Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2012:BY5386

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
07-12-2012
Datum publicatie
07-12-2012
Zaaknummer
17/885153-12 VON
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Inhoudsindicatie:

Verdachte is vrijgesproken van het medeplegen van poging tot doodslag en poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. Op basis van de in het dossier bewijsmiddelen heeft de rechtbank niet de overtuiging bekomen dat verdachte en/of zijn medepleger aangever tegen het hoofd heeft geschopt. Het subsidiair ten laste gelegde medeplegen van mishandeling wordt wel bewezen verklaard, nu de man heeft bekend aangever te hebben geslagen en hij de hulp heeft ingeroepen van zijn mededader, die aangever heeft geschopt. Aan de man wordt een werkstraf van 120 uren opgelegd. Tevens moet de man een schadevergoeding aan het slachtoffer betalen.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 22c, geldigheid: 2012-12-07
Wetboek van Strafrecht 22d, geldigheid: 2012-12-07
Wetboek van Strafrecht 36f, geldigheid: 2012-12-07
Wetboek van Strafrecht 47, geldigheid: 2012-12-07
Wetboek van Strafrecht 300, geldigheid: 2012-12-07
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector straf

parketnummer 17/885153-12

vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 7 december 2012 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1953 te [geboorteplaats],

wonende te [adres].

De rechtbank heeft gelet op het ter terechtzitting gehouden onderzoek van 23 november 2012.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. L.S. Slinkman, advocaat te Hoogezand.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 30 juli 2011 te Vlieland, (althans) in de gemeente

Vlieland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk

[slachtoffer] van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel toe te

brengen, met dat opzet (meermalen en/of met kracht):

- in de maag en/of tegen het gezicht van die [slachtoffer] heeft gestompt en/of

geslagen en/of

- tegen de be(e)n(en) van die [slachtoffer] heeft geschopt en/of getrapt, tengevolge

waarvan die [slachtoffer] op de grond is gevallen en/of

- (met geschoeide voet) tegen het hoofd van die [slachtoffer] heeft geschopt en/of

getrapt (terwijl die [slachtoffer] op de grond lag), terwijl de uitvoering van dat

voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Subsidiair zo het vorenstaande niet mocht leiden tot schuldigverklaring van en

strafoplegging aan verdachte

hij op of omstreeks 30 juli 2011 te Vlieland, (althans) in de gemeente

Vlieland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk een persoon, te weten [slachtoffer], heeft mishandeld, immers heeft

hij verdachte en/of (met) zijn mededader(s):

- in de maag en/of tegen het gezicht van die [slachtoffer] gestompt en/of geslagen

en/of

- tegen de be(e)n(en) van die [slachtoffer] geschopt en/of getrapt, tengevolge

waarvan die [slachtoffer] op de grond is gevallen en/of

- (met geschoeide voet) tegen het hoofd van die [slachtoffer] geschopt en/of getrapt

(terwijl die [slachtoffer] op de grond lag),

waardoor voornoemde [slachtoffer] letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.

In de tenlastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

Vordering officier van justitie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd:

- veroordeling voor het primair ten laste gelegde;

- oplegging van een taakstraf van 240 uren, subsidiair 120 dagen vervangende hechtenis, alsmede een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 maand met een proeftijd van twee jaren;

- toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] tot een bedrag van

€ 893,45 met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Beoordeling van het bewijs

De raadsman van verdachte heeft gemotiveerd vrijspraak van het primair ten laste gelegde bepleit. Hiertoe heeft de raadsman onder meer aangevoerd dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte aangever tegen het hoofd heeft geschopt, noch dat er sprake was van medeplegen ten aanzien van het schoppen tegen aangevers hoofd door anderen.

De rechtbank stelt - op basis van de verklaring van verdachte ter terechtzitting - de volgende feitelijke gang van zaken vast.

Verdachte was 's nachts in zijn [winkel] en hoorde lawaai buiten. Toen hij poolshoogte ging nemen, zag hij dat een stapel broodkratten achter de [winkel] was omgegooid. Verdachte zag een jongen, aangever, wegrennen en is een stukje achter hem aangerend. Daarbij riep hij "pak hem" naar omstanders, die eveneens de achtervolging inzetten en aangever even later bij verdachte brachten. Verdachte gaf aangever vervolgens twee klappen, waarna een andere man aangever begon te schoppen. Toen aangever was ontzet, heeft verdachte de - gewonde - aangever meegenomen om de broodkratten weer op te stapelen.

