Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2012:BY5571

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
10-12-2012
Datum publicatie
10-12-2012
Zaaknummer
AWB 12/2657
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Omgevingsvergunning voor een microrotonde in Akkrum.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector bestuursrecht

zaaknummer: AWB 12/2657

uitspraak van de voorzieningenrechter van 10 december 2012 in de zaak tussen

[A], [B], [C] en [D],

allen wonende te Akkrum,

verzoekers,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Boarnsterhim,

verweerder,

gemachtigden: N. de Visser-de Vries, J. Dijkstra en P. de Hoop, allen werkzaam bij de gemeente Boarnsterhim.

Procesverloop

Bij besluit van 24 oktober 2012 heeft verweerder aan de gemeente Boarnsterhim een omgevingsvergunning verleend voor de aanleg van een microrotonde.

Verzoekers hebben tegen dit besluit een bezwaarschrift ingediend bij verweerder. Tevens hebben zij op 18 november 2012 de voorzieningenrechter verzocht het besluit van 24 oktober 2012 te schorsen.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 november 2012. Verzoekers [A], [B] en [D] zijn verschenen. Namens hen heeft [A] het woord gevoerd. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden.

Motivering

1. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

2. Ten aanzien van de ontvankelijkheid van het schorsingsverzoek overweegt de voorzieningenrechter dat niet is gebleken van beletselen om verzoekers te kunnen ontvangen. Voorts is genoegzaam aangetoond dat zij een spoedeisend belang hebben bij het schorsingsverzoek.

3. Voor zover de beoordeling van het schorsingsverzoek met zich brengt dat het geschil in de hoofdzaak, in dit geval het bezwaarschrift, wordt beoordeeld, heeft het oordeel van de voorzieningenrechter daaromtrent een voorlopig karakter. Aan een verzoek als het onderhavige kan in beginsel worden voldaan, indien het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter luidt dat het besluit van 24 oktober 2012 in bezwaar geen stand zal houden.

4. Ter zitting is duidelijk geworden dat de nieuwe verkeerssituatie ter plaatse, na realisering van de microrotonde, nog gereguleerd moet worden op basis van verkeersbesluiten. Deze besluiten liggen niet ter beoordeling voor. In de onderhavige zaak is uitsluitend aan de orde of de microrotonde als bouwwerk in ruimtelijk opzicht inpasbaar is.

5. Het project voorziet in een reconstructie van de huidige T-splitsing Boarnsterdyk/De Stringen te Akkrum tot een microrotonde. Verzoekers wonen aan De Griene Eker, een weg die parallel loopt aan de Boarnsterdyk, ter hoogte van de huidige T-splitsing.

6. Ingevolge het bestemmingsplan "Akkrum-Nes" rusten op de gronden waarop het project is geprojecteerd deels de bestemming "Verkeer" (artikel 18) en deels de bestemming "Groen" (artikel 10). De realisering van de microrotonde op de gronden met de bestemming "Verkeer" is in overeenstemming met het bestemmingsplan. Daarbij neemt de voorzieningenrechter in aanmerking dat, zoals verweerder ter zitting heeft aangegeven, de realisering van een microrotonde ten opzichte van de bestaande T-splitsing geen ingrijpende wijziging van het profiel is. De realisering van de microrotonde op de gronden met de bestemming "Groen" is wel in strijd met het bestemmingsplan. In verband hiermee heeft de gemeente Boarnsterhim een aanvraag om een omgevingsvergunning gedaan, welke heeft geleid tot het besluit van 24 oktober 2012.

7. Verweerder heeft de gevraagde omgevingsvergunning verleend met toepassing van artikel 30.1, aanhef en onder b, van het bestemmingsplan. Op grond van deze bepaling kan verweerder een ontheffing verlenen van de bestemmingsplanregels en toestaan dat het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangetast, indien de verkeersveiligheid en/of de verkeersintensiteit daartoe aanleiding geven (geeft). Op grond van artikel 30.2 wordt een ontheffing slechts verleend indien geen onevenredige aantasting wordt gedaan aan:

a. het straat- en bebouwingsbeeld;

b. de woonsituatie;

c. de milieusituatie;

d. de verkeersveiligheid;

e. de sociale veiligheid of

f. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

In artikel 30.3 van het bestemmingsplan is bepaald dat voor een ontheffingsbesluit de in artikel 33.1 van het bestemmingsplan vermelde voorbereidingsprocedure geldt. Die procedure komt er op neer dat een ontwerp-ontheffingsbesluit ter inzage wordt gelegd, waartegen zienswijzen naar voren gebracht kunnen worden, waarna vervolgens een besluit wordt genomen, waarin tevens is beslist op de ingebrachte zienswijzen.

