitbetaling van de persoonsgebonden budgetten heeft nagestreefd door het blijven indienen van de in strijd met de waarheid ingevulde verantwoordingsformulieren. Mede op grond hiervan komt de rechtbank tot het oordeel dat op het feit niet anders kan worden gereageerd dan met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Wat betreft de hoogte daarvan houdt de rechtbank in het voordeel van verdachte rekening met haar blanco strafblad op het gebied van sociale zekerheidsfraude, haar psychische problemen en de door de reclassering uitgesproken ongewenstheid van een lange onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Al met al acht de rechtbank een gevangenisstraf van zes maanden passend en geboden. Tevens zal aan verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf van dezelfde duur worden opgelegd met daaraan verbonden de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden, teneinde verdachte te stimuleren zich te laten behandelen in verband met haar psychische problematiek en haar ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 14a, geldigheid: 2012-12-17
Wetboek van Strafrecht 14b, geldigheid: 2012-12-17
Wetboek van Strafrecht 14c, geldigheid: 2012-12-17
Wetboek van Strafrecht 14d, geldigheid: 2012-12-17
Wetboek van Strafrecht 57, geldigheid: 2012-12-17
Wetboek van Strafrecht 225, geldigheid: 2012-12-17
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector straf

parketnummer 17/885453-11

vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 17 december 2012 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1971 te [geboorteplaats],

wonende te [adres].

De rechtbank heeft gelet op het ter terechtzitting gehouden onderzoek van 3 december 2012.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. E.J. Kuiters, advocaat te Leeuwarden.

Tenlastelegging

Aan verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

verdachte op verschillende tijdstippen, althans enig tijdstip, in of omstreeks

de periode van 7 februari 2008 tot en met 31 december 2010,

te Drachten, (althans) in de gemeente Smallingerland, in elk geval (elders) in

Nederland, meermalen, in elk geval eenmaal, een (zogenoemd) verantwoordingsformulier PGB(ten name van de budgethouders [naam 1]) en waarop (telkens) door of namens de budgethouder verantwoording wordt afgelegd of dient te worden afgelegd aan het zorgkantoor en (telkens) in gebruik bij Zorgkantoor CZ, zijnde (elk daarvan) een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen,(telkens) valselijk heeft opgemaakt of vervalst,

door (telkens) valselijk en/of in strijd met de waarheid op of in dat

formulier te vermelden of op te geven - zakelijk weergegeven - dat door [naam 2] (telkens) in de (verantwoordings)periode waarop dat formulier

betrekking had (telkens) de op dat formulier vermelde of opgegeven zorg heeft

verleend en/of dat voor die verleende zorg (telkens) het op dat formulier

vermelde bedrag is (uit)betaald en/of

(vervolgens) (telkens) door ondertekening van dat formulier te verklaren dat

zij, verdachte, dit formulier (telkens) naar waarheid had ingevuld in

Baarle-Nassau, zulks terwijl door voornoemde [naam 2] in de periode waarop dat formulier betrekking had niet die op dat formulier vermelde zorg heeft verleend en/of

zij, verdachte, dat formulier niet in Baarle-Nassau heeft ingevuld of

opgemaakt en ondertekend,(telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken.

In de tenlastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

Vordering officier van justitie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd:

- veroordeling voor het ten laste gelegde;

- oplegging van een werkstraf voor de duur van 240 uren subsidiair 120 dagen vervangende hechtenis;

- oplegging van een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden met een proeftijd van drie jaren;

- oplegging van de bijzondere voorwaarde van reclasseringstoezicht;

- oplegging van de bijzondere voorwaarde van een behandelverplichting in de forensische polikliniek;

- niet-ontvankelijk verklaring van de benadeelde partij CZ Zorgkantoor B.V.

Beoordeling van het bewijs

De rechtbank past met betrekking tot het ten laste gelegde feit de volgende bewijsmiddelen toe, met inachtneming van het bepaalde in artikel 359, derde lid, tweede volzin van het Wetboek van Strafvordering:

1. de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 3 december 2012;

2. het in wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal nr. [nummer], d.d. 30 juni 2011, inhoudende de verklaring van [naam 3].

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het ten laste gelegde bewezen, met dien verstande dat:

verdachte op verschillende tijdstippen in de periode van 7 februari 2008 tot en met 28 juli 2010 te Drachten, in de gemeente Smallingerland, meermalen een zogenoemd verantwoordingsformulier PGB ten name van de budgethouders [naam 1] waarop telkens door of namens de budgethouder verantwoording wordt afgelegd of dient te worden afgelegd aan het zorgkantoor en telkens in gebruik bij Zorgkantoor CZ, zijnde elk daarvan een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, telkens valselijk heeft opgemaakt,

door telkens in strijd met de waarheid op of in dat formulier te vermelden of op te geven

- zakelijk weergegeven - dat door [naam 2] telkens in de verantwoordingsperiode waarop dat formulier betrekking had telkens de op dat formulier vermelde of opgegeven zorg heeft verleend en dat voor die verleende zorg telkens het op dat formulier vermelde bedrag is uitbetaald

en vervolgens telkens door ondertekening van dat formulier te verklaren dat zij, verdachte, dit formulier telkens naar waarheid had ingevuld in Baarle-Nassau,

zulks terwijl door voornoemde [naam 2] in de periode waarop dat formulier betrekking had niet die op dat formulier vermelde zorg heeft verleend en zij, verdachte, dat formulier niet in Baarle-Nassau heeft ingevuld en ondertekend, telkens met het oogmerk om die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken.

De verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op het misdrijf:

Valsheid in geschrift, meermalen gepleegd.

