Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2012:BY7410

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
17-12-2012
Datum publicatie
27-12-2012
Zaaknummer
17/885201-12 VON
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank leidt uit het dossier af dat verdachte weliswaar te hard heeft gereden en de oversteekplaats te snel is genaderd, maar dat de fietser zo plotseling de weg is overgestoken op een moment dat verdachte de oversteekplaats al zo dicht was genaderd, dat verdachte, ook als hij zich wel aan de maximum snelheid had gehouden en zijn snelheid enigszins had verminderd bij het naderen van de oversteekplaats, niet in staat zou zijn geweest het ongeval te voorkomen. Zeker nu niet kan worden vastgesteld dat sprake is geweest van een forse snelheidsoverschrijding, is de enkele constatering dat verdachte de maximumsnelheid heeft overschreden, onder deze omstandigheden onvoldoende om te kunnen vaststellen dat verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig dan wel onoplettend heeft gehandeld. Aan het minimum vereiste voor een bewezenverklaring van 'schuld' als bedoeld in artikel 6 Wegenverkeerswet 1994 is derhalve niet voldaan.

Het subsidiair ten laste gelegde is toegesneden op artikel 5 Wegenverkeerswet 1994, waarin strafbaar wordt gesteld het zich zodanig op de weg gedragen dat gevaar wordt veroorzaakt of kan worden veroorzaakt, dan wel het verkeer wordt gehinderd of kan worden gehinderd. Bij de vraag of een bepaalde handeling kan worden aangemerkt als gevaarzettend gaat het om de handeling in concreto in het licht van alle omstandigheden van het geval. Onder verwijzing naar hetgeen in het kader van het primair ten laste gelegde is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat de omstandigheid dat verdachte te hard heeft gereden op het moment dat hij de oversteekplaats voor fietsers en voetgangers naderde, evenmin voldoende is om aan te nemen dat verdachte gevaar of hinder op de weg heeft veroorzaakt. De rechtbank spreekt verdachte vrij van het subsidiair ten laste gelegde.

Wetsverwijzingen
Wegenverkeerswet 1994 6, geldigheid: 2012-12-17
Wegenverkeerswet 1994 5, geldigheid: 2012-12-17
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JWR 2013/8

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector straf

parketnummer 17/885201-12

vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 17 december 2012 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1981 te [geboorteplaats],

wonende te [adres].

De rechtbank heeft gelet op het ter terechtzitting gehouden onderzoek van 3 december 2012.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. R.P. Snorn, advocaat te Heerenveen.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

verdachte op of omstreeks 26 oktober 2011, te Heerenveen, (althans) in de gemeente Heerenveen, als verkeersdeelnemer,

te weten als bestuurder van een motorrijtuig (een personenauto) rijdende

over de weg, de Dominee Kingweg, komende uit noordwestelijke richting en

gaande in zuidoostelijke richting (in de richting van de Oude

Veenscheiding),zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeerongeval heeft plaatsgevonden,

doordat verdachte roekeloos, althans zeer, in elk geval aanzienlijk,

onvoorzichtig en/of onoplettend en/of onachtzaam is geweest,

aangezien verdachte, rijdende, aldaar, met een snelheid tussen 50 kilometer

per uur en 82 kilometer per uur, althans met een (aanzienlijk) hogere snelheid

dan de ter plaatse voor motorrijtuigen toegestane snelheid van 50 kilometer

per uur, in elk geval met een (veel) te hoge snelheid voor een veilig verkeer

ter plaatse, met onverminderde, althans nagenoeg onverminderde, snelheid een in die Dominee Kingweg, ter hoogte van de kruising of splitsing van die Dominee Kingweg en de Gruttostraat, gelegen oversteek plaats voor fietsers en voetgangers, is genaderd

en/of

bij het naderen van die oversteek plaats voor fietsers en voetgangers de

snelheid van het door verdachte bestuurde motorrijtuig toen niet zodanig heeft

geregeld dat verdachte in staat was het door hem bestuurde motorrijtuig tot

stilstand te brengen binnen de afstand waarover verdachte de weg kon overzien

en waarover deze vrij was,

en/of

(vervolgens) met (de (linker) voorzijde van) het door verdachte bestuurde

motorrijtuig is aangereden of (op)gebotst tegen een fiets en/of de bestuurder

van een fiets, die, komende vanaf het ten noordoosten van (de rijbaan van)

die Dominee Kingweg gelegen fietspad, (de rijbaan van) die Dominee Kingweg was

of wilde gaan oversteken, waardoor, althans mede waardoor die fietser, [slachtoffer] geheten, werd gedood, in elk geval zodanig (zwaar) lichamelijk letsel werd toegebracht dat die [slachtoffer] is overleden;