8. De voorzieningenrechter stelt vast dat verweerder de in artikel 33.1 van het bestemmingsplan vermelde voorbereidingsprocedure niet heeft gevolgd, maar de reguliere voorbereidingsprocedure als bedoeld in paragraaf 3.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). In die procedure is geen plaats voor het indienen van zienswijzen tegen een ontwerpbesluit. De voorzieningenrechter is van oordeel dat verweerder terecht de procedure als bedoeld in paragraaf 3.2 van de Wabo heeft gevolgd. De onderhavige aanvraag is ingediend na de inwerkingtreding van de Wabo en de Wabo schrijft in gevallen als deze de procedure als bedoeld in paragraaf 3.2 van de Wabo dwingendrechtelijk voor. Aan artikel 33.1 van het bestemmingsplan komt in dit geval dus geen betekenis toe. Verweerder hoefde verzoekers dus niet de gelegenheid te bieden om zienswijzen naar voren te brengen over een ontwerp-ontheffingsbesluit.

9. Voor wat betreft de inhoudelijke kant van de zaak stelt de voorzieningenrechter voorop dat de bevoegheid van verweerder om met toepassing van artikel 30.1, aanhef en onder b, van het bestemmingsplan ontheffing te verlenen, discretionair van aard is. Dit betekent dat de voorzieningenrechter de beslissing van verweerder om ten behoeve van de realisering van de microrotonde een ontheffing te verlenen terughoudend dient te toetsen. Aan de orde is of verweerder, rekening houdend met het in artikel 30.2 van het bestemmingsplan vermelde afwegingskader, in redelijkheid kon besluiten tot het verlenen van de ontheffing.

10. Uit de gedingstukken en het verhandelde ter zitting leidt de voorzieningenrechter af dat verzoekers de volgende, aan het afwegingskader als vermeld in artikel 30.2 van het bestemmingsplan gerelateerde, punten aan de orde stellen: de woonsituatie en de verkeersveiligheid.

11.1 Uit vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (AbRS), bijvoorbeeld de uitspraak van 4 juli 2012, gepubliceerd op www.rechtspraak.nl, onder LJN: BX0289, volgt dat voor de beoordeling of het betrokken bestuursorgaan een ontheffing kan verlenen relevant is of na verlening van de ontheffing sprake blijft van een voor de omwonenden aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Aantasting van het woon- en leefklimaat is dus op zich zelf onvoldoende reden om af te zien van het verlenen van een ontheffing. Pas wanneer het woon- en leefklimaat van omwonenden in een onaanvaardbare mate wordt aangetast, dient afgezien te worden van het verlenen van een ontheffing.

11.2 De voorzieningenrechter stelt vast dat het project in hoofdzaak is geprojecteerd op gronden met de bestemming "Verkeer". De ruimtelijke keuze dat op de onderhavige locatie een microrotonde is toegestaan, is dus al gemaakt. In die keuze ligt het oordeel besloten dat een microrotonde op die locatie in ruimtelijke zin aanvaardbaar is en niet leidt tot een onaanvaardbare aantasting van het woon- en leefklimaat van de omwonenden. Slechts een verhoudingsgewijs klein deel van het project is geprojecteerd op gronden met de bestemming "Groen". Derhalve is de vraag of het verlenen van de ontheffing voor dit stukje van het project tot gevolg heeft dat na realisering van de microrotonde een aanvaardbaar woon- en leefklimaat resteert voor verzoekers. De voorzieningrechter beantwoordt deze vraag bevestigend. De voorzieningenrechter ziet niet in dat het woon- en leefklimaat van verzoekers in een onaanvaardbare mate wordt aangetast doordat een verhoudingsgewijs klein stukje groen wordt vervangen door een verhoudingsgewijs klein deel van een microrotonde, die, zoals hiervoor is overwogen, door het bestemmingsplan is toegestaan.