Dit feit is strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden strafsoort en strafmaat in aanmerking:

- de aard en de ernst van het gepleegde feit;

- de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken en deze naar voren komt uit het uittreksel uit de justitiële documentatie en het reclasseringsadvies;

- de vordering van de officier van justitie;

- het pleidooi van de raadsman.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan valsheid in geschrift. Zij heeft gedurende meer dan twee jaren verantwoordingsformulieren, die ingediend dienden te worden bij het zorgkantoor dat persoonsgebonden budgetten voor haar twee minderjarige zonen uitkeerde, opzettelijk onjuist ingevuld. Zij heeft op die formulieren een zorgverlener vermeld die geen zorg meer verleende aan haar twee zonen, alsmede haar oude adres vermeld, terwijl zij inmiddels was verhuisd naar een ander deel van Nederland. Daar heeft verdachte bij een ander zorgkantoor eveneens persoonsgebonden budgetten voor haar zonen aangevraagd en toegekend gekregen. Op basis van de door verdachte ingevulde verantwoordingsformulieren heeft het oude zorgkantoor over een periode van meer dan twee jaren ten onrechte persoonsgebonden budgetten op de door verdachte beheerde rekeningen van haar zonen uitbetaald. Verdachte heeft zo in totaal een bedrag van ruim € 370.000,00 ontvangen, waarop zij geen recht had. De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat zij voor zo'n aanzienlijk bedrag misbruik heeft gemaakt van de sociale voorzieningen. Het is schrijnend om te moeten constateren dat het ten onrechte ontvangen bedrag, zoals het nu lijkt, voor het overgrote deel niet zal kunnen worden terugbetaald en dus niet kan worden besteed aan hetgeen waarvoor het is bedoeld, zorg voor diegenen die dat nodig hebben.

Verdachte is niet eerder veroordeeld voor een dergelijk feit. Uit het over de persoon van verdachte opgemaakte reclasseringsrapport komt naar voren dat verdachte lijdt aan een eetstoornis en een afhankelijkheidsstoornis. Volgens de reclassering is sprake van een relatie tussen het delictgedrag en haar emotionele welzijn, nu verdachte door haar voormalige partner emotioneel gemanipuleerd werd om fraude te plegen met de persoonsgebonden budgetten. Verder vermeldt het reclasseringsrapport dat verdachte gemotiveerd is aan zichzelf en haar problemen te werken en dat het recidiverisico laag wordt ingeschat. De reclassering adviseert verdachte een (gedeeltelijk) voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, met daaraan verbonden een meldingsgebod en een behandelverplichting bij de forensische polikliniek van GGZ Leeuwarden. Een lange onvoorwaardelijke gevangenisstraf zal volgens de reclassering meer kwaad dan goed doen wat betreft de criminogene factoren van verdachte.

Bij de strafoplegging zoekt de rechtbank aansluiting bij de oriëntatiepunten ter zake van fraude. Bij een benadelingsbedrag van € 250.000,00 tot € 500.000,00 geldt als oriëntatiepunt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van twaalf tot achttien maanden. Voorts wordt in aanmerking genomen de zeer lange periode waarin verdachte zelf actief voortzetting van de uitbetaling van de persoonsgebonden budgetten heeft nagestreefd door het blijven indienen van de in strijd met de waarheid ingevulde verantwoordingsformulieren. De rechtbank komt mede op grond hiervan tot het oordeel dat op het feit niet anders kan worden gereageerd dan met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Wat betreft de hoogte daarvan houdt de rechtbank in het voordeel van verdachte rekening met haar blanco strafblad op het gebied van sociale zekerheidsfraude, haar psychische problemen en de door de reclassering uitgesproken ongewenstheid van een lange onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Al met al acht de rechtbank een gevangenisstraf van zes maanden passend en geboden. Tevens zal aan verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf van dezelfde duur worden opgelegd met daaraan verbonden de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden, teneinde verdachte te stimuleren zich te laten behandelen in verband met haar psychische problematiek en haar ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen.

Benadeelde partij

CZ Zorgkantoor B.V. heeft zich voor de aanvang van de terechtzitting als benadeelde partij in het strafproces gevoegd door middel van indiening van het voorgeschreven formulier bevattende de opgave van een vordering tot vergoeding van door haar geleden schade ten gevolge van het aan verdachte ten laste gelegde en bewezenverklaarde feit alsmede de gronden waarop deze berust.

De rechtbank bepaalt dat de vordering niet ontvankelijk is, nu tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat ter zake reeds een civielrechtelijke vaststellingsovereenkomst tot stand is gekomen.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 57 en 225 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT, RECHTDOENDE:

Verklaart het ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar in voege als voormeld en verdachte deswege strafbaar.

Veroordeelt verdachte te dier zake tot:

Een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden.

Bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 6 maanden, niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op twee jaren, de hierna te noemen algemene of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.

Stelt als algemene voorwaarden:

1. dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

2. dat de veroordeelde ten behoeve van het vaststellen van haar identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

3. dat de veroordeelde medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

Stelt als bijzondere voorwaarden:

A. dat de veroordeelde zich binnen 5 dagen na ontvangst van het vonnis meldt bij Reclassering Nederland op het adres Zoutbranderij 1 in Leeuwarden.

B. dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd van twee jaar onder behandeling zal stellen van de forensische polikliniek van de GGZ Leeuwarden op de tijden en plaatsen als door of namens die forensische polikliniek van de GGZ Leeuwarden aan te geven.

Draagt de reclassering op toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezenverklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat de benadeelde partij CZ Zorgkantoor B.V. niet ontvankelijk is in de vordering.

Bepaalt dat deze benadeelde partij en verdachte de eigen kosten dragen.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.G.W. Lootsma-Oude Nijeweme, voorzitter, mr. M. Haisma en mr. C. Krijger, rechters, bijgestaan door mr. M. Heerschop, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 17 december 2012.

Mr. Krijger is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.