Subsidiair zo het vorenstaande niet mocht leiden tot schuldigverklaring van en

strafoplegging aan verdachte

verdachte op of omstreeks 26 oktober 2011,

te Heerenveen, (althans) in de gemeente Heerenveen,

als bestuurder van een motorrijtuig (een personenauto) daarmee heeft gereden

over de weg, de Dominee Kingweg, komende uit noordwestelijke richting en

gaande in zuidoostelijke richting (in de richting van de Oude Veenscheiding),

en toen, rijdende, aldaar, met een snelheid tussen 50 kilometer per uur en 82

kilometer per uur, althans met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan de ter

plaatse voor motorrijtuigen toegestane snelheid van 50 kilometer per uur, in

elk geval met een (veel) te hoge snelheid voor een veilig verkeer te plaatse,

met onverminderde, althans nagenoeg onverminderde, snelheid een in die Dominee

Kingweg, ter hoogte van de kruising of splitsing van die Dominee Kingweg en de

Gruttostraat, gelegen oversteek plaats voor fietsers en voetgangers, is

genaderd

en/of

bij het naderen van die oversteek plaats voor fietsers en voetgangers de

snelheid van het door verdachte bestuurder motorrijtuig toen niet zodanig

heeft geregeld dat verdachte in staat was het door hem bestuurde motorrijtuig

tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover verdachte de weg kon

overzien en waarover deze vrij was,

en/of

(vervolgens) met (de (linker) voorzijde van) het door verdachte bestuurde

motorrijtuig is aangereden of (op)gebotst tegen een fiets en/of de bestuurder

van een fiets, die, komende vanaf het ten noordoosten van (de rijbaan van) die

Dominee Kingweg gelegen fietspad, (de rijbaan van) die Dominee Kingweg was of

wilde gaan oversteken, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op de weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt en/of het verkeer op de weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd.

In de tenlastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

Vordering officier van justitie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd:

- veroordeling voor het primair ten laste gelegde;

- oplegging van een werkstraf voor de duur van 40 uren subsidiair 20 dagen vervangende hechtenis;

- oplegging van een geheel voorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen de besturen voor de duur van 6 maanden met een proeftijd van twee jaren.

Beoordeling van het bewijs

De officier van justitie heeft ter zitting veroordeling ten aanzien van het primair tenlastegelegde gevorderd omdat sprake is van schuld als bedoeld in artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 . Hij voert daartoe aan dat verdachte een aanmerkelijk verkeersfout heeft gemaakt, doordat hij te hard heeft gereden en onvoldoende heeft opgelet bij het naderen van de oversteekplaats.

Ten aanzien van het primair tenlastegelegde heeft de raadsman vrijspraak bepleit. De enkele overschrijding van de maximaal toegestane snelheid -die, zoals uit het dossier kan worden afgeleid, minimaal was- is onvoldoende om een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid aan te nemen, aldus de raadsman. De omstandigheden dat het rond middernacht rustig op de weg was, dat de Ds. Kingweg een rondweg is, dat verdachte voorrang had, dat het slachtoffer geen voorlicht had en dat het ongeluk waarschijnlijk ook zou hebben plaatsgevonden indien verdachte zich aan de maximaal toegestane snelheid had gehouden, maken dat er geen sprake is van schuld.

Bij de beoordeling of de schuld aan het verkeersongeval uit de bewijsmiddelen kan worden afgeleid, komt het aan op het geheel van gedragingen van de verdachte, de aard en de ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval.