12.1 De voorzieningenrechter stelt vast dat verweerder voor wat betreft de keuze voor een microrotonde is afgegaan op het rapport "Verkeersadvisering schoollocatie Akkrum" van 12 mei 2011 van Goudappel Coffeng. In dit rapport is tot uitdrukking gebracht dat de verkeersveiligheid het meest is gebaat bij een reconstructie van de T-splitsing tot een microrotonde. Dit is volgens Goudappel Coffeng de meest adequate goedkoopste voorziening.

12.2 Volgens vaste jurisprudentie van de AbRS, onder meer de uitspraak van 21 november 2012, gepubliceerd op www.rechtspraak.nl, onder LJN: BY3739, mag een bestuursorgaan bij zijn besluitvorming in beginsel afgaan op een door een deskundige uitgebracht advies. Dit is slechts anders indien moet worden geoordeeld dat het advies van de deskundige onzorgvuldig tot stand is gekomen of dat daaraan anderszins ernstige gebreken kleven.

12.3 De voorzieningenrechter oordeelt dat Goudappel Coffeng beschouwd moet worden als een verkeersdeskundig bureau. De voorzieningenrechter oordeelt verder dat gesteld noch gebleken is dat het rapport onzorgvuldig tot stand is gekomen of dat daaraan anderszins ernstige gebreken kleven. Verzoekers hebben ter zitting het rapport ook als "goed" gekwalificeerd. Uit het voorgaande volgt dat verweerder mocht afgaan op de conclusies van Goudappel en Coffeng met betrekking tot de microrotonde als zijnde de meest adequate en goedkoopste oplossing met het oog op de verkeersveiligheid.

12.4 Verzoekers hebben, ter betwisting van de conclusies van Goudappel Coffeng, gewezen op het rapport "Veilig naar school" van maart 2011 van S. Nota, werkzaam bij "Ruimte voor iedereen". Tevens is gewezen op de opvatting van Veilig Verkeer Nederland (VVN) ten aanzien van de situatie ter plaatse, zoals vermeld in een stuk van 22 november 2012. De voorzieningenrechter oordeelt dat Nota en VVN net als Goudappel Coffeng beschouwd kunnen worden als verkeersdeskundigen. De opvattingen van Nota en VVN kunnen echter niet afdoen aan de deskundige opvatting van Goudappel Coffeng. Nota en VVN hebben bovendien niet gemotiveerd aangegeven dat en waarom het rapport van Goudappel Coffeng onzorgvuldig tot stand is gekomen of dat daaraan anderszins gebreken kleven. Nota en VVN hebben alleen een andere kijk op de verkeerskwestie ter plaatse en reiken andere oplossingen aan. Zo bepleit Nota het toepassen van het concept "Shared Space". De voorzieningenrechter wil niet uitsluiten dat dit concept ook toegepast zou kunnen worden in de situatie ter plaatse. Waar het echter uiteindelijk om gaat, is de keuze die verweerder heeft gemaakt en, gelet op zijn discretionaire bevoegdheid, ook mocht maken, namelijk de keuze voor de meest adequate en goedkoopste oplossing. Ter zitting heeft verweerder deze keuze nog eens toegelicht en uitgelegd waarom het toepassen van het concept "Shared Space" niet tot de mogelijkheden behoort. In dat verband is onder meer gewezen op financiƫle situatie van de gemeente Boarnsterhim.

13. Uit het voorgaande volgt dat de voorzieningenrechter verwacht dat het besluit van 24 oktober 2012 in bezwaar stand zal houden. Voor het schorsen van dit besluit bestaat dus geen aanleiding, zodat het verzoek zal worden afgewezen.

14. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het schorsingsverzoek af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. P.G. Wijtsma, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J.R. Leegsma, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 10 december 2012.

w.g. griffier

w.g. voorzieningenrechter

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan geen rechtsmiddel worden aangewend.