Medeplegen

Er is sprake van medeplegen wanneer twee of meer personen gezamenlijk een strafbaar feit plegen. Medeplegen veronderstelt een nauwe en bewuste samenwerking. Dit houdt in dat de medeplegers met opzet samenwerken.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte, door anderen aan te sporen aangever te "pakken", gevraagd om samenwerking. Nu verdachte zelf de eerste klappen aan aangever gaf, aanvaardde hij naar het oordeel van de rechtbank de aanmerkelijke kans dat de personen wiens hulp hij had ingeroepen, ook geweld tegen aangever zouden gebruiken. De rechtbank stelt derhalve vast dat verdachte voorwaardelijk opzet op het mishandelen van aangever door anderen had. Toen aangever daadwerkelijk schoppen van een ander kreeg, heeft verdachte bovendien verzuimd om in te grijpen of zich van het gebeuren te distantiëren.

Naar het oordeel van de rechtbank was er derhalve sprake van een volledige, nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en de andere persoon die aangever heeft geschopt.

De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsman op dit punt.

Vrijspraak van poging doodslag of poging tot toebrengen zwaar lichamelijk letsel

De rechtbank stelt vast dat aangever [slachtoffer] en getuige [getuige 1] hebben verklaard dat verdachte en een andere man hard tegen het hoofd van aangever hebben geschopt. [getuige 1] verklaarde daarbij dat verdachte tweemaal heeft geschopt en dat hij "flink uithaalde". Het wettige bewijs voor schoppen tegen het hoofd van aangever is derhalve aanwezig.

Verdachte ontkent dat er tegen het hoofd van aangever is geschopt en de overige getuigen in het dossier verklaren evenmin over schoppen tegen het hoofd. De getuigen [getuige 2] en [getuige 3] verklaren niet dat er is geschopt. Getuige [getuige 4] verklaart weliswaar dat aangever door een persoon is geschopt, maar verklaart niet dat er tegen het hoofd is geschopt. Getuige [getuige 5] verklaart dat iemand anders dan verdachte heeft geschopt, maar verklaart niet over schoppen tegen het hoofd van aangever.

De rechtbank constateert voorts dat een medische verklaring met betrekking tot het letsel van aangever in het dossier ontbreekt. Aangever heeft zelf verklaard dat een dokter heeft vastgesteld dat hij geen hersenschudding heeft. Voorts heeft aangever verklaard dat zijn tand los zat tengevolge van de mishandeling, wat wordt ondersteund door facturen en een verklaring van de tandarts, hetgeen als bijlage aan het voegingsformulier benadeelde partij is gehecht.

Naar het oordeel van de rechtbank past het door aangever genoemde letsel niet bij de verklaringen van aangever en getuige [getuige 1]. Bij meermalen hard met geschoeide voet schoppen tegen het hoofd, valt doorgaans forser letsel te verwachten dan waar bij aangever sprake van was.

Daarbij merkt de rechtbank op dat de losse tand van aangever ook kan zijn veroorzaakt door een vuistslag in het gezicht. Immers, zowel aangever als getuige [getuige 3] verklaren dat aangever door verdachte (ook) in zijn gezicht is gestompt.

De rechtbank heeft op basis van bovengenoemde overwegingen niet de overtuiging bekomen dat aangever tegen zijn hoofd is geschopt. De rechtbank zal dit onderdeel derhalve niet bewezen verklaren.

De rechtbank stelt op grond van de verklaringen van verdachte, aangever en de getuigen [getuige 1], [getuige 4] en [getuige 5] vast dat aangever hard tegen zijn lichaam is geschopt. Hard schoppen tegen het lichaam kan een poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel opleveren.

In de tenlastelegging is schoppen tegen het lichaam echter niet opgenomen. Slechts het schoppen tegen het hoofd en schoppen tegen de benen van aangever zijn ten laste gelegd.

Nu de rechtbank het schoppen tegen het hoofd van aangever niet bewezen zal verklaren en schoppen tegen de benen naar algemene ervaringsregels geen zwaar lichamelijk letsel oplevert, zal de rechtbank verdachte vrijspreken van de primair ten laste gelegde poging tot doodslag, alsmede van de primair impliciet ten laste gelegde poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel.

Op grond van de verklaringen van verdachte, aangever en de getuigen [getuige 1], [getuige 3], [getuige 4] en [getuige 5], acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat aangever in zijn gezicht en maagstreek is gestompt en dat hij tegen zijn benen is geschopt.