De rechtbank stelt omtrent de feiten en omstandigheden het volgende vast:

- Verdachte reed op 26 oktober 2011 in een grijze [auto] op de Ds. Kingweg te Heerenveen, terwijl het donker was;

- zijn voertuig was, voor zover kon worden vastgesteld, rijtechnisch in een voldoende staat van onderhoud;

- de Ds. Kingweg is een voorrangsweg;

- deze weg bestond uit één rijbaan met een breedte van ongeveer 6,40 meter welke middels een onderbroken asstreep was verdeeld in twee rijstroken;

- ter hoogte van de oversteekplaats voor fietsers en voetgangers was de rijbaan van de Ds. Kingweg middels een middengeleider verdeeld in twee rijstroken met elk een breedte van ongeveer 3,2 meter. De middengeleider had een breedte van ongeveer 2,5 meter;

- de wegverlichting was aanwezig en in werking;

- de weersgesteldheid was droog;

- de voor motorvoertuigen toegestane maximale snelheid bedroeg ter plaatse 50 kilometer per uur;

- verdachte heeft de maximaal toegestane snelheid overschreden. Hoe groot deze overschrijding exact is geweest, kan op basis van het dossier niet worden vastgesteld;

- de fietser, [slachtoffer], voerde naar alle waarschijnlijkheid geen verlichting;

- de fiets waarop [slachtoffer] reed had een defecte rem;

- de twee personen die met [slachtoffer] opfietsten en die als eersten bij de oversteekplaats aankwamen, zijn bij de oversteekplaats afgestapt om voorrang te verlenen aan verdachte;

- [slachtoffer] heeft geen voorrang verleend aan verdachte;

- verdachte heeft niet afgeremd toen hij de oversteekplaats voor fietsen en voetgangers naderde.

Uit deze feiten en omstandigheden leidt de rechtbank af dat verdachte weliswaar te hard heeft gereden en de oversteekplaats te snel is genaderd, maar dat de fietser zo plotseling de weg is overgestoken op een moment dat verdachte de oversteekplaats al zo dicht was genaderd, dat verdachte, ook als hij zich wel aan de maximum snelheid had gehouden en zijn snelheid enigszins had verminderd bij het naderen van de oversteekplaats, niet in staat zou zijn geweest het ongeval te voorkomen. Zeker nu niet kan worden vastgesteld dat sprake is geweest van een forse snelheidsoverschrijding, is de enkele constatering dat verdachte de maximumsnelheid heeft overschreden, onder deze omstandigheden onvoldoende om te kunnen vaststellen dat verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig dan wel onoplettend heeft gehandeld. Aan het minimum vereiste voor een bewezenverklaring van 'schuld' als bedoeld in artikel 6 Wegenverkeerswet 1994 is derhalve niet voldaan en verdachte zal dan ook van het primair ten laste gelegde worden vrijgesproken.

Het subsidiair ten laste gelegde is toegesneden op artikel 5 Wegenverkeerswet 1994, waarin strafbaar wordt gesteld het zich zodanig op de weg gedragen dat gevaar wordt veroorzaakt of kan worden veroorzaakt, dan wel het verkeer wordt gehinderd of kan worden gehinderd. Het gaat daarbij niet om abstracte gevaarzetting of hinder, maar om concrete gevaarzetting of hinder. Bij de vraag of een bepaalde handeling kan worden aangemerkt als gevaarzettend gaat het om de handeling in concreto in het licht van alle omstandigheden van het geval.

Onder verwijzing naar hetgeen in het kader van het primair ten laste gelegde is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat de omstandigheid dat verdachte te hard heeft gereden op het moment dat hij de oversteekplaats voor fietsers en voetgangers naderde, evenmin voldoende is om aan te nemen dat verdachte gevaar of hinder op de weg heeft veroorzaakt. De rechtbank spreekt verdachte vrij van het subsidiair ten laste gelegde.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT, RECHTDOENDE:

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte primair en subsidiair is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.G.W. Lootsma-Oude Nijeweme, voorzitter, mr. M. Haisma en mr. C. Krijger, rechters, bijgestaan door mr. M. Heerschop, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 17 december 2012.

Mr. Krijger is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.