De rechtbank zal het subsidiair ten laste gelegde - medeplegen van mishandeling - bewezen verklaren.

De rechtbank past de hierna te noemen bewijsmiddelen1 toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder weergegeven.

1. De verklaring van verdachte2, inhoudende:

Op 30 juli 2011 was ik in mijn [winkel] op Vlieland. Ik hoorde lawaai en zag buiten dat de stapel met broodkratten was omgegooid. Ik zag een jongen wegrennen. Ik was boos. Ik rende een stukje achter de jongen aan en riep "pak hem". Even later werd de jongen bij mij gebracht. Ik heb hem klappen gegeven. Ik zag dat de jongen achterover zakte en schoppen kreeg. Ik zag dat een blonde man die schuin achter de jongen stond, flink op de jongen in trapte. Toen de jongen weer opstond, heb ik hem meegenomen om de broodkratten weer op te stapelen.

2. De verklaring van aangever [slachtoffer]3, inhoudende:

Ik zag dat de broodkratten bij de [winkel] werden omgegooid. Ik rende weg. Ik werd achterhaald door twee mannen. Zij namen me mee naar de eigenaar van de [winkel], [verdachte]. [verdachte] maakte een agressieve, opgefokte indruk op mij. Hij beschuldigde mij ervan dat ik de stapel met broodkratten had omgegooid. Ik keek even weg en kreeg van rechts een harde slag van [verdachte] tegen mijn gezicht. Vrijwel direct daarna kreeg ik van een werknemer met blond haar een trap tegen mijn linkerbeen. Ik ging onderuit. Toen ik op de grond lag, kreeg ik nog een paar trappen. [getuige 1] heeft mij ontzet. Ik moest van die mannen de broodkratten weer opstapelen.

3. De verklaring van [getuige 1]4, inhoudende:

Uit het niets sloeg de [winkeleigenaar] [slachtoffer]. Hij sloeg een aantal malen met zijn vuist. Ik zag toen dat de lange jongen met gel in zijn haren [slachtoffer] aan de achterzijde trapte. Het was een redelijk harde trap in de buurt van de knieholte. Ik zag dat [slachtoffer] neer ging. Ik zag dat de [winkeleigenaar] tegen de benen van [slachtoffer] aanschopte. Aangezien ze met z'n tweeën met [slachtoffer] aan het vechten waren, ben ik ertussen gekomen. Ik reageerde naar de jongen met het gel in de haren omdat hij [slachtoffer] schopte. Op dat moment zag ik dat de [winkeleigenaar] kans zag om [slachtoffer] ook te schoppen. Nadat [slachtoffer] door beiden was geschopt, heb ik hem overeind geholpen.

4. De verklaring van [getuige 3]5, inhoudende:

Ik zag [slachtoffer] met twee jongens teruglopen in de richting van de [winkel]. Ik zag dat [verdachte] kwam aanlopen. Ik hoorde dat hij riep "heb jij die broodkratten omgegooid". Ik kon horen dat [verdachte] opgefokt was. Ik zag dat [slachtoffer] diverse keren werd geslagen door [verdachte]. [slachtoffer] werd door [verdachte] in het gezicht en in de maagstreek geslagen. Ik zag dat [slachtoffer] probeerde weg te komen. Ik zag dat twee jongens hem tegen hielden.

5. De verklaring van [getuige 4]6, inhoudende:

Ik zag ter hoogte van de parkeerplaats een groepje staan. Ik zag dat één jongen op de grond lag en werd geslagen en geschopt.

6. De verklaring van [getuige 5]7, inhoudende

Ik heb gezien dat [verdachte] de jongen een aantal keren heeft geslagen. Ik heb gezien dat hij de jongen een paar stompen in zijn maag heeft gegeven. Iemand anders heeft de jongen geschopt.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het subsidiair ten laste gelegde bewezen, met dien verstande dat:

hij op 30 juli 2011 te Vlieland, in de gemeente Vlieland, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk een persoon, te weten [slachtoffer], heeft mishandeld, immers heeft

hij, verdachte, met zijn mededader:

- in de maag en tegen het gezicht van die [slachtoffer] gestompt en

- tegen de benen van die [slachtoffer] geschopt, tengevolge waarvan die [slachtoffer] op de grond is gevallen,

waardoor voornoemde [slachtoffer] letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden.

De verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op het misdrijf:

Medeplegen van mishandeling.

Dit feit is strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden strafsoort en strafmaat in aanmerking:

- de aard en de ernst van het gepleegde feit;

- de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken en deze naar voren komt uit het uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 12 maart 2012 en het reclasseringsadvies d.d. 1 oktober 2012;

- de vordering van de officier van justitie;

- het pleidooi van de raadsman.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mishandeling in vereniging van een voorbijganger waarvan hij vermoedde dat deze een stapel broodkratten van zijn, verdachtes, [winkel] had omgegooid. Verdachte heeft het slachtoffer achtervolgd en heeft daarbij de hulp ingeroepen van een aantal medewerkers van de [winkel] en overige voorbijgangers. Deze hebben het slachtoffer gepakt en daarna naar verdachte gebracht die het slachtoffer een aantal stompen in zijn maag heeft gegeven en vervolgens heeft toegestaan dat het slachtoffer door de mededader is geschopt.

Het gaat hier om een uiterst laakbaar feit. Indien verdachte al van oordeel kon zijn dat hij een vandaal op heterdaad had betrapt, mocht hij deze slechts aanhouden, maar hem kwam geen enkel recht toe om zijn agressiegevoelens vervolgens op het slachtoffer af te reageren. In een beschaafde samenleving wordt recht in de rechtszaal gesproken en niet op straat, laat staan dat straffen daar ten uitvoer worden gelegd, ook al lijken steeds meer opvattingen op allerlei niveaus de deur daartoe te openen. Terwijl op generlei wijze is komen vast te staan dat het slachtoffer de dader was, werd hij in gewonde toestand door verdachte ook nog eens gedwongen de stapel broodkratten op te ruimen, hetgeen ronduit vernederend is.

Verdachte heeft geen strafdocumentatie en hoewel het hier gaat om geweld op straat, is de rechtbank van oordeel dat nog volstaan kan worden met een werkstraf voor de duur zoals hierna te bepalen.

Benadeelde partij

[slachtoffer] heeft zich voor de aanvang van de terechtzitting als benadeelde partij in het strafproces gevoegd door middel van indiening van het voorgeschreven formulier bevattende de opgave van een vordering tot vergoeding van door hem geleden schade ten gevolge van het aan verdachte onder subsidiair ten laste gelegde en bewezenverklaarde feit alsmede de gronden waarop deze berust.

De rechtbank is van oordeel dat de gestelde schade voldoende aannemelijk is geworden en in zodanig verband staat met het door verdachte gepleegde strafbare feit, dat deze aan hem als een gevolg van zijn handelen kan worden toegerekend. De rechtbank acht de vordering, die niet dan wel onvoldoende door verdachte en diens raadsman is weersproken, derhalve gegrond en voor toewijzing vatbaar.

De rechtbank acht daarnaast oplegging van de schadevergoedingsmaatregel aangewezen.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 22c, 22d, 36f, 47 en 300 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT, RECHTDOENDE:

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte primair is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het subsidiair ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar in voege als voormeld en verdachte deswege strafbaar.

Veroordeelt verdachte te dier zake tot:

Een taakstraf, bestaande uit het verrichten van 120 uren onbetaalde arbeid.

Beveelt dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van 60 dagen zal worden toegepast.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezenverklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer], wonende te [adres 1], toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 893,45 (zegge: achthonderddrieënnegentig euro en vijfenveertig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 30 juli 2011.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer], te betalen een som geld ten bedrage van € 893,45 (zegge: achthonderddrieënnegentig euro en vijfenveertig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 30 juli 2011, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 17 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer], daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en vice versa, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. Dölle, voorzitter, mr. M.R. de Vries en mr. G.C. Koelman, rechters, bijgestaan door mr. C.L. van der Woude, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 7 december 2012.

--------------------------------------------------------------------------------

1 De genoemde processen-verbaal zijn in de wettelijke vorm op ambtseed en door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren opgemaakt; de genoemde pagina's bevinden zich in het doorgenummerde proces-verbaal met OPS-dossiernummer [nummer], gesloten op 24 februari 2012.

2 De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 23 november 2012.

3 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer], d.d. 2 augustus 2011, pagina's 15 en 16.

4 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 1], d.d. 24 augustus 2011, pagina's 18-20.

5 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 3], d.d. 11 september 2011, pagina's 25 en 26.

6 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 3], d.d. 4 december 2011, pagina's 28 en 29.

7 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 5], d.d. 17 december 2011, pagina's 30 en